Organic retreat en camino

Dag 33 en 34: Van Gijon naar Doetinchem – Bussen, ontmoetingen en een zware backpack

​Ik word een paar keer wakker en check het weer. Er wordt nog steeds regen voorspeld en als ik ’s morgens wakker word, regent het inderdaad. Het ziet er niet goed uit. Dan een appje van Carmen: ze heeft haar sombrero in de bus laten liggen. Ik ben er oprecht verdrietig om. Ze was er zo blij mee en heeft hem de hele camino gedragen.

​Ik doe mijn ochtendtoilet en laad stiekem mijn mobiel toch illegaal op in het wc-gebouw. Ik begin vast met opruimen. Het luchtbed laat ik leeglopen en vouw ik op. Dan maak ik de binnentent los, laat hem zakken en hevel alle spullen over naar de platte tent. Inmiddels is het gelukkig gestopt met regenen, maar de tent en het gras zijn nog drijfnat. Ik leg mijn rugzak op een vuilniszak, neem de tent met een doek af en vouw alles op. Alles past in de backpack, maar hij is nu zo zwaar dat ik hem maar met moeite op mijn rug krijg.

​Gelukkig hoef ik maar tien minuten te lopen naar de bus richting het busstation. Daar koop ik een ticket naar Oviedo. De bus vertrekt al tien minuten later en de rit duurt een halfuur. Ik ben al op de juiste plek voor de Flixbus en dat is fijn, maar ik heb nog een paar uur te overbruggen. Ik steek de straat over om uitgebreid te ontbijten in een cafeetje aan de overkant. Het is inmiddels weer gaan regenen. Ik zoek een plekje bij het raam in de hoek en bestel thee met toast, boter en jam. Ik lees wat en kijk naar de mensen die door de straat lopen. Iets later bestel ik nog een toast met kaas en een café con leche. Tot slot neem ik nog een alcoholvrij biertje, waar ik wat olijven en een stukje brood met kaas bij krijg.

​Als ik terug naar het station loop, ben ik nog steeds te vroeg. Ik ga op een bankje zitten lezen en neem nog een maaltijd — patat met gebakken ei — voordat ik naar het perron ga. De bus staat er al: richting Parijs, nummer 783. Dat klopt. Mooi. Ik loop naar de chauffeur, maar die zegt dat ik een andere bus moet hebben. Ik aarzel. Ik had het toevallig nog met Carmen erover dat buschauffeurs niet altijd van wanten weten en ik heb zelf ook al meegemaakt dat een chauffeur me naar de verkeerde bus wees. Dit voelt niet goed. Dit is wél de bus naar Parijs Bercy, hij heeft het juiste nummer, staat er op de juiste tijd én op het juiste perron.

​Ik loop nog eens naar de chauffeur, die inmiddels om de bus heen is gelopen. Buschauffeurs zijn niet altijd even aardig, dus ik riskeer misschien een uitbrander, maar dat maakt me niet uit: ik wil zekerheid. Ik toon mijn ticket op mijn telefoon en wijs hem op Parijs Bercy en het nummer. Hij knikt. “Ja, maar je moet toch de volgende bus nemen. Dit is B.” Ik loop terug naar de voorkant van de bus en zie dat er achter het nummer inderdaad met de hand een B is geschreven. Oké, op hoop van zegen dan maar.

​Ik blijf maar weer wachten. Taferelen van dat de bus wegrijdt, ik op het perron sta en er geen andere bus komt, passeren de revue in mijn hoofd. De bus rijdt nog niet weg als er een tweede bus aankomt met exact hetzelfde nummer, ook naar Parijs. Gelukkig! Ik laat mijn ticket scannen, doe mijn bagage in de bagageruimte en stap in. Op de plek naast mij zit al iemand: een lange blonde man met een witte pet, iets jonger dan ik.

​De bus gaat rijden en Danilo belt me. Hij heeft promotie gemaakt! Wat ben ik blij voor hem. We praten even en als ik ophang, zegt mijn buurman: “Hé, een Nederlandse buurvrouw!” Ik ben net zo blij verrast als hij. We zijn voor zover ik weet de enige Nederlanders in de bus. Mijn buurman — Andy — blijkt een fijne reisgenoot te zijn. Ook hij moet naar Parijs om daar over te stappen. We praten wat, dommelen af en toe en ik lees wat. We liggen op een aantal vlakken niet echt op één lijn, merk ik, maar desondanks hebben we een hele leuke klik. Hij woont in Spanje tegen de Portugese grens, heeft een Spaanse vrouw en twee jonge kinderen. Hij is nu op weg naar Nederland om 2,5 maand als schilder te werken. Hoewel hij een aangename buurman is, ruik ik direct al dat hij gerookt en gedronken heeft. Ook onderweg opent hij nog twee keer een blikje bier, maar hij schijnt het te kunnen hebben.

​Het lukt me uiteindelijk aardig om te slapen, al word ik regelmatig wakker en doet alles pijn van het lange zitten. Maar omdat Andy zulke lange benen heeft, strekt hij ze soms uit in het gangpad, waardoor ik ook wat meer ruimte krijg. Als de dag aanbreekt, dommel ik nog vaak in.

​Om 08:24 uur komen we aan in Parijs. Ik hoorde van Carmen al dat het een rotstation is en Andy bevestigt dat. Het is een chaos en je moet goed opletten waar je heen moet; soms wordt het perron pas op het allerlaatste moment bekendgemaakt. Andy heeft een andere aansluiting en meer tijd. Hij biedt aan om me te helpen de weg te vinden én op me te letten, want er is veel criminaliteit op het station. Wat fijn; ik hoef dit stuk dus niet alleen te doen.

​Bij het station zet hij me voor een informatiescherm. Ik moet daar blijven staan tot hij terug is en in de gaten houden wanneer mijn perron bekend wordt gemaakt, terwijl hij naar de supermarkt gaat. Binnen 20 minuten voor vertrek verschijnt perron 15 op het scherm. Andy is er nog niet. Ik wacht nog heel even en loop dan toch maar vast naar het perron, want je moet er minimaal 15 minuten van tevoren zijn.

​De buschauffeur scant mijn QR-code. “Nijmegen,” zeg ik. “Eindelijk iemand die Nederlands spreekt,” antwoordt hij. Ik denk precies hetzelfde! Ik leg mijn rugzak (of eigenlijk die van Carmen) in de bagageruimte en kijk nog even om me heen of ik Andy’s witte petje zie. En ja hoor, daar staat hij voor de bus, met zijn ogen naar mij te zoeken. Ik loop zwaaiend naar hem toe. Ik geef hem een knuffel, hij geeft me een kus op mijn wang en we wensen elkaar een goede reis.

​Dan stap ik in. Naast mij zit een Fransman. Hij is klein en slank, maar zit wijdbeens, waardoor ik niet heel veel ruimte heb — wat een verschil met mijn vorige buurman! Gelukkig slaap ik nog steeds veel. Mijn verkoudheid zet door en mijn voeten zwellen steeds meer op. Zo’n lange busreis begint nu echt een uitdaging te worden.

​Zodra we de Belgische grens over zijn, hebben we een stop van 30 minuten. Fijn, even de benen strekken. Ik ga naar de wc. Hier moet je ervoor betalen — in Spanje, Portugal en Frankrijk was dat gratis — maar mijn hemel, wat een heerlijk schone wc. Ik heb het geld er graag voor over. Ik koop een baguette met mozzarella en tomaat, een flesje sinaasappelsap en smikkel mijn broodje buiten in de zon op.

​We vervolgen onze weg. Mijn buurman stapt uit in Brussel. Mijn sandalen gaan uit en ik ga even heerlijk dwars op de bank zitten met mijn voeten omhoog. Nu duurt het niet lang meer; de langste reis zit erop. Wat lezen, wat dommelen, tot we uiteindelijk in Nijmegen aankomen na een totale reistijd van 25 uur.

​Ik pak mijn veel te zware vracht uit de bagageruimte. De buschauffeur woont in Nijmegen en zijn werkdag zit erop. “Daar is het station,” wijst hij. “Ja, dat weet ik,” zeg ik. Ik wens hem een fijn weekend en sleep de tas naar een muurtje. Ik heb bijna geen kracht meer om hem zonder verhoging op mijn rug te krijgen. Ik voel me ziek en moe. Ik ga voor de rugzak op het muurtje zitten, steek mijn rechterarm door de lus zodat de tas op mijn schouder rust, sta op en steek mijn linkerarm erdoor. Een paar keer huppelen tot hij goed zit en dan de gespen dicht.

​Ik loop het station in en ga naar de wc zonder de rugzak af te doen. Ik mis de eerstvolgende trein, maar twintig minuten later gaat de volgende. De trein is vol en ik moet tot Arnhem staan. Daar kan ik direct overstappen op de trein naar Doetinchem. Hier kan ik gelukkig wél zitten en mijn rugzak even afdoen. Ik eet de rest van mijn volkorenstengels met hummus op die ik bij de Lidl in Gijón had gekocht, en geniet ervan om weer in Nederland te zijn.

