Dag 7: Picknick in het park

PhotoGrid_1500922164973.jpgWe hebben vandaag met Jessy een afspraak om samen in het park met het prachtige uitzicht te gaan picknicken. Ze zou om 10.00 uur komen, maar rasechte Ecuadoraanse dat ze is, arriveert ze om half twaalf. Vind ik geen probleem, want ik heb een hele kluif aan de blog, zoals jullie gisteren wel gemerkt hebben. Carmen heeft een heerlijke guacamole gemaakt met tomaat, ui, limoen en een beetje zout. Ik ben blij, dat ik nu een lekker recept heb! Het geheim is echter, dat je de pit in de spread laat liggen, zo wordt ie niet zo snel bruin. Geldt ook, als je een halve avocado wilt bewaren: gewoon de pit erin laten!
Ik neem mijn knäckebrood mee en we kopen nog wat dingetjes in een winkeltje. Dan nemen we een taxi en laten we ons bij het park afzetten. We gaan op een plek op het gras zitten met prachtig uitzicht op Quito. Er staat heel veel wind en er zijn heel veel gezinnen aan het vliegeren. Het is sowieso heel erg druk. Veel mensen zijn hier met honden. Die mogen gewoon loslopen. In de stad trouwens ook. Je ziet haast geen honden aan een lijn. Carmen en ik halen ze niet aan, we zijn niet ingeënt tegen rabiës en ook al zijn over het algemeen alle honden we ingeënt, je weet maar nooit. We pakken onze spulletjes eten en gaan heerlijk smikkelen. We kletsen wat, liggen te zonnen of gewoon naar de mensen te kijken. Met die zon en die wind en mijn witte huid moet ik wel een beetje oppassen, de getinte dames naast mij hebben natuurlijk nergens last van. Ik ga op de rug liggen en leg mijn dunne vestje over mijn gezicht.
Het begint steeds harder te waaien en ook behoorlijk af te koelen. Ik nodig de meiden uit om vanavond samen een hapje te gaan eten en daarna nog een drankje te doen – bij voorkeur caipirinha. We nemen weer een taxi richting huis.
We frissen ons thuis even op en kleden ons om, dan lopen we de grote straat, de “Guayaqil” uit. Jessy weet een leuke straat met goede restaurantjes. Heerlijk om met lokals op stap te gaan. Zo kom je op de leukste plekken. We komen inderdaad in een heel pittoresk straatje, la Ronda, de bekendste straat van Quito. Hier wil ik bij daglicht nog wel eens naar toe. We kiezen een restaurant met dakterras en nuttigen er een traditionele maaltijd. Carmen en ik nemen schapenvlees en Jessy een soep met grote stukken kip met bot erin en kloeten aardappel. In mijn ogen geen aantrekkelijke maaltijd, om het nog maar mild uit te drukken. Ons gerecht is hetzelfde als van gisteren, maar nu in plaats van kip, met schaap. Dus geserveerd met rijst, avocado, klein beetje rauwkost en een halve aardappel. Het smaakt uitstekend. Mijn ogen vallen op een wandbord, waar verschillende cocktails opstaan. Ook caipirinha. Ik ben behoorlijk aan het inkakken, dus ideaal om in dit gezellige restaurant nog een drankje te doen en niet meer iets anders te hoeven zoeken. Ze hebben de grote gaskachel bij ons neergezet en het is nu aangenaam warm. Helaas is er niemand meer, die een cocktail mixen kan, dus dát feestje gaat niet door. Okee, dan een koffie, Carmen en ik bestellen een cappuccino, maar blijkbaar is er ook geen melk meer, we kunnen alleen zwarte koffie krijgen. Dan maar niets, want anders liggen Carmen en ik straks als twee stuiterballen in bed. De chica’s drinken thuis nog een kop thee en ik neem nog een glaasje van de vieze wijn, die nog steeds niet op is. Dan kruip ik vroeg in bed.
Morgen avond vertrekken we met de bus naar Cuenca, waar we drie dagen en twee nachten willen blijven. Daar verheug ik me al erg op!

 

Dag 6: Otavalo en feesten in een chiva

PhotoGrid_1500850311452.jpgVandaag gaan we naar Otavalo. Vanaf Quito is dat het een reis van 2 uur, maar om bij het busstation te komen, neemt al ongeveer een uur in beslag. Het is half negen in de ochtend als we naar de trolley-halte lopen. Vroeg in de ochtend dus, maar de zon staat al zo hoog, als het bij ons ’s middags midden in de zomer nog niet het geval is. Dat is best een vreemde gewaarwording. Op het busstation zoeken we het loket, waar je tickets voor de bus naar Otavalo kunt kopen. Elke trip heeft een eigen loket en de mannen, die de kaartjes verkopen prijzen uit hun loket hun bestemming aan, alsof ze op een marktkraam staan. Lol. “Misschien zijn veel mensen nog analfabeet en kunnen niet lezen wat er boven het loket staat” opper ik. Dat lijkt ons een logische verklaring. (intussen even gegoogeld: “Ongeveer 14% van de volwassen bevolking is analfabeet, maar op het platteland en onder de indiaanse bevolking ligt dit percentage aanzienlijk hoger.”)
De bus naar Otavalo is luxe, de rit door het Andes-gebergte is prachtig. Ik geniet met volle teugen. Helaas krijgt Carmen verschrikkelijke pijn in haar oren, waarschijnlijk doordat we met vrij grote snelheid afdalen en ze nogal verkouden is. Het is erg vervelend, ze eet kauwgom, maar het zakt nauwelijks af. Als klap op de vuurpijl wordt ze ook nog eens door een beest in haar buik gestoken. We raken lichtelijk in paniek, want Carmen reageert soms nogal allergisch op insectenbeten. Ik neem een foto van het beest, een bij zo te zien en we houden de plek op de buik in de gaten. Gelukkig valt het allemaal mee, hij heeft niet doorgestoken.PhotoGrid_1500850481908.jpg
Na ongeveer anderhalf uur arriveren we in Otavalo. We lopen naar de binnenstad, waar een hele grote markt met groenten, fruit en artesanias is. We weten, dat je nooit de prijs moet betalen, die gevraagd wordt. Er staan ook geen prijzen op de producten. Ik wil graag een mooi wandkleed voor in ons nieuwe huis kopen, een sjaal en een rugzak. We zien een stand met leuke sjaals. We vragen naar de prijs. 9 dollar. We bieden 4 en komen uiteindelijk op 6 uit. Een derde eraf. Dat ging makkelijk. Te makkelijk. Waarschijnlijk hadden we nog wel meer af kunnen dingen. We kopen nog meer spulletjes en gaan steeds scherper handelen. Meestal als je je laagste prijs zegt en je loopt weg, doen ze het toch nog. Zo is een vrouw beetje pissed, omdat we voor een zilveren kettinkje niet meer dan 20 dollar willen geven. Als we zeggen “Dan laat maar” en weg willen lopen, geeft ze toch toe. Ik krijg het kettinkje van Carmen nog voor mijn verjaardag. Ik zie een prachtig wandkleed. Het moet 23 dollar kosten, we weten het naar 16 dollar te handelen. Inmiddels gaan onze magen wel rammelen. We gaan in een klein restaurantje iets eten. Stel je een snackbar voor, maar dan poverder en je krijgt er een hele maaltijd met een stuk kip, rijst een stuk avocado, een halve aardappel en heel piepklein beetje salade en een ondefinieerbaar sausje erop voor 2 dollar. “Ik hoop, dat je er niet ziek van wordt” zegt Carmen, dat hoop ik ook. Het smaakt in ieder geval lekker. We slenteren nog wat over de markt. Een man met een soort houten kruiwagen verkoopt cocosnoten. Carmen koopt er één. De man slaat de kop eraf en geeft ons twee rietjes. Hmmm heerlijk.
Ik heb nog steeds geen rugzak gekocht, wel een hele leuke gezien. Het is een stoffen rugzak met leer afgewerkt. We gaan naar één van de kraampjes waar ik er één heb gezien. Ze zijn al aan het inpakken en spreken ons niet eens meer aan. Blijkbaar hebben ze al genoeg verkocht. De rugzak moet 23 dollar kosten. We handelen. De verkoper gaat niet lager dan 15 dollar. Okee, dat is dus echt de bodem. We gaan bij een ander kraampje met dezelfde rugzakken kijken. Exact dezelfde rugzak, alleen andere kleur. Moet 25 kosten. Oef, nu moet ik van 25 naar 15 handelen, want ik wil niet met hangende pootjes naar die ander terug. Het wordt een hele onderhandeling. De verkoper wil niet lager dan 17. Ik koop hem uiteindelijk voor 16. Ik wil hem toch wel heel graag en als dit echt zijn scherpste prijs is, loop ik hem anders straks toch nog mis. Blij met onze spulletjes lopen we weer richting busstation. We zijn moe en dutten bijna de hele terugweg. We moeten drie keer overstappen. Van de bus weer in de trolley. In de overdekte trolleyhalte staat en dronken man tegen de glazen wand aangeleund en loert voortdurend naar Carmen. “Als hij me aanraakt, geef ik hem een pof op z’n neus” zegt ze. Anders ik wel. Er komen meer mensen. Een andere man, een vrouw met een kind. De dronken man spuugt op de grond. Wij negeren het maar de vrouw slaakt een kreet van afschuw en verontwaardiging. Ze trekt het kind met zich mee en loopt weg. Even later komt ze met een beveiliger terug. De vrouw slaat haar armen beschermend om haar kind heen. De beveiliger spreekt de dronkaard aan, wijst op de plek op de grond en vraagt hem waarschijnlijk om de halte te verlaten, maar de man wil niet. De bewaker pakt hem bij de arm, maar de man verzet zich en wordt door de ambtenaar met geweld meegesleept. De vrouw drukt zich met haar kind vol afgrijzen en met veel misbaar tegen de wand aan. Wat er verder gebeurt ontgaat ons, omdat de trolley stopt en we in moeten stappen. “Ik vind het wel zielig voor die man” zegt Carmen “hij deed niets”. Dat klopt. Blijkbaar wacht men hier niet tot er echt iets gebeurt.
Na een totale reistijd van ongeveer 3 uur zijn we weer thuis en gaan ons klaar maken voor het feest, dat om half negen begint.

