Nous sommes des parisiennes 

We hadden inderdaad heel slecht geslapen, ik voelde me de hele nacht hyper en had haast geen oog dichtgedaan. Na het ontbijt gingen we richting metro en besloten om een andere route dan gisteren te nemen om onze navigatie skills, die bij ons beiden zeer te wensen overlaten, te verbeteren. Tot onzer eigen verbazing gingen we in één keer goed! Bij de metro was het nu zaak om een kaartje te kopen, waar we alle dagen op alle soorten ov konden reizen.Daarvoor moesten we naar het postkantoor om een kopie van ons id te maken, want we zouden een heuse ov-kaart krijgen en daarvoor hadden we een foto nodig. Nadat dat geregeld was en we het poortje naar de metro geopend hadden door onze pasjes te scannen, voelden we ons echte parisiennes! 

Met de metro naar de Champs Elyssees en daar op zoek  naar een halte voor de hop on hop off bus. Nergens te vinden. De Champs Elyssees afgelopen tot aan de Arc de Triomph, daar zagen we een bus rijden  en bij  een halte stoppen. Ernaartoe, maar hij kwam  en kwam maar niet, dus zijn we maar op een bankje bij  de Arc de Triomph gaan zitten wachten, wel driekwartier. We doorliepen verschillende fases van verveeldheid, ongeduld, boosheid en de beslistheid om eigenwijs vol te houden, kaartjes waren immers al gekocht. Gegeven ogenblik raapte een vrouw iets voor ons op. Het was een gouden ring. Ze kwam naar ons toe om te vragen, of hij van ons was.  Nee, die was niet van ons. Ze wilde hem ons geven. Nee, merci, ik hoef hem niet!  Wtf, dacht ik: jij hebt hem gevonden! Nee, ze stond erop dat ik hem nam, voor “good luck”. Pffff, ik hoef dat ding niet. Nou okee, dacht ik, dan leg ik hem hier wel  op de bank neer, misschien kwam de eigenaar nog terug. De vrouw liep verder, maar bedacht zich toen. Of we haar wat geld konden geven voor eten. Ooooooh!!! Op die fiets! Nee, zei ik, en wilde haar de ring teruggeven. Ze bleef aandringen, maar ik maakte maar duidelijk dat ze geen cent van me zou krijgen, al ging ze op de kop staan. Toen droop ze af. Later zagen we dat ze met z’n tweeen werkten. Plotseling voelden wij ons toch niet meer zulke “parisiennes”. Dat was dus het incident met de ring en eigenlijk ook wel weer een hele interessante afleiding. Eindelijk kwam de bus, overvol,  en we mochten bijna niet mee. Maar omdat een Amerikaanse begon aan te dringen, want ook zij hadden al een half uur gewacht, mocht iedereen toch mee, waardoor we als sardientjes in een blik in die bus stonden. Tamelijk teleurstellend voor 33  euro de man! Gelukkig stapten bij de eerste halte bij de Eifeltoren een hele bups mensen uit. Wij op de trap staan, zodat onze koppen er  juist uitstaken en we van de frisse lucht konden genieten en de Eifeltoren van alle kanten konden bewonderen. Ik vond hem prachtig en indrukwekkend!  Gegegeven ogenblik stapten er  weer mensen uit en konden wij bovenin gaan zitten. We genoten  in volle teugen om met het heerlijke weer in die  open bus  door Parijs heen te cheezen. Na een aantal haltes  moesten we in een andere bus overstappen, gelukkig waren ook daar  nog net twee plaatsen voor ons. De tocht  werd voortgezet. Bij de Notre Dame stapten we uit, om daar op een terassje met uitzicht op de Notre Dame te lunchen en even op het plein vóór de Notre Dame rond te hangen. Er waren daar kleine vogeltjes, die op je hand kwamen vliegen als je  een stukje brood voorhield en het stikte er van de duiven. Plotseling verstoorden een aantal straaljagers het vredige tafereel en de duiven vlogen panisch op. Het was een mega grote zwerm die de lucht boven ons donke kleurde. De  zwerm cirkelde één keer boven het plein rond en zeeg weer neer. Dit tafereel herhaalde zich nog herhaaldelijk, want er bleven straaljagers en andere militaire toestellen overvliegen in regelmatige afstanden. We vroegen ons af, wat dat was. 