​Een klein kwartiertje lopen en ik ben thuis. Nadat ik de tas heb uitgepakt en de tent te drogen heb gehangen, inspecteer ik de tuin. Het irrigatiesysteem heeft uitstekend werk gedaan! Ik zal de komende dagen weer genoeg te doen hebben.

​Ik bestel een pizza en ga douchen.

​Om negen uur lig ik al in bed. Heerlijk, mijn eigen bedje. Verdrietig dat mijn avontuurlijke, spannende, leerzame en heerlijke reis voorbij is, maar ook dankbaar voor wat ik hier heb en kapot van de lange busreis val ik in slaap.

Organic retreat en camino

Dag 32: Gijon – Afscheid, Wol en een Eigenwijze Fransman

Als ik wakker word, zie ik door het vliegengaas dat het heel bewolkt is. Toch is de temperatuur aangenaam. Ik heb slecht geslapen, vooral door ons aanstaande vertrek, maar ook door de pijn in mijn rug. Ik heb flink liggen draaien.

​Na het ontbijt op het terrasje bereiden we ons voor op het vertrek. We ruilen van rugzak: de mijne is kleiner en kan als handbagage mee, mocht Carmen terug naar huis willen met het vliegtuig. Vandaag vertrekt ze met de bus naar Portugal. Ik ga morgen met de Flixbus naar huis en neem de tent en het luchtbed mee in haar tas.

​Tegelijk met ons is onze Franse buurman, die Spaansleraar blijkt te zijn, aan het opbreken. Gisteren zette hij in een handomdraai vol trots zijn pop-up tentje op, maar nu is hij vreselijk aan het struggelen om hem weer in elkaar te klappen. Puffend en kreunend blijft hij het ding op allerlei manieren verdraaien, totdat hij wanhopig op de grond gaat zitten om een YouTube-filmpje te bekijken. En ja hoor: vol bravoure houdt hij het opgevouwen tentje in de lucht. We zijn blij voor hem! Maar zodra hij het in de hoes wil doen, springt de tent weer uit elkaar. Wanhopig begint hij de procedure opnieuw. Ik zie trouwens zelf ook niet hoe ik dat voor elkaar zou moeten krijgen; vroeger hadden we zo’n tentje voor de kinderen en dat was altijd gedoe. Als we weglopen, is hij nog steeds in de weer met z’n tentje.

​We vertrekken om 12:30 uur lopend vanaf de camping. Op weg naar het busstation wil ik nog langs een copyshop om mijn ticket voor de zekerheid te printen. Daarna drinken we nog iets met een heerlijke cake erbij in een cafeetje. Onderweg doen we nog een laatste cirkel. Ik ben verdrietig dat ik afscheid moet nemen van Carmen. “Het is maar voor kort,” zegt ze. Ja, ik weet het, en toch… Voordat ze de bus instapt, geven we elkaar een lange, innige knuffel. En dan gaat ze. De ramen zijn te donker, dus ik kan niet zien waar ze zit. Ik zwaai naar de vertrekkende bus en voel me ontzettend eenzaam en verdrietig.

​Ik loop naar een park, ga op een bankje zitten en huil. Ik wil Danilo bellen, maar die is aan het werk. Gelukkig spreek ik Alicia even, dat is fijn. Daarna ga ik lopen, gewoon organisch — dat wil zeggen: zonder plan. Straks wil ik naar een wolwinkel die ik op internet heb gevonden, maar die gaat pas om 17:15 uur open, na de siësta. Tijdens mijn wandeling laat ik me leiden door mooie oude gebouwen waar ik foto’s van maak. Elke keer als ik een straatje zie met weer een prachtig pand, loop ik er naartoe. Na een poosje kijk ik of ik niet te ver van de winkel ben afgedwaald. En raad eens? Ik zit er nog geen honderd meter vandaan!

​Ik drink nog een 0.0 biertje in een cafeetje en krijg er een zakje chips bij. Lekker. Ineens bedenk ik me dat Google Maps niet altijd betrouwbaar is met openingstijden, dus ik loop voor de zekerheid alvast langs de winkel. Hij is inderdaad nog dicht; op het bordje op de deur staat 17:15 uur. In de etalage ligt allemaal wol en ik verheug me er nu al op om daar straks rond te snuffelen. Ik ga nog even in een parkje zitten, denkend aan de heerlijke tijd die ik heb gehad zowel in Portugal als hier in Spanje met Carmen.

​De winkel blijkt een waar wolparadijs! De verkoopster spreekt helaas geen Engels en er staat een bordje dat je niet aan de wol mag zitten, maar ik wil het toch voelen voor ik het koop. Ze vraagt of ik katoen wil of een mix, en laat me mooie wol zien in een mand. Ik kies drie prachtige kleuren uit. Nu nog een haaknaald en ik ben helemaal in mijn sas. Want nu heb ik iets te doen op mijn lange reis terug in de Flixbus. Daarna loop ik naar de Lidl om alvast wat te eten te kopen voor de reis van morgen.

​Tijdens het lopen belt Danilo en spreken we af voor zaterdag. Fijn om hem even gesproken te hebben; inmiddels ben ik ook wel over mijn ergste verdriet heen. Bij de Lidl verkopen ze cidre in blikjes. Ik wilde dat al die tijd al proberen omdat ik het hier zo veel mensen zie drinken, maar in de horeca krijg je altijd meteen zo’n grote fles.

​Het is nog een halfuur lopen naar de camping. Daar eet ik de overgebleven paprika, komkommer en artisjokharten op. Ik drink mijn cidre op het isolatiematje naast mijn tent in het zonnetje, dat in de loop van de dag toch nog is komen opdagen. Als ik naar het sanitairgebouw loop, kom ik onze Fransman weer tegen. Ik ben verbaasd: “Hé, jij nog steeds hier?” Hij vertelt een wazig verhaal dat ik niet helemaal kan volgen. Zijn tas heeft hij bij de receptie mogen achterlaten, maar hij heeft nog steeds niet echt een plan. Hij wil naar een camping in Llanes, maar vindt die te duur, heeft het dan weer over een andere camping die te vroeg gaat sluiten. Dat gaat hij niet redden. En ik denk bij mezelf: ja, maar was dan vanochtend gewoon vertrokken! Ik snap er geen hout van. We zeggen doei nadat we namen hebben uitgewisseld, maar even later ziet hij mij op mijn matje zitten en komt hij naar me toe. Volgens hem is er brand in de bergen aan de overkant van het water, en ik zie de rook nu ook. We praten nog wat en nemen definitief afscheid.

​Ondertussen begint het kouder te worden en trekken er donkere wolken aan. Ik ga douchen en kruip mijn bed in. Ik heb het weerbericht gecheckt en er wordt vanaf vroeg in de ochtend regen voorspeld. Ik hoop maar dat de bewolking overtrekt en dat ik morgen mijn tentje niet in de stromende regen hoef af te breken. Maar goed, dat zien we morgen wel weer.

Organic retreat en Camino

Dag 31: Gijon – Wanneer het avontuur verandert in een wachtkamer

Om 7 uur word ik wakker omdat Carmen naar de wc gaat. Als ze terug is, kruip ik het tentje uit om ook te plassen. Daarna slapen we door tot 9 uur, wanneer we wakker worden van de warmte in de tent. Buiten is het gelukkig heerlijk. Omdat er niemand in de buurt is, kleed ik me buiten snel om en ga ik tandenpoetsen. Carmen gaat alvast croissantjes, koffie en thee bestellen. Ik neem het broodbeleg mee dat we gisteren hebben gekocht.

​Ik voel me vandaag een stuk opgewekter. Wel heb ik nog steeds wat last van mijn rug en zijn mijn enkels iets gezwollen, maar daar heb ik weinig last van. Ik kan nu echt genieten van het uitzicht, het weer en ons eigen plekje. Het terrasje is op nog geen 10 meter afstand van onze tent, dus daar kan ik fijn op een stoel zitten. We merken beiden dat deze rustdagen eigenlijk noodzakelijk voor ons zijn. We hadden niet door hoe moe we waren en hoeveel we van ons lichaam hebben gevraagd. Carmen vertrekt morgen en ik overmorgen.

​Tijdens het ontbijt vertelt Carmen dat ze toch afziet van de wandeltocht in Portugal, vanwege vermoeidheid in haar pezen. Ik kan er niets aan doen, maar ik voel me opgelucht.

​Na het ontbijt merken we dat we nog steeds erg moe zijn, en inmiddels komt er bij ons beiden ook een verkoudheid opzetten. We halen ons luchtbed uit de tent en leggen het ernaast om nog even te rusten. Dan begint de zon weer te branden. We maken de zijkant van ons tentje los en spannen die als een soort luifel af.

​Plotseling ontdekt Carmen een teek aan de binnenkant van mijn arm. Het lukt niet om hem met de pincet te verwijderen; het kopje blijft erin steken. Het wordt een heel gepriegel met een naald, maar uiteindelijk lukt het gelukkig.