En dat is niet zomaar een feest! Het is een feest in een bus, een chiva.
We moeten haasten om op tijd te zijn. We halen wat te drinken in het winkeltje naast onze woning en stiefelen dan richting het aangegeven adres. Het gaat tegen de helling op en Carmen heeft aardig de tred erin. Ik ben al kapot als ik aankom. Carmen appt dat we er zijn en het meisje, dat ons had uitgenodigd doet de deur open. We lopen naar boven en betreden een appartement, waar muziek is en een hele club met jongelui. Carmen en ik worden door iedereen welkom geheten met een korte omhelzing en een kus op de wang. Er lopen een paar blonde lange jonge mannen. Ik ben verbaasd. Er zijn sowieso veel buitenlanders. Carmen kent maar twee mensen: Juanito en Ale. We praten een hele poos met Juanito en een vriendin van hem. Super aardige mensen. Ik krijg gelijk een mixdrankje met wodka in mijn hand gedrukt. Kort daarna Cola-rum. Oef! Ik ga even een beker water pakken. Terwijl ik mijn beker vul, hoor ik twee jongens Duits praten achter mij. Ik spreek ze in het Duits aan en klets een poosje met ze. Er schijnt hier een hele club met Duitsers te zijn. lol! Het appartement blijkt van een Duits meisje te zijn en zij geeft dit feestje omdat ze jarig is. Daar kom ik ook pas in de loop van de avond achter, trouwens.
Om een uur of tien moeten we allemaal naar beneden. De chiva is er! Een oude traditionele bus, die helemaal leeg gemaakt is. Alleen aan weerszijden zijn er smalle houten banken, die echter niet gebruikt worden om te zitten. De chauffeur zit onzichtbaar achter een grote plaat verscholen en in een hoek achter de chauffeur staat de dj. De chiva is versierd met ballonnen. We betalen ieder vijf dollar en stappen in. Iedereen krijgt een fluitje in de hand gedrukt. De dj speelt keiharde Latijnamerikaanse muziek en de bus gaat rijden. PhotoGrid_1500850580670.jpgWe rijden door nachtelijk Quito al dansend op heerlijke muziek. Dat is wel wennen en in het begin hou ik me dan ook aan het touw, dat onder het plafond gespannen is, of aan een van de stangen vast. In de loop van de rit durf ik los te laten. Als de bus stopt is het zaak, om je zo snel mogelijk weer vast te pakken. Af en toe drukt de dj iemand een plastic fles met warme “Candelasso” in de hand, een zoet, sterk drankje, dat dan onder de dansende jongelui verdeeld wordt. Iedereen krijgt een klein plastic bekertje. Maar je kunt je wel voorstellen, dat dat drankje regelmatig over de rand van de beker zwiept, zeker als je bedenkt dat de straten van Quito vol gaten en hobbels zit. Naast de moeilijkheid om dansend in de hobbelende bus verticaal te blijven, dient zich nu het probleem van een glibberige vloer aan. Maar geloof het of niet, ik ga niet één keer onderuit. De bus is open, er is alleen een soort van traliewerk aan beide zijden, achter is hij helemaal open. Dat is heerlijk, omdat er zodoende frisse lucht binnenkomt. Toch krijg ik het al snel zo warm, dat ik mijn jasje uit doe. Tijdens het dansen kun je genieten van het prachtige Quito met zijn verlichte kerken en prachtige gebouwen.
Ik ben blij dat ik al wekenlang op Spotify “Baila Reggaeton” luister. Ik ken alle liedjes en kan in ieder geval het refrein meezingen. Ik doe kalm aan met de candelasso.
Het is ontzettend gezellig en iedereen, zonder uitzondering danst. Er is een jongen, met wie ik al eerder op de avond gesproken heb. Hij doet heel vreemd, ik snap niet goed wat er met hem is. Hij blijft steeds dicht in de buurt bij Carmen en mij, is niet onaardig, maar heel raar. Hij kijkt een beetje loederig uit zijn ogen en heeft een vreemd trekje met zijn schouder.
Gegeven ogenblik stopt de bus en iedereen moet eruit. De “reina”, de koningin van de avond, het Duitse meisje, dat jarig is, kiest vier stellen uit, die moeten dansen. Dan wordt het beste stel gekozen en zij krijgen een prijs. Carmen danst met Juanito. Ze dansen zo geweldig goed samen! Maar twee meisjes gaan er met de prijs vandoor. Ik raak aan de praat met een hele aardige Ecuadoriaanse jongeman, Daniel.
We dansen op het plein en doen gegeven ogenblik de “Macarena”, ook dat is onderdeel van het feest. Dan gaat de rit verder. We komen door de drukke binnenstad. De bus moet even stoppen voor een stoplicht of door een file, ik weet het niet. Er zijn veel mensen in de straat en ze juichen ons toe. Een aantal jonge mensen probeert de bus in te klimmen. We helpen ze naar binnen en ze dansen met ons mee. Na twee uur, het is inmiddels twaalf uur, stopt de bus. Het feest is afgelopen, maar we gaan nog naar een dancing. Carmen en ik gaan in een kroeg naar de wc, Juanito wacht op ons en samen zoeken we de anderen op. We komen een paar van “onze” club tegen. Van een Poolse jongen is het mobiel gestolen. Uit één van zijn voorste broekzakken! Hij staat er ontredderd en ontgoocheld bij. Balen!
We gaan naar de club waar de anderen al binnen zijn. Je moet je id laten zien. Carmen en ik hebben een kopie van ons paspoort mee. Dat is niet voldoende. De kopie zou op z’n minst in kleur moeten zijn, maar het lukt Ale om ons naar binnen te kletsen. Carmen bestelt een Cola en ik een water en we gaan op het balkon staan. Ik ruik wiet. Mijn blik wordt naar een stel jongeren getrokken. De rare jongen staat er met een aantal anderen te roken. Aaaah! Dat verklaart één en ander.

Carmen en ik vinden het eigenlijk wel mooi geweest zo. Juanito en Daniel zetten ons op de taxi en we laten ons naar huis rijden. Lekker douchen en naar bed. Wat een geweldige dag weer en wat een leuke nieuwe ervaring. Ik heb nog nooit een gaver feest meegemaakt!

 

 

 

Dag 5: Chillen en bijkomen

PhotoGrid_1500690521940.jpgIk sta vroeg op en ga de badkamer doen. Dan iets eten en achter mijn laptop. Als de dames wakker zijn haal ik broodjes voor ze in het kleine winkeltje hiernaast. We ontbijten samen en Jessy vertelt over haar werk als advocate. Carmen vertaalt. Dan moet Jessy naar werk en gaan Carmen en ik nog een beetje chillen. Carmen heeft slecht geslapen, dus ze duikt nog een uurtje het bed in en om een uur of drie gaan we shoppen. Ik koop twee shirtjes, we kijken nog een beetje rond, dan ben ik er wel klaar mee. We nemen weer de trolley richting huis en gaan bij de KFC iets eten. Heb ik zo’n zin in! Daarna een heerlijk softijsje op de vuist en we lopen weer richting huis.
Muziekje op de bluetooth speaker aan en samen de foto’s bekijken, die we tot nu toe gemaakt hebben. We hebben wierook gekocht, omdat het soms in huis een beetje onaangenaam naar riool ruikt. Ik prik een gat in een halve uitgedroogde limoen en steek het stokje er schuin in, een plank eronder en klaar is onze wierookhouder. Carmen loopt even de hele woning rond met de wierook, ze lijkt wel zo’n katholieke priester, maar er hangt nu wel een heerlijke geur in huis. Tenslotte gaan we  nog twee potjes éénendertigen. We gooien al onze 1-dollarcenten bij elkaar en delen ze, zodat ieder een stapel met munten heeft. Het eerste potje wint Carmen, het tweede potje win ik. Dan zijn we ook moe en kruipen in bed. Morgen willen we vroeg op, want we gaan naar de artesania-markt in Otavala, dus we willen niet al te laat slapen. Maar op straat is mega-herrie. Mensen zijn aan het feesten en roepen, we komen maar niet in slaap. We besluiten om in de kamer van het huisgenootje, dat er tijdelijk niet is, te gaan slapen. Die kamer ligt aan de binnenhof. Zo, zeg, dat scheelt. Hier is het heerlijk rustig. Ik val dan ook vrij snel in slaap.

