Organic retreat en rainbow gathering

Dag 3: Ergens in Portugal -​Bekende gezichten op een donker perron: Mijn aankomst in Coimbra

Op weg naar de bus

Vandaag staat de langste rit tot nu toe op het programma: een busreis van San Sebastián via Lissabon naar Coimbra, waar ik na ruim 14 uur reizen zal worden opgepikt.
Op het busstation in San Sebastián is het meteen even puzzelen. Pas een kwartier voor vertrek verschijnt perron 12 op het bord, maar beneden zie ik alleen de letters A, B en C. Na wat heen en weer geloop en een roltrap op en neer, wijzen een paar jongeren me op de nummers die hoog boven de letters hangen. Net vijf minuten voor vertrek stap ik de bus in. Oef!

De reis verloopt gelukkig heel voorspoedig. Met twee stoelen voor mezelf, mijn haak- en breiwerk en een goed boek vliegt de tijd voorbij.

En af en toe een stop om iets te eten. 

Als de avond valt, kom ik aan op een donker busstation in Coimbra. Mijn backpack ligt zo diep in de bagageruimte dat ik er bijna in moet kruipen. “Kan ik helpen?” klinkt het ineens achter me. Rudrigo! Samen met Leigh — die ik tot nu toe alleen van Zoom ken — staat hij me op te wachten. Na een warme begroeting stappen we met z’n drieën voorin het busje. Sophia wacht thuis op ons.
Tijdens de rit naar het huis kletsen we honderduit en vertellen we Leigh hoe Rudrigo en mijn paden elkaar ooit doorkruisten. Eenmaal aangekomen wil ik weten waar ik kan slapen. Het gastenverblijf blijkt beschikbaar te zijn. We brengen mijn spullen daar naartoe en komen daarna samen in de bovenzaal voor een warme welkomscirkel.
We delen met elkaar: “How is it to be me right here right now? What did work for me and what do I require?” Iedereen krijgt de volle ruimte en aandacht om te spreken zonder onderbroken te worden. Een prachtig, verstild moment na zo’n lange reisdag. Na de cirkel wensen we elkaar een goede nachtrust en zoeken we ons bed op.

Organic retreat en rainbow gathering

Dag 2 – San Sebastian

Om 9:00 uur moet ik weer bij de bushalte zijn om mijn reis voort te zetten. Omdat ik vermoed dat de achterdeur van het hotel een kortere route is, vraag ik het voor de zekerheid even na bij de receptie. Zowel de receptioniste als de schoonmaakster beweren bij hoog en bij laag dat ik echt de voordeur moet nemen om bij de bushalte te komen. Hoewel ik twijfel, denk ik: “Vooruit, in het ergste geval loop ik een klein stukje om.” Met zo’n 16 bij je telt immers elke meter.
En ja hoor: eenmaal buiten kom ik precies uit op het punt waar ik via de achteruitgang ook zou zijn beland! Zie je wel. Meteen weer zo’n mooi lesje voor mezelf: als mijn intuïtie of eigen kennis iets zegt, moet ik daar gewoon op vertrouwen en niet zomaar iedereen volgen.
Toch blijft die twijfel onderweg soms hardnekkig. Ondanks dat het een kort stukje is, twijfel ik op weg naar de halte weer even of ik wel goed loop. Maar ik kom keurig op tijd aan.

Aankomst in San Sebastian

Met de Flixbus reis ik van Orleans naar Bayonne, waar ik moet overstappen. Ik heb oorspronkelijk ruim anderhalf uur overstaptijd, maar door drie kwartier vertraging wordt het wachten nog langer. Gelukkig vind ik aan de kade langs de rivier een fijn picknickbankje. Met een heerlijk briesje is het daar prima toeven om even rustig te ‘breien’.
Een kwartier voordat de bus komt, loop ik naar de halte. Er staan al wat mensen te wachten, maar de bus komt maar niet. Tien minuten verstrijken, twintig… de vertraging loopt op tot bijna een half uur. Ik vraag aan twee jonge vrouwen of zij ook op de bus naar San Sebastián wachten, maar zij blijken naar Parijs te gaan. Ook een jonge man die ik vraag blijkt naar Parijs te gaan. Wéér slaat de twijfel toe. In mijn hoofd ontstaat meteen een heel scenario: Sta ik wel goed? Kom ik hier nog wel weg? Maar een snelle blik in de app bevestigt dat ik gewoon op de juiste plek sta. En inderdaad: Daar komt mijn bus rustig aanrijden.
Vanuit Bayonne rijd ik door naar San Sebastián. Door de opgelopen vertraging kom ik pas rond 21:30 uur aan en begint het al te schemeren.

mijn “casita”

Na een korte wandeling van zes minuten kom ik aan bij het hostel. Na even zoeken vind ik het sleutelkastje om mezelf via een pincode binnen te laten. Via het halletje en een bordje ‘Sleeping area’ voert nog een pincode me naar de grote slaapzaal met wel meer dan 30 bedden.
Op mijn casita (nummer 6, lekker voorin de zaal) plakt een Post-it met mijn naam: Manon. Het hokje ziet er supermooi uit, ik ben er helemaal content mee! Boven mij ligt al iemand te slapen, te zien aan de schoenen bij het trapje. Beneden bij de douches en de keuken vind ik een ruime locker voor mijn spullen.
Nadat ik mijn tas heb weggezet, ga ik nog even de stad in voor wat eten. De terrasjes zitten vol met mensen aan de wijn en tapas, maar ik voel er niet veel voor om zo laat nog uitgebreid te gaan zitten. Wel wil ik per se het beroemde strand zien — volgens velen het mooiste van Europa. Het is inderdaad prachtig, al is het misschien niet helemaal mijn ding.

strand van San Sebastian

Zonder eten of boodschappen (dat zie ik morgen wel weer!) wandel ik terug naar het hostel. Nu snel een douche pakken en lekker mijn bedstee in kruipen. Morgen weer een dag!

