Geloof, schepping, evolutie en karma

20150805_135937

Vraag je je wel eens af, hoe het leven op aarde is ontstaan? Hoe het komt dat jij bestaat? Dit was gegeven ogenblik in mijn leven een belangrijke vraag voor mij, toen ik een dikke dertig jaar geleden als atheïst met het geloof in aanraking kwam.
Dus ik ging denken: Ik besta. Ik heb een bewustzijn. Ik ben ik. En niet de ander. Hoe kan dat? Hoe kan zo’n bewustzijn evolutietheoretisch zijn ontstaan? Waaróm zou zo’n bewustzijn evolutietheoretisch zijn ontstaan? Daar is toch geen enkele reden voor? Wat zou het doel daarvan dan moeten zijn?
En ik dacht verder: Als mijn vader mijn moeder niet had ontmoet, was ik niet geweest. Toch? Was het feest gewoon niet doorgegaan. Ik was nooit geboren! Als mijn ouders beiden niet toevallig op die avond naar diezelfde bijeenkomst waren geweest, als mijn moeder niet toevallig in de rij voor mijn vader was gaan zitten… Als mijn vader niet tegen het tasje van mijn moeder had aangeschopt…. Als de dokter “toevallig” niet had geconstateerd dat mijn moeder onvruchtbaar was, zodat ze geen voorbehoedsmiddel namen… Die bewuste dag, dat bewuste moment… Maar er is veel, veel meer. Als mijn ouders niet op dat moment met elkaar waren geweest, toen ik verwekt werd, als niet net dat ene zaadcelletje uit de 100 à 200 miljoen zaadcellen op dat ene eitje was gestoten… Toeval op toeval op toeval op toeval….???? En ik doe maar een piepkleine greep uit alle toevallen, die ertoe geleid hebben, dat mijn ouders elkaar ontmoetten. Je kunt tot in het oneindige doorgaan. Maar mijn ouders hadden ook nooit bestaan (wat toch ook wel een voorwaarde voor mijn existentie is), als mijn grootouders op dat moment elkaar toevallig (???) niet hadden ontmoet en hun ouders… en diens ouders…. tientallen generaties… duizenden jaren terug, als al die mensen niet net op dat ene moment elkaar hadden ontmoet, op net dat ene moment met elkaar seks hadden gehad, op dat ene moment dat ene zaadcelletje uit 100 à 200 miljoen zaadcellen dat ene eicelletje had ontmoet….. Ik was gewoon NIET geweest!. Om gek van te worden, hoeveel toevallen er geweest moeten zijn om mij tot stand te laten komen! Biljoenen? Triljoenen? Bestaat er überhaupt wel een getal om dit uit te drukken???!!!! Krankzinnig en onmogelijk!20150805_135929

Nee, ik móest zijn. Iemand heeft mij tot leven geroepen. Ik kan er geen andere verklaring voor bedenken. Er moet iets of iemand zijn die dat geleid heeft. Misschien is het wel zo dat op het moment dat een kind verwekt wordt, dat God daar dan een persoonlijkheid in plaatst of zo. Ik weet niet. Het moet wel. toch? Maar dat er een macht is die daar op enigerlei wijze de hand in heeft. Dat is de kern van mijn geloof en het enige dat voor mij vaststaat. Nee niet het enige, want behalve dat, geloof ik dat die kracht, die mij tot leven heeft gewekt, liefde is. En dat is een overtuiging die in mij leeft, die ik dan weer moeilijker kan bewijzen. En misschien komt dat omdat ik in liefde ben opgevoed, door liefdevolle ouders, dat is natuurlijk vrij subjectief. Je mag voor jezelf invullen of je het hiermee eens bent. Ik heb wel geleerd, in de loop van mijn leven, dat liefde het hoogste goed is. Dat liefde alles kan overwinnen en dat liefde sterker is dan wat dan ook in de wereld. Ik geloof dus in een hogere macht en ik geloof in liefde. En als ik die twee met elkaar verbind, dan kom ik tot de conclusie, dat er een macht is die mij tot leven gewekt heeft (“geschapen”) heeft en die liefde is. Dat is een fijn geloof. Ik ben daar blij mee.

20150809_134457Ik heb ook een idee over het ontstaan van de mensheid, uitgaande van die hogere macht, die scheppende kracht heeft. De evolutie zegt, dat er een oerknal heeft plaats gevonden, maar kan niet verklaren, voor zover ik weet, hoe die oerknal precies is ontstaan, want je zit altijd met het probleem dat er uit het niets iets moet ontstaan. Maar dat kan niet. Dus dat die macht, waar ik in geloof, er altijd al is geweest, is aannemelijker dan dat het universum ontstaan is uit het niets. Het moet zo zijn dat wij met ons begrensde menselijke brein het ontstaan van het universum niet kunnen begrijpen. We leven in een bepaalde dimensie en kunnen alleen binnen die dimensie denken, terwijl er buiten ons meerdere dimensies zijn. Net zoals een vlieg in zijn dimensie leeft en totaal geen weet heeft van de dimensie waarin de mens leeft. Een vliegenbrein laat dat gewoon niet toe. Wij zijn dus begrensd in ons begrip, gevangen in onze eigen dimensie. Wij kunnen niet begrijpen, dat de almacht er altijd al is geweest. Wij begrijpen “eeuwigheid” niet. Maar dat wil nog niet zeggen, dat die niet bestaat. We weten uit onderzoek in het universum, dat eeuwigheid en oneindigheid bestaat, al kennen wij die niet in onze wereld

Na de oerknal ontstonden er uit organisch materiaal organismen. In organisch materiaal zit – in tegenstelling tot anorganisch materiaal – leven. Waar komt dat leven vandaan? Dat kan alleen van de Almacht komen. Is dat de “ruach” (God’s adem, die hij de mensen inblaast), waar in het Oude Testament over gesproken wordt? Ik hou het voor zeer waarschijnlijk. God’s levensadem. Volgens de “wetenschap” ontstond het leven in het water. Ook volgens de bijbel begint het eerste leven in het water. Organismen evolueren in hogere organismen. Ik ga hier even niet dieper op in. Ik ben hier ook geen expert in. Maar de vissen evolueerden over amfibieën in reptielen in landdieren. Aan het “einde” van de evolutie vinden we de mens. Ook in het scheppingsverhaal in de bijbel staat de mens aan het einde van de ontstaansketting. De zesde dag. Schepping van de mens. Wat onderscheidt de mens van het dier? Mensen hebben een moreel bewustzijn, zij weten het verschil tussen goed en kwaad. Dieren niet. Als een dier een ander dier doodt, dan spreek je niet over een slecht of kwaad dier. Het is de natuur, het is instinct. Maar de mens weet, kent het verschil tussen goed en kwaad, dat onderscheidt hem van het dier. (zie Harold Kushner: Hoe goed moet een  mens zijn? En Marianna Frederiksson: Het boek Eva). Dit is volledig in overeenstemming met het scheppingsverhaal in Genesis: Adam en Eva aten van de boom van kennis van goed en kwaad: hun ogen werden geopend, ze zagen dat ze naakt waren. Dit is een metafoor voor hoe een wezen (de mens)  van het dierrijk overging in het mensdom: de mens werd geboren op het moment dat hij een moreel bewustzijn ontwikkelde: de kennis van goed en kwaad, het onderscheid kunnen maken tussen wat goed en slecht is. De mens is geboren!  Ook al wordt dit ontwaken van een moreel bewustzijn in Genesis beschreven als iets slechts, iets dat door de “Satan” bewerkstelligd is, ben ik ervan overtuigt, dat het iets is, wat van begin af aan God’s bedoeling was. Anders waren we immers dieren gebleven. Degene die het scheppingsverhaal heeft geschreven, moet geïnspireerd zijn geweest door God, hoe heeft hij anders de evolutie en het overgaan van het dierenrijk in het mensdom kunnen weergeven? Maar, zoals we dat overal in de Bijbel tegenkomen, beschrijft hij het geheel natuurlijk vanuit het Godsbeeld van zijn tijd. Zo zie ik de verhalen van de bijbel: geïnspireerd door God, maar geschreven door mensen in hun tijd, met hun achtergrond, cultuur en godsbeeld.20150805_142136