 

 

Dag 4: City tour en secret garden

We hoeven niet vroeg op en liggen een hele poos nog in bed te kletsen. We hebben geen haast. We hebben een afspraak met Alejandro. Hij gaat met ons vandaag een city-tour doen en zou contact met ons opnemen, als hij zover was. Maar voorlopig zal dat nog niet zijn.
Het is heerlijk weer. We besluiten om naar een mooi park te gaan en nemen een taxi. Het is niet ver van “onze” woning, maar het gaat langs zulke steile wegen! Het lijkt wel alsof de auto loodrecht staat en achterover dreigt te kiepen! Carmen moet lachen. “In het begin vond ik het doodeng”. Ik snap het.PhotoGrid_1500660757967
Boven aangekomen kijk ik mijn ogen uit. Wat een schitterend uitzicht!!! Ik voel mijn longen, ben wat benauwd, dat heb ik af en toe, nu wat erger. Komt door de hoogte. Carmen is nog best verkouden en moet erg hoesten. We wandelen een beetje, gaan af en toe op een bankje zitten of op het gras liggen en kletsen wat. Al snel merk ik dat ik de zon uit moet, al heb ik me met factor 50 ingesmeerd. De zon schijnt bijna loodrecht naar beneden, we bevinden ons immer slechts 20 km van de evenaar op een hoogte van rond de 3000 meter op een onbewolkte zomerdag. Ik zeg tegen Carmen dat ik in de schaduw wil. “Ik wil niet rood worden en een Gringa in’t kwadraat worden” leg ik haar uit. We wachten tot het grote oranje “Quito”-standbeeld vrij is om er weer foto’s te kunnen maken. Net als we met onze fotosessie willen beginnen, appt Alejandro dat hij klaar is. PhotoGrid_1500661112936We maken een paar foto’s en rijden dan met een taxi weer naar beneden, de stad in. Daar ontmoeten we Alejandro. We lopen samen naar de grote Basiliek om de torens te beklimmen en boven van het prachtige uitzicht te genieten. Na een aantal stenen trappen, die goed te belopen zijn, gaan we via een houten hangbrug door het middenschip van de grote kerk naar de andere kant om daar de toren in te gaan. Het laatste stuk is geen stenen trap meer, maar bestaat uit een viertal smalle, steile,  maar wel hoge stalen trappen. Gelukkig zit er een soort ijzeren net achter, zodat je als je ertussen slipt niet de de dood vindt. Zou je je echter naar achteren laten vallen, ben je er alsnog geweest. Carmen wil ook naar boven, ondanks haar hoogtevrees. Ik vind het maar niks, maar ze wil persé: “Mijn verstand weet, dat er geen gevaar is” zegt ze moedig. Ik zeg niks terug. Mijn verstand zegt mij, dat er wel degelijk gevaar is. Maar de moeite loont: Het uitzicht is prachtig,  we kunnen ook het park zien waar we zostraks nog waren.PhotoGrid_1500662250244 We klimmen de smalle trapjes weer af en gaan via de hangbrug weer terug naar de andere kant, om één van de twee andere torens te beklimmen. Gelukkig wel via een stenen trap. “Dit uitzicht is veel mooier” zucht Alejandro, balend van de moeite die we ons moesten getroosten om in de andere, kleinere toren te komen. “Ja”, zeg ik, maar vanaf de andere toren had je een prachtig uitzicht op de twee grote torens. Hij knikt. Dat is ook weer waar.
Na deze inspannende en avontuurlijke bezichtiging besluiten we een hapje te gaan eten.
Alejandro weet een uitstekend restaurant. Het is een chique ding met Hollandse prijzen. Je moet in een ouderwetse lift naar boven. Een liftboy ontgrendelt de liftdeur en laat ons naar binnen. Hij vergrendelt de deur weer en de lift gaat omhoog. “Ik heb nog nooit in zo’n lift gezeten. Alleen in films gezien.” vertelt Carmen. Geldt voor mij ook.
We mPhotoGrid_1500662677406oeten weer wat trappen op (oef!) en komen op een schitterend dakterras met weer een prachtig uitzicht over Quito. We nemen plaats. Alejandro en ik eten biefstuk met pepersaus en salade, Carmen neemt lamsvlees. Het is heerlijk! We eten gezellig, kletsen geanimeerd en ik geniet van het uitzicht en het idee, dat ik toch echt in Ecuador op een dakterras met mijn dochter zit te eten. Na de lunch gaan we nog andere kerken bezichtigen en Alejandro geeft uitleg over de geschiedenis, over beelden, schilderijen en achtergronden. Super interessant! Carmen moet helaas gegeven ogenblik weg. Ze was een afspraak met de huurbaas vergeten om haar huur te betalen. Ze verlaat ons en Alejandro en ik lopen verder. Er is een straat met wel zeven kerken. Wat een pracht en praal.  “Je zult wel denken: wat een rijkdom in zo’n pover land.” Ja, die gedachte was inderdaad bij mij opgekomen. Maar dit
feit was me niePhotoGrid_1500663750209t onbekend en kom je in meer landen tegen. Alejandro slaat een kruis als we langs het altaar lopen en laat me dan een heiligenbeeld zien met daaronder een kleine kast met twee deurtjes. Hierin wordt de hostie bewaard. “Mensen zeggen, dat wij beelden aanbidden, maar eigenlijk aanbidden wij wat er in die kastjes zit en dat, wat het representeert.” Interessant, dat was nieuw voor mij!
Inmiddels is het tijd voor Alejandro om naar zijn engelsklas te gaan. Hij geeft namelijk in de avonduren Engelse les aan volwassenen. Het is nog een best stuk lopen en Alejandro is gegeven ogenblik tijdelijk de weg een beetje kwijt. We zitten al op de grote weg de “Guayaquil”. Nu nog de zijstraat “Oriente” vinden. Intussen is Alejandro definitief te laat voor zijn les. “No problem”, zegt hij. Zijn studenten zijn gewend dat hij drie kwartier te laat is. Vooral de dagen, dat hij naar ballet gaat. Lol!
We vinden de zijstraat en buigen links af. We komen lang de kapperszaak en de Venezolaanse en ik zwaaien weer naar elkaar. Dat is inmiddels vaste prik. Waar mijn dochter is, wil ze weten.  Oh die  is “a la casa” antwoord ik in perfect Spaans. Ik kijk Alejandro triomfantelijk aan. “I know people in Quito”, zeg ik tegen hem. “Ja ja, antwoordt hij. “Ik zag wel op facebook dat je naar de kapper bent geweest”. Ik werp hem een quasi vernietigende blik toe en gniffel in mezelf.
Thuis nemen we afscheid van Alejandro en bedanken hem voor de heerlijke dag.
We zijn KAPOT met hoofdletters. Carmen gaat haar lievelingsserie kijken, ik ga een uurtje slapen. Om acht uur willen we naar de “Secret garden”,  een cocktail bar.
Het is niet ver lopen, maar het is al donker. Ik moet van Carmen mijn mobiel en pinpas achter mijn bh stoppen. “Spulletjes verdelen, mams. Als er iets gebeurt ben je niet alles in ene keer kwijt.”
We lopen de cocktail bar binnen en klimmen een aantal trappen op tot we helemaal bovenin op het dakterras terecht komen. Op het terras zitten bijna uitsluitend “extranjeros”, buitenlanders. “Ik heb in Quito nog nooit zoveel gringo’s bij elkaar gezien!” zeg ik tegen Carmen.
We passeren de bar. Aan de linker kant staan tafels op een rij met plastic krukjes. Achterin nog een tafel met krukjes. Aan de rechter kant is een groot dubbel net gespannen, schuin naar beneden aflopend. Er liggen een paar jonge mensen in met biertjes in hun hand. Hoe chill is dit! Ik ben gefascineerd door het uitzicht. Wauw! Quito by night. De kerken zijn verlicht. Ik zie de basiliek met de drie torens, waarvan we er twee vandaag beklommen hebben. Ik zie het grote glazen gebouw op de berg aan de overkant, waar het park zich bevindt, waar we vanmorgen geweest zijn. PhotoGrid_1500663195256
“Waar wil je zitten mams? Of wil je in het net liggen?” Tuurlijk wil mams in het net liggen. We klimmen met onze cocktails het net in en gaan naast elkaar naar de sterrenhemel en het verlichte Quito liggen kijken, onderwijl nippend aan onze cocktails. Nou ja, Carmen nipt. Ik drink. En ik geniet! Ik gluur door de gazen van het net naar beneden. Je kunt door doorzichtige plastic platen tot helemaal beneden in het restaurant kijken. “Kijk, Carmen, daar helemaal beneden loopt iemand!”. Carmen kijkt voor zich uit. “Nou, als je het niet erg vindt, kijk ik niet, mams. Ik vind het al heel wat dat ik hier lig.” Oh ja, de hoogtevrees! Het wordt een beetje koud. Ik wikkel mijn omslagdoek om mijn benen en blote voeten. Carmen heeft sokken aan en probeert zich met haar sjaal een beetje warm te houden. Maar gegeven ogenblik wordt het toch te koud. We klimmen uit het net. Het is best hoog en je moet van de rand afspringen om weer op de grond te komen. We nemen nog een Caipirinha – hij is heerlijk – en gaan aan een tafeltje zitten. Jessie kan helaas niet meer komen, omdat er met haar werk iets tussengekomen is.
We zijn best moe en de cocktails hakken er wel in, dus we lopen weer richting huis. Iets later arriveert ook Jessie. Carmen staat onder de douche en als Jessie appt moet ik de deuren openmaken om haar binnen te laten. Wat een geklooi in het donker met al die deuren en sloten! Het grote hangslot dat aan de buitenkant van het stalen hek beneden hangt wil niet meewerken. Ik moet mijn handen door de tralies steken en de vijf verschillende sleutels uitproberen. Het slot werkt ook niet mee, want het glipt telkens uit mijn hand. Een moeilijke missie in het donker, maar uiteindelijk lukt het. Ik laat Jessie binnen en ga naar boven om te douchen en het bed in te kruipen. De meiden blijven nog even kletsen.
Wat een geweldige, heerlijke dag heb ik gehad!! Doodmoe zink ik zachtjes in een diepe slaap.

