Dag 3: Troubles met de papeles

PhotoGrid_1500513454724Half zeven word ik wakker. De hoofdpijn is verdwenen. Ik probeer nog wat te slapen, maar het lukt niet echt. Dan maar opstaan. Ik laat Carmen lekker verder slapen. Ze voelt zich niet goed, is heel erg verkouden. Het licht in de badkamer heeft het nu helemaal begeven. Ik steek een paar waxinelichtjes aan en ga onder de douche. Het water is heel even warm, dan blijft de douche koud. Brrr. Ik ga er weer snel onder vandaan, poets mijn tanden, doe mijn lenzen in en ga in de keuken de vaat opruimen en het fornuis schoonmaken. Daarna achter de laptop, tot Carmen opstaat. Oei, die is helemaal niet fit! We ontbijten en gaan dan op pad. Ze moet naar de immigratiedienst of zoiets voor haar visum, zodat ze nog drie maanden langer blijven kan. Ze is er al eerder geweest. Bij de tramhalte kijk ze op de route.  “Los Flores, daar moeten we uitstappen” zegt ze. Ze is er al een keer met Jessica geweest. Voor de zekerheid vraagt ze het nog aan een personeelslid van de tram. Die geeft een andere halte. Ze vraagt nog een ander iemand, ook hij geeft die andere halte aan. Okee, dan gaan we daar. We stappen bij de bewuste halte uit en we gaan op zoek. Ze herkent niets en vraagt mensen op straat. Het is een vreselijk gezoek en we zijn inmiddels al te laat voor de afspraak. Eindelijk vinden we het. We gaan naar binnen en Carmen gaat naar het loket. Maar we zijn verkeerd. We krijgen een ander adres. Blijkbaar moeten we toch bij halte “Los Flores” zijn. Dus wij weer naar de tramhalte. Het is een vrij lange rit. We staan tussen twee wagons in en tegenover ons staat een klein jongetje van een jaar of vier met zijn iets oudere zusje. De kinderen kijken ons geïntrigeerd aan. Ik lach naar het jongetje. Het is een iets donkerdere versie van Danilo. Zo schattig! Het jongetje lacht terug en ook het meisje. Als ook Carmen naar de kinderen lacht begint het jongetje tegen haar te praten. Of het Engels is, wat wij praten? “Nee” zegt Carmen, “hollandais”. Daar hebben ze blijkbaar nog nooit van gehoord. Of we dan geen Spaans kunnen. “Jawel” zegt Carmen “Ik kan wel een beetje Spaans, maar mijn moeder niet.” De bruine ogen worden groot van verbazing. “Zeg tegen hem, dat ik pas twee dagen hier ben.” fluister ik Carmen beschaamd toe. Dat doet ze. Wat voor taal wij dan spreken, wil de kleine bijdehand weten. “Nou ja, hollandais”. Hij snapt het niet. Hoeveel talen Carmen spreekt vraagt hij. “Vier” zegt Carmen. “Nederlands, Duits, Engels en Spaans”. En de moeder? Ook vier “Nederland, Duits, Engels en Frans, maar geen Spaans.” Hij vindt het maar allemaal vreselijk interessant. Hij kruipt achter de stang, waar Carmen tegenaan leunt. Dan wordt hij en zijn zus door zijn vader geroepen en snel lopen ze naar hem toe. “Oei” zegt Carmen, “ik heb niet op de haltes gelet”. Gelukkig zijn we er nog niet voorbij en moeten we de volgende eruit.
