Organic retreat en camino

Dag 23 (Camino dag 3): Comillas – Balans tussen vertrouwen en verantwoordelijkheid

De wekker gaat om 06:00 uur, maar ik snooze nog een keertje. Om 06:15 uur staan we op, we wassen ons, poetsen onze tanden en pakken onze rugzakken in. Gisteravond zei Carmen al dat ze wat last van haar buik had, maar nu krijgt ze plotseling erg heftige buikkrampen en buikloop.

​We praten met elkaar over de afweging tussen vertrouwen en verantwoordelijkheid. We kunnen wel gewoon op pad gaan en erop vertrouwen dat alles goed komt, maar dan vergeten we onze verantwoordelijkheid te nemen. Verantwoordelijkheid nemen wil in dit geval zeggen dat we wél goed voorbereid op pad gaan. Daarom besluiten we om het nog even tot 10:00 uur af te wachten.

​We sturen Elena, de mevrouw van het pension, een WhatsAppje om te vragen hoe laat de check-out is en of we eventueel een dag langer kunnen blijven. Carmen kruipt meteen weer in bed. Terwijl zij ligt te slapen, schrijf ik mijn blog van gisteren.

​Om 10:00 uur heeft Elena teruggeappt: we kunnen gelukkig blijven, en ze biedt aan om kruidenthee voor Carmen te brengen. De buikkrampen komen weliswaar met grotere tussenpozen, maar ze blijven erg heftig.

​We lopen even naar de VVV, zo’n 80 meter verderop, om een stempel voor ons pelgrimspaspoort te halen en gaan daarna op een bankje in de zon zitten. Ik ga op zoek naar tomaten en vind al snel een supermarkt dichtbij—goed om te weten voor straks. We eten het brood en de komkommer van gisteren op met een verse tomaat. Carmen slaat de geitenkaas met tegenzin over, want we weten niet zeker of de krampen daar misschien van komen. Het is een fijn gegeven dat ze zich verder niet ziek voelt, maar ook op het bankje moet ze af en toe kreunen van de pijn.

​Het is duidelijk: we kunnen vandaag definitief niet lopen. Carmen besluit om de rest van de dag echt te gaan rusten, zodat ze morgen hopelijk weer fit is. De tranen springen haar in de ogen van teleurstelling, maar we weten allebei dat dit op dit moment het enige juiste besluit is. De rest van de dag blijft ze op bed liggen.

​Ik doe een powernap en ga daarna in mijn eentje het stadje in om wat rond te struinen. Ik haal wat te knabbelen en te drinken en ga op een bankje zitten op een plein met een fontein. Ik merk dat ik me begin te vervelen. Wat mis ik mijn haak- en breiwerk op dit soort momenten! Dat is in de dozen naar huis gegaan om gewicht en ruimte te sparen. Ik ben al een tijdje op zoek naar een winkel die garen en haaknaalden verkoopt. Daarom zit ik hier te wachten tot het 16:00 uur is en het kleine warenhuis opent. Maar wanneer de deuren opengaan en ik naar binnen loop, blijkt ook daar helaas niets te liggen.

​We vermoeden inmiddels dat Carmen gisteren iets verkeerds heeft gegeten of dat iets niet goed is gevallen. Onze gedachten gaan uit naar de rauwmelkse geitenkaas van de markt, zeker omdat Carmen als baby ook al last had van lactose-intolerantie.

​Ik loop terug naar het pension en vind Carmen wakker op de kamer. We besluiten om samen nog even het stadje in te gaan voor een kleine hap eten. Via internet heeft Carmen een erg leuk foodtruck-restaurantje gevonden. Het ligt net buiten het drukke centrum en is bereikbaar via een stenen trap naar beneden.

​De plek heeft een bijzondere sfeer: het lijkt wel alsof hier ooit een huis heeft gestaan. Nu staan er tafels en stoelen op het grind en staat er een zeecontainer die is omgetoverd tot een gezellige foodtruck waar je eten en drinken kunt bestellen. Daarnaast staat een grote barbecue waar heerlijke geuren vanaf komen, en aan de overkant bevindt zich nog een klein hutje voor drankjes. In de schaduw zitten mensen gezellig te kaarten.

​Ik haal twee alcoholvrije biertjes en we kiezen wat kleins uit om te eten: verse guacamole met tortillachips en wat patatjes. Het smaakt heerlijk, de plek heeft een ontzettend fijne vibe en we genieten er echt even van.

​Na het eten wil ik nog even het stadje in—misschien neem ik wel een ijsje. Voor Carmen is dat nu sowieso beter om over te slaan. Carmen wil liever naar een parkje om te chillen. Ik sluit aan in de lange rij bij de ijssalon. Ik ben bijna aan de beurt als Carmen me opbelt: ze moet heel dringend naar de wc, maar ik heb de sleutel van de kamer!

“Ik kom eraan!” zeg ik. Ik verlaat de rij en kom precies tegelijk met Carmen aan bij het pension. Ach, denk ik bij mezelf, misschien maar beter ook dat ik geen ijsje heb gegeten.

​We besluiten vroeg naar bed te gaan. Ik loop nog snel even naar de supermarkt om wat water te halen. De rijen voor de kassa die je hier in Spanje aantreft, zijn vergeleken met Nederland echt ongekend lang!

​Eenmaal weer ‘thuis’ in het pension neem ik een lekkere douche en schrijf ik mijn blog. Na een afsluitende cirkel gaan we slapen. Hopelijk kunnen we morgen weer vol goede moed verder wandelen!