 

Dag 3: Troubles met de papeles

PhotoGrid_1500513454724Half zeven word ik wakker. De hoofdpijn is verdwenen. Ik probeer nog wat te slapen, maar het lukt niet echt. Dan maar opstaan. Ik laat Carmen lekker verder slapen. Ze voelt zich niet goed, is heel erg verkouden. Het licht in de badkamer heeft het nu helemaal begeven. Ik steek een paar waxinelichtjes aan en ga onder de douche. Het water is heel even warm, dan blijft de douche koud. Brrr. Ik ga er weer snel onder vandaan, poets mijn tanden, doe mijn lenzen in en ga in de keuken de vaat opruimen en het fornuis schoonmaken. Daarna achter de laptop, tot Carmen opstaat. Oei, die is helemaal niet fit! We ontbijten en gaan dan op pad. Ze moet naar de immigratiedienst of zoiets voor haar visum, zodat ze nog drie maanden langer blijven kan. Ze is er al eerder geweest. Bij de tramhalte kijk ze op de route.  “Los Flores, daar moeten we uitstappen” zegt ze. Ze is er al een keer met Jessica geweest. Voor de zekerheid vraagt ze het nog aan een personeelslid van de tram. Die geeft een andere halte. Ze vraagt nog een ander iemand, ook hij geeft die andere halte aan. Okee, dan gaan we daar. We stappen bij de bewuste halte uit en we gaan op zoek. Ze herkent niets en vraagt mensen op straat. Het is een vreselijk gezoek en we zijn inmiddels al te laat voor de afspraak. Eindelijk vinden we het. We gaan naar binnen en Carmen gaat naar het loket. Maar we zijn verkeerd. We krijgen een ander adres. Blijkbaar moeten we toch bij halte “Los Flores” zijn. Dus wij weer naar de tramhalte. Het is een vrij lange rit. We staan tussen twee wagons in en tegenover ons staat een klein jongetje van een jaar of vier met zijn iets oudere zusje. De kinderen kijken ons geïntrigeerd aan. Ik lach naar het jongetje. Het is een iets donkerdere versie van Danilo. Zo schattig! Het jongetje lacht terug en ook het meisje. Als ook Carmen naar de kinderen lacht begint het jongetje tegen haar te praten. Of het Engels is, wat wij praten? “Nee” zegt Carmen, “hollandais”. Daar hebben ze blijkbaar nog nooit van gehoord. Of we dan geen Spaans kunnen. “Jawel” zegt Carmen “Ik kan wel een beetje Spaans, maar mijn moeder niet.” De bruine ogen worden groot van verbazing. “Zeg tegen hem, dat ik pas twee dagen hier ben.” fluister ik Carmen beschaamd toe. Dat doet ze. Wat voor taal wij dan spreken, wil de kleine bijdehand weten. “Nou ja, hollandais”. Hij snapt het niet. Hoeveel talen Carmen spreekt vraagt hij. “Vier” zegt Carmen. “Nederlands, Duits, Engels en Spaans”. En de moeder? Ook vier “Nederland, Duits, Engels en Frans, maar geen Spaans.” Hij vindt het maar allemaal vreselijk interessant. Hij kruipt achter de stang, waar Carmen tegenaan leunt. Dan wordt hij en zijn zus door zijn vader geroepen en snel lopen ze naar hem toe. “Oei” zegt Carmen, “ik heb niet op de haltes gelet”. Gelukkig zijn we er nog niet voorbij en moeten we de volgende eruit.
Carmen herkent het hier. We gaan weer lopen, vragen onderweg nog een keer aan een man, die er loopt. Hij legt het uit en we gaan weer verder. Volgens Carmen moeten we de eerste weg rechts, ik had begrepen, dat we bij een soort splitsing af moeten. Ik blijk gelijk te hebben. Ha! “Told you!” roep ik triomfantelijk. Blij dat ik een beetje Spaans kon verstaan. Bij het ministerie legt Carmen uit dat ze alle papieren heeft, alleen online iets niet kon invullen, omdat de site niet werkte. Men weet van het probleem. Ze moet even in het internet café nog een keer proberen. Het internet café ligt ernaast. Het is een winkeltje met artesanias (souvernirtjes) en drie computer. Maar de site werkt nog steeds niet. Dus weer terug naar het ministerie. De meneer aan het loket geeft haar een adres van een vestiging waar ze naar toe moet om het probleem uit te leggen. Neeee!!!! Dat is het adres waar we al geweest zijn. We zijn er eigenlijk helemaal klaar mee. Vooral Carmen, die zich helemaal niet goed voelt en het liefst naar huis wil en in bed kruipen. “Maar Carmen, laten we dat nog doen, anders moet je weer een andere keer terug.”
We besluiten om even in het grote park aan de overkant uit te rusten, we zouden daar sowieso vandaag nog gaan wandelen, alleen heeft het gedoe met de papieren alle tijd opgeslokt. Bij een kraampje kopen we iets te eten: Een bakje met bonen, gebakken maiskorrels, uit, tomaat en gebakken banaan. Apart, maar wel te eten. En gezond. Daarna gaan we ieders op een bankje liggen om uit te rusten.  Het is niet meer zonnig, maar wel heel aangenaam weer. PhotoGrid_1500513060852.jpg
Als we weer een beetje bijgekomen zijn, doen we een fotoshoot en zoeken daarna weer de tramhalte op. Probleem is wel, dat we niet weten, welke richting we opmoeten. We zien door de bomen de bergen niet. We lopen dezelfde weg terug en spotten gegeven ogenblik de bergen weer en vinden onze weg naar de tramhalte.
Als we uitstappen twijfelen we even, welke kant we op moeten, maar we volgen Carmen’s intuïtie en die schijnt te kloppen. We komen langs een koffiezaak en besluiten om op de terugweg daar een kop koffie te gaan drinken. Aan het loket willen ze Carmen weer afwimpelen, maar ze blijft beslist. De site werkt niet en straks zeggen ze dat ze het visum eerder aan had moeten vragen, terwijl het toch niet haar schuld is. De man zegt, dat ze thuis moet blijven proberen en als hij het niet blijft doen de 26e of 27e terug moet komen. Pffff… wat een toestand. En wij denken, dat Nederland bureaucratisch is!
We gaan een kopje koffie drinken en nemen er een muffin en een brownie bij en gaan dan weer naar huis. We zijn er helemaal klaar mee!
Maar we moeten ook nog de was ophalen bij de wasserij. Het zaakje ligt wat verder de helling op. Oef, de beentjes zijn nou wel moe geworden. De was moet nog opgevouwen worden. We helpen. Met z’n drieën vouwen we de was op en Carmen kletst met het vrouwtje. Of ik haar mamita ben, wil ze weten. Carmen beaamt het. We lijken op elkaar zegt het vrouwtje, alleen moeder is wat witter. Ja knikken we. “Ik heb even geen zin om het uit te leggen. Ben te moe” zegt Carmen zachtjes. Snap ik. Dus we laten het zo. Met twee grote plastic zakken met schone was slenteren we weer richting huis. Als we langs de kapper komen zwaaien de Venezolaanse en ik weer naar elkaar.
Thuis gaan we lekker chillen en uitrusten en dan gezellig vanavond naar de ladiesnight. Leuk, ik heb er zin in. We overleggen, wat we aan zullen doen.
Helaas is Marion, de vriendin van Carmen, met wie we samen zouden gaan, ziek. Balen! Met z’n tweeën is niet zo leuk. “Misschien moet het wel zo zijn, meis” zeg ik tegen Carmen. “Voor jou is het wel beter om thuis te blijven. Misschien voel je je dan de rest van de week wat fitter. En dan gaan we volgende week wel naar de ladiesnight.”
We warmen het restje eten van gisteren op en chillen. Carmen kijkt series, ik werk aan m’n blog. Fijn zo. Carmen heeft contact met Alejandro. Hij wil morgen ochtend wel met ons een city-tour doen en onze gids zijn. Vet!

