Dag 6: Ergens in Portugal
Om 8:00 uur word ik vanzelf wakker en begin ik de dag met een eigen yogasessie op de veranda. Om 8:30 uur hebben we een lange, interessante cirkel. We bespreken onder andere hoe we onze cirkels organiseren en hoe we het duidelijk aangeven als iemand over een grens gaat. Daarna genieten we van een ontbijt met yoghurt, fruit en cruesli.
Om 11:00 uur beginnen we aan de trail. Vorig jaar wilde ik dit al graag doen, maar heb ik het toch een beetje vermeden; het is een avontuurlijk en best gevaarlijk pad vol challenges. Hoewel de andere drie deze tocht al vele malen hebben gemaakt, is het voor mij — zeker met mijn enkels die ik in het verleden vaak heb verstuikt — een enorme uitdaging.

We lopen anderhalf tot twee uur lang door een glibberige rivierbedding vol rotsen, stenen en soms onverwacht diep water. Ik moet ontzettend goed uitkijken en niet te snel gaan.
Gelijk bij de eerste passen over de wiebelende stenen houd ik me vast aan een tak, die prompt afbreekt. Ik kijk naar het stuk hout in mijn rechterhand: het is kaarsrecht en even lang als de bamboestok in mijn linkerhand! De natuur geeft me hiermee exact wat ik nodig heb. Met in elke hand een stok vervolg ik deze tocht.
Leigh loopt voorop, gevolgd door Sophia, ikzelf, en Rudrigo sluit de rij. De vier honden gaan natuurlijk ook mee. Elk moment moet ik zorgvuldig afwegen waar ik mijn voeten neerzet. Met de stokken voel ik hoe diep het water is, wat per paar centimeter kan verschillen.
Braamstruiken haken in onze huid en kleren. Halverwege begin ik mijn linkerenkel te voelen, maar het koude water verzacht de pijn.
Na drie kwartier staan we voor de eerste grote uitdaging: een waterval. Tot hier is er nog een weg terug, maar na deze afdaling móét je door. Ik besluit door te zetten. Sophia laat me zien waar ik mijn voeten kan zetten, terwijl Leigh en Rudrigo naar beneden springen. Het laatste stukje kun je niet klimmen maar moet je glijden, waarbij mijn pink even klem komt te zitten tussen de stok en de rots. Een stukje van mijn stok breekt af, maar ik heb het gered!
Inmiddels is de pijn in mijn enkels volledig verdwenen en maakt plaats voor plezier en zelfvertrouwen. Voldaan en trots vervolg ik mijn weg.
Op een gegeven moment vraagt Rudrigo of ik voorop wil lopen. We gaan door een tunnel. Ik verwacht dat het pad daarna zal eindigen, maar in plaats daarvan sta ik bovenaan een nóg grotere, diepere waterval met steile wanden. Als ik naar beneden kijk — het is best diep en overal liggen rotsen — vind ik het behoorlijk eng. Toch voel ik opvallend veel vertrouwen.
Leigh gaat als eerste, daarna Sophia. Ik besluit achterwaarts af te dalen. Zoekend naar grip met mijn voeten en handen daal ik langzaam af, en op het laatste stukje steunt Leigh mijn voet.

Beneden waad ik door de poel. Rudrigo klimt als laatste naar beneden en gooit eerst de stokken omlaag, omdat we onze handen vrij moesten hebben. Mijn rechterstok — die de natuur me eerder gaf — komt in het water precies op me af drijven.
Na deze allerlaatste challenge klimmen we een steile helling op en komen we uit op de weg naar onze zwemplek. Ik doe mijn sandalen uit en loop op blote voeten achter de anderen aan. Trots, voldaan en blij. De stokken gebruik ik niet meer als steun, maar houd ik losjes vast. Ik voel me een echte krijger en schreeuw het uit: “Wooooeeeeehhh!” Ook Sophia slaakt een krijgerskreet.

Bij de rivier neem ik met kleren en schoenen aan een heerlijke, verfrissende duik.
Daarna nemen we de kortste weg naar huis via het geitenpad: een steile, zware weg door de rimboe, maar mijn benen en conditie laten me niet in de steek.
Thuis eet ik samen met Sophia een heerlijke salade (de heren vasten vandaag). Om 18:00 uur komen we samen voor de Quantum Light Breath, een ademsessie van een uur en een kwartier. Het is intens en er komt veel los, maar het voelt ontzettend reinigend. Om 20:00 uur cirkelen we weer in de bovenzaal en reflecteren we op de dag. We houden er allemaal een prachtig gevoel aan over. Het was een fantastische dag — en in het bijzonder voor mij!