Organic retreat en rainbow

Dag 1 – Orleans, Frankrijk

Gisteravond laat om 23:30 uur ben ik op de Flixbus gestapt om aan mijn reis richting Orléans te beginnen, met een tussenstop in Parijs. Het was een pittige rit; het was erg warm in de bus en omdat we tussendoor niet echt stopten, kon je er helaas niet even uit. Op het laatst werd het zitten daardoor behoorlijk oncomfortabel. Hoewel ik af en toe wel even ben weggedommeld en soms iets langer sliep, heb ik al met al heel weinig geslapen.
k had een tussenstop op de luchthaven Parijs-Charles de Gaulle. Op het moment dat de bus daar stopte, verwachtte ik dat vrijwel iedereen zijn spullen zou pakken om uit te stappen. Maar dat deed eigenlijk niemand. Een paar mensen stapten uit om te roken, maar niemand pakte bagage om echt te vertrekken. Ik begon behoorlijk aan mezelf te twijfelen; ik kon me haast niet voorstellen dat ik de enige was die op zo’n grote stop zou uitstappen.
Ik keek mijn gegevens nog eens goed na, maar ik kon er echt niets anders van maken: dit was toch echt mijn halte. Ik vroeg het nog even aan degene die naast me zat. Die keek mee, maar wist het ook niet zeker en moest zelf verder mee. Ik besloot toen maar gewoon het zekere voor het onzekere te nemen en uit te stappen. En jawel: als enige liep ik bij de bus weg, waarna de bus weer verder reed en ik de luchthaven in wandelde.
Het voelde als een mooi leermoment: ik moet niet zomaar blind de meute achterna lopen, maar durven vertrouwen op mijn eigen plan — zelfs als ik als enige een andere weg moet inslaan.
In Parijs had ik ruim vier uur oponthoud. Daar heb ik rustig wat ontbeten en daarna in de stationshal zitten wachten tot ik mijn reis kon voortzetten naar Orléans.
Eenmaal aangekomen in Orléans heb ik ingecheckt bij het hotel waar ik een kamer had gereserveerd. Omdat ik de kathedraal wilde bekijken, ben ik daarna nog even de stad in gelopen. Het was ongeveer een half uurtje wandelen; na zo’n lange zit was dat op zich wel lekker, al was ik inmiddels ook best wel moe. De kathedraal was prachtig om even vanbinnen te bekijken. Naderhand heb ik op het plein nog op een terrasje gezeten voor een alcoholvrij biertje. Veel meer was er helaas niet te beleven: omdat het zondag is, waren de winkels gesloten en was ook een groot deel van de horeca dicht.
Aangezien ik niet veel zin meer had om uitgebreid ergens te gaan eten, ben ik teruggegaan naar het hotel. Onderweg heb ik bij een klein winkeltje wat snacktomaatjes en een couscoussalade gehaald. Samen met wat restjes die ik nog over had van de reis, was dat een prima maaltijd op de kamer. Nu ga ik lekker vroeg slapen om morgen uitgerust mijn reis te vervolgen naar Spanje, met als volgende bestemming San Sebastián!

Organic retreat en rainbow

Dag 0 – De trip begint

Vandaag gaat mijn reis beginnen. Carmen en Thalita brengen me naar de flixbus in Arnhem. De laatste knuffeks, ik stap in en het avontuur kan beginnen!
Ik zal de nacht doorreizen en net na de middag in Orleans aankomen.

Wir schleichen jetzt Richtung Köln…

Ik kom via de achterdeur het huis binnen. Vakantie! Heerlijk. Spulletjes pakken en op reis. Om 19.09 gaat onze trein van Emmerich naar Stuttgart. Carmen en ik gaan een lang weekend op bezoek bij Linda, mijn zusje.
In huis is het opvallend rustig. “Waar is iedereen?”. Geen antwoord. Ik merk dat ik lichtelijk geïrriteerd raak: Ik wil op tijd weg, waarom is ze nou niet thuis? Echt iets voor Carmen om weg te gaan, terwijl we toch op tijd wegmoeten om de trein te krijgen. Ik pak m’n mobiel om haar te bellen. Met dat ik wil bellen gaat de huistelefoon. Het is Carmen “Hoi Mamsie! Doe je even de poort open?”. Tegelijk met haar arriveren ook Danilo en Alicia, een vriendin van hem.
We lopen naar binnen. “Carmen, heb je alles ingepakt?” vraag ik met moederlijke strengheid, die me eigen is (niet dus!). Carmen is de schrik op haar gezicht af te lezen: “Maar ik dacht dat ik nog tijd had om de salade te maken”. We zouden een salade voor onderweg meenemen. “Heb je die nog niet klaar?”, vraag ik verwijtend. Zij, verontschuldigend: “Maar je zou pas om vijf uur thuis zijn, dus ik dacht dat ik nog 20 minuten had”. Dat klopt. Ik heb eerder van werk weg kunnen gaan, omdat ik een aantal presentaties naar eerder die dag kon verzetten. “Gaat dat in 20 min?” vraag ik. “Ja, tuurlijk!” geeft ze terug. Ik vraag door: “Ben je verder helemaal klaar?”. “Yep”, ze kijkt voldaan. Nou dat is dan een meevaller. Ik moet namelijk nog alles inpakken, maar ik wilde even een beetje stress veroorzaken. Dat moet je soms bij Zuidamerikaanse kinderen, want anders ben je zo maar een uur te laat. Gewoon tactiek, die ik inmiddels heb aan moeten leren, aangezien mijn kinderen de manana-mentaliteit niet af hebben kunnen leggen.
Carmen gaat aan de salade beginnen en ik ga m’n tas inpakken.