’s Middags drinken we een 0.0 op het terrasje en eten we yoghurt met chiazaad en artisjokharten. Carmen loopt weg met haar mobiel aan haar oor. Ze blijft lang weg en ik zit een hele poos te wachten zonder dat ik iets te doen heb. Ik heb geen brei- of haakwerk. Op mijn telefoon wil ik nu ook niet, want om hem op te laden moet je hem bij de receptie afgeven en betalen, dus ik wil stroom sparen.

​Achter me aan een tafeltje zit weer een groepje te kletsen en een spelletje te spelen. Bij de tent heb ik geen stoel, dus dan zou ik op ons luchtbed moeten gaan liggen — midden in de zon. Ik weet even niet wat ik moet doen. Ik probeer gewoon te ‘zijn’, niets te doen en niets te denken. Maar het lawaai en het harde gepraat in een taal die ik niet versta, triggeren me. Ik voel me onprettig en wil weg. Toch ga ik maar op het luchtbed in de zon liggen, met een doek over me heen om niet te verbranden.

​Gelukkig is Carmen op een gegeven moment klaar en gaan we naar het strand dicht bij de camping. Het is niet echt een zandstrand, maar meer een verzameling rotsformaties waar mensen op verschillende plateautjes zitten. We vinden een plekje waar ik op een grote, platte steen lekker kan gaan zitten. Ik heb geen zin om te zwemmen. Terwijl Carmen van het water geniet, kijk ik uit over de zee.

​Na het zwemmen maken we een soepje met linzen en quinoa. Het smaakt best goed. Het is inmiddels gezellig druk geworden op de camping; er zijn veel tentjes bijgekomen.

​Na het douchen duiken we vroeg ons bedje in. Het is warm. Carmen kruipt nog een keer de tent uit om de achterkant omhoog te rollen, zodat de wind een beetje door ons tentje heen kan waaien. We doen onze oordopjes in en onze ogen dicht.

Organic retreat en camino

Dag 30: Gijon – Tussen bezorgdheid en vertrouwen

Ik ben weer vroeg wakker. Ik lig veel te draaien door de pijn in mijn benen en rug. Als ik opsta, kan ik me nauwelijks bukken om mijn gezicht bij de wastafel te wassen; zelfs stretchen geeft weinig verlichting.

​Ik ga op verkenning uit. Net buiten de camping voert een stenen trapje naar een klein, rotsachtig strandje. Daarna ga ik op het terras zitten schrijven tot Carmen wakker is. Gelukkig is ze door mijn gedraai niet wakker geworden en heeft ze wel goed geslapen. Het terras gaat om negen uur open. We besluiten binnen bij de bar aan een tafeltje te gaan ontbijten. Je kunt er croissantjes en bladerdeegbroodjes met pudding kopen — beleg is er niet. We nemen ieder zo’n bladerdeegbroodje; Carmen neemt er decafé bij en ik thee.

​Na het ontbijt gaat Carmen nog even liggen. Ik ga buiten verder schrijven aan mijn blog met een café con leche erbij. Het is hier heerlijk zitten met uitzicht over de zee en op Gijón. Tegenover ons in de verte ligt de haven voor vrachtschepen. Het is bewolkt, maar qua temperatuur erg aangenaam.

​Om 12 uur ’s middags gaat Carmen online cirkelen met Rudrigo en Leigh. Ze is van plan om morgen of overmorgen naar Portugal te reizen. Rond vier uur lopen we naar de stad, een flinke wandeling. We nemen mijn rugzak mee om boodschappen te halen. Hoewel we vandaag niet veel hebben gedaan, zijn we nog steeds ontzettend moe en kapot.

​Onderweg vertelt Carmen dat ze misschien morgenochtend vroeg al vertrekt. Ze wil dan met de ALSA-bus naar Coimbra en vanaf daar naar Dornes lopen: een tocht van drie dagen waarbij ze in een hangmat overnacht. Leigh heeft aangeboden om haar op te halen als ze niet meer kan of wil verder lopen.

​Tijdens het lange eind over de boulevard start ik de cirkel. In de cirkel vertel ik eerlijk wat er in mij omgaat. Ik voel me moe en niet in mijn hum. Het eeuwige geklets van de mensen om me heen op de camping triggert me enorm; ze zijn erg vriendelijk, maar ze zijn geen seconde stil, praten hard en in mijn oren agressief. Ik wou dat ik een bus eerder had geboekt, zoals ik al eerder van plan was. Ik wil naar huis.

​Bij het idee dat Carmen van Coimbra naar Dornes gaat lopen en in een hangmat overnacht, komt er een grote bezorgdheid in mij op. Na mijn “Aho” deelt Carmen dat mijn weerstand bij haar ook in eerste instantie weerstand opriep en een reactie van “daar gaat ze weer”, maar binnen een seconde besluit ze voor zachtheid en empathie naar mij toe te kiezen. Ik weet dat mijn ongerustheid haar er nooit van zou weerhouden om te gaan, en maar goed ook. Mijn ongerustheid is mijn eigen draak waar ik mee moet dealen.

​Al is die vergelijking van een uitdaging met een draak die gedood moet worden weer een heel mannelijke manier om naar angsten te kijken. Tijdens deze reis leer ik juist dat het geen strijd hoeft te zijn, maar dat er zachtheid en vertrouwen mag zijn. En toch… die ongerustheid grijpt me naar de keel.

​Inmiddels zijn we in de stad aangekomen. We hebben trek en Carmen heeft op internet een goede kebabzaak gevonden. Hoewel het al zeven uur is, is er nog helemaal niemand. Carmen neemt een kebabschotel met kip en ik een falafelschotel. Daarna voel ik me al snel wat beter. Het was dus niet alleen de vermoeidheid, maar ook een gebrek aan brandstof dat me zo leeg zoog.

​Ik ben nog steeds op zoek naar een winkel waar ze wol verkopen. We komen langs een Chinese winkel volgestampt met spullen, een soort so low. En ja hoor: heel veel wol! Helaas zijn de haaknaalden die ze hebben óf veel te dik óf veel te dun. Ik wil eerst verder zoeken naar een passende haaknaald voordat ik hier eventueel terugkom voor de wol.

​Vervolgens doen we boodschappen bij de Lidl: twee pakken bouillon, blikken champignons, een groot glas linzen, vier potten artisjokkenharten, kefir, fruit en een fles van anderhalve liter water, want het water uit de kraan vind ik niet te drinken.

​De rugzak is nu loeizwaar. Carmen sleept hem het eerste stuk, daarna neem ik het over, en het laatste eind draagt Carmen hem weer. Helemaal kapot komen we aan op de camping. Ik ben zo dankbaar dat we gewoon ons bed in kunnen duiken. Eén ding weet ik zeker: ik slaap vannacht als een roos.

Organic retreat en camino

Dag 29 (Camino dag 9): Gijon – De magie van reizen vanuit consent: De Camino als organic retreat

OIk ben als eerste wakker om 5:45. Ik ga naar de wc en duik daarna weer mijn bed in. Ik ben niet meer moe, maar wil niet iedereen wakker maken. Als om 6 uur bij iemand de wekker afgaat, besluit ik om toch op te staan en mijn ochtendtoilet te doen. Al snel is iedereen op en ontstaat er een gezellige drukte in de keuken, waar Carmen nog ligt te slapen. Mensen toasten brood en zetten koffie. Ik maak Carmen wakker en nadat we ontbeten en ingepakt hebben, gaan we op weg.

​Al snel begint het te regenen. Niet hard, maar toch genoeg om onze rugzakken te willen beschermen. Ik heb geen hoes voor mijn backpack en span een opengeknipte vuilniszak over mijn tas. Naarmate het harder begint te regenen, moeten we ook onszelf beschermen om niet te nat te worden. We hebben geen regenkleding. Carmen slaat isolatiefolie om zich heen en ik maak een gat in het midden van mijn vuilniszak waar ik mijn hoofd doorheen kan steken. Nu heb ik een poncho die zowel mijzelf als mijn rugzak beschermt. Het is niet koud, dus dat scheelt, maar de paden worden wel glibberig en het is uitkijken geblazen. Mijn voeten worden nat, want ik draag alleen sandalen — wel wandelsandalen met een goed profiel. Carmen pakt twee dikke takken van de grond en prepareert ze met haar scherpe mes tot wandelstokken voor mij. Ik ben er erg blij mee. Als de regen later stopt, zal ik er één achterlaten en met de andere verdergaan ter ondersteuning van mijn linkerbeen, dat me nog steeds wat last bezorgt. Maar vandaag, en zeker met de stokken, gaat het goed. Ook Carmen heeft niet veel last meer van haar enkels.

​We denken het vandaag gemakkelijk tot Villaviciosa te kunnen redden, een goede 21 kilometer. Na een goede nachtrust verwachten we morgen ook de laatste etappe van 30 kilometer naar Gijón te kunnen lopen. Het ontbijt was echter karig, dus als we in Colunga aankomen, duiken we een café in voor een uitgebreid ontbijt. Carmen slaat alvast wat telefoonnummers op van herbergen die ze tijdens het wandelen kan bellen. Daarna lopen we nog even langs de supermarkt. Om kwart voor twaalf lunchen we in een bushokje: fruit en yoghurt met chiazaad.