We  vervolgden onze weg langs kraamtjes aan  de Seine en gingen toen weer verder met de bus naar de Jardin des Plantes.We hadden behoefte aan wat groen om onze longen wat op adem te laten komen en de hektiek en de stank van de grote stad te ontvluchten. Daar heerlijk rondgewandeld en onze longen  weer  met schone lucht gevuld. Het park was in de achtiende eeuw aangelegd en er stond  nog een oude eik uit 1734! Wat een oude bigass tree! 
We  waren inmiddels  doodmoe, dus sprongen weer op de volgende bus, die we net nog te pakken kregen. Terug bij de Notre Dame was het wel even (1 uur, hm…misschien toch nog wat aan onze navigatie skills doen?  :/) zoeken naar een metro, die ons terug zou brengen naar de Champs Elysees,  waar we een restaurant wilden opzoeken. Daar aangekomen besloten we toch maar om bij onze buurman, de Italiaan, een hapje te gaan eten,  zodat we na het eten snel thuis zouden zijn en nog een plons in het zwembad en de jacuzzi konden nemen om lekker te ontspannen naar die vermoeiende dag. Aldus geschiedde. En nu: Lekker vroeg  naar bed want we zijn doodmoe.

Reis naar Parijs

We waren ruim op tijd op Amsterdam Centraal. En dat was fijn, want zo konden we ons eerst nog in de Zen-toestand zetten, lekker  in het zonnetje aan de Ij. De Thalys was chill, alleen was er een ongeluk tussen Antwerpen  en Brussel gebeurd, zodat we in Anwerpen 50 minuten stilstonden.We mochten eruit, dus  Carmen ging wat eten en thee halen op het station. Je mocht ook een gratis flesje water ophalen bij de Thalysbar. Die  taak nam ik op mij.  En – navigatiewonder dat ik ben – presteerde ik het om zelfs in een trein te verdwalen op zoek naar de wagon met de bar. Ik loop de verkeerde kant op, door de halve trein, wurm me langs koffers en mensen, die gewoon ook niet bereid zijn om maar een stap aan de kant te gaan en kom uiteindelijk bij de lok uit, stap uit en realiseer me dat ik ook gewoon via het perron had kunnen lopen. Lekker snugger bezig, Manon! Dus nu buitenom terug tot ik de wagon met de bar zie. Twee flesjes water gepakt en weer terug naar treinstel 16, waarwij onze plaatsen hebben. Daar naar binnen maar loop weer de verkeerde kant op (hoe bont kun je het maken?), wat ik op dat moment niet door heb, zodat ik total ontredderd constateer, dat er vreemden op onze plekken zitten. Weer eruit zie ik dat dit treinstel 15 is. Nog een keer treinstel 16 in en nu heel slim de andere kant op. Jahoor, daar zit ze. Na 50 min gaat de reis verder met horten en stoten en gedeeltelijk maar met 20 km/h. 75 min vertraging inmiddels. In totaal kwamen we anderhalf uur later in Parijs aan. 

Het station uitkomen was ook nog even een dingetje. We moesten door poortjes heen en zagen iedereen kaartjes scannen of in een gleufje stoppen, waarnaar het poortje zich openende. Wij onze papieren voucheur scannen – niets! Hulpeloos keken we om ons heen. Wie  konden we om hulp vragen? En in welke taal? We liepen verschillende kanten op in de hoop op  redding – een info-balie, treinpersoneel, maar niets! Weer terug naar de poortjes en spieken hoe mensen dat nou precies deden. Gegeven ogenblik kwamen er twee dames aanlopen, die ik Nederlands hoorde praten. Ik schoot ze snel aan. “Ja, maar dit is ook de ingang naar de metro! Je moet eerste  een metro-kaartje bij de automaat kopen!” Oooooh! Wij dus aansluiten bij de rij bij de automaat. Toen we eindelijk aan de beurt waren, hadden we geen flauw idee, wat voor kaartje we moesten kopen. Achter ons stonden twee Franse dames, die zeer behulpzaam waren en ons hielpen het juiste kaartje te kiezen.

Eindelijk konden we door de poortjes! We moesten vervolgens drie verschillende lijnen  nemen en de koffers trappen  op en trappen afslepen, in overvolle metro, want het was spitsuur en finale EK Frankrijk-Portugal, dus de metro’s zaten bomvol met o.a. jolige voetbalfanaten. Uiteindelijk moesten we nog 10 minuten lopen naar ons Hotel. Het is een net hotel, kleine kamer maar wel gezellig, met airco, wat heerlijk is, want het is heet. In een niet echt geweldige wijk, wat ook wel weer wat heeft. Na ons opgefrist te hebben zijn we een vieze doner wezen eten, in een kebap-zaak, twee huizen van ons hotel vandaan en dan weer terug om in de lounge de westrijd te kijken. Na de eerste helft besloten we om de tweede helft in bed te gaan kijken, want we waren best wel moe. Het belooft een onrustige nacht te worden, want je hoort constant getoeter… wtf.. gekke Fransozen! Jullie hebben verloren!

