Organic retreat en camino

Dag 22 (dag 2 van de camino): Comillas – Loslaten en vinden

Dit keer horen we wel bij de vroege vogels; om 06:30 uur zitten we al aan het ontbijt. We lopen Cóbreces uit en beginnen onze wandeling met een check-in bij elkaar. “How is it to be you right here, right now? What do you require and what do you desire for today?”
We delen met elkaar hoe we ons op dit moment voelen. Naast de boosheid en teleurstelling over het feit dat de magie van de Camino zo verstoord wordt doordat mensen zolang van tevoren reserveren, blijkt er bij Carmen ook nog verdriet en rouw te zitten rondom de Rainbow Gathering. Het voelde voor haar als thuis, als familie. We besluiten om dit verdriet vandaag een plekje te geven zodra de gelegenheid zich voordoet.
Nog geen twee tellen later, als we een bocht om gaan, zien we de zee vlak voor ons liggen. We overleggen kort, waarna Carmen bloemetjes begint te plukken en mooie steentjes raapt. We lopen het strand op. Aan de rechterkant ligt een klein stukje strand afgescheiden van de rest door hoge rotsen, die deze plek als een muur aan het zicht onttrekken. Het strand is toch al rustig—op een enkeling met een hond na—maar hier is echt helemaal niemand. Dit is de perfecte plek voor onze afscheidsceremonie.

Op een grote steen rangschikt Carmen liefdevol de bloemetjes, de steentjes en een schelpje. Ze vraagt mij een wierookstokje uit de rugzak te halen en dat erbij aan te steken. De wierook verspreidt een aangename, bekende geur van Palo Santo—heilig hout. Volgens inheemse Zuid-Amerikaanse tradities heeft deze geur een reinigende en helende werking.
Ik ga naast Carmen in het water staan. Ze heeft een doosje in haar handen en al zingend strooit ze de as uit van het oneindige vuur van haar laatste gathering. De tranen rollen over haar wangen. Ik huil met haar mee en ga bij mezelf te rade waar mijn eigen tranen vandaan komen. Het is het mee-voelen met mijn kind—een diepe pijn—maar er zit ook een laagje van mijn eigen verdriet onder. Carmen reikt me het doosje aan. “Wil jij ook wat strooien?” vraagt ze. Ja, dat wil ik.
Terwijl ik de as over de golven uitstrooi, huil ik om de verloren kans om de Rainbow Gathering zelf te leren kennen en te ervaren wat mijn kind zo intens blij maakte en waar ze altijd zo vol enthousiasme over vertelde. Mijn hand zit onder de as en vanuit een puur gevoel wrijf ik het over mijn wangen, mijn hals en naar beneden over mijn borstkas. Met mijn hand op mijn hart blijf ik staan huilen.
Carmen vertelt later dat het huilen op een gegeven moment ging voelen als een vlucht voor iets anders. Ze is bewust naar dat gevoel toe gegaan: een hevige pijn in haar hartstreek. Zodra ze die pijn echt toeliet, ontplofte het als het ware en maakte het plaats voor een diepe verlichting.
We kijken elkaar aan. “Zwemmen?”
We kleden ons uit en lopen de golven tegemoet. Het strand en de zee zijn helemaal voor ons alleen. Heerlijk! We gillen het af en toe uit van plezier als de golven over ons heen slaan. Nadat we een poosje van het water hebben genoten, drogen we ons af en kleden we ons weer aan. Bij de stranddouche spoelen we onze voeten schoon, we hangen de handdoeken over onze rugzakken te drogen en vervolgen onze weg.

Het pad voert ons eerst behoorlijk steil omhoog. Boven op de berg hebben we een magnifiek uitzicht over de kustlijn en op het kleine, beschutte strandje van onze afscheidsceremonie.
Voor mij was dit een heel nieuwe ervaring. We vinden het heel normaal om te rouwen om een dierbare die we verliezen, denk ik bij mezelf, maar om andere ingrijpende zaken heb ik nooit de gelegenheid genomen om echt te rouwen. Het opgeven van mijn baan destijds, de kinderloosheid, mijn ziekte… Ik heb er nooit echt om gerouwd, laat staan om kleinere gebeurtenissen. Ik wilde altijd maar door, weg van het verdriet, onder het mom van flink zijn: “Echte indianen huilen niet.” Maar was dat wel altijd goed? Ik leer nu om verdriet te omarmen en rouw te doorvoelen. En ik merk dat het me goed doet. Het lucht op, het heelt.

Wanneer we even later een dorpje binnenlopen, zien we dat ze bezig zijn om marktkraampjes op te bouwen op het pleintje bij de kerk. We gaan op een bankje zitten wachten tot de markt opent. We zien meteen dat dit de hoofdprijs voor ons is: vers fruit, verse groenten, kaas en heerlijk versgebakken brood—alles biologisch en uit de streek. We hoeven gelukkig niet lang te wachten. We kopen een rauwmelkse geitenkaas, een meergranenbrood, olijven, een komkommer, tomaat en een klein puddingbroodje voor mij als toetje.