​Zowel gisteren als vandaag gaan onze gesprekken veel over Nonviolent Communication, een communicatievorm ontwikkeld door Marshall Rosenberg. Geweldloze communicatie is gericht op het verbinden met de ander door eerlijk te uiten wat je voelt en nodig hebt, zonder te oordelen. Door empathisch naar de behoeften van de ander te luisteren, los je conflicten op op een manier die voor beiden werkt. Carmen oefent hier al langer mee dan ik. Tijdens het lopen reflecteren we hierop in onze eigen communicatie en bespreken we hoe ik deze methode in de klas zou kunnen hanteren. Ik neem me voor om me hier nog wat meer in te verdiepen door de podcast van Rosenberg weer op te pakken.

​Het vinden van een slaapplek wil nog niet vlotten. Bij een kerkje komen we een paar Poolse meisjes tegen. Eén van hen vraagt of we iets in haar dagboek willen schrijven. Ze lopen de Camino met een groep van 26 jongeren, verdeeld in kleine clubjes. ’s Avonds ontmoeten ze elkaar weer in een herberg. Ik realiseer me dat door zo’n grote groep zelfs een grotere herberg snel vol zit. Soms vinden ze geen slaapplek en overnachten ze onder de open hemel. Ik vraag het meisje of ze een foto van ons wil maken en daarna trekken we weer verder.

​Carmen blijft ‘nee’ te horen krijgen aan de telefoon. We realiseren ons dat er waarschijnlijk weer een alternatief plan moet komen. Terwijl we door de prachtige omgeving wandelen, sparren we hierover. Het weer is onbetrouwbaar, dus we moeten eigenlijk wel onder een dak slapen. Vroeg opstaan en een goede nachtrust zijn essentieel, zeker als we morgen die lange etappe willen lopen. Wéér bij een kerkje slapen zorgt daar niet voor door de harde ondergrond, en ik heb er ook niet heel veel zin meer in.

​Carmen stelt voor dat ik in een duurder hostel ga slapen — als er al plek is — en dat zij ergens in een hangmat overnacht. Ik denk na. Nee, dat wil ik niet. Ik stel voor om samen naar een duurder hostel te gaan; ik wil best betalen, en als we de volgende dag die lange etappe lopen, sparen we weer een overnachting uit. Maar dat wil zij liever niet. Het gaat haar niet om het geld, maar om het principe. We komen er niet uit. Ik zie de bui al hangen dat we straks in Gijón tegen dezelfde problemen aanlopen.

​Een afspraak op onze gezamenlijke Camino is dat alles in consent moet gebeuren: beide partijen moeten een volmondige ‘ja’ voelen en blij worden van de oplossing. Een compromis of water bij de wijn doen is geen consent. Dus we zitten vast.

​Carmen vraagt om te ‘cirkelen’. Zodra de cirkel is begonnen, komt ze meteen met een nieuw idee: met de bus naar Gijón, bij de Decathlon een tent en luchtbed kopen en een camping zoeken. Ik meen aan haar stem te horen dat ze denkt dat ik dit niks zal vinden, maar in de cirkel is het de bedoeling dat ik haar laat uitpraten. Ze stelt zichzelf de vraag of dit opgeven is. Vanuit welke energie we willen reizen. Ze vraagt zich af of het vanuit zachtheid mag gebeuren, en de reis als een voortzetting van de organic retreat mag voelen. Na haar “Aho” — het teken dat ze klaar is met spreken — deel ik hoe blij dit idee mij maakt. Ik zou morgen best door willen lopen naar Gijón, onze eindbestemming, maar ik ben ook wel klaar met het constante zoeken naar een slaapplaats. Voor mij voelt het niet als opgeven; ik heb dit nooit gezien als een prestatie die volbracht moet worden, maar als ervaren en beleven. Ik voel een duidelijke ‘ja’ bij haar idee. We praten nog even door en er blijkt volledige consent te zijn. Bij dit plan voelen we ons beiden prettig.

​Rond 15:15 komen we bij een huis met een prachtige tuin die volledig is ingericht als rustplek voor pelgrims. Er zijn verschillende zitjes buiten en een overkapping met een klein keukentje, een kraan, magnetron, een grote picknickbank en een automaat met snacks en koud drinken. Ze hebben zelfs 0.0-biertjes. Heerlijk. We proosten op ons plan.

​Er ligt ook een stempel. We zetten hem in ons paspoort. Op de een of andere manier voelt dit als een bevestiging van ons besluit. Als we onze Camino nu eindigen, hebben we toch onze laatste stempel van vandaag gekregen. Ik vind dat bijzonder; deze plek en die ene keer bij het kerkje waren de enige keren onderweg dat je zelf een stempel kon zetten.

​Onder het genot van ons biertje nemen we de details door. Allereerst moet er plek zijn op een camping in Gijón. Dat er een Decathlon is, weten we — zelfs twee: eentje buiten de stad en eentje in het centrum. Ik zoek ondertussen op mijn telefoon naar goedkope tentjes en luchtbedden (€ 25 en € 20). Er blijkt ook een bus van Villaviciosa naar Gijón te gaan. Carmen belt een camping. Bingo! Er is plek, zelfs voor vier nachten. Alles bij elkaar komen we uit op zo’n € 150, maar het geeft vooral de zekerheid van een slaapplek.

​We gaan weer op stap voor de laatste drie kilometer. Als we in Villaviciosa aankomen, rekenen we snel de tijd uit. Op de camping kunnen we tot 21:00 uur inchecken. Decathlon gaat om 20:00 uur dicht. De bus doet er drie kwartier over en vertrekt om 18:00 uur. We hebben een half uur nodig om naar de bushalte te lopen en het is nu 17:15. Dus om dit masterplan te laten werken, hebben we precies 15 minuten speling. En wat blijkt… niks wordt ons in de weg gelegd. Ons plan slaagt cum laude! We realiseren ons dat het te krap zou zijn geweest als we een kwartier later van de picknickplek waren vertrokken of als we een kwartier langer nodig hadden gehad voor ons consent.

​Tijdens het lopen naar de bushalte reflecteren we op onze Camino en hoe we die hebben ervaren. Door onze gesprekken, het organisch laten verlopen van onze reis en van moment tot moment te voelen wat onze behoefte is. Door de cadeautjes te pakken die deze Camino ons geeft op het moment dat ze ze ons geeft: zwemmen in de zee of in de rivier, pootjebaden in de beek, bijkomen op een picknickbankje en tranen laten. En door niet vooruit te boeken terwijl we niet weten wat ons lichaam aan kan en wat we tegenkomen.

​We zijn voor 18:00 uur bij de Decathlon. Er is nog precies één tweepersoonstentje over, maar de luchtbedden zijn alleen verkrijgbaar in 1,40 meter breed. Dat past niet in het tentje. Dan maar een driepersoonstent, al betekent dat meer gewicht — we moeten het immers meeslepen en ik moet het straks mee naar huis nemen. We pakken de doos met het luchtbed uit het schap en hé… daar ligt er toch nog één van 1,20 meter! We doen een high-five en lopen opgetogen naar de kassa.

​Carmens rugzak is groter, dus de spullen gaan bij haar in. Geen idee hoe zwaar die tas nu is, maar hij is loeizwaar. Mijn tas heeft op haar beurt weer wat andere spullen van Carmen overgenomen, dus onze rugzakken zitten bomvol. We worden dan ook flink nagekeken als we met onze bepakking over de boulevard naar de camping lopen. Ik heb mijn wandelstok nog steeds vast. We verwonderen ons erover hoe alles lijkt te lukken als je iets volledig in consent besluit.

​Onderweg op de boulevard gunnen we onszelf nog een ijsje, want we kunnen tot 23:00 uur op de camping terecht. Het blijkt een kleine camping aan zee te zijn met een winkeltje, een cafeetje en een terras. Campers staan aan de buitenkant, tentjes in het midden. We zetten ons tentje op, installeren ons en nemen een heerlijke douche.

​Het begint al donker te worden. We zijn helemaal op en kapot. Onze spieren doen pijn en we hebben geen zin meer om te eten, laat staan om te koken. We gaan voor de tent op een isolatiematje zitten. Ik eet in het donker het laatste restje tortillachips en Carmen wat pistachenootjes. Dan kruipen we in bed. Ik heb het luchtbed vrij hard opgepompt met een pomp die ik bij de bar kon lenen, zodat we elkaar niet wakker maken als we ons omdraaien.

​Ik kan weer niet in slaap komen. Er is rumoer buiten en alles doet zeer, vooral mijn benen en voeten. Uiteindelijk, als het stiller wordt en alleen nog het ruisen van de zee te horen is, val ik in slaap. Dankbaar voor deze onverwachte oplossing, ons nieuwe tentje, dit bed en voor mijn dochter die zachtjes naast me ligt te slapen.