Jaarafsluiting

Één van de leuke dingen van werken in het onderwijs is het feit, dat je met al je collega’s tegelijk vakantie krijgt en niet zoals bij de meeste banen, de één met vakantie gaat, terwijl de ander op werk moet blijven en vaak nog dubbel zo druk is. De jaarafsluiting is dus een heel gezellig en leuk gebeuren, waarbij je samen kunt vieren, dat je vakantie hebt.

Bij ons wordt het jaar altijd met een leuke acitivteit en een lunch afgesloten. Deze keer was het een fietstocht op een tandem. De uitleg van het geheel ging nogal moeizaam, omdat docenten nog erger zijn dan studenten en er constant tussendoor gekletst werd. Zodra het woord “tandem” gevallen was, werd er gelijk opgewonden overlegd wie met wie zou fietsen.
Ik weet niet of jullie wel eens op een tandem gezeten hebben, ik nog nooit en dat was dus wel even wennen. Ik ging achter en mijn collega voorop. Zij stuurde dus. Ik had wel een stuur, maar kon niets doen. Da’s best eng, want je hebt dus helemaal geen invloed op de richting of wat dan ook en als zij gevaarlijke capriolen uithaalt, dan ben je dus machteloos, je gaat gewoon mee en kunt niks doen, tenzij je haar een klap om de oren geeft, maar dat heb ik maar gelaten. Dan kun je ook nog niet remmen, als je achter zit en je trappers gaan gewoon met de trappers van de voorman/voorvrouw mee. Je bent volkomen overgeleverd aan je co-piloot. Het moeilijkst is het opstappen. De start was dan ook een fiasco, want we wilden als team een beetje bij elkaar blijven en begonnen dus tegelijk te fietsen, wat wilde slingerpartijen, onvermijdelijke bijna-botsingen en hysterische gil-sonades tot gevolg had. Het leek wel of we in de achtbaan zaten! Toen we eenmaal op de 2e Loolaan zaten, begon het een beetje te wennen en langzaam aan ging het steeds beter, zodat er ook ruimte was om te kletsen. Zo ging de tocht bij de Kruisberg het bos in richting Hummelo en weer via de dijk naar Doetinchem terug. Daar – op de dijk – zagen we een aantal ooievaars, waarover mijn co-pilote even heel lyrisch werd. We kwamen tot de conclusie dat de ooievaar een soort van symbool staat voor de generatie-kloof: terwijl de leden van de x-generatie bijna in zwijm vielen bij het zien van de prachtige zeldzame vogels had de y-generatie meer zoiets van: “was dat voor beest?” of konden hooguit hun schouders ophalen.

Uiteindelijk kwamen we bij de wijngaard van een van onze collega’s aan (Wijngaard duetinghem 838), een prachtige lokatie, waar wijn, bier en een heerlijke lunch klaar stonden en we bij konden komen van de (in)spannende rit. Die wijn en dat bier – ahum – hakte er bij een aantal nogal in, wat de terugtocht naar de Maria Montessorilaan, onze startlokatie, nog gevaarlijker en hilarischer maakte. Sommige collega’s keken al aardig loederig uit de ogen, terwijl het  pas 14.00 uur was! Hee guys! We hebben nog all day long te gaan! Dit belooft nog wat!

Na dit officiële gedeelte met ons team op eigen fietsen naar de stad om het feest bij Paddy’s voort te zetten. Het weer liet het nét toe om buiten te zitten en al snel gaf de serveerster het op om biertjes aan te slepen en zette gewoon twee grote kannen bier op tafel. De kring werd steeds groter en nam steeds creatievere vormen aan, doordat er steeds meer collega’s binnen kwamen druppelen, zodat we maar besloten om naar binnen te gaan.

Ongelooflijk, dat we gegeven ogenblik weg moesten, maar ’t is echt zo: we werden verzocht om te vertrekken, ik geloof dat er gereserveerd was ofzo. Naja, het was toch bijna etenstijd. Eerst even nog naar “de borrel” voor een drankje en (naar ik hoopte) voor een dansje. Maar nee, er werd van die k**Nederlandse muziek gedraaid, die iedereen geweldig schijnt te vinden behalve ik. 😑

