Dag 18: Lissabon – Op weg naar het volgende avontuur
Om 4:00 uur ben ik al wakker. Ik lig maar te piekeren over ons plan. Gisteren had ik al bedacht dat andersom lopen wat nadelen heeft, dus ga ik nu uitzoeken wat wel handig is. Kort na 6:00 uur bellen Carmen en ik. We nemen mijn plan door en beslissen om één dag extra in Leon te blijven. Afgelopen nacht heeft ze waarschijnlijk in een hangmat geslapen; toen ik haar gisteravond vroeg of ik wilde weten waar ze ging slapen, viel er een korte pauze, gevolgd door een eerlijk “nee”. Voor komende nacht heeft ze gelukkig wel een hotel geboekt, en voor morgen boekt ze voor mij bij.
Omdat we pas om 9:15 uur ontbijten, begin ik alvast met pakken. Om 12:00 uur vertrekken Rudrigo en ik in zijn camperbus richting Tomar. Leigh en ik nemen afscheid met een warme knuffel. Ik zal hem missen; hoe verschillend we ook zijn, we zijn erg aan elkaar gehecht geraakt. Na een korte stop bij de Lidl nemen Rudrigo en ik de trein van Tomar richting Lissabon. Hij gaat een vriendin ophalen die overkomt uit Nederland en moet dus ook in de stad zijn.

In Lissabon zitten we op een bankje aan de kade van de rivier, waar we onze laatste online cirkel met Leigh hebben. Daarna vertrekt Rudrigo richting het vliegveld en blijf ik alleen achter. Ik zoek een terrasje op aan de kade en drink een 0.0 biertje. Het is bijna ongelooflijk: na deze twee heerlijke weken staat er nu wéér een avontuur van twee weken te wachten. Hoe jammer ik het ook vind om hier weg te gaan, ik kijk er ontzettend naar uit om met Carmen de Camino te gaan lopen.
Als mijn biertje op is, loop ik met mijn zware backpack naar de kade om nog even op een muurtje te zitten. Rond 19:00 uur ga ik eten. Voor € 8,50 heb ik een heerlijke, eenvoudige maaltijd met een Spa Rood. Ik betaal een tientje en maak nog gebruik van het toilet. Het licht doet het daar niet; zowel bij de wastafel als op de wc zelf brandt slechts een waxinelichtje, waardoor ik bijna niets zie. Wat een gedoe met zo’n zware rugzak!
Na het toiletbezoek loop ik in een kwartier naar de bushalte. Van Flixbus had ik een bericht gekregen dat er geen Flix-belettering op de bus zou staan, dus het is even zoeken naar het internationale perron. Daar komt de bus naar Parijs aan; mét het juiste busnummer, maar gek genoeg óók gewoon met Flix-belettering. De chauffeur opent de bagageruimte en wijst de plek aan waar we onze bagage moeten plaatsen al naargelang onze bestemming. Wanneer ik zeg dat ik naar Leon in Spanje moet, beweert hij dat ik een andere bus moet hebben. Huh? Dit is toch echt het juiste busnummer, en ik moet richting Parijs om ergens in Spanje overstappen. Hij bestudeert mijn ticket—ik vraag me af waarom hij niet gewoon de QR-code scant—en concludeert dan dat ik toch wél in deze bus moet. Ik werd er even onzeker van, maar het klopt dus gewoon. Bij het instappen scant hij bij iedereen de code en controleert hij alles.
”20A,” zegt hij. Dat is mijn stoel. Gelukkig, het klopt!

De bus vertrekt stipt op tijd. Al snel verdwijnt de zon en laat een zacht geeloranje gloed achter waartegen de bergen zwart afsteken. In de invallende duisternis vervagen de kleuren en sukkel ik al snel in slaap. Een uur later word ik wakker, waarna ik hazenslaapjes blijf doen. Op een gegeven moment hebben mijn Angolese buurman en ik de hele achterbank voor ons tweeën. Hij gaat aan de ene kant in foetushouding liggen en ik aan de andere kant, al zoek ik snel weer een andere houding. Rond de klok van tweeën rijden we de Spaanse grens over en hebben we een pauze van een half uur.
