
Om 13.00 uur zouden we in het centrum zijn, de Candelaria. De Candelaria is het oudste gedeelte van Bogota, dat nog uit het Coloniale tijdperk stamt. Het huisje waar Mike zijn zaak zit, ziet er aftands uit van binnen. Er heerst bedrijvigheid. Er staat net een groep op starten. Van Mike, met wie ik email-contact heb gehad, geen spoor. Een jonge man, die z’n veters zit te strikken zegt dat Mike er niet is. Hij is onze gids. We krijgen ieders een fiets en helm en stappen op. Het is ideaal weer en al crossend door de drukke straten verkennen wij Bogota. Slingerend tussen voetgangers en auto’s, stoep op en stoep af, hobbelend over het slechte wegdek gaat onze tocht. Onderweg maken we verschillende stops bij bezienswaardigheden of interessante plekken. We krijgen weer een bult aan informatie over Bogota. Super interresant! Natuurlijk stoppen we ook even op de plaza de Simon Bolivar, de belangrijkste plek van Colombia. Hier heeft zich heel wat afgespeeld!
Bijzonder is ook de fruitmarkt. Giovanni, onze gids, laat ons verschillende inheemse vruchten proeven. Dat gaat rap achter elkaar door. We hebben het ene stukje fruit nog niet op of hij biedt ons het andere al weer aan. Hmmm, super lekker! Heel bijzonder, deze markt met exotische vruchten, groenten en ook planten met allerlei genezende krachten. Aan de overkant is de andere fietsclub een nationale drinksport aan het uitproberen. We mogen even kijken en ook meedoen als we willen. We lopen een zaakje door en komen in een ruimte met platen van misschien 1 m2, schuin tegen de muur. Die platen zijn gevuld met klei en er bevindt zich een rondje met stenen in, met daarachter exlosief materiaal. De bedoeling is nu, dat je een kei van een bepaalde afstand gooit en probeert één van de stenen in de klei te raken. Als dat lukt volgt er een kleine ontploffing. Maar… dat moet je al drinkend doen. De groep Europeanen heeft ieders een biertje in de hand, ze gooien om beurt. Nou, veel plezier nog met fietsen straks, jongens! Cor gooit 1 keer en dan houden we het voor gezien.
We zetten onze fietstocht voort. Bijzonder leuk ook om over de grote straten in het centrum te fietsen, waar overdag geen auto’s mogen rijden. Om de paar meter zie je straatmuzikanten, artiesten, bandjes. De straten zijn gevuld met muziek. We stoppen bij een parkje en luisteren naar de verhalen van Giovanni. Dan bij een paar kraampjes aan de weg nog wat typisch Colombiaanse snacks proeven. Ik heb iets heel raars gekozen… Een bol, gevuld met rijst, met daarin weer een heel ei en stukjes aardappel. Ik vind het niet echt lekker. En pffff….. ik ontplof haast! De kinderen eten een empanada.

Onze laatste stop is de koffiefabriek, maar eerst nog graffiti bewonderen, waar heel Bogota mee bezaaid is. Vóór 2013 was graffiti verboden in Bogota. Er stond hoge straf of. Één artiest had zelfs 3 jaar gevangenisstraf gekregen een eentje was er zelfs voor doodgeschoten! Toen Justin Bieber hier een optreden had, liet hij, zoals in veel steden, een graffiti achter, begeleidt door dezelfde politieagent, die de graffiti-artiest had doodgeschoten. Er werd niets tegen gedaan en de mensen gingen staken vanwege deze onrechtvaardigheid. Toen werd het spuiten van graffiti legaal verklaard en nu kun je nergens in Bogota meer gaan of staan zonder graffiti te zien. Veel mensen huren kunstenaars in om hun huizen met graffiti te bespuiten, zodat ze van lelijke tags gevrijwaard blijven, want het is een ongeschreven wet, dat de graffiti van een kunstenaar gerespecteerd wordt. Veel graffiti-tekeningen hebben betekenissen in de vorm van maatschappelijke aanklachten.
We zetten onze fietstocht voort en komen door een buurt met het sociaal-economische cijfer 2. In Bogota zijn de wijken genummerd volgens de economische status van zijn bewoners. 1 is de laagste status, 7 de hoogste. De wijk waar we doorheen fietsen is dus één van de armsten. De huizen zijn verwaarloosd en armoedig. Overal ligt troep en afval. Dan heeft Cor voor de derde keer een zachte band. We stoppen bij een fietsenmaker om de band op te pompen.
Bij de koffiefabriek drinken we nog koffie en latte machiatto, de lekkerste, die ik ooit heb gehad. Echt waar!