Blij met onze buit trekken we richting Comillas. Wanneer we langs een veldje met een waterpunt komen, ziet Carmen een bankje. Ik zie het ook, maar mijn oog valt op iets beters: een échte picknicktafel! “Die is voor ons,” zeg ik. Ik spreid mijn sneldrogende handdoek als tafelkleed uit over de tafel en we beginnen aan onze heerlijke lunch. Bij de markt hadden we ook nog vier kleine, gevulde bladerdeeggebakjes gekregen, maar net als mijn puddingbroodje vinden we die eigenlijk niet zo lekker. Carmen maakt er een paar jongens blij mee die bij het waterpunt staan.
Vanaf onze lunchplek is het nog maar twee kilometer naar Comillas, een wat grotere plaats waar we hopen een slaapplek te vinden. We hebben vandaag pas 10 kilometer gelopen, maar de volgende dorpjes zijn simpelweg te klein om een reële kans te maken op een overnachting.

Aan het begin van het stadje staan borden met accommodaties. Er staat één herberg bij. Carmen belt meteen, maar helaas: vol. We besluiten het stadje in te lopen en op goed geluk te gaan zoeken. Al snel zien we een restaurantje dat ook een hostel blijkt te zijn. We vragen of er plek is. Dat is er, maar voor €115. Een mooie prijs. Maar niet voor pelgrims. Afgelopen nacht hebben we voor €38 overnacht met z’n tweeën.
We besluiten ons op te splitsen: Carmen loopt bepakt en bezakt de heuvel op richting de herberg waarvan we eigenlijk al weten dat hij vol zit. Eenmaal bij de deur blijkt deze tot 14:30 uur gesloten te zijn. Ze besluit weer naar beneden te wandelen en ziet een hoogbejaarde mevrouw met boodschappentassen. Carmen vraagt haar vriendelijk om raad en wordt doorverwezen naar beneden, waar een hostel zou moeten zijn.

Vol goede hoop gaat ze op weg, maar op de plek aangekomen blijkt er niets te zijn. Twee passerende vrouwen roepen impulsief: “Hé, een pelgrim!” Ja, inderdaad. Een pelgrim. Carmen legt uit dat ze een slaapplek zoekt en dat de herberg vol zit. De vrouwen sturen haar door naar een specifiek restaurant verderop.
Wanneer ze daar aankomt en navraag doet, kijkt de ober haar met grote ogen aan: “Ik heb geen idee!” De moed zakt Carmen even in de schoenen
Ze zet een paar stappen buiten en ziet een ander, eenvoudig restaurantje. De twee eigenaren achter de bar lijken oudere locals te zijn en ze besluit rustig in de rij aan te sluiten.
“Kan ik wat voor je doen?” vraagt de eigenares.
“Ja, ik ben op zoek naar een slaapplek voor pelgrims.”
“Heb je een minuutje? Blijf maar even staan, ik heb wel wat voor je!”
Verrast vergeet Carmen te vragen of er plek is voor twee personen en wat het kost, maar ze gaat braaf zitten wachten.

Ondertussen ben ik naar de VVV gelopen. Ze geven me daar een lijst met hotels, hostels en pensions mét weer diezelfde opmerking: “Je kunt beter van te voren reserveren”. Ik kijk op de lijst. Er blijkt maar één hostel en één herberg te zijn—en die hebben we allebei al geprobeerd. Ik besluit mijn geluk te beproeven bij een van de eensterrenpensions. Ik loop er naartoe, maar eenmaal daar blijkt er niemand aanwezig te zijn.
Als ik nog bij dat pension sta, krijg ik een appje van Carmen: “Ik heb misschien iets!” Ze stuurt me haar locatie door, die slechts honderd meter bij mij vandaan blijkt te zijn.
Ik loop naar het restaurantje en schuif bij haar aan. Het duurt even, maar dan komt het verlossende woord: ze hebben een kamer voor ons voor €60! De mevrouw van het pension is ontzettend aardig, laat ons de kamer zien en we gaan meteen akkoord. Ik ben echt superblij.

Na de grote herberg van de afgelopen nacht vindt dit luxe paardje het toch wel héél erg fijn om weer even een eigen kamer te hebben. Dat de douche en wc gedeeld zijn, deert me helemaal niets. Gewoon weer even een eigen plekje hebben en op je gemak je rugzak opnieuw kunnen organiseren voelt als een enorme rijkdom. We mogen zelfs een wasje draaien in de wasmachine!

Als we helemaal geïnstalleerd zijn, gaan we ’s avonds naar een pizzeria om lekker te eten. Ik permitteer mezelf vanavond een heerlijk glas wijn en we nemen na afloop zelfs een toetje. Onze tweede Camino-dag is een feit!

Plaats een reactie