Museo del oro

Negen uur ontbijt. Carmen blijft in het hotel. Cor, Danilo en ik gaan op zoek naar de citibank, om te pinnen. Dan naar Unicentro. Danilo wil een Colombiaans voetbalshirt van Adidas kopen, maar de Adidas-winkel zit dicht. Op het pleintje voor de winkel is een cafétje, wij gaan er koffie/ijskoffie drinken. Om tien voor elf ziet Danilo, dat de lichten in de winkel aangaan. Om elf uur gaat de zaak open en kan Danilo toch nog zijn t-shirt kopen. We halen Carmen in het hotel op en gaan met de taxi naar het grootste goudmuseum van de wereld: het museo del oro. Op zondag is de entree gratis, normaal 80  cent. Het is een prachtig modern museum met een schitterende collectie van gouden voorwerpen van de verschillenden stammen van Colombia. Vooral de afdeling van de muisca’s interesseert ons natuurlijk. We eten in het restaurant een broodje en verlaten kort voor sluitingstijd het museum. Het is prachtig weer en het plein voor het museum gonst van de bedrijvigheid. Er zijn kraampjes met lekkernijen, mensen hebben hun handgemaakte spulletjes op kleden op de grond uitgestalt, jongens zijn aan het scaten, mensen zitten te chillen. We lopen een lange gang in, waar allemaal kleine winkeltjes met souvenirtjes, de zogenaamde artesanias, zijn. Mooie souvenirs, het is moeilijk om de knip dicht te houden, maar we willen ook nog naar “El Balay”, een hele grote winkel met artesanias. We kunnen hier altijd nog terugkomen. Toch kopen we hier een paar dingetjes. Ik zie iets heel  leuks voor mijn zusje. Die moet ik kopen. Ook spot ik een heel mooi shotglaasje. “Carmen, je moet  dat shotglaasje voor me kopen.” Dat is namelijk traditie bij ons. Carmen brengt  uit elke grotere stad, waar ze is geweest een shotglaasje voor mij mee. Waar we ook een tradite van hebben gemaakt: uit elke grotere stad een magneet meenemen. Die komt aan het kozijn in de keuken. We  vinden twee hele leuke magneetjes. Dan lopen we de gang weer uit en gaan nog op  het plein zitten, ik neem  een maiskolf, de anderen een ijsje en we kijken naar de scatende jongens, genieten van het zonnetje en genieten van het feit, dat we hier met elkaar in Bogota zijn. Soms is  het nog zo onwezenlijk. We hebben hier zo lang naar uitgekeken. We lopen over de drukke straten, waar vandaag geen auto’s mogen komen. Overal hoor je muziek van straatmuzikanten en zie je optredens van artiesten. Ook veel mensen met handgemaakte spullen. Ik zie iets heel leuks voor mijn vader en hoef niet lang  na te denken: die neem ik voor hem mee! Blij met mijn aankoop, loop ik achter de anderen aan richting de plaza de Bolivar. Het is half zes. Tijd om wat te gaan eten. Onze gids had ons een typisch Colombiaans restaurantje aanbevolen, dat gaan we maar eens opzoeken. Dankzij Google Maps vinden we “La puerta real”. Het is echt een heel klein curieus en pover restaurantje. We worden weer verwelkomd met een straal aan Spaanse woorden. Het restaurant is leeg. We krijgen de kaart en Carmen vraagt of iemand misschien Engels  kan. Er komt een jonge man met een hoed op. Hij kan goed Engels en legt ons de gerechten uit. Hij adviseert ons een bepaald gerecht. Hét typische gerecht van Colombia: Ajiaco.

Ik ken het van vroeger en vond het vreselijk. Het is soep met stukjes aardappels erin en een maiskolf en kippenpoot en rijst. Ik vond het vies, maar vind, dat ik het nog eens proberen moet naar zoveel jaar. Dus ik bestel de Ajiaco en Carmen ook. De jongens bestellen een Colombiaans gerecht met rundvlees.

Het eten wordt geserveerd. Nou, ik kan jullie zeggen: ik ben een makkelijke eter, maar ik heb zelden zoiets vies gegeten. Ik probeer mezelf ertoe te zetten om het op te eten, maar ik weet nu precies weer hoe het smaakte… niet dus! Er zit een bepaald inheems kruid in, wat ik verschrikkelijk vind. Danilo vindt zijn eten ook niet lekker. Wij ruilen. Hij vindt de rare soep wel lekker en Carmen vindt hem zelfs heerlijk. Ik vraag mij af: Hoe dan?! Dit móet genetisch zijn. Danilo houdt niet eens van soep en dit vindt ie lekker?!

We nemen maar geen toetje, misschien vinden we nog wel iemand, die die heerlijke wafels verkoopt, en verlaten het restaurant. We lopen een stukje de straat uit – geen wafel in de verste verte te bekennen –  en ik roep maar een taxi  op via de app. Hij moet er met 1-4 minuten zijn. Maar het duurt…

Uiteindelijk een bericht. Hij kan ons niet vinden. Of ik hem wil bellen. Ow, da’s niet handig, ik geloof dat bellen niet in mijn blox  zit. Ik sms hem het adres door, maar hij cancelled. Ik roep een andere taxi op. Wachttijd: 5-10 min. Ik ontdek – of eigenlijk Carmen – dat je de taxi kunt volgen via de app. Je ziet hem rijden. Hij komt onze kant op en stopt een klein eindje van ons vandaan. Ik krijg de melding “Your taxi has arrived”. Niet dus – geen taxi, of in ieder geval niet onze taxi, met dat nummer. Ook hij kan ons niet vinden. We kunnen zien waar hij is. Op  calle 14 c, wij zijn op 14 b. Snel lopen wij de kant op, waarvan wij hopen dat het 14c is. Carmen rennt vooruit. Ze zwaait: hier is-ie! Iemand houdt de deur voor ons open. Irritant. Dit maak je constant mee. Mensen dringen hun diensten aan je op en willen er geld voor. De Colombianen hebben er blijkbaar geen moeite mee. Cesar, onze chauffeur, geeft de man een paar munten. Ik vind het maar stom: waarom zou ik voor iets betalen, waar ik niet om heb gevraagd. Maar ik besef ook, dat mijn zienswijze niet persee de juiste is. Ik vind het eigenlijk heel lief, dat de mensen hier zo makkelijk een ander helpen, door het geven van geld of door het doen van een dienst. “Ik moet maar zien, dat ik wat kleingeld in mijn jaszak stop, voor als ik zo iemand  tegenkom” zeg ik tegen Carmen, die naast mij in de taxi zit. Dat vindt Carmen wel een goed idee. Cesar is lief, net zoals zoveel Colombianen, die wij hier leren kennen. Fijne mensen! Geen wonder dat wij zo lieve kinderen hebben. Cesar racet door de straten van Bogota. Hij zet ons bij Unicentro af en van daaruit lopen we naar het hotel. Ons idee, om nog ergens wat te gaan drinken, schuiven we aan de kant. Cor gaat nog even naar de winkel om wat te drinken en te snoepen te halen en dan gaan we op de hotelkamer nog een filmpje kijken. Ik leeg de halve fles dure wijn, die Cor voor mij meegebracht heeeft en plof dan moe en een beetje tipsy in bed. Hopelijk helpt me dit om eens fatsoenlijk te slapen!