We rijden met Boodie, mijn auto, naar mijn ouders, drinken daar nog een kopje thee en worden dan door mijn vader naar het station in Emmerich gebracht.
In Duisburg moeten we overstappen. We hebben een uur overstaptijd, dus lopen een beetje het station op en af. Er komt een vrouw naar ons toe om om eten te vragen. We zeggen, dat we niets voor haar hebben. We lopen naar het perron om te kijken, of de trein er misschien al is. Maar die blijkt 25 minuten vertraging te hebben. Lekker dan! We zouden al na middernacht bij Linda aankomen. Wordt nu dus nog later. We besluiten om bij de McDonalds iets te gaan drinken. Carmen bestelt een cappuccino en ik een latte macchiato, maar tegen de tijd dat de dranken klaar zijn, moeten we ook al weer naar het perron. Vinden we. Want stel dat de trein toch eerder vertrekt! We nemen onze bekers en lopen weer door het station. We zien de vrouw weer lopen en Carmen geeft haar 2 euro. We lopen verder naar het perron en ik voel gewoon, dat Carmen ergens over nadenkt. “Denk je aan die vrouw?”. Ik ken haar al wat langer dan vandaag. “Ja” zegt ze “als ik iets te eten voor haar had kunnen kopen, had ik dat gedaan”. Maar alles zit dicht en we hebben ook niet meer genoeg tijd.

Op het perron moeten we nog even wachten. Dan komt de trein en stappen we in. We vinden een hele fijne plek met vier plaatsen en een tafel. Super! Hier gaan we ons wel vermaken. Aan de overkant zit een man achter een laptop. Hij is misschien zo’n beetje van mijn leeftijd, misschien iets jonger, lang haar, kalend op het midden, met een lange ketting met het peace-teken erop. Lijkt me wel een chille vent, maar hij kijkt niet op of om en blijft gekluisterd aan zijn laptop.
Jammer dat we die mondmaskers op moeten blijven houden. Per vandaag zijn alle corona-maatregelen in Nederland ervan af gegaan, behalve in het ov, daar moet je nog mondmaskers dragen. En we zijn nu natuurlijk in Duitsland en daar gelden alle maatregelen nog.

De treinchauffeur is jolig. Maar ja wat wil je? Het is carnaval en we naderen één van de bolwerken van het carnavalisme: Keulen. “Wir schleichen jetzt Richtung Köln” komt het door de intercom.
In Keulen stappen er twee jongedames in en gaan schuin achter ons zitten. Ze zijn verkleed en slepen een fles gin en een fles tonic met zich mee. Ze zetten een muziekje op. Carmen en ik gaan hier wel goed op, maar ik zie het gezicht van onze buurman vertrekken. Hij staat op: “Muss das jetzt sein?” – is dit nou echt nodig? “Oh Entschuldigung” giechelen de meiden. En quasi fluisterend naar elkaar: “Heb jij gehoord, wat-ie zei? Ik kon het niet goed verstaan” – “Volgens mij zei hij dat de muziek te hard was” – “Misschien moet we hem dan wat zachter zetten” – één van de meiden staat op en roept tegen onze buurman: “We zetten de muziek iets zachter, is dat oké?” De meneer bromt toestemmend, duidelijk not-amused. De jonge dames giechelen en zingen zachtjes mee. Ze hebben duidelijk al in de fles gin gekeken, niet al te diep, maar toch: een lichtelijke aangeschotenheid valt niet te ontkennen. “Wer möchte n’en Gin-tonic?” roepen ze door de wagon. Carmen ligt inmiddels in een deuk om de meiden. In tegenstelling tot onze buurman genieten we met volle teugen van de vrolijkheid en positieve energie van onze jonge medereizigsters. Carmen steekt haar hand op. “U?” vraagt de jongedame. “Ja”, Carmen knikt. De dames komen in de wiebelende trein onze kant op gebalanceerd met de flessen in de hand. Vlots!! Daar gaat een flinke scheut gin Carmens lege koffiebeker in en vlots een klein beetje tonic erbij. “Wilt u ook?” vragen ze mij. Helaas heb ik mijn latte nog niet op. “Oh”, zegt Carmen “We delen wel”. “Dan doe ik er nog iets bij in” komt het vrolijke antwoord en Vlots!!! Weer een reuzescheut gin en een klein scheutje tonic. We bedanken vriendelijk en proeven van het mengsel. Het is heerlijk. We zijn in ons sas. We hebben een grote beker lekkere cocktail! De meiden stappen bij het volgende station uit en zwaaien nog vrolijk naar ons vanaf het perron.

Inmiddels is er blijkbaar van conducteur gewisseld. “So”, klinkt er een vrolijke vrouwenstem uit de intercom. “Die Jungs sind jetzt weg, jetzt sind die Mädels dran. Mal sehen, ob es jetzt besser geht!”
Nou, dat is te hopen, want we hebben al aardig wat vertraging opgelopen!
Tijdens de gehele reis worden de reizigers via de intercom niet met het gebruikelijke “Sehr geehrte Fahrgäste”, maar met het carnavalistische “Werte Menschen” aangesproken. Op de één of andere manier maakt dit de reis heel erg gezellig. De gin helpt natuurlijk ook wel mee…

In Stuttgart weet ik de weg wel naar de S-Bahn, want daar moeten we mee naar Böblingen, waar Linda en Tim ons op komen pikken. Ik dácht dat ik het wist, maar ze zijn aan het verbouwen, dus we moeten toch zoeken. En dan ben ik weer helemaal de chaoot, die ik nu eenmaal ben. Ik zoek me suf naar bordjes, terwijl Carmen de aanwijzingen op de grond ziet staan. We moeten helemaal buitenom lopen en dan een flinke trap naar beneden. Ik neem de roltrap, ik vind het wel gezond, maar Carmen – diehard die ze is – neemt de trap. Het is gezellig op het perron, al is het al ver na middernacht. Al die jonge lui! Ik hou van die gezelligheid, al zijn we natuurlijk ook wel op onze hoede. Ik denk dat ik in een vorig leven een nachtdier was, een uil of zo, al ben ik best wel bang in het donker.