Tegen de tijd dat de betere muziek gedraaid werd en ik eindelijk kon gaan dansen, hadden de dames en heren collega’s besloten, dat het nu toch wel tijd was om een hapje te gaan eten. Okee – best- whatever – mijn tijd komt nog wel.
Naar Hendrixen om een hapje te eten, ook weer op het terrasje, het weer knapte op. Daarna naar Moscow en – ja – er zijn collega’s, als die zien, dat er in een tent de mogelijkheid is om karaoke te doen.. dan zijn die niet te stoppen. Dan MOET er karaoke gedaan worden. Met smekende blikken wordt de barkeeper overgehaald om het geheel op te starten – hij vindt  het allang leuk en geniet in volle teugen van ons gekraai.
Jammer van – wederom – het hoog gehalte aan Nederlandstalige liedjes (pfffff generatie Y!) – of misschien wel eerder jammer, dat ik daar niet zo van kan genieten. Waar ik wél van kon genieten is het feit dat ons kuikentje stagiaire er zo op los kan gaan en ik stond met klapperende oortjes en open mond me te verbazen dat kuikentje gewoon ook ALLE!!! teksten uit haar hoofd kent. Gelukkig tussendoor ook jaren 70 muziek, waarop  ik me dansend en zingend uit kon leven. Tja, en toen kwam er een einde aan de avond. Een ieder ging zijn thuishol weer opzoeken op een enkele  uitzondering na…

Lieve collega’s en feestbeesten! Het was een geweldig jaar! Heb nu al weer zin in het nieuwe schooljaar! We gaan er iets moois van maken, maar nu eerst…. VAKANTIE!!!!! … Yeah!!! Heel veel plezier, fijne vakantie en tot in augustus!!! xxx

 

 

Slikken, spuiten en weer een fase afsluiten

Diploma-uitreiking. Ludger College half acht. Maar vóór die tijd nog even inentingen halen bij de GGD. Carmen had haar inentingen al gehad, dus gingen Cor, Danilo en ik vol uitgedost met z’n drieën, om daarna gelijk door te kunnen naar het Ludger College. Raar gespan zo in de nette kleren een prikje komen halen, Lees verder

Who the … is [Ellis]?

PhotoGrid_1466719507280
Ik ben vanavond even langs Ellis geweest. Voor een handtekening. Ellis kende ik vanmorgen nog niet. Nu wel. Zullen jullie denken: Who the fuck is Ellis? Zal ik jullie vertellen.
Nietsvermoedend sta ik vanochtend met de auto voor een stoplicht te wachten en in ene keer gaat er een schok door de auto heen. Ken je dat? Lees verder

Geslaagd

PhotoGrid_1466089068935Als ze tussen half vier en vier uur NIET gebeld zou worden, zou ze geslaagd zijn.
Vandaag een normale werkdag. Nou ja, normaal.. Geen lessen, dus dingetjes regelen en toetsen nakijken. Schrijftoetsen. Van zes klassen. Word je niet echt vrolijk van. Maar goed. Er zijn ergere dingen. Zoals straks misschien te horen krijgen dat je dochter niet geslaagd is. Ik hoefde om half vier niet thuis te zijn, want ze ging naar haar vriendin toe. Okee. Prima.
Op school bleken er een aantal lotgenoten te zijn, die evenzeer als ik bibberend op de uitslag zaten te wachten.
Dan om half 1 al het eerste appje van een kennis. Haar zoon was geslaagd. Huh? Hoezo wist zij dat al? Okee, wauw, super! Carmen dan? Nee, van Carmen weten we nog niets. De lotgenoten verlieten peu à peu de teamkamer om naar huis te gaan, vóór die tijd nog effe een lekker taartje kopend. Hè bah en ik heb weer zo’n dochter van: “nee mama, je hoeft niet thuis te blijven hoor!”. Niet meer zo prima eigenlijk. De eerste appjes komen binnen van mensen wiens kinderen geslaagd zijn. Gatverdamme. Naja, super voor hun, maar het wachten wordt nu toch wel héél spannend. Het toetsen nakijken wil niet echt meer vlotten. Half drie. Appje van dochterlief: “Ben jij om half vier thuis?” Yeesss!!! “Ja, als jij dan ook thuis bent!”. “Ik ben thuis als jij thuis bent”. “Okee. Kom eraan”. Yippie! Snel spullen inpakken, die toetsen moeten dan maar tot het weekend wachten. Nog even langs de Albert Heijn. Voor het avondeten. Ik sta aan de kassa en heb net afgerekend, zegt de jongen achter mij  tegen de kassiere: “Krijgen geslaagden ook korting?”. Ik draai me naar hem om en zeg quasi-gefrustreerd: “Ik word helemaal niet goed van al die mensen die geslaagd zijn! En ik maar wachten en wachten…” De jongen kijkt me vanonder zijn pet aan “Voor Danilo?”… Huh? “Ken jij Danilo?”. “Ik ben Benjamin!” Goh! Had ik echt niet herkend! Klasgenootje van mijn zoon van de basisschool. Ik schud hem de hand. “Gefeliciteerd, Benjamin! Goed zeg!”. Hij was al om twee uur gebeld.
Nu maar snel naar huis. Daar zit ze te wachten samen met een vriendin. Voor de TV. Kijkend naar een film.De vriendin verdwijnt tegen drie uur. Ik ga maar gewoon eten voorbereiden. Wat moet je anders? Worteltjes schrapen, broccoli in roosjes snijden en wassen… Ik doe alsof ik chill ben, maar ik ben echt nerveus. Zij nog veel nerveuser. Dan -iets voor half vier: een yel. Van haar. “Ik ben geslaagd!” “Niet!” “Wel!” “Hoe dan?”. Ze had een appje van een klasgenote. Ik vertrouw het voor geen meter. Hoezo klasgenote? Wat is dat nou weer voor een onbetrouwbare informatiebron? Maar naar bleek, zou de mentor die klasgenote appen als hij iedereen had gebeld die niet geslaagd was. Dat was afgesproken. Het was dus echt! Ze was geslaagd! Daarna: feest en vreugde! Toasten met Tequila shotje en vreugdedansje op megaharde muziek. En dan: de vlag!!! De Colombiaanse vlag! En je schooltas. Snel! Pffff, Mama ik ben niet zo! Boeie! Ikke wel! De hele straat moet het weten en de rest ook. Ik leun uit het raam en plaats de vlag. Zal ik uit het raam schreeuwen: “Yeeeaaahhh!”? Nee, toch maar niet, er zijn grenzen, zelfs voor mij. “Kom, Carmen, naar buiten, foto’s maken voor het huis met de vlag”. “Pffff, Mama, moet dat echt? Ik zie er niet uit en …” Ja. Het moet. Voor Facebook. De hele wereld moet het weten: MIJN DOCHTER IS GESLAAGD!!!