Heel veel zang en hete vleugels

Het is sabbat. We hebben een Engelstalige kerk van de Zevendedags Adventisten op internet gevonden en willen er vandaag naar toe. Althans, Carmen en ik. De jongens blijven thuis. De dienst begint om half 10. De kerk is maar 10 km verder op, maar in Bogota is dat best een behoorlijke afstand, dus om half negen roepen we een taxi. Het is wel even zoeken, de taxichauffeur weet het ook niet goed en we komen in een woonwijk terecht. Hier kan het niet zijn. We kijken nog een keer. Er is een sda-kerk heel dichtbij. We rijden een grotere straat op. Geen buurt om nou blij van te worden. Midden in de straat wel een groot nieuw gebouw. Daar staat groot aan de muur: “Iglesia Adventista del Septimo Dia”. Bingo! Voor de deur staat een jonge dame in nette kleren. We gaan naar haar toe: “Iglesia?”. Zij vraagt: “Ingles?” Ja, inderdaad, graag de Engelse afdeling. Ze gaat ons voor naar binnen. We gaan een gang door en een deur, lopen door een parkeergarage .., okee, dit is weird, dan weer door een deur een gang, trap, ik kan het allemaal niet meer navertellen. We komen in een hele grote, kille en vrij donkere ruimte, een soort kantine. Er staan tafels met rode plastic stoelen en achterin de ruimte staat een aantal van die rode stoelen in een paar rijen opgesteld, met daartegenover vier stoelen en een keyboard, waar iemand achter zit. Op de rijen met stoelen zitten precies drie mensen en voor hun staat een jonge man, de sabbatschoolleider. Hij geeft ons een hand, we stellen ons  aan elkaar voor en hij stelt ons aan de anderen voor. Carmen gaat nog even naar de wc. Als ze terug komt, is de sabbatschool al begonnen. We zingen heeeeeel veel liederen, sommigen bekend, anderen onbekend. Na het gebed wordt er weer gezongen, collecte, niet veel anders dan wij het gewend zijn. Na een voorstelrondje begint de “les”. Het is best interessant, maar mede doordat de stemmen in de grote ruimte een beetje weerklinken en vooral de sabbatschoolleider, Roger, niet super goed Engels kan, is het soms een beetje moeilijk te verstaan. Ook de Ghanese broeder, die er iets later bijkomt, vind ik moeilijk te volgen. Het gaat over Jona (in de walvis). We constateren, dat het redelijk makkelijk is, om mensen te helpen, die je mag of waar je neutraal tegenover staat, maar dat het veel moeilijker is, om iemand te helpen, die je iets aangedaan heeft. De sabbatschool wordt afgesloten door weer heeeeel veel te zingen. Daarna de eredienst. Ook hier weer heel veel gezang, ik ben er nu wel klaar mee, ik hou niet zo van kerkelijke muziek. Roger doet ook de preek. In het Spaans. De organist vertaalt. Roger doet het best goed. Hij heeft het over Genesis, om precies te zijn de zondeval. Na het einde van de dienst worden we nog uitgenodigd voor een optreden van een koor. Carmen heeft er wel zin in, maar we vinden het ongezellig voor de jongens. Ik krijg nog het mobiele nummer van Roger, zodat ik hem kan appen, als we weer eens van plan zijn om te komen. Ze gaan namelijk verhuizen. Ik ga nog even naar de wc, die is een trap op.  Op die verdieping is de Spaanstalige dienst, die wel druk bezocht is, nog in volle gang. 

We lopen naar buiten en appen weer voor een taxi. Die is er met 1 minuut. Wat is dat toch geweldig, die App!

De middag brengen we chillend door op onze kamer,  onderbroken door een empanada-lunch om de hoek. Niemand heeft ’s avonds nog zin om te gaan eten. Maar de honger drijft ons er toch uit.

Er is ook een restaurant-app. Daar kun je zien, welk restaurant het dichtst in de buurt is. Er schijnt een Italiaan op 500 meter afstand te zijn. Helaas stuurt Google Maps ons via een omweg, maar we komen toch uiteindelijk bij een straat terecht, waar verschillende restaurantjes zitten.

De Italiaan vinden we niet maar wel een Amerikaanse tent “Buffalo Wings”. De kids zien het wel zitten, Cor en ik trouwens ook. Hot chicken wings: altijd goed. We kunnen uit 5 verschillende soorten pikantheid kiezen. Carmen neemt 1, Cor 3 en Danilo en ik 4. De ober komt een schaaltje met het sausje en een wortel brengen om te laten proeven, hoe scherp het is. Ach, dat lijkt ons best te doen, maar pas als hij weg is, begint het echt te branden. Verdorie, wat is dat scherp! Maar nu is het te laat. Te gênant om achter de ober aan te gaan. We knijpen hem wel een beetje. Het eten wordt geserveerd met stengels wortels en bleekselderij en frietjes. Ik hou van scherp, maar dit is wel heel heet! Terwijl we eten begint de wedstrijd Colombia-Brazilie. Colombia staat al vrij snel achter tot grote verontwaardiging van alle Colombianen, inclusief onze  kids. De tranen biggelen me over de wangen, niet vanwege dat doelpunt van Brazilie, maar door die verrekte wings, maar dapper bijt ik door. Danilo heeft het er ook moeilijk mee en staat er gul een paar aan Cor af en laat Carmen ook 1 proeven. Bij de rest van de wings poetst hij de saus er met een servetje stiekem af. Cor en de kinderen nemen nog een toetje en ik een tequila sunrise. Heerlijk!. Dan lopen we door de inmiddels donkere straten naar het hotel terug om daar de wedstrijd af te kijken. Carmen en Danilo rennen dollend achter elkaar aan. Cor en ik genieten ervan om ze zo in hun geboorteland te zien rennen. Het is leuk om te zien hoe goed ze hier passen. Ook voor ons is dit allemaal een hele bijzondere ervaring.

Bogota by bike

Om 13.00 uur zouden we in het centrum zijn, de Candelaria. De Candelaria is het oudste gedeelte van Bogota,  dat nog uit het Coloniale tijdperk stamt. Het huisje waar Mike zijn zaak zit, ziet er aftands uit van binnen. Er heerst bedrijvigheid. Er staat net een groep op starten. Van Mike, met wie ik email-contact heb gehad,  geen spoor. Een jonge man,  die z’n veters  zit te strikken zegt dat Mike er niet is. Hij is onze gids. We krijgen ieders een fiets en helm en stappen op. Het is ideaal weer en al crossend door de drukke straten verkennen wij Bogota. Slingerend tussen voetgangers en auto’s,  stoep op en stoep af, hobbelend over het slechte wegdek gaat onze tocht. Onderweg maken we verschillende stops bij bezienswaardigheden of interessante plekken. We krijgen weer een bult aan informatie over Bogota. Super interresant! Natuurlijk stoppen we ook even op de plaza de Simon Bolivar, de belangrijkste plek van Colombia. Hier heeft zich heel wat afgespeeld! 