Organic retreat en camino

Dag 22 (dag 2 van de camino): Comillas – Loslaten en vinden

Dit keer horen we wel bij de vroege vogels; om 06:30 uur zitten we al aan het ontbijt. We lopen Cóbreces uit en beginnen onze wandeling met een check-in bij elkaar. “How is it to be you right here, right now? What do you require and what do you desire for today?”
We delen met elkaar hoe we ons op dit moment voelen. Naast de boosheid en teleurstelling over het feit dat de magie van de Camino zo verstoord wordt doordat mensen zolang van tevoren reserveren, blijkt er bij Carmen ook nog verdriet en rouw te zitten rondom de Rainbow Gathering. Het voelde voor haar als thuis, als familie. We besluiten om dit verdriet vandaag een plekje te geven zodra de gelegenheid zich voordoet.
Nog geen twee tellen later, als we een bocht om gaan, zien we de zee vlak voor ons liggen. We overleggen kort, waarna Carmen bloemetjes begint te plukken en mooie steentjes raapt. We lopen het strand op. Aan de rechterkant ligt een klein stukje strand afgescheiden van de rest door hoge rotsen, die deze plek als een muur aan het zicht onttrekken. Het strand is toch al rustig—op een enkeling met een hond na—maar hier is echt helemaal niemand. Dit is de perfecte plek voor onze afscheidsceremonie.

Op een grote steen rangschikt Carmen liefdevol de bloemetjes, de steentjes en een schelpje. Ze vraagt mij een wierookstokje uit de rugzak te halen en dat erbij aan te steken. De wierook verspreidt een aangename, bekende geur van Palo Santo—heilig hout. Volgens inheemse Zuid-Amerikaanse tradities heeft deze geur een reinigende en helende werking.
Ik ga naast Carmen in het water staan. Ze heeft een doosje in haar handen en al zingend strooit ze de as uit van het oneindige vuur van haar laatste gathering. De tranen rollen over haar wangen. Ik huil met haar mee en ga bij mezelf te rade waar mijn eigen tranen vandaan komen. Het is het mee-voelen met mijn kind—een diepe pijn—maar er zit ook een laagje van mijn eigen verdriet onder. Carmen reikt me het doosje aan. “Wil jij ook wat strooien?” vraagt ze. Ja, dat wil ik.
Terwijl ik de as over de golven uitstrooi, huil ik om de verloren kans om de Rainbow Gathering zelf te leren kennen en te ervaren wat mijn kind zo intens blij maakte en waar ze altijd zo vol enthousiasme over vertelde. Mijn hand zit onder de as en vanuit een puur gevoel wrijf ik het over mijn wangen, mijn hals en naar beneden over mijn borstkas. Met mijn hand op mijn hart blijf ik staan huilen.
Carmen vertelt later dat het huilen op een gegeven moment ging voelen als een vlucht voor iets anders. Ze is bewust naar dat gevoel toe gegaan: een hevige pijn in haar hartstreek. Zodra ze die pijn echt toeliet, ontplofte het als het ware en maakte het plaats voor een diepe verlichting.
We kijken elkaar aan. “Zwemmen?”
We kleden ons uit en lopen de golven tegemoet. Het strand en de zee zijn helemaal voor ons alleen. Heerlijk! We gillen het af en toe uit van plezier als de golven over ons heen slaan. Nadat we een poosje van het water hebben genoten, drogen we ons af en kleden we ons weer aan. Bij de stranddouche spoelen we onze voeten schoon, we hangen de handdoeken over onze rugzakken te drogen en vervolgen onze weg.

Het pad voert ons eerst behoorlijk steil omhoog. Boven op de berg hebben we een magnifiek uitzicht over de kustlijn en op het kleine, beschutte strandje van onze afscheidsceremonie.
Voor mij was dit een heel nieuwe ervaring. We vinden het heel normaal om te rouwen om een dierbare die we verliezen, denk ik bij mezelf, maar om andere ingrijpende zaken heb ik nooit de gelegenheid genomen om echt te rouwen. Het opgeven van mijn baan destijds, de kinderloosheid, mijn ziekte… Ik heb er nooit echt om gerouwd, laat staan om kleinere gebeurtenissen. Ik wilde altijd maar door, weg van het verdriet, onder het mom van flink zijn: “Echte indianen huilen niet.” Maar was dat wel altijd goed? Ik leer nu om verdriet te omarmen en rouw te doorvoelen. En ik merk dat het me goed doet. Het lucht op, het heelt.

Wanneer we even later een dorpje binnenlopen, zien we dat ze bezig zijn om marktkraampjes op te bouwen op het pleintje bij de kerk. We gaan op een bankje zitten wachten tot de markt opent. We zien meteen dat dit de hoofdprijs voor ons is: vers fruit, verse groenten, kaas en heerlijk versgebakken brood—alles biologisch en uit de streek. We hoeven gelukkig niet lang te wachten. We kopen een rauwmelkse geitenkaas, een meergranenbrood, olijven, een komkommer, tomaat en een klein puddingbroodje voor mij als toetje.

Blij met onze buit trekken we richting Comillas. Wanneer we langs een veldje met een waterpunt komen, ziet Carmen een bankje. Ik zie het ook, maar mijn oog valt op iets beters: een échte picknicktafel! “Die is voor ons,” zeg ik. Ik spreid mijn sneldrogende handdoek als tafelkleed uit over de tafel en we beginnen aan onze heerlijke lunch. Bij de markt hadden we ook nog vier kleine, gevulde bladerdeeggebakjes gekregen, maar net als mijn puddingbroodje vinden we die eigenlijk niet zo lekker. Carmen maakt er een paar jongens blij mee die bij het waterpunt staan.
Vanaf onze lunchplek is het nog maar twee kilometer naar Comillas, een wat grotere plaats waar we hopen een slaapplek te vinden. We hebben vandaag pas 10 kilometer gelopen, maar de volgende dorpjes zijn simpelweg te klein om een reële kans te maken op een overnachting.

