Ik kom via de achterdeur het huis binnen. Vakantie! Heerlijk. Spulletjes pakken en op reis. Om 19.09 gaat onze trein van Emmerich naar Stuttgart. Carmen en ik gaan een lang weekend op bezoek bij Linda, mijn zusje.
In huis is het opvallend rustig. “Waar is iedereen?”. Geen antwoord. Ik merk dat ik lichtelijk geïrriteerd raak: Ik wil op tijd weg, waarom is ze nou niet thuis? Echt iets voor Carmen om weg te gaan, terwijl we toch op tijd wegmoeten om de trein te krijgen. Ik pak m’n mobiel om haar te bellen. Met dat ik wil bellen gaat de huistelefoon. Het is Carmen “Hoi Mamsie! Doe je even de poort open?”. Tegelijk met haar arriveren ook Danilo en Alicia, een vriendin van hem.
We lopen naar binnen. “Carmen, heb je alles ingepakt?” vraag ik met moederlijke strengheid, die me eigen is (niet dus!). Carmen is de schrik op haar gezicht af te lezen: “Maar ik dacht dat ik nog tijd had om de salade te maken”. We zouden een salade voor onderweg meenemen. “Heb je die nog niet klaar?”, vraag ik verwijtend. Zij, verontschuldigend: “Maar je zou pas om vijf uur thuis zijn, dus ik dacht dat ik nog 20 minuten had”. Dat klopt. Ik heb eerder van werk weg kunnen gaan, omdat ik een aantal presentaties naar eerder die dag kon verzetten. “Gaat dat in 20 min?” vraag ik. “Ja, tuurlijk!” geeft ze terug. Ik vraag door: “Ben je verder helemaal klaar?”. “Yep”, ze kijkt voldaan. Nou dat is dan een meevaller. Ik moet namelijk nog alles inpakken, maar ik wilde even een beetje stress veroorzaken. Dat moet je soms bij Zuidamerikaanse kinderen, want anders ben je zo maar een uur te laat. Gewoon tactiek, die ik inmiddels heb aan moeten leren, aangezien mijn kinderen de manana-mentaliteit niet af hebben kunnen leggen.
Carmen gaat aan de salade beginnen en ik ga m’n tas inpakken.

We rijden met Boodie, mijn auto, naar mijn ouders, drinken daar nog een kopje thee en worden dan door mijn vader naar het station in Emmerich gebracht.
In Duisburg moeten we overstappen. We hebben een uur overstaptijd, dus lopen een beetje het station op en af. Er komt een vrouw naar ons toe om om eten te vragen. We zeggen, dat we niets voor haar hebben. We lopen naar het perron om te kijken, of de trein er misschien al is. Maar die blijkt 25 minuten vertraging te hebben. Lekker dan! We zouden al na middernacht bij Linda aankomen. Wordt nu dus nog later. We besluiten om bij de McDonalds iets te gaan drinken. Carmen bestelt een cappuccino en ik een latte macchiato, maar tegen de tijd dat de dranken klaar zijn, moeten we ook al weer naar het perron. Vinden we. Want stel dat de trein toch eerder vertrekt! We nemen onze bekers en lopen weer door het station. We zien de vrouw weer lopen en Carmen geeft haar 2 euro. We lopen verder naar het perron en ik voel gewoon, dat Carmen ergens over nadenkt. “Denk je aan die vrouw?”. Ik ken haar al wat langer dan vandaag. “Ja” zegt ze “als ik iets te eten voor haar had kunnen kopen, had ik dat gedaan”. Maar alles zit dicht en we hebben ook niet meer genoeg tijd.
Op het perron moeten we nog even wachten. Dan komt de trein en stappen we in. We vinden een hele fijne plek met vier plaatsen en een tafel. Super! Hier gaan we ons wel vermaken. Aan de overkant zit een man achter een laptop. Hij is misschien zo’n beetje van mijn leeftijd, misschien iets jonger, lang haar, kalend op het midden, met een lange ketting met het peace-teken erop. Lijkt me wel een chille vent, maar hij kijkt niet op of om en blijft gekluisterd aan zijn laptop.
