Dag 30: Gijon – Tussen bezorgdheid en vertrouwen

Ik ben weer vroeg wakker. Ik lig veel te draaien door de pijn in mijn benen en rug. Als ik opsta, kan ik me nauwelijks bukken om mijn gezicht bij de wastafel te wassen; zelfs stretchen geeft weinig verlichting.
Ik ga op verkenning uit. Net buiten de camping voert een stenen trapje naar een klein, rotsachtig strandje. Daarna ga ik op het terras zitten schrijven tot Carmen wakker is. Gelukkig is ze door mijn gedraai niet wakker geworden en heeft ze wel goed geslapen. Het terras gaat om negen uur open. We besluiten binnen bij de bar aan een tafeltje te gaan ontbijten. Je kunt er croissantjes en bladerdeegbroodjes met pudding kopen — beleg is er niet. We nemen ieder zo’n bladerdeegbroodje; Carmen neemt er decafé bij en ik thee.
Na het ontbijt gaat Carmen nog even liggen. Ik ga buiten verder schrijven aan mijn blog met een café con leche erbij. Het is hier heerlijk zitten met uitzicht over de zee en op Gijón. Tegenover ons in de verte ligt de haven voor vrachtschepen. Het is bewolkt, maar qua temperatuur erg aangenaam.

Om 12 uur ’s middags gaat Carmen online cirkelen met Rudrigo en Leigh. Ze is van plan om morgen of overmorgen naar Portugal te reizen. Rond vier uur lopen we naar de stad, een flinke wandeling. We nemen mijn rugzak mee om boodschappen te halen. Hoewel we vandaag niet veel hebben gedaan, zijn we nog steeds ontzettend moe en kapot.
Onderweg vertelt Carmen dat ze misschien morgenochtend vroeg al vertrekt. Ze wil dan met de ALSA-bus naar Coimbra en vanaf daar naar Dornes lopen: een tocht van drie dagen waarbij ze in een hangmat overnacht. Leigh heeft aangeboden om haar op te halen als ze niet meer kan of wil verder lopen.
Tijdens het lange eind over de boulevard start ik de cirkel. In de cirkel vertel ik eerlijk wat er in mij omgaat. Ik voel me moe en niet in mijn hum. Het eeuwige geklets van de mensen om me heen op de camping triggert me enorm; ze zijn erg vriendelijk, maar ze zijn geen seconde stil, praten hard en in mijn oren agressief. Ik wou dat ik een bus eerder had geboekt, zoals ik al eerder van plan was. Ik wil naar huis.

Bij het idee dat Carmen van Coimbra naar Dornes gaat lopen en in een hangmat overnacht, komt er een grote bezorgdheid in mij op. Na mijn “Aho” deelt Carmen dat mijn weerstand bij haar ook in eerste instantie weerstand opriep en een reactie van “daar gaat ze weer”, maar binnen een seconde besluit ze voor zachtheid en empathie naar mij toe te kiezen. Ik weet dat mijn ongerustheid haar er nooit van zou weerhouden om te gaan, en maar goed ook. Mijn ongerustheid is mijn eigen draak waar ik mee moet dealen.

Al is die vergelijking van een uitdaging met een draak die gedood moet worden weer een heel mannelijke manier om naar angsten te kijken. Tijdens deze reis leer ik juist dat het geen strijd hoeft te zijn, maar dat er zachtheid en vertrouwen mag zijn. En toch… die ongerustheid grijpt me naar de keel.
Inmiddels zijn we in de stad aangekomen. We hebben trek en Carmen heeft op internet een goede kebabzaak gevonden. Hoewel het al zeven uur is, is er nog helemaal niemand. Carmen neemt een kebabschotel met kip en ik een falafelschotel. Daarna voel ik me al snel wat beter. Het was dus niet alleen de vermoeidheid, maar ook een gebrek aan brandstof dat me zo leeg zoog.

Ik ben nog steeds op zoek naar een winkel waar ze wol verkopen. We komen langs een Chinese winkel volgestampt met spullen, een soort so low. En ja hoor: heel veel wol! Helaas zijn de haaknaalden die ze hebben óf veel te dik óf veel te dun. Ik wil eerst verder zoeken naar een passende haaknaald voordat ik hier eventueel terugkom voor de wol.
Vervolgens doen we boodschappen bij de Lidl: twee pakken bouillon, blikken champignons, een groot glas linzen, vier potten artisjokkenharten, kefir, fruit en een fles van anderhalve liter water, want het water uit de kraan vind ik niet te drinken.

De rugzak is nu loeizwaar. Carmen sleept hem het eerste stuk, daarna neem ik het over, en het laatste eind draagt Carmen hem weer. Helemaal kapot komen we aan op de camping. Ik ben zo dankbaar dat we gewoon ons bed in kunnen duiken. Eén ding weet ik zeker: ik slaap vannacht als een roos.