Organic retreat en Camino

Dag 20: Quevada –  Vertrouwen op de route

Vanochtend hebben we nog wat missies te volbrengen: naar het postkantoor en naar de kledingcontainer. Daarna schaffen we een stempelkaart en de Jacobsschelp aan. Die bevestigen we aan onze rugzakken als herkenning dat we pelgrims zijn. Dan is het tijd om het hostel te verlaten en op weg te gaan.

​Carmen heeft via BlaBlaCar een rit geregeld. We rijden mee met Lucia, een jong meisje in een verrassend mooie en schone auto. Na tweeënhalf uur zet ze ons af aan de boulevard van Santander. En daar staan we dan, aan de kade met uitzicht op de zee! We lopen een stenen trap af die het water in voert om onze voeten even heerlijk te koelen, waarna we op de treden gaan picknicken.

​We willen eigenlijk snel door. De eerste etappe is 36 kilometer, waarvan het eerste gedeelte Santander uit voert via geasfalteerde wegen en geen mooie route is. Via AI had ik uitgezocht dat veel pelgrims met het openbaar vervoer naar Mogro reizen om vanaf daar verder te lopen. Wij willen daar ook een overnachting boeken en zo onze Camino beginnen, maar in Mogro blijkt helemaal niets meer te vinden te zijn.

​We gaan op een bankje voor een huis zitten uitvogelen wat nu het handigst zou zijn. “Als ik alleen was, zou ik gewoon ergens in mijn hangmat gaan slapen,” zegt Carmen. Ik visualiseer voor me dat we ergens onze matjes uitrollen en in de buitenlucht slapen. Ik raak er niet meer van in paniek, en dat is al een heel fijn gevoel.

​Een meneer die tegenover woont, komt op ons af gelopen. Carmen legt hem uit voor welke uitdaging we staan. Hij geeft ons het telefoonnummer van een herberg, maar we krijgen geen gehoor. Meteen daarop rijdt hij met zijn auto weg—we hebben geen idee wat hij gaat doen. Als hij na zo’n tien minuten weer terugkomt, vertelt hij dat hij heeft rondgevraagd en raadt hij ons aan de bus te nemen naar Santillana del Mar, omdat daar veel herbergen zijn. We moeten dan eerst naar Barreda reizen en daar overstappen.

​Bij de bushalte in Barreda zitten we weer te bedenken wat we zouden doen als we echt nergens een slaapplaats kunnen krijgen. “We zijn te weinig in het nu,” zegt Carmen. En ze heeft gelijk. Als we het loslaten, gebeuren er vanzelf dingen—zoals met die oude meneer straks.

​Ik staar naar de bergen in de verte. “Wat zie je?” vraagt Carmen. “Niks,” zeg ik, “mijn hoofd stond even op pauze.”

​Op dat moment komen er drie jonge vrouwen de hoek om lopen; aan hun rugzakken te zien zijn het ook pelgrims. Een van hen vraagt aan Carmen of dit de bushalte is. Het blijken Duitse meisjes te zijn. Wanneer ik ze in het Duits aanspreek, moeten we allemaal lachen. Wat leuk!

​”Hebben jullie al een slaapplek?” vraag ik.

“Ja,” antwoorden ze, “in het plaatsje Queveda.” Daar gaan ze nu naartoe; althans, één van hen neemt de bus en de andere twee gaan lopen.

“Wij hebben nog geen plek,” zeg ik.

“Toen wij zojuist belden, waren er nog tien bedden vrij,” zegt het meisje, en ze geeft Carmen meteen het nummer.

​Carmen belt er direct achteraan en ja hoor: er is nog plek voor ons! Voordat onze bus vertrekt en de deuren dichtgaan, roepen de twee meiden die gaan lopen ons lachend nog na: “Passt gut auf unser Katrienchen!”

​We reizen naar het dorp en wandelen samen met Katrina naar de herberg. Het blijkt een eenvoudig maar ontzettend knus onderkomen te zijn. De oude mevrouw die het runt is erg lief. Ze is ontzettend blij dat Carmen zo goed Spaans spreekt; Carmen wordt direct tot tolk gepromoveerd en mag meteen voor drie andere pelgrims vertalen! We krijgen een stapelbed op een kamer met vijf stapelbedden.

​Na het douchen gaan we in een nabijgelegen restaurantje iets eten, al valt het eten ons helaas erg tegen. Daarna duiken we snel ons bed in. Iedereen ligt al te slapen.

Plaats een reactie