In de S-Bahn zit er naast ons een zwaar opgemaakt, geblondeerd meisje, die stomdronken is. Met een klagelijk stemmetje praat ze in haar mobiel: het gaat zo slecht met haar, ze is misselijk en ze heeft “iets” nodig. Ze wil graag naar diegene, met wie ze praat. Ze gaat er éen halte voor onze eindbestemming uit.

Linda en Tim zijn er uiteraard al. We geven elkaar een hugg en rijden naar de woning van Linda en Tim. Natuurlijk bijpraten en gezellig wat drinken zonder op de klok te kijken. Carmen en ik legen samen nog een fles rode wijn. Om vier uur ploffen we moe in bed. We slapen in de woonkamer, Carmen op de bank, die verbreed kan worden, zodat een geriefelijk bed ontstaat, en ik op een luxe luchtbed.

Bakkers, boeren, boswachters en kleermakers

In mijn vorige blog heb ik verteld hoe de naam “Chevalking” ontstond en hoe wij aan die naam gekomen zijn.

plaatje oude boerderij 2Nu wil ik gaan kijken, hoe ver we kunnen komen op zoek naar onze stamvader. Hoewel we natuurlijk even verwant zijn aan onze vrouwelijke voorouders, hou ik het in deze blog bij de mannelijke voorouders en blijf dus ook bij de naam Chevalking/Zevalkink/Zeevalkink. In een latere blog zal ik het ook over een leuke ontdekking in de vrouwelijke lijn hebben.

Ik start bij Johan Chevalking (1880-1958), banketbakker, die zijn winkel en bakkerij in de Korte Heezenstraat in Doetinchem had. Hij was getrouwd met Netta van Til (1879-1958), een geboren Zelhemse. Zij hadden 6 zonen en 1 dochter.

Foto nieuwstad bakkerij
    8 okt. 1905 – Gerrit Jan
    26 feb. 1909 –  Hendrik
    20 apr. 1911 – Johan
    23 mei 1913 –  Karel Albertus; mijn opa
    3 jan. 1915 – Jan
    12 okt. 1917 – Netta
    18 juni 1921 – Arnold Marchiel

De vader van Johan is Gerrit Jan (1837 – 1920), van beroep landbouwer en, zoals wij weten,  boswachter, die in IJzevoorde woonde. Met 29 jaar trouwt hij met de 23 jarige Aleida Wentink (1843 – 1917). Het huwelijk vindt plaats op 3 november 1866. 3 maanden later wordt hun eerste dochter Alijda geboren (12 februari 1867) – ahum?!?!, ik mag hopen dat er ergens een foutje in de registratie ingeslopen is, haha.  In totaal krijgen zij 11 kinderen,  waarvan er 4 nog geen jaar worden en de oudste, Alijda heel jong – met 29 – overlijdt.In 1869 wordt Gerrit Jan geboren, overlijdt na 3 maanden.

In 1871 Gerrit Jan,
In 1874 Hendrik,
in 1877 Derk Jan,
In 1878 Johanna Christina, overlijdt na 7 weken,
In 1879 Johanna Christina, overlijdt na 7 maanden,
In 1880 Johan; mijn betovergrootvader, de bakker
In 1884 Harmina, zij overlijdt na 9 maanden,
In 1887 Bernard
In 1892 Albertus.

De ouders van Gerrit Jan zijn Garrit Jan Chevalking (1811 – 1869) en Aleida Veenink (1811 – 1877). Garrit Jan wordt op 11 september 1811 in Ruurlo geboren. Hij trouwt in 1836 met Aleida, beiden op de leeftijd van 25 jaar. Aleida komt uit Varsseveld, maar ze gaan in IJzevoorde wonen. Garrit Jan is degene, die voor het eerst met “Ch” geschreven wordt. Zijn broers en zusters heten Zeevalking/Zevalking. Dit is te wijten aan schrijffout bij de inschrijving in het bevolkingsregister.
Ze krijgen dus in totaal 10 kinderen, waarvan er 3 als baby overlijden:

1. 25-5-1837 – Gerrit Jan; mijn betbetovergrootvader, de landbouwer/boswachter
2. 27-02-1839 – Aleida Johanna Chevalking; zij wordt 67 jaar
3. 05-11-1840 – Evert Jan Chevalking, hij overlijdt na 4 weken;
4. 15-05-1842 – Everdina Chevalking;
5. 08-08-1844 – Aleida Willemina Chevalking, zij overlijdt na 14 weken
6. 18-12-1845 – Aleida Willemina Chevalking; (Akte.75), zij wordt 75 jaar oud.
7. 25-04-1850 – Jetta Chevalking;
8. 30-10-1851 – Jetta Chevalking, overleden na 5 maanden
9. 28-03-1853 – Jan Chevalking: (akte.29), hij overlijdt op de leeftijd van 57 jaar.
10. 22-09-1855 – Harmina Chevalking; zij wordt 72 jaar oud.

