
Vandaag mijn eerste échte moederdag gehad! En dat terwijl ik al meer dan 18 jaar moeder ben! Tenminste als je onder moederdag verstaat, dat je dan ook kadootjes krijgt.
Toen de kids nog klein waren en naar de basisschool gingen, kreeg ik natuurlijk wel altijd een knutselwerkje, maar dat was min of meer onder druk van de juf. Daarna niet meer, heb er ook nooit om gevraagd. Om kado’s vraag je niet, toch? Die moeten uit je hart komen. En uiteindelijk weet ik wel dat mijn kindjes van me houden ook zonder de commerciële kermis rond moederdag.
Dus toen ik vannochtend tijdens het ontbijt buiten op het terras een kadootje kreeg van dochterlief was ik oprecht verbaasd. Twee mooie kettinkjes kreeg ik, gelijk twee!! Zonemans was bij zijn vriendin logeren en belde me kort daarna: “Hoi mams. Gefeliciteerd met moederdag!” Of zijn zus mij wel verwend had? Jazeker, twee kadootjes gekregen! Oh, geen ontbijt? Neuh, ik ben allang op. Nou, dan moest ze maar zorgen, dat ik een “tussenontbijt” kreeg! “Een ‘lunch’ heet zoiets” reageerde m’n dochter droog.
Maar… hij had ook nog iets voor mij, dat zou ik dan vanavond krijgen, als hij weer thuis was. Oké, leuk! Voel me nu wel heel verwend!
Uurtje later… de deurbel gaat. Staat er een vrouw met een megabos bloemen voor de deur. Aan de overkant van de straat een auto van een bloemenzaak. Geen haar op mijn hoofd dat eraan denkt, dat het voor mij zou kunnen zijn. Van dochter had ik al een kado, van zoon zou ik nog krijgen en manlief is m’n kind niet, dus die geeft niks en zeker geen bloemen, want daar ben ik niet gek op. Die wil de weg vragen, dacht ik, of is gewoon verkeerd. Nou, klopte als een bus. Ze zat in de verkeerde straat, gebeurt vaker hier. Fieuw.. die bos bloemen erbij had ik écht niet ook nog aangekund….
De sabbat is de beste uitvinding ever! Kijk – als je me zo zou vragen, wat vind je nu de beste uitvinding ever, dan was ik niet zo één-twee-drie op de sabbat gekomen. Maar nu, zo op vrijdag avond; het begint al een beetje donker te worden, het huis is (redelijk) netjes, het eten zit er weer in en de keuken is opgeruimd, dan denk ik – ja – hmmmm sabbat – heerlijk. Niks, maar dan ook helemaal niks meer te hoeven en morgen de hele dag ook niet. Sterker nog: niet mógen. Want dat maakt het makkelijk. Natuurlijk geloof ik niet dat ik naar de verdoemenis ga, als ik niet de sabbat houd, maar mijn geloof dwingt me toch min of meer om me er wel aan te houden, gewoon, omdat de Schepper dat van mij vraagt. En waarom vraagt Hij dat? Nou heel eenvoudig: omdat het goed voor mij is! Één dag rust in de week is gezond en heel goed. Nou zul je misschien zeggen: Hallo! Jij zit in het onderwijs. Je hebt anderhalve week vrij. Yep, true! Maar toch.. dat is niet hetzelfde! Want ik ben nu drie dagen “vrij” geweest. En wat heb ik gedaan? Toetsen nagekeken, was gestreken, boodschappen gedaan, gestoft, gezogen, de trapkast opgeruimd (daar ben ik wel heel blij mee btw!). Dus? Vrij? Ja, maar toch ook niet echt. En nu, op sabbat, écht vrij.
Kwart voor acht:ontbijt. Spulletjes waren al ingepakt. Na het ontbijt de koffer opgehaald en kamer gecheckt. Taxi’s stonden al klaar. Ik liep er langs en had niet door dat het onze taxi’s waren, want er stond een mij onbekende student bij, die bij nader inzien gewoon een collega bleek te zijn met bril op en zonder gel in zijn haren. In een razend tempo had hij alles in moeten pakken en voor verder niks, maar dan ook helemaal niks tijd gehad, omdat hij door de wekker heen had geslapen. Die collega – ik zal hem voor het gemak maar even JW noemen – zat vijf minuten later in de auto met een dieprode aura van hier tot Tokio en verkondigde zwaar gefrustreerd: “Ik ben sau chagrijnig!” (!). Een andere collega, ook een JW, poogde hem te troosten: “Ik heb helemaal geen wekker gezet, maar ik werd om kwart over acht wakker!”. Ik hoorde JW1 denken: nou, jij blij!
Dan… een best wel lange reis; lezen, kletsen, slapen, irritante kinderen, die gelukkig gegeven ogenblik wel uitstapten, eten in het restaurant of gewoon van de meegenomen salade of boterhammen; het ging best snel voorbij. En dan sta je zomaar weer in Emmerich op het station en geef je elkaar een knuffel en wens je elkaar een fijn weekend. Tot maandag, collega’s! Het was een geweldige week!!!
Viertel vor acht: Frühstück. Sachen hatte ich bereits eingepackt. Nach dem Frühstück den Koffer geholt und das Zimmer auf hinterlassene Gegenstände geprüft. Die Taxen standen schon bereit. Ich merkte nicht einmal dass es unsere waren, weil ein mir unbekannter Student dabei stand, der, wie sich schnell herausstellte ein Kollege war, mit Brille und ohne Gel im Haar. In einem rasenden Tempo hatte er alles einpacken müssen und hatte weiter für nichts, aber auch für überhaupt nichts Zeit gehabt, weil er den Wecker nicht gehört hatte. Dieser Kollege – ich werde ihn einfach mal JW nennen – saß fünf Minuten später im Auto mit einer tiefroten Aura und verkündete total frustriert: „Ich bin SAU übel drauf!“, wobei er tatsächlich das deutsche Wort „sau“ benutzte! Die Deutschstunden haben sich gelohnt! Ein anderer Kollege, auch ein JW, versuchte ihn zu trösten: „Ich hatte gar keinen Wecker, aber ich wurde trotzdem um viertel nach acht wach“. Ich konnte fast hören wie JW1 dachte: na toll!
Der letzte Tag. Am Vormittag shoppen, beziehungsweise Sprachkurs.

Heute zum ersten Mal schlechtes Wetter gehabt: Regen und Kälte. Regenschirm war angesagt! Zum letzten Mal einen Praktikumsbesuch gemacht bei einem 3D Printing Service. Auch dieser Betrieb möchte in Zukunft wieder niederländische Praktikanten ausbilden. Eine Führung durch den Betrieb gehabt und auch einen Blick ins Labor geworfen, wo wir sehen konnten wie ein Apparat gerade einen Gegenstand kopierte. Ich hatte so etwas noch nie gesehen, super toll!