Aan het begin van het stadje staan borden met accommodaties. Er staat één herberg bij. Carmen belt meteen, maar helaas: vol. We besluiten het stadje in te lopen en op goed geluk te gaan zoeken. Al snel zien we een restaurantje dat ook een hostel blijkt te zijn. We vragen of er plek is. Dat is er, maar voor €115. Een mooie prijs. Maar niet voor pelgrims. Afgelopen nacht hebben we voor €38 overnacht met z’n tweeën.
We besluiten ons op te splitsen: Carmen loopt bepakt en bezakt de heuvel op richting de herberg waarvan we eigenlijk al weten dat hij vol zit. Eenmaal bij de deur blijkt deze tot 14:30 uur gesloten te zijn. Ze besluit weer naar beneden te wandelen en ziet een hoogbejaarde mevrouw met boodschappentassen. Carmen vraagt haar vriendelijk om raad en wordt doorverwezen naar beneden, waar een hostel zou moeten zijn.

Vol goede hoop gaat ze op weg, maar op de plek aangekomen blijkt er niets te zijn. Twee passerende vrouwen roepen impulsief: “Hé, een pelgrim!” Ja, inderdaad. Een pelgrim. Carmen legt uit dat ze een slaapplek zoekt en dat de herberg vol zit. De vrouwen sturen haar door naar een specifiek restaurant verderop.
Wanneer ze daar aankomt en navraag doet, kijkt de ober haar met grote ogen aan: “Ik heb geen idee!” De moed zakt Carmen even in de schoenen
Ze zet een paar stappen buiten en ziet een ander, eenvoudig restaurantje. De twee eigenaren achter de bar lijken oudere locals te zijn en ze besluit rustig in de rij aan te sluiten.
“Kan ik wat voor je doen?” vraagt de eigenares.
“Ja, ik ben op zoek naar een slaapplek voor pelgrims.”
“Heb je een minuutje? Blijf maar even staan, ik heb wel wat voor je!”
Verrast vergeet Carmen te vragen of er plek is voor twee personen en wat het kost, maar ze gaat braaf zitten wachten.

Ondertussen ben ik naar de VVV gelopen. Ze geven me daar een lijst met hotels, hostels en pensions mét weer diezelfde opmerking: “Je kunt beter van te voren reserveren”. Ik kijk op de lijst. Er blijkt maar één hostel en één herberg te zijn—en die hebben we allebei al geprobeerd. Ik besluit mijn geluk te beproeven bij een van de eensterrenpensions. Ik loop er naartoe, maar eenmaal daar blijkt er niemand aanwezig te zijn.
Als ik nog bij dat pension sta, krijg ik een appje van Carmen: “Ik heb misschien iets!” Ze stuurt me haar locatie door, die slechts honderd meter bij mij vandaan blijkt te zijn.
Ik loop naar het restaurantje en schuif bij haar aan. Het duurt even, maar dan komt het verlossende woord: ze hebben een kamer voor ons voor €60! De mevrouw van het pension is ontzettend aardig, laat ons de kamer zien en we gaan meteen akkoord. Ik ben echt superblij.

Na de grote herberg van de afgelopen nacht vindt dit luxe paardje het toch wel héél erg fijn om weer even een eigen kamer te hebben. Dat de douche en wc gedeeld zijn, deert me helemaal niets. Gewoon weer even een eigen plekje hebben en op je gemak je rugzak opnieuw kunnen organiseren voelt als een enorme rijkdom. We mogen zelfs een wasje draaien in de wasmachine!

Als we helemaal geïnstalleerd zijn, gaan we ’s avonds naar een pizzeria om lekker te eten. Ik permitteer mezelf vanavond een heerlijk glas wijn en we nemen na afloop zelfs een toetje. Onze tweede Camino-dag is een feit!

Organic retreat en Camino

Dag 21 (Camino dag 1): Cobreces – “Buen Camino”

Met het krieken van de dag staat iedereen op. Wij hadden het idee om lekker vroeg te beginnen, maar blijkbaar denkt iedereen op de route er zo over! Gisteren raakte iedereen in de stress om al twee, drie of zelfs meer dagen vooruit een slaapplek te boeken, terwijl wij er op dat moment nog niet eens één hadden voor de komende nacht. Wel had Carmen twee opties opgezocht die ze later op de dag wil bellen. We zijn van plan om vandaag zo’n 17 kilometer te lopen; ongetraind en met zware rugzakken lijkt ons dat al een hele mooie uitdaging.

​Eerst lopen we naar Santillana del Mar, een prachtig middeleeuws stadje met een Romaanse kerk uit de elfde eeuw. We kijken onze ogen uit! Maar wanneer we het plaatsje weer uit lopen, gaan we direct al verkeerd. Oeps… We moeten beter oppassen en goed op de bekende gele pijlen met de Jacobsschelp letten. Verder is het een schitterende route: berg op en berg af, door prachtige natuur, pittoreske dorpjes en langs oude kerkjes. Onderweg komen we steeds weer mensen tegen die ons vrolijk “Buen Camino!” toewensen.

​Af en toe pauzeren we en worden we ingehaald door mensen die in dezelfde herberg hebben geslapen. Op een gegeven moment lopen er twee Amerikanen achter ons. Zij is onophoudelijk aan het praten, waar Carmen enorm door getriggerd raakt. We houden een plaspauze zodat het stel ons kan passeren—mooi zo! Maar even later zitten zij ergens te pauzeren en lopen wij hen weer voorbij. Carmen geeft aan dat als dit zo doorgaat, ze gewoon gaat vragen of ze het goed vinden om een stiltewandeling van een uur te maken.

​We komen bij een waterpunt met een bankje in een parkje en besluiten even te rusten. De ‘Amerikanen’ vragen of ze bij ons mogen komen zitten en schuiven aan bij hetzelfde tafeltje. We raken aan de praat. Ze blijkt helemaal geen Amerikaanse te zijn, maar een Poolse, en hij is een Engelsman. We hebben het over slaapplekken; zij hebben gereserveerd in Cóbreces, in een van de herbergen die Carmen al op haar lijstje had staan! Carmen belt meteen en gelukkig hebben ze inderdaad nog plek voor ons. Wauw, wat een geruststelling! Op dat moment komt er ook een Vlaamse vrouw langs die we gisteren in de herberg hebben leren kennen. Ze loopt samen met haar moeder, die voor één dag gezellig meewandelt. We kletsen even, waarna het Engels-Poolse stel en later ook wij weer verder trekken.

