Dag 27 (Camimo dag 7): San Esteban – Koeien op de weg en haasten zonder stress
Ik word om 3 uur wakker, maar val gelukkig nog in slaap. Als om 6 uur de wekker gaat, is het nog donker. Ik vind het moeilijk om op te staan met alleen onze hoofdlampjes op. We pakken alles in en ik haal onze was van de waslijn: een stok tussen twee bomen. Onze onderbroeken bevestigen we aan onze backpacks, want die zijn nog niet droog.

Dan gaan we op pad. We komen door het dorpje Nueva en nuttigen daar een lekker ontbijt. Natuurlijk maken we ook van de gelegenheid gebruik om naar de wc te gaan. Het lopen gaat best goed; ik voel op dit moment geen pijn. Op een gegeven moment krijg ik echter last van mijn schouders en moet het gewicht anders verdeeld worden. Het is best een mooie route vandaag: veel groen, al lopen we soms ook gewoon over een geasfalteerde weg.
Carmen heeft een herberg gevonden op 18 kilometer afstand en belt erheen. Er is plek voor €15 per persoon. Ik ben dankbaar en blij dat ik vanavond weer in een gewoon bed kan slapen én kan douchen.
Er lopen drie koeien voor ons op de weg. Ze worden opgejaagd door een politieauto die voorbijrijdt, maar die trekt zich er verder niets van aan. We slaan linksaf een veldweggetje in, maar daar staat een stier met zijn kop wild in de bosjes te stoten. Ik stop. Ik durf niet verder. Carmen doet nog een paar stappen in zijn richting en de stier kijkt ons aan: twee grote horens en een neusring. No way dat ik daar langs ga. Hier is mijn grens bereikt; ik ben wel zo’n beetje klaar met de challenges. Carmen zegt: “Ik loop wel even naar dat huis.” Op dat moment komt er een oudere vrouw met een stok uit die woning gelopen. Carmen praat met haar. “Hij doet niets,” zegt ze. Ja ja, denk ik. Ze loopt op de stier en de twee andere loslopende koeien af. De stier en een van de koeien lopen gelijk het weiland in, maar de andere koe heeft nog een extra uitnodiging nodig. We passeren ze en vervolgen onze weg. Ki

De Camino loopt dwars door een weiland, heuvelop, naar een kerkje toe. En in dat weiland — je raadt het al — staan allemaal koeien, inclusief een stier. Het feit dat deze dieren ook van de Camino gebruik mogen maken, vertelt me dat ze niet gevaarlijk zijn. Helemaal aan het einde van het pad blijft één koe eigenwijs midden op de weg staan. We lopen er met een boogje omheen. Ik kan er niets aan doen, maar de gedachte komt bij me op dat ik, nadat ik de grotere uitdaging uit de weg ging, nu eerst een kleinere krijg. Een soort tussenstapje. Net zoals ik eerst in de natuur met z’n zesjes mocht slapen, om het vervolgens met z’n tweeën te doen.

We komen voor de eerste keer bij een kerkje dat open is en gaan naar binnen. Op het altaar ligt een boekje waarin pelgrims een groet kunnen opschrijven, een stempel en een schoteltje voor donaties. Er liggen alleen wat centen op. Nu hebben we toch nog onze stempel! En hoe toepasselijk dat deze uit een kerkje komt, aangezien we twee nachten voor een kerk hebben geslapen. Ik doneer een paar euro als dank voor de slaapplek die de kerkjes ons hebben geboden.

Uiteindelijk komen we in Ribadesella terecht en nemen daar een maaltijd. Carmen neemt een regionale stoofpot met dikke bonen als voorgerecht en daarna een kippenpoot met patat. Ik kies voor een salade met dorade en patat. We zitten best vol, vooral Carmen na haar zware maaltijd. Er is uiteindelijk geen tijd meer om naar het strand te gaan of de stad te bekijken. Dat is niet erg, want we voelen ons overprikkeld door alle geluiden en geuren. Het lijkt wel alsof we de stad een beetje ontwend zijn; ik leef nu al vier weken bijna uitsluitend in de natuur. We lopen nog wel even naar de VVV om een stempel te halen. Nu zijn we weer bij: we hebben precies evenveel stempels als dat we dagen hebben gewandeld.

Nu moeten we opschieten om op tijd bij de herberg te zijn: 5 kilometer in 1,5 uur. Onder het lopen reflecteren we op het verschil tussen stressen en haasten. Gelukkig is het eerste gedeelte dat de stad uit leidt vlak. Geen mooi stuk — helemaal door de buitenwijk — maar wel vlak. We kunnen flink doormarcheren. Dan volgt, zoals we al hadden gezien, een heel lang en erg steil stuk. Hijgend en buiten adem komen we boven op de berg aan; het zweet loopt in stromen van mijn gezicht. Nog een klein stukje en we zien de herberg op een heuvel voor ons liggen, met een kerkje ernaast. Nog een laatste klim en we zijn er.

Het is een mooie en fijne herberg, wat mij betreft de beste tot nu toe, en dat voor maar €15 per persoon per nacht inclusief ontbijt. We krijgen een stapelbed op een slaapzaal voor 16 personen. Als ik het bed zie, wil ik er het liefst zo in duiken. Maar we willen eerst nog een wasje draaien en uiteraard douchen. Bij de wasmachine staan nog drie wachtenden voor ons. We leggen onze was in een kussensloop bij de machine. De herbergierster zal deze voor ons draaien en daarna in de droger doen. Voor €8 hebben we straks al onze kleren weer schoon.

Carmen heeft een leuk gesprek met de herbergiers en nodigt ze uit om bij ons langs te komen als ze in Nederland zijn.
Ik ga op bed zitten om mijn blogs bij te werken. Ze kosten veel tijd; een groot deel van de pauzes en avonden spendeer ik eraan. Het fijnste vind ik het als we ergens iets drinken, want dan kan ik echt aan een tafel zitten schrijven. Maar ik vind het leuk om te doen en het helpt me om al onze ervaringen en gesprekken te herinneren.
Daarna duik ik heerlijk mijn bed in.
