Organic retreat en camino

Dag 32: Gijon – Afscheid, Wol en een Eigenwijze Fransman

Als ik wakker word, zie ik door het vliegengaas dat het heel bewolkt is. Toch is de temperatuur aangenaam. Ik heb slecht geslapen, vooral door ons aanstaande vertrek, maar ook door de pijn in mijn rug. Ik heb flink liggen draaien.

​Na het ontbijt op het terrasje bereiden we ons voor op het vertrek. We ruilen van rugzak: de mijne is kleiner en kan als handbagage mee, mocht Carmen terug naar huis willen met het vliegtuig. Vandaag vertrekt ze met de bus naar Portugal. Ik ga morgen met de Flixbus naar huis en neem de tent en het luchtbed mee in haar tas.

​Tegelijk met ons is onze Franse buurman, die Spaansleraar blijkt te zijn, aan het opbreken. Gisteren zette hij in een handomdraai vol trots zijn pop-up tentje op, maar nu is hij vreselijk aan het struggelen om hem weer in elkaar te klappen. Puffend en kreunend blijft hij het ding op allerlei manieren verdraaien, totdat hij wanhopig op de grond gaat zitten om een YouTube-filmpje te bekijken. En ja hoor: vol bravoure houdt hij het opgevouwen tentje in de lucht. We zijn blij voor hem! Maar zodra hij het in de hoes wil doen, springt de tent weer uit elkaar. Wanhopig begint hij de procedure opnieuw. Ik zie trouwens zelf ook niet hoe ik dat voor elkaar zou moeten krijgen; vroeger hadden we zo’n tentje voor de kinderen en dat was altijd gedoe. Als we weglopen, is hij nog steeds in de weer met z’n tentje.

​We vertrekken om 12:30 uur lopend vanaf de camping. Op weg naar het busstation wil ik nog langs een copyshop om mijn ticket voor de zekerheid te printen. Daarna drinken we nog iets met een heerlijke cake erbij in een cafeetje. Onderweg doen we nog een laatste cirkel. Ik ben verdrietig dat ik afscheid moet nemen van Carmen. “Het is maar voor kort,” zegt ze. Ja, ik weet het, en toch… Voordat ze de bus instapt, geven we elkaar een lange, innige knuffel. En dan gaat ze. De ramen zijn te donker, dus ik kan niet zien waar ze zit. Ik zwaai naar de vertrekkende bus en voel me ontzettend eenzaam en verdrietig.

​Ik loop naar een park, ga op een bankje zitten en huil. Ik wil Danilo bellen, maar die is aan het werk. Gelukkig spreek ik Alicia even, dat is fijn. Daarna ga ik lopen, gewoon organisch — dat wil zeggen: zonder plan. Straks wil ik naar een wolwinkel die ik op internet heb gevonden, maar die gaat pas om 17:15 uur open, na de siësta. Tijdens mijn wandeling laat ik me leiden door mooie oude gebouwen waar ik foto’s van maak. Elke keer als ik een straatje zie met weer een prachtig pand, loop ik er naartoe. Na een poosje kijk ik of ik niet te ver van de winkel ben afgedwaald. En raad eens? Ik zit er nog geen honderd meter vandaan!

​Ik drink nog een 0.0 biertje in een cafeetje en krijg er een zakje chips bij. Lekker. Ineens bedenk ik me dat Google Maps niet altijd betrouwbaar is met openingstijden, dus ik loop voor de zekerheid alvast langs de winkel. Hij is inderdaad nog dicht; op het bordje op de deur staat 17:15 uur. In de etalage ligt allemaal wol en ik verheug me er nu al op om daar straks rond te snuffelen. Ik ga nog even in een parkje zitten, denkend aan de heerlijke tijd die ik heb gehad zowel in Portugal als hier in Spanje met Carmen.

​De winkel blijkt een waar wolparadijs! De verkoopster spreekt helaas geen Engels en er staat een bordje dat je niet aan de wol mag zitten, maar ik wil het toch voelen voor ik het koop. Ze vraagt of ik katoen wil of een mix, en laat me mooie wol zien in een mand. Ik kies drie prachtige kleuren uit. Nu nog een haaknaald en ik ben helemaal in mijn sas. Want nu heb ik iets te doen op mijn lange reis terug in de Flixbus. Daarna loop ik naar de Lidl om alvast wat te eten te kopen voor de reis van morgen.

​Tijdens het lopen belt Danilo en spreken we af voor zaterdag. Fijn om hem even gesproken te hebben; inmiddels ben ik ook wel over mijn ergste verdriet heen. Bij de Lidl verkopen ze cidre in blikjes. Ik wilde dat al die tijd al proberen omdat ik het hier zo veel mensen zie drinken, maar in de horeca krijg je altijd meteen zo’n grote fles.

​Het is nog een halfuur lopen naar de camping. Daar eet ik de overgebleven paprika, komkommer en artisjokharten op. Ik drink mijn cidre op het isolatiematje naast mijn tent in het zonnetje, dat in de loop van de dag toch nog is komen opdagen. Als ik naar het sanitairgebouw loop, kom ik onze Fransman weer tegen. Ik ben verbaasd: “Hé, jij nog steeds hier?” Hij vertelt een wazig verhaal dat ik niet helemaal kan volgen. Zijn tas heeft hij bij de receptie mogen achterlaten, maar hij heeft nog steeds niet echt een plan. Hij wil naar een camping in Llanes, maar vindt die te duur, heeft het dan weer over een andere camping die te vroeg gaat sluiten. Dat gaat hij niet redden. En ik denk bij mezelf: ja, maar was dan vanochtend gewoon vertrokken! Ik snap er geen hout van. We zeggen doei nadat we namen hebben uitgewisseld, maar even later ziet hij mij op mijn matje zitten en komt hij naar me toe. Volgens hem is er brand in de bergen aan de overkant van het water, en ik zie de rook nu ook. We praten nog wat en nemen definitief afscheid.

​Ondertussen begint het kouder te worden en trekken er donkere wolken aan. Ik ga douchen en kruip mijn bed in. Ik heb het weerbericht gecheckt en er wordt vanaf vroeg in de ochtend regen voorspeld. Ik hoop maar dat de bewolking overtrekt en dat ik morgen mijn tentje niet in de stromende regen hoef af te breken. Maar goed, dat zien we morgen wel weer.

Plaats een reactie