In de roos .. het vervolg op Kalkar

Ik heb leuke collega’s. Echt! Ze zijn maf, maar ik mag ze. Zoals vandaag ook weer. We zouden ’s middags een trainingsmiddag hebben. Het vervolg en tegelijkertijd de afsluiting van Kalkar. Nou, dat klinkt mischien een beetje cryptisch, maar het zit als volgt. Ons team is dit schooljaar uit verschillende teams samengevoegd en nu zitten we dus met een groot team van meer dan 30 personen. Dat is best veel. En dat merk je. Bij vergaderingen bijvoorbeeld en besprekingen. ’t is toch anders dan overleg met een heel klein clubje. En daarom kregen wij een training “teamontwikkeling”. Nou, dat was een heel verhaal, de details bespaar ik jullie. Op school een keer een trainingsmiddag gehad en dan een keer in Kalkar, met in aansluitingPhotoGrid_1466282316384
een etentje en een overnachting. Dat was geweldig leuk! En dan vandaag dus de afsluiting slash afronding van het hele verhaal. In de Dru in Ulft. We kregen verschillende opdrachten te doen. Bijvoorbeeld: Bouw met een paar mensen een toren van satéstokjes, rietjes, wol, plakband en marshmallows. Boven op een statafel. Zonder te praten. Iedereen deed zijn best om de hoogste toren te bouwen. Mijn groepje was ervan overtuigd, dat wij zouden winnen, want onze toren was zoooooo hoog. Af en toe keken we om ons heen. Nee, de andere torens waren nog lang niet zo hoog. Snel verder nog meer satéstokjes in marshmallows prikken en intapen met plakband en weet ik wat niet allemaal. Alleen bleven die stumperds van teamgenoten van mij dat ding vasthouden en ik had natuurlijk allang met mijn kennersblik gezien, dat dat geval nooit zelf zou kunnen blijven staan. Maar ik kon niks zeggen, want dat mocht dus niet… En de rest ging maar vrolijk verder de hoogte in.. Toen we bijna moesten stoppen, kwam collega A op het fabuleuze idee om het creatieve onding met de wol aan de tafel vast te binden. Ik zag in de ogen van de rest, dat zij er vast van overtuigd waren dat het zou blijven staan. Toen was het echt stop. De andere groepjes hadden inderdaad minder hoge torens, maar… die stonden wel. Collega A (een andere, vrouwelijke collega A) probeerde nog heel onopvallend het gevaarte overeind te houden, maar het mocht niet baten. Het ding zeeg neer en wij waren de loosers. Tja, shit happens.20160618_225104-1
Een leuke opdracht was ook de oefening met de roos van Leary, die levensgroot op de grond geplakt was. Collega D was het proefkonijn. De trainster blafte hem toe: “Doe je pet af!” gevolgd door de vraag “Hoe zou je reageren, als ik dat tegen je zei?”. Opstandigheid flikkerde in D’s ogen: “Ik zou het niet doen!” protesteerde hij. “Okee, dan ga je in dat vakje staan!”. Het vakje in het rode gedeelte, waar o.a. “opstandig” in stond. Zo. Zo reageert een leerling dus ook. En nu? Hoe krijg je D – respectievelijk de leerling – nou uit de rode zone in de groene zone met als resultaat, dat hij die pet afzet. Nou, daar was toch wel enig denkwerk voor nodig van de kant van het docententeam (lol). Uiteindelijk kwam collega M met het geniale idee, om D (de leerling) te complimenteren met zijn mooie pet en hem vriendelijk te verzoeken de pet af te zetten!
Schot in de roos! Van Leary!
Nou, in die trant ging die middag nog verder met ook nog een opdracht om een casus van een conflict te bedenken en die dan – ook weer in kleine groepjes – na te spelen. In mijn groepje ging dat prima, want collega A (weer een andere collega A, ik heb veel collega’s met de A) had nog wel een dingetje met collega O. En, ach, waarom naspelen, als het in het echie kan! Dus dat conflict werd effe in real life uitgedragen en – ik moet toegeven – met enig vakmanschap want er vielen gelukkig geen klappen!