Organic retreat en camino

Dag 28 (Camino dag 8): La Isla – De ridder, de queste en luisteren naar je lijf

​Om drie uur ’s nachts word ik wakker en moet plassen. Dan kan ik gelijk het wifi-kastje en de powerbank van de oplader halen, denk ik. Iedereen legt zijn mobieltje namelijk aan de lader op een tafeltje waar verschillende stopcontacten zijn, en daar lagen de powerbank en het wifi-kastje van Carmen ook bij. Maar… die liggen er niet meer. Gestolen, schiet het door mijn hoofd. Of heb ik ze gisteravond al van het stroom gehaald? Ik weet het niet meer. Ik ben wat aan het wisselen geweest met mobieltjes en powerbanks. Ik bedenk me ook nog dat Carmen ze misschien van het stroom heeft gehaald, maar ik heb haar het trapje niet af horen gaan. En als zij ze gepakt zou hebben, zou ik verwachten dat ze op het tafeltje naast mijn bed zouden liggen. Maar daar ligt niets. Ik ga in bed liggen piekeren. Maar als ik daarna nog eens goed naast het bed kijk, zie ik ze daar gelukkig allebei liggen. Zo vind ik toch weer wat rust in mijn hoofd.

​Na het ontbijt gaan we op weg. Als we naar buiten stappen begint het te regenen, waardoor we moeten schuilen in het naburige kerkje.

We overleggen tijdens het wandelen of we 23 km naar Priesca lopen of 12 km naar La Isla. Carmen heeft nog wel last van haar enkels en ik van mijn linkerbeen, maar verder voelen we ons fit. We besluiten om te proberen een herberg te reserveren in Priesca, en als dat niet lukt, te kijken of er in La Isla iets is. Om 10:15 uur gaat Carmen bellen en er is plek. Wat ze ervan begrijpt zijn het geen bedden, maar matrassen. Ze reserveert. “Oeps,” zegt ze, “ik had jou niet eens gevraagd. Als je het niet goed vindt, zeg ik het weer af.” Maar ik vind het prima. Dan blijkt echter dat ze per ongeluk naar een herberg in La Isla heeft gebeld — dus op slechts 12 km afstand. We besluiten om naar onze lichamen te luisteren en voor La Isla te gaan.

​Tijdens onze wandeling naderen we weer de zee. We zien een kraampje waar een man prachtige, eigengemaakte sieraden te koop aanbiedt. Carmens blik valt op een prachtige donkerrode ketting met een donkerpaarse steen. Ze is gelijk verliefd. Toevallig draagt ze de hele reis al een soortgelijke ketting om haar nek, die ze op haar vijftiende verjaardag van Cor en mij op een marktje in Frankrijk cadeau heeft gekregen. Aangezien ze binnenkort weer jarig is, vraag ik haar of ik haar deze ketting cadeau mag geven. Dan zal ik Cor vragen of hij mee wil betalen. Zij vindt dit ook een mooi gebaar en een leuke samenloop van omstandigheden. Carmen heeft daarnaast een heel leuke klik met de verkoper en de twee hebben een ontzettend fijne conversatie met elkaar. Ik koop zelf ook een ketting en Carmen koopt nog een mooi sieraad voor Thalita. Blij met onze aankopen en opgetogen over het fijne gesprek lopen we weer verder.

​Het mannelijke en het vrouwelijke blijft een thema tijdens onze wandelingen. En ook nu, tijdens onze pauze op het picknickbankje met uitzicht op zee, wordt er weer iets in die richting aangeraakt. Naar aanleiding daarvan komt er weer van alles bij me omhoog, waardoor ik weer moet huilen.

​Op datzelfde plekje maakt Carmen nieuwe vriendjes met een hond die haar heeft uitgekozen als speelkameraadje. Hij heeft een stokje gevonden dat hij bij Carmen neerlegt. Zij pakt het op en gooit het weg. Als Carmen zich op een gegeven moment omdraait naar het picknickbankje toe — dus met haar rug naar de hond — legt hij het stokje naast haar op de bank, zodat ze hoort dat hij het er weer neergelegd heeft. Wat een slimme hond! Carmen pakt het stokje weer op en gooit het weg, waarna de hond het weer ophaalt. Zodra ze zich weer naar de hond toe draait en hij ziet dat ze kijkt, legt hij het stokje weer netjes een stukje voor haar voeten neer, zodat ze het vanaf daar weer op kan pakken.

​Daarnaast kwamen we vandaag ook weer door een weiland met koeien. We komen voor precies dezelfde situatie te staan als gisteren: een koe met de kont naar ons toe. Maar nu durf ik er gewoon langs te lopen. Mijn queste is voltooid — in ieder geval ben ik goed op weg.

​De Camino voelt soms als het gevecht van de ridder tegen de draak, net als in de legendes. De ridder ben ik, en de draken zijn de dingen waar ik bang voor ben en die ik moeilijk vind. En ik kom nogal wat draken tegen.

​Uiteindelijk komen we in La Isla aan. De herberg ligt dicht bij zee en het uitzicht is prachtig. Achter in de ruimte die zowel keuken als receptie is, worden twee luchtbedden voor ons op de grond gelegd. We krijgen een zakje met een papieren hoeslaken en kussensloop en we maken ons bedje op. Dan nemen we onze isolatiematjes mee en gaan nog even naar het strand.

Het is nog steeds bewolkt en het begint nu ook harder te regenen. Carmen neemt nog even een duik en dan gaan we naar de tienda, het winkeltje, om wat boodschappen te doen. Het is een heel klein en krap winkeltje. Als we bij de kassa staan, is er een rood-witte ketting voor de deur gespannen en staan mensen buiten in een rij te wachten.

Als we weer buiten zijn, regent het heel hard. We wachten even onder de partytent die bij het winkeltje hoort en gaan naar ons tijdelijke thuis als het wat minder regent. Alsnog verkrampt van de kou nemen we een lekkere douche, eten brood met kaas, kalkoen en tomaat, en duiken ons bed in.

Organic retreat en camino

Dag 27 (Camimo dag 7): San Esteban – Koeien op de weg en haasten zonder stress

Ik word om 3 uur wakker, maar val gelukkig nog in slaap. Als om 6 uur de wekker gaat, is het nog donker. Ik vind het moeilijk om op te staan met alleen onze hoofdlampjes op. We pakken alles in en ik haal onze was van de waslijn: een stok tussen twee bomen. Onze onderbroeken bevestigen we aan onze backpacks, want die zijn nog niet droog.


Dan gaan we op pad. We komen door het dorpje Nueva en nuttigen daar een lekker ontbijt. Natuurlijk maken we ook van de gelegenheid gebruik om naar de wc te gaan. Het lopen gaat best goed; ik voel op dit moment geen pijn. Op een gegeven moment krijg ik echter last van mijn schouders en moet het gewicht anders verdeeld worden. Het is best een mooie route vandaag: veel groen, al lopen we soms ook gewoon over een geasfalteerde weg.
Carmen heeft een herberg gevonden op 18 kilometer afstand en belt erheen. Er is plek voor €15 per persoon. Ik ben dankbaar en blij dat ik vanavond weer in een gewoon bed kan slapen én kan douchen.
Er lopen drie koeien voor ons op de weg. Ze worden opgejaagd door een politieauto die voorbijrijdt, maar die trekt zich er verder niets van aan. We slaan linksaf een veldweggetje in, maar daar staat een stier met zijn kop wild in de bosjes te stoten. Ik stop. Ik durf niet verder. Carmen doet nog een paar stappen in zijn richting en de stier kijkt ons aan: twee grote horens en een neusring. No way dat ik daar langs ga. Hier is mijn grens bereikt; ik ben wel zo’n beetje klaar met de challenges. Carmen zegt: “Ik loop wel even naar dat huis.” Op dat moment komt er een oudere vrouw met een stok uit die woning gelopen. Carmen praat met haar. “Hij doet niets,” zegt ze. Ja ja, denk ik. Ze loopt op de stier en de twee andere loslopende koeien af. De stier en een van de koeien lopen gelijk het weiland in, maar de andere koe heeft nog een extra uitnodiging nodig. We passeren ze en vervolgen onze weg. Ki


De Camino loopt dwars door een weiland, heuvelop, naar een kerkje toe. En in dat weiland — je raadt het al — staan allemaal koeien, inclusief een stier. Het feit dat deze dieren ook van de Camino gebruik mogen maken, vertelt me dat ze niet gevaarlijk zijn. Helemaal aan het einde van het pad blijft één koe eigenwijs midden op de weg staan. We lopen er met een boogje omheen. Ik kan er niets aan doen, maar de gedachte komt bij me op dat ik, nadat ik de grotere uitdaging uit de weg ging, nu eerst een kleinere krijg. Een soort tussenstapje. Net zoals ik eerst in de natuur met z’n zesjes mocht slapen, om het vervolgens met z’n tweeën te doen.


We komen voor de eerste keer bij een kerkje dat open is en gaan naar binnen. Op het altaar ligt een boekje waarin pelgrims een groet kunnen opschrijven, een stempel en een schoteltje voor donaties. Er liggen alleen wat centen op. Nu hebben we toch nog onze stempel! En hoe toepasselijk dat deze uit een kerkje komt, aangezien we twee nachten voor een kerk hebben geslapen. Ik doneer een paar euro als dank voor de slaapplek die de kerkjes ons hebben geboden.


