Lopen, lummelen en luieren

Het plan was: een wandeling in de natuur maken. Ik had een email gestuurd om de tocht met een gids te maken, maar geen antwoord gekregen. Jammer, vind ik, maar de rest vindt het wel prima zo.
We besluiten om in de ochtend een wandeling naar het centrale plein met de kerk te maken. Het is warm, zoals altijd, heel warm! Af en toe zijn er wolken, dan is het enigszins te doen, maar in  de zon ga je kapot! Cor loopt heel verstandig met een paraplu. Hij heeft het wel geleerd, nadat hij gisteren zo verbrand was. Vanochtend was hij nog steeds niet in orde en heeft iets ingenomen tegen de hoofdpijn.

We gaan nog even bij een souvenirswinkeltje langs en lopen dan door naar het plein. Daar gaan we een ijsje eten. Banana split voor 1,45 euro! We kijken nog even in de kerk. Hij is mooi licht. Dat trekt vooral Carmen en mij in de zuidelijke landen aan, dat de kerken daar van binnen veel lichter en vriendelijker ogen.In de voorhal van de kerk hangt een grote poster van Jezus en de paus. Het katholicisme is hier duidelijk van een ander slag dan in Nederland. We gaan op het plein zitten op een muurtje onder de megagrote boom die in het midden staat en kijken naar de mensen, die voorbijlopen en de duiven, die daar in grote aantallen zijn, opschrikken. Nemen we een taxi terug of gaan we lopen? Het is nog geen 2km, dus eigenlijk onzin om een taxi te nemen. We moeten nu wel een beetje tegen de heuvel op. We snappen niet, dat men Villavicencio vlak vindt. Ons  hotel heet: “Hotel del Llano”, hotel van de vlakte. Ze moeten maar eens naar Nederland komen, dan weten ze wat vlak is! 

Pffff, de terugweg valt best zwaar, het is zo heet en een fatsoenlijke stoep is er niet. Het lijkt wel, of ieder huis zijn eigen stoep heeft, bij het ene zijn het stenen, bij het ander palvuizen, bij nog een ander voornamelijk gaten. Door de verschillende soorten stoep krijg je ook hoogteverschil, waardoor je steeds trapje op – trapje af moet en vooral goed moet kijken waar je loopt. Eerst beginnen de handen te tintelen, dan beginnen ze pijn te doen, net als de voeten, maar uiteindelijk zijn we weer in ons hotel. We weten niet hoe snel we in onze zwemkleren moeten komen en het zwembad in. Heerlijk!

Wij zijn de enigen. Er drijft een grote bal in het water. We gaan ermee overgooien en “lummelen”. Dat houden we een hele poos vol. Het is leuk en het is heerlijk om het hele bad voor ons te hebben. De hemel is donker van de regenwolken, maar dat is prima. Kunnen we ook niet zo snel verbranden. We doen nog een wedstrijdje onder-water-zwemmen, althans Cor, Carmen en Danilo, dan beginnen de eerste regendruppels te vallen. We wachten niet af tot het weer gaat stortregenen, bovendien zijn we nu ook wel genoeg afgekoeld, maar gaan douchen en aankleden.
Tja, wat nu? Veel anders dan op de hotelkamer tv kijken zit er nu niet op.
De regen valt achteraf mee, maar als mijn lieverdjes eenmaal op bed tv liggen te kijken, zijn ze daar niet zo snel weer weg te krijgen. Het bijft trouwens niet lang droog, steeds weer begint het te regenen. Veel afkoelen doet het echter niet, het avondeten kunnen we zoals altijd onder het afdak tot ons nemen.Inmiddels hebben we de hele menukaart wel gehad, maar het blijft lekker. We zijn weer de enigen, die er eten. Na het eten gaan we de koffers inpakken en tv kijken.
Morgen is Carmen jarig. En is het onze laatste dag in Villavicencio. We willen haar verjaardag samen met de familie vieren.
Hoewel we vandaag niet veel hebben gedaan – of misschien wel daarom – was het een hele fijne dag!

Chillen

Nog voor het ontbijt sta ik bij de receptie met Google-translate in de aanslag. Ik wil de receptionist vragen om naar dat paarden-gedoe te bellen, om te vragen, of we vandaag aan een rit deel kunnen nemen. Ja, dat kan, de hele dag. Ik krijg van verschillende tochten de prijsopgave en het advies om een lange broek en rubberen schoenen, bijvoorbeeld, crocs aan te doen. Je steekt namelijk een rivier over en komt tot je heupen in het water te zitten. Dat is nogal een probleem, want met zoiets hadden we geen rekening gehouden. En om nu 4 paar goeie schoenen te verklooien.. .

We zien van het paardrijden af. We zijn allemaal trouwens best moe, van elke dag dingen ondernemen, altijd met handen en voeten te moeten praten, altijd een taxi te moeten nemen om ergens naar toe te komen..

En we zitten in een hotel met een prachtig zwembad en terras en hebben nog niet één dag bij de pool gechilled. Eigenlijk wil iedereen graag hier blijven en nog van elkaar genieten, zolang het nog kan. Want het aftellen is begonnen… Overmorgen moeten Cor, Danilo en ik vertrekken en van Carmen afscheid nemen.

Dat begint me steeds meer op het hart te drukken en ik begin steeds meer tegen het afscheid op te zien. Overmorgen, op haar 19e verjaardag zullen we weer naar Bogota vertrekken om vroeg in de ochtend van de volgende dag naar Nederlands te vertrekken.

Ik ga nog even het e.e.a. regelen voor de terugreis en dan met de anderen zwemmen en chillen. Nadat we tussen de middag een hapje hebben gegeten, begint het te regenen. De kinderen vertrekken naar de kamer, ik ga met Cor aan een tafel onder een grote parasol zitten. Maar het gaat zo vreselijk gieten, dat we ook daar niet lang droog zitten en ook het hotel invluchten. Daar blijven we op de kamers tv kijken tot het tijd is voor het avondeten. Cor voelt zich ziek. Hij is zo rood als een kreeft, terwijl hij niet eens in de zon gezeten heeft. Waarschijnlijk tijdens het zwemmen gebeurd. Wij zijn weer de enige gasten in het restaurant. Het is warm en het regent niet meer.

’s avonds in bed komen de traantjes: ik zie vreselijk tegen het afscheid op en tegen het feit, dat ik Carmen zo lang moet missen. Vier maanden. Ze zal nog een week hierblijven en dan naar Amerika vertrekken, om vervolgens nog naar Ecuador, Peru en Brasilië te gaan. Ik ben wel blij, dat ze die week hier bij haar familie mag logeren en niet alleen in het hotel hoef te zitten. Nu maar eerst de oogjes dicht, morgen ziet de wereld er weer anders uit!

Shoppen in Villavicencio


Het is bijna zes uur in de avond. Ik zit aan één van de tafeltjes bij de swimming pool. Vanuit het restaurant hiernaast, dat aan de voorkant helemaal open is, klinkt latijns-amerikaanse muziek. Links naast mij zit een grote groep Colombianen te chillen. Regelmatig worden er drankjes bij  hun gebracht. Rechts naast mij zit een stelletje. Het is bewolkt, maar de temperatuur is  heerlijk.  Tropische vogeltjes vliegen langs mij heen en weer en tjilpen de zon gedag. Het begint donker te worden. 

Cor en Danilo zitten op de kamer TV te kijken, Carmen is nog bij haar Abu.

Het was een fijne, rustige dag.

