
Morgen ga ik naar Berlijn. Ik ben er één keer eerder geweest, in 1982 op schoolreisje, ik was toen 18 jaar. Er zijn maar weinig foto’s uit die tijd, maar des te meer herinneringen. Eigenlijk meer flarden van herinneringen: een gedeelde stad in een gedeeld land, een soort matroesjka. Het maakte toen super veel indruk op mij. De busreis via de Transitstrecke door Oostduitsland naar Berlijn. Wij – een stel West-Duitse meiden, die elkaar al vóór die tijd gek maakten hoe eng en spannend het niet allemaal zou zijn. We keken inderdaad onze ogen uit: Het leek wel of je door het Duitsland van de jaren 50 reed: alles deed zo ouderwets aan en wetende, dat we ons in een kommunistisch land bevonden was het allemaal best “unheimlich”.
In Berlijn zelf weet ik nog: Charlottenburg, Kudamm, KaDeWe, Berliner Weisse mit Schuß, een voorstelling van Evita in het Theater des Westens, waar ik nog heel lang van onder de indruk was.
Een bezoek aan Oost-Berlijn. Lopend door de douane, waar je je geld voor Oostduitse Marken kon inwisselen. Een medeleerling, die riep: “Dat lijkt wel speelgoedgeld”, waarop wij stokstijf bleven staan in de verwachting nu minstens doodgeschoten te worden. Gelukkig echter slechts een boze blik van de Oostduitser. De meid met de grote bek kreeg er van ons wel van langs.
In Oost-Berlijn heb ik in mijn herinnering geen kleuren gezien. Alles grauw en triest en saai. Veel kapot, gaten in de wegen, verwaarloosde gebouwen. En de trabbies natuurlijk, die prehistorische autootjes, die hier zo’n luxe waren. Ik herinner me ook dat we een restaurant ingingen ofzo, in ieder geval ging ik ergens naar de wc, netjes aan de dames kant, maar ik kwam er aan de heren kant weer uit – huh? twee verschillende ingangen, dezelfde wc’s. Facade.
Ik geloof, dat we nogal hoogmoedig waren, oh ja, we voelden ons zo westers en modern! Tegelijkertijd ook schuldig over die hoogmoed, daarnaast: machteloos en verdrietig en onwetend. Onwetend over het leven dat hier gevoerd werd.
En ik herinner me nog zo goed het Brandenburger Tor, omdat ik het zo schrijnend vond: zo’n prachtig monument, nutteloos, behalve dat het op een beklemmende manier de tragiek van het gedeelde Duitsland benadrukte. Ik zal dat nooit vergeten! – Je kon er niet door, alleen van een afstand naar kijken. En er stonden soldaten bij. Ik dacht nog: nooit, nóóit zullen we daar doorheen kunnen gaan. En ik had het zo graag gewild!
Maar volgende week gaat het dus gebeuren!
Ik heb er zo’n zin in!
Morgen reise ich nach Berlin. Ich war schon einmal dort, im Jahre 1982, auf Klassenfahrt. Damals war ich 18 Jahre alt. Es gibt nur wenige Bilder aus der Zeit, aber umso mehr Erinnerungen. Eigentlich nur Bruchstücke von Erinnerungen: eine geteilte Stadt in einem geteilten Land, eine Art Babuschka, es machte damals einen gewaltigen Eindruck auf mich. Die Reise mit dem Bus über die Transitstrecke durch einen Teil der DDR nach Berlin. Wir – eine Gruppe westdeutscher Mädels, die einander schon vorher verrückt machten, wie spannend und gruselig es wohl nicht sein würde. Und in der Tat: Wir waren vollkommen platt: Es war als wenn wir durch ein Deutschland der fünfziger Jahre reisten: alles sah so altmodisch aus und in der Gewissheit dass wir uns in einem kommunistischen Land befanden, war alles ein kleines bisschen „creepy“.
Und ich erinnere mich noch so gut an das Brandenburger Tor, weil ich es so schrecklich fand: so ein schönes Monument, nutzlos, außer dass es auf beklemmende Weise der Tragik des geteilten Deutschlands Nachdruck verlieh. Das werde ich nie vergessen! – Man konnte nicht durch, man konnte es nur von einem Abstand ansehen. Und es standen Soldaten davor. Ich dachte noch: nie, nie werden wir dort durchgehen können. Und ich hätte es so gerne getan!
Vandaag naar de docentendag van btg handel en mode in het Orpheus in Apeldoorn geweest en naast een aantal workshops een drietal lezingen gehad die allemaal gingen over wat ons op digitaal gebied allemaal in de toekomst nog te wachten staat. Ik zat met open mond en flapperende oortjes te luisteren. Niet dat het allemaal zo onvoorstelbaar is – want we zijn er met z’n allen inmiddels wel aan gewend geraakt dat zo ongeveer niets onmogelijk is – maar ik dacht wel: oef! Hoe ga ik dit allemaal bijbenen en ik dacht (ik schrok van mezelf) “waar gaat dit heen?”. Ik dacht het maar heel even hoor, want – zo hebben we vandaag weer gehoord – er zijn slechts kansen, geen bedreigingen. Daar kan ik me wel in vinden. ’t is uiteindelijk allemaal een kwestie van mindsetting. Één ding vond ik bijzonder interessant om te horen: terwijl in het verleden vooral mannelijke eigenschappen nodig waren om succes te hebben zullen het in de toekomst toenemend vrouwelijke eigenschappen zijn die gevraagd zijn. Wel 8 van de 10! Ik geloof het direct! Erg toepasselijk vond ik dan ook dat het uitgerekend een vrouw was, die in de laatste lezing van de dag wees op het belang om behalve congnitieve vaardigheden ook ethische principes over te brengen. Ik vond Kitty Koelemeijer een erg inspirerende, sympathieke en charmante vrouw. She made my day!
In onze verkeringstijd gingen mijn man en ik regelmatig naar mijn oma en opa, de ouders van mijn vaders kant, die in hetzelfde stadje in Duitsland woonden als wij. Dat deden we op zaterdagochtend. Normaal, als we in Nederland waren, hadden we de gewoonte, om dan naar de kerk te gaan, maar omdat er niet echt een kerk dicht in de buurt was, vonden we het een leuke invulling van die ochtend om naar oma en opa te gaan.
Eigenlijk is een blog net een ouderwets dagboek, zat ik me vandaag te bedenken. Ik reed vanmorgen in de auto naar mijn werk (twijfelde om met de fiets te gaan, maar het was nogal dreigend, ja-ik zit me te verontschuldigen…) toen ik al begon na te denken over wat ik vandaag zou schrijven en dat ik toch eigenlijk elke dag wilde proberen om te bloggen. Het was een klein beetje deja-vu, het leek wel op vroeger, waarneer ik me voornam om elke dag in mijn dagboek te schrijven, zodat ik later, als ik oud was, mijn hele leven de revu kon laten passeren. Na twee, drie dagen echter ging het enthousiasme er al een beetje van af, je sloeg wel es over, dan nog maar 1 keer per week, 1 keer per maand en toen was het over.