Bijzonder is ook de fruitmarkt. Giovanni, onze gids, laat ons verschillende inheemse vruchten proeven. Dat gaat rap achter elkaar door. We hebben het ene stukje fruit nog niet op of  hij biedt ons het andere al weer aan.  Hmmm, super lekker! Heel bijzonder, deze markt met exotische vruchten,  groenten en ook planten met allerlei genezende krachten. Aan de overkant is de andere  fietsclub een nationale drinksport aan het uitproberen. We mogen even kijken en ook meedoen als we willen. We lopen een zaakje door en komen in een ruimte met platen van misschien 1 m2, schuin tegen de muur. Die platen zijn gevuld met klei en er bevindt zich een rondje met stenen in, met daarachter exlosief materiaal. De bedoeling is nu, dat je een kei van een bepaalde afstand gooit en probeert één van de stenen in de klei te raken. Als dat lukt volgt er een kleine ontploffing. Maar… dat moet je al drinkend doen. De groep Europeanen heeft ieders een biertje in de hand, ze gooien om beurt. Nou, veel plezier nog met fietsen straks, jongens! Cor gooit 1 keer en dan houden we het voor gezien.

We zetten onze fietstocht voort. Bijzonder leuk ook om over de grote straten in het centrum te fietsen, waar overdag geen auto’s mogen rijden.  Om de paar meter zie je straatmuzikanten, artiesten, bandjes. De straten zijn gevuld met muziek. We stoppen bij een parkje en luisteren naar de verhalen van Giovanni. Dan bij een paar kraampjes aan de weg nog wat typisch Colombiaanse snacks proeven. Ik heb iets heel raars gekozen… Een bol, gevuld met rijst, met daarin weer een heel ei en stukjes aardappel. Ik vind het niet echt lekker. En pffff….. ik ontplof haast! De kinderen eten een empanada.

Onze laatste stop is de koffiefabriek, maar eerst nog graffiti bewonderen, waar heel Bogota mee bezaaid is. Vóór 2013 was graffiti verboden in Bogota. Er stond hoge straf of. Één artiest had zelfs 3 jaar gevangenisstraf gekregen een eentje was er zelfs voor doodgeschoten! Toen Justin Bieber hier een optreden had, liet hij, zoals in veel steden, een graffiti achter, begeleidt door dezelfde politieagent, die de graffiti-artiest had doodgeschoten. Er werd niets tegen gedaan en de mensen gingen staken vanwege deze onrechtvaardigheid. Toen werd het spuiten van graffiti legaal verklaard en nu kun je nergens in Bogota meer gaan of staan zonder graffiti te zien. Veel mensen huren kunstenaars in om hun huizen met graffiti te bespuiten, zodat ze van lelijke tags gevrijwaard blijven, want het is een ongeschreven wet, dat de graffiti van een kunstenaar gerespecteerd wordt. Veel graffiti-tekeningen hebben betekenissen in de vorm van maatschappelijke aanklachten.

We zetten onze fietstocht voort en komen door een buurt met het sociaal-economische cijfer 2. In Bogota zijn de wijken genummerd volgens de economische status van zijn bewoners. 1 is de laagste status, 7 de hoogste. De wijk waar we doorheen fietsen is dus één van de armsten. De huizen zijn verwaarloosd en armoedig. Overal ligt troep en afval. Dan heeft Cor voor de derde keer een zachte band. We stoppen bij een fietsenmaker om de band op te pompen. 

Bij de koffiefabriek drinken we nog koffie en latte machiatto, de lekkerste, die ik ooit heb gehad. Echt waar!

We fietsen terug naar de Candelaria, naar ons startpunt. Daar ontmoeten we uiteindelijk toch nog Mike en nemen afscheid van Giovanni, nadat wij van beide heren nog tips hebben gekregen voor goede restaurantjes en leuke plekken om naar toe te gaan. Giovanni laat ons ook op een kaart zien,  in welke gedeelten van Bogota wij niet moeten komen, omdat het daar te gevaarlijk is. We nemen afscheid van Giovanni en Mike en lopen nog een stukje door de straten op zoek naar een leuk pleintje, dat Giovanni ons had beschreven en waar ook een goed  restaurant is. Het is daar inderdaad erg leuk, maar we zitten nog te vol om wat te kunnen eten. Ik ga eens mijn taxi-app “easy taxi” uitproberen.  Na 3 mislukte pogingen – melding: er is geen taxi in de buurt – huh? het stikt hier van de taxi’s – probeer ik de app “tapsi”. Je wordt namelijk geadviseerd om niet zomaar een taxi aan te houden. Dat kan soms niet helemaal safe zijn. Ik kan met hem chatten, hij zegt dat het even kan duren, het is druk. Het nummer van de taxi is op de app te zien en bij elke taxi kijken wij of hij het is. Nope – weer niet. Uiteindelijk is hij er en kan de rit beginnen. De tocht gaat omhoog een stuk door de bergen heen, zodat we een prachtig uitzicht hebben op het nachtelijke Bogota. Jefer, de chauffeur,  kan best een beetje Engels en hij leert ons wat Spaanse woorden en geeft ons wat tips voor ons verdere verblijf. Het Goudmuseum en de Monserrate zijn beiden een must, dat hebben we inmiddels wel begrepen. Het is beregezellig in de taxi en Jefer heeft een goede muzieksmaak, dus de tijd vliegt om en we zijn zo weer  “thuis”. Jefer zet ons bij Unicentro af,  want de kids hebben nu toch wel zin om nog even naar MacDonalds te gaan. Van daaruit is  het maar een paar minutjes lopen naar het hotel.

We zijn het met z’n allen eens: dit was weer een zeer geslaagde dag!

 

Guatavita en Zipaquira: Een reis in de geschiedenis van Bogota


Om acht uur staat de taxi voor het hotel om ons mee te nemen op een private tour naar la laguna de Guatavita en de cathedral de sal in Zipaquira.
Private tour betekent alleen ons gezin, een tweetalige gids met de naam Ricardo en een chauffeur. In een luxe personenbusje rijden wij Bogota uit richting Noorden. We genieten volop van de ongeveer anderhalf uur durende rit, nemen het landschap in ons op en luisteren naar de boeiende uitleg van Ricardo over de sociaal-economische situatie en de geschiedenis van Bogota en Colombia en nog veel meer.
Hij vertelt vooral over de oorspronkelijke bewoners van deze streek, de muisca, die door de Spanjaarden gekerstend en onderdrukt werden. Het meer van Guatavita was voor  deze stam een heilige plek. In het meer, dat men zag als de buik van moeder aarde werden kostbare gouden voorwerpen gegooid als offer. Hieruit ontstond de legende van El Dorado, de stad van goud, waar de Spanjaarden naar op zoek waren. Dit verhaal, zo legt Ricardo uit, is een Europeese mythe. Het ging nooit om een stad, maar om dit meer.
Af en toe valt er een stilte en nemen we het landschap in ons op.
In één van deze stiltes vertelt Carmen, dat ze met haar moeder heeft geappt en dat deze had gevraagd, wat ze vandaag ging doen. Zij moest namelijk naar unicentro om daar wat documenten op te halen. Carmen had gezegd, dat we vandaag de hele dag weg  zouden zijn. Ik was met stomheid  geslagen. Zou  er dan toch nog een ontmoeting komen? Wat jammer, dat we vandaag weg  zijn. Carmen is er vrij nuchter onder. Gambia heeft haar gedachtengang veranderd: een ontmoeting zou ontzettend leuk en fijn zijn, maar ze heeft het niet meer nodig voor het vinden van haar eigen identiteit.
We rijden door het stadje Guatavita en komen op het startpunt van de tour aan. Ricardo regelt voor ons de kaartjes. Er gaat een gids met ons mee en Ricardo zal voor ons vertalen. Er is verder niemand, behalve twee jonge dames uit de VS. Zij vragen of zij met ons mee mogen, want ze spreken niet goed genoeg Spaans. Wij vinden het prima. We lopen over  een pad en komen bij een plek waar een ronde hut met een strodak staat.