We zijn vanmorgen wat langer blijven liggen. Ontbijten kan tot tien uur, maar toen we om half tien bij het restaurant kwamen, was alles leeg.  Geen buffet, alleen een stelletje dat nog eenzaam zat te eten. We gingen aan een tafel zitten. Een serveerster kwam de bestelling opnemen. Dat ging zoals gewoonlijk moeizaam, met het kleine beetje Spaans dat wij kunnen en de totale afwezigheid van enige Engels-kennis van haar kant. Daar kwam nog bij, dat er geen menukaart was voor het ontbijt. Ze vroeg of we “caldo” wilden. Wij vroegen of het brood is: “pan?”. “Si”  antwoordde zij. Altijd goed. We wilden dus pan met roerei, zonder ham en ja, we wilden wel fruta (fruit). Na een poosje kwam ze aan met soep. Okee, dat bleek dus “caldo” te zijn!? De soep was zout, er zaten grote stukken aardappels in en een groot stuk vet vlees. Als klap op de vuurpijl het inheemse kruid. Ik probeerde wat te eten, maar gaf na een paar happen op.

Het is niet eens goed voor mij, waarom zou ik mij ertoe dwingen? Ik at een klein zoet broodje met roerei en vroeg om een kom met melk en heet water voor in mijn thermosbeker. Ik kreeg warme melk, maar never mind, warme havermoutpap is ook prima. We namen ons voor om morgen toch wat eerder op te staan, zodat we bij het buffet zelf kunnen kiezen.

Cor, Danilo en ik vertrokken richting winkelcentrum en lieten Carmen in het hotel achter. Zij zou proberen om later op de dag nog naar abu te gaan.

In het winkelcentrum kochten we wat leuke dingetjes: Danilo een jeansjasje en overhemd, ik een tas en een portemonee. Ook hier, in de chiquere winkels komt er steevast een verkoper of verkoopster op je af. Weliswaar wat minder opdringerig, dan in de   winkeltjes in het centrum, maar we blijven het moeilijk vinden om eraan te wennen. Als je duidelijk maakt, dat je alleen wilt kijken lopen ze óf achter je aan, óf voor je uit, verschillende dingen met een uitnodigende handbeweging tonend: “Dit zijn oorbellen, hier heb ik kettingen en hier hangen de armbanden”, alsof ik dat zelf niet kan zien. Of ze komen met een item aanlopen, dat zij waarschijnlijk helemaal geweldig vinden. Hoezo zou ik van de duizend-en-één dingen in deze winkel uitgerekend dit stuk mooi vinden? Zij wederom vinden het maar vreemd, dat we geen Spaans spreken.

Zo liepen we bijvoorbeeld een kledingzaak in. Een verkoopster kwam naar ons toe. de vloed aan Spaanse woorden beantwoordde  ik zoals altijd met: “No hablo Español”. Ze keek eerst mij, dan Cor aan. Okee, geen probleem, die zien er buitenlands uit. Ze wendde zich tot Danilo, hij kreeg een heel verhaal in het Spaans over zich heen. “Uh, no hablo Espańol”. Ze keek hem verbijsterd aan: “No?” – “No!”. Ze lag in een deuk, liep naar haar mannelijke collega bij de kassa en zei iets tegen hem. Ze vonden het beiden super raar! Ze kwam weer terug keek nog een keer naar Danilo en moest weer lachen. Ze snapte er niets van. Dit is maar één voorbeeld; het is ons ook al vaker met Carmen gebeurt: Dat wij geen Spaans kunnen à la, maar die Colombiaanse jonge mensen? Echt vreemd! Wij zijn hier sowieso vrij exotische vogels. In de supermarkt, in de rij bij de kassa, kon een klein meisje haar ogen maar niet van ons afhouden, vooral niet van Cor, vast ook door de vreemde klanken, die we uitstoten. We zijn hier nog geen Europeanen tegengekomen. Ook geen mensen, die Engels kunnen, zelfs in het  zogenaamde 4-sterren hotel niet. Het is haast een wonder dat Carmen’s oom en tante een beetje Engels kunnen en wel super fijn.

We sloegen weer wat boodschappen in, voornamelijk water en bier en mijn onmisbare haver en stapten in een taxi, die ons via een veel kortere route dan de taxi van de  heenweg naar het hotel bracht. En dat was nog wel een taxi van het hotel! Smiecht! Ik was nu maar de helft kwijt..

En nu zit ik dus hier, te werken aan mijn blog.

Carmen is nog bij Abu, maar zal met het avondeten om 19.30 weer terug zijn. Ook vanavond zullen we weer in het hotel eten, dan nog even chillen op de kamers en onze bedjes inkruipen.

Morgen willen we eventueel gaan paardrijden.

Bioparque los Ocarros

Om zes uur gaat de wekker. Ik heb heerlijk geslapen, wel met de airco aan, want het was bloedheet vannacht. Het regent. Donkere wolken hangen boven de bergen. Ik moet er niet aan denken, om met dit weer door een dierentuin te lopen. We zouden al vroeg in de ochtend gaan, omdat het na de middag veel te heet wordt. Ik kijk op mijn weerapp. Vanaf negen uur is het droog. Okee, daar gaan we dan maar van uit. Om kwart over acht zitten we aan het ontbijt, om negen uur zitten we in de lobby. De familie komt met twee taxi’s. Abu heeft de schone was meegenomen. Het is nog geen half uur rijden. De zware regenval heeft zijn sporen achtergelaten. We rijden door een tropisch landschap, komen over een brug, waar een sterke  stroming modder met zich meesleept. Via hobbelige wegen komen we bij onze bestemming aan. We betalen onze taxis en stappen uit. Het is al best warm. Tien voor negen geeft de klok aan, we hebben nog 10 minuten voordat het park opengaat, dus we snuffelen nog even in het souvenirswinkeltje aan de overkant. Dan kunnen we naar binnen. Het is een vrij oud park met allemaal inheemse dieren in oude metalen kooien, die groen zien van de aanslag. Het is interessant om te zien, welke beesten allemaal hier in het wild voorkomen. Symbool voor deze streek staat de “Ocarro”, het gordeldier, waarna dit park ook vernoemd is. Verder zijn er prachtige vogels, slangen, vissen, een beer en apen, die gedeeltelijk ook vrij rondlopen, of veeleer slingeren. Vet schattig! De meeste dieren zijn gered uit huizen, waar zij verwaarloosd werden of te klein gehuisvest waren. De exotische planten en bomen hebben wederom mijn aandacht. Ik hou van natuur, maar niet in kooien, al is het natuurlijk super, dat deze dieren gered zijn. 

Het is behoorlijk heet en we mochten geen drinken het park mee innemen, dus we gaan bij een kraampje flesjes water kopen en fruitsap met echte stukken fruit. Ik proef alleen, want ik krijg de hele dag door al genoeg suiker binnen. Niemand vindt het een probleem om met z’n allen van één lepel te eten of uit één rietje te drinken. In het speeltuintje, dat aan de overkant ligt, gaat Carmen met haar nichtje schommelen. Als we weer wat bijgekomen zijn,   vervolgen we  onze tocht door  het park. Dan komen we bij een vijver met waterfietsen. Het nichtje vraagt of zij mag. Maar niemand heeft zin. “Vraag maar aan Carmen!”. Met grote smekende oogjes hupt ze voor Carmen op en neer: “Carmen, tu quieres?” – “Carmen, wil jij?”. Tja.. wie kan dan nog  nee zeggen! Carmen in ieder geval niet! Wij gaan in het huisje aan de kant in de schaduw zitten en kijken toe, hoe Carmen zich in het zweet werkt. Op onze verdere wandeling door het park komen we ook een luiaard tegen: “Look! Mijn brother” roept Tía tot vermaak van iedereen. Tío zit er niet mee,  hij kan zich wel met het dier identificeren: “Oh yes, that’s my brother!” roept hij, enthousiast over de gelijkenis.We naderen weer de uitgang en gaan nog even naar het winkeltje aan de overkant om wat souvenirs te kopen, dan met de taxi weer terug. Zij naar hun huis, wij naar het hotel. Daar nuttigen we een salade als lunch en gaan heerlijk in het zwembad afkoelen. Ik ga douchen en weer kleren aandoen en in de schaduw op een ligstoel liggen dutten. Tía komt haar dochtertje brengen om met Carmen te zwemmen. Heerlijk vindt de kleine meid het! Leuk voor Carmen dat ze naast alle Nederlands/Duitse neefjes nu ook een nichtje heeft!