Jammer dat we die mondmaskers op moeten blijven houden. Per vandaag zijn alle corona-maatregelen in Nederland ervan af gegaan, behalve in het ov, daar moet je nog mondmaskers dragen. En we zijn nu natuurlijk in Duitsland en daar gelden alle maatregelen nog.

De treinchauffeur is jolig. Maar ja wat wil je? Het is carnaval en we naderen één van de bolwerken van het carnavalisme: Keulen. “Wir schleichen jetzt Richtung Köln” komt het door de intercom.
In Keulen stappen er twee jongedames in en gaan schuin achter ons zitten. Ze zijn verkleed en slepen een fles gin en een fles tonic met zich mee. Ze zetten een muziekje op. Carmen en ik gaan hier wel goed op, maar ik zie het gezicht van onze buurman vertrekken. Hij staat op: “Muss das jetzt sein?” – is dit nou echt nodig? “Oh Entschuldigung” giechelen de meiden. En quasi fluisterend naar elkaar: “Heb jij gehoord, wat-ie zei? Ik kon het niet goed verstaan” – “Volgens mij zei hij dat de muziek te hard was” – “Misschien moet we hem dan wat zachter zetten” – één van de meiden staat op en roept tegen onze buurman: “We zetten de muziek iets zachter, is dat oké?” De meneer bromt toestemmend, duidelijk not-amused. De jonge dames giechelen en zingen zachtjes mee. Ze hebben duidelijk al in de fles gin gekeken, niet al te diep, maar toch: een lichtelijke aangeschotenheid valt niet te ontkennen. “Wer möchte n’en Gin-tonic?” roepen ze door de wagon. Carmen ligt inmiddels in een deuk om de meiden. In tegenstelling tot onze buurman genieten we met volle teugen van de vrolijkheid en positieve energie van onze jonge medereizigsters. Carmen steekt haar hand op. “U?” vraagt de jongedame. “Ja”, Carmen knikt. De dames komen in de wiebelende trein onze kant op gebalanceerd met de flessen in de hand. Vlots!! Daar gaat een flinke scheut gin Carmens lege koffiebeker in en vlots een klein beetje tonic erbij. “Wilt u ook?” vragen ze mij. Helaas heb ik mijn latte nog niet op. “Oh”, zegt Carmen “We delen wel”. “Dan doe ik er nog iets bij in” komt het vrolijke antwoord en Vlots!!! Weer een reuzescheut gin en een klein scheutje tonic. We bedanken vriendelijk en proeven van het mengsel. Het is heerlijk. We zijn in ons sas. We hebben een grote beker lekkere cocktail! De meiden stappen bij het volgende station uit en zwaaien nog vrolijk naar ons vanaf het perron.
Inmiddels is er blijkbaar van conducteur gewisseld. “So”, klinkt er een vrolijke vrouwenstem uit de intercom. “Die Jungs sind jetzt weg, jetzt sind die Mädels dran. Mal sehen, ob es jetzt besser geht!”
Nou, dat is te hopen, want we hebben al aardig wat vertraging opgelopen!
Tijdens de gehele reis worden de reizigers via de intercom niet met het gebruikelijke “Sehr geehrte Fahrgäste”, maar met het carnavalistische “Werte Menschen” aangesproken. Op de één of andere manier maakt dit de reis heel erg gezellig. De gin helpt natuurlijk ook wel mee…
In Stuttgart weet ik de weg wel naar de S-Bahn, want daar moeten we mee naar Böblingen, waar Linda en Tim ons op komen pikken. Ik dácht dat ik het wist, maar ze zijn aan het verbouwen, dus we moeten toch zoeken. En dan ben ik weer helemaal de chaoot, die ik nu eenmaal ben. Ik zoek me suf naar bordjes, terwijl Carmen de aanwijzingen op de grond ziet staan. We moeten helemaal buitenom lopen en dan een flinke trap naar beneden. Ik neem de roltrap, ik vind het wel gezond, maar Carmen – diehard die ze is – neemt de trap. Het is gezellig op het perron, al is het al ver na middernacht. Al die jonge lui! Ik hou van die gezelligheid, al zijn we natuurlijk ook wel op onze hoede. Ik denk dat ik in een vorig leven een nachtdier was, een uil of zo, al ben ik best wel bang in het donker.