We gaan naar binnen en  gaan om de vuurplaats zitten. Hier maakte het opperhoofd van de muisca’s zich gereed voor de ceremonie. Een hele club met bloeidmooie dames danste om hem  heen om hem te verleiden. Maar hij moest stand houden, anders werd hem de …. afgeknipt. We keken geschrokken. Wauw! De gids voer voort: “Ik weet niet wat jullie denken, maar ik bedoel zijn paardestaart, de mannen hadden namelijk lang haar.” Fieuw! Maar toch was dit ook heel  erg, want als je haar afgeknipt werd, was men machteloos en onteerd en werd uit de gemeenschap verstoten.Het was leuk en interessant om naar de verhalen te luisteren.We liepen verder en beklommen via een smal pad de berg.
photogrid_1471017174025.jpgHet pad voert omhoog langs prachtige planten en bloemen, die wij als kamerplanten in huis hebben.Het wordt steeds kouder en kouder en begint ook nog eens te regenen. We zijn definitief te koud gekleed! Boven aangekomen hebben we een prachtig uitzicht op het meer van Guatavita, het El Dorado.

We lopen weer naar beneden en worden door  onze chauffeur opgepikt.

Er wordt besloten, om eerst een traditionele maaltijd in het plaatsje Zipaquira te  nuttigen en dan de zoutphotogrid_1470967541607.jpgkathedraal te bezichtigen. We zijn in de auto weer wat opgewarmd, maar het knusse  restaurantje is van voren helemaal open,  dus echt warm is  het hier ook niet.Het eten is  heerlijk! Een mangosap, waar vooral Danilo helemaal weg van is en vooraf zoute bananenchips met een roze dipsausje. Dan een overheerlijke salade en als hoofdgerecht een grote schaal met stukjes kip- en rundvlees met daarover heen patatjes en gefrituurde pannenkoekjes van geplette bakbananen  met een salsa van paprika, tomaat en ui. We eten met z’n vieren uit de schaal en er mag met de handen gegeten worden.

photogrid_1470968531303.jpgHet volgende punt van onze tour is een bezoek aan de zoutkathedraal, het nummer één wonder van Colombia. Het is er rustig. Colombia kent nauwelijks toerisme. De zoutkathedraal is eigenlijk een zoutmijn, die al door de muisca’s geëxploiteerd werd. Later is er in de grote uitgeholde ruimtes een kathedraal gemaakt. Prachtig en indrukwekkend! We kijken nog een 3D filmpje over het ontstaan van de kathedraal en een lichtshow. Daarna verlaten we  het ondergrondse om door een laat middagzonnetje verwelkomd te worden. Het plaatsje Zipaquira met daarachter het Andes-gebergte geeft een prachtig  decor voor de zoveelste familiefoto.
Nog even het plaatsje in om op het prachtige typisch Colombiaanse plein een traditioneel toetje te eten: een oblea, twee grote ronde wafels met karamel ertussen. 

Tenslotte rijden we weer terug naar Bogota. Het is weer megadruk op straat, maar de tocht blijft interessant met de verhalen van Ricardo. We worden netjes bij ons hotel afgezet en nemen afscheid van onze aardige en competente gids.
Nadat we gedouchet zijn, lukt het ons nog nauwelijks om de oogjes open te houden en we ploffen doodmoe in bed. Carmen heeft weer even contact met haar moeder. Helaas is deze tot dinsdag weg, op een trip of zoiets. Ik ben teleurgesteld. Dan zou alleen nog maar woensdag overblijven, want donderdag vertrekken we  naar Villavicencio. Commentaar van Carmen: “It is what it is!”
We zullen zien – één ding is zeker: Het was een heerlijke en superleuke dag! 

 

No hablamos Espanol 

Dat met de nachtrust ging hem dus niet worden. Na twee uur slaap was ik om 1 uur klaar om op te staan. Geheel volgens de Europeese tijd. Ik was totaal niet moe en kon met geen mogelijkheid meer in slaap vallen. Gelukkig hadden Cor en de kinderen wel goed geslapen.

Het ontbijt was slecht,  in ieder geval volgens Nederlandse begrippen.
Carmen moest nog het e.e.a. voor haar verdere reis regelen en Cor, Danilo en ik gingen weer op zoek naar een supermarkt. Die vonden we heel dicht bij het hotel. We smokkelden stokbrood, kaas en drinken mee onze hotelkamer in om het daar te veroberen. ’s middags nog een wandeling in de buurt gemaakt, want Carmen had nog helemaal niets van Bogota gezien.
Toen we zo gearmd over de straat liepen, vertelde Carmen mij dat  ze zich hier nou niet echt Colombiaans voelde. “Nee?” vroeg ik “Waarom dan niet?”. “Nou, kijk. Ik zie mezelf nooit lopen ofzo, dus ik merk niet eens, dat ik donkerder ben dan de meesten. Alleen als ik in de spiegel kijk. Dan denk ik: oh ja!”.
Daar zit wat in! Wat ik mij realiseerde was, dat ik in Nederland altijd met een getinte dochter op  straat loop, terwijl zij hier met haar blanke moeder loopt. 

We gingen in unicentro op zoek naar een pinautomaat van de citibank, want daar kun je het hoogste bedrag  pinnen en betaal je verhoudingsgewijs dus de laagste transactiekosten. We gingen naar de informatiebalie en stelden de standaard vraag: “Do you speak English?”. We kregen de standaard blik (Whaaaaa help!!!)   en het standaard antwoord: “No”. We probeerden het meisje met handen en voeten uit te leggen wat we bedoelden. Ze gaf in het Spaans antwoord. We keken haar hulpeloos aan. Er kwam weer een watervloed aan Spaanse woorden. We verstonden er geen snars van. Haar collega was met een andere klant klaar en werd naar  voren geschoven. Zo! Zij was er van af! Helaas kon deze ook geen Engels, dus dat schoot ook niet echt op. We zijn er niet uitgekomen en hebben uiteindelijk maar bij een  andere bankautomaat gepind. Daarna nog koffie/latte/ijskoffie gedronken en op de hotelkamer zitten chillen. Zoals jullie op de foto kunnen zien, krijgen we af en toe bezoek van een pokemon. Sterker nog! Het hotel is een pokestop en we kunnen dus liggend in bed  om de vijf minuten pokeballs pakken. Hoe gaaf is dat!!!
’s avonds in het hotel gegeten om vervolgens vroeg op bed te gaan.
Morgen moeten we vroeg op voor een hopelijk hele leuke trip.