Na deze inspirerende en leerzame trainingsmiddag gingen we nog met een aantal collega’s heerlijk eten in het restaurant in de Dru. En als klap op de vuurpijl werden nog een aantal gênante situaties van de nacht in Kalkar nagespeeld. Ja, ik geef toe, ik was er onderdeel – of eigenlijk hoofdbestanddeel – van en het zal me de rest van mijn carriere waarschijnlijk blijven achtervolgen. Maar het hele spektakel bevestigde wel  weer eens mijn stelling dat goede docenten entertainers zijn!!! En… waarmee we weer bij het begin van mijn verhaal zijn: Ik heb leuke collega’s, maar ze zijn maf!!!

Over het egoïsme van de kinderwens en het aantrekken van Gods leefregels

2016-06-03 20.40.31 (2)Kennen jullie het verhaal van Hanna?
Ik zal het jullie vertellen, het is een oud verhaal:

Elkana heeft twee vrouwen, tegenwoordig vinden we dat niet meer kunnen, maar goed, vroeger was dat nou eenmaal blijkbaar zo in bepaalde culturen. De twee vrouwen heten Hanna en Peninna. Peninna heeft kinderen, maar Hanna niet.
Elk jaar maakt Elkana met zijn twee vrouwen en zijn kinderen een reis. Ze gaan dan naar de tempel in Silo, geen idee waar dat is en dat doet er nu even ook niet toe. Ze gaan er in ieder geval naar toe om te  bidden en – zoals ze toen deden – een dier te offeren.

Het is duidelijk, dat Elkana meer van Hanna houdt dan van Peninna.  Je kunt je wel voorstellen war er gebeurt: Peninna wordt stinkend jaloers: constant treitert ze Hanna met haar kinderloosheid.
Hanna raakt daardoor helemaal overstuur  en kan geen hap meer door haar keel krijgen.
Als dat weer eens gebeurt, wil Elkana van Hanna weten, wat er aan de hand is. Hij probeert haar te troosten: “Je hebt mij toch? Ik ben toch veel meer waard dan tien kinderen?”
Maar het helpt niet. Na het eten gaat Hanna naar de tempel en al huilend gaat ze bidden en belooft God, dat, als ze een zoon mag krijgen ze hem af zal staan om in de tempel te werken.

Eli, de priester, ziet haar bidden en spreekt haar aan. Hanna vertelt hem van haar verdriet en Eli verzekert haar, dat God haar wens zal verhoren. Hannah fleurt daar weer helemaal van op.

En ja hoor! Hannah raakt in verwachting  en krijgt een zoon. Ze noemt hem Samuel.
Het volgende jaar gaan ze weer naar Silo, maar Hanna vindt het kind nog te klein om af te staan, pas als hij van de borst af is, wil ze hem weggeven.
Elkana vindt dat prima.

Dus Hanna geeft Samuel de borst totdat het niet meer nodig is. Dan brengen ze Samuel naar de tempel.
Hanna ziet haar zoon vanaf dan nog maar 1 keer per jaar. En elk jaar neemt ze een manteltje voor hem mee.

(Dit verhaal kun je vinden in 1 Samuel 1: 23-28, 1 Samuel 2: 18-19)

blog02Het egoïsme van de kinderwens
Ik kan er niets aan doen, maar ik vind Hanna’s wens om een kind te mogen krijgen heel egoïstisch: ze wil een kind, omdat ze gepest wordt, om evenveel “waard” te zijn als haar rivale. Mooi motief is me dat!
Het lijkt haar niet eens in eerste instantie om het moeder-zijn te gaan, maar meer om haar rivale de mond te kunnen snoeren.
Is het niet super egoïstisch van Hannah om een kind te willen, omdat ze geplaagd wordt met haar kinderloosheid?
Het lijkt eerder een soort wedstrijdje.
En moet je nagaan:  Hannah wordt vaak als de ultieme moeder neergezet en ik vraag me af: is dat wel zo? Uiteindelijk wilde ze alleen een kind om ook trots te kunnen zijn en niet meer gepest te worden en blijkbaar wilde ze het kind zelf niet eens, want ze staat het daarna ook net zo makkelijk weer af. Het gaat haar er puur om te kunnen zeggen, dat ze ook een zoon heeft.