Garrit Jan woont in IJzevoorde met zijn gezin. IJzevoorde is een gehucht in de gemeente Doetinchem. Ook vroeger hoorde het al bij het ambt Doetinchem. Tegenwoordig wonen er ongeveer 40 mensen. In dit gehucht oefent Garrit Jan zijn beroep als kleermaker uit. Dat was in die tijd een ambachtelijk beroep, waarbij met naald en draad gewerkt werd.

kleermaker

J.H. van der Heijden (1825-1907) – kleermaker

Tot in het midden van de negentiende eeuw kon een kleermaker, die een ambachtelijk vakman is, redelijk zijn brood verdienen. Met de komst van de machinale kledingmakerij werd zijn positie aangetast en verslechterde het inkomen en de arbeidsomstandigheden. Tot het midden van de 19de eeuw zijn naald en draad, schaar en meetlint de belangrijkste instrumenten waar kleren mee werden vervaardigd. (Bron:www.spijkertegels.nl/beroepen/kleermakers)


De ouders van Garrit Jan zijn Evert Zeevalking (1772 – 1850) en Aaltjen Cremer (1773 – 1838). Evert wordt geboren in Zelhem, maar gaat met zijn vrouw, die geboren en getogen is in Ruurlo, in Ruurlo wonen en overlijdt ook aldaar. Ook hij is kleermaker van beroep, net als zijn zoon ná hem.

tegel kleermaker

Tegel met een kleermaker 
Eind 19e eeuw


Zij krijgen zes kinderen:

24 dec. 1796 – Elisabeth Zevalkink
23 sep. 1798 – Berend Zevalkink
ca. 1808 – Hendrica Zevalkink
11 sep. 1811 –  Garrit Jan (Gerrit Jan) Chevalking, voorouder 5e generatie
29 jan. 1815 – Jan Zevalkink.

En dan komen we ook al bij de laatste voorouder, die ik in dit lijntje heb kunnen traceren:
De ouders van Evert zijn Berend Zeevalking (rond 1724- 1790) en Hendrica Hols (1738 – 1807).
Het is Berends tweede huwelijk. Hij is eerder getrouwd geweest met Maria Regelink (1724 – 1761). Uit dit huwelijk komen (4?) kinderen:

Harmina Regelink, geboren ‎13 sep 1748 in Zelhem;
Berendina, geboren voor 1752;
Jan Regelink, 18 nov 1753 – 9 okt 1809 (Zelhem);
Maria Regelink, geboren ‎26 of 27 feb 1761 in Zelhem.

Maria, Berends eerste vrouw, overlijdt op 26 of 27 februari 1761 in Zelhem op de leeftijd van 36 jaar in het kraambed (gezien de sterfdatum en geboortedatum van hun jongste kind).

Hij trouwt daarna met Hendrica Hols (1738), die ca. 15 jaar jonger geweest moet zijn. Zij wonen in Zelhem en krijgen samen (4?) kinderen:

Derk Zeevalkink – geboren 14 dec. 1766;
De tweeling Evert Zeevalkink, mijn voorouder 6e generatie) en Hendrik Jan – geboren 4 juni 1772
Janna Zeevalkink – geboren 20 apr. 1777

Dertien jaar later, in 1790 overlijdt hij. Zij vrouw Hendrica leeft nog 17 jaar.

Helaas lukt het me ook naar heel lang zoeken niet, om verder terug in het verleden te komen. Heel graag zou ik de link naar boerderij “Zeevalking” in Zelhem willen vinden, maar wie weet komt dat ooit nog wel. Mocht dat zo zijn, dan zal ik daar weer een blog over schrijven.

stamboom chevalking in excel

stamboom Chevalking/Zeevalking

Bronnen:
https://www.wiewaswie.nl/nl/detail/18228567
https://nl.wikipedia.org/wiki/IJzevoorde
https://www.spijkertegels.nl/beroepen/kleermakers
myheritage
genealogie online

 

Over het ontstaan van de naam Chevalking

Mocht je de achternaam “Chevalking” dragen en in de waan verkeren, dat deze naam een samenstelling is van het Franse “Cheval” en het Engelse “King” en dus “paardenkoning” betekent, dan moet ik je teleurstellen. De herkomst van deze mooie en chique lijkende naam is helaas wat profaner, maar daarom niet minder interessant. Hoe dat precies zit, wil ik je in deze blog vertellen.
Om maar gelijk met de deur in huis te vallen: De naam “Chevalking” komt voort uit een schrijffout bij het inschrijven in het geboorteregister.

In de 18/19e eeuw leefde Evert Jan Zeevalking (1772-1850). Hij was getrouwd met Aaltjen Cremer. Zij kregen vijf kinderen: Elisabeth, Berent Jan, Hendrica, Garrit Jan en Jan. Alle kinderen worden ingeschreven onder de naam “Zevalkink”, behalve Garrit Jan, hij wordt per abuis onder de naam “Chevalking” ingeschreven. Het gebeurde trouwens regelmatig dat namen op verschillende manieren geschreven werden. Zo kan iemand bijvoorbeeld “Berend”, “Barend”, “Berent” of “Barent” geschreven worden. Ook achternamen worden wel eens verschillend geschreven. Tja, mensen waren toen niet altijd even vaardig in het schrijven, vermoed ik.
Zijn zoon, Gerrit Jan Chevalking  (1837-1920) is de opa van mijn opa (Karel Albertus Chevalking). Gerrit Jan is bij iedereen bekend als de boswachter van de Slangenburg.
Al zijn nakomelingen dragen de naam “Chevalking”.

boswachter01

Gerrit Jan Chevalking 1837-1920

De naam “Chevalking” komt dus voort uit een foutieve schrijfwijze van de naam “Zevalking”.
Maar waar komt de naam “Zevalking” vandaan?
We beginnen bij de achterkant van het woord.
Het achtervoegsel -ing of -ink zie je heel veel bij achternamen, zeker in de Achterhoek,
In “Ontstaan van namen en naamsaanneming” kunnen we over de uitgang -ing/-ink lezen:

“In de Middeleeuwen, toen Nederland nog bestond uit verschillende, vrij onafhankelijke gewesten, ontstonden in bepaalde gebieden zeer specifieke namen en toevoegingen”
“Zo kwamen in Twente en de Achterhoek de toevoegsels -ing en -ink heel veel voor. Het -ink wil zoveel zeggen als behorende tot. En wel behorende tot die en die familie, boerderij, nederzetting, bezitting.
Jannink had een voorvader Jan, Dirkink een Dirk. In andere streken heetten die Dirksen of Derksen.
De hoeve van Bern of Bren (Bernard) was een Brennink en de opzichter of meier was de Brenninkmeier.”