Carmen herkent het hier. We gaan weer lopen, vragen onderweg nog een keer aan een man, die er loopt. Hij legt het uit en we gaan weer verder. Volgens Carmen moeten we de eerste weg rechts, ik had begrepen, dat we bij een soort splitsing af moeten. Ik blijk gelijk te hebben. Ha! “Told you!” roep ik triomfantelijk. Blij dat ik een beetje Spaans kon verstaan. Bij het ministerie legt Carmen uit dat ze alle papieren heeft, alleen online iets niet kon invullen, omdat de site niet werkte. Men weet van het probleem. Ze moet even in het internet café nog een keer proberen. Het internet café ligt ernaast. Het is een winkeltje met artesanias (souvernirtjes) en drie computer. Maar de site werkt nog steeds niet. Dus weer terug naar het ministerie. De meneer aan het loket geeft haar een adres van een vestiging waar ze naar toe moet om het probleem uit te leggen. Neeee!!!! Dat is het adres waar we al geweest zijn. We zijn er eigenlijk helemaal klaar mee. Vooral Carmen, die zich helemaal niet goed voelt en het liefst naar huis wil en in bed kruipen. “Maar Carmen, laten we dat nog doen, anders moet je weer een andere keer terug.”
We besluiten om even in het grote park aan de overkant uit te rusten, we zouden daar sowieso vandaag nog gaan wandelen, alleen heeft het gedoe met de papieren alle tijd opgeslokt. Bij een kraampje kopen we iets te eten: Een bakje met bonen, gebakken maiskorrels, uit, tomaat en gebakken banaan. Apart, maar wel te eten. En gezond. Daarna gaan we ieders op een bankje liggen om uit te rusten.  Het is niet meer zonnig, maar wel heel aangenaam weer. PhotoGrid_1500513060852.jpg
Als we weer een beetje bijgekomen zijn, doen we een fotoshoot en zoeken daarna weer de tramhalte op. Probleem is wel, dat we niet weten, welke richting we opmoeten. We zien door de bomen de bergen niet. We lopen dezelfde weg terug en spotten gegeven ogenblik de bergen weer en vinden onze weg naar de tramhalte.
Als we uitstappen twijfelen we even, welke kant we op moeten, maar we volgen Carmen’s intuïtie en die schijnt te kloppen. We komen langs een koffiezaak en besluiten om op de terugweg daar een kop koffie te gaan drinken. Aan het loket willen ze Carmen weer afwimpelen, maar ze blijft beslist. De site werkt niet en straks zeggen ze dat ze het visum eerder aan had moeten vragen, terwijl het toch niet haar schuld is. De man zegt, dat ze thuis moet blijven proberen en als hij het niet blijft doen de 26e of 27e terug moet komen. Pffff… wat een toestand. En wij denken, dat Nederland bureaucratisch is!
We gaan een kopje koffie drinken en nemen er een muffin en een brownie bij en gaan dan weer naar huis. We zijn er helemaal klaar mee!
Maar we moeten ook nog de was ophalen bij de wasserij. Het zaakje ligt wat verder de helling op. Oef, de beentjes zijn nou wel moe geworden. De was moet nog opgevouwen worden. We helpen. Met z’n drieën vouwen we de was op en Carmen kletst met het vrouwtje. Of ik haar mamita ben, wil ze weten. Carmen beaamt het. We lijken op elkaar zegt het vrouwtje, alleen moeder is wat witter. Ja knikken we. “Ik heb even geen zin om het uit te leggen. Ben te moe” zegt Carmen zachtjes. Snap ik. Dus we laten het zo. Met twee grote plastic zakken met schone was slenteren we weer richting huis. Als we langs de kapper komen zwaaien de Venezolaanse en ik weer naar elkaar.
Thuis gaan we lekker chillen en uitrusten en dan gezellig vanavond naar de ladiesnight. Leuk, ik heb er zin in. We overleggen, wat we aan zullen doen.
Helaas is Marion, de vriendin van Carmen, met wie we samen zouden gaan, ziek. Balen! Met z’n tweeën is niet zo leuk. “Misschien moet het wel zo zijn, meis” zeg ik tegen Carmen. “Voor jou is het wel beter om thuis te blijven. Misschien voel je je dan de rest van de week wat fitter. En dan gaan we volgende week wel naar de ladiesnight.”
