Het is inmiddels vaste prik: we gaan rond 9.00 uur ontbijten. Dan gaan Cor en Danilo fitnessen in de kleine ruimte bij het zwembad. Carmen en ik zitten in de schaduw. Daarna gaan zij met z’n drietjes zwemmen. Carmen is moe en gaat op de hotelkamer een beetje op bed liggen. Om half één laten we een taxi komen en rijden naar het huis van de familie. Carmen stapt als eerste uit om haar tante te omhelzen. Dan volgen wij. De voordeur, die altijd open staat, voert naar een smalle ruimte, de huiskamer, waar twee banken tegenover elkaar staan, met een glazen tafeltje ertussen. Direct daarachter een tafel met drie stoelen en daarachter weer een eetkamertafel met stoelen. Daarachter weer de achterdeur, die naar een kleine betegelde tuin leidt. Naast de eetkamer ligt de keuken. Het is eigenlijk net zo’n “doorloophuis” als wij hebben, maar dan anders. Er zijn nog meer kamers, maar één wordt er verbouwd.Ze hebben één kater en drie poezen en een klein hondje.
We worden uitgenodigd om op de banken plaats te nemen. We kletsen wat, terwijl de tafel gedekt wordt. Één van de katten krijgt een stropdas om, want er zijn gasten en hij is een heer.
Dan worden we uitgenodigd om aan de eetkamertafel plaats te nemen. Er staat voor ieder een metalen bord met rijst, kip, groenten en de onvermijdelijke patacones, dat zijn gefrituurde koekjes van bakbananen, die krijg je overal bij, net als stukjes avocado. Ook krijgt iedereen een metalen beker met cola en ijsklontjes. Het is dus niet zoals bij ons, dat er pannen of schalen op tafel komen, waar iedereen iets uit kan scheppen. Het smaakt heerlijk!
Tío vraagt of wij sinasappels lusten, dan kan hij er wat voor ons plukken. We lopen langs een kleine open ruimte, waar onze was in een wasmachine ronddraait, het kleine, betegelde tuintje in. Er staat een sinasappelboom, een avocadoboom en een mangoboom. De bananenboombladeren van de buren hangen over het muurtje. In de tuin lopen ook twee schildpadden, met de welklinkende namen “tortuga 1” en “tortuga 2”, d.w.z. schildpad 1 en schildpad 2. Deze mensen hebben heerlijke humor! Het plukken van de sinasappels valt nog niet mee. Verschillende familieleden proberen met behulp van een zakje aan een lange steel een paar sinasappels van de boom te halen. Het neefje van 15 klimt op het dak om er beter bij te kunnen, maar blijkbaar doet hij het niet goed, want abu (oma) klimt via de ladder rap achter hem aan. Uiteindelijk krijgen we toch nog een plastic zak vol.
We lopen het huis weer in en nemen plaats op de banken. Het gesprek loopt ondanks de taalbarrières goed. We weten elkaar met het beetje Spaans, dat wij kennen, het Engels dat zij kennen, Google translate en gebaren verstaanbar te maken. Het is gezellig. Tío heeft iets voor Cor: een cd, met typische muziek van hier. Abu komt met geschenken voor ons aan: voor Danilo een sjaal en voor Carmen en mij een sjaal met een muts. Ze heeft het zelf gebreid, en ze zijn erg mooi! Ik ben heel blij en voel me zeer vereerd met mijn kado.
Dat is voor ons het sein om onze kado’s te overhandigen. Voor Abu en Tía hebben we iets van rituals en voor iedereen Nederlandse souvenirtjes. De typisch Nederlandse motiefjes zegt ze niets, ik leg uit, dat de molen, het boertje en boerinnetje en de klompjes typisch Nederlands zijn. We vertellen dat de boeren in Nederland op klompen lopen. Op houten schoenen?! Hoe dan!? Er wordt gegoogled. Ze vinden het grappig. Dat snap ik. Best maf eigenlijk ook wel. We vertellen, dat wij er als kinderen zelf op liepen. “You walked on this?!” Ze kunnen zich niet voorstellen dat dat fijn loopt.
De Nederlandse hopjes vallen vooral bij Tío goed in de smaak. Hij krijgt ook drie grote repen Milka-chocolade en maakt de anderen duidelijk, dat hij deze níet gaat delen. Er wordt veel gelachen. Het is gezellig.
Abu stalt haar kadootjes trots op het lage kastje bij het raam.