Ik ga nog even met Tía kletsen en dan neemt zij haar dochter weer mee naar huis.

Gelukkig is het eten in het hotel uitstekend en de menukaart uitgebreid, zo hoeven we niet het huis uit om te gaan eten. Het is heerlijk om in de aangename warmte van de avond, als de zon allang onder, is rustig te dineren en met z’n viertjes na te praten en plannen voor de komende dagen te maken.

Morgen zullen Cor, Danilo en ik gaan shoppen en zal Carmen naar haar familie gaan. In de ochtend zal ze proberen om met haar familie weer af te spreken. Carmen en ik spelen in bed nog even Pokemon Go. Ik leg een lure, gebruik een Lucky Egg en evolueer de ene Pokemon na de andere. Zo schiet ik in no time een aantal levels omhoog. Twee minuten voordat het Lucky egg  afloopt, vind ik het wel badjes. Ik ben zo moe! Ik leg m’n mobiel weg en val in slaap. Om twee uur word ik vaste prik wakker. Pfff, slapen wil niet meer. Ik kan het niet laten om op m’n mobiel te kijken. Altijd zo leuk om op m’n mobiel te kijken en de lieve reacties op mijn blogs te lezen. Ik app effe met mijn vader,  maar die zegt dat ik weer moet slapen.  Oké paps!  Ik leg m’n mobiel weg en dommel weer in. Wat ben ik toch een brave dochter! 😀

 

Het bezoek

Het is inmiddels vaste prik: we gaan rond 9.00 uur ontbijten. Dan gaan Cor en Danilo fitnessen in de kleine ruimte bij  het zwembad. Carmen en ik zitten in de schaduw. Daarna gaan zij met z’n drietjes zwemmen. Carmen is moe en gaat op de hotelkamer een beetje op bed liggen. Om half één laten we een taxi komen en rijden naar het huis van de familie.  Carmen stapt als eerste uit om haar tante te omhelzen. Dan volgen wij. De voordeur, die altijd open staat, voert naar een smalle ruimte, de huiskamer, waar twee banken tegenover elkaar staan, met een glazen tafeltje ertussen. Direct daarachter een tafel met drie stoelen en daarachter weer een eetkamertafel met stoelen. Daarachter weer de achterdeur, die naar een kleine betegelde tuin leidt. Naast de eetkamer ligt de keuken. Het is eigenlijk net zo’n “doorloophuis” als wij hebben, maar dan anders. Er zijn nog meer kamers, maar één wordt er verbouwd.Ze hebben één kater en drie poezen en een klein hondje. 

We worden uitgenodigd om op de banken plaats te nemen. We kletsen wat, terwijl de tafel gedekt wordt.  Één van de katten krijgt een stropdas om, want er zijn gasten en hij is een heer.

Dan worden we uitgenodigd om aan de eetkamertafel plaats te nemen. Er staat voor ieder een metalen bord met rijst, kip, groenten en de onvermijdelijke patacones, dat zijn gefrituurde koekjes van bakbananen, die krijg je overal bij, net als stukjes avocado. Ook krijgt iedereen een metalen beker met cola en ijsklontjes. Het is dus niet zoals bij ons, dat er pannen of schalen op tafel komen, waar iedereen iets uit kan scheppen. Het  smaakt heerlijk! Tío vraagt of wij sinasappels lusten, dan kan hij er wat voor ons plukken. We lopen langs een kleine open ruimte, waar onze was in een wasmachine ronddraait, het kleine, betegelde tuintje in. Er staat een sinasappelboom, een avocadoboom en een mangoboom. De bananenboombladeren van de buren hangen over het muurtje. In de tuin lopen ook twee schildpadden, met de welklinkende namen “tortuga 1” en “tortuga 2”, d.w.z. schildpad 1 en schildpad 2. Deze mensen hebben heerlijke humor! Het plukken van de sinasappels valt nog niet mee. Verschillende familieleden proberen met behulp van een zakje aan een lange steel een paar sinasappels van de boom te halen. Het neefje van 15 klimt op het dak om er beter bij te kunnen, maar blijkbaar doet hij het niet goed, want abu (oma) klimt via de ladder rap achter hem aan. Uiteindelijk krijgen we toch nog een plastic zak vol. We lopen het huis weer in en nemen plaats op de banken. Het gesprek loopt ondanks de taalbarrières goed. We weten elkaar met het beetje Spaans, dat wij kennen, het Engels dat zij kennen, Google translate en gebaren verstaanbar te maken. Het is gezellig. Tío heeft iets voor Cor: een cd, met typische muziek van hier. Abu komt met geschenken voor ons aan: voor Danilo een sjaal en voor Carmen en mij een sjaal met een muts. Ze heeft het zelf gebreid, en ze zijn erg mooi! Ik ben heel blij en voel me zeer vereerd met mijn kado. 

Dat is voor ons het sein om onze kado’s te overhandigen. Voor Abu en Tía hebben we iets van rituals en voor iedereen Nederlandse souvenirtjes. De typisch Nederlandse motiefjes zegt ze niets, ik leg uit, dat de molen, het boertje en boerinnetje en de klompjes typisch Nederlands zijn. We vertellen dat de boeren in Nederland op klompen lopen. Op houten schoenen?! Hoe dan!? Er wordt gegoogled. Ze vinden het grappig. Dat snap ik.  Best maf eigenlijk ook wel. We vertellen, dat wij er als kinderen zelf op liepen. “You walked on this?!” Ze kunnen zich niet voorstellen dat dat fijn loopt.

De Nederlandse hopjes vallen vooral bij Tío goed in de smaak. Hij krijgt ook drie grote repen Milka-chocolade en maakt de anderen duidelijk, dat hij deze níet gaat delen. Er wordt veel gelachen. Het is gezellig.

Abu stalt haar kadootjes trots op het lage kastje bij het raam.

Wij moeten ook wat dingetjes proeven. Zo ook een speciaal drankje van hier: Llanero. Het  is een soort anijslikeur. Hij smaakt echt lekker. We hebben het over de verschillen in onze landen. Vooral, de absurd lange afstanden, die zij voor hun werk af moeten leggen (Tío doet er 20 uur over om bij zijn werk te komen!) vervuld ons met verbazing. Wij vertellen, dat we er met de fiets 15 minuten over doen. Dat wij binnen een paar uur in Frankrijk en Belgie kunnen zijn, fascineert hem. “Wow” roept Tío. “You want to adopt me? Carmen you get another brother!”. Hij kan zich wel klein opvouwen en mee in de  koffer. Haha!

Zo langzaamaan beginnen we moe te worden, vooral Carmen en Tía krijgen de oogjes heel klein. Tía heeft immers net een reis van 12 uur achter de rug. We kunnen het moeilijk inschatten, hoe laat men hier normaal  weggaat en Carmen weet niet meer precies of we nou ook nog voor het avondeten uitgenodigd waren. Ze gaat naast Tío zitten en vraagt het gewoon. Nee, dat is morgen avond, als we naar het uitzichtpunt gaan. Het eerlijke antwoord laat me zien, dat we echt familie zijn. Tía roept een taxi voor ons en we laten ons weer naar het hotel terugrijden.