Maar even terug op dat in leven roepen van mij. En dat geldt voor jou, de lezer. natuurlijk precies zo. Waarom heeft God jou, mij, in leven geroepen? Ik weet het niet precies – dat is iets waar ik nog over na moet denken – maar omdat hij liefde is wil hij, dat jij gelukkig bent en omdat hij van alle mensen houdt – want hij is liefde – wil hij ook dat alle mensen gelukkig zijn. Dus gelukkig zijn betekent anderen gelukkig maken. Geniaal toch? Er is geen hoger geluk, dan om een ander gelukkig te maken. Maar om een gelukkig mens te zijn moet ik rust hebben in mezelf, een “heel” mens zijn. Een “waar” mens. God heeft hier een voorbeeld voor gegeven in mensen zoals Jezus. Om zo’n “heel” of “waar” mens te worden, moet je een ontwikkeling doormaken, dat wil zeggen steeds meer God’s liefde kunnen ervaren en doorgeven.  Een persoonlijke ontwikkeling doormaken. Iedereen heeft zo zijn zwakheden, waar hij mee aan de slag moet. Mensen die in reïncarnatie geloven, noemen het karma. Ook een interessante zienswijze. Zou het mogelijk zijn, dat je meerdere levens krijgt om jezelf te vervolkomen…?
Ik ben blij dat ik de dogmatiek heb verlaten en vrij ben om alles te gaan onderzoeken.. Een spannende zoektocht!

Het echte aftellen is begonnen..

carmen-vluchtJa, want nu zijn het niet maanden, weken of zelfs dagen… het zijn nog maar uurtjes. Twaalf om ongeveer precies te zijn. Helemaal precies is het natuurlijk nooit te zeggen. Zij landt – als de vlucht op schema is – om 16.45. Dan nog half uurtje à driekwartier en dan hoop ik haar, mijn wereldreizende dochter, na vierenhalve maand weer in mijn armen te mogen sluiten. Er is nog wel één dingetje: ik moet tot half drie werken, dus het wordt krapjes aan. Eventueel moet zij dan ffies wachten – niets aan te doen!

Haar vlucht vertrekt vanavond om 20.05 vanuit Rio de Janeiro. Dat is 23.05 onze tijd. Reken maar, dat ik dan nog op ben en wacht tot die vlucht vertrokken is! Tussenlanding in Sao Paulo goed een uur later en om twee  uur weer verder.  Ben ik zekerteweten ook nog wakker. Maar dan kunnen we slapen, want dan vliegt ze door tot 13.00 uur. En dan nog 1 overstap in Casablanca. Oké, betekent dus, dat ik – hopelijk – om twee uur vannacht kan slapen. Morgen om half zeven op en om half acht  in het Amphion aanwezig voor het nieuwjaarsontbijt – Yippieeee!

Daarna 3 lesjes draaien en dan hup – de auto in en richting Schiphol met een flink pak zakdoekjes!

Mensen – ik heb er zo’n zin in!

Terugreis

Ik ben al om twee uur wakker, terwijl we pas half vier zouden opstaan.  Ik kan niet meer slapen, dommel wat. Om half vier staan we op, maken ons klaar en checken uit. Er staat al een shuttle, we kunnen gelijk mee, dat loopt super! Het hotel ligt dichtbij het vliegveld, de hele (nou ja, hele?!) nacht kon je de vliegtuigen horen opstijgen, dus we zijn met vijf minuten bij het vliegveld. We sluiten aan bij de rij voor Delta Airlines. Onze passen worden gecontroleerd,  ik zeg dat we nog niet ingecheckt zijn omdat dat online niet kon. We horen, dat we dat bij de bagage de incheck kunnen doen. Danilo’s paspoort moet extra gecontroleerd worden.  Je hoort ook niet waarom hè! Da’s zo stom! Ik vermoed omdat hij in Colombia geboren is. Het duurt even maar het is oké. We mogen verder. Weer een check: De medewerker constateert dat Danilo Colombiaans is.  “Yes” antwoord ik. “AdopcÍon”. “AdopcÍon” herhaalt hij droog. “Si” bevestig ik. We mogen naar het volgende onderdeel. Bagage checkin.  Gaat prima. En we krijgen inderdaad een boarding pass. Yippie! What’s next?  Handbagage check. Alles op de band leggen, ook riem.en vestje. Ik loop langs de scanner. Piiiieeeep. Wat nu?  Ik controleer stiekem de zakken van m’n broek. Niks.  De handbagage gaat er nog eens door. Niks. Ik moet terug door de scanner. Piiiieeeep. En weer erdoorheen. Piiiieeeep.  Ik word gefouilleerd. De medewerkster  tast onder m’n armen en voelt de beugel van m’n BH. Ik mag door. Danilo’s handbagage moet open en wordt doorzocht. Doeg shampoo!  Doeg deo! Daarna moeten we weer onze passen laten zien en dan zijn we er helemaal klaar voor. We kunnen naar de vertrekhal naar gate 34. We halen nog even een kopje koffie en iets te eten (voor de laatste keer Juan Valdez) en kunnen dan ook boarden, maar Danilo wordt er wederom uitgepikt.
PhotoGrid_1472324532011 Wat nu weer?  Hij moet aan de kant wachten. Wij worden uitgenodigd om in het vliegtuig plaats te nemen. Nou echt niet!  Ik blijf hier wachten. Stel dat hij niet meemag! Ik laat echt niet twéé kinderen hier achter, eentje wil ik toch minimaal meenemen! Onzinnige zorgen natuurlijk, maar ik ga toch niet zonder hem het vliegtuig in. Achter een scherm wordt zijn handbagage wederom helemaal gecheckt en moet hij zijn jasje en schoenen uitdoen. Als ik stiekem kijk is hij zijn veters weer aan het strikken. We komen als laatste aan boord en zitten nauwelijks of het standaard riedeltje gaat van start: gordels vastmaken, aankondigingen etc. De vlucht verloopt goed, we kijken filmpjes en zijn er eerder dan verwacht.