​Het pad kronkelt omhoog de berg op naar een prachtige, oude kerk die op de berg in de middle of nowhere staat. Voor de kerk zitten de Poolse en de Engelsman alweer, samen met iemand anders. Wij voelen niet de behoefte om te stoppen en lopen door. Een stukje verderop zoeken we schaduw in de berm onder een boom. We zitten bijna in de paardenstront, maar proberen er net naast te blijven. Carmen spreidt haar isolatiematje uit en we gaan lekker zitten rusten. En hoor eens wie daar even later bovenlangs komen lopen? De Poolse en de Engelsman! “Ik benijd jullie om jullie plekje!” roept ze lachend, waarna ze verder wandelen.

​Onze weg vervolgt over de bergen, langs dorpjes en kerkjes. Op een gegeven moment zien we in de verte zelfs de zee glinsteren. We zouden er heel graag naartoe willen voor een verfrissende duik, maar het is te ver van de route. We zwoegen verder berg op en berg af met onze zware tassen. De lucht begint ondertussen steeds meer te betrekken en kleine hagedisjes schieten voor onze voeten heen en weer over het pad. In de verte zien we de regen al vallen, maar we hebben nóch een beschermhoes voor onze rugzakken, nóch regenkleding voor onszelf bij de hand. Het begint flink te donderen, maar wonder boven wonder bereiken we droog onze herberg.

​Het onderkomen is een oud en immens groot gebouw met wel 200 bedden; vroeger was het een internaat. Het voelt beklemmend voor me, als een gevangenis. We checken in en mogen een stapelbed uitkiezen in een kamer met tien stapelbedden. Onze Poolse vriendin blijkt toevallig op dezelfde slaapzaal te liggen. Carmen gaat even liggen om te rusten, terwijl ik een rustig plekje zoek om mijn blog te schrijven. Ik loop naar een buitenplein met een mooi uitzicht op een oud kerkje op een heuvel. Ik ben helemaal alleen op het grote plein, ga op een bankje zitten en begin te schrijven.

​Plotseling slaat het weer om. Het begint te onweren, de lucht wordt inktzwart en de geiten die op het grasveldje voor de kerk stonden te grazen, rennen in galop weg met luid klinkende bellen om hun nek. Het begint te regenen. Ik hoor een deur op slot gaan, maar ik wil eerst mijn verhaal afmaken. Wanneer ik naar binnen wil lopen, blijkt de deur inderdaad al dicht. Gelukkig is de herbergier net bezig om de tweede deur op slot te draaien; als hij mij ziet, gebaart hij snel dat hij de deur weer voor me opendoet en laat me binnen.

​Aangezien we nog niet hebben gegeten en Carmen wakker is geworden, besluiten we het stadje in te gaan op zoek naar een supermarkt. Het blijkt meer een klein krap kiosk-winkeltje te zijn waar ze ook wat groente, fruit en levensmiddelen verkopen. Het is er bomvol en het assortiment is beperkt. We halen wat water, een alcoholvrij biertje, sinaasappelsap en een hele grote paprika. Met onze buit lopen we terug naar de herberg, terwijl het licht begint te miezeren.

​In de enorme eetzaal gaan we helemaal in ons uppie aan een van de lange tafels zitten. We peuzelen onze paprika op en proosten met ons biertje op onze allereerste pelgrimsdag—en op het feit dat we een dak boven ons hoofd en een bed hebben!

​Moe van de lange dag besluiten we vroeg naar bed te gaan zodat we morgen weer op tijd kunnen wandelen. Op de zaal is nog niet iedereen in rust. Ik lig eerst nog bij Carmen boven op haar bed en we praten over hoe we er allebei van balen dat mensen hun slaapplekken zolang van tevoren boeken. Daarmee gaat voor ons een stuk van de magie en het echte doel van een pelgrimsreis verloren. Daarna verhuis ik naar mijn eigen plekje onderin. Het verbaast me hoe stil iedereen op de zaal is; alle pelgrims respecteren elkaars rust enorm. Eenmaal in mijn bed lig ik nog heel even wakker, maar al snel val ik in een diepe rust en slaap ik de hele nacht aan één stuk door.

Organic retreat en Camino

Dag 20: Quevada –  Vertrouwen op de route

Vanochtend hebben we nog wat missies te volbrengen: naar het postkantoor en naar de kledingcontainer. Daarna schaffen we een stempelkaart en de Jacobsschelp aan. Die bevestigen we aan onze rugzakken als herkenning dat we pelgrims zijn. Dan is het tijd om het hostel te verlaten en op weg te gaan.

​Carmen heeft via BlaBlaCar een rit geregeld. We rijden mee met Lucia, een jong meisje in een verrassend mooie en schone auto. Na tweeënhalf uur zet ze ons af aan de boulevard van Santander. En daar staan we dan, aan de kade met uitzicht op de zee! We lopen een stenen trap af die het water in voert om onze voeten even heerlijk te koelen, waarna we op de treden gaan picknicken.

​We willen eigenlijk snel door. De eerste etappe is 36 kilometer, waarvan het eerste gedeelte Santander uit voert via geasfalteerde wegen en geen mooie route is. Via AI had ik uitgezocht dat veel pelgrims met het openbaar vervoer naar Mogro reizen om vanaf daar verder te lopen. Wij willen daar ook een overnachting boeken en zo onze Camino beginnen, maar in Mogro blijkt helemaal niets meer te vinden te zijn.

​We gaan op een bankje voor een huis zitten uitvogelen wat nu het handigst zou zijn. “Als ik alleen was, zou ik gewoon ergens in mijn hangmat gaan slapen,” zegt Carmen. Ik visualiseer voor me dat we ergens onze matjes uitrollen en in de buitenlucht slapen. Ik raak er niet meer van in paniek, en dat is al een heel fijn gevoel.