In het hotel eten we een salade in het restaurant aan de swimming pool om daarna op onze kamers nog na te kletsen en tv te kijken. ’s nachts is het bloedheet. We slapen met de airco aan.

Het was een leuke en gezellige dag! Morgen gaan we met z’n allen naar de dierentuin. Gezellie!

Familiedag

Ik heb heerlijk geslapen vannacht. Voor het eerst sinds we in Colombia zijn. Moe van het gedoe en de reis, denk ik. Carmen gaat vanochtend naar haar familie, Cor en ik gaan een beetje de omgeving verkennen en op zoek naar een supermarkt om water te kopen. Danilo blijft in het hotel. Het is om 10.00 al bloedheet. We komen langs allemaal louche en armetierige winkeltjes en zaakjes, die niet echt uitnodigend zijn om naar binnen te gaan. De winkeltjes hebben geen voorkant met deur, maar de gehele voorzijde is open. Als de zaak gesloten is, komt er gewoon een hek voor. We lopen een stuk de straat in, komen bij  een rotonde en steken over. We hebben op Google Maps gezien dat er nog een rotonde  en een pleintje komt. Tot daar willen we lopen, als we dan nog geen supermarkt gevonden hebben, lopen we weer terug. De zon knalt recht naar beneden. We zitten hier immers op de evenaar. Het pleintje blijkt het centrum te zijn, met een mooie kerk in het midden. Er is een voetgangerszone met allemaal winkels, voornamelijk kleding-, schoenen en sieradenwinkels. Ook hier kun je nergens naar binnenlopen of er komt gelijk iemand op je af. In een schoenenwinkel zie ik leuke teenslippers. Ik drijf bijna uit mijn zomerschoentjes, die me in eerste instantie ideaal voor hier leken. Nu snak ik ernaar om ze uit te doen. Ik heb ook nog een lange broek aan, hè, ik wilde immers niet onderdoen voor de lokale bevolking, die gewoon in lange broek, bloesjes met lange mouw en laarsjes rondlopen. Ik vraag mij af: hoe dan? Als ik al niet opviel als toerist, wat ik natuurlijk sowieso al deed, door die gringo van een man van mij, die met zijn blonde kop Amerikaans loopt te zijn, dan zou ik nu toch echt door de mand vallen, door al het zweet, dat me langs het voorhoofd naar beneden loopt. Sexy as ever!

Ze zoeken naar mijn maat. Daarvoor loopt een verkoopster de winkel uit, naar waar waarschijnlijk ergens het magazijn is. Een andere verkoopster sleept nog andere schoenen aan. Hallo! Zie ik eruit alsof ik van zilveren schoentjes met een roos erop houd? Kijk naar mijn outfit! Daar komt de juiste maat aan. Het lusje, waar m’n grote teen doorheen moet, is iets te krap, die wordt opgerekt. Dan past-ie. Ik vind ze mooi en laat ze gelijk aan. Zo, in ieder geval een beetje lucht voor mijn voeten. We lopen nog een beetje door de winkelstraten, maar het is allemaal een beetje kits, een beetje erg kits eigenlijk. Ik loop nog één kledingzaak in, maar er stormen gelijk vier, vijf verkoopsters op me. Nou, nee, dank u. Ik maak rechtsomkeert  en bots bijna tegen Cor aan, die geduldig achter mij aansjokt. We vertrekken weer richting hotel. We menen de weg terug wel te weten. Niet dus. Na een hele klim tegen de helling op, constateren we, dat we weer eens verdwaald zijn. “Zullen we dan maar weer een taxi nemen?”. We zijn allebei kapot, ik heb hoofdpijn en zweet me een ongeluk, dus de beslissing is niet moeilijk. In het hotel gaat de broek uit, ik ga op de plavuizen voor de airco zitten. Als ik weer enigszins bijgekomen ben stap ik onder de douche en neem daarna met het laatste restje water van gisteren een paracetamol in.

Er is een appje van Carmen: de dansvoorstelling van haar nichtje is  vandaag niet,  maar of we zin hebben om met de familie naar een winkelcentrum te gaan. Whaaaa!!! Weer winkelen! Maar wel super gezellig om iets samen te doen, lijkt me.

Danilo, Cor en ik hebben een lekkere lunch bij de swimming pool van het hotel, wel onder een afdak, natuurlijk.

Tegen 13.00 gaan we in de lobby zitten wachten. Ze komen met de taxi. We begroeten elkaar met een knuffel en dan wordt er een tweede taxi bijgeroepen en sjeezen we achter elkaar aan door Villavicencio. Het winkelcentrum is heel nieuw, eigenlijk pas net af en zo mooi  en luxe, als ik het in Nederland nog nooit gezien heb! Carmen’s oom is project manager en heeft drie zaken in het winkelcentrum gebouwd. Om het winkelcentrum is een prachtig park aangelegd met vijver en watervalletjes, waar we gaan wandelen en foto’s maken. Dan lopen we het winkelcentrum door, ondertussen gezellig kwebbelend. Tío doet zijn best om Engels te praten. Hij leert ons Spaanse woordjes en wij hem Nederlandse woordjes. Hij ligt zelf in een deuk, als hij de voor hem onmogelijke klanken probeert uit te spreken. Zijn keel kan dat niet, maakt hij duidelijk. Hij is trouwens een jonge man met een geweldig gevoel voor humeur, we hebben direct een klik en het is zooo gezellig met elkaar. Ik geniet en ben gelukkig en niet alleen ik, vermoed ik! Carmen’s oma is een pittige dame, waarin Carmen veel van zichzelf herkent, ik ook trouwens! Het meisje is een scheetje. Zo leuk om de twee nichtjes naast elkaar te zien lopen. Hetzelfde postuur, dezelfde springerige, voor Colombiaanse begrippen lichte haren en hetzelfde loopje! We bezoeken nog twee andere winkelcentra op loopafstand.
Bij Juan Valdez (inmiddels een favoriet van ons, een soort starbucks) gaan we koffie drinken. Het nichtje kiest exact dezelfde taart, als Carmen laatst in Bogota ook deed. Lol! We schuiven stoelen bij een tafeltje en genieten van elkaars gezelschap. Het is geen moment stil. Tío laat ons de muziek van deze streek horen. Ricardo, onze gids naar Gutavita, had ons al verteld, dat dat typische macho-muziek is. Het blijkt te kloppen, te zien aan het clipje, waar beelden van stiergevechten en cowboy’s te zien is. Ik hou er niet van. Tío wil weten wat typisch Nederlandse muziek is. We laten hem Frans Duijts horen. Hij vindt het mooie muziek, het lijkt een beetje op country, zegt hij. Hij vindt het raar dat wij er niet van houden, althans de kinderen en ik niet. Wat is dan nog meer Nederlandse muziek, die wij wel leuk vinden? Danilo laat hem Nederlandse rap horen. Dat vindt ie maar niks, hij aapt het na met de typische, bijbehorende handbewegingen. Van dance houdt hij wel.

Tío vertelt, dat zij maar een kleine familie zijn: Hij, zijn moeder, zijn zus en haar twee kinderen. 5 personen. Maar nu, zegt hij, is onze familie 9 personen! Wij zijn altijd welkom in zijn huis en in zijn hart. Hoe lief is dit!

We hebben onze koffie op. Ze nodigen ons uit om nog mee te gaan, maar Carmen is zo moe van de hele dag Spaans proberen te verstaan en te spreken, dat we beleefd bedanken. We gaan nog samen naar de supermarkt om drinken en chips te kopen. Tío loopt voorop en weet alles te vinden. Bij het bier een heel gesprek over wat het lekkerste bier is. Cor neemt een flesje Grolsch voor hem mee, dat moet hij proberen. Dan wijst hij nog op een typisch regionaal drankje. Dat wil ik zeker nog een keer proberen, maar voor nu hebben we al zoveel boodschappen om het hotel in te smokkelen!
Tío houdt een taxi voor ons aan en we racen weer richting hotel.

