Als ik wakker word, heb ik een berichtje van Carmen’s tia: door de zware regenval van vannacht zijn er stukken rots van de berg op de weg naar Villavicencio terecht gekomen. Daarom is de weg nu afgesloten. Tia zegt, dat we beter ’s middags de bus kunnen nemen. Na het ontbijt zeggen we de taxi af, die ons naar de terminal van de bus zou brengen. Om 13.00 moeten we uiterlijk uitchecken. We besluiten, om dat te doen en dan maar gewoon te gaan. Als het half één is pakken we de rest van onze spullen in en begeven ons met onze bagage naar de lobby.
Ik app Carmen’s oom (“tio”) om hem te laten weten wat ons plan is, maar hij vindt het beter om nog te wachten. Hij belt Carmen en voor de eerste keer spreekt ze met hem. We volgen zijn advies op en nemen plaats in de lobby, maar we zitten nog maar net, of tia stuurt ons een bericht, dat de weg vrij is. Volgens tio zijn er tegenstrijdige berichten, maar we besluiten toch om te gaan. Het zijn maar 13 km naar de terminal, maar we doen er een heel uur over! Carmen valt tegen mijn schouder in slaap en ook ik dommel af en toe weg. Het regent weer. De terminal blijkt een groot station te zijn met allemaal loketten van verschillende vervoersmaatschappijen. We gaan in de rij van “Flota La Macarena” staan. De rij is lang. Voor ons staan een paar jongens. Ik vraag of ze Engels kunnen, dan kan ik om bevestiging vragen, of we hier wel juist staan. Helaas kunnen ze dat niet. Er komt totaal geen beweging in de rij, we blijven maar op dezelfde plek staan. Er zitten wel mensen achter het loket, maar er worden geen tickets verkocht. Pfff, duurt lang. Één van de jongens vóór ons laat mij het beeldscherm van zijn telefoon zien. Daar staat in het Engels, met behulp van Google translate vertaald, of zij ons met iets behulpzaam kunnen zijn. Wat aardig van ze! Ik typ in het Engels de vraag, of we hier goed staan om naar Villavicencio te gaan. Zij bevestigen dit. Okee, mooi, we staan dus goed. Ik vraag wat er aan de hand is. Zij zeggen, dat de weg nog steeds afgesloten is. Hij heeft het over 4 uur. Hij zal toch niet bedoelen, dat we nog 4 uur moeten wachten?! We wachten nu al een behoorlijke poos. Carmen volgt het voorbeeld van een aantal mensen en gaat op de stenen grond zitten. Ik aarzel ook niet lang, pak een tasje met een nekkussen en ga erop zitten en Danilo volgt mij ook binnen de kortste keren. Pffff… duurt lang! Ik pak mijn haakwerk en wil net gaan haken, als er ineens beweging in de rij komt. Iedereen springt op en kijkt vol verwachting naar het loket. Eindelijk!! Nu gaat het gebeuren. We hebben onze bagage bijeengeraapt en staan weer in de rij. En wachten… Niks, nada gebeurt er. Na weer een poos gewacht te hebben, gaan we maar weer zitten. Ik haal mijn haakwerk weer te voorschijn. Dat vinden de mensen om ons heen interessant. Carmen pakt het boek: “Wat God zei” en leest een paar interessante passages voor. Zo proberen we een beetje de tijd te doden. We wachten nu al bijna 4 uur! De kinderen gaan bij de subway een broodje halen. Dan komt er weer beweging in de rij. Ik spring op en Cor en ik proberen met alle bagage aan te sluiten. Daar zijn de kinderen weer. Er komt langzaam, heel langzaam beweging in. Schuifelend komen we steeds iets dichter bij het loket. Maar er is ook een soort van paniekerigheid. Mensen dringen zich langs de zijkant richting het loket. Ze hebben tickets in de hand. We snappen er helemaal niets van. Wat is er nou allemaal gaande? Er zijn twee rijen, Carmen gaat in de rechter staan, want die is korter, doordat een aantal mensen in de linker rij, waar ik sta, voordringt met hun probleempje – wat dat dan ook is. Cor en Danilo staan een eindje verderop met de koffers en tassen te wachten. Ik ga bij Carmen staan. Zouden die mensen hun ticket terug willen geven, omdat de bus niet meer gaat? We horen mensen “Villavincencio” en “mañana” zeggen. De schrik slaat ons om het hart. Wat als dat zo is? Wat als er pas morgen weer een bus gaat? De radertje in mijn hersens draaien op volle toeren: Hier blijven wachten? Een hotel in de buurt zoeken? Naar ons hotel terug? We stressen hem. Dan zijn we eindelijk aan de beurt. “Villavicencio” probeer ik in mijn beste Spaans. “Quatro personas. Hoy?!”. De man aan het loket vraagt naar mijn naam en geeft de tickets. Maar nu. .. het uur van de waarheid.. “a que hora?”. De man begrijpt ons. Wat fijn dat deze mensen zo goed Spaans verstaan! Hihi. Hij schrijft iets op een briefje: “6.35 pm”. Ons hart maakt een sprongetje van geluk. We hebben ons ticket. Dat ik spontaan omgedoopt ben in “Manuol Diaz” mag de pret niet drukken!