​Een meneer die tegenover woont, komt op ons af gelopen. Carmen legt hem uit voor welke uitdaging we staan. Hij geeft ons het telefoonnummer van een herberg, maar we krijgen geen gehoor. Meteen daarop rijdt hij met zijn auto weg—we hebben geen idee wat hij gaat doen. Als hij na zo’n tien minuten weer terugkomt, vertelt hij dat hij heeft rondgevraagd en raadt hij ons aan de bus te nemen naar Santillana del Mar, omdat daar veel herbergen zijn. We moeten dan eerst naar Barreda reizen en daar overstappen.

​Bij de bushalte in Barreda zitten we weer te bedenken wat we zouden doen als we echt nergens een slaapplaats kunnen krijgen. “We zijn te weinig in het nu,” zegt Carmen. En ze heeft gelijk. Als we het loslaten, gebeuren er vanzelf dingen—zoals met die oude meneer straks.

​Ik staar naar de bergen in de verte. “Wat zie je?” vraagt Carmen. “Niks,” zeg ik, “mijn hoofd stond even op pauze.”

​Op dat moment komen er drie jonge vrouwen de hoek om lopen; aan hun rugzakken te zien zijn het ook pelgrims. Een van hen vraagt aan Carmen of dit de bushalte is. Het blijken Duitse meisjes te zijn. Wanneer ik ze in het Duits aanspreek, moeten we allemaal lachen. Wat leuk!

​”Hebben jullie al een slaapplek?” vraag ik.

“Ja,” antwoorden ze, “in het plaatsje Queveda.” Daar gaan ze nu naartoe; althans, één van hen neemt de bus en de andere twee gaan lopen.

“Wij hebben nog geen plek,” zeg ik.

“Toen wij zojuist belden, waren er nog tien bedden vrij,” zegt het meisje, en ze geeft Carmen meteen het nummer.

​Carmen belt er direct achteraan en ja hoor: er is nog plek voor ons! Voordat onze bus vertrekt en de deuren dichtgaan, roepen de twee meiden die gaan lopen ons lachend nog na: “Passt gut auf unser Katrienchen!”

​We reizen naar het dorp en wandelen samen met Katrina naar de herberg. Het blijkt een eenvoudig maar ontzettend knus onderkomen te zijn. De oude mevrouw die het runt is erg lief. Ze is ontzettend blij dat Carmen zo goed Spaans spreekt; Carmen wordt direct tot tolk gepromoveerd en mag meteen voor drie andere pelgrims vertalen! We krijgen een stapelbed op een kamer met vijf stapelbedden.

​Na het douchen gaan we in een nabijgelegen restaurantje iets eten, al valt het eten ons helaas erg tegen. Daarna duiken we snel ons bed in. Iedereen ligt al te slapen.

Organic retreat en Camino

Dag 19: Leon – Hoeden, de Camino en de fontein

Om 6:10 uur in de ochtend arriveren we bij de internationale hub. Hier moet ik overstappen. Iedereen heeft een voucher gekregen voor een gratis ontbijt, dus iedereen stapt uit. Ineens hoor ik de chauffeur mijn naam roepen: “Manon, Manon!” Ik loop naar hem toe. Hij wijst naar een bus die direct naast de onze staat en waar ‘Lyon’ op staat. Nee, die moet ik niet hebben! Ik moet naar Leon. Een oud mannetje heeft de verwarring door en praat tegen hem, al versta ik er niets van. Er komt een vrouw bij die Engels spreekt. Ik zeg tegen haar dat ik niet in die bus moet zitten. “Nee,” zegt ze, “je moet naar Leon, niet naar Lyon.” Juist! De bus vertrekt al over een uur, wat sneller is dan op het schema staat. Maar goed, ik mag mijn bagage pakken, ga naar de wc en ontbijt rustig. Weer ben ik de enige die een andere kant op moet; mijn eigen weg vinden blijft blijkbaar het thema van deze reis.

​Dan volgt de tweede en laatste bus—een korte rit van ongeveer twee uur. Ik dommel bijna de hele weg in slaap. Kort nadat ik ben aangekomen in Leon, arriveert ook Carmen. Heerlijk om haar weer een knuffel te geven! Voor ons beiden komt dit plan om de Camino te gaan lopen totaal onverwacht en we hebben ons niet voorbereid. We hebben ook veel te veel spullen en veel te zware tassen bij ons, omdat we oorspronkelijk op één vaste plek zouden verblijven.

​Omdat we nog niet in onze kamer kunnen, gaan we eerst brunchen in een gezellig cafeetje en kletsen we lekker bij. Daarna slenteren we door de straatjes van Leon en komen we langs een hoedenwinkel. Carmen wil eigenlijk wel graag een hoed. We zien een hele leuke die haar perfect staat. Ook ik wil wel een hoed, al is het voor mij even zoeken. Een ronde hoed met een wit lint en een donkere hoed met een zwart lint halen de eindselectie. Een van de andere aanwezige dames vindt de witte mooi, maar ik neig naar de zwarte. Is dit de keuze tussen het feminiene en het masculiene, en moet ik voor het feminiene de witte kiezen? Nee, ik wil gewoon de zwarte.

​De verkoopster, een super sympathieke oudere vrouw, vindt dat de hoed Carmen zo prachtig staat dat ze een foto van ons wil maken voor op Instagram. Een andere dame merkt op dat de zwarte hoed heel mooi bij mijn kleren past—Gracias! Er ontstaat ook nog een leuk gesprek met een Argentijnse dame. We poseren samen en de verkoopster schrijft op haar briefje wat er bij de foto op Instagram komt te staan: Mama e hija de Holanda, Camino. We krijgen haar Instagram-adres mee. Opgetogen over de leuke ontmoetingen en erg blij met onze nieuwe hoeden verlaten we de winkel.