In Atlanta hebben we ruim tweeënhalf uur, maar er staat een lange rij bij het inreizen dus daar verliezen we veel tijd.  Zelfde gedoetje weer met pascontroles en inchecken handbagage.  Om naar de gate te komen moeten we met de trein. Cor en Danilo zijn al ingestapt, ik wil volgen maar de deuren gaan voor m’n neus dicht. Ik reageer in een opwelling: In de hoop dat er een sensor is, waardoor de deur weer helemaal opent, slinger ik m’n tas ertussen. Ik riskeer het maar niet om mezelf ertussen te gooien. Maar goed ook, want de deur sluit en m’n tas zit klem. Hij is voor het merendeel al binnen, dus ik probeer hem naar binnen te duwen en Cor trekt,  maar daar gaat de trein al met m’n man en kind en m’n tas geklemd tussen de deur.  Verdorie! Dat heb ik weer!  Waarom kan bij ons nooit iets normaal lopen! Even sta ik een beetje beteutert te kijken. Er rest me niets dan geduldig op de volgende trein te wachten. Dat duurt gelukkig niet lang en ik moet de volgende stop er al uit. Daar staan ze te wachten! Fieuw.Oké, verder. Op naar de gate. We hebben honger maar geen dollars en geen tijd.  Bij de gate staat al een rij te wachten om aan boord te gaan. Wij hebben nog steeds geen boarding pass, maar dat is gelukkig geen probleem, dat wordt gefixt. Ik ben blij als we eindelijk in het vliegtuig zitten, netjes op één rij naast elkaar. En geloof het of niet, maar Danilo mocht zomaar door!!!  Zo,  nu gaat het richting huis!  Ja, dacht je! Na een poosje getaxied te hebben komt de mededeling, dat er een klein technisch probleem is en we terug keren naar de gate. We mogen rondlopen, er wordt water rondgedeelt. Er schijnt een lekkage te zijn. Via whatsapp even contact met het thuisfront. Mijn vader volgt de vlucht en had al gezien, dat er vertraging was. Om half vijf zou het volgens zijn info verder gaan. Uiteindelijk wordt het vijf uur, voordat het vliegtuig de lucht ingaat, met bijna twee uur vertraging. Verwachte aankomst 7.00 uur lokale tijd, dat is een vlucht van bijna 8 uur. Is te doen, lijkt mij. We krijgen eerst warm eten, daar waren we wel aan toe! We hebben berehonger. De volgende maaltijd zal ontbijt zijn. We kijken eerst filmpjes. Ik kijk “De reünie”, een aanrader btw, dan proberen we wat te slapen. Danilo zakt vrij snel weg, ik probeer verschillende standjes uit (hihi), ten slotte val ik toch half zittend, half hangend in slaap, maar het zet geen zoden aan de dijk. En – ik zal het maar toegeven – ik heb ook weer een mentale breakdown aangezichts de steeds groter wordende afstand tussen ons toestel en Zuid-Amerika, spreek tussen Carmen, mijn dochter, vriendin en soulmate, en mij (TÍa: “jullie communiceren met de ogen”, yep, that’s us!). Wij noemen het janken, Aristoteles noemt het “katharsis” en het is goed en gezond plus het lucht op, dus ik geef er even aan toe.
PhotoGrid_1472324653610Ik slaap nauwelijks op deze reis, dus kijk maar weer tv, ook Cor slaapt niet veel en Danilo is ook naar een kleine anderhalve uur weer wakker. Anderhalf uur voor de landing krijgen we ontbijt en daarna gaat het vlot. Tijdens de daling krijgt Danilo vreselijke pijn aan zijn oren en word ik misselijk en ga met rot voelen. Ik ben blij als we eindelijk het toestel uitzijn en weg van die vieze kerosine-lucht, die me nog misselijker maakt. In Schiphol komt onze bagage als eerste eruit en zijn we zo buiten. Wat is het heerlijk, dat alles bekend is. Hoeveel zekerder voel je je in je eigen land. Dat alles duidelijk te begrijpen is, je iedereen verstaat en weet, hoe dingen werken! We bellen de shuttle van het automotel en moeten een tijdje wachten, voordat we opgepikt worden. Dan in onze eigen auto terug naar huis! Navi doet vreemd, maar uiteindelijk gaan we toch richting Utrecht, zoals het hoort. Ik zit achterin en probeer te slapen, maar dat lukt niet. Ik ben misselijk en voel me ziek van vermoeidheid en van de landing.Willen de jongens ook nog langs de MacDonalds om te ontbijten! Nou, ik hoef niet! Na bij de Mac in Duiven gepauzeert te hebben, zetten we onze rit richting thuis voort.
Daar zet ik gelijk een wasmaschine aan, sabbat of geen sabbat! De kleren stinken zo van dat laatste hotel! Wasmaschines mogen wel werken op sabbat toch? Haha! Ik spring onder de douche en ga in Carmen’s hangmat liggen met een kussen en een paar zachte dekens. Ik geniet van de tuin, die er weer toppie uitziet, dankzij mijn ouders, app nog even met Carmen en dommel dan heerlijk in slaap.

 

 

Afscheid

Vandaag is onze laatste dag en moeten we afscheid nemen van Villavicencio en Carmen. We zijn van plan om de bus van 15.00 uur te nemen naar Bogota.

Het is 25 augustus, Carmen wordt vandaag 19. Heel bijzonder om dit hier te vieren in haar geboorteland en ook nog samen met haar biologische familie!
Na het ontbijt pakken we de laatste spulletjes in. Ik probeer online in te checken, maar dat lukt niet. Ik krijg de melding, dat we op het vliegveld in moeten checken. Dat vind ik ietwat verontrustend, maar ik schuif het van me af. Cor en Carmen gaan op stap om een taart te kopen. Tía had ons een adres geadviseerd, maar dat is best ver. We  hebben op onze wandeling gisteren een winkeltje gezien met heerlijke taarten, maar 5 minuten lopen van ons hotel. Terwijl ik de laatste dingetjes inpak zoeken zij een lekkere taart uit. Carmen gaat niet voor een lichtgevend exemplaar, maar houdt het bij sobere kleurtjes. Hij ziet er heerlijk uit. 
We checken uit, ik betaal met pin, alle etentjes in het hotel moeten nog afgerekend worden. Dat gaat niet  zo soepel; de receptioniste vergist zich, ze vergeet het bedrag, dat wij bij aankomst moesten betalen, eraf te trekken. Ze probeert de transactie te annuleren,  maar dat lukt natuurlijk niet. Ze gaat informeren en mag uiteindelijk het bedrag cash uitbetalen. Het is inmiddels door al dat gedoe na half twaalf en we zouden om elf uur bij de familie zijn. 
Met twee taxi’s rijden we ernaar toe, want de kleine gele autootjes hebben geen kofferbak, dus de bagage moet op de zitting van de bijrijder.Carmen en Cor gaan in de ene taxi, Danilo en ik in de andere. Er zijn wegwerkzaamheden, dus we staan wel 10 minuten stil. Dan verrijdt de chauffeur zich ook nog! 