Check check dubbelcheck 

Half zeven vanochtend: eindelijk is het zover! We rijden van huis om aan onze reis naar Colombia te beginnen. Ik heb slecht, heel slecht en weinig geslapen. Carmen was die avond daarvoor vertrokken en daar heb ik een paar uurtjes door wakker gelegen omdat het even leek, of ze het vliegtuig niet zou halen. Ik stresste hem als een gek!

Dan om 1 uur weer op de flightradar kijken… ja hoor! Ze was in de lucht. Daar ging ze! Toch duurde het nog even voordat ik slaap kon vatten en na luttele twee uurtjes slaap moesten we al weer op. Om kwart over zeven zou ze landen. Om acht uur hadden we een afspraak bij de parkeergarage in de buurt van schiphol. Volgens mijn berekeningen zou ze met uitchecken en al maar eventjes op ons hoeven te wachten. Maar we waren nog maar drie straten verder of daar kwam het appje al: we zijn geland! Uiteindelijk ontmoetten we haar rond negen uur in de vertrekhal van Schiphol, Geert, directeur van Adra, had haar nog even gezelschap gehouden. Lief! We hadden een zee van tijd, dus in alle rust wat gegeten en gedronken op een bankje en dan de bagage inchecken. Ik keek mijn ogen uit! Wat is dat allemaal veranderd zeg, vergeleken met vroeger! Gewicht en afmetingen waren okee, dus we konden verder naar de incheck van de handbagage. Ik had me goed geinformeerd over wat allemaal wel en niet mag, had twee schaartjes gemeten, want die mogen niet langer dan 6 cm zijn en ook met vloeistoffen rekening gehouden. Ik had er echter niet aan gedacht, dat de jongens ook hun handbagage hadden ingepakt…

Maar goed, we komen bij de incheck van de handbagage. Je moet  alle spullen in bakken op de band leggen, alle vloeistoffen eruit. De jongen die hielp was erg aardig, en netjes deden we het nodige. Daarna ging je een glazen hok in en moest je je armen optillen. De man die daar assisteerde gaf op snauwende toon commando’s en zijn vrouwelijke collega die daarna ging fouilleren was al helemaal een bitch in het kwadraat. Ik ergerde me er dood aan. Ik was aan de beurt, moest op de voetjes gaan staan met de armen in de lucht. Dat deed ik braaf. Maar er gebeurde nada. De kinderen moesten lachen: “Mama, nu nog niet!”. Oeps, okee. Ik wacht wel op het commando… Daar kwam de generaal al aan: “schoenen uit! jasje uit” snauwde hij mij toe. Ik keek verontwaardigd om mij heen. Waarom dat nou weer? Die vrouw voor mij had haar jasje ook nog aan en niemand, helemaal niemand had zijn schoenen uit moeten doen. Mijn aarzeling maakte hem ongeduldig. “schoenen uit en jasje uit!” snauwde hij nog snauweriger. De haren gingen me recht overeind staan. Ik droop weer af naar de lopende band om mijn schoenen en jasje aan de aardige jongeman te overhandigen. Ondertussen ging Carmen de cabine in om afgesnaauwd te worden. Ze stak haar ergernis niet onder stoelen of banken.Toen ging  weer het hokje in. Ik was al tamelijk opgefokt en op mijn sokken voelde ik me nu helemaal vernederd. Ik dacht: stik, ik ga het zeggen ook. Dus toen ik bij de bitch kwam en zij ook tegen mij begon te snauwen vroeg ik haar: “Moet dat zo onvriendelijk? Ik ben gewoon iemand die op vakantie gaat, hoor, geen boef ofzo”. Ze zette haar professionele handtastelijkheden voort: ” Het gaat om de veiligheid mevrouw!”. Ja, duh! dat snap ik, maar… “Ja, dat snap ik, maar moet dat dan zo onvriendelijk?”. Ze hield heel even in: “Ben ik onvriendelijk?”. “Ja, je bent heel onvriendelijk en hard.”  Ze was klaar met mij en zei daar niets meer op. Ik hoop, dat ze er iets mee doet. In ieder geval had ik mijn hart gelucht!

Daar kwam de handbagage weer aan. Die moest open en gecontroleerd. Waarom dat nou weer? Bij Cor zat een verboden schaartje in, die was hij dus kwijt en bij Danilo haargel, waar geen inhoud op het potje aangegeven stond, die was hij dus ook kwijt. En parfum! Van Calvin Klein! Gekregen van zijn vriendin! Ik kneep hem. De veiligheidsambtenaar bestuudeerde het flesje. “Deze mag mee”. Fieuw!!!

Na nog een check, waarbij we voor een scherm moesten gaan staan en ons paspoort scannen, waren we eindelijk door alle controles heen!
Nu nog wat flesjes water vullen en even naar de Starbucks en toen was het ook al tijd om te boarden. Wauw, dat vliegtuig! Als je 16 jaar lang niet op een intercontinentele vlucht bent geweest, weet je niet wat je meemaakt! Iedere stoel zijn eigen schermpje, waar je filmpjes kunt bekijken en muziek kunt beluisteren, waar je alle actuele vluchtgegevens kunt bekijken en de vlucht live kunt volgen. We hebben ons dan ook best vermaakt en ik wil niet zeggen, dat de tijd voorbijvloog, maar het viel toch reuze mee, die 10 uur. Grappig is, dat je bijna met de tijd meereist. De stand van de zon veranderd nauwelijks en het word dus niet donkerder. Terwijl het in Nederland al nacht was, toen we landden, was het in Bogota pas vier uur ’s middags.
Het uitchecken en bagage oppikken ging vlot. Daarna even pinnen en op zoek naar een taxi. Nou, daar hoef je niet naar op zoek! Je staat nog niet buiten of de taxichauffeurs komen op je afgevlogen. “Taxi?” – “Si”. Hoppa, daar gingen onze koffers al de taxi in. Een dame in  een uniform kwam aangestiefelt. Ze moest ons paspoort hebben, zei ze. Ho! Ho! Effe wachten. Dit is vreemd en ik wil eerst weten wat de prijs is. 65.000 pesos wilde de taxichauffeur voor de rit hebben, 25 dollar. De taxi was een prachtig personenbusje, dat wel, maar toch veel te duur. Volgens de taxi-app moest ik voor 10.000 pesos (ca. 3 euro) naar het hotel kunnen komen. “You don’t want?” – no, inderdaad, we don’t want. Hup koffers er weer uit. Dan moesten we een gele taxi hebben. Okee, die waren er ook genoeg. Geen twee stappen gezet. Weer drie mannen op ons af. “Taxi?”. Ja, we hebben een taxi nodig maar willen eerst weten hoe duur. Hij moet er 30.000 voor hebben. Nog teveel, maar goed, we zijn nu ook wel klaar met reizen en willen naar het hotel. Hij kijkt naar onze bagage, wij kijken naar zijn autootje. Nope – gaat niet lukken. Gerebbel onder elkaar in het Spaans – geen hout van te verstaan en in werkelijk no time staat er een grotere taxi klaar. 40.000 moet hij hebben. Okee dan maar. De koffers passen er maar net in en daar gaan we. Het is druk, heel druk, in de straten van Bogota. Oh ja, we herinneren ons weer. Crossen door de straten, alles door elkaar heen – taxi’s, auto’s, bussen, motors, fietsers – maakt allemaal niet uit. Rechts voor links – wat is dat? En waarom zou je strepen op straat hebben als het ook zonder kan? Je hebt toch een claxon? 56 minuten waren we onderweg en het was donker geworden toen we arriveerden. De koffers waren er haast al eerder uit dan wij, door twee mannen van het hotel die – zosnel ze de taxi spotten – toesnelden om de koffers en handbagage naar binnen te slepen. Verdorie, wat kunnen die Colombiaanen snel zijn!

