Dag 8: Ergens in Portugal
Ik ben om 6:00 uur wakker en sta om 7:00 uur op. Het is nog koud buiten, dus zoek ik de zon op en besluit ik het keukenraam dat in de ochtendzon ligt schoon te maken. Om 9:00 uur cirkelen en ontbijten we.
Aan de keukentafel ontstaat een intens gesprek. Sophia deelt mee dat ze gaat vertrekken. Er zijn de afgelopen tijd wat irritaties opgekomen en er zit een hele geschiedenis achter. Het is geen spontane actie, maar een weloverwogen en goed doorvoeld besluit. Ondanks dat er al die tijd transparantie over was, roept het bij iedereen een gevoel van verslagenheid op.
Het fijne van alles met elkaar delen in de cirkel is dat werkelijk alles op tafel mag komen. Ieder heeft zijn eigen perikelen en problemen en alles wordt gedeeld. Het is ongelooflijk hoe er binnen een paar dagen zo’n hechte connectie ontstaat. Binnen de cirkel is er vertrouwen en wat in de cirkel gedeeld wordt, blijft binnen de cirkel. Ook buiten de cirkel worden gevoelens en gedachten geuit. Er wordt nauwgezet op gelet dat het niet uitmondt in praten over een ander of geroddel. Als iemand dat gevoel krijgt, wordt het direct geuit en checkt iedereen bij zichzelf in. Zo voorzien we elkaar van feedback en houden we de connectie zuiver. Ondanks de zwaarte van de situatie ben ik dankbaar dat ik deel mag uitmaken van dit proces.
Rudrigo herinnert ons aan mijn droom van afgelopen nacht, waarin Sophia afscheid nam. In de droom gaven Sophia, Rudrigo en ik elkaar een afscheidsknuffel — en alleen Honey was als hond aanwezig. Het was al bekend dat Sophia in augustus zou weggaan, maar het gebeurt nu een dikke week vrij onverwacht eerder. Wat de droom nóg specialer maakt: Honey was er vanochtend inderdaad niet! Ze is teruggelopen naar haar baasjes, vermoedelijk om te eten, en zal nu waarschijnlijk gevangen gehouden worden.

’s Avonds gaan we naar Dornes, wat we al eerder hadden gepland. We lopen zo’n 3 kilometer om bij de oude toren van de Tempeliers naar een lichtspel te kijken dat de legende toont over de toren, de kerk en Dornes zelf. Het is alleen in het donker goed te zien. Het is een heerlijke avond en heel fijn om even uit het energieveld te stappen. Bij de toren maken we wat foto’s en neemt de luchtigheid weer toe; we dollen wat met elkaar.

Daarna lopen we weer terug. Gedrieën, met nu ook nog maar drie honden, want Honey is nog niet terug. Het laatste stuk gaat door het bos en ik schijn met mijn lampje op de grond voor mij. Rudrigo wil weten of ik zonder bang ben, want ik heb angst in het bos en angst in het donker. Maar nee: als ik in gezelschap ben, is dat geen probleem. Het licht heb ik nodig om niet te zwikken. Rudrigo vraagt of ik een stuk alleen wil lopen. “Het kan ook een andere keer,” zegt hij. “Nee,” antwoord ik, “dan nu meteen.”
Ik besluit voorop te lopen en zij blijven een stuk achter mij. Eerst hoor ik hun voetstappen en lopen de honden nog met mij op. Maar dan verstommen de voetstappen en lopen de honden ook terug naar de mannen. Alleen Pipoquina blijft bij mij. Leuk, haar gezelschap, maar ze is nauwelijks groter dan een konijn en zou voor een gevaarlijk dier gewoon het voorgerecht zijn en ik het hoofdgerecht. Nee, ik mag deze gedachte laten gaan en aanwezigheid oefenen. Ik vind het eng, maar paniek ken ik niet, gelukkig. Dan hoor ik het getrippel van een dier achter mij: het is Tink, fijn. Op een gegeven moment weet ik niet of ik rechtsaf moet en vind ik het ook wel mooi geweest. Ik wacht op de mannen en samen lopen we naar huis.
Zoals altijd sluiten we de avond met een cirkel. Ik geniet van de stukjes watermeloen die vermoedelijk Rudrigo heeft meegenomen. We voelen allemaal wat zwaarte en hopen dat de dag van morgen er weer anders uit zal zien.




