Maar zo nadenkend over de motieven van Hanna, vroeg ik me af – en dat heb ik wel eens eerder gedaan, want ook ik had die kinderwens – wat dan normaalgesproken motieven zijn voor het moederschap.

thinking-smileyWaarom willen wij kinderen?
Waar komt überhaupt de wens vandaan om kinderen te willen? Als je zelf kinderen hebt, denk er eens over na waarom je ze wilde, als je ze al wilde? Is het niet een soort instinct in de mens om te willen zorgen? Om een gezinnetje te kunnen zijn, om moeder of vader te kunnen zijn? Of om later niet in je ouderdom zonder kinderen te blijven, die – hoop je dan – af en toe naar je omkijken? En was dat niet vroeger vooral ook een reden om kinderen te “nemen”? Zodat er op je oude dag voor je gezorgd wordt?

Misschien ben ik wel een beetje erg nuchter, maar ik ben daarin nogal eerlijk tegen mezelf. Als ik bij mezelf naga, waarom ik nou zo graag kinderen wilde, dan kan ik dat niet eens goed beantwoorden. Ik weet alleen maar dat het een gevoel was, dat ik het gewoon heel graag wilde. Sommige mensen zeggen wel eens: wat goed van jullie dat jullie hebben geadopteerd! Alsof je een nog nobeler mens bent als je adopteert, want dan help je toch een kind uit een arm land om hier een mooie toekomst op te bouwen, maar – eerlijk – ik had  geen nobele drijfveren ofzo. Ik wilde nou eenmaal zo graag een kind. Dan maar van een ander.
En ik denk dat dat bij de meesten wel zo is.

Wat is er dan nobel aan om een moeder te willen worden? Per definitie is er dus ook niets bijzonders aan, het gaat er eerder om wat je er daarna mee doet, hoe je je moederschap invult. En hierin kunnen we zeker wat van Hannah leren.

blog 01Het fenomeen ouderschap
Op het moment dat dat kind er is (misschien en waarschijnlijk al, als het in je groeit, maar daar kan ik niet over meepraten), verandert er iets heel wezenlijks. Als je een kind krijgt verandert je leven van het ene ogenblik op het andere, want je draagt die verantwoordelijkheid en het kind gaat de eerste plaats in je leven innemen. Je moet er rekening mee houden, je leven erop inrichten, je moet zelf een flinke stap achteruit zetten. Van egoïsme geen sprake meer!

Zo ook bij Hanna. Dat ze het kind niet gelijk na de geboorte weggeeft, maar het eerst nog bij zich houdt zou aanleiding kunnen zijn om te denken, dat ze het niet af wil staan, dat ze zit te rekken. Maar dat is niet zo, want voor haar maakt dat het afscheid juist alleen maar moeilijker. Voor een baby echter is het zo belangrijk om zich langzaam los te kunnen maken van die ander, met wie je zolang één bent geweest. Om te kunnen wennen aan het idee dat je een eigen individu bent.

Hannah moest haar kind loslaten. Maar moet dat niet elke ouder? Vanaf dat het kind op de wereld is begint het proces van zich losmaken van de ouders en voor de ouders het proces om het kind te laten gaan. Stukje bij beetje. Kruipend, lopend, fietsend, auto rijdend… Met vaak een crisis in de puberteit en een spits als ze het huis uitgaan. Maar als het goed is, blijft er altijd een band. Ik heb ook wel eens horen zeggen, dat de band dan juist hechter wordt.

Het manteltje en zijn betekenismantel
Voor Hannah begint dit loslaten veel eerder dan voor de meeste moeders. Ze staat haar kind af voor de dienst in Gods heiligdom als Samuel nog heel klein is, maar ze blijft haar moederrol vervullen. Eén keer per jaar ziet ze haar zoon, mag ze hem opzoeken in het heiligdom. Hoe het contact precies verloopt weten we niet, het enige wat we te weten krijgen is, dat zij elk jaar een manteltje voor hem maakt.
Ik vroeg mij af waarom dit manteltje zo specifiek genoemd wordt. Het moet een hele speciale betekenis hebben!

Stel je voor je bent Hanna!