Het is rond zes uur. We doen onze zwemkleding aan en nemen een duik in het zwembad, dat we bijna voor ons alleen hebben. Er zwemmen sowieso maar heel af en toe mensen in. We zwemmen tot het donker is. Om half acht gaan we bij de swimming pool eten. Ik neem er een heerlijke jugo con leche (vruchtensap met melk, net een milkshake) bij. Zo verkeerd maar zo yammie!!! Het eten is sowieso heerlijk, het is nog lekker warm. We genieten.

Zo laten we een hele fijne, heerlijke dag uitklinken. Morgen zijn we voor de lunch uitgenodigd  bij de familie! Ook Carmen’s tante zal  er dan zijn. Zij komt vannacht van haar werk terug, een reis van 12 uur.

Ik verheug me er al op om haar te onmoeten!

Een lange reis en een bijzondere ontmoeting


Als ik wakker word, heb ik een berichtje van Carmen’s tia: door de zware regenval van vannacht zijn er stukken rots van de berg op de weg naar Villavicencio terecht gekomen. Daarom is de weg nu afgesloten. Tia zegt, dat we beter ’s middags de bus kunnen nemen. Na het ontbijt zeggen we de taxi af, die ons naar de terminal van de bus zou brengen. Om 13.00 moeten we uiterlijk uitchecken. We besluiten, om dat te doen en dan maar gewoon te gaan. Als het half één is pakken we de rest van onze spullen in en begeven ons met onze bagage naar de lobby.
Ik app Carmen’s oom (“tio”) om hem te laten weten wat ons plan is, maar hij vindt het beter om nog te wachten. Hij belt Carmen en voor de eerste keer spreekt ze met hem. We volgen zijn advies op en nemen plaats in de lobby, maar we zitten nog maar net, of tia stuurt ons een bericht, dat de weg vrij is. Volgens tio zijn er tegenstrijdige berichten, maar we besluiten toch om te gaan. Het zijn maar 13 km naar de terminal, maar we doen er een heel uur over! Carmen valt tegen mijn schouder in slaap en ook ik dommel af en toe weg. Het regent weer. De terminal blijkt een groot station te zijn met allemaal loketten van verschillende vervoersmaatschappijen. We gaan in de rij van  “Flota La Macarena” staan. De rij is lang. Voor ons staan een paar jongens. Ik vraag of ze Engels kunnen, dan kan ik om bevestiging vragen, of we hier wel juist staan. Helaas kunnen ze dat niet. Er komt totaal geen beweging in de rij, we blijven maar op dezelfde plek staan. Er zitten wel mensen achter het loket, maar er worden geen tickets verkocht. Pfff, duurt lang. Één van de jongens vóór ons laat mij het beeldscherm van zijn telefoon zien. Daar staat in het Engels, met behulp van Google translate vertaald, of zij ons met iets behulpzaam kunnen zijn. Wat aardig van ze! Ik typ in het Engels de vraag, of we hier goed staan om naar Villavicencio te gaan. Zij bevestigen dit. Okee, mooi, we staan dus goed. Ik vraag wat er aan de hand is. Zij zeggen, dat de weg nog steeds afgesloten is. Hij heeft het over 4 uur. Hij zal toch niet bedoelen, dat we nog 4 uur moeten wachten?! We wachten nu al een behoorlijke poos. Carmen volgt het voorbeeld van een aantal mensen en gaat op de stenen grond zitten. Ik aarzel ook niet lang, pak een tasje met een nekkussen en ga erop zitten en Danilo volgt mij ook binnen de kortste keren. Pffff… duurt lang! Ik pak mijn haakwerk en wil net gaan haken, als er ineens beweging in de rij komt. Iedereen springt op en kijkt vol verwachting naar het loket. Eindelijk!! Nu gaat het gebeuren. We hebben onze bagage bijeengeraapt en staan weer in de rij. En wachten… Niks, nada gebeurt er. Na weer een poos gewacht te hebben, gaan we maar weer zitten. Ik haal mijn haakwerk weer te voorschijn. Dat vinden de mensen om ons heen interessant. Carmen pakt het boek: “Wat God zei” en leest een paar interessante passages voor. Zo proberen we een beetje de tijd te doden. We wachten nu al bijna 4 uur! De kinderen gaan bij de subway een broodje halen. Dan komt er weer beweging in de rij. Ik spring op en Cor en ik proberen met alle bagage aan te sluiten. Daar zijn de kinderen weer. Er komt langzaam, heel langzaam beweging in. Schuifelend komen we steeds iets dichter bij het loket.  Maar er is ook  een soort van paniekerigheid. Mensen dringen zich langs de zijkant richting het loket.  Ze hebben tickets in de hand.  We snappen er helemaal niets van.  Wat is er nou allemaal gaande?  Er zijn twee rijen, Carmen gaat in de rechter staan, want die is korter, doordat een aantal mensen in de linker rij,  waar ik sta, voordringt met hun probleempje – wat dat dan ook is. Cor en Danilo staan een eindje verderop met de koffers en tassen te wachten. Ik ga bij Carmen staan. Zouden die mensen hun ticket terug willen geven, omdat de bus niet meer gaat? We horen mensen “Villavincencio” en “mañana” zeggen.  De schrik slaat ons om het hart.  Wat als dat zo is?  Wat als er pas morgen weer een bus gaat? De radertje in mijn hersens draaien op  volle toeren:  Hier blijven wachten?  Een hotel in de buurt zoeken? Naar ons hotel terug?  We stressen hem. Dan zijn we eindelijk aan de beurt. “Villavicencio” probeer ik in mijn beste Spaans. “Quatro personas. Hoy?!”. De man aan het loket vraagt naar mijn naam en geeft de tickets. Maar nu. .. het uur van de waarheid.. “a que hora?”. De man begrijpt ons. Wat fijn dat deze mensen zo goed Spaans verstaan! Hihi. Hij schrijft iets op een briefje: “6.35 pm”. Ons hart maakt een sprongetje van geluk. We hebben ons ticket. Dat ik spontaan omgedoopt ben in “Manuol Diaz” mag de pret niet drukken!
Het is bijna zes uur, dus we hebben nog goed een half uur. Yippie!!!  Onze reis naar Villavicencio gaat zo eindelijk echt beginnen!
Cor en ik gaan naar de Subway. Hij neemt een broodje, ik een salade, dan begeven we ons naar de uitgang die naar de bussen voert. Onze bus is er nog niet, dus we gaan even zitten, eten en wachten. Als de bus komt is het al donker geworden. Het is een luxe touring bus. De bagage wordt ingeladen en we nemen plaats. Tegen kwart voor zeven, na een dikke 5 uur wachten, gaan we eindelijk echt op weg!  Het licht wordt gedimt, op de vijf schermen wordt een actiefilm met veel pief paf poef vertoond. Ik kijk naar buiten. Ik had deze tocht zó graag overdag gemaakt, om van het landschap te kunnen genieten. Toch is dit ook prachtig. Tegen de donkere avondhemel steekt het nog donkerdere gebergte van de Andes af. Af en toe gewaagt een groepje lichten van een stadje of dorp. De airco wordt hoger gedraaid. Ik ben blij dat ik m’n warme poncho bij met heb. De reis vlot goed,  af toe dommelen we lekker weg. We zijn best moe. Na een dikke drie uur naderen we onze eindbestemming. Dan krijgt Carmen via whatsapp bericht, dat haar oma (“Abuela”)  en haar nichtje meegekomen zijn om ons op te halen. Als we de terminal van Villavicencio binnenrijden, spot Carmen haar familie en zwaait hen enthousiast toe. De bus stopt en Carmen weet niet hoe snel ze de bus uit moet stappen. Cor, Danilo en ik rapen onze spullen  bij elkaar en volgen haar. Als ik de bus uitstap zie ik Carmen en haar oma in een innige omhelzing. Hoe mooi is dit! Terwijl zij haar oom  knuffelt en daarna haar nichtje van acht, dochter van Tia, krijg ik een dikke en lange knuffel  van abu. Zo bijzonder! Ook Tio en ik omhelzen elkaar. Het is een ontzettend hartelijke begroeting. Ze helpen allemaal met het slepen  van onze bagage. Het kleine meisje heeft één van de zware rugzakken op haar rug genomen en draagt nog twee lichtere tassen. Wat lijkt ze veel op Carmen! Cor verlost haar van de zware rugzak en Carmen neemt de andere tassen van haar over. Wat is het hier nog heerlijk warm!
We verdelen ons en de bagage over twee kleine gele taxis. Abu, Carmen en ik zitten in de ene,  het nichtje, tio, Danilo en Cor in de andere taxi. In het hotel regelt tio alles voor ons. We krijgen onze kamersleutels en nemen afscheid. We worden  voor morgen uitgenodigd om bij hun thuis te komen en ’s middags naar een dansuitvoering van het nichtje te komen kijken. Wat een super leuke  en fijne mensen! Ik verheug me al op morgen. Maar we besluiten, dat Carmen morgen ochtend alleen gaat en wij ons later aansluiten.Onze kamers liggen op de vijfde verdieping. Als we de lift uitstappen en we over het balkon naar onze kamers lopen onbloot zich  een prachtig uitzicht van een tropische tuin met een mooi zwembad aan onze ogen. In de verte het Andesgebergte. Zo mooi! We hadden verwacht dat het  hier plat zou zijn. 