Het hotel is netjes maar niet super luxe, naar ons idee niet de 4 sterren die ze pretenderen, maar het is super schoon en dat is toch heel belangrijk.

Carmen was helemaal op. Ze heeft binnen het etmaal drie continenten gehad. 6 uur vliegen van Gambia naar Nederland, 6 uur op Schiphol en 10 uur vliegen naar Colombia en dat na zilke enerverende en vermoeiende twee weken in Gambia. In de taxi viel ze al steeds in slaap. Door haar vermoeidheid totaal niet in staat om te genieten van de aankomst in Bogota, Danilo daarentegen destemeer. Hij lijkt alles in zich op te zuigen.

In het hotel sprong Carmen direct onder de douche en dook in bed. Cor, Danilo en ik liepen nog even naar het winkelcentrum om  daar wat water te kopen. De supermarkt is er niet meer. We liepen het centrum af, maar kwamen nergens meer een supermarkt tegen. Wel leuke winkeltjes. Cor en ik herkenden veel. We zijn hier toen heel vaak geweest. We hadden honger en besloten om te testen of de hamurger’s bij MacDonalds hier nog steeds lekkerder zijn dan in Nederland. En ja… ze kunnen de proef doorstaan! Het vlees is definitief beter. Terug in het hotel zochten we snel onze bedjes op voor hopelijk een goede nachtrust.

 

Montparnasse

wp-1468529683281.jpg14 juli is in Frankrijk een nationale feestdag met defilé bij de Arc de Triomph. Ik had het wel willen zien int echie, maar het leek Carmen toch best riskant, want als de IS een aanslag zou plegen, zou dit een uitstekende gelegeheid zijn, temeer, omdat de president er ook zou zijn, zo overtuigde ze mij. Dus we besloten om de parade in het hotel vanuit ons bed te bekijken. Carmen vond het geweldig, maar het is me nog niet duidelijk of dat kwam door het gebeuren op de tv of omdat ze dan steeds dieper haar bedje in kon kruipen om vervolgens gewoon dornroosje te spelen, terwijl ik verveeld op de klok bleef kijken. Om twaalf uur moesten we uitchecken, dus ik maakte haar om half twaalf wakker. We hadden alles al ingepakt, dus waren zó uitgecheckt en mochten onze koffers in de bagageruimte laten. Chill! Met lijn 13 naar de Montparnasse. In de metro was het ongewoon rustig. Logisch! Iedereen natuurlijk vrij. Ook bij de Montparnasse toren waren nauwelijks mensen. Geen rij voor de kassa. Super! De mensen voor ons hadden al tickets. Zij mochten via een andere route. “Wij hebben geen kaartje, wij moeten nog kopen”, zei ik tegen de meneer bij de ingang. “Nee,”, antwoorde hij met een stalen gezicht “dat kan niet.”. Ik keek beteuterd. Hij grinnikte: “Just kidding” troostte hij.  “Where’re you from?” “Holland” gaven wij tot antwoord. Dan, natuurlijk,  de standaard volgende vraag: “Amsterdam?” “No..”, nog voor we verdere uitleg konden geven, oppperde hij: “Rotterdam!”. We schudden van nee. Hij keek teleurgesteld. “We live on the other side of the country” legde Carmen uit. Hij keek alsof dat niet meetelde. Blijkbaar denkt men in het buitenland, dat alle Nederlanders in Amsterdam of Rotterdam wonen. Hij wenste ons een goed verblijf en we stapten de lift in, die ons in een razendsnel tempo naar de 56e verdieping bracht. Al naar enkele seconden voelden we de druk op onze oren. Toen we de top van 200 meter bereikt hadden en de lift uitstapten maakte mijn hart een klein gelukssprongetje bij het adembenemende uitzicht over Parijs. Carmens hart sprong ook op en ook háár adem stokte, maar dat was meer uit hoogtevrees dan uit enthousiasme. 2016-07-14 13.25.11 (2)Terwijl ik me naar het raam, dat helemaal rondom de toren liep, haastte, moest Carmen al haar moed bijeen rapen om me te volgen. We liepen helemaal rond. Dat vergde van Carmen toch enige zelfoverwinning. Maar – die hard als ze is – dwong ze zich er zelf toch toe. “Carmen, zullen we eens kijken, waar we gisteren gegeten hebben?” Ik richtte mijn blik stijl naar beneden. “Ga alsjebliéf weg, mam! Weet je hoe eng dít al voor mij is?” Okee, blijkbaar was dit toch wel iets te veel gevraagd. Terwijl we in het restaurant daar een kop chocolademelk dronken, probeerde ze met een wit gezichtje weer bij te komen.

Toen was het met de rust voorbij, want de onvermijdelijke Chinezen rukten weer op. Nog even helemaal boven op het terras gekeken en daarna weer naar beneden. Nog even op de Champs Elysee uitgestapt om daar een stuk te lopen. Er reden daarn nu geen auto’s i.v.m. de feestdag en het was er prachtig versierd. We liepen nu op de plek, die we zostraks nog vanuit ons bed hadden bekeken. Gaaf om midden op die mega grote straat te lopen met vrij uitzicht op de Arc de Triomph aan de éne kant en het reuzerad aan de andere kant van de straat. Nog wat souvenirtjes gekocht en, terug naar het hotel om onze koffers op te halen en richting station te vertrekken. Bij de overstap van de metro op de RER-trein, twijfelden we even welke trein we moesten hebben, maar dankzij de hulp van een aardige monsieur, die vroeg waar wij heen wilden en ons het juiste perron wees, haalden we nog nét de trein. Bij het station in een snackbar nog wat gegeten (snackend snakten we naar normaal eten!).en dan in de razendsnelle Thalys weer richting huis. De trein vertrok om half zes en we kwamen om tien over half negen in Amsterdam aan. Om 20.59 zou de trein naar Arnhem vanaf spoor 5 vertrekken, maar we moesten eerst nog plassen en een treinkaartje kopen, dus toen de Thalys arriveerde, sprongen we als één van de eersten uit de trein, sjeesden met onze trollys naar de ticketautomaat en daarna naar de wc, wat een nogal onhandige onderneming is, want je moet het voor elkaar zien te krijgen om met die trolly door dat draaiding te komen. Je moet hem namelijk precies in een goede hoek houden om hem eronder door te krijgen. Zul je denken: waarom gingen jullie niet om en om? Nou, daar was dus geen tijd voor. Dus trolly ging gezellig mee op de plee. Vervolgens weer onder dat draaiding door om snel met de roltrap naar spoor 5 te spurten. Het was natuurlijk zaak om met de koffers zo veel mogelijk de trappen te vermijden en roltrappen te pakken. Boven aangekomen, was het perron uitgestorven. Op het bord stond, dat de trein pas 21.29 zou vertrekken. Verdorie! Hoe kan dan nou? Over de luidspreker hoorden we een stem zeggen, dat de trein naar Nijmegen via blablabla en Arnhem vanaf spoor 7 zou vertrekken. Wij snel weer met onze koffers roltrap af, snel andere roltrap weer op om nét op tijd in de trein naar Arnhem neer te ploffen. Pfffff!
Genietend van de Nederlandse en zelfs Achterhoekse stemmen en de vertrouwde omgeving naderden we het thuishonk.
Twee jongens hadden hun station gemist, deelde de conductrice via de intercom mee. Zij mochten even de microfoon kapen om “hit the road jack” te zingen. Wij moesten lachen, zoiets kan ook alleen in Nederland!