Eén keer paar zie je je geliefde zoon. Zou je niet het hele jaar daar mee bezig zijn? Je bent een moeder, dus je wilt zorgen, maar het enige wat je kunt doen is dat ene kledingstuk voor hem maken. Hoeveel tijd, energie en liefde zou je daar wel niet in steken! Het is het enige wat je voor hem kunt doen! Het manteltje moet zó mooi zijn en vooral ook fijn zitten! En je strijkt de bezigheid over het hele jaar uit, al toelevend naar dat moment dat je  hem weer in je armen sluiten kunt.

Maar er doet zich een heel groot probleem voor:

HOE KUN JE OOIT WETEN HOE GROOT HET MANTELTJE MOET ZIJN???

Want: Hoeveel zou hij in dat jaar gegroeid zijn? Geen idee! Skype e.d. bestond niet in die tijd.

En het is toch echt wel belangrijk dat het comfortabel zit, want je wilt toch dat hij het draagt en zich er goed in voelt. Het mag dus echt niet te klein zijn. Maar te groot is ook vervelend, als het zo om je lichaam heen slobbert en de mouwen een halve meter te lang zijn. Het moet zó gemaakt zijn, dat het lekker zit, maar dat hij er ook nog in kan groeien.

Het manteltje: zinnebeeld van moederlijke liefde en bezorgdheid
We zien hier wat voorbeeldig ouderschap inhoudt: het manteltje kunnen we als zinnebeeld zien voor de warmte en geborgenheid,  die je als ouder geeft, maar wel passend, het moet warm zijn, op het kind aangepast, maar tegelijkertijd ook groot genoeg, zodat het kind kan groeien. En daarmee bedoel ik in dit geval niet lichamelijk groeien, maar in geestelijk opzicht.

Het manteltje, als het kader dat je je kinderen meegeeft, de waarden en normen, waarbinnen jij zou willen zien dat zij zich bewegen, zonder dat het hun ontwikkeling belemmert. De ouder als liefdevolle begeleider en hulp om het kind zijn eigen identiteit te laten vinden. En dat is een hele opgave!


Het aantrekken van Gods leefregels
Hierin zie ik ook hoe God met ons omgaat: Als een liefdevolle ouder, die ons een kader geeft, waarbinnen Hij graag wil dat wij ons bewegen, omdat Hij weet, dat het dan goed met ons gaat, dat we ons dan goed en gelukkig voelen en waarbinnen we ook de vrijheid hebben om mens te zijn en onze eigen wegen te gaan. De mantel als Gods liefde en geborgenheid, waarin wij ons mogen hullen, maar die niet benauwend of 2016-06-04 19.09.33beknellend is, maar de ruimte geeft om onze eigen persoonlijke groei te mogen doormaken.

In principe heeft God na de “zondeval” de navelstreng doorgeknipt en ons losgelaten. De mens ging kruipend, lopend, fietsend, auto rijdend verder. We werden vrij om onze eigen weg te kiezen, maar hij gaf ons een mantel mee : de 10 geboden, de leefregels, die wij aan mogen trekken. Zij zijn het kader waarbinnen wij ons mogen bewegen en die Jezus samenvatte in die ene zin: ‘Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand en heb uw naaste lief als uzelf.’
Als ik zie hoe ik in de loop van de tijd anders met die leefregels ben gaan leven en als ik zie hoeveel vrijheid er is in hoe je ze naleeft en hoe je ze interpreteert, dan zie ik daarin ook heel veel ruimte. Niet beknellend dus, maar wel een duidelijk kader gevend, waarbinnen God wil dat je je veilig voelt, waarbinnen iedereen in  de maatschappij zich veilig kan voelen. Want als iedereen die mantel zou aantrekken, die leefregels zou houden, zouden we Gods koninkrijk op aarde met elkaar kunnen realiseren.

Die vrijheid, die God ons geeft, zo zouden wij ook met onze medemens om moeten gaan, dat we ze op Gods liefde wijzen, maar ze niet allerlei door mensen bedachte regels en dogma’s opleggen, waardoor ze zich benauwd gaan voelen. Dat doet God toch ook niet? Waarom zouden wij het dan doen?

En als we van God getuigen, moet dat altijd op een positieve manier zijn, met liefde en met de ruimte en vrijheid voor iedereen om een eigen weg daarin te ontdekken en te volgen!

Snacken en van de kou verrekken

image

De voorspellingen waren er heel duidelijk over: de temperatuur zou met minimaal 10 graden kelderen. Zaterdag zou het echt koud worden. Haast niet voor te stellen als het zo heerlijk warm en zonnig is!  De familie is tamelijk voltallig en vanavond lekker samen snacken in het zonnetje.
Lees verder

Pinksteren

image

‘T is weer zo ver: het pinksterweekend staat weer voor de deur. En dat betekent: familiereunie; kamperen, gezelligheid, lekker drinken en eten – in die volgorde van belangrijkheid – aan het vuurtje zitten en volleyballen.

Lees verder