In de S-Bahn zit er naast ons een zwaar opgemaakt, geblondeerd meisje, die stomdronken is. Met een klagelijk stemmetje praat ze in haar mobiel: het gaat zo slecht met haar, ze is misselijk en ze heeft “iets” nodig. Ze wil graag naar diegene, met wie ze praat. Ze gaat er éen halte voor onze eindbestemming uit.
Linda en Tim zijn er uiteraard al. We geven elkaar een hugg en rijden naar de woning van Linda en Tim. Natuurlijk bijpraten en gezellig wat drinken zonder op de klok te kijken. Carmen en ik legen samen nog een fles rode wijn. Om vier uur ploffen we moe in bed. We slapen in de woonkamer, Carmen op de bank, die verbreed kan worden, zodat een geriefelijk bed ontstaat, en ik op een luxe luchtbed.
Nu wil ik gaan kijken, hoe ver we kunnen komen op zoek naar onze stamvader. Hoewel we natuurlijk even verwant zijn aan onze vrouwelijke voorouders, hou ik het in deze blog bij de mannelijke voorouders en blijf dus ook bij de naam Chevalking/Zevalkink/Zeevalkink. In een latere blog zal ik het ook over een leuke ontdekking in de vrouwelijke lijn hebben.









Vijf uur in de ochtend gaat de wekker. Ik ontwaak uit een soort coma. Heerlijk geslapen. Carmen staat op om de rest in te pakken, ik een kwartier later. De bagage blijkt te zwaar te zijn. Maar de flessen wijn moeten met alle geweld mee. “Ik lul me er wel uit” zegt ze nonchalant. Om zes uur vertrekken we richting Schiphol. Geen files, gelukkig! We zijn Arnhem voorbij als Carmen ontdekt, dat ze haar papieren visum vergeten is. Ze heeft alleen het visum in haar paspoort. “Is dat erg?” vragen we. “Neuh” zegt ze schouderophalend. “Denk het niet”. Pffff… nou ik hoop het maar. Ik maak me er maar niet druk om, als zij zich er niet druk om maakt. Uiteindelijk is zij de ervaren reiziger.
Het is weer zover! Mijn dochter heeft weer een reis gepland. Eigenlijk zou ze pas na Pinksteren gaan en het pinksterweekend – spreek: familiereünie op camping Jena – nog meemaken, maar ze bleek een langer visum te kunnen krijgen, dus de reis werd vooruit gelegd. Ik ben de hele tijd “zen” geweest maar nu – de avond vóór de vlucht – wordt het me te kwaad. Ik kom thuis van werk. Vóór die tijd nog de stad in om een kleine Jägermeister voor Carmen’s oom, Rodrigo, en een lekker geurtje van Rituals voor haar lief, te kopen. Ook nog even naar de Plus om wat voor het avondeten in te kopen. Het is warm, dus ik besluit om een lekkere salade met gebakken aardappels te maken. Ik kom met mijn fiets de tuin binnen en word gelijk met m’n neus op de harde feiten gedrukt: Aan de hangmat hangt haar rugzak en in de tuin hangt de was te drogen, die ze mee gaat nemen. Ik heb me al die dagen goed weten te houden, maar dit slaat nu wel op mijn gemoed: nu komt het wel héél dichtbij: morgen is het zover… En ik kan niet eens uitslapen. Vijf uur in de morgen opstaan en zes uur wegrijden om haar naar Schiphol te brengen. Prettige bijkomstigheid: ik ben vrij en kan mee om haar weg te brengen. Minder: ik moet daarna naar de kaakchirurg om een fistel te laten verwijderen.