Crêpes, wijn en een nachtelijk huwelijksaanzoek

Vanaf dat we in Parijs waren, hadden we ons elke keer voorgenomen om “Paris by night” te gaan ervaren, maar omdat we elke avond zo moe waren, was het er nooit van gekomen. Dit was de laatste avond, het was nu of nooit! We besloten om eerst in het hotel wat uit te rusten en dan wat later te  gaan eten. Misschien nog de Montparnasse toren op, het leek ons wel gaaf om Parijs van boven af in het donker te bewonderen. We namen dus de metro naar Montparnasse en gingen daar in een restaurant een lekkere salade eten. Helaas was het al te laat om nog de toren op te gaan. Nou, dan moest dat  maar tot morgen wachten. We namen weer de metro naar de Champs Elysee en liepen door de mooie beroemde laan langs de chique winkels naar de Arc de Triomph. Een breakdancer liet zijn  kunnen zien. Dat hadden wij nog wel beter gekund, conludeerden wij.  We  liepen weer richting “onze metro”. Maar de poten deden ons zeer, we waren er een beetje klaar mee en stapten 1 metrostation eerder op. Bij het plein met uitzicht op de Eifeltoren stapten we uit. Het straatleven in Parijs draaide nog op volle toeren, met die uitzondering, dat de mensen tamelijk aangeschoten begonnen te worden, een groot aantal in ieder geval. Carmen trakteerde me op een foute crêpe. Fout, omdat hij momenteel niet in mijn dieet past. Naja, eigenlijk past hij denk ik nooit in geen enkel dieet, tenzij je dik moet worden, maar goed, daar gaat het nu niet om, er zat nutella op en hij was heerlijk. We klommen op een muurtje, wat ik best eng vond, want  mijn gevoel voor evenwicht was door vermoeidheid, nieuwe lenzen, het metroreizen en last van mijn enkels tamelijk naar de mallemoten, maar het uitzicht op de verlichte eifeltoren was het meer dan waard. Na daar even te hebben gezeten klom ik eraf om me toch nog een veel te dure mini-eifeltoren aan te laten smeren. We wandelden richting Eifeltoren. De mensen raakten steeds meer aangeschoten en joliger, bijna op ieder bankje zaten wel wat jonge lui bier of wijn te drinken. We kwamen langs een leeg bankje, dat schreeuwde om bezet te worden door twee Nederlandse dames met een flesje wijn (een kleintje hoor, om precies te zijn één van 0,25 l, niet dat jullie verkeerde dingen van ons gaan denken!). Terwijl we daar zo zaten kwamen twee jonge mannen, die duidelijk beschonken waren, aanlopen. De ene kwam naast ons zitten en begon een heel verhaal af te steken, het leek wel een waterval.Onze franskennis  was bij lange na niet goed genoeg om er ook maar iets van te kunnen maken. Bovendien waren we op onze hoede, was dit een truc, wilden ze ons beroven?  Als ik Engels zou gaan praten zou hij wel afdruipen, hoopte ik “I don’t speak french” Hij was dol enthousiast: “Oh!!  I speak english!” riep hij blij. “You are mother and uh… daughter?” Hij twijfelde over de correctheid van het laatste woord. Ik beaamde het. Hij lachte blij: “I want to marry your daughter!” Okeeeee dan! Hm, laat me eens nadenken, wat zal ik daarop eens antwoorden?  “No”. Ik keek Carmen vragend aan – nee toch? “No” antwoordde ze  braaf. We vermoedden nog steeds dat het een truc was. “I have a million dollar!” Wij knikten van nee. “Not good?”  – “No, not good!”  Zijn vriend waagde ook een poging: of ze dan wel met hem wilde trouwen? Ondertussen kwam er nog een meisje bijstaan  en overhandigde huwelijkskandidaat nummer 1 een jas. Okee, dit was vast en zeker  een truc: Zij moest onze aandacht afleiden en dan zouden de beide jongens onze rugzakjes zien te bemachtigen. Ik drukte mijn rugzakje steviger tegen me aan. Carmen bedankte ook voor kandidaat nummer twee, waarop de jongens sportief hun schouders ophaalden, ons een high five gaven en vriendelijk groetend afscheid van ons namen. We leegden ons flesje wijn en vervolgden onze weg richting eifeltoren. Deze veranderde constant van kleur en/of motief en Carmen wilde persé van elke kleur een foto maken. Het was inmiddels kwart voor één, ik was klaar met de eifeltoren en zijn wisselende kleurtjes en motiefjes en het was sowieso tijd om weer richting hotel te gaan, want de laatste metro reed om half twee. Vanaf de halte dan nog 10 minuten lopen en we waren weer “thuis”, waar we eindelijk heerlijk in ons bedje konden ploffen. 