De kamers vallen tegen, ze  zijn oud, het ruikt een beetje muf en een aantal dingen zou nodig gerepareerd moeten worden. Maar we zijn moe. Na gedouchet te hebben, kruipen we in bed. Morgen zien we wel verder!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Op zoek naar vroeger

photogrid_1471537421696.jpgAan het ontbijt zijn we inmiddels een beetje gewend. Er is haast geen keuze, ik eet elke ochtend melk met havermout en een toastbrood met roerei met een kopje thee. Ik heb me erop ingesteld. ..

Vandaag staat er niets op het programma, omdat Carmen vrij wil zijn voor een eventuele ontmoeting met haar moeder. Ik heb al vroeg in de ochtend contact met haar tante en oom i.v.m. onze reis naar Villavicencio. Haar oom wil met de bus wel hierkomen om met ons weer terug te reizen naar Villavicencio. Vet lief,  maar dat zou voor hem 6 uur reizen zijn en dat willen we niet. Met hulp van tante en oom zoek ik de beste manier op om bij hun te komen.

Carmen is moe  en kruipt weer in bed. Danilo, Cor en ik lopen naar “Hacienda Santa Barbara”, een shopping center hier in de buurt, dat voor de Kalverstraat niet onderdoet. Niet mijn ding. We drinken er een kopje koffie, ik bestel een Latte Machiatto, maar heb nog nooit  zo’n kleine en sterke latte gehad! Tussen de middag een hamburger en weer naar het hotel.

’s middags hangen we wat in het hotel rond.

photogrid_1471538274917.jpgOm vijf uur gaan Cor en ik een stukje wandelen. We willen wel eens zien of we de pensions, waar we toen hebben gezeten, terug kunnen vinden. Met Carmen’s adoptie hebben we in Hotel Paris gezeten, dat dichterbij ligt en met Danilo in Casa Nueva. Ik weet de weg nog  wel, tussen de huizen door langs een smal voetpad. Af en toe moet je een grote straat oversteken. We komen in de straat, waarvan we denken dat Hotel Paris staat. Maar we herkennen niets, allemaal grote nieuwe flats. We twijfelen ook over de straat, we weten het niet precies. Alles is zo veranderd. We lopen verder langs een pad. Cor herkent het: “Daar komt straks een parkje met het electriciteitshuisje, waar we geschuild hebben, toen er geschoten werd.” We komen bij een speeltuintje en inderdaad: daar staat het huisje. Alle huizen eromheen zijn veranderd, maar het huis waar destijds de inval was staat er nog. Vreemd, in  mijn herinnering stond het huisje veel verder van straat. We vinden ook het bruggetje, dat over het riool voert. photogrid_1471537306492.jpgHierlangs gingen we naar de kapper en als je dan verder liep, kwam je bij Casa Nueva. We vinden de kapper. Wat is dat huis prachtig geworden. Het was toen al de beste kapper van Bogota, er kwam de high society en beroemdheden. Nu duidelijk nog steeds. Dure auto’s op de parkeerplaats, Porsche’s en zo. We lopen verder. De kleine eenvoudige winkeltjes van toen hebben plaatsgemaakt voor mondaine, elegante zaken. We zijn totaal verrast. We herkennen niets meer terug. Het souvenirswinkeltje, waar we vaak naar toe gingen, is verdwenen en daarmee hebben we geen aanknopingspunt meer, wanneer we naar links af moeten om bij Casa  Nueva te komen. We lopen langs de grote straat en kijken bij elke zijstraat aan de rechter kant, of we iets bekends zien. Cor meent in één van de straten een groep  bomen te herkennen.

photogrid_1471538791286.jpgWe lopen de straat in en zien gegeven ogenblik links een klein pad. “Hier liepen we altijd in”. Ik kan me maar heel vaag herinneren. We gaan nog een keer links. Hier zou het wel eens geweest kunnen zijn. We weten het niet zeker, maar we menen het buurhuis en het huis tegenover te herkennen. Het was vroeger wit en inderdaad onder de gele verf, die hier en daar afbladert,  is nog wat wit te zien.Ik heb  een foto van vroeger. De stoep is oud en lijkt precies op de stoep op de foto. Ook de straat, die naar links gaat herinneren wij ons. We zijn ervan overtuigd: Hier heeft Casa Nueva gestaan. Er staat  nu een groot modern gebouw met appartementen. We lopen dezelfde weg weer terug. Langs de kapper, over het bruggetje, langs het electriciteitsgebouwtje en proberen erachter te komen, waar hotel Paris nou precies was. We denken de straat terug te hebben gevonden, maar ook hier staan allemaal nieuwe gebouwen.

Ergens hier moet de bougainville gestaan hebben, die ik op een foto heb. Ik haal de oude foto tevoorschijn en bestudeer weer de stoep. Hij is exact hetzelfde. Een graatpatroon in de oprit van het huis, waar de bougainville voorstond, een lantaarnpaal met zwart-oranje strepen. We weten het nu zeker: dit is de straat waar we tweeënhalve maand gewoond hebben. Er wordt nu een nieuw apartementencomplex gebouwd. Ze zijn er net mee bezig. Ik herken nu iets verderop nog twee oude huisjes aan de overkant, die er toen ook stonden, een muur met deuren erin. We lopen weer richting ons huidige hotel, blij, dat we de plekken van de pensions van vroeger gevonden hebben, maar ook een beetje verdrietig, dat ze er niet meer zijn.