Latte met een scheutje… dat is heel veel melk met schuim, een beetje koffie en wat mij betreft – en mijn schoonvader is het daar roerend mee eens – een scheutje Baileys, dat is een Ierse crèmelikeur. Het is bijna elke sabbat middag raak op het Kamilleveld bij ons thuis. Na de kerkdienst, die we heel lang nog regelmatig bezoeken – Carmen en ik in Doetinchem en pa om en om in Zutphen en Doetinchem – komt Pa mee naar ons huis. Ik ga dan gelijk aan de gang om een lekkere maaltijd te bereiden – althans, dat vind ik. Als kok heb je het voordeel dat je zelf beslist wat er gegeten wordt en dat is dan ook meestal, dat wat ik lekker vind, haha. Onder het eten vraagt Cor steevast: “Smaakt het pa?” Pa kijkt quasi boos van zijn eten op “Ach jong, vreet maar!”. En ze liggen weer in een deuk, zoals elke week. Ik schud mijn hoofd. Wat een mafkezen! “Het is heerlijk, hoor Manon” zegt hij met een knipoog in mijn richting. Cor hoef ik niets te vragen, die vindt alles lekker. Het gesprek gaat over de preek of de sabbatschool of iets anders, maar een geanimeerd gesprek is er altijd, meestal over geloofszaken. Na het toetje ga ik de keuken opruimen en gaan Pa en Cor – en indien van toepassing – de kinderen, in de woonkamer zitten. Als ik klaar ben, voeg ik me bij hen en we zetten ons gesprek voort. Ik ga in mijn hoekje op de grote bank zitten met mijn benen zijwaarts opgetrokken. Cor zit in de stoel en Pa op de tweezitsbank voor de schuifpui. We kletsen, kijken een youtube-filmpje of een natuurfilm, of ook niet. “Wilt u een latte, pa?” Hij trekt zijn wenkbrauwen in verrukking op en tuit zijn lippen
Mijn laatste dag in Quito. We gaan met z’n drieën: Carmen, Chloe, het huisgenootje van Carmen, en ik met de trolley/bus naar het parque Metropolitano om daar Alejandro te ontmoeten. Het is eigenlijk een hele reis en het is al bij twaalven als we bij de ingang aankomen. Alejandro is er nog niet. Hij zou lopend komen, maar dan zal hij er voorlopig nog niet zijn, want het is een heel stuk lopen. We lopen eerst een straat in om in een winkeltje wat snacks en wat te drinken te kopen. Dan besluiten we om vast zelf al een stukje te lopen in het park, dat eigenlijk een groot bos is. Maar ik moet eerst heel nodig naar de wc. Dus we lopen eerst weer het straatje in om bij een restaurant naar de wc te gaan. Dan starten we onze wandeling. We nemen nauwgezet aanhoudingspunten in ons op, zodat we straks de weg terug vinden. Pfffff – dit gaat weer omhoog! Ik heb niet echt spierpijn in mijn benen, maar merk toch dat ze nog vermoeid zijn van de inspanning van gisteren. We zijn nog maar een stukje gelopen of Alejandro appt, dat hij er is. We lopen weer terug om hem te ontmoeten en zetten samen onze wandeling voort. In de verte zien we de bergketen. Alejandro wijst waar we gisteren gelopen hebben: “Kijk, daar is de elektriciteitsmast en daar zijn de boobies”. Ik kan het zien inderdaad, helemaal in de verte. Wauw wat hoog!!
