Organic retreat en camino

Dag 33 en 34: Van Gijon naar Doetinchem – Bussen, ontmoetingen en een zware backpack

​Ik word een paar keer wakker en check het weer. Er wordt nog steeds regen voorspeld en als ik ’s morgens wakker word, regent het inderdaad. Het ziet er niet goed uit. Dan een appje van Carmen: ze heeft haar sombrero in de bus laten liggen. Ik ben er oprecht verdrietig om. Ze was er zo blij mee en heeft hem de hele camino gedragen.

​Ik doe mijn ochtendtoilet en laad stiekem mijn mobiel toch illegaal op in het wc-gebouw. Ik begin vast met opruimen. Het luchtbed laat ik leeglopen en vouw ik op. Dan maak ik de binnentent los, laat hem zakken en hevel alle spullen over naar de platte tent. Inmiddels is het gelukkig gestopt met regenen, maar de tent en het gras zijn nog drijfnat. Ik leg mijn rugzak op een vuilniszak, neem de tent met een doek af en vouw alles op. Alles past in de backpack, maar hij is nu zo zwaar dat ik hem maar met moeite op mijn rug krijg.

​Gelukkig hoef ik maar tien minuten te lopen naar de bus richting het busstation. Daar koop ik een ticket naar Oviedo. De bus vertrekt al tien minuten later en de rit duurt een halfuur. Ik ben al op de juiste plek voor de Flixbus en dat is fijn, maar ik heb nog een paar uur te overbruggen. Ik steek de straat over om uitgebreid te ontbijten in een cafeetje aan de overkant. Het is inmiddels weer gaan regenen. Ik zoek een plekje bij het raam in de hoek en bestel thee met toast, boter en jam. Ik lees wat en kijk naar de mensen die door de straat lopen. Iets later bestel ik nog een toast met kaas en een café con leche. Tot slot neem ik nog een alcoholvrij biertje, waar ik wat olijven en een stukje brood met kaas bij krijg.

​Als ik terug naar het station loop, ben ik nog steeds te vroeg. Ik ga op een bankje zitten lezen en neem nog een maaltijd — patat met gebakken ei — voordat ik naar het perron ga. De bus staat er al: richting Parijs, nummer 783. Dat klopt. Mooi. Ik loop naar de chauffeur, maar die zegt dat ik een andere bus moet hebben. Ik aarzel. Ik had het toevallig nog met Carmen erover dat buschauffeurs niet altijd van wanten weten en ik heb zelf ook al meegemaakt dat een chauffeur me naar de verkeerde bus wees. Dit voelt niet goed. Dit is wél de bus naar Parijs Bercy, hij heeft het juiste nummer, staat er op de juiste tijd én op het juiste perron.

​Ik loop nog eens naar de chauffeur, die inmiddels om de bus heen is gelopen. Buschauffeurs zijn niet altijd even aardig, dus ik riskeer misschien een uitbrander, maar dat maakt me niet uit: ik wil zekerheid. Ik toon mijn ticket op mijn telefoon en wijs hem op Parijs Bercy en het nummer. Hij knikt. “Ja, maar je moet toch de volgende bus nemen. Dit is B.” Ik loop terug naar de voorkant van de bus en zie dat er achter het nummer inderdaad met de hand een B is geschreven. Oké, op hoop van zegen dan maar.

​Ik blijf maar weer wachten. Taferelen van dat de bus wegrijdt, ik op het perron sta en er geen andere bus komt, passeren de revue in mijn hoofd. De bus rijdt nog niet weg als er een tweede bus aankomt met exact hetzelfde nummer, ook naar Parijs. Gelukkig! Ik laat mijn ticket scannen, doe mijn bagage in de bagageruimte en stap in. Op de plek naast mij zit al iemand: een lange blonde man met een witte pet, iets jonger dan ik.

​De bus gaat rijden en Danilo belt me. Hij heeft promotie gemaakt! Wat ben ik blij voor hem. We praten even en als ik ophang, zegt mijn buurman: “Hé, een Nederlandse buurvrouw!” Ik ben net zo blij verrast als hij. We zijn voor zover ik weet de enige Nederlanders in de bus. Mijn buurman — Andy — blijkt een fijne reisgenoot te zijn. Ook hij moet naar Parijs om daar over te stappen. We praten wat, dommelen af en toe en ik lees wat. We liggen op een aantal vlakken niet echt op één lijn, merk ik, maar desondanks hebben we een hele leuke klik. Hij woont in Spanje tegen de Portugese grens, heeft een Spaanse vrouw en twee jonge kinderen. Hij is nu op weg naar Nederland om 2,5 maand als schilder te werken. Hoewel hij een aangename buurman is, ruik ik direct al dat hij gerookt en gedronken heeft. Ook onderweg opent hij nog twee keer een blikje bier, maar hij schijnt het te kunnen hebben.