We lopen langs de grote weg richting Unicentro, denken we. Maar als we een grote brug voor ons zien opdoemen, schrikken we ons een hoedje: Hier klopt geen ene snars van! We zijn verdwaald. Ik wil google maps opstarten, maar mijn mobiel is leeg. Cor heeft geen wereldbundel. Een vriendelijke voorbijganger vraagt, of hij ons kan helpen. We vragen of hij weet, hoe we naar unicentro komen. Hij legt het ons uit. Het lijkt ons een hele lange weg. De man zegt, dat we misschien beter een taxi kunnen nemen. Maar zonder mijn mobiel kan ik ook geen taxi appen. We lopen een eind in de aangewezen richting, lopen over de brug en lopen steeds verder van de drukte weg. Dit zint ons helemaal niet.  Als er een taxi stopt en iemand uitstapt, stappen wij snel in. De taxi brengt ons voor nog geen 2 euro naar het hotel terug. Fieuw! De kinderen liggen in een deuk over onze klunzigheid. Ik ga plat op de rug op de grond liggen met mijn voeten omhoog. Mijn enkel doet pijn en het bed is bezet door de kinderen.

Toch moet ik nog een stukje lopen voor het avondeten. Carmen heeft gelukkig wel zin om naar de Mexicaan te gaan en Cor en Danilo vinden het ook prima. Nou, ik vind het helemaal goed, het is het dichtstbijzijnde restaurant.

We eten er heerlijk en uitgebreid voor in totaal 50,00 euro, dat lukt je bij Gringo’s niet.

Weer terug in het hotel pakken we onze koffers. We hebben voor 11.00 uur een taxi besteld, die ons naar de terminal van de Flota la Macarena brengen zal, het vertrekpunt voor onze reis naar Villavicencio. Waar ik stiekem nog op had gehoopt, is niet gebeurd. Er heeft geen ontmoeting tussen Carmen en haar moeder plaatsgevonden. Maar morgen hopen we kennis te kunnen maken met haar oom en overmorgen misschien met haar tante.  Ik kruip in bed. Cor en de kids kijken nog tv. Buiten gaat het vreselijk tekeer.  Het onweert en regent als een gek. Hopelijk is het morgen droog. .

Monserrate

Elke ochtend zet ik voor Carmen en mij een kopje thee. Deze keer is dat Coca-thee. Gisteren heb ik daar een pakje van gekocht. Ik zou deze thee graag mee naar huis nemen, maar dat is helaas verboden. En aangezien we over Amerika terugvliegen, riskeer ik dat maar niet. Hij smaakt best goed en (of maar?) ik word er niet high van!

Vandaag gaan we naar de  Monserrate, het is er gelukkig rustig. Gisteren stonden de mensen tot voor op het plein nog in de rij, nu kunnen we gelijk doorlopen naar de kassa. Een kabelbaan brengt ons naar de top van de berg, waar een mooi, wit kerkje staat. Hier heb je een prachtig uitzicht over Bogota, een stad van 9 miljoen inwonders, exclusief de  3 miljoen, die er elke dag nog komen werken. Het is foto-shooting-time! Daarna lopen we er een beetje rond. Er zijn kraampjes met souvenirtjes en eten. Carmen en ik kopen ieder een mooie omslagdoek. Het is inmiddels 1 uur geweest, dus onze magen melden zich. Eten wordt aan het straatje bereid op een grote barbeque. Een jongen klampt ons aan, we verstaan er niet veel van, maar hij wil klaarblijkelijk verkopen. We moeten een klein stukje vlees proeven. Het smaakt heerlijk. Hij wijst met zijn handen aan, wat hij allemaal op de barbeque heeft liggen: krielaardappeltjes, vlees, bakbanaan. Het ziet er heerlijk uit en we besluiten om twee porties te delen. De jongen nodigt ons uit om op houten stoeltjes aan een tafel plaats te nemen. Er staat nog een andere tafel, waar Amerikanen aan zitten te eten. Het gerecht wordt geserveerd met rijst en avocado. Het smaakt heerlijk! Een lust voor het oog is het, om die jongen bezig te zien, achter zijn keukentje. Als mensen langskomen, springt hij op ze af, onder een vloed van woorden, zijn eten aanprijzend en de voorbijgangers uitnodigend om bij hem te komen eten. Zo gaat dat hier overal. Kom je langs een winkeltje, komen de verkopers al op je af, met de standaard zin: “A la orden”. Je kunt nergens even rustig kijken, je wordt direct aangeklampt, de koopwaar wordt aangeprezen: hoe goed het materiaal is, dat het echt handwerk is, hoe mooi het is (muy linda), als je het aandoet, staat het je allemaal even “bonita”, enz. Topverkopers hier!

Met de kabelbaan gaan we weer terug naar de bewoonde wereld. Het roepen van een taxi is wel even een dingetje. Óf er is geen taxi beschikbaar, óf we kunnen niet gevonden worden. Wt… we staan bij de Monserrate notabene! Uiteindelijk houden we toch maar een taxi op straat aan en laten ons naar El Balay, de grote artesania-winkel brengen. Helaas blijkt die winkel niet meer zo groot te zijn. Ik ben tamelijk teleurgesteld. Na een poosje rondgesnuffeld te hebben gaan we nog even de binnenstad in om vervolgens weer met enige moeite een taxi te bemachtigen. Danilo wil heel graag Bogota bij night vanaf een berg zien, eigenlijk willen we dat allemaal wel. We hebben daar een adresje voor: La Calera, een uitzichtpunt  met een restaurant met de naam “La Paloma”. We hebben gegoogeld en kregen de indruk dat “La Calera” een plaatsje is, wat druk bezocht is. De chauffeur bevestigt, dat het een vrij toeristisch plekje is. Lijkt ons best leuk! Het is een hele tocht, want het is spitsuur, dus het is meer filerijden dan wat anders. Na – ik weet niet – minimaal een uur, rijden we eindelijk omhoog, de bergen in. Het  is inmiddels zeven uur geweest en allang donker. We komen langs een uitzichtpunt. Heee! Hier hebben we toen in 1997 ook gestaan!  Het is eigenlijk niet veel meer dan een inham. Daarnaast staat een restaurant: “La Paloma”. Het is een beetje in the middle of nowhere, maar boeie… er is een uitzichtpunt en er is een restaurant. De taxichauffeur stopt langs de kant van de weg en spreekt met twee mannen in uniform. Dan rijdt hij verder. Via google-translate komen we erachter, dat er verder bovenop nog een mooier uitzicht schijnt te zijn met goede restaurants. Okee, let’s try! De klim gaat verder en verder omhoog over een bochtige straat. Bogota laten we steeds verder achter ons. We vragen ons af, of er überhaupt nog wel een uitzichtpunt komt en of we straks hier wel een taxi krijgen om weer terug te komen. Ook de chauffeur heeft er niet veel vertrouwen in,  hij draait en brengt ons naar het uitzichtpunt terug. We lopen het restaurant binnen om te kijken of het wat is. Anders, zo besluiten we,  maken we hier alleen wat foto’s en gaan in Bogota ergens wat eten. Het restaurant blijkt prachtig te liggen. Één wand is helemaal van glas en geeft een schitterend uitzicht op nachtelijk Bogota. Het restaurant is groot, maar knus, met leuke, moderne muziek.Hier willen we eten! We betalen de taxichauffeur, nemen plaats aan één van de tafeltjes aan het raam en bestellen wat te eten. Dan lopen Danilo, Carmen en ik naar buiten om foto’s te maken met het verlichte Bogota als achtergrond. Het is berekoud, dus we blijven er niet onnodig lang. Binnen hebben we immers ook het prachtige uitzicht. Ook daar is het niet warm, we houden onze jassen/vesten aan. Omdat de temeratuur in Bogota altijd rond de 20 graden is, heeft men geen verwarming. Maar na zonsondergang, wat altijd 6 uur is, begint het echt koud te worden. Maar het is gezellig binnen en het eten smaakt heerlijk. We krijgen ook gepofte aardappels met een soort crème fraiche met weer dat kruid, “guascas”. In het Nederlands heet het kaal knopkruid, ben ik na wat googelen achter komen, nooit van gehoord, maar het ziet eruit als munt. Ik schraap het groene kruid zoveel mogelijk van mijn aardappel. Jammer, dat ik er zo misselijk van word, maar toen we 19 jaar geleden in Bogota waren ben ik een vrij lange periode ziek geweest. De kok van het pension waar we toen in verbleven, deed achterlijk veel van dat spul in het eten, dus als het etenstijd was, ging ik haast over mijn nek als ik het eten rook en vluchtte ik snel naar de MacDonalds. Ik ben dus gewoon een soort van getraumatiseerd, denk ik. 