​Ik ga op een terrasje een drankje bestellen en blijf achter met alle spullen, terwijl Carmen haar rugzak leegmaakt en de spullen gaat ophalen die ze ergens anders had achtergelaten. Daarna zoeken we in de kamer alle spullen uit die we per se mee willen nemen op de Camino. De overige spullen willen we in dozen naar huis sturen. Carmen gaat op missie om kartonnen dozen te regelen en ik maak ondertussen een salade. De rest van de avond zijn we bezig met het regelen van de verzending van de pakketten en lopen we naar een copyshop om de verzendlabels uit te printen.

​Daarna kopen we een ijsje en eten dat op een stenen bankje in een klein parkje op. We doen nog een cirkel. Carmen vertelt over De Fontein, het boek dat de systemische relaties binnen families beschrijft—tussen grootouders, ouders, kinderen en overige familieleden. Als ik naar links kijk, realiseer ik me ineens dat er midden in het park een fontein staat met twee bakken!

​’s Avonds in bed krijgen we de slappe lach omdat ik “postkantoor” niet normaal uit mijn woorden krijg omdat ik mijn bitje in heb. Uiteindelijk is het al 24:00 uur voordat we in slaap vallen.

Organic retreat en camino

Dag 18: Lissabon – Op weg naar het volgende avontuur

Om 4:00 uur ben ik al wakker. Ik lig maar te piekeren over ons plan. Gisteren had ik al bedacht dat andersom lopen wat nadelen heeft, dus ga ik nu uitzoeken wat wel handig is. Kort na 6:00 uur bellen Carmen en ik. We nemen mijn plan door en beslissen om één dag extra in Leon te blijven. Afgelopen nacht heeft ze waarschijnlijk in een hangmat geslapen; toen ik haar gisteravond vroeg of ik wilde weten waar ze ging slapen, viel er een korte pauze, gevolgd door een eerlijk “nee”. Voor komende nacht heeft ze gelukkig wel een hotel geboekt, en voor morgen boekt ze voor mij bij.

​Omdat we pas om 9:15 uur ontbijten, begin ik alvast met pakken. Om 12:00 uur vertrekken Rudrigo en ik in zijn camperbus richting Tomar. Leigh en ik nemen afscheid met een warme knuffel. Ik zal hem missen; hoe verschillend we ook zijn, we zijn erg aan elkaar gehecht geraakt. Na een korte stop bij de Lidl nemen Rudrigo en ik de trein van Tomar richting Lissabon. Hij gaat een vriendin ophalen die overkomt uit Nederland en moet dus ook in de stad zijn.

​In Lissabon zitten we op een bankje aan de kade van de rivier, waar we onze laatste online cirkel met Leigh hebben. Daarna vertrekt Rudrigo richting het vliegveld en blijf ik alleen achter. Ik zoek een terrasje op aan de kade en drink een 0.0 biertje. Het is bijna ongelooflijk: na deze twee heerlijke weken staat er nu wéér een avontuur van twee weken te wachten. Hoe jammer ik het ook vind om hier weg te gaan, ik kijk er ontzettend naar uit om met Carmen de Camino te gaan lopen.

​Als mijn biertje op is, loop ik met mijn zware backpack naar de kade om nog even op een muurtje te zitten. Rond 19:00 uur ga ik eten. Voor € 8,50 heb ik een heerlijke, eenvoudige maaltijd met een Spa Rood. Ik betaal een tientje en maak nog gebruik van het toilet. Het licht doet het daar niet; zowel bij de wastafel als op de wc zelf brandt slechts een waxinelichtje, waardoor ik bijna niets zie. Wat een gedoe met zo’n zware rugzak!

​Na het toiletbezoek loop ik in een kwartier naar de bushalte. Van Flixbus had ik een bericht gekregen dat er geen Flix-belettering op de bus zou staan, dus het is even zoeken naar het internationale perron. Daar komt de bus naar Parijs aan; mét het juiste busnummer, maar gek genoeg óók gewoon met Flix-belettering. De chauffeur opent de bagageruimte en wijst de plek aan waar we onze bagage moeten plaatsen al naargelang onze bestemming. Wanneer ik zeg dat ik naar Leon in Spanje moet, beweert hij dat ik een andere bus moet hebben. Huh? Dit is toch echt het juiste busnummer, en ik moet richting Parijs om ergens in Spanje overstappen. Hij bestudeert mijn ticket—ik vraag me af waarom hij niet gewoon de QR-code scant—en concludeert dan dat ik toch wél in deze bus moet. Ik werd er even onzeker van, maar het klopt dus gewoon. Bij het instappen scant hij bij iedereen de code en controleert hij alles.

​”20A,” zegt hij. Dat is mijn stoel. Gelukkig, het klopt!

De bus vertrekt stipt op tijd. Al snel verdwijnt de zon en laat een zacht geeloranje gloed achter waartegen de bergen zwart afsteken. In de invallende duisternis vervagen de kleuren en sukkel ik al snel in slaap. Een uur later word ik wakker, waarna ik hazenslaapjes blijf doen. Op een gegeven moment hebben mijn Angolese buurman en ik de hele achterbank voor ons tweeën. Hij gaat aan de ene kant in foetushouding liggen en ik aan de andere kant, al zoek ik snel weer een andere houding. Rond de klok van tweeën rijden we de Spaanse grens over en hebben we een pauze van een half uur.

Organic retreat en (rainbow) camino

Dag 17: Ergens in Portugal – Een nieuw plan en een rusteloze nacht

Ik voel me vandaag weer wat beter; ik heb goed geslapen. Rudrigo appt dat de cirkel niet doorgaat omdat hij zich niet goed voelt. Omdat dit mijn laatste dag is, ga ik het gastenverblijf schoonmaken zodat ik het huisje netjes achterlaat. Daarna ontbijt ik alleen op de veranda.