We warmen het restje eten van gisteren op en chillen. Carmen kijkt series, ik werk aan m’n blog. Fijn zo. Carmen heeft contact met Alejandro. Hij wil morgen ochtend wel met ons een city-tour doen en onze gids zijn. Vet!

 

Dag 2: Op pad in Quito

PhotoGrid_1500505145722.jpgEen kort nachtje, maar ik voel me prima. We staan om negen uur op. Carmen vindt me vrij hyper en dat ben ik ook. We gaan eerst boodschappen doen. Er moeten wel eerst tig deuren en hekken geopend en weer gesloten worden, om in het piepkleine en smalle winkeltje in het huis ernaast boodschappen te doen. Veiligheid voor alles! “Ja, weet je mams, het is niet mijn huis. Als er ingebroken wordt word ik wel aansprakelijk gesteld!” Goed bezig, meis!  Zoals gezegd gaan we in het huis ernaast wat dingetjes kopen. Carmen spreekt zo goed Spaans! Ze rebbelt een end weg tegen de verkoopster. Ik vind me maar een buitenbeentje. Na het eenvoudige ontbijt – spreek havermoutpapje – gaan we naar de wasserij een paar straten verderop. We lopen onze straat uit, maar ik word na twee stappen al door Carmen teruggevloten. “Langzaam mama. Zo ga je het niet volhouden.” Ze heeft gelijk. Ik moet nog aan de hoogte wennen en voel m’n benen heel snel.
De wasserij is ook weer zo’n piepklein zaakje. De twee plastic zakken met was worden aan een soort vleeshaak gehangen om te wegen. Dan gaat het lieve oude mevrouwtje met een ingewikkelde administratie aan de gang. Een bon wordt ingevuld en er wordt gerekend. Carmen moet twee formulieren ondertekenen. De vrouw vraagt naar het huisgenootje van Carmen. Ze moest helaas voor twee weken naar Nederland terug, omdat ze tijdens een wandeling in de bergen door een hond gebeten was. Risico op besmetting met hondsdolheid.
We krijgen nog een snoepje en verlaten het kleine winkeltje om weer richting huis te lopen. We komen langs een straat met allemaal winkels waar je mobieltjes kunt kopen. “Raar” zeg ik tegen Carmen. “Waarom zitten er allemaal van dezelfde winkeltjes in één straat?”. “Ja”,  antwoordt ze “Dan gaat er één zo’n winkeltje openen en dat gaat dan goed lopen en denkt een ander: hé, die doet het goed. Dat ga ik ook doen. En hij opent een winkeltje ernaast. En zo heb je straten met allemaal hetzelfde soort winkels. Zo is het ook bijvoorbeeld met Softijswinkeltjes. “Fucking irritant” zegt Carmen. “Zou ik bijvoorbeeld wol willen kopen, moet ik eerst een stuk reizen, omdat die wolwinkels allemaal in één straat zitten”.
In de luxte mobieltjes-winkel kopen we een simkaart voor mij. Nu heb ik een Ecuadoriaans nummer en kan zij of Jessi of Alejandro mij altijd bellen en ik hun. En er zit 200 mb op en gratis whatsapp. Perfect om met het thuisfront contact te kunnen blijven houden. En dat voor maar 3 dollar voor 1 week.