Uiteindelijk komen we in Ribadesella terecht en nemen daar een maaltijd. Carmen neemt een regionale stoofpot met dikke bonen als voorgerecht en daarna een kippenpoot met patat. Ik kies voor een salade met dorade en patat. We zitten best vol, vooral Carmen na haar zware maaltijd. Er is uiteindelijk geen tijd meer om naar het strand te gaan of de stad te bekijken. Dat is niet erg, want we voelen ons overprikkeld door alle geluiden en geuren. Het lijkt wel alsof we de stad een beetje ontwend zijn; ik leef nu al vier weken bijna uitsluitend in de natuur. We lopen nog wel even naar de VVV om een stempel te halen. Nu zijn we weer bij: we hebben precies evenveel stempels als dat we dagen hebben gewandeld.


Nu moeten we opschieten om op tijd bij de herberg te zijn: 5 kilometer in 1,5 uur. Onder het lopen reflecteren we op het verschil tussen stressen en haasten. Gelukkig is het eerste gedeelte dat de stad uit leidt vlak. Geen mooi stuk — helemaal door de buitenwijk — maar wel vlak. We kunnen flink doormarcheren. Dan volgt, zoals we al hadden gezien, een heel lang en erg steil stuk. Hijgend en buiten adem komen we boven op de berg aan; het zweet loopt in stromen van mijn gezicht. Nog een klein stukje en we zien de herberg op een heuvel voor ons liggen, met een kerkje ernaast. Nog een laatste klim en we zijn er.

Het is een mooie en fijne herberg, wat mij betreft de beste tot nu toe, en dat voor maar €15 per persoon per nacht inclusief ontbijt. We krijgen een stapelbed op een slaapzaal voor 16 personen. Als ik het bed zie, wil ik er het liefst zo in duiken. Maar we willen eerst nog een wasje draaien en uiteraard douchen. Bij de wasmachine staan nog drie wachtenden voor ons. We leggen onze was in een kussensloop bij de machine. De herbergierster zal deze voor ons draaien en daarna in de droger doen. Voor €8 hebben we straks al onze kleren weer schoon.

Carmen heeft een leuk gesprek met de herbergiers en nodigt ze uit om bij ons langs te komen als ze in Nederland zijn.
Ik ga op bed zitten om mijn blogs bij te werken. Ze kosten veel tijd; een groot deel van de pauzes en avonden spendeer ik eraan. Het fijnste vind ik het als we ergens iets drinken, want dan kan ik echt aan een tafel zitten schrijven. Maar ik vind het leuk om te doen en het helpt me om al onze ervaringen en gesprekken te herinneren.
Daarna duik ik heerlijk mijn bed in.

Organic retreat en camino

Dag 26 (camino dag 6): Nueva – ​De Last van de Oudste en het Boskerkje

Wonder boven wonder voel ik me fit en heb ik nergens last van, ondanks de harde stenen grond waarop we hebben geslapen en de korte, onderbroken nachtrust. We lopen Llanes in en gaan eerst uitgebreid ontbijten bij een bakkertje. We willen kijken of we ergens een stempel kunnen bemachtigen, want doordat we bij het kerkje hebben geslapen, hebben we gisteren uiteraard geen stempel gekregen.


Nadat we een poosje onderweg zijn, begint Carmen steeds meer last te krijgen van haar enkels. Ik had al eerder aangegeven dat ik wel wat spullen van haar wilde overnemen, aangezien zij een zwaardere tas draagt dan ik. Maar Carmen voelde zich tot nu toe als de jongere van ons tweeën geroepen om die zwaardere vracht te dragen.
Nu komt dit onderwerp opnieuw ter sprake en volgt er een diepe realisatie. Het dragen van zo’n zware last verwijst voor Carmen rechtstreeks naar het trauma van het oudste kind: sneller en meer verantwoordelijkheid nemen dan er wellicht van je gevraagd wordt. Binnen een gezin ontstaat dat vaak doordat het oudste kind ziet dat de jongste ook wensen en behoeften heeft. Het oudste kind kiest er dan zelf voor om te denken: ik doe het zelf wel, in plaats van de ouders om hulp te vragen en erop te vertrouwen dat zij in alle behoeften kunnen voorzien.


Het beeld dat hierbij hoort is dat van het oudste kind dat eerst altijd op de arm werd gedragen. Als er een nieuw, jonger kindje komt, wordt dat kleintje sneller op de arm genomen en krijgt de oudste soms te horen: “Nu even niet.” Na een paar keer vragen en het horen van dat “nu even niet”, stopt het kind met vragen. Terwijl de behoefte aan steun er soms wel degelijk is—en het misschien ook gewoon mogelijk was geweest als er wél om gevraagd werd.
Er komen tranen van heel diep. We gaan op een bankje bij een kruispunt zitten en de tranen blijven maar stromen. Carmen vraagt om vastgehouden te worden en ik geef haar een lange knuffel. Daarna leunt ze met een betraand gezicht tegen mijn schouder. Voorbijgangers kijken naar ons. Carmen gaat even liggen. Een voorbijgaande vrouw komt vriendelijk naar ons toe en vraagt of het wel goed met haar gaat; ze had haar eerder al zien huilen. Carmen bedankt haar voor haar betrokkenheid en stelt haar gerust dat het goed gaat. De vrouw vertelt dat ze zelf ooit de Camino heeft gelopen en destijds iets dergelijks heeft meegemaakt.
Na dit mooie gesprek hevelen we een deel van Carmens spullen over naar mijn rugzak. Ze hoeft niet langer de zwaarste last te dragen. Dankbaar dat deze innerlijke thema’s zo organisch aangegaan mogen worden, hervatten we onze weg. Oi ko


Op een gegeven moment komen we weer bij de zee uit en rollen we onze matjes uit op het strand. Eerst gaat Carmen zwemmen en daarna ik. Ik laat de golven heerlijk over me heen slaan. Het is nog steeds bewolkt, maar erg warm.
We besluiten om vandaag geen hostel te zoeken, maar weer een geschikt kerkje om bij te slapen. De vier Fransen hadden ons immers verteld dat zij dit al vier keer zo hadden gedaan. Carmen zoekt via Google Maps en vindt twee opties op de route. De dichtstbijzijnde lijkt ons het meest geschikt, al heb ik wat bedenkingen omdat er huizen omheen staan. Dat geeft toch wat minder vrijheid.
We rekenen uit dat we daar zo’n twee uur over zullen lopen. Carmen geniet nog van het strand, maar rond 16:00 uur vind ik het fijn om te vertrekken. Stel dat het niks is, dan moeten we immers nog verder zoeken.
Als we al een heel eind op weg zijn, ziet Carmen op Maps nog een ander kerkje, iets van de Camino af, maar zonder foto. Ik blijf met de rugzakken wachten en Carmen slaat een andere weg in om poolshoogte te nemen. Het is circa vier minuten lopen. Ze komt enthousiast terug, dus we lopen samen met onze spullen die kant op.
Het kerkje ligt wat afgelegen van het dorp, langs een wandelpad in het bos en naast een weiland. Het is heerlijk rustig en heeft weer zo’n overdekt portiekje. Ik vind het een prima plek; voor Carmen is het een paradijs.

Ik begin meteen met het opzetten van ons ‘tentje’ en leg de matjes erin. Deze keer besluiten we overdwars te slapen zodat we meer bewegingsruimte hebben. Het muskietennet valt daardoor slechts over ons hoofd en bovenlichaam; de rest van ons lichaam slaapt buiten. Met touwtjes die we aan de tralies van de kleine raampjes in de kerkdeur bevestigen, knopen we het gaas zo vast dat het niet in onze gezichten hangt.
Carmen gaat ondertussen koken: Adventure Food. Wat mij betreft zijn we inmiddels echte avonturiers! Er komen af en toe wat wandelaars langs die we vriendelijk groeten.
Als het begint te schemeren en we ons weer hebben gedoucht met water uit een fles, kruipen we ons bed in. Oef, het is uiteraard weer erg hard op de stenen vloer, maar toch lijkt het iets minder erg dan gisteren. Blijkbaar begint het te wennen.
Vlak voordat Carmen gaat slapen, realiseert ze zich hardop dat zij—los van onze reis samen—al veel verschillende levenservaringen heeft opgedaan die ertoe leiden dat wij dit soort bijzondere slaapplaatsen op onze eigen manier ervaren. Onze constructie werkt uitstekend en we krijgen geen enkele mug binnen.
Toch vind ik het moeilijk om in slaap te komen. Dat vind ik van nature al niet makkelijk, maar zeker niet op een harde ondergrond in een kerk. Carmen heeft al lang de schaapjes geteld en ligt rustig naast mij te slapen.

Organic retreat en camino

Dag 25 (Camino dag 5); Llanes – Magische Momenten: De Eclips en een Nacht op een Bijzondere Plek

Ik heb afgelopen nacht in het bovenste bed van het stapelbed geslapen. Het was ontzettend warm en benauwd. Iets over zes uur staan we op en nuttigen in de keuken een typisch Spaans ontbijt: koffie en thee met cake en stokbrood. Ik neem thee met cake en een zoet broodje. Wat erin zit, zit erin!