 

Dag 2: Op pad in Quito

PhotoGrid_1500505145722.jpgEen kort nachtje, maar ik voel me prima. We staan om negen uur op. Carmen vindt me vrij hyper en dat ben ik ook. We gaan eerst boodschappen doen. Er moeten wel eerst tig deuren en hekken geopend en weer gesloten worden, om in het piepkleine en smalle winkeltje in het huis ernaast boodschappen te doen. Veiligheid voor alles! “Ja, weet je mams, het is niet mijn huis. Als er ingebroken wordt word ik wel aansprakelijk gesteld!” Goed bezig, meis!  Zoals gezegd gaan we in het huis ernaast wat dingetjes kopen. Carmen spreekt zo goed Spaans! Ze rebbelt een end weg tegen de verkoopster. Ik vind me maar een buitenbeentje. Na het eenvoudige ontbijt – spreek havermoutpapje – gaan we naar de wasserij een paar straten verderop. We lopen onze straat uit, maar ik word na twee stappen al door Carmen teruggevloten. “Langzaam mama. Zo ga je het niet volhouden.” Ze heeft gelijk. Ik moet nog aan de hoogte wennen en voel m’n benen heel snel.
De wasserij is ook weer zo’n piepklein zaakje. De twee plastic zakken met was worden aan een soort vleeshaak gehangen om te wegen. Dan gaat het lieve oude mevrouwtje met een ingewikkelde administratie aan de gang. Een bon wordt ingevuld en er wordt gerekend. Carmen moet twee formulieren ondertekenen. De vrouw vraagt naar het huisgenootje van Carmen. Ze moest helaas voor twee weken naar Nederland terug, omdat ze tijdens een wandeling in de bergen door een hond gebeten was. Risico op besmetting met hondsdolheid.
We krijgen nog een snoepje en verlaten het kleine winkeltje om weer richting huis te lopen. We komen langs een straat met allemaal winkels waar je mobieltjes kunt kopen. “Raar” zeg ik tegen Carmen. “Waarom zitten er allemaal van dezelfde winkeltjes in één straat?”. “Ja”,  antwoordt ze “Dan gaat er één zo’n winkeltje openen en dat gaat dan goed lopen en denkt een ander: hé, die doet het goed. Dat ga ik ook doen. En hij opent een winkeltje ernaast. En zo heb je straten met allemaal hetzelfde soort winkels. Zo is het ook bijvoorbeeld met Softijswinkeltjes. “Fucking irritant” zegt Carmen. “Zou ik bijvoorbeeld wol willen kopen, moet ik eerst een stuk reizen, omdat die wolwinkels allemaal in één straat zitten”.
In de luxte mobieltjes-winkel kopen we een simkaart voor mij. Nu heb ik een Ecuadoriaans nummer en kan zij of Jessi of Alejandro mij altijd bellen en ik hun. En er zit 200 mb op en gratis whatsapp. Perfect om met het thuisfront contact te kunnen blijven houden. En dat voor maar 3 dollar voor 1 week.
Nu naar de kapper. Ik was er thuis de afgelopen tijd niet aan toe gekomen om naar de kapper te gaan. Het kappertje is maar een paar huizen van “onze” woning vandaan. De kapster is met een klant bezig. Carmen zegt, dat ik de puntjes bijgeknipt wil hebben. We moeten op een bank plaatsnemen. Daar zit al een andere vrouw te wachten. De vrouw vraagt ons gegeven ogenblik, of we allebei geknipt moeten worden. “Nee” zegt Carmen “Alleen mijn moeder”. Ik vraag me af, waarom ze dat vraagt. Zij was toch voor ons? De kapster is klaar met de klant. De andere vrouw staat op en wenkt me om met haar naar een aangrenzende ruimte te gaan. Ik snap er niks van.”Je moet je haar even laten wassen” zegt Carmen. Okee, die andere klant blijkt dus de “haarwaster” te zijn. Ze is aardig. Carmen kletst ondertussen met haar. Ze is Venezolaanse en is haar land ontvlucht vanwege de verschrikkelijke politieke situatie. Ik heb ondertussen ook de gelegenheid om een beetje in de ruimte om me heen te kijken. Het is er armoedig, De verf is afgebladderd van de muren en ook al het andere ziet er oud en kapot uit. Dat maakt hier allemaal niet uit. Het hoeft niet mooi te zijn, zolang het nog maar enigszins functioneert. Als ze klaar is met het wassen van mijn haar mag ik in de kappersstoel plaatsnemen. Het haar van de vorige klant ligt er nog. Waarom zou je dat wegvegen? Er komt zo toch weer haar bij. Allemaal onnodig werk! Het knippen gaat zó op z’n elfendertigste, dat ik er kriegel van word. Ik spreek mezelf streng toe. Ik moet stoppen met decadent Europees-zijn. “Go with the flow” zeg ik tegen mezelf. Dit wil ik als motto nemen voor de komende twee weken.
Thuis eten we iets en rusten een beetje uit om vervolgens ’s middags naar de fruit- en groentehal te aan. We nemen de tram. Die kost 25 dollarcent per rit, ongeacht hoe ver je gaat. Quito is een langgerekte smalle stad (70 km lang en 4 km breed) met aan één kant een bergketen van de Andes. De bergketen fungeert als orientatiepunt: Als de bergen rechts liggen ga je in zuidelijke richting; moet je naar het noorden, dan moeten de bergen links van je liggen.PhotoGrid_1500505732497.jpg
We lopen door de grote markthal met allerlei standjes met groente en fruit. Er zijn ook heel veel standjes waar allerlei exotisch eten gekookt en verkocht wordt. De lucht is gevuld met de verschillendste etensgeuren. We kopen wat groente en fruit. Carmen wil een ratatouille met verschillende groeten maken. We hebben zin in een gezonde hap. Daarna nog naar de supermarkt voor vlees en wat andere dingetjes. De wijn is hier duur. Ik koop de goedkoopste van 4 dollar.
Als we weer thuis zijn drinken we nog een kopje cocathee en beginnen met eten koken. Gezellig samen kokkerellen in de keuken met een glaasje wijn. Helaas is de wijn niet te pruimen. Lijkt wel ranja. Volgende keer maar toch een wat duurdere kopen.
We gaan aan de eetkamertafel eten van borden met kerstmotief. Geen idee, waarom ze die borden pakt er zijn stapels andere borden. Raar kind.
Ik ben compleet afgeknoedeld en kan dan ook niet veel meer eten.
Dan de afwas. Omdat er alleen koud water is in de keuken (ook in de badkamer trouwens, behalve gelukkig wel een warme douche, wat hier niet vanzelfsprekend is) zet ik eerst een pan water op. Er is ook geen vloeibaar afwasmiddel of afwasborstel en ook geen afwasbak en de afvoer in de gootsteen kan ook niet dicht. Dus het behoeft wat creativiteit om de afwas schoon te krijgen. Afgedroogd wordt ook niet. We zetten het spul gewoon te drogen. Best chill eigenlijk. Waarom heb ik überhaupt thuis een vaatwasser? Dit gaat prima!
Na de afwas spring ik onder de douche. Ook die heeft een gebruiksaanwijzing: kraan heel zachtjes opendraaien, totdat hij een heel raar geluid maakt, dan even wachten. Er komt een klein straaltje warm water uit en dan kun je iets doordraaien om koud water bij te mengen. Het licht in de badkamer is ook een dingetje: je schakelt het knopje in en vervolgens wacht je tussen de 1 à 5 minuten tot de lamp gaat branden. Dus het is raadzaam om van te voren te bedenken, wanneer je naar de badkamer wilt en vast het knopje in te drukken. Ondertussen kun je wat andere dingen doen.
Na het douchen kruip ik heerlijk in bed. Het is pas negen uur, maar ik kan niet meer. Ik val dan ook als een blok in slaap. Als Carmen bij me in bed kruipt word ik even wakker, maar val ook weer zo in slaap. Om een uur of 1 word ik weer wakker met barstende hoofdpijn. Ik ga eruit, tast in het donker naar een tabletje en haal in de keuken een glas drinkwater. Terug in bed duurt het gelukkig niet lang totdat de hoofdpijn afzakt en val ik weer als een blok in slaap.