​Carmen vraagt via een berichtje of we kunnen bellen, dus ik loop naar de bovenzaal omdat ik het erg fijn vind om daar te zitten. Ze vertelt dat de plek van de gathering niet goed voelt—met die jonge bomen en de koeien voelt het als een indringer in de natuur met zo’n grote groep. Het is het gewoon niet. Ze heeft besloten om niet te gaan, maar stelt voor om in plaats daarvan een stuk van de Camino te gaan lopen. Ik ben echt blij met dit voorstel! Het lopen van de Camino de Santiago de Compostella is al heel lang een droom van mij. En nu we toch hier zijn, gaan we het gewoon echt doen. We besluiten om de Camino del Norte te gaan lopen, of in elk geval een deel ervan.

Op verzoek van Leigh doen we later een online cirkel met Sofia. Rudrigo is nog steeds niet opgeknapt. Daarna maak ik de bovenzaal schoon. Ik heb het er warm van gekregen en neem een heerlijke koude douche onder de buitendouche.

In de middag ga ik met Leigh armbandjes maken van paracord. Hij boort twee gaatjes in munten en we maken er ieder een. Ik geef hem de gehaakte muts cadeau; hij is er ontzettend blij mee.

​Wanneer ik uiteindelijk weer in bed lig, bel ik opnieuw met Carmen. Morgen vertrek ik hier en ontmoeten we elkaar in Leon. Zij is er al. We overleggen nog wat voor ik ga slapen. Carmen wil de weg graag andersom lopen, tegen de stroom in—lekker tegen de draad in. Ik voelde daar eerst wel voor, maar als ik het op internet ga uitzoeken, kom ik erachter dat je de herkenningspijlen dan niet kunt zien en voornamelijk op GPS moet lopen. En je wilt juist zo min mogelijk op je mobiel kijken. Bovendien laten sommige herbergen alleen pelgrims toe die wél richting Santiago lopen.

In de avond doen we een korte wandeling

​Dit alles blijft door mijn hoofd spoken. Om 4:00 uur word ik wakker, piekerend. Ik stuur Carmen een appje waarin ik mijn bedenkingen uitleg en vraag of we binnenkort kunnen bellen. De slaap krijgt geen vat meer op me en de vragen blijven zich opstapelen: de FlixBus moet omgeboekt worden, hoe gaan we het precies aanpakken, hoe komen we daar? Het lukt simpelweg niet meer om in slaap te komen. 

Organic retreat en rainbow gathering

Dag 16: Ergens in Portugal – Muren van een ruïne, tranen op de veranda

Vandaag gaan we bij Henry helpen. Elke maandagochtend nodigt hij mensen uit om te komen helpen bij het bouwen van zijn huis, of gewoon om er voor de gezelligheid bij te zijn. Henry is een oudere man die getrouwd is met een Duitse vrouw, maar zij is momenteel in Duitsland. Dit is de derde keer dat ik Henry ontmoet en het voelt al vertrouwd; we begroeten elkaar met een warme knuffel. Ik kom bekenden tegen van de cirkel en de potluck van vorige week—en ook van vorig jaar—en ontmoet weer nieuwe mensen.

​Het ‘huis’ is een ruïne. Er staan letterlijk nog drie muren. Tussen die muren is een partytent gezet met zitgelegenheid en een tafel waar we koffie en thee kunnen pakken. Henry heeft heerlijke muffins gebakken. Omdat ik vandaag niet meer vast, geniet ik van de lekkernij. De muren wijzen op een oud huisje; aan de bevestigingen te zien hebben er in het gedeelte waar wij zitten ogenschijnlijk ooit dieren gestaan.

​Rudrigo helpt met het afbreken van de restanten van de vierde muur, die al ingestort is. De andere muren blijven staan. Met verbazing kijk ik naar de bouwval en naar wat er allemaal nog moet gebeuren. Wat een werk! Ik heb veel bewondering voor de mensen die hieraan beginnen, en ik moet bekennen dat de plek ontzettend mooi is. Leigh gaat een muur aan de achterkant van de schuur repareren. Ik blijf ondertussen gezellig kletsen onder de partytent.

Als we weer thuis zijn, gaan Rudrigo en ik de lunch bereiden. Rudrigo zet muziek op en ik kom in een heel deprimerende stemming terecht; de muziek maakt het eigenlijk nog erger. Ik heb dit eigenlijk nooit en weet niet waar het vandaan komt. Onder het eten vertel ik het aan Rudrigo.”Wat heb je nodig?” vraagt hij.Ik wil zeggen dat ik wil huilen, maar de tranen komen al. Rudrigo laat me rustig begaan. We weten beiden dat als er behoefte is aan troost of een knuffel, ik dat vanzelf wel aangeef.

​Uiteindelijk ga ik met een zwaar hart in de luie stoel op de veranda zitten. Cookie de kat komt op mijn schoot zitten, alsof hij mijn verdriet voelt. Ik vind het fijn om het zachte beestje op mijn schoot te hebben. Zo kijk ik huilend uit over de bergen en probeer te achterhalen waar deze somberheid vandaan komt, maar het mag er ook gewoon zijn. Ik maak me wel wat zorgen om Carmen, die nu bij de plek van de Rainbow Gathering is waar ze geen bereik heeft. Eergisteren vertelde ze me dat ze daar gaat kijken of ze überhaupt nog wel wil gaan. En ik vind het jammer om binnenkort van deze plek weg te gaan, maar dat voelt niet als de echte reden om zo depri te zijn. Wel merk ik dat ik hoop dat Carmen besluit om niet naar de gathering te gaan.

​In de loop van de avond voel ik me iets beter, al blijft het zware gevoel op de achtergrond sluimeren. Ik ga laat slapen; ik doe nog wat spelletjes op mijn mobiel tot middernacht en val daarna gelukkig vrij snel in slaap. 