Bij het ontbijt vertel ik Carmen dat ik naar aanleiding van mijn blogs een appje kreeg van een vriendin met de vraag: “Wat is de reden dat het mannelijke en het vrouwelijke in evenwicht moeten zijn?” Carmen en ik praten hier al voor we op pad gaan uitgebreid over door. Zij is hier al wat langer mee bezig; voor mij is het nieuw. Ik heb zelf ervaren dat het gezonde feminiene (vrouwelijke) geen stem krijgt als het kinderlijke masculijne (mannelijke) blijft overheersen. Zodra het gezonde feminiene in mij wél een stem krijgt, ben ik veel liefdevoller naar mezelf en ervaar ik meer innerlijke balans. Voor Carmen betekent die balans een oneindige bron van levensenergie, doordat die energiebronnen elkaar aanvullen in plaats van aanvallen en samen co-creëren.
Inmiddels zijn we de grens over gestoken van Cantabrië naar Asturië. En dat merk je meteen aan het weer: het is hier bijna constant bewolkt maar wel warm, waardoor het erg snel benauwd aanvoelt. Ook vandaag voert de wandeling ons langs oude kerkjes, ruïnes en steile paden, en moeten we trappen beklimmen.


Tijdens het wandelen praten we over de eventuele duur van onze Camino, mede door de frustratie over het feit dat het systeem zo werkt en dat zoveel mensen vooraf boeken. Daardoor voelt de Camino voor ons niet meer organisch; je moet immers racen tegen de klok om op tijd bij het hostel te zijn. Wij willen gewoon zien hoe ver we komen en dán pas iets zoeken. De vraag komt op of ik deze tocht ook alleen zou voortzetten als Carmen zou stoppen. Ik denk even na. Voor mij is dat een ‘nee’. Ik zou het misschien wel kúnnen, maar dan wel met de zekerheid van een slaapplek. Alleen op vakantie gaat me eventjes wel goed af, maar uiteindelijk geef ik toch echt de voorkeur aan gezelschap.
Er ontspint zich een diep gesprek over autonomie, verbinding en authenticiteit. Bij mij staat verbinding duidelijk op nummer één. “Maar gaat dat dan niet ten koste van authenticiteit?” vraagt Carmen.
Ik voel meteen verzet en opstand opkomen, maar tegelijkertijd realiseer ik me ergens dat het waar is. Is dit een nieuwe uitdaging die ik aan moet gaan? En zo ja, wáárom zou ik dat dan willen doen? Het antwoord komt snel en meedogenloos: omdat ik dat stoer vind, omdat ik vrouwen bewonder die dat doen, omdat ik ook zo onafhankelijk wil zijn.
En meteen daagt het inzicht: dát is nou precies dat kinderlijke mannelijke in mezelf! Met die realisatie breekt de feminiene zachtheid door. De tranen stromen. Ik hoef me niet te bewijzen. Ik hoef niet stoer te zijn. Ik mag liefdevol kijken naar de stappen die ik onderneem en al ondernomen heb. De tranen blijven komen en Carmen steunt me vanuit een innerlijke rust door stil te zijn en te luisteren.
We komen weer bij de zee terecht. Het is warm en bewolkt. We voelen niet echt de behoefte om te zwemmen, maar eten op de rotsen bij de zee een bakje yoghurt dat we onderweg in een winkel hebben gekocht, met ons eigen chiazaad erbij.


Als we onze weg vervolgen, komen we vier vrouwen tegen die vannacht in dezelfde herberg sliepen. Ik vraag of zij al een slaapplek hebben voor komende nacht. Dat hebben ze: gereserveerd voor best wel veel geld. Het is enorm druk op de route, vooral door de aankomende zonsverduistering en lokale dorpsfeesten. De verwachting is dat het pas na de 15e wat rustiger wordt.
We wandelen door een heuvelachtig landschap vol witte rotsblokken; het doet wat aan Schotland of Ierland denken. Aan onze rechterkant is de zee af en toe tussen de heuvels door duidelijk zichtbaar. We lunchen aan een picknicktafel en Carmen doet even een dutje.


Via internet lukt het ons om een hostel te reserveren, maar het kost €60 per persoon voor een simpel stapelbed. Ik twijfel enorm. Ik vind het echt veel te veel geld voor een stapelbed; het is het simpelweg niet waard. Carmen vindt dat dit niet in lijn is met de bedoeling van een pelgrimstocht en ik vind het grenzen aan uitbuiting. Dit klopt niet met waar de Camino voor staat. We nemen een besluit: we annuleren de overnachting en besluiten om dan maar in de natuur te slapen.
Carmen heeft op internet nog een herberg gevonden die officieel gesloten is, maar we willen onderzoeken of er misschien toch een mogelijkheid is.

We lopen door een prachtige boslaan met aan de rechterkant weilanden en aan weerskanten van het pad heerlijk geurende bloemen. Ondertussen kijken we goed om ons heen naar een geschikte kampeerplek, voor het geval het bij die gesloten herberg op niets uitloopt.
Eenmaal daar zijn er wel mensen aanwezig. Carmen spreekt ze aan, maar de herberg blijkt inderdaad gesloten en wordt momenteel gebruikt voor jeugdkampen. De herberg ligt aan een kruispunt. We gaan op een bankje zitten overleggen. Afgesproken wordt dat ik met de zware rugzakken bij het bankje blijf wachten, terwijl Carmen de omgeving gaat scouten voor een slaapplek.
Ik zit te wachten. Er komt een vrachtwagen langs die een container plaatst, weer wegrijdt en ergens een nieuwe ophaalt. Er rijden ook diverse auto’s voorbij die allemaal een grote stofwolk opwerpen. Ik begin me vies en stoffig te voelen. “Potentiële plek gevonden,” sms’t Carmen. “Op zoek naar een betere.”
Even later komt ze terug. Er is nog een derde pad dat we nog niet onderzocht hebben. Ik ben het wachten in het stof spuugzat, dus we lopen er samen in.


Het pad leidt ons naar een oud kerkje. Op het grasveldje voor de kerk zitten vier jonge mensen: drie mannen en een vrouw. Pelgrims, net als wij. Hun tassen en spullen liggen in het overdekte portiekje op de stenen bankjes. Het zijn Fransen. We vertellen dat we een slaapplek zoeken en zij geven aan dat zij in het portiek gaan slapen. “Jullie mogen er wel bij hoor,” bieden ze gastvrij aan.
We lopen voor de zekerheid nog even rond het kerkje. Er is een hellend grasveld met bomen waar we kijken of we onze eigen ‘tent’ kunnen maken van de hangmat en de klamboe. Het terrein is echter te steil, dus besluiten we ons onderkomen in het portiekje op te bouwen. Wij mogen aan de linkerkant liggen, zij leggen hun matjes aan de rechterkant.
Ze vertellen ons ook dat ze een fantastische plek weten om de zonsverduistering te bekijken. In deze streek zal de zon namelijk wél volledig verduisterd worden—meteen de verklaring waarom alle bedden in de regio volgeboekt of onbetaalbaar zijn!


Nadat we samen een beetje yoga hebben gedaan, lopen we omhoog de berg op met de Fransen. Het is maar een kort stukje wandelen. Eenmaal boven ontvouwt zich een magnifiek uitzicht over de zee en de stad Llanes. Onbeschrijflijk mooi!
We zijn wat aan de vroege kant, dus we wachten een uurtje. En wanneer het zover is, is het puur magisch. Omdat het bewolkt is, is de zon te zien als een brede, lichte streep aan de horizon boven de zee. Die streep wordt langzaam steeds smaller… totdat hij ten slotte volledig verdwijnt.

Carmen en ik houden elkaar stevig aan de arm vast. Ik krijg kippenvel en een diepe tinteling trekt door mijn hele lichaam. Binnen drie minuten is het spektakel voorbij. We blijven nog een hele poos stil nagenieten voordat we de berg weer af zakken.
Achter het kerkje ‘douchen’ we ons door water uit een fles over elkaars lichaam te laten lopen. Daarna kruipen we in ons tentje.
Ik realiseer me dat ik blij ben met deze plek. Straks op dat bankje, toen ik zat te wachten in het stof, voelde ik hoe groot deze uitdaging voor mij was: wildkamperen zonder dak boven je hoofd in de wildernis. Maar deze plek voelt gewoon wel goed. We zijn niet alleen, er is een dak boven ons hoofd en we hebben zelfs onze klamboe om ons heen hangen.
Omdat we alleen onze dunne isolatiematjes bij ons hebben, is de stenen vloer ontzettend hard en krijg ik al snel last van mijn heupen en billen als ik lig. Ik vraag me af of ik morgen überhaupt kan lopen

Ik vind het nog steeds spannend, maar ondanks dat voel ik me comfortabel en gerust op deze plek. Het thema van vandaag—het in balans zijn van het mannelijke en het vrouwelijke—vindt aan het einde van deze bijzondere dag zijn afsluiting doordat we samen met drie mannen en drie vrouwen de nacht ingaan.