Nu naar de kapper. Ik was er thuis de afgelopen tijd niet aan toe gekomen om naar de kapper te gaan. Het kappertje is maar een paar huizen van “onze” woning vandaan. De kapster is met een klant bezig. Carmen zegt, dat ik de puntjes bijgeknipt wil hebben. We moeten op een bank plaatsnemen. Daar zit al een andere vrouw te wachten. De vrouw vraagt ons gegeven ogenblik, of we allebei geknipt moeten worden. “Nee” zegt Carmen “Alleen mijn moeder”. Ik vraag me af, waarom ze dat vraagt. Zij was toch voor ons? De kapster is klaar met de klant. De andere vrouw staat op en wenkt me om met haar naar een aangrenzende ruimte te gaan. Ik snap er niks van.”Je moet je haar even laten wassen” zegt Carmen. Okee, die andere klant blijkt dus de “haarwaster” te zijn. Ze is aardig. Carmen kletst ondertussen met haar. Ze is Venezolaanse en is haar land ontvlucht vanwege de verschrikkelijke politieke situatie. Ik heb ondertussen ook de gelegenheid om een beetje in de ruimte om me heen te kijken. Het is er armoedig, De verf is afgebladderd van de muren en ook al het andere ziet er oud en kapot uit. Dat maakt hier allemaal niet uit. Het hoeft niet mooi te zijn, zolang het nog maar enigszins functioneert. Als ze klaar is met het wassen van mijn haar mag ik in de kappersstoel plaatsnemen. Het haar van de vorige klant ligt er nog. Waarom zou je dat wegvegen? Er komt zo toch weer haar bij. Allemaal onnodig werk! Het knippen gaat zó op z’n elfendertigste, dat ik er kriegel van word. Ik spreek mezelf streng toe. Ik moet stoppen met decadent Europees-zijn. “Go with the flow” zeg ik tegen mezelf. Dit wil ik als motto nemen voor de komende twee weken.
Thuis eten we iets en rusten een beetje uit om vervolgens ’s middags naar de fruit- en groentehal te aan. We nemen de tram. Die kost 25 dollarcent per rit, ongeacht hoe ver je gaat. Quito is een langgerekte smalle stad (70 km lang en 4 km breed) met aan één kant een bergketen van de Andes. De bergketen fungeert als orientatiepunt: Als de bergen rechts liggen ga je in zuidelijke richting; moet je naar het noorden, dan moeten de bergen links van je liggen.PhotoGrid_1500505732497.jpg
We lopen door de grote markthal met allerlei standjes met groente en fruit. Er zijn ook heel veel standjes waar allerlei exotisch eten gekookt en verkocht wordt. De lucht is gevuld met de verschillendste etensgeuren. We kopen wat groente en fruit. Carmen wil een ratatouille met verschillende groeten maken. We hebben zin in een gezonde hap. Daarna nog naar de supermarkt voor vlees en wat andere dingetjes. De wijn is hier duur. Ik koop de goedkoopste van 4 dollar.
Als we weer thuis zijn drinken we nog een kopje cocathee en beginnen met eten koken. Gezellig samen kokkerellen in de keuken met een glaasje wijn. Helaas is de wijn niet te pruimen. Lijkt wel ranja. Volgende keer maar toch een wat duurdere kopen.
We gaan aan de eetkamertafel eten van borden met kerstmotief. Geen idee, waarom ze die borden pakt er zijn stapels andere borden. Raar kind.
Ik ben compleet afgeknoedeld en kan dan ook niet veel meer eten.
Dan de afwas. Omdat er alleen koud water is in de keuken (ook in de badkamer trouwens, behalve gelukkig wel een warme douche, wat hier niet vanzelfsprekend is) zet ik eerst een pan water op. Er is ook geen vloeibaar afwasmiddel of afwasborstel en ook geen afwasbak en de afvoer in de gootsteen kan ook niet dicht. Dus het behoeft wat creativiteit om de afwas schoon te krijgen. Afgedroogd wordt ook niet. We zetten het spul gewoon te drogen. Best chill eigenlijk. Waarom heb ik überhaupt thuis een vaatwasser? Dit gaat prima!
Na de afwas spring ik onder de douche. Ook die heeft een gebruiksaanwijzing: kraan heel zachtjes opendraaien, totdat hij een heel raar geluid maakt, dan even wachten. Er komt een klein straaltje warm water uit en dan kun je iets doordraaien om koud water bij te mengen. Het licht in de badkamer is ook een dingetje: je schakelