Dag 28 (Camino dag 8): La Isla – De ridder, de queste en luisteren naar je lijf
Om drie uur ’s nachts word ik wakker en moet plassen. Dan kan ik gelijk het wifi-kastje en de powerbank van de oplader halen, denk ik. Iedereen legt zijn mobieltje namelijk aan de lader op een tafeltje waar verschillende stopcontacten zijn, en daar lagen de powerbank en het wifi-kastje van Carmen ook bij. Maar… die liggen er niet meer. Gestolen, schiet het door mijn hoofd. Of heb ik ze gisteravond al van het stroom gehaald? Ik weet het niet meer. Ik ben wat aan het wisselen geweest met mobieltjes en powerbanks. Ik bedenk me ook nog dat Carmen ze misschien van het stroom heeft gehaald, maar ik heb haar het trapje niet af horen gaan. En als zij ze gepakt zou hebben, zou ik verwachten dat ze op het tafeltje naast mijn bed zouden liggen. Maar daar ligt niets. Ik ga in bed liggen piekeren. Maar als ik daarna nog eens goed naast het bed kijk, zie ik ze daar gelukkig allebei liggen. Zo vind ik toch weer wat rust in mijn hoofd.
Na het ontbijt gaan we op weg. Als we naar buiten stappen begint het te regenen, waardoor we moeten schuilen in het naburige kerkje.

We overleggen tijdens het wandelen of we 23 km naar Priesca lopen of 12 km naar La Isla. Carmen heeft nog wel last van haar enkels en ik van mijn linkerbeen, maar verder voelen we ons fit. We besluiten om te proberen een herberg te reserveren in Priesca, en als dat niet lukt, te kijken of er in La Isla iets is. Om 10:15 uur gaat Carmen bellen en er is plek. Wat ze ervan begrijpt zijn het geen bedden, maar matrassen. Ze reserveert. “Oeps,” zegt ze, “ik had jou niet eens gevraagd. Als je het niet goed vindt, zeg ik het weer af.” Maar ik vind het prima. Dan blijkt echter dat ze per ongeluk naar een herberg in La Isla heeft gebeld — dus op slechts 12 km afstand. We besluiten om naar onze lichamen te luisteren en voor La Isla te gaan.

Tijdens onze wandeling naderen we weer de zee. We zien een kraampje waar een man prachtige, eigengemaakte sieraden te koop aanbiedt. Carmens blik valt op een prachtige donkerrode ketting met een donkerpaarse steen. Ze is gelijk verliefd. Toevallig draagt ze de hele reis al een soortgelijke ketting om haar nek, die ze op haar vijftiende verjaardag van Cor en mij op een marktje in Frankrijk cadeau heeft gekregen. Aangezien ze binnenkort weer jarig is, vraag ik haar of ik haar deze ketting cadeau mag geven. Dan zal ik Cor vragen of hij mee wil betalen. Zij vindt dit ook een mooi gebaar en een leuke samenloop van omstandigheden. Carmen heeft daarnaast een heel leuke klik met de verkoper en de twee hebben een ontzettend fijne conversatie met elkaar. Ik koop zelf ook een ketting en Carmen koopt nog een mooi sieraad voor Thalita. Blij met onze aankopen en opgetogen over het fijne gesprek lopen we weer verder.

Het mannelijke en het vrouwelijke blijft een thema tijdens onze wandelingen. En ook nu, tijdens onze pauze op het picknickbankje met uitzicht op zee, wordt er weer iets in die richting aangeraakt. Naar aanleiding daarvan komt er weer van alles bij me omhoog, waardoor ik weer moet huilen.

Op datzelfde plekje maakt Carmen nieuwe vriendjes met een hond die haar heeft uitgekozen als speelkameraadje. Hij heeft een stokje gevonden dat hij bij Carmen neerlegt. Zij pakt het op en gooit het weg. Als Carmen zich op een gegeven moment omdraait naar het picknickbankje toe — dus met haar rug naar de hond — legt hij het stokje naast haar op de bank, zodat ze hoort dat hij het er weer neergelegd heeft. Wat een slimme hond! Carmen pakt het stokje weer op en gooit het weg, waarna de hond het weer ophaalt. Zodra ze zich weer naar de hond toe draait en hij ziet dat ze kijkt, legt hij het stokje weer netjes een stukje voor haar voeten neer, zodat ze het vanaf daar weer op kan pakken.

Daarnaast kwamen we vandaag ook weer door een weiland met koeien. We komen voor precies dezelfde situatie te staan als gisteren: een koe met de kont naar ons toe. Maar nu durf ik er gewoon langs te lopen. Mijn queste is voltooid — in ieder geval ben ik goed op weg.
De Camino voelt soms als het gevecht van de ridder tegen de draak, net als in de legendes. De ridder ben ik, en de draken zijn de dingen waar ik bang voor ben en die ik moeilijk vind. En ik kom nogal wat draken tegen.
Uiteindelijk komen we in La Isla aan. De herberg ligt dicht bij zee en het uitzicht is prachtig. Achter in de ruimte die zowel keuken als receptie is, worden twee luchtbedden voor ons op de grond gelegd. We krijgen een zakje met een papieren hoeslaken en kussensloop en we maken ons bedje op. Dan nemen we onze isolatiematjes mee en gaan nog even naar het strand.
Het is nog steeds bewolkt en het begint nu ook harder te regenen. Carmen neemt nog even een duik en dan gaan we naar de tienda, het winkeltje, om wat boodschappen te doen. Het is een heel klein en krap winkeltje. Als we bij de kassa staan, is er een rood-witte ketting voor de deur gespannen en staan mensen buiten in een rij te wachten.

Als we weer buiten zijn, regent het heel hard. We wachten even onder de partytent die bij het winkeltje hoort en gaan naar ons tijdelijke thuis als het wat minder regent. Alsnog verkrampt van de kou nemen we een lekkere douche, eten brood met kaas, kalkoen en tomaat, en duiken ons bed in.