Organic retreat and camino

Dag 24 ( Camino dag 4): La Franca – Het laatste bed

​Om 7:30 uur gaan we weer op pad en laten we Comillas achter ons. Het is een heerlijke, frisse ochtend. In de verte doemen de bergen op, terwijl de dauw langzaam opstijgt uit de groene vlaktes. We lopen het stadje uit over een hele lange, brede brug. Wat eens een machtige rivier moet zijn geweest, is nu gereduceerd tot een drooggevallen bedding met slechts een paar overgebleven plassen. Het is een prachtig, maar tegelijkertijd verontrustend gezicht als je bedenkt dat al dat stromende water verdwenen is.

​Het zet ons aan het denken, en onderweg komen de gesprekken op gang over de impact van de mens op de natuur. In de bossen hier is heel veel eucalyptus aangeplant voor de papierindustrie. Het is voor ons een bekende geur uit Portugal, maar de bomen horen hier oorspronkelijk niet thuis. Omdat ze enorm veel vocht onttrekken aan de bodem groeit er niks onder, en door hun droogte vliegen ze ontzettend snel in brand — wat de vele bosbranden in de regio verklaart.

​De route van vandaag valt ons zwaar. We moeten steile heuvels beklimmen en de zon begint al in de vroege ochtend behoorlijk te branden. Uiteindelijk bereiken we een klein dorpje met een schattig kerkje, een waterpunt en een pleintje waar vroeger jeu de boules werd gespeeld, maar dat nu volledig overdekt is met mos. We houden een korte pauze op het muurtje om ons fruit op te eten en wat te stretchen. We hebben inmiddels ontdekt dat tussendoor rekken essentieel is voor de spieren en het lopen een stuk aangenamer maakt.

​Na de pauze vervolgen we onze weg. De route is niet alleen steil en heuvelachtig, maar voert ook regelmatig over geasfalteerde wegen. Gelukkig wisselt dat af met prachtige natuurgebieden, waar we een mooi uitzicht hebben op de bergen en af en toe de zee aan onze rechterhand zien glinsteren.

​Als we weer een kiezelpad inslaan met aan weerszijden struiken, vertelt Carmen dat ze heeft opgezocht wat een vlucht van Spanje naar Nederland kost: slechts € 98,-. Dat is de helft van de prijs van een Flixbus-ticket. We zijn er een beetje door ontnuchterd. Ik vraag haar hoe het kan dat vliegen zoveel goedkoper is, en volgens haar komt dat doordat kerosine zwaar gesubsidieerd wordt. Het is iets wat we niet begrijpen: waarom wordt zoiets milieuonvriendelijks gesubsidieerd, in plaats van dat het geld in het openbaar vervoer zoals treinen en bussen wordt gestoken?

​De weg leidt ons opnieuw door een klein dorpje met — hoe kan het ook anders op de camino — een kerkje. Omdat het inmiddels erg heet is geworden, zoeken we de schaduw op en gaan we op de stenen bank onder het afdak van de kerk zitten. Het is er heerlijk koel en er waait een aangenaam briesje. Vlakbij bevindt zich een waterpunt waar we onze flessen bijtanken. Voordat we verder lopen, knopen we doeken over onze hoeden en schouders om ons beter tegen de felle zon te beschermen.

​Onze spieren worden flink op de proef gesteld op de steile klimmen. Door de hitte valt het vandaag echt niet mee. Maar als we eenmaal boven op een berg staan, worden we beloond met een adembenemend uitzicht: aan de linkerkant de rotsachtige bergketens die zich uitstrekken tot aan de horizon, en aan de rechterkant de azuurblauwe zee.

​We naderen San Vicente, een wat grotere stad met een strand waar volop gezwommen wordt. Tijd voor een pauze. We zoeken een terrasje op, bestellen een alcoholvrij biertje en laten een lekker broodje ei goed smaken.

​Na de rustpauze laten we San Vicente achter ons op weg naar de volgende plaats. Uiteindelijk raakt de hitte ons zo erg dat we helemaal oververhit raken. Carmen, een echte waterrat, verlangt enorm naar verkoeling. Als ze aan de linkerkant van de weg een beekje ziet stromen, kijkt ze snel op Google Maps. Als we 200 meter een pad inslaan, komen we bij het water.

Het blijkt een heel smal, steil en niet veelgebruikt bospaadje naar beneden te zijn. Eenmaal bij het beekje leggen we onze rugzakken op de grond en lopen over de stenen naar het water. Het beekje staat niet erg vol, maar het is diep genoeg om onze voeten en onderbenen onder te dompelen. Zo zitten we een poos heerlijk af te koelen.

Eenmaal weer op pad verdwijnt het effect van het koelbad al snel en slaat de hitte opnieuw toe. Een eind verderop komen we bij een grotere rivier. Carmen kan de verleiding niet weerstaan en wil er graag een duik in nemen. Ik zie dat zelf in eerste instantie niet zo zitten. We gaan bij het water zitten, vlak bij een dorpje en een brug. Er is verder niemand in het water. Carmen laat zich er als eerste in glijden en vindt het heerlijk. Ik besluit mijn voeten erin te steken, maar ga uiteindelijk toch helemaal onder. Ik blijf wel dicht bij de rand, waar wat stenen liggen die ooit een trapje leken te zijn. Echt zwemmen hoeft van mij niet, maar het is zalig om helemaal af te koelen. De koele onderstroom zorgt voor een heerlijke verfrissing. Eenmaal afgedroogd en terug op de kant voelen we ons als herboren.

​In het dorpje begint Carmen rond te vragen naar slaapplekken. Men verwijst ons door naar een plaatselijk hostel. Als we daar rond 18:00 uur aankomen, blijkt de medewerkster achter de receptie niet erg vriendelijk: alles is al volgeboekt. We gaan op het terrasje van het hostel zitten met een drankje, terwijl Carmen rondbelt. Overal krijgt ze hetzelfde antwoord: vol, vol, vol.

​Eindelijk heeft ze succes bij een hostel in Colombres, maar er is een addertje onder het gras: we moeten er vóór 19:00 uur zijn. Dat betekent dat we nog 4 kilometer moeten overbruggen door de steile bergen, mét zware bepakking, in minder dan een uur. Dat gaan we te voet nooit redden. Er zijn twee opties: liften of een taxi nemen. Ik pleit voor de taxi. Die is gelukkig binnen vijf minuten ter plaatse en brengt ons naar Colombres.

​Bij het hostel aangekomen stappen we naar binnen. Carmen legt uit dat we zojuist gebeld hebben en dat er nog plek zou zijn. De mevrouw bij de receptie schudt echter haar hoofd: “Nee, we zitten helemaal vol.” We weten niet wat we horen; we zijn er binnen 20 minuten na het telefoontje! Dan vraagt ze: “Of zijn jullie soms met drie personen?” “Nee,” zegt Carmen, “we zijn met z’n tweeën.” “Nee, helaas, dan is alles vol.” We staan perplex. Hebben we net een taxi genomen, staan we alsnog met lege handen en het is inmiddels na zevenen. Scenario’s van buiten slapen in een park of onder een overkapping passeren al de revue.

​Carmen blijft verder proberen te bellen. En dan hebben we geluk: bij een ander hostel hebben zojuist drie mensen afgezegd, waardoor er opeens plek is! Het is alleen wel weer 4 kilometer lopen. Gelukkig hoeven we er pas om 22:00 uur te zijn.

​Inmiddels hebben we het vermoeden dat veel pelgrims voor de zekerheid ergens reserveren, maar onderweg blijven zoeken. Als ze dan eerder een hostel vinden waar je niet hoeft te reserveren en waar nog plek is, stappen ze daar binnen en zeggen ze hun eerdere reservering op het laatste moment af. We vermoeden dat dit precies is wat er in ons geval is gebeurd. Het maakt het extra frustrerend, want deze praktijk geeft een heel vertekend beeld: alles lijkt overal volgeboekt, terwijl er op het laatste moment opeens weer plekken vrijkomen.

​Met inmiddels 24 kilometer in de benen maken we ons op voor de laatste etappe. Met een dagtotaal van 28 kilometer komen we vermoeid en verhit aan.

​De ontvangst maakt alles goed: de gastvrouw is ontzettend aardig en het hostel is prachtig. We krijgen een kamer met vier bedden (twee stapelbedden) helemaal voor ons alleen. De gastvrouw vraagt of we al gegeten hebben, maar we hebben alleen nog maar behoefte aan water, een douche en ons bed.

​Het kraanwater blijkt alleen enorm naar chloor te smaken. Omdat ons drinkwater bijna op is, gebruikt Carmen een handig trucje dat ze op internet las: als je chloorwater in een warmere ruimte 12 uur laat staan, verdampt de chloor vanzelf. Ze vult een pannetje met kraanwater en zet het in de vensterbank.

​Na een heerlijke douche duiken we voldaan ons bed in. Het was weer een dag op het nippertje, maar we hebben een dak boven ons hoofd.

​Op naar morgen!