Tegen de tijd dat we bij het huis zijn, is het al na twaalven. Oma staat al in  de keuken de lunch klaar te maken, want het nichtje moet zo naar school. Maakt niet uit, dan eten we de taart wel als toetje. 


Het eten is weer uitstekend. Één ding is zeker: Carmen gaat hier niet hongerlijden. Na het eten gaat Tía op zoek naar kaarsjes. Ik ben het helemaal met haar eens: kaarsjes horen erbij. Ze vindt twee kaarsen en steekt ze in de taart. Ze worden aangestoken, we zingen “Happy birthday” en Carmen moet de kaarsjes uitblazen. En dan smullen maar! De taart smaakt  heerlijk! We zijn er wel blij om, want Carmen is puur op het uiterlijk afgegaan.  We drinken er Cola bij en kletsen nog wat. Dan roept Tía een taxi voor ons. 
Nu komt  het gevreesde moment: het afscheid. Ik begin vóór de omhelzing al te janken – ik zal maar niet in detail treden – het is een tamelijk emotionele toestand, zoals jullie misschien wel voor kunnen stellen. We stappen in. Ik maak nog een laatste foto van Carmen, ik weet dat deze mensen lief voor haar zullen zijn, en we rijden weg, richting terminal. 
Daar gaat alles heel snel. Ik koop een ticket en we kunnen de bus van kwart voor twee nog halen, die vertrekt namelijk met een kwartier vertraging. 
De busreis is prachtig. Nu maak ik de busrit toch nog bij daglicht mee! Ik heb geen oog voor Jackie Chan en consorten, die op het tv-scherm vreselijke herrie zitten te maken, maar geniet volop van de rit door het Andes-gebergte. De tocht voert voor een heel groot gedeelte langs een rivier en we komen langs tal van watervalletjes. De rit is zo voorbij, al duurt die drieënhalf uur. Als we om half zes bij de terminal van Bogota arriveren, begint het al donker te worden. We gaan daar nog even naar de wc en proberen via de Taxi-app een taxi te krijgen, maar dat wil niet helemaal lukken, vooral ook omdat we een grote taxi nodig hebben met al onze bagage. 


Uiteindelijk houden we een wat grotere taxi aan en komen tegen zeven uur in het hotel aan. Het is erg druk op de weg, zoals altijd in Bogota.
Het hotel overtreft al onze verwachtingen, zo luxe! Nadat we ons geinstalleerd hebben, gaan we in het hotel nog dineren, dan lekker op bed hangen en tv kijken. Zo dadelijk vroeg gaan slapen, want om half vier moeten we morgenochtend al op, om onze reis richting thuis voort te zetten..



Lopen, lummelen en luieren

Het plan was: een wandeling in de natuur maken. Ik had een email gestuurd om de tocht met een gids te maken, maar geen antwoord gekregen. Jammer, vind ik, maar de rest vindt het wel prima zo.
We besluiten om in de ochtend een wandeling naar het centrale plein met de kerk te maken. Het is warm, zoals altijd, heel warm! Af en toe zijn er wolken, dan is het enigszins te doen, maar in  de zon ga je kapot! Cor loopt heel verstandig met een paraplu. Hij heeft het wel geleerd, nadat hij gisteren zo verbrand was. Vanochtend was hij nog steeds niet in orde en heeft iets ingenomen tegen de hoofdpijn.

We gaan nog even bij een souvenirswinkeltje langs en lopen dan door naar het plein. Daar gaan we een ijsje eten. Banana split voor 1,45 euro! We kijken nog even in de kerk. Hij is mooi licht. Dat trekt vooral Carmen en mij in de zuidelijke landen aan, dat de kerken daar van binnen veel lichter en vriendelijker ogen.In de voorhal van de kerk hangt een grote poster van Jezus en de paus. Het katholicisme is hier duidelijk van een ander slag dan in Nederland. We gaan op het plein zitten op een muurtje onder de megagrote boom die in het midden staat en kijken naar de mensen, die voorbijlopen en de duiven, die daar in grote aantallen zijn, opschrikken. Nemen we een taxi terug of gaan we lopen? Het is nog geen 2km, dus eigenlijk onzin om een taxi te nemen. We moeten nu wel een beetje tegen de heuvel op. We snappen niet, dat men Villavicencio vlak vindt. Ons  hotel heet: “Hotel del Llano”, hotel van de vlakte. Ze moeten maar eens naar Nederland komen, dan weten ze wat vlak is! 

Pffff, de terugweg valt best zwaar, het is zo heet en een fatsoenlijke stoep is er niet. Het lijkt wel, of ieder huis zijn eigen stoep heeft, bij het ene zijn het stenen, bij het ander palvuizen, bij nog een ander voornamelijk gaten. Door de verschillende soorten stoep krijg je ook hoogteverschil, waardoor je steeds trapje op – trapje af moet en vooral goed moet kijken waar je loopt. Eerst beginnen de handen te tintelen, dan beginnen ze pijn te doen, net als de voeten, maar uiteindelijk zijn we weer in ons hotel. We weten niet hoe snel we in onze zwemkleren moeten komen en het zwembad in. Heerlijk!

Wij zijn de enigen. Er drijft een grote bal in het water. We gaan ermee overgooien en “lummelen”. Dat houden we een hele poos vol. Het is leuk en het is heerlijk om het hele bad voor ons te hebben. De hemel is donker van de regenwolken, maar dat is prima. Kunnen we ook niet zo snel verbranden. We doen nog een wedstrijdje onder-water-zwemmen, althans Cor, Carmen en Danilo, dan beginnen de eerste regendruppels te vallen. We wachten niet af tot het weer gaat stortregenen, bovendien zijn we nu ook wel genoeg afgekoeld, maar gaan douchen en aankleden.
Tja, wat nu? Veel anders dan op de hotelkamer tv kijken zit er nu niet op.
De regen valt achteraf mee, maar als mijn lieverdjes eenmaal op bed tv liggen te kijken, zijn ze daar niet zo snel weer weg te krijgen. Het bijft trouwens niet lang droog, steeds weer begint het te regenen. Veel afkoelen doet het echter niet, het avondeten kunnen we zoals altijd onder het afdak tot ons nemen.Inmiddels hebben we de hele menukaart wel gehad, maar het blijft lekker. We zijn weer de enigen, die er eten. Na het eten gaan we de koffers inpakken en tv kijken.
Morgen is Carmen jarig. En is het onze laatste dag in Villavicencio. We willen haar verjaardag samen met de familie vieren.
Hoewel we vandaag niet veel hebben gedaan – of misschien wel daarom – was het een hele fijne dag!

