Dag 4 – Ergens in Portugal
De ochtend begint weer met een cirkel. Daarna wandel ik samen met Sophia en Rudrigo naar de rivier om te zwemmen. Het is een flinke wandeling in de warme zon, met behoorlijk wat stijgingen en dalingen. De vier honden gaan gezellig mee: Tink en Belbel van Leigh, Pipokinha, én Honny, de hond van de buren die besloten heeft niet meer bij haar eigen baasjes te wonen omdat ze het bij Rudrigo veel fijner vindt.
Eenmaal aangekomen klimmen we de helling af naar een aanlegsteiger. Er is verder wijd en zijd niemand. Aan de overkant van het blauwgroene, heldere water ligt het pittoreske stadje Dornes met de markante oude toren van de Tempeliers. Ik geniet volop van het uitzicht en het hier zijn: behalve het stadje is er alleen maar natuur om ons heen.

Wanneer Rudrigo en Sophia besluiten terug te gaan, voel ik dat ik de uitdaging aan wil gaan: alleen daar achterblijven én alleen de weg terugzoeken door het bos. Navigeren is voor mij een dingetje en het bos vind ik snel eng — ik ben altijd bang voor grote dieren. Maar ik weet dat het veilig is en wil mezelf bewijzen. Nadat ze vertrokken zijn, neem ik nog een duik vlak bij de oever en ga dan op pad.

Ik besluit de route door het bos te nemen die ik vorig jaar een paar keer met Rudrigo heb gelopen. Het is een vriendelijk bos: de eucalyptus- en mimosabomen met hun lichtgrijze gloed lijken in niets op de donkere dennenbossen thuis. Ik weet dat het helpt om geen angst of doemscenario’s toe te laten in mijn hoofd. Soms is het pad bijna verdwenen door een storm van afgelopen winter, maar ik spreek mezelf moed in.

Totdat ik écht niet meer op de juiste weg zit. Verdwaald, of course.
Ik struin door het bos om het pad te hervinden, maar kom er niet uit. Inmiddels is mijn energiepeil gedaald naar nul en ik sterf van de honger. Doornstruiken krassen langs mijn armen en benen. En dan gebeurt er iets geks: ineens is het bos geen probleem meer en het verdwaald zijn ook niet. De honger is zó aanwezig dat de angst volledig verdwijnt!
Ik wil op Google Maps zoeken, maar hoe vind je de weg naar een huis in the middle of nowhere zonder adres? Ineens schiet me te binnen dat er bij foto’s vaak locatiegegevens staan. Ik zoek een foto op die ik bij het huis heb gemaakt en jawel: er staat een adres bij! Na nog een stukje door het struikgewas sta ik weer op het juiste pad. Oef.

Eenmaal thuis douche ik en geniet ik van een heerlijke linzenschotel die Rudrigo heeft gemaakt. Maar na het eten knap ik niet echt op. Mijn energie blijft laag. Wanneer Rudrigo rond 19:00 uur Sophia’s auto weg wil brengen en 5 kilometer terug wil lopen, wil ik graag mee. Maar is dat slim? Ik ga eerst even op bed liggen en val meteen in slaap. Puur vermoeidheid dus. Ik blijf de rest van de middag en avond lekker op de veranda met mijn haakwerk.
Voor het slapengaan doen we weer een cirkel. Sophia legt me uit hoe ik dromen beter kan onthouden: spreek voor het slapen de intentie uit dat je ze wilt onthouden, en spreek je droom direct in op je telefoon zodra je wakker wordt. Ik spreek mijn intentie uit en dommel langzaam in. Zou het lukken?