We komen op een grote open vlakte en zoeken een plek op het gras. Chloe heeft een doek meegenomen en we gaan de chips opeten, ondertussen gezellig kletsend. Dan gaat Chloe spontaan wat yoga-oefeningen met ons doen. Ik heb nog nooit yoga gedaan, leek me altijd saai. Het is echt zwaar, veel zwaarder dan ik had verwacht en zeker wel heel erg goed, want je gebruikt alle spieren, maar het is alsnog niet mijn ding. Ik doe liever iets op muziek, liefst Zumba. We besluiten om het park uit te lopen en op zoek te gaan naar een shoarma-tent. Alejo weet er wel één. Ik ben gewend om shoarma in een shoarma-broodje te eten, je weet wel zo’n platte, die opengesneden wordt en gevuld, maar dit is een wrap gevuld met stukjes vlees en rauwkost. Het is wel lekker. Ik neem er een “Pilsener” een Ecuadoriaans biertje bij, Carmen een cola en Chloe en Alejo inca-cola, een typisch Zuidamerikaans drankje, dat in niets op cola lijkt. We nemen afscheid van Alejo. Ik voorgoed – naja, wel in de hoop, elkaar nog eens terug te zien – en nemen een taxi naar de artesania-markt. Daar ontmoeten we John, de vriend van Chloe en lopen over de markt. Ik ben op zoek naar een bepaalde sjaal, die ik in Baños gezien had, maar ik vind hem niet. Helaas. Ik koop nog wel een prachtige, warme en zachte omslagdoek, dan besluiten we naar huis te gaan. Het is omstreeks vijf uur. Carmen en ik nemen een taxi, Chloe en John gaan lopend. Thuis ga ik mijn koffers pakken, douchen en me voorbereiden op de terugreis. Het afscheid drukt al een aantal dagen op me en vooral vandaag. Nu het zo dichtbij komt vloeien wel de traantjes bij Carmen en bij mij. “Toen ik besloot om je te bezoeken, had ik er niet rekening mee gehouden, dat ik ook weer afscheid zou moeten nemen.” zeg ik verdrietig tegen Carmen. “Ik dacht alleen aan het weerzien en wat we allemaal zouden gaan doen.”. Ik haat het afscheid. Nu al voor de derde keer, dat ik zo ver van mijn kind weg moet. “Het is onmenselijk” zegt ik tegen haar. En zo voelt het ook. Alles in mij verzet zich ertegen. “Ik denk dat je wel in de koffer past”. Ik kijk haar taxerend aan. “Dan laat ik alle spullen wel hier”. Carmen lacht tussen de tranen door. Dan krijgt ze een appje van Jessy, met de mededeling dat ze er is. Ze heeft een auto geleend om mij naar het vliegveld te brengen. Zo lief! En super fijn. Om kwart over acht vertrekken we. Ik ga met Carmen op de achterbank zitten, zodat we nog wat kunnen knuffelen. Tijdens de rit hebben we het over een zaak van Jessy. Ze vindt haar werk helemaal leuk en vertelt er vol enthousiasme over. Na een klein uurtje arriveren we op het vliegveld. Het is een klein vliegveld, er is niet veel te doen. Ik had thuis al online ingecheckt. Nu check ik mijn bagage in. In Houston moet ik de bagage weer ophalen en opnieuw weer inchecken, gaat dus niet rechtstreeks naar Amsterdam. Tssss Amerika! Als ik mijn grote koffer kwijt ben, gaan we nog met z’n drietjes op een bankje zitten. Maar het afscheid opschuiven maakt het alleen maar moeilijker. We besluiten om maar in de zure appel te bijten en een laatste knuffel te geven. Die laatste knuffel worden er drie, weer vergezeld met een vloed aan tranen. Dan verman ik mezelf en ga de poort door, ik zwaai en weg ben ik. Ik ga door de pascontrole, handbagage check-in enzo, het wijst zich weer allemaal vanzelf. Ik loop maar gelijk naar de gate door. In het vliegtuig zit ik naast een vader met zijn zoontje. Ik had een plek aan het raam gereserveerd, maar die is dus door het jongetje ingepikt. Een steward komt de plekken controleren, want iets klopt er niet. De vader en zoon hebben tickets voor rij 24, maar dit is rij 25, dat verklaart het. De steward ziet wel dat ze verkeerd zitten, maar doet er niets aan, waarschijnlijk te ingewikkeld. Hij wijst iemand, die nu nog geen plaats heeft ergens een plek aan. De vader kijkt mij kopschuddend aan “United!” zegt hij. Dat is de vliegmaatschappij. Ik denk bij mezelf: nee, niet united, sufferd, jij zit zelf verkeerd. Maar ik laat het maar zo. Wat schiet je ermee op? Als het vliegtuig de startbaan oprolt en opstijgt begin ik weer te huilen. Niemand gelukkig, die het merkt door de herrie die het vliegtuig maakt. Een lange reis voor de boeg nu, via Houston en Washington naar Amsterdam. Ik ben om kwart over 8 op dinsdag avond uit Carmen’s appartement vertrokken en zal zo’n 30 uur later op donderdag ochtend in Doetinchem aankomen. Ik neem met mij mee een paar mooie souvenirs, onder andere voor in ons nieuwe huis en vooral een heleboel prachtige herinneringen en ervaringen. Hasta luego Ecuador, lieve vrienden en lieve, lieve Carmie, mooiste en liefste dochter van de hele wereld!!! Het blijft onmenselijk! 