Het zou dus heel goed om de naam van een boerderij kunnen gaan.
En inderdaad: in Zelhem staat een boerderij met de naam “Zeevalking”. Uit het stamboomonderzoek dat ik tot nu toe gedaan heb weet ik, dat onze roots in Zelhem liggen. Dus dat puzzelstukje past!
De boerderij staat aan de Oosterwijkweg 2 tussen Zelhem en Ruurlo en is op de foto te zien. Maar ik moet jullie een beetje teleurstellen: de boerderij, die er nu staat is gebouwd in 1906.

zeevalkink01

Boerderij “Zeevalking” in Zelhem 

 

 

google earth boerderij

Google Earth                Oosterwijkweg 2 met boerderij 

Er staat een wat oudere schuur bij, maar die is ook zeker niet eeuwenoud (de huidige eigenaar schat dat de schuur van ca. 1850 is).

De waarschijnlijkheid is dus zeer groot, dat onze voorouders van (een voorloper van)  deze boerderij kwamen en eigenaren of pachters van de bijbehorende grond waren.

Maar hoe komt het nou, dat onze familienaam eigenlijk de naam van een boerderij is?

“In Oost-Nederland werden huisnamen als achternaam gebruikt. Daar heette men naar de boerderij waar men woonde. Zolang de boerderij van vader op zoon overgaat, lijkt dat op een erfelijke geslachtsnaam. Maar de achternaam verandert als men verhuist, bijvoorbeeld om in te trouwen op een andere boerderij. Deze gewoonte wordt in bepaalde gebieden, zoals in Winterswijk, nog steeds gehanteerd. Mensen zijn daar beter bekend bij hun boerderijnaam dan bij hun officiële achternaam. Soms is zelfs een combinatie van achternaam en boerderijnaam mogelijk, zoals Leferink op Reinink, Jagers op Akkerhuis, Busger op Vollenbroek en Scholte op Reimer. Het achtervoegsel ‘-ink’, ‘-ing’ of ‘-inga’ heeft betrekking op ‘bij de familie van’. “

(https://jouwnaambord.nl/geschiedenis-achternamen)

“Om eenheid in de systemen te krijgen, werd in de napoleontische tijd (1799-1815) besloten dat iedereen die nog geen achternaam had er één moest kiezen, en dat achternamen altijd van vader op kind zouden overgaan. In grote delen van de Lage Landen waren namen al min of meer gefixeerd in de voorliggende periode, zodat voor deze personen alleen de vastliggende schrijfwijze nieuw was.”

(id)

Interessant zou het nu zijn om te kijken of het bekend is, wie er op boerderij “Zeevalking” heeft gewoond. En dat is het geval!

De eigenaars/pachters waren:
1577: Hendrik Segevalkink
Harmen Zeevalkink tot 1721
Herman Leeuwenborgh tot 1722 – 1740
Willem Zeevalkink (geb ± 1729 – ovl. 1783) met Aaltje Weergang weduwe van Barent Zeevalkink
Barent Wolsink/Zeevalkink tot aan zijn dood op 09-01-1740
1646: Henrick Hessinck (Kreynck)
1820: L. Brusse
1858: R. Mentink
1874: Woerts
1897: Lambert Woerts
1903: Salemink
(http://www.oudzelhem.nl/)

Omdat ná 1810 alle achternamen vaststaan, moeten we ervan uitgaan dat onze voorouder vóór die tijd de naam Zevalking al had. Dus bewoners van ná 1810 vallen af. Herman Leeuwenborgh heeft blijkbaar niet de naam van de boerderij aangenomen, hetzelfde is het geval met Henrick Hessinck. Met zekerheid kunnen we dit echter niet zeggen.
Maar gaan we daar wel even van uit, dan blijven Barent Wolsink/Zeevalkink, Willem Zeevalkink, Harmen Zeevalkink en Hendrik Segevalkink over.
Ik weet zeker, dat het Willem niet kan zijn en dat het ook waarschijnlijk niet Barent is (hoewel die voornaam wel veel bij onze voorouders voorkomt, dus ik sluit het nog steeds niet helemaal uit). Harmen Zeevalkink  of  Sevalkingh heeft drie zonen Hendrick (*7 oktober 1703), Derck (*12 oktober 1707), Willem (*25 december 1707) en een dochter, Hermina, maar ik heb (nog) niet kunnen achterhalen of zij kinderen hadden. Er is niets over te vinden, helaas.
En uit de 17e eeuw hebben we helemaal geen namen. Wie weet hoeveel Zeevalkings er nog op de boerderij gewoond hebben?
Het is mij dus helaas tot nu toe nog niet gelukt om te achterhalen, wie die voorouder van ons was, die ooit op boerderij “Zeevalkink” heeft gewoond en die naam aan heeft genomen.

Leuk is het misschien nog wel om te kijken, wat de naam “Zeevalking” betekent. We zien al in bovenstaande lijst van pachters/eigenaren, dat er een oudere schrijfwijze “Segevalkink” bestaat. We weten inmiddels dat het affix ‘ink “behorend bij” betekent. Het woord “Segevalk” is een oud Germaans woord “Siguwalh” dat uit twee delen bestaat: “Sigu”, wat “zege” betekent en “valha”, wat “vreemdeling” betekent. Het is niet duidelijk, wat de combinatie van die twee woorden precies betekende, maar het gaat in ieder geval om een Germaanse naam.
Al in 1381 bestond er een boerderij met de naam “Segevalkinck” in Zelhem.
(https://docplayer.nl/17918992-Enkele-kenmerken-en-verklaringen-van-twentse-familienamen.html)

Mochten jullie teleurgesteld zijn, dat ik niet heb kunnen achterhalen, hoe wij precies met de boerderij verbonden zijn, ik heb onze voorouders wel tot in 1740/50 kunnen traceren.
Maar daarover later meer….