Chillen

Nog voor het ontbijt sta ik bij de receptie met Google-translate in de aanslag. Ik wil de receptionist vragen om naar dat paarden-gedoe te bellen, om te vragen, of we vandaag aan een rit deel kunnen nemen. Ja, dat kan, de hele dag. Ik krijg van verschillende tochten de prijsopgave en het advies om een lange broek en rubberen schoenen, bijvoorbeeld, crocs aan te doen. Je steekt namelijk een rivier over en komt tot je heupen in het water te zitten. Dat is nogal een probleem, want met zoiets hadden we geen rekening gehouden. En om nu 4 paar goeie schoenen te verklooien.. .

We zien van het paardrijden af. We zijn allemaal trouwens best moe, van elke dag dingen ondernemen, altijd met handen en voeten te moeten praten, altijd een taxi te moeten nemen om ergens naar toe te komen..

En we zitten in een hotel met een prachtig zwembad en terras en hebben nog niet één dag bij de pool gechilled. Eigenlijk wil iedereen graag hier blijven en nog van elkaar genieten, zolang het nog kan. Want het aftellen is begonnen… Overmorgen moeten Cor, Danilo en ik vertrekken en van Carmen afscheid nemen.

Dat begint me steeds meer op het hart te drukken en ik begin steeds meer tegen het afscheid op te zien. Overmorgen, op haar 19e verjaardag zullen we weer naar Bogota vertrekken om vroeg in de ochtend van de volgende dag naar Nederlands te vertrekken.

Ik ga nog even het e.e.a. regelen voor de terugreis en dan met de anderen zwemmen en chillen. Nadat we tussen de middag een hapje hebben gegeten, begint het te regenen. De kinderen vertrekken naar de kamer, ik ga met Cor aan een tafel onder een grote parasol zitten. Maar het gaat zo vreselijk gieten, dat we ook daar niet lang droog zitten en ook het hotel invluchten. Daar blijven we op de kamers tv kijken tot het tijd is voor het avondeten. Cor voelt zich ziek. Hij is zo rood als een kreeft, terwijl hij niet eens in de zon gezeten heeft. Waarschijnlijk tijdens het zwemmen gebeurd. Wij zijn weer de enige gasten in het restaurant. Het is warm en het regent niet meer.

’s avonds in bed komen de traantjes: ik zie vreselijk tegen het afscheid op en tegen het feit, dat ik Carmen zo lang moet missen. Vier maanden. Ze zal nog een week hierblijven en dan naar Amerika vertrekken, om vervolgens nog naar Ecuador, Peru en Brasilië te gaan. Ik ben wel blij, dat ze die week hier bij haar familie mag logeren en niet alleen in het hotel hoef te zitten. Nu maar eerst de oogjes dicht, morgen ziet de wereld er weer anders uit!

Shoppen in Villavicencio


Het is bijna zes uur in de avond. Ik zit aan één van de tafeltjes bij de swimming pool. Vanuit het restaurant hiernaast, dat aan de voorkant helemaal open is, klinkt latijns-amerikaanse muziek. Links naast mij zit een grote groep Colombianen te chillen. Regelmatig worden er drankjes bij  hun gebracht. Rechts naast mij zit een stelletje. Het is bewolkt, maar de temperatuur is  heerlijk.  Tropische vogeltjes vliegen langs mij heen en weer en tjilpen de zon gedag. Het begint donker te worden. 

Cor en Danilo zitten op de kamer TV te kijken, Carmen is nog bij haar Abu.

Het was een fijne, rustige dag.

We zijn vanmorgen wat langer blijven liggen. Ontbijten kan tot tien uur, maar toen we om half tien bij het restaurant kwamen, was alles leeg.  Geen buffet, alleen een stelletje dat nog eenzaam zat te eten. We gingen aan een tafel zitten. Een serveerster kwam de bestelling opnemen. Dat ging zoals gewoonlijk moeizaam, met het kleine beetje Spaans dat wij kunnen en de totale afwezigheid van enige Engels-kennis van haar kant. Daar kwam nog bij, dat er geen menukaart was voor het ontbijt. Ze vroeg of we “caldo” wilden. Wij vroegen of het brood is: “pan?”. “Si”  antwoordde zij. Altijd goed. We wilden dus pan met roerei, zonder ham en ja, we wilden wel fruta (fruit). Na een poosje kwam ze aan met soep. Okee, dat bleek dus “caldo” te zijn!? De soep was zout, er zaten grote stukken aardappels in en een groot stuk vet vlees. Als klap op de vuurpijl het inheemse kruid. Ik probeerde wat te eten, maar gaf na een paar happen op.

Het is niet eens goed voor mij, waarom zou ik mij ertoe dwingen? Ik at een klein zoet broodje met roerei en vroeg om een kom met melk en heet water voor in mijn thermosbeker. Ik kreeg warme melk, maar never mind, warme havermoutpap is ook prima. We namen ons voor om morgen toch wat eerder op te staan, zodat we bij het buffet zelf kunnen kiezen.

Cor, Danilo en ik vertrokken richting winkelcentrum en lieten Carmen in het hotel achter. Zij zou proberen om later op de dag nog naar abu te gaan.

In het winkelcentrum kochten we wat leuke dingetjes: Danilo een jeansjasje en overhemd, ik een tas en een portemonee. Ook hier, in de chiquere winkels komt er steevast een verkoper of verkoopster op je af. Weliswaar wat minder opdringerig, dan in de   winkeltjes in het centrum, maar we blijven het moeilijk vinden om eraan te wennen. Als je duidelijk maakt, dat je alleen wilt kijken lopen ze óf achter je aan, óf voor je uit, verschillende dingen met een uitnodigende handbeweging tonend: “Dit zijn oorbellen, hier heb ik kettingen en hier hangen de armbanden”, alsof ik dat zelf niet kan zien. Of ze komen met een item aanlopen, dat zij waarschijnlijk helemaal geweldig vinden. Hoezo zou ik van de duizend-en-één dingen in deze winkel uitgerekend dit stuk mooi vinden? Zij wederom vinden het maar vreemd, dat we geen Spaans spreken.

Zo liepen we bijvoorbeeld een kledingzaak in. Een verkoopster kwam naar ons toe. de vloed aan Spaanse woorden beantwoordde  ik zoals altijd met: “No hablo Español”. Ze keek eerst mij, dan Cor aan. Okee, geen probleem, die zien er buitenlands uit. Ze wendde zich tot Danilo, hij kreeg een heel verhaal in het Spaans over zich heen. “Uh, no hablo Espańol”. Ze keek hem verbijsterd aan: “No?” – “No!”. Ze lag in een deuk, liep naar haar mannelijke collega bij de kassa en zei iets tegen hem. Ze vonden het beiden super raar! Ze kwam weer terug keek nog een keer naar Danilo en moest weer lachen. Ze snapte er niets van. Dit is maar één voorbeeld; het is ons ook al vaker met Carmen gebeurt: Dat wij geen Spaans kunnen à la, maar die Colombiaanse jonge mensen? Echt vreemd! Wij zijn hier sowieso vrij exotische vogels. In de supermarkt, in de rij bij de kassa, kon een klein meisje haar ogen maar niet van ons afhouden, vooral niet van Cor, vast ook door de vreemde klanken, die we uitstoten. We zijn hier nog geen Europeanen tegengekomen. Ook geen mensen, die Engels kunnen, zelfs in het  zogenaamde 4-sterren hotel niet. Het is haast een wonder dat Carmen’s oom en tante een beetje Engels kunnen en wel super fijn.