Haha. Alejandro lacht “Precies wat ik ook dacht” antwoordt hij. Als ze langs zijn lopen we ook weer verder. De afdaling is inderdaad wel makkelijker dan omhoog, maar mijn benen voelen nog steeds als rubber, waardoor ik niet echt goed controle over mijn benen heb. Maar we komen uiteindelijk toch heelhuids beneden aan en nemen de kabelbaan weer terug. We hebben weer een gondel voor ons alleen. Als de kabelbaan een beetje vreemd gaat doen, zet Alejandro grote, verschrikte ogen op. “Je hebt toch geen hoogtevrees?” zeg ik? “Je bent toch alleen pessimistisch?”. Hij knikt “Ja, ik heb ook geen hoogtevrees, ik wil alleen niet dood en dat is gewoon een hele logische gedachte.”. “Ach,” zeg ik “je kunt maar beter genieten van de rit voor je dood gaat…”. Maar alles gaat goed. Als we nog maar een meter of twee van de grond verwijderd zijn, deelt Alejandro mee, dat hij het nu niet meer zo erg zou vinden om af te storten. Ik moet lachen.
Morgen nog een hele dag.. . We bestellen bij één van de kraampjes Canelazi. Alejandro vindt dat het net een Europeese kerstmarkt is. Grappig, ik had precies dezelfde gedachte. Alejo kent Europa, doordat hij een hele poos in Zwitserland is geweest. Daar heeft hij ook wat Duits leren spreken. De Canelazi zou dan de Glühwein zijn. En de zoete empanada en een soortgelijk ander zoet baksel, dat Jessy bestelt en ik ook mag proeven – hmmmm – heerlijk!!! – zouden wel “Krapfen” – oliebollen kunnen zijn. We gaan aan houten picknicktafels zitten en genieten van de drank en de snack. En aantal honden komen naast ons staan, met grote hongerige ogen wachtend op een stukje lekkers. Geen idee, waar die ineens vandaan komen. Je hoeft in ieder geval niet bang zijn voor honden hier. Ze zijn heel lief en laten je altijd met rust. Misschien zijn ze wel juist liever, omdat ze altijd los mogen lopen. Ik weet het niet. Ik ben er in ieder geval niet bang voor, al hou ik de tip van GGD in gedachten, om ze voor de zekerheid niet aan te halen.
Na drie uur slaap gaat om acht uur de wekker. Ik kom heeel moeilijk uit de slaapmodus, maar we zouden om negen uur ontbijten, om om tien uur weer een toer met de chiva te doen. Ditmaal naar de watervallen. Om half negen sta ik met veel moeite op, spring nog een keer onder de douche en kleed me aan. Maar de meiden zijn nog niet zo ver. Om half tien lopen we dan het stadje in op zoek naar desayuno – ontbijt. In een eettentje nemen we een zogenaamd Amerikaans ontbijt, een broodje waar een soort kaas in zit, een schaaltje met roerei, een vruchtensap en heet water of hete melk. Ik neem heet water, maar ben mijn thee vergeten, nu moet ik er koffiepoeder indoen. Bah, veel te sterk.![PhotoGrid_1501702615932[1]](https://manonswiersblog.com/wp-content/uploads/2017/08/photogrid_15017026159321.jpg)