Dag 1 – De heenreis

PhotoGrid_1500402590174Het is best een heel gedoe voordat je eindelijk de lucht ingaat. Je bent uren bezig. Tussen opstaan om zes uur – het wordt eigenlijk kwart over zes – tot dat het vliegtuig de lucht ingaat, om 12.00 uur heb je er al haast een werkdag opzitten.
Cor brengt me naar Schiphol. Ik check eerst mezelf en de bagage in. Dan moet ik alleen verder en neem ik afscheid van hem. We zijn in de 34 jaar dat we samen zijn nog nooit zo ver en zo lang uit elkaar geweest. Het afscheid valt me dan ook vies tegen. “Je gaat naar Carmen toe” zegt hij. Klopt, dat is een hele troost.
Alles verloopt gladjes, al raak ik een pot pindakaas bij de douane kwijt. De beveiligster kijkt spijtig. Ik denk dat zij ook van pindakaas houdt.
De eerste vlucht duur bijna 10 uur en ik verveel me kapot. De filmpjes zijn niet echt leuk, ik lees en slaap af en toe. Naast mij zit een meisje van het type Carmen. Zij kijkt constant films en ligt dan hartstikke in een deuk. Vet schattig! Helaas snurkt ze ook heel hard, zodat ik maar muziek ga luisteren. Als het laatste uur aanbreekt moeten we een formulier voor de douane invullen. Ik vraag haar er iets over en ze helpt mij. “Blijf je in Boston of ga je door?”.  Ze spreekt uitzonderlijk goed Engels, maar ze blijkt Colombiaanse te zijn en nu naar huis te vliegen. Ik ga op het puntje van mijn stoel zitten en vertel haar, dat ik kinderen uit Colombia heb. Ik vraag waar ze woont. In Bogota! Nou het laatste uur in het vliegtuig vliegt voorbij. Ze vertelt dat ze economie en iets met financiën studeert en dat haar ouders beiden arts zijn. Ze reist met een vriend, hij is homoseksueel. We hebben het erover, dat dat in Nederland veel meer geaccepteerd is dan in Zuid-Amerika. Ze vindt het super dat Nederlanders zo liberaal en tolerant zijn. Ze wil weten hoe het komt, dat Nederlandse jongeren zo onafhankelijk zijn en we hebben het over opvoeding. Leuk, hoe geïnteresseerd ze is en het is dan ook een zeer geanimeerd gesprek. We vinden het jammer dat we afscheid moeten nemen. Dit was een hele leuke ontmoeting!

De vlucht van Houston naar Quito gaat ook goed, ik slaap veel, steeds kleine hazenslaapjes, maar de tijd gaat toch redelijk snel. Vijf uur is natuurlijk ook peanuts vergeleken met de eerste vlucht van 10 uur. Ik kan alleen niet meer zitten en zou zooooo graag liggen en me lekker uitstrekken. Dan komt uiteindelijk toch de landing steeds dichter bij en mijn ontmoeting met Carmen en Jessica en Alejandro, want ze halen me met z’n drietjes op. Als Carmen mij ziet rent ze me tegemoet en we omhelzen elkaar. Dan krijgen Alejandro en Jessica ook een hug en lopen we naar de auto. Alejandro rijdt. Hij wil mij de stad laten zien en we toeren nog 2 uur door Quito. Er rijden haast geen auto’s en Alejandro stopt bij alle interessante plekken om iets te laten zien en uit te leggen. Om half drie zijn we in het appartement. We liggen nog tot vier uur te kletsen en te lachen en besluiten dan, dat we toch maar eens moeten gaan slapen. Carmen grieperig en ik een lange reis achter de rug. Moet lukken!

Berlin ’17 – Dag 3: Auf Wiedersehen, Berlin!

PhotoGrid_1491765975963Vanochtend wat vroeger op en acht uur aan het ontbijt. Uitchecken – onze koffers mogen in de bagageruimte van het hotel – en weer op pad. We hebben om 10.00 een afspraak bij Club Global en om 13.00 bij Nova Alta. Bij beiden hebben we een stagiaire lopen. Bij het eerste stagebedrijf is de praktijkopleider een jonge Argentijn. Hij heeft een felblauwe bril op zonder glazen. Op zijn kantoor heeft hij een hele verzameling van bonte glasloze brilmonturen. Elke dag zet hij een ander montuur op. Om steeds gefocust te blijven zegt hij. Mario is super tevreden over onze stagiaire. Hij is één en al lof. En ook zij heeft het ontzettend naar haar zin gehad en heel veel geleerd. Ze is heel positief over haar buitenlandse stage en daar zijn wij natuurlijk heel blij om. Ze weet nu ook eindelijk wat ze hierna wil gaan doen. Zeer geslaagde stage dus. De intermediair is er ook bij. Vera werkt voor een bureau dat Nederlandse stagiaires hier in Berlijn en elders in het buitenland begeleidt.

PhotoGrid_1491766128383Na dit bezoek hebben we even wat tijd. We lopen door de winkelstraat terug naar het tramstation en gaan wat winkeltjes in. Ik moet nog een kado voor mijn moeder hebben, die gisteren jarig was en ik wil nog een sleutelhanger-beertje voor Carmen kopen. We nemen de tram en moeten dan nog een stukje lopen. Inmiddels is het lunchtijd en we zijn bijna bij onze bestemming, dus we besluiten om eens naar een restaurantje uit te kijken. Plotseling wordt Martin geroepen: “Meneer!!”. Een blonde jonge man in T-shirt (brrr, wat een gek, ik heb een dikke winterjas aan!) stormt op ons af. Het is onze stagiair. Hij was aan het werk in de shop van het bedrijf, waar hij stage loopt en zag ons toevallig langslopen. En ook Vera komt er net aan. Verderop is een Italiaans restaurant, zegt de jongen. En we lopen er met z’n drieën naar toe, voor even afscheid nemend van onze stagiair. We eten pizza voor vijf euro. En moeten dan opschieten. We zijn nu aan de late kant.
Het kantoortje is echt piepklein, ik schat nog geen 15 vierkante meter. Toen wij vorig jaar bij dit bedrijf waren hadden ze een flink pand. Maar ze zijn nu weer op zoek naar een grotere ruimte, legt de Siciliaanse praktijkopleider Nicolo uit. Ook hij is erg te spreken over de stagiaire en andersom. Mijn neus begint steeds meer te kriebelen. Normaal gesproken ligt er een hond in deze ruimte, maar zijn mandje is nu leeg. Ik begin er wel een beetje last van te krijgen en ben blij, als we weer buiten staan.

Het weer houdt niet over, het is bewolkt en koud, maar gelukkig regent het niet. Prima wandelweer. We gaan een stuk met de tram richting hotel en lopen het laatste stuk. We hebben genoeg tijd. In het hotel drinken we nog wat in de lounge van het hotel. Ik neem een rode wijn. Het is vrijdag middag. Normaal zit ik nu met de collega’s ook aan de borrel in hotel Ruimzicht… .
We halen onze koffers op en drinken nog een latte macchiato bij Starbucks op het station. Dan zoeken we het perron op. De trein is op tijd. We hebben een coupé voor onszelf.
In Hannover moeten we overstappen. We delen nu het coupé met een Franse vrouw en haar zoontje, tot zij uitstappen. De laatste overstap in Duisburg. Het is inmiddels donker. Het perron is bijna leeg. Het valt op na twee dagen in het drukke Berlijn. Martin ziet muisjes op de rails lopen. Ze duiken weg geruime tijd voor er een trein aangedenderd komt.
Nog eventjes en we zijn weer thuis. We arriveren om kwart voor 11 op het station van Emmerich. Cor haalt ons op en we zetten Martin thuis af. Ik ben moe. Gelukkig is het morgen sabbat!