We sloegen weer wat boodschappen in, voornamelijk water en bier en mijn onmisbare haver en stapten in een taxi, die ons via een veel kortere route dan de taxi van de  heenweg naar het hotel bracht. En dat was nog wel een taxi van het hotel! Smiecht! Ik was nu maar de helft kwijt..

En nu zit ik dus hier, te werken aan mijn blog.

Carmen is nog bij Abu, maar zal met het avondeten om 19.30 weer terug zijn. Ook vanavond zullen we weer in het hotel eten, dan nog even chillen op de kamers en onze bedjes inkruipen.

Morgen willen we eventueel gaan paardrijden.

Bioparque los Ocarros

Om zes uur gaat de wekker. Ik heb heerlijk geslapen, wel met de airco aan, want het was bloedheet vannacht. Het regent. Donkere wolken hangen boven de bergen. Ik moet er niet aan denken, om met dit weer door een dierentuin te lopen. We zouden al vroeg in de ochtend gaan, omdat het na de middag veel te heet wordt. Ik kijk op mijn weerapp. Vanaf negen uur is het droog. Okee, daar gaan we dan maar van uit. Om kwart over acht zitten we aan het ontbijt, om negen uur zitten we in de lobby. De familie komt met twee taxi’s. Abu heeft de schone was meegenomen. Het is nog geen half uur rijden. De zware regenval heeft zijn sporen achtergelaten. We rijden door een tropisch landschap, komen over een brug, waar een sterke  stroming modder met zich meesleept. Via hobbelige wegen komen we bij onze bestemming aan. We betalen onze taxis en stappen uit. Het is al best warm. Tien voor negen geeft de klok aan, we hebben nog 10 minuten voordat het park opengaat, dus we snuffelen nog even in het souvenirswinkeltje aan de overkant. Dan kunnen we naar binnen. Het is een vrij oud park met allemaal inheemse dieren in oude metalen kooien, die groen zien van de aanslag. Het is interessant om te zien, welke beesten allemaal hier in het wild voorkomen. Symbool voor deze streek staat de “Ocarro”, het gordeldier, waarna dit park ook vernoemd is. Verder zijn er prachtige vogels, slangen, vissen, een beer en apen, die gedeeltelijk ook vrij rondlopen, of veeleer slingeren. Vet schattig! De meeste dieren zijn gered uit huizen, waar zij verwaarloosd werden of te klein gehuisvest waren. De exotische planten en bomen hebben wederom mijn aandacht. Ik hou van natuur, maar niet in kooien, al is het natuurlijk super, dat deze dieren gered zijn. 

Het is behoorlijk heet en we mochten geen drinken het park mee innemen, dus we gaan bij een kraampje flesjes water kopen en fruitsap met echte stukken fruit. Ik proef alleen, want ik krijg de hele dag door al genoeg suiker binnen. Niemand vindt het een probleem om met z’n allen van één lepel te eten of uit één rietje te drinken. In het speeltuintje, dat aan de overkant ligt, gaat Carmen met haar nichtje schommelen. Als we weer wat bijgekomen zijn,   vervolgen we  onze tocht door  het park. Dan komen we bij een vijver met waterfietsen. Het nichtje vraagt of zij mag. Maar niemand heeft zin. “Vraag maar aan Carmen!”. Met grote smekende oogjes hupt ze voor Carmen op en neer: “Carmen, tu quieres?” – “Carmen, wil jij?”. Tja.. wie kan dan nog  nee zeggen! Carmen in ieder geval niet! Wij gaan in het huisje aan de kant in de schaduw zitten en kijken toe, hoe Carmen zich in het zweet werkt. Op onze verdere wandeling door het park komen we ook een luiaard tegen: “Look! Mijn brother” roept Tía tot vermaak van iedereen. Tío zit er niet mee,  hij kan zich wel met het dier identificeren: “Oh yes, that’s my brother!” roept hij, enthousiast over de gelijkenis.We naderen weer de uitgang en gaan nog even naar het winkeltje aan de overkant om wat souvenirs te kopen, dan met de taxi weer terug. Zij naar hun huis, wij naar het hotel. Daar nuttigen we een salade als lunch en gaan heerlijk in het zwembad afkoelen. Ik ga douchen en weer kleren aandoen en in de schaduw op een ligstoel liggen dutten. Tía komt haar dochtertje brengen om met Carmen te zwemmen. Heerlijk vindt de kleine meid het! Leuk voor Carmen dat ze naast alle Nederlands/Duitse neefjes nu ook een nichtje heeft!

Ik ga nog even met Tía kletsen en dan neemt zij haar dochter weer mee naar huis.

Gelukkig is het eten in het hotel uitstekend en de menukaart uitgebreid, zo hoeven we niet het huis uit om te gaan eten. Het is heerlijk om in de aangename warmte van de avond, als de zon allang onder, is rustig te dineren en met z’n viertjes na te praten en plannen voor de komende dagen te maken.

Morgen zullen Cor, Danilo en ik gaan shoppen en zal Carmen naar haar familie gaan. In de ochtend zal ze proberen om met haar familie weer af te spreken. Carmen en ik spelen in bed nog even Pokemon Go. Ik leg een lure, gebruik een Lucky Egg en evolueer de ene Pokemon na de andere. Zo schiet ik in no time een aantal levels omhoog. Twee minuten voordat het Lucky egg  afloopt, vind ik het wel badjes. Ik ben zo moe! Ik leg m’n mobiel weg en val in slaap. Om twee uur word ik vaste prik wakker. Pfff, slapen wil niet meer. Ik kan het niet laten om op m’n mobiel te kijken. Altijd zo leuk om op m’n mobiel te kijken en de lieve reacties op mijn blogs te lezen. Ik app effe met mijn vader,  maar die zegt dat ik weer moet slapen.  Oké paps!  Ik leg m’n mobiel weg en dommel weer in. Wat ben ik toch een brave dochter! 😀

 

Het bezoek

Het is inmiddels vaste prik: we gaan rond 9.00 uur ontbijten. Dan gaan Cor en Danilo fitnessen in de kleine ruimte bij  het zwembad. Carmen en ik zitten in de schaduw. Daarna gaan zij met z’n drietjes zwemmen. Carmen is moe en gaat op de hotelkamer een beetje op bed liggen. Om half één laten we een taxi komen en rijden naar het huis van de familie.  Carmen stapt als eerste uit om haar tante te omhelzen. Dan volgen wij. De voordeur, die altijd open staat, voert naar een smalle ruimte, de huiskamer, waar twee banken tegenover elkaar staan, met een glazen tafeltje ertussen. Direct daarachter een tafel met drie stoelen en daarachter weer een eetkamertafel met stoelen. Daarachter weer de achterdeur, die naar een kleine betegelde tuin leidt. Naast de eetkamer ligt de keuken. Het is eigenlijk net zo’n “doorloophuis” als wij hebben, maar dan anders. Er zijn nog meer kamers, maar één wordt er verbouwd.Ze hebben één kater en drie poezen en een klein hondje. 