​Het lukt me uiteindelijk aardig om te slapen, al word ik regelmatig wakker en doet alles pijn van het lange zitten. Maar omdat Andy zulke lange benen heeft, strekt hij ze soms uit in het gangpad, waardoor ik ook wat meer ruimte krijg. Als de dag aanbreekt, dommel ik nog vaak in.

​Om 08:24 uur komen we aan in Parijs. Ik hoorde van Carmen al dat het een rotstation is en Andy bevestigt dat. Het is een chaos en je moet goed opletten waar je heen moet; soms wordt het perron pas op het allerlaatste moment bekendgemaakt. Andy heeft een andere aansluiting en meer tijd. Hij biedt aan om me te helpen de weg te vinden én op me te letten, want er is veel criminaliteit op het station. Wat fijn; ik hoef dit stuk dus niet alleen te doen.

​Bij het station zet hij me voor een informatiescherm. Ik moet daar blijven staan tot hij terug is en in de gaten houden wanneer mijn perron bekend wordt gemaakt, terwijl hij naar de supermarkt gaat. Binnen 20 minuten voor vertrek verschijnt perron 15 op het scherm. Andy is er nog niet. Ik wacht nog heel even en loop dan toch maar vast naar het perron, want je moet er minimaal 15 minuten van tevoren zijn.

​De buschauffeur scant mijn QR-code. “Nijmegen,” zeg ik. “Eindelijk iemand die Nederlands spreekt,” antwoordt hij. Ik denk precies hetzelfde! Ik leg mijn rugzak (of eigenlijk die van Carmen) in de bagageruimte en kijk nog even om me heen of ik Andy’s witte petje zie. En ja hoor, daar staat hij voor de bus, met zijn ogen naar mij te zoeken. Ik loop zwaaiend naar hem toe. Ik geef hem een knuffel, hij geeft me een kus op mijn wang en we wensen elkaar een goede reis.

​Dan stap ik in. Naast mij zit een Fransman. Hij is klein en slank, maar zit wijdbeens, waardoor ik niet heel veel ruimte heb — wat een verschil met mijn vorige buurman! Gelukkig slaap ik nog steeds veel. Mijn verkoudheid zet door en mijn voeten zwellen steeds meer op. Zo’n lange busreis begint nu echt een uitdaging te worden.

​Zodra we de Belgische grens over zijn, hebben we een stop van 30 minuten. Fijn, even de benen strekken. Ik ga naar de wc. Hier moet je ervoor betalen — in Spanje, Portugal en Frankrijk was dat gratis — maar mijn hemel, wat een heerlijk schone wc. Ik heb het geld er graag voor over. Ik koop een baguette met mozzarella en tomaat, een flesje sinaasappelsap en smikkel mijn broodje buiten in de zon op.

​We vervolgen onze weg. Mijn buurman stapt uit in Brussel. Mijn sandalen gaan uit en ik ga even heerlijk dwars op de bank zitten met mijn voeten omhoog. Nu duurt het niet lang meer; de langste reis zit erop. Wat lezen, wat dommelen, tot we uiteindelijk in Nijmegen aankomen na een totale reistijd van 25 uur.

​Ik pak mijn veel te zware vracht uit de bagageruimte. De buschauffeur woont in Nijmegen en zijn werkdag zit erop. “Daar is het station,” wijst hij. “Ja, dat weet ik,” zeg ik. Ik wens hem een fijn weekend en sleep de tas naar een muurtje. Ik heb bijna geen kracht meer om hem zonder verhoging op mijn rug te krijgen. Ik voel me ziek en moe. Ik ga voor de rugzak op het muurtje zitten, steek mijn rechterarm door de lus zodat de tas op mijn schouder rust, sta op en steek mijn linkerarm erdoor. Een paar keer huppelen tot hij goed zit en dan de gespen dicht.

​Ik loop het station in en ga naar de wc zonder de rugzak af te doen. Ik mis de eerstvolgende trein, maar twintig minuten later gaat de volgende. De trein is vol en ik moet tot Arnhem staan. Daar kan ik direct overstappen op de trein naar Doetinchem. Hier kan ik gelukkig wél zitten en mijn rugzak even afdoen. Ik eet de rest van mijn volkorenstengels met hummus op die ik bij de Lidl in Gijón had gekocht, en geniet ervan om weer in Nederland te zijn.

​Een klein kwartiertje lopen en ik ben thuis. Nadat ik de tas heb uitgepakt en de tent te drogen heb gehangen, inspecteer ik de tuin. Het irrigatiesysteem heeft uitstekend werk gedaan! Ik zal de komende dagen weer genoeg te doen hebben.

​Ik bestel een pizza en ga douchen.

​Om negen uur lig ik al in bed. Heerlijk, mijn eigen bedje. Verdrietig dat mijn avontuurlijke, spannende, leerzame en heerlijke reis voorbij is, maar ook dankbaar voor wat ik hier heb en kapot van de lange busreis val ik in slaap.

Plaats een reactie