 

Bronnen:
Ontstaan van namen en naamsaanneming; http://members.chello.nl/~r.fruining/Namen/Ontstaan%20van%20namen%20en%20naamsaanneming.htm
https://www.cbgfamilienamen.nl/nfb/detail_naam.php?info=component&component=ink&nfd_naam=Aalderink&gba_lcnaam=&operator=eq&taal=
https://docplayer.nl/17918992-Enkele-kenmerken-en-verklaringen-van-twentse-familienamen.html
http://www.oudzelhem.nl/
eigen stamboomonderzoek via My Heritage

Stamboom 01 – Karel de grote

Karel-de-Grote-volgens-Albrecht-Dürer-e1469953216914

Ik ben met een stamboom begonnen.
Ik wilde graag zo’n DNA-test doen om erachter te komen, uit welke landen mijn voorouders wellicht komen. Ik kreeg dat dus cadeau van mijn man en heb het een aantal weken geleden opgestuurd. Het duurt even, dat wist ik. En My Heritage, de betreffende site, stelde voor, om ondertussen met mijn stamboom te beginnen. En dat deed ik. Na eerst een behoorlijk bedrag te hebben betaald, want anders kun je nog niet veel op die site.
Nu ben ik een flink aantal weken verder en ik zal maar gelijk met de meest spectaculaire ontdekking binnenvallen: ik ben een nakomeling van keizer Karel de Grote! Jaja!
Nou blijkt dat helemaal niet zo bijzonder te zijn, want 85% van de autochtone Nederlanders schijnt een nakomeling van hem te zijn. Puur rekenkundig. Dus dat is wel weer jammer. Maar toch. Ik kan wel precies zeggen, hoe de lijn naar de fameuze keizer verloopt.troon karel de grote
Toen ik twee jaar geleden met Cor, mijn man, de dom in Aken bezocht en daar de troon van Karel de Grote mocht bewonderen (een kaal, stenen geval), kon ik niet bevroeden, dat ik naar de zetel van mijn betbetbet….overgrootvader aan het kijken was. Karel de Grote, geboren 742 en overleden 814 is mijn voorouder van de 42e generatie. Ik moet wel heel eerlijk toegeven, dat ik dit niet 100% kan waarmaken, maar ik denk dat niemand dan kan, want gegeven ogenblik ga je zo ver in de tijd terug, dat er nauwelijks documenten zijn. Maar ik ben vrij zeker van een afstamming van een familie Berck in Dordrecht – ik hoop hier later ook nog een blog over te schrijven – en aangezien dat een rijke adelijke familie was, verloopt de lijn gegeven ogenblik vrij soepeltjes. Want van de gewone mensjes is na de 16e eeuw niets meer terug te vinden, terwijl er van de welgestelden nog wel documenten zijn. Zo ben ik in mijn zoektocht wat ridders – ook kruisridders – tegengekomen, die ook op wikipedia vermeld worden. Maar daar vertel ik later nog wel over.
Maar Karel de Grote dus. Mijn oeropa. En die van jullie waarschijnlijk ook. Misschien is hij ook wel langs meerdere lijnen een voorouder. Maar de meeste lijntjes breken dus in de 16e eeuw af. De grootouder van mij, die uit een welgestelde, adelijke familie stamt – zonder dat ze dat ooit heeft geweten – en via wie ik dus tot aan keizer Karel de Grote ben uitgekomen is de moeder van mijn vader’s kant, mijn Oma van Reine.

Schermafdruk 2019-02-16 01.39.49

Wat mij het meeste trof bij mijn onderzoek was, dat ik zo verdomde Nederlands ben. Mijn voorouders komen uit de Achterhoek, uit Groningen, Friesland en ook vooral uit Drenthe, maar slechts één lijntje voert naar het buitenland, namelijk naar Zwitserland. Ook weer via Oma van Reine. Voor de rest kan het niet Nederlandser. En dat had ik dus eigenlijk niet verwacht, dat ik gewoon voor – zeg – 95 % Nederlands ben. Was wel ff een dingetje om te verwerken, haha. Nog niet helemaal klaar mee eigenlijk, dus ik zoek nog even verder. En natuurlijk zijn er ook nog heel veel lijntjes, die ik nog niet onderzocht heb of waar ik niet mee verder kom. Wie weet, zit er toch nog iets exotisch tussen. De DNA-test zal het uitwijzen – spannend!

Ochtendje afscheid

photogrid_1525853861319210144182.jpgVijf uur in de ochtend gaat de wekker. Ik ontwaak uit een soort coma. Heerlijk geslapen. Carmen staat op om de rest in te pakken, ik een kwartier later. De bagage blijkt te zwaar te zijn. Maar de flessen wijn moeten met alle geweld mee. “Ik lul me er wel uit” zegt ze nonchalant. Om zes uur vertrekken we richting Schiphol. Geen files, gelukkig! We zijn Arnhem voorbij als Carmen ontdekt, dat ze haar papieren visum vergeten is. Ze heeft alleen het visum in haar paspoort. “Is dat erg?” vragen we. “Neuh” zegt ze schouderophalend. “Denk het niet”. Pffff… nou ik hoop het maar. Ik maak me er maar niet druk om, als zij zich er niet druk om maakt. Uiteindelijk is zij de ervaren reiziger.
We parkeren op Schiphol en lopen de hal in. Ik voel de reiskoorts in me opkomen. Ik ben echt gek op reizen! En zeker per vliegtuig. Bij het inchecken van de bagage vlot het allemaal wat minder. Er staat een ellenlange rij, dus we zijn haar een hele tijd kwijt. Dan belt ze: er is probleem met de bagage, ze moet naar een servicedesk voor handmatige check in. Zal vast over het gewicht gaan, vermoed is. We wachten en wachten. Inmiddels hebben we gelukkig stoelen kunnen bemachtigen. Eindelijk komt ze terug. Er wordt verteld, dat het boarden al begonnen is. Nou, dat is snel… . Dus het is een heel snel afscheid. Aan één kant maar gelukkig! We krijgen niet de kans om te gaan janken. En daar loopt ze vrolijk weg. 12 uurtjes vliegen en aan het eind van de reis zal haar lief haar ophalen. De volgende ochtend zal ze dan doorreizen naar Colombia.
Wij gaan nog wat drinken en broodje eten en rijden dan met de auto terug naar huis. Ik heb nog whatsapp-contact met haar tot het vliegtuig opstijgt. Daarna is het stil. Ik zal moeten wachten tot ze geland is. Ondertussen app ik met haar vriendin die zenuwachtig op haar zit te wachten tot ze daar landt. Dat geeft me enorme troost en geruststelling. Ze is daar niet alleen, maar met mensen die van haar houden..