We worden uitgenodigd om op de banken plaats te nemen. We kletsen wat, terwijl de tafel gedekt wordt.  Één van de katten krijgt een stropdas om, want er zijn gasten en hij is een heer.

Dan worden we uitgenodigd om aan de eetkamertafel plaats te nemen. Er staat voor ieder een metalen bord met rijst, kip, groenten en de onvermijdelijke patacones, dat zijn gefrituurde koekjes van bakbananen, die krijg je overal bij, net als stukjes avocado. Ook krijgt iedereen een metalen beker met cola en ijsklontjes. Het is dus niet zoals bij ons, dat er pannen of schalen op tafel komen, waar iedereen iets uit kan scheppen. Het  smaakt heerlijk! Tío vraagt of wij sinasappels lusten, dan kan hij er wat voor ons plukken. We lopen langs een kleine open ruimte, waar onze was in een wasmachine ronddraait, het kleine, betegelde tuintje in. Er staat een sinasappelboom, een avocadoboom en een mangoboom. De bananenboombladeren van de buren hangen over het muurtje. In de tuin lopen ook twee schildpadden, met de welklinkende namen “tortuga 1” en “tortuga 2”, d.w.z. schildpad 1 en schildpad 2. Deze mensen hebben heerlijke humor! Het plukken van de sinasappels valt nog niet mee. Verschillende familieleden proberen met behulp van een zakje aan een lange steel een paar sinasappels van de boom te halen. Het neefje van 15 klimt op het dak om er beter bij te kunnen, maar blijkbaar doet hij het niet goed, want abu (oma) klimt via de ladder rap achter hem aan. Uiteindelijk krijgen we toch nog een plastic zak vol. We lopen het huis weer in en nemen plaats op de banken. Het gesprek loopt ondanks de taalbarrières goed. We weten elkaar met het beetje Spaans, dat wij kennen, het Engels dat zij kennen, Google translate en gebaren verstaanbar te maken. Het is gezellig. Tío heeft iets voor Cor: een cd, met typische muziek van hier. Abu komt met geschenken voor ons aan: voor Danilo een sjaal en voor Carmen en mij een sjaal met een muts. Ze heeft het zelf gebreid, en ze zijn erg mooi! Ik ben heel blij en voel me zeer vereerd met mijn kado. 

Dat is voor ons het sein om onze kado’s te overhandigen. Voor Abu en Tía hebben we iets van rituals en voor iedereen Nederlandse souvenirtjes. De typisch Nederlandse motiefjes zegt ze niets, ik leg uit, dat de molen, het boertje en boerinnetje en de klompjes typisch Nederlands zijn. We vertellen dat de boeren in Nederland op klompen lopen. Op houten schoenen?! Hoe dan!? Er wordt gegoogled. Ze vinden het grappig. Dat snap ik.  Best maf eigenlijk ook wel. We vertellen, dat wij er als kinderen zelf op liepen. “You walked on this?!” Ze kunnen zich niet voorstellen dat dat fijn loopt.

De Nederlandse hopjes vallen vooral bij Tío goed in de smaak. Hij krijgt ook drie grote repen Milka-chocolade en maakt de anderen duidelijk, dat hij deze níet gaat delen. Er wordt veel gelachen. Het is gezellig.

Abu stalt haar kadootjes trots op het lage kastje bij het raam.

Wij moeten ook wat dingetjes proeven. Zo ook een speciaal drankje van hier: Llanero. Het  is een soort anijslikeur. Hij smaakt echt lekker. We hebben het over de verschillen in onze landen. Vooral, de absurd lange afstanden, die zij voor hun werk af moeten leggen (Tío doet er 20 uur over om bij zijn werk te komen!) vervuld ons met verbazing. Wij vertellen, dat we er met de fiets 15 minuten over doen. Dat wij binnen een paar uur in Frankrijk en Belgie kunnen zijn, fascineert hem. “Wow” roept Tío. “You want to adopt me? Carmen you get another brother!”. Hij kan zich wel klein opvouwen en mee in de  koffer. Haha!

Zo langzaamaan beginnen we moe te worden, vooral Carmen en Tía krijgen de oogjes heel klein. Tía heeft immers net een reis van 12 uur achter de rug. We kunnen het moeilijk inschatten, hoe laat men hier normaal  weggaat en Carmen weet niet meer precies of we nou ook nog voor het avondeten uitgenodigd waren. Ze gaat naast Tío zitten en vraagt het gewoon. Nee, dat is morgen avond, als we naar het uitzichtpunt gaan. Het eerlijke antwoord laat me zien, dat we echt familie zijn. Tía roept een taxi voor ons en we laten ons weer naar het hotel terugrijden.

In het hotel eten we een salade in het restaurant aan de swimming pool om daarna op onze kamers nog na te kletsen en tv te kijken. ’s nachts is het bloedheet. We slapen met de airco aan.

Het was een leuke en gezellige dag! Morgen gaan we met z’n allen naar de dierentuin. Gezellie!

Familiedag

Ik heb heerlijk geslapen vannacht. Voor het eerst sinds we in Colombia zijn. Moe van het gedoe en de reis, denk ik. Carmen gaat vanochtend naar haar familie, Cor en ik gaan een beetje de omgeving verkennen en op zoek naar een supermarkt om water te kopen. Danilo blijft in het hotel. Het is om 10.00 al bloedheet. We komen langs allemaal louche en armetierige winkeltjes en zaakjes, die niet echt uitnodigend zijn om naar binnen te gaan. De winkeltjes hebben geen voorkant met deur, maar de gehele voorzijde is open. Als de zaak gesloten is, komt er gewoon een hek voor. We lopen een stuk de straat in, komen bij  een rotonde en steken over. We hebben op Google Maps gezien dat er nog een rotonde  en een pleintje komt. Tot daar willen we lopen, als we dan nog geen supermarkt gevonden hebben, lopen we weer terug. De zon knalt recht naar beneden. We zitten hier immers op de evenaar. Het pleintje blijkt het centrum te zijn, met een mooie kerk in het midden. Er is een voetgangerszone met allemaal winkels, voornamelijk kleding-, schoenen en sieradenwinkels. Ook hier kun je nergens naar binnenlopen of er komt gelijk iemand op je af. In een schoenenwinkel zie ik leuke teenslippers. Ik drijf bijna uit mijn zomerschoentjes, die me in eerste instantie ideaal voor hier leken. Nu snak ik ernaar om ze uit te doen. Ik heb ook nog een lange broek aan, hè, ik wilde immers niet onderdoen voor de lokale bevolking, die gewoon in lange broek, bloesjes met lange mouw en laarsjes rondlopen. Ik vraag mij af: hoe dan? Als ik al niet opviel als toerist, wat ik natuurlijk sowieso al deed, door die gringo van een man van mij, die met zijn blonde kop Amerikaans loopt te zijn, dan zou ik nu toch echt door de mand vallen, door al het zweet, dat me langs het voorhoofd naar beneden loopt. Sexy as ever!