Louvre

Niet zo vreemd,  dat wij inmiddels ’s nachts slapen als een roos. We leggen heel wat afstanden te voet af. Vandaag ook weer heel wat gelopen. We zijn namelijk naar het Louvre  geweest en dat is zo immens groot. Er was ook hier weer een redelijk lange rij voor de ingang. We sloten maar weer aan. Maar daar kon Carmen zich niet bij neerleggen. Sherlock als zij is ging ze op onderzoek uit. “Mama!” ze wees  met haar vinger naar mij. “Jij blijft hier, ik ga kijken of er een snellere weg is!” “Jawohl Chef!”. Even later kwam ze terug en zwaaide met haar mobiel onder mijn neus, waarop een foto stond met een bordje voor mensen, die al een ticket hadden. Super, Carmi! We liepen snel de kant op, waar ze het bord had gezien. Het was daar echter opvallend rustig. Het bordje was miezerig klein en het leidde nergens heen. Fout spoor, Sherlock! Wij  weer terug en weer achter in de rij aangesloten.  Gelukkig viel het wachten allemaal wel mee, want iedereen had al een kaartje, dus slechts een kwestie van scannen. Eenmaal binnen bekeken we eerst de Griekse sculpturen en daarna de Franse, Nederlandse en Vlaamse schilderkunst. Prachtig! Hoewel er  ontzettend veel bezokers waren, zoals we aan de rij bij  de ingang hadden kunnen zien, was er in die ruimten toch vrij weinig van te bespeuren. We hadden ieders een audio-gids in de vorm van een nintendo ds 3d en dat was super fijn en erg interessant. Bij de schilderijen even uit elkaar gegaan, omdat we hier iets verschillende smaken hebben. Dan een appje van Carmen: “Mams, waar ben je? In 15 is een indrukwekkend schilderij!”  “Ik ben in 12, kom naar je toe”. Natuurlijk liep ik weer de verkeerde kant op. Toen ik in zaal 7 was had ik het door en liep weer terug. Appje van Carmen: “Duurt laaanngg…”, ja, ja ben er bijna. Alleen – in zaal 15 was geen Carmen te bekennen. “Ik ben in 15 maar jij bent er niet”. Bleek, dat  zij in een andere afdeling was… Het schilderij dat zij had gezien, was een reusachtig groot portret van een koningin, dat ook voor mij ging leven, toen ik de uitleg hoorde.


Daarna samen naar de Egyptische afdeling geweest. Daar zijn we best lang verbleven. Super interessant! Tussendoor  onze meegebrachte lunch  gegeten en aan het einde dan natuurlijk nog even naar de Mona Lisa. Die was niet moeilijk te vinden: Volg gewoon de mensenmassa! Niet normaal wat een volk! Het leek wel alsof mensen alleen voor de Mona Lisa kwamen. Je kon er haast niet bijkomen, omdat het zo druk was. Iedereen drong naar voren om door middel van een selfie samen met Mona op de foto te kunnen. En ze bleef maar lachen! Een jonge man voor ons kon maar niet stoppen met foto’s maken. Ik denk dat hij wel 50 dezelfde heeft gemaakt. Het lukte ons heel even om  voorraan te komen en ook een selfie te maken, toen werd er een touw weggehaald, zodat iedereen die vóór stond kon ontsnappen en je niet door de meute weer terug moest. Ik moet sowieso wel zeggen, dat het navigeren vandaag feilloos verliep. Áls er iets mis ging was het overduidelijk een fout van de nintendo ds. Zo was het bijna onmogelijk om bij het restaurant te komen, de uitgang te vinden of boven op het voorplein van het Louvre te komen. Maar dan kun je altijd nog heel vriendelijk één van de  vele personeelsleden aanspreken. Sinds Carmen erachter is dat de meesten ook Engels spreken, word ik niet constant meer  naar voren geschoven om mensen aan te spreken. Helaas word je niet altijd even vriendelijk te woord gestaan, wat bij  mijn dochter verontwaardiging oproept: “Dat snap  ik niet, dan vraagt iemand je iets heel aardig en geef je zo’n chagrijnig antwoord!” blubberde ze naast mij. 
Na 5 uur in het grootste museum van de wereld rondgelopen te hebben, waren we uitgeput en gingen nog even voor het Louvre in het zonnetje zitten,  om daarna weer richting hotel te gaan. Ff bij onze Turkse buurman langs,  die naast de Italiaan zit, om een patatje mee naar de hotelkamer te smokkelen, want de maag hing ons op de schoenen. 

Versailles 


Vandaag naar Versailles geweest.  Eerst met de metro, die was giga druk, niet te filmen – letterlijk en figuurlijk, want je kon je mobiel  niet pakken, zo geklemd stond je. Voor mij weer aanleiding om opvliegers te krijgen wat het er niet bepaald beter op maakte. In de trein,  die we daarna moesten hebben, was het gelukkig minder druk en konden we wel zitten. We voelden ons “lichtelijk” geirriteerd door een aantal muziekanten, die meenden, de passagiers met knetterharde muziek te moeten vermaken en daarvoor ook nog geld te kunnen vangen. Ze speelde  zo hard,  dat verschillende mensen, waaronder ook Carmen, de vingers in hun oren stopten. Een oud vrouwtje stond in de hoek geklemd, terwijl ze zich de oren dichthield en voelde zich zichtbaar verlost toen ze uit moest stappen.   

In Versailles aangekomen was de rij met wachtenden nogal een teleurstelling.  De rij slingerde over het plein van Versailles. Megalang en megademotiverend!!! We besloten eerst de tuinen te bezoeken, daar kon je zo in. Het was prachtig weer en we maakten een mooie wandeling.  Het is daar zó  groot dat je kilometers kunt lopen.  De fontein die op de maat van de muziek spoot vonden we het indrukwekkendst. Na die wandeling maar es kijken of de rij met wachtenden geslonken was.  Het was inmiddels kwart voor één. De rij was er nog en nauwelijks minder lang.  Een uur en een kwartier hebben we staan wachten, voordat we naar binnen konden. Gezien de lengte van de rij viel dat  nog wel mee. Maar het wachten in de rij hebben we niet onbenut voorbij  laten gaan. Mijn vlijtige dochter had namelijk Spaanse woordjes meegenomen om te  leren. En zo is onze  Spaanse woordenschat met 20 woordjes aangevuld! Ondertussen ook even contact gehad met Carmen’s tia (dat is Spaans voor “tante”), omtrent de  uitspraak van  een  aantal woorden. We hadden ook  de mensen achter ons in de  rij kunnen vragen, want zij waren spaanstalig en duidelijk geamuseerd over onze Spaans-pogingen.
Ook binnen stikte het natuurlijk van de mensen en aangezien ik niet van drukke plekken hou, was dit enigszins een afknapper. Maar wat een pracht en praal!  Vooral de spiegelzaal  was schitterend!

De terugweg ging vlot. We besloten om naar de Eifeltoren te gaan,  daar wat te eten en nog wat van het uitzicht te genieten. Het was heerlijk weer. We verbaasden ons over de hoeveelheid verkopers, die allemaal sleutelhangers met eifeltorens verkochten. Als je ook maar een blik  van een miliseconde  op hun koopwaar wierp klampen ze je aan: “5 pieces 1 euro” –  “no, merci”. Achtervolging “6 pieces 1 euro”. Het  is geen geld, maar wat moet ik in vredesnaam met 6 eifeltorens? En kun je je onpraktischere sleutelhangers voorstellen, dan eifeltorens? Het lukte ons om de verkoper af te schudden. We vonden het toch wel heel goedkoop. Hadden we het dan toch moeten doen? Hoppa, daar hadden we weer een verkoper achter ons  aan.Kunnen die lui Nederlands? Of voelen ze gewoon aan onze aura, dat we twijfelen? “7 pieces 1 euro!”. 7 eifeltorens – zeven! Als ik nou een kinderfeestje had! We vervolgden onze wandeling, zaten nog te chillen in de zon en pakten toen weer de metro richting hotel om daar nog een duik in het  zwembad en de jacuzzi te  nemen en nog een wijntje te nuttigen op onze hotelkamer.