 

Daar gaan we weer…

20180508_1957301416293205.jpgHet is weer zover! Mijn dochter heeft weer een reis gepland. Eigenlijk zou ze pas na Pinksteren gaan en het pinksterweekend – spreek: familiereünie op camping Jena – nog meemaken, maar ze bleek een langer visum te kunnen krijgen, dus de reis werd vooruit gelegd. Ik ben de hele tijd “zen” geweest maar nu – de avond vóór de vlucht – wordt het me te kwaad. Ik kom thuis van werk. Vóór die tijd nog de stad in om een kleine Jägermeister voor Carmen’s oom, Rodrigo, en een lekker geurtje van Rituals voor haar lief, te kopen. Ook nog even naar de Plus om wat voor het avondeten in te kopen. Het is warm, dus ik besluit om een lekkere salade met gebakken aardappels te maken. Ik kom met mijn fiets de tuin binnen en word gelijk met m’n neus op de harde feiten gedrukt: Aan de hangmat hangt haar rugzak en in de tuin hangt de was te drogen, die ze mee gaat nemen. Ik heb me al die dagen goed weten te houden, maar dit slaat nu wel op mijn gemoed: nu komt het wel héél dichtbij: morgen is het zover… En ik kan niet eens uitslapen. Vijf uur in de morgen opstaan en zes uur wegrijden om haar naar Schiphol te brengen. Prettige bijkomstigheid: ik ben vrij en kan mee om haar weg te brengen. Minder: ik moet daarna naar de kaakchirurg om een fistel te laten verwijderen.
Ik ben dus niet bepaald goedgehumeurd als ik het huis binnentreed. In mijn ogen ene chaos en twee kinderen hangend op de bank voor de tv… . Ik blijf “zen”… Ga opruimen, in ieder geval het ergste. Dan naar boven, even wat anders aan. Niet dat het jurkje niet lekker zit, maar het fietsen in de zon heeft me tamelijk doen opwarmen – spreek: ik zweet als een otter – op de badkamer is de douche wel erg verleidelijk, dus ik spoel me eerst lekker af. Ik hoor een auto aankomen – Cor – jahoor! Naja, boeie! Ik spreek mezelf vermanend toe: je bent een hardwerkende vrouw, het eten  hoef niet op tijd op tafel te zijn! Soms leef in in gedachten nog in de tijd, dat ik hele dagen thuis was en het huishouden als aan een snoertje liep… Niet dat er iemand in ons gezin daar geen begrip voor heeft. Iedereen gunt me mijn baan… Ik denk dat ik de enige ben die er moeite mee heeft en het idee heb, dat het huis elke dag tiptop moet zijn.. Ik kleed me weer aan en ga naar beneden.  Ik maak een lekkere salade en gebakken aardappels met paprika en ui en we gaan gezellig buiten zitten om met z’n vieren te eten. “Omdat het de laatste keer is, dat we voorlopig samen kunnen eten” zegt Carmen. Welja! Wrijf het er maar in.
Na het eten ga ik snel opruimen en dan de rest van de cadeautjes voor de familie in Colombia en Ecuador inpakken. Hoe graag zou ik meewillen om die cadeaus zelf te geven!
Carmen gaat ook haar spullen verder inpakken. Mijn cadeaus zijn best zwaar, maar ze houdt nog 2 kilo over! Gelukkig! “Mama, wat weegt een fles wijn?” Wijn is Zuid Amerika niet te betalen. “Nou, een fles van 0,75 zal 0,75 kilo wegen… toch???”. Ze besluit om twee flessen wijn in te pakken.
We knuffelen en ik laat mijn tranen de loop… “’t is niet alleen dat je weggaat… maar ik zou zoooo graag mee gaan!!! Ik mis al die lieve mensen” zeg ik haar onder tranen. “jaja mama” zegt zij.
Naarmate de avond vordert kan ik steeds minder goed mijn tranen inhouden, en ik drink wijn, teveel…. wat ook niet helpt tranenmatig…Ik voel me er niet schuldig om. Ik vind dat dat onder de gegeven omstandigheden geoorloofd is.
Ik zit achter mijn laptop. Af en toe knuffel ik mijn dochter. Wat hou ik veel van haar! Wat heerlijk om dat nu nog te kunnen. Knuffelen.
Het is tien voor twaalf. Best laat, als je bedenkt, dat we er morgen ochtend om vijf uur op moeten. Cor is al naar bed en de kinderen gaan ook. Komt tegenwoordig zelden voor, dat ik als laatste naar bed ga. Komt misschien, omdat ik niet wil dat morgen komt…
“Wil je bij mij slapen, mammie?” vraagt Carmen. Wil ik dat? Ja en nee. Ja, om nog te genieten om bij haar te zijn. Nee, omdat het alleen maar verdriet brengt. Oef… wat een dramaqueen kan ik toch ook soms zijn…