Ze zoeken naar mijn maat. Daarvoor loopt een verkoopster de winkel uit, naar waar waarschijnlijk ergens het magazijn is. Een andere verkoopster sleept nog andere schoenen aan. Hallo! Zie ik eruit alsof ik van zilveren schoentjes met een roos erop houd? Kijk naar mijn outfit! Daar komt de juiste maat aan. Het lusje, waar m’n grote teen doorheen moet, is iets te krap, die wordt opgerekt. Dan past-ie. Ik vind ze mooi en laat ze gelijk aan. Zo, in ieder geval een beetje lucht voor mijn voeten. We lopen nog een beetje door de winkelstraten, maar het is allemaal een beetje kits, een beetje erg kits eigenlijk. Ik loop nog één kledingzaak in, maar er stormen gelijk vier, vijf verkoopsters op me. Nou, nee, dank u. Ik maak rechtsomkeert  en bots bijna tegen Cor aan, die geduldig achter mij aansjokt. We vertrekken weer richting hotel. We menen de weg terug wel te weten. Niet dus. Na een hele klim tegen de helling op, constateren we, dat we weer eens verdwaald zijn. “Zullen we dan maar weer een taxi nemen?”. We zijn allebei kapot, ik heb hoofdpijn en zweet me een ongeluk, dus de beslissing is niet moeilijk. In het hotel gaat de broek uit, ik ga op de plavuizen voor de airco zitten. Als ik weer enigszins bijgekomen ben stap ik onder de douche en neem daarna met het laatste restje water van gisteren een paracetamol in.

Er is een appje van Carmen: de dansvoorstelling van haar nichtje is  vandaag niet,  maar of we zin hebben om met de familie naar een winkelcentrum te gaan. Whaaaa!!! Weer winkelen! Maar wel super gezellig om iets samen te doen, lijkt me.

Danilo, Cor en ik hebben een lekkere lunch bij de swimming pool van het hotel, wel onder een afdak, natuurlijk.

Tegen 13.00 gaan we in de lobby zitten wachten. Ze komen met de taxi. We begroeten elkaar met een knuffel en dan wordt er een tweede taxi bijgeroepen en sjeezen we achter elkaar aan door Villavicencio. Het winkelcentrum is heel nieuw, eigenlijk pas net af en zo mooi  en luxe, als ik het in Nederland nog nooit gezien heb! Carmen’s oom is project manager en heeft drie zaken in het winkelcentrum gebouwd. Om het winkelcentrum is een prachtig park aangelegd met vijver en watervalletjes, waar we gaan wandelen en foto’s maken. Dan lopen we het winkelcentrum door, ondertussen gezellig kwebbelend. Tío doet zijn best om Engels te praten. Hij leert ons Spaanse woordjes en wij hem Nederlandse woordjes. Hij ligt zelf in een deuk, als hij de voor hem onmogelijke klanken probeert uit te spreken. Zijn keel kan dat niet, maakt hij duidelijk. Hij is trouwens een jonge man met een geweldig gevoel voor humeur, we hebben direct een klik en het is zooo gezellig met elkaar. Ik geniet en ben gelukkig en niet alleen ik, vermoed ik! Carmen’s oma is een pittige dame, waarin Carmen veel van zichzelf herkent, ik ook trouwens! Het meisje is een scheetje. Zo leuk om de twee nichtjes naast elkaar te zien lopen. Hetzelfde postuur, dezelfde springerige, voor Colombiaanse begrippen lichte haren en hetzelfde loopje! We bezoeken nog twee andere winkelcentra op loopafstand.
Bij Juan Valdez (inmiddels een favoriet van ons, een soort starbucks) gaan we koffie drinken. Het nichtje kiest exact dezelfde taart, als Carmen laatst in Bogota ook deed. Lol! We schuiven stoelen bij een tafeltje en genieten van elkaars gezelschap. Het is geen moment stil. Tío laat ons de muziek van deze streek horen. Ricardo, onze gids naar Gutavita, had ons al verteld, dat dat typische macho-muziek is. Het blijkt te kloppen, te zien aan het clipje, waar beelden van stiergevechten en cowboy’s te zien is. Ik hou er niet van. Tío wil weten wat typisch Nederlandse muziek is. We laten hem Frans Duijts horen. Hij vindt het mooie muziek, het lijkt een beetje op country, zegt hij. Hij vindt het raar dat wij er niet van houden, althans de kinderen en ik niet. Wat is dan nog meer Nederlandse muziek, die wij wel leuk vinden? Danilo laat hem Nederlandse rap horen. Dat vindt ie maar niks, hij aapt het na met de typische, bijbehorende handbewegingen. Van dance houdt hij wel.

Tío vertelt, dat zij maar een kleine familie zijn: Hij, zijn moeder, zijn zus en haar twee kinderen. 5 personen. Maar nu, zegt hij, is onze familie 9 personen! Wij zijn altijd welkom in zijn huis en in zijn hart. Hoe lief is dit!

We hebben onze koffie op. Ze nodigen ons uit om nog mee te gaan, maar Carmen is zo moe van de hele dag Spaans proberen te verstaan en te spreken, dat we beleefd bedanken. We gaan nog samen naar de supermarkt om drinken en chips te kopen. Tío loopt voorop en weet alles te vinden. Bij het bier een heel gesprek over wat het lekkerste bier is. Cor neemt een flesje Grolsch voor hem mee, dat moet hij proberen. Dan wijst hij nog op een typisch regionaal drankje. Dat wil ik zeker nog een keer proberen, maar voor nu hebben we al zoveel boodschappen om het hotel in te smokkelen!
Tío houdt een taxi voor ons aan en we racen weer richting hotel.

Het is rond zes uur. We doen onze zwemkleding aan en nemen een duik in het zwembad, dat we bijna voor ons alleen hebben. Er zwemmen sowieso maar heel af en toe mensen in. We zwemmen tot het donker is. Om half acht gaan we bij de swimming pool eten. Ik neem er een heerlijke jugo con leche (vruchtensap met melk, net een milkshake) bij. Zo verkeerd maar zo yammie!!! Het eten is sowieso heerlijk, het is nog lekker warm. We genieten.

Zo laten we een hele fijne, heerlijke dag uitklinken. Morgen zijn we voor de lunch uitgenodigd  bij de familie! Ook Carmen’s tante zal  er dan zijn. Zij komt vannacht van haar werk terug, een reis van 12 uur.

Ik verheug me er al op om haar te onmoeten!