Berlin ’17: Dag 2 – Chakalaka en caipirinha

PhotoGrid_1491690345913We hoeven niet zo vroeg op. Op acht uur staat de wekker ingesteld, maar ik word geregeld wakker gedurende de nacht. Omdat ik gewend ben om met het raam op kiep te slapen, doe ik dat hier ook. Het is ook best warm in de kamer. Maarja, je zit wel zo’n beetje hartje Berlijn en mijn achterhoekse oortjes zijn het drukke verkeer niet gewend. Ik overweeg, wat beter is, de warmte of het lawaai, maar laat het maar zo en val uiteindelijk – met het rustiger worden van het verkeer – in slaap. Natuurlijk word ik ver voor acht uur wakker, doordat het ochtendverkeer weer op gang komt. Ergens heeft het ook wel wat. We hadden afgesproken om om negen uur te ontbijten. Ik heb tijd zat en doe rustig aan. Ik kan nog wat wordfeudjes leggen en ga vijf voor negen de gang op, waar ik Martin tegenkom.
Het ontbijt is super lekker. Hmmmm. Vers bruin brood, dat je zelf moet snijden en Laugenbrötchen. Misschien – waarschijnlijk – weet je niet wat dat is, maar je kent wel van die zoute sticks? Die hebben zo’n bruine buitenkant, nou, zo zijn deze broodjes ook. Als je in Duitsland bent en je krijgt de gelegenheid, moet je ze proberen. Echt lekker. We drinken nog een capuccino/latte maciatto, gaan nog effen op onze hotelkamer en gaan dan op pad voor onze eerste afspraak, naar de school in de Florastraße.
Google Maps is zo’n uitkomst! Ideaal. Hoe heb ik ooit in de jaren zeventig tot negentig kunnen overleven? Ik type het adres in en we zoeken de aangegeven tram op. We moeten een aantal haltes doorrijden, voor we over moeten stappen, dus ik ga gemakkelijk zitten en haal smarty weer te voorschijn om nog een wordfeudje te doen. Maar bij de volgende stap wordt via de intercom omgeroepen, dat dit de eindhalte is. Iedereen moet uitstappen. Huh? Martin en ik kijken elkaar verbaasd aan. Dat kan niet. We blijven zitten, prakkiserend over wat er verkeerd kan zijn gegaan. De tramchauffeur wordt ongeduldig. Hij maakt duidelijk, dat we er hier toch echt uitmoeten. Langzaam dringt tot ons door, dat we de verkeerde kant op zijn gegaan. Waar we weer de tram terug kunnen pakken, vragen we aan de chauffeur. Hij legt het ons uit. We volgen zijn instructies en na een stukje gelopen te zijn komen we weer bij ons hotel uit. Lol! In ieder geval weten we nu aan welke kant van de halte we op moeten stappen. Gelukkig hoeven we niet lang op de volgende tram te wachten, want die gaat om de paar minuten. En gelukkig hebben we ruim tijd ingepland; twee uur voor een reis van een half uur. Martin en ik houden er allebei van om ruim de tijd te nemen. Dat maakt, dat we in het geheel niet gestresst zijn en rustig afwachten tot de tram eindelijk onze halte heeft bereikt. Martin is met zijn iphone bezig: “Kijk, Manon. Vreemd. We verwijderen ons steeds verder van onze bestemming!” Ik kijk op zijn scherm. Klopt. Het stipje – spreek wij – gaat juist van het einddoel af. Tsss. Iphones. Waardeloos!!! Ik heb het altijd al gezegd. Was gewoon bij Samsung gebleven. Volgens mijn foon gaan we helemaal goed. Op de eindhalte aangekomen moeten we nog een kleine kilometer lopen, maar het is heerlijk weer en we zijn ruim op tijd. Dus who cares?
We herkennen allebei de omgeving niet, maar we komen nu natuurlijk van een andere kant. We vinden de Florstraße en tellen de huisnummers af, tot we voor nummer 13 staan. Een normaal woonhuis. Geen school. Foute boel. We kijken elkaar aan. What went wrong? Nou, ik realiseer me vrij snel wat er wrong ging. Ik suffige achterhoekse kip, dacht dat er maar 1 Florastraße in Berlijn is. Maar nee, er zijn er wel negen ofzo. In iedere geval meerdere. En degene die we moeten hebben is in Steglitz. En we zijn nu niet in Steglitz. Geen idee waar wel. Maar niet in Steglitz. Niet bij de school. Okee, niets aan te doen, dan maar terug naar de halte en zien dat wel zo snel mogelijk op onze bestemming komen. Google maps wordt opnieuw geraadpleegd, nu wel het juiste adres in Steglitz. Aankomsttijd: 12.02. Kak! We hebben om 12.00 uur een afspraak. Gaat em dus niet worden. Ik kijk Martin vertwijfeld aan. Hij haalt z’n schouders op. Niks aan te doen. Tja. Klopt. We lopen naar de halte terug en gaan met de tram 12 (!!!) haltes terug. Stappen uit. moeten nog 3 minuten lopen en zijn 10 minuten te laat op onze bestemming. Martin had Thorsten natuurlijk een appje gestuurd, dat we iets later zijn. Mevrouw O. moet lachen. Dit komt ook bij leerlingen vaak voor. Ze is het gewend en vindt het geen probleem. We hebben met haar en Thorsten een meeting. Het gesprek loopt goed, we komen tot goede afspraken omtrent een uitwisseling van zowel studenten als collega’s.
We nemen afscheid. Ik loop de gang op en ga nog naar de wc, voor ik de kamer van Sabine opzoek. Maar zij komt al aangestormt. “Pffff. Ik had een afspraak, die uitliep!”. Geen probleem, Sabine, we zouden net naar je toekomen. Ze laat haar kantoortje zien en ze begint met me te smoezen: of Thorsten al een afspraak voor vanavond met ons heeft gemaakt. Maar we weten allemaal, dat Thorsten heel moe is. Hij is druk geweest de afgelopen tijd. “Zullen wij dan samen gaan eten?” vraagt Sabine. “Ik weet zoiets leuks in Kreuzberg, waar ik opgegroeid ben. Heb je Martin al verteld?”. Dat heb ik niet, want ik wist niet of er nog andere plannen waren. Sabine stelt voor om dan samen met haar en haar man naar Kreuzberg te gaan. Daar is een markthal, waar op donderdag avond allemaal standjes zijn met gerechten uit allerlei landen. Klinkt superleuk en lekker in mijn oren. Martin vindt het ook goed. We spreken met elkaar af na onze afspraak van deze middag.
De afspraak bij GLS, German Language School. Hier heb ik vorig jaar ook gewoond. Leuk om weer terug te zijn. Stukje herkenning. De mevrouw, met wie we een afspraak hebben heeft een vreselijk moeilijke buitenlandse naam. Martim kan hem onthouden, ik niet. Ik laat hem wel het woord doen, besluit ik. We zijn te vroeg (haha) en worden gevraagd om even te wachten in de lounge. Ik doe ff wordfeud. Na – weet ik veel, 10 minuten ofzo – komt een knappe jonge vrouw op ons aflopen, geeft ons een hand “Ich bin Laura” stelt ze zich voor. Fieuw. Die achternaam kan ik gelukkig schrappen! Laura is een flotte, sympatieke, jonge vrouw. Ze nodigt ons uit in het restaurant (waar ik vorig jaar heerlijke zalm gegeten heb met de collega’s) en we drinken koffie/thee en bespreken de offerte voor een excellentie-programma voor een aantal van onze studenten. Laura heeft alles goed voorbereid en op papier gezet, dus onze bespreking verloopt voorspoedig en we staan ruim voor vijf uur weer buiten.
Ik app Sabine, dat we klaar zijn en nu naar ons afgesproken ontmoetingspunt vertrekken. Inmiddels verplaatsen wij ons vrij vlekkeloos per openbaar door het Berlijnse verkeersnetwerk. We komen feilloos op de bedoelde halte aan. Sabine loodst ons per app naar de wolwinkel “Fadeninsel”,  die van een vriendin van haar is. Sabine en haar man, Nico, zitten vast in de spits, dus we moeten even wachten, voor ze ons oppikken. We stappen in en met z’n vieren toeren we richting Markthalle Neun. Ook Nico is een fervente autochauffeur. Ongelooflijk dit! Ik geniet van zijn rijkunsten. We hebben geluk en vinden vrij snel een parkeerplaats, natuurlijk een probleem in Berlijn! Haha, maar niet voor ons vanavond.
Markthalle Neun… Hier is normaal een groente- en fruitmarkt. Maar op donderdag avond word deze grote markthal omgetoverd in een soort culinaire bazaar met eet- en drinkstandjes uit de verschillendste landen… Jamaica, Taiwan, Italië, Turkije… oh, ik let niet eens op de landen, maar kijk alleen naar al die lekkere gerechten.
We besluiten om eerst de hele hal rond te gaan om alles te bekijken en dan een beslissing te nemen over wat we gaan eten. Het is druk. We zullen wel niet aan een tafel kunnen gaan eten. We lopen overal langs. Zoveel lekkere gerechten!! Ik weet echt niet wat ik moet gaan kiezen. We zien een sta-tafel, waar maar twee mensen aanstaan. We sluiten aan. “Wij gaan eerst iets halen en dan gaan jullie” stelt Sabine aan de mannen voor. Slim besluit.
De mannen blijven aan de tafel staan en Sabine en ik gaan het eten van onze keuze halen. Sabine heeft haar oog op een Jamaicaanse maaltijd laten vallen: Chakalaka. Ik ken dat van Zumba, maar heb het nooit gegeten. haha. Ik besluit om het carnivore broertje te nemen: Chicken Piri piri. Het is een deegrolletje gevuld met pittige kip en groenten. En dat chakalak-gevalletje van Sabine is dus hetzelfde, maar dan de vegetarische variant. We betalen de acht euro en gaan met onze buit terug naar het sta-tafeltje. Terwijl wij van onze exotische maaltijd staan te genieten gaan de heren op voedseljacht. Hmmm echt lekker. Twee vrouwen en een jongetje komen bij ons aan tafel staan. Dat ziet er ook lekker uit wat zij hebben! Wat is dat? Leuk, zo ongedwongen met elkaar. Er heerst een gezellige sfeer en ik geniet. De mannen komen terug met geen-idee-wat. Het is allemaal even lekker.
De kleine maaltijd is op. Nu het toetje. Ik heb een kraampje met wafels met ijs gezien. Lijkt me wel wat. Sabine en ik gaan er weer op uit. Maar bij de bewuste stand aangekomen zie ik dat ze ook spaghetti ijs verkopen. De beslissing is snel gemaakt. Sabine kiest natuurlijk ook voor het lekkerste ijs van de hele wereld. “Klein oder groß?” wil de verkoopster weten. Duuhhhh!!!
“Wat hebben jullie dan?” vraagt Martin als we terug aan “onze” sta-tafel zijn. Hij wil het ook.
Nico haalt op Sabine’s advies een triple chocolatecake, die we met z’n drieën opeten. Slim van Sabine om haar man te adviseren een driedubbele cake te kopen!! Martin geniet van zijn 1e spaghetti-ijs van zijn leven.

Ik heb geen idee hoe laat het is als we weer richting hotel rijden. Niet zo heel laat, hoor. Nico en Sabine brengen ons terug. Door de straten van Berlijn. We komen langs het Brandenburger Tor. Het is maar een flits. Maar – ik heb het gezien: “Waaaauuuww!!! Das Brandenburger Tor!!!”. Ik ben lyrisch, elke keer als ik het zie. Zo mooi, zo betekenisvol. Het ultieme monument voor mij! Ik kan niet vergeten, hoe ik er dertig jaar geleden door het hekwerk van een afstand naar stond te kijken. Teken van verdeeldheid. Toen.
“Ik rij er wel even naar toe” zegt Nico – had ik al verteld dat Nico Nederlander is? Ja, leuk hè? Sabine is gewoon met een Nederlander getrouwd. Nico rijdt een ronde om bij het Brandenburger Tor te stoppen, waar ik foto’s kan nemen, inclusief een selfie van Sabine en mij. Ik ben blij!

Nico en Sabine zetten ons uiteindelijk bij het hotel af. Knuffel, afscheid. We zullen elkaar terugzien en zeker appen!
In het hotel terug, hebben Martin en ik nog geen zin om naar bed te gaan, we gaan nog wat drinken in de mooie lounge. Mmmm, wat zullen we eens nemen. Mijn ogen gaan de kaart af, op zoek naar dat ene drankje…. hebbes! Caipirinha! Yes! Nice!! Martin wil ook proberen. Ik bestel. Boeie die 8 euro. We zijn in Berlijn, heerlijke avond gehad. Goeie afsluiting. Martin lurkt aan het drankje. “Oeeee!”. Ohoh, wat nu? Niet lekker? “Dit wordt een nieuwe verslaving” grijnst hij. Haha, Wel lekker dus. Hij is inderdaad goed! We genieten van onze cocktail, zeggen elkaar welterusten en vertrekken naar onze hotelkamers.

 

 

Berlin ’17: Dag 1 – The big M

PhotoGrid_1491681989038We zijn ruim op tijd op het station in Emmerich. Wachtend op Gleis eins verschijnt er op het bord de aankondiging dat de trein uit Düsseldorf een half uur later binnen zal komen. Op Gleis eins. Onze trein staat nergens aangekondigd, dus we gaan er maar vanuit dat die laatkomer onze trein is die weer teruggaat, al moeten wij niet naar Düsseldorf maar naar Duisburg. De trein arriveert, nog steeds geen aankondiging, dus mijn collega, Martin, met wie ik deze reis onderneem, vraagt andere reizigers. Het is inderdaad onze trein.  Martin en ik gaan voor drie dagen naar Berlijn om op stagebezoek te gaan en nieuwe afspraken met een bevriende school omtrent een verdere samenwerking te maken. Daarnaast een afspraak bij GLS (German language school) om over en excellentieprogramma voor een aantal leerlingen te spreken.
In Duisburg stappen we over op de trein richting Berlijn. We reizen eerste klas voor bijna dezelfde prijs als tweede klas. Het was een of andere aanbieding. Super chill. We genieten van de luxe zitplaatsen. Ze komen eten en drinken brengen als je dat wilt. En ze komen met snoep langs.  Ik heb geen idee hoeveel uren we precies in die trein zitten want al kletsend vliegt de tijd om.  Tegen kwart over vier arriveren we op het centraal station. Het vinden van het hotel is wel even een dingetje.  Het hotel ligt 295 meter van het station af en we hadden van te voren wel op de kaart gekeken, maar nu, buiten het station.. geen idee welke kant op. Ik wist wel dat Martin geen navigatiewonder is, maar hij blijkt bijna net zo rampzalig te zijn als ik. In de trein had hij nog geconstateerd: “je moet het hotel haast vanuit het station kunnen zien, een groot wit gebouw”. Ja, maar we zijn omgeven door witte gebouwen. Tegen beter weten in beginnen we op ons gevoel een richting op te lopen, ondertussen kijkend op de kaart. Maar… als je geen gevoel voor richting hebt, is het niet slim om op je gevoel af te gaan. Toch? We zien een groot wit gebouw met een grote “M” erop. Het kan niet missen, dat moet het zijn!  Ons hotel heet immers “one M”. Maar helaas! Die M staat ergens anders voor en de straatnaam en het huisnummer kloppen ook niet.  Pfff. Ik zet wel navigatie aan. We worden naar de achterkant van het station geleid en daar, aan de overkant, staat het hotel dan echt!

Wauw!! Huge en echt nice! De jonge man met tunnels in zijn oorlellen aan de receptie is superaardig en zijn vrouwelijke collega ook. We krijgen ieders een kamer op de 9e verdieping van het luxe design hotel, dat voor ons gevoel toch wel 4 sterrren waard is. De kamer is klein, maar heel netjes. Fijn! Ik fris me even op. Onze Berlijnse collega Thorsten zou ons om zeven uur oppikken om samen met nog een aantal andere collega’s te gaan eten, maar tien voor zeven klopt Martin op mijn deur. Thorsten is er al! Nou, gelukkig ben ik bijna klaar, nog ff naar de wc, schoenen en jas aan. Martin is alvast voorgelopen en ik haast erachter aan. Thorsten staat in een zijstraat te wachten. Hartelijke begroeting, knuffels. In de auto praten we bij. Ogen rollen om de vrouwen, die altijd te laat zijn met hun getut. Hoezo?! Hallo!! Thorsten was gewoon te vroeg!!! Ik zeg maar niks. Tsss mannen, laat maar!
Hoe het met “Manonchen” gaat, wil Thorsten weten. Met Manonchen gaat het goed. Ze geniet van het racen door de straten van Berlijn en is nog niet helemaal geland. Ben ik echt weer in Berlijn? Ik sta weer versteld van de drivingskills van onze Berlijnse automobilist. Ongelooflijk! Wat kunnen Berlijnen rijden!  Berlijnen .. klinkt raar… Berlijnaren? Berlijnsen? Hoe noem je die mensen überhaupt? In het Duits is het een woord, Berliner… Google vertalen zegt: “Donut of Berlijnse bol” hahaha!!! Nou, ik bedoel in ieder geval de mensen uit Berlijn.

We stoppen bij een Zwabisch restaurant. Weten jullie wat dat is, Zwabisch? Zwaben – “Schwaben”  is een streek in Duitsland. Daar woont mijn zus. Het ligt in het Zuiden van Duitsland. Niet in het Oosten. Berlijn ligt dus NIET!! in Schwaben. Waarom ik helemaal naar Berlijn reis, om in een Zwabisch restaurant te gaan eten, mag Joost weten, maar het schijnt een goed restaurant te zijn. De collega’s zijn er al. Sabine ken ik al. De twee andere collega’s zijn nieuwe gezichten voor mij. Sabine staat direct op. “Ich will neben dir sitzen!”. Haha, vaste prik!!! We geven elkaar een innige knuffel. We hadden ons beiden op dit weerzien verheugd en kletsen de hele avond. Het eten kan me niet bekoren. Ik had biefstuk besteld met gebakken aardappels, maar er zit een raar en vies smaakje aan. Tot ik ontdek, dat er spekjes inzitten. Jammer dat dit niet even op de menukaart vermeld stond. Maar – never mind – het is gezellig en dat is de hoofdzaak. Sabine fluistert mij in, dat ze voor morgen avond een leuk idee heeft, maar we weten beiden niet, of er al “officiële” plannen zijn voor morgen avond en aangezien we elkaar morgen toch zullen zien op school, wachten we het maar gewoon af. We nemen afscheid en ze drukt me op het hart om morgen bij haar op school langs te komen, als we op school zijn. Ze is zorgdecaan. Ik beloof het. Thorsten brengt ons naar het hotel terug en Martin en ik trekken ons op onze hotelkamers terug om niet te laat naar bed te gaan.