Organic retreat en rainbow gathering

Dag 15: Ergens in Portugal – Een pas op de plaats

Als ik wakker word, voel ik de spieren in mijn rug. Ik heb niet super goed geslapen en ben vaak wakker geweest. Omdat ik niet veel zin heb in eten, besluit ik te vasten. Rudrigo en Leigh doen mee. We gaan het vandaag rustig aan doen.
In de loop van de dag wordt mijn behoefte aan voedsel echter steeds groter en zakt mijn energiepeil weg. Rudrigo en Leigh lijken daar vreemd genoeg geen last van te hebben. Ik heb wel vaker gevast—ik probeer het eigenlijk elke week te doen, wat niet altijd lukt—maar telkens loop ik tegen dit grote tekort aan energie op. Het voelt bijna als ontwenningsverschijnselen. Is het eten van suiker en koolhydraten misschien een verslaving die ik ook moet loslaten? Ik word er een beetje moedeloos van.

Rond het middaguur doen we de zevende en laatste sessie van “The Hero’s Journey”. Het is frappant hoe de dingen die mij op dit moment bezighouden zo precies in lijn liggen met de inhoud van deze sessies.

In de ochtend had ik al oorbellen gemaakt, en de rest van de dag klungel ik maar wat aan: een beetje lezen, een beetje haken, een beetje breien, maar vooral erg moe zijn. Het voelt niet fijn en weinig bevredigend na zo’n actieve dag als gisteren. Ik ben simpelweg helemaal op.

De avond valt

Voor we naar bed gaan, trekken we ieder een kaart. Moment to Moment is de kaart die ik trek. De afbeelding toont een vrouw die balancerend van steen naar steen stapt. Heel toepasselijk voor gisteren, met de klim langs de watervallen en het stappen van rots naar rots, maar net zo goed voor vandaag. Gewoon niet de energie hebben om verder te kijken dan het huidige moment.
Na een online cirkel met Sofia om 21:00 uur lig ik in bed. Ik ben erg blij als ik mijn ogen eindelijk kan sluiten.

Organic retreat en rainbow gathering

Dag 14: Ergens in Portugal

Avontuur bij de watervallen van Espinhal

​Zaterdag 1 augustus 2026. Al vroeg in de ochtend vertrekken we naar de watervallen in Espinhal, ongeveer een half uur rijden. We gaan met de pas gekochte Frontera. Leigh rijdt en Rudrigo zit naast hem. Ik zit op de achterbank met Pipoquina, die lekker tegen me aan komt liggen. Tink en Belbel zitten achter mij in de grote, open kofferbak. In het begin steken ze steeds hun kopjes omhoog en vooral Belbel wil naar voren springen, maar uiteindelijk wennen ze eraan en worden ze rustig.

​De wandeling langs de beek en watervallen blijkt een zware tocht: klimmend en klauterend over rotsen en boomwortels langs steile hellingen. De grootste watervallen zijn al vrij snel in het begin van de route. We willen daar een duik nemen, maar daarvoor moeten we eerst oversteken. Ik twijfel even; ik kan aan deze kant blijven wachten, wat veiliger is, maar ook een stuk minder avontuurlijk. Onder de waterval gaan staan lijkt me immens geweldig! Ik hoef niet lang na te denken en volg de mannen.

​Het water is heerlijk koud. De mannen staan al onder de waterval en ik zwem er naartoe. Leigh roept nog dat er een platte steen ligt, maar die kan ik niet vinden. Het koude water klettert met volle kracht op me neer. Mijn hemel, wat een gigantisch gevoel! Ik schreeuw het uit vanuit het diepste van mijn ziel.

​Daarna vervolgen we onze weg verder de steile berg op. Het pad leidt over houten bruggetjes en langs oude, met mos bedekte stenen die ooit de muren van een huisje vormden. Op de circa vijf kilometer lange tocht komen we slechts twee keer mensen tegen; we hebben de natuur praktisch voor ons alleen. Mijn benen beginnen wel erg moe te worden. Ik moet soms gigantische stappen nemen om van de ene naar de andere steen te komen, wat veel vraagt van mijn spieren.

​Eenmaal boven bevinden we ons ineens weer in de ‘geciviliseerde’ wereld: houten hekjes, parkbankjes, een toilet- en douchegebouw, en een zwembad dat is aangelegd met het opgevangen water uit de waterval. Er staan parasols met ligplekken langs de kant. We voelen er niet veel voor om tussen de mensen te gaan liggen—al is het niet megadruk—en zoeken een parkbankje op om onze lunchbroodjes met kaas en tomaat op te eten.

​Na de lunch spreidt Rudrigo een kleedje uit op het gras en ploft Leigh ergens op de bosgrond neer. Ik baal dat ik geen boek, haak- of breiwerk heb meegenomen, want slapen lukt me niet. Ondertussen heb ik nog een videocall met Carmen over de Rainbow Gathering en alle beslommeringen rondom de organisatie ervan.

​Leigh begint al iets eerder aan de terugweg. De route terug gaat wat sneller en makkelijker omdat het voornelijk bergafwaarts is, maar dit spreekt mijn spieren weer op een heel andere manier aan en vergt opnieuw veel van mijn benen. Twee keer glijd ik uit en val op mijn achterste. Mijn energiepeil zakt steeds verder richting het nulpunt; ik ben echt helemaal op.

​”De laatste loodjes!” roept Rudrigo over zijn schouder. Ik blijf steeds een stukje achter lopen. Soms ga ik maar gewoon op een grote steen zitten om me naar beneden te laten zakken, of zoek ik achterwaarts houvast met mijn voeten op een uitstekend rotsrandje. Ik wil heel voorzichtig doen met mijn enkels.

​Aan het einde van de route nemen we als beloning nog een laatste duik in het koude water en rijden daarna terug naar huis. Ik ben helemaal kapot; het is lang geleden dat ik me zo moe heb gefeeld. Om 21:00 uur is het voor mij dan ook bedtijd en duik ik heerlijk mijn bed in.