Wij moeten ook wat dingetjes proeven. Zo ook een speciaal drankje van hier: Llanero. Het is een soort anijslikeur. Hij smaakt echt lekker. We hebben het over de verschillen in onze landen. Vooral, de absurd lange afstanden, die zij voor hun werk af moeten leggen (Tío doet er 20 uur over om bij zijn werk te komen!) vervuld ons met verbazing. Wij vertellen, dat we er met de fiets 15 minuten over doen. Dat wij binnen een paar uur in Frankrijk en Belgie kunnen zijn, fascineert hem. “Wow” roept Tío. “You want to adopt me? Carmen you get another brother!”. Hij kan zich wel klein opvouwen en mee in de koffer. Haha!
Zo langzaamaan beginnen we moe te worden, vooral Carmen en Tía krijgen de oogjes heel klein. Tía heeft immers net een reis van 12 uur achter de rug. We kunnen het moeilijk inschatten, hoe laat men hier normaal weggaat en Carmen weet niet meer precies of we nou ook nog voor het avondeten uitgenodigd waren. Ze gaat naast Tío zitten en vraagt het gewoon. Nee, dat is morgen avond, als we naar het uitzichtpunt gaan. Het eerlijke antwoord laat me zien, dat we echt familie zijn. Tía roept een taxi voor ons en we laten ons weer naar het hotel terugrijden.
In het hotel eten we een salade in het restaurant aan de swimming pool om daarna op onze kamers nog na te kletsen en tv te kijken. ’s nachts is het bloedheet. We slapen met de airco aan.
Het was een leuke en gezellige dag! Morgen gaan we met z’n allen naar de dierentuin. Gezellie!



Ik app 
Aan het ontbijt zijn we inmiddels een beetje gewend. Er is haast geen keuze, ik eet elke ochtend melk met havermout en een toastbrood met roerei met een kopje thee. Ik heb me erop ingesteld. ..
Om vijf uur gaan Cor en ik een stukje wandelen. We willen wel eens zien of we de pensions, waar we toen hebben gezeten, terug kunnen vinden. Met Carmen’s adoptie hebben we in Hotel Paris gezeten, dat dichterbij ligt en met Danilo in Casa Nueva. Ik weet de weg nog wel, tussen de huizen door langs een smal voetpad. Af en toe moet je een grote straat oversteken. We komen in de straat, waarvan we denken dat Hotel Paris staat. Maar we herkennen niets, allemaal grote nieuwe flats. We twijfelen ook over de straat, we weten het niet precies. Alles is zo veranderd. We lopen verder langs een pad. Cor herkent het: “Daar komt straks een parkje met het electriciteitshuisje, waar we geschuild hebben, toen er geschoten werd.” We komen bij een speeltuintje en inderdaad: daar staat het huisje. Alle huizen eromheen zijn veranderd, maar het huis waar destijds de inval was staat er nog. Vreemd, in mijn herinnering stond het huisje veel verder van straat. We vinden ook het bruggetje, dat over het riool voert.
Hierlangs gingen we naar de kapper en als je dan verder liep, kwam je bij Casa Nueva. We vinden de kapper. Wat is dat huis prachtig geworden. Het was toen al de beste kapper van Bogota, er kwam de high society en beroemdheden. Nu duidelijk nog steeds. Dure auto’s op de parkeerplaats, Porsche’s en zo. We lopen verder. De kleine eenvoudige winkeltjes van toen hebben plaatsgemaakt voor mondaine, elegante zaken. We zijn totaal verrast. We herkennen niets meer terug. Het souvenirswinkeltje, waar we vaak naar toe gingen, is verdwenen en daarmee hebben we geen aanknopingspunt meer, wanneer we naar links af moeten om bij Casa Nueva te komen. We lopen langs de grote straat en kijken bij elke zijstraat aan de rechter kant, of we iets bekends zien. Cor meent in één van de straten een groep bomen te herkennen.
We lopen de straat in en zien gegeven ogenblik links een klein pad. “Hier liepen we altijd in”. Ik kan me maar heel vaag herinneren. We gaan nog een keer links. Hier zou het wel eens geweest kunnen zijn. We weten het niet zeker, maar we menen het buurhuis en het huis tegenover te herkennen. Het was vroeger wit en inderdaad onder de gele verf, die hier en daar afbladert, is nog wat wit te zien.












Bij de koffiefabriek drinken we nog koffie en latte machiatto, de lekkerste, die ik ooit heb gehad. Echt waar!