Het is bijna zes uur, dus we hebben nog goed een half uur. Yippie!!! Onze reis naar Villavicencio gaat zo eindelijk echt beginnen!
Cor en ik gaan naar de Subway. Hij neemt een broodje, ik een salade, dan begeven we ons naar de uitgang die naar de bussen voert. Onze bus is er nog niet, dus we gaan even zitten, eten en wachten. Als de bus komt is het al donker geworden. Het is een luxe touring bus. De bagage wordt ingeladen en we nemen plaats. Tegen kwart voor zeven, na een dikke 5 uur wachten, gaan we eindelijk echt op weg! Het licht wordt gedimt, op de vijf schermen wordt een actiefilm met veel pief paf poef vertoond. Ik kijk naar buiten. Ik had deze tocht zó graag overdag gemaakt, om van het landschap te kunnen genieten. Toch is dit ook prachtig. Tegen de donkere avondhemel steekt het nog donkerdere gebergte van de Andes af. Af en toe gewaagt een groepje lichten van een stadje of dorp. De airco wordt hoger gedraaid. Ik ben blij dat ik m’n warme poncho bij met heb. De reis vlot goed, af toe dommelen we lekker weg. We zijn best moe. Na een dikke drie uur naderen we onze eindbestemming. Dan krijgt Carmen via whatsapp bericht, dat haar oma (“Abuela”) en haar nichtje meegekomen zijn om ons op te halen. Als we de terminal van Villavicencio binnenrijden, spot Carmen haar familie en zwaait hen enthousiast toe. De bus stopt en Carmen weet niet hoe snel ze de bus uit moet stappen. Cor, Danilo en ik rapen onze spullen bij elkaar en volgen haar. Als ik de bus uitstap zie ik Carmen en haar oma in een innige omhelzing. Hoe mooi is dit! Terwijl zij haar oom knuffelt en daarna haar nichtje van acht, dochter van Tia, krijg ik een dikke en lange knuffel van abu. Zo bijzonder! Ook Tio en ik omhelzen elkaar. Het is een ontzettend hartelijke begroeting. Ze helpen allemaal met het slepen van onze bagage. Het kleine meisje heeft één van de zware rugzakken op haar rug genomen en draagt nog twee lichtere tassen. Wat lijkt ze veel op Carmen! Cor verlost haar van de zware rugzak en Carmen neemt de andere tassen van haar over. Wat is het hier nog heerlijk warm!
We verdelen ons en de bagage over twee kleine gele taxis. Abu, Carmen en ik zitten in de ene, het nichtje, tio, Danilo en Cor in de andere taxi. In het hotel regelt tio alles voor ons. We krijgen onze kamersleutels en nemen afscheid. We worden voor morgen uitgenodigd om bij hun thuis te komen en ’s middags naar een dansuitvoering van het nichtje te komen kijken. Wat een super leuke en fijne mensen! Ik verheug me al op morgen. Maar we besluiten, dat Carmen morgen ochtend alleen gaat en wij ons later aansluiten.Onze kamers liggen op de vijfde verdieping. Als we de lift uitstappen en we over het balkon naar onze kamers lopen onbloot zich een prachtig uitzicht van een tropische tuin met een mooi zwembad aan onze ogen. In de verte het Andesgebergte. Zo mooi! We hadden verwacht dat het hier plat zou zijn.
De kamers vallen tegen, ze zijn oud, het ruikt een beetje muf en een aantal dingen zou nodig gerepareerd moeten worden. Maar we zijn moe. Na gedouchet te hebben, kruipen we in bed. Morgen zien we wel verder!
Aan het ontbijt zijn we inmiddels een beetje gewend. Er is haast geen keuze, ik eet elke ochtend melk met havermout en een toastbrood met roerei met een kopje thee. Ik heb me erop ingesteld. ..
Om vijf uur gaan Cor en ik een stukje wandelen. We willen wel eens zien of we de pensions, waar we toen hebben gezeten, terug kunnen vinden. Met Carmen’s adoptie hebben we in Hotel Paris gezeten, dat dichterbij ligt en met Danilo in Casa Nueva. Ik weet de weg nog wel, tussen de huizen door langs een smal voetpad. Af en toe moet je een grote straat oversteken. We komen in de straat, waarvan we denken dat Hotel Paris staat. Maar we herkennen niets, allemaal grote nieuwe flats. We twijfelen ook over de straat, we weten het niet precies. Alles is zo veranderd. We lopen verder langs een pad. Cor herkent het: “Daar komt straks een parkje met het electriciteitshuisje, waar we geschuild hebben, toen er geschoten werd.” We komen bij een speeltuintje en inderdaad: daar staat het huisje. Alle huizen eromheen zijn veranderd, maar het huis waar destijds de inval was staat er nog. Vreemd, in mijn herinnering stond het huisje veel verder van straat. We vinden ook het bruggetje, dat over het riool voert.
Hierlangs gingen we naar de kapper en als je dan verder liep, kwam je bij Casa Nueva. We vinden de kapper. Wat is dat huis prachtig geworden. Het was toen al de beste kapper van Bogota, er kwam de high society en beroemdheden. Nu duidelijk nog steeds. Dure auto’s op de parkeerplaats, Porsche’s en zo. We lopen verder. De kleine eenvoudige winkeltjes van toen hebben plaatsgemaakt voor mondaine, elegante zaken. We zijn totaal verrast. We herkennen niets meer terug. Het souvenirswinkeltje, waar we vaak naar toe gingen, is verdwenen en daarmee hebben we geen aanknopingspunt meer, wanneer we naar links af moeten om bij Casa Nueva te komen. We lopen langs de grote straat en kijken bij elke zijstraat aan de rechter kant, of we iets bekends zien. Cor meent in één van de straten een groep bomen te herkennen.
We lopen de straat in en zien gegeven ogenblik links een klein pad. “Hier liepen we altijd in”. Ik kan me maar heel vaag herinneren. We gaan nog een keer links. Hier zou het wel eens geweest kunnen zijn. We weten het niet zeker, maar we menen het buurhuis en het huis tegenover te herkennen. Het was vroeger wit en inderdaad onder de gele verf, die hier en daar afbladert, is nog wat wit te zien.












Bij de koffiefabriek drinken we nog koffie en latte machiatto, de lekkerste, die ik ooit heb gehad. Echt waar!

Het pad voert omhoog langs prachtige planten en bloemen, die wij als kamerplanten in huis hebben.Het wordt steeds kouder en kouder en begint ook nog eens te regenen. We zijn definitief te koud gekleed! Boven aangekomen hebben we een prachtig uitzicht op het meer van Guatavita, het El Dorado.
kathedraal te bezichtigen. We zijn in de auto weer wat opgewarmd, maar het knusse restaurantje is van voren helemaal open, dus echt warm is het hier ook niet.Het eten is heerlijk! Een mangosap, waar vooral Danilo helemaal weg van is en vooraf zoute bananenchips met een roze dipsausje. Dan een overheerlijke salade en als hoofdgerecht een grote schaal met stukjes kip- en rundvlees met daarover heen patatjes en gefrituurde pannenkoekjes van geplette bakbananen met een salsa van paprika, tomaat en ui. We eten met z’n vieren uit de schaal en er mag met de handen gegeten worden.