De mensen van het restaurant roepen een taxi voor ons. En we zijn verrassend snel weer thuis. Het is inmiddels al 10, uur dus we blijven niet meer zo lang op.

Morgen is helaas onze laatste dag hier in Bogota!

 

Nog meer artesanias

De wijn heeft zijn werk gedaan! Weliswaar werd ik om 3 uur wakker, zoals elke nacht, maar in tegenstelling tot de vorige nachten, viel ik weer in slaap en werd pas weer om zes uur wakker! Yippie!!!

We waren oorspronkelijk van plan geweest om vandaag naar Monserrate te  gaan. Dat is een berg, waar bovenop een kerkje staat. Je komt er met de kabelbaan of per trein. Maar het leek ons niet zo’n goed idee, aangezien er vandaag een religieuze feestdag is, Maria ten Hemelopneming. Dan zal het daar wel heel druk zijn. Gisteren stikte het er ook van de mensen, toen we er langs kwamen.

We besluiten om naar die winkel met souvenirs te gaan, El Balay. Ook vandaag mag er op veel straten niet gereden worden, dus de taxi-chauffeur moet vrij inventief zijn om op de plaats van bestemming te komen. Hij zet ons op de hoek van de straat af, omdat hij de straat, waar El Balay aan zit, niet  in mag. Een klein stukje lopen en we zijn er… voor een gesloten deur! Veel winkels, hadden we al gezien, zitten dicht vanwege de feestdag. Iets terug wel een winkel die open is. Daar brengen we een tijdje door en kopen een paar dingetjes: Cor twee t-shirts, Danilo iets voor z’n vriendin en nog wat kadootjes. Carmen’s blaas staat op springen. Ik zou liever in de Candelaria een café ingaan, maar dat is voor Carmen geen optie.  We  gaan een tent in en bestellen koffie en café con leche. Het is hier echt armoedig. Nee, dat klinkt verkeerd. Dit zijn hard werkende mensen, die net genoeg verdienen om te kunnen leven. En meer ook niet. Hier komen mensen tussen de middag eten. Zo ook een groepje schilders, die onder de verf zitten. De grote flatscreen tv staat in groot contrast tot de meer dan sobere inrichting. We zien iedereen die typische soep uit aardewerken kommen eten. Een heel menu, inclusief drinken en de alomgeliefde en door mij gehate soep, kost hier 3 euro. We drinken onze koffie uit bekers van styropor, rietjes dienen als lepel. De café con leche is eerder een leche con café, maar dan wel een heel klein beetje café en is niet te zuipen. 

Buiten gaan we de 1,3 miljoen pesos, die we vanmorgen gepint hebben, verdelen, zodat ik niet alles  bij me heb. We worden nauwkeurig in de gaten gehouden. De eigenaar van de tent komt naar buiten om te observeren waar we mee bezig zijn. We lopen verder en appen weer een taxi om  naar een winkel te gaan, waar we hopen, dat Danilo de pet kan vinden, die hij zo graag wil. De winkel blijkt weer een gangenstelsel van verschillende piepkleine winkeltjes met souvenirtjes te zijn. Super leuk! Hier gaan we ons wel vermaken! We kopen weer verschillende dingetjes, maar helaas vinden we Danilo’s  pet niet. We lopen het gangenstelsel weer uit en lopen langs de straat, langs nog meer winkels. Ook dit is een arme buurt. We  steken de straat over – gewoon random – en zoeken aan de overkant verder. Allemaal blink-blink winkeltjes. Het is ongelooflijk, hoe verschillend de wijken in Bogota zijn. Dit ademt zo’n andere sfeer dan bijvoorbeeld Unicentro. Ik schat dit een klasse 2, hooguit 3-buurt. Carmen moet  naar de wc. Ze vraagt bij één van de louche restaurantjes of ze naar de “banjo” mag. Geen probleem natuurlijk bij deze vriendelijke Colombianen. In het restaurantje, eigenlijk meer een snackbar, hangen heerlijke kippetjes aan het spit. Eigenlijk hebben we best wel honger. Als Carmen terug  komt, besluiten we om daar iets te eten. In Colombia worden klanten als koningen ontvangen, hebben we gemerkt. Ik weet niet, of het ermee te  maken heeft, dat we buitenlanders zijn, of dat we voor deze mensen tot de rijkere klasse horen.. het hoeft voor mij niet, dat nederige, ik vind het soms een beetje gênant. We bestellen kip met friet en gebakken banaan en die rare rijstkoekjes, die je hier overal bijkrijgt. We krijgen ook hier een grote schaal, waar we met z’n  allen met de vingers uit eten. Daarvoor krijgen we plastic handschoenen. Zulke handschoenen als bij het tankstation, je weet wel. We moeten beneden bij de kassa afreken en zijn in totaal nog geen 10 euro kwijt!

Een eindje verderop is weer zo’n gangentstelsel met kleine winkeltjes. Misschien vinden we hier de pet. De winkeltjes beginnen te sluiten. Ook hier heeft niemand de pet. We besluiten om weer naar de candelaria te lopen om daar bij de winkeltjes nog wat souvenirs te kopen. Op de grote straat zie je weer dezelfde artiesten als gisteren. Het is heerlijk weer. We zoeken weer de winkeltjes bij het museo del oro op. Ik koop een mooie poncho. Vind ik dan, Danilo zegt, dat ik afstand van hem moet houden, als ik hem in Nederland draag, Carmen boeit het niet. Schijt! Ik wil graag een poncho! Klaar. Ik koop hem gewoon. Vind hem mooi. De zoektocht naar de pet hebben we opgegeven. Hier hadden we gisteren ook al gezocht. Dan – geheel onverwacht – vindt Danilo dan toch nog  zijn pet!

In één van de winkeltjes zie ik coka-thee. Hier had Giovanni, onze gids van de fietstour over verteld. Hij schijnt tegen van alles te helpen en je wordt er niet high van. Haha. Die wil ik wel proberen. Ik koop een pakje. De verkoopster, een oudere vrouw, vraagt aan Danilo, of hij uit Colombia komt. Ze vindt het vreemd dat hij geen Spaans kan. We leggen uit, hoe het zit. Ooooh! Of Carmen dan Spaans kan? No, alleen een heel klein “poco”. Dat vindt ze niet kunnen! We leggen uit, dat Carmen voor het Spaans aan het leren is. Zij vindt de kinderen mooi en ze zegt dat wij goede ouders zijn. Haha, geen wonder, moeders trekt constant de portemonee, als de kinderen iets willen hebben. Wat zij niet weet, dat ik een groot bedrag pin, zodat de kinderen niet de transactiekosten hoeven te betalen. De uitgaven hou ik in mijn mobieltje bij.

We lopen verder, weer andere winkeltjes af, met steeds meer plastic tassen, gevuld met souveniertjes en kadootjes.

Danilo wil het liefst in de buurt van het hotel eten, dus  we laten ons door een taxi naar Unicentro terugbrengen, drinken daar nog wat en gaan naar huis.

Carmen voelt zich niet goed,  dus als wij met z’n drieen gaan eten, blijft zij in het hotel en kruipt in bed. We lopen naar het dichtsbijzijnde restaurant, een vrij luxe mexicaan en genieten daar van heerlijk eten. Terug in het hotel kijken weer nog een film en kruipen dan in bed.