We fietsen terug naar de Candelaria, naar ons startpunt. Daar ontmoeten we uiteindelijk toch nog Mike en nemen afscheid van Giovanni, nadat wij van beide heren nog tips hebben gekregen voor goede restaurantjes en leuke plekken om naar toe te gaan. Giovanni laat ons ook op een kaart zien, in welke gedeelten van Bogota wij niet moeten komen, omdat het daar te gevaarlijk is. We nemen afscheid van Giovanni en Mike en lopen nog een stukje door de straten op zoek naar een leuk pleintje, dat Giovanni ons had beschreven en waar ook een goed restaurant is. Het is daar inderdaad erg leuk, maar we zitten nog te vol om wat te kunnen eten. Ik ga eens mijn taxi-app “easy taxi” uitproberen. Na 3 mislukte pogingen – melding: er is geen taxi in de buurt – huh? het stikt hier van de taxi’s – probeer ik de app “tapsi”. Je wordt namelijk geadviseerd om niet zomaar een taxi aan te houden. Dat kan soms niet helemaal safe zijn. Ik kan met hem chatten, hij zegt dat het even kan duren, het is druk. Het nummer van de taxi is op de app te zien en bij elke taxi kijken wij of hij het is. Nope – weer niet. Uiteindelijk is hij er en kan de rit beginnen. De tocht gaat omhoog een stuk door de bergen heen, zodat we een prachtig uitzicht hebben op het nachtelijke Bogota. Jefer, de chauffeur, kan best een beetje Engels en hij leert ons wat Spaanse woorden en geeft ons wat tips voor ons verdere verblijf. Het Goudmuseum en de Monserrate zijn beiden een must, dat hebben we inmiddels wel begrepen. Het is beregezellig in de taxi en Jefer heeft een goede muzieksmaak, dus de tijd vliegt om en we zijn zo weer “thuis”. Jefer zet ons bij Unicentro af, want de kids hebben nu toch wel zin om nog even naar MacDonalds te gaan. Van daaruit is het maar een paar minutjes lopen naar het hotel.
We zijn het met z’n allen eens: dit was weer een zeer geslaagde dag!


14 juli is in Frankrijk een nationale feestdag met defilé bij de Arc de Triomph. Ik had het wel willen zien int echie, maar het leek Carmen toch best riskant, want als de IS een aanslag zou plegen, zou dit een uitstekende gelegeheid zijn, temeer, omdat de president er ook zou zijn, zo overtuigde ze mij. Dus we besloten om de parade in het hotel vanuit ons bed te bekijken. Carmen vond het geweldig, maar het is me nog niet duidelijk of dat kwam door het gebeuren op de tv of omdat ze dan steeds dieper haar bedje in kon kruipen om vervolgens gewoon dornroosje te spelen, terwijl ik verveeld op de klok bleef kijken. Om twaalf uur moesten we uitchecken, dus ik maakte haar om half twaalf wakker. We hadden alles al ingepakt, dus waren zó uitgecheckt en mochten onze koffers in de bagageruimte laten. Chill! Met lijn 13 naar de Montparnasse. In de metro was het ongewoon rustig. Logisch! Iedereen natuurlijk vrij. Ook bij de Montparnasse toren waren nauwelijks mensen. Geen rij voor de kassa. Super! De mensen voor ons hadden al tickets. Zij mochten via een andere route. “Wij hebben geen kaartje, wij moeten nog kopen”, zei ik tegen de meneer bij de ingang. “Nee,”, antwoorde hij met een stalen gezicht “dat kan niet.”. Ik keek beteuterd. Hij grinnikte: “Just kidding” troostte hij. “Where’re you from?” “Holland” gaven wij tot antwoord. Dan, natuurlijk, de standaard volgende vraag: “Amsterdam?” “No..”, nog voor we verdere uitleg konden geven, oppperde hij: “Rotterdam!”. We schudden van nee. Hij keek teleurgesteld. “We live on the other side of the country” legde Carmen uit. Hij keek alsof dat niet meetelde. Blijkbaar denkt men in het buitenland, dat alle Nederlanders in Amsterdam of Rotterdam wonen. Hij wenste ons een goed verblijf en we stapten de lift in, die ons in een razendsnel tempo naar de 56e verdieping bracht. Al naar enkele seconden voelden we de druk op onze oren. Toen we de top van 200 meter bereikt hadden en de lift uitstapten maakte mijn hart een klein gelukssprongetje bij het adembenemende uitzicht over Parijs. Carmens hart sprong ook op en ook háár adem stokte, maar dat was meer uit hoogtevrees dan uit enthousiasme.
Terwijl ik me naar het raam, dat helemaal rondom de toren liep, haastte, moest Carmen al haar moed bijeen rapen om me te volgen. We liepen helemaal rond. Dat vergde van Carmen toch enige zelfoverwinning. Maar – die hard als ze is – dwong ze zich er zelf toch toe. “Carmen, zullen we eens kijken, waar we gisteren gegeten hebben?” Ik richtte mijn blik stijl naar beneden. “Ga alsjebliéf weg, mam! Weet je hoe eng dít al voor mij is?” Okee, blijkbaar was dit toch wel iets te veel gevraagd. Terwijl we in het restaurant daar een kop chocolademelk dronken, probeerde ze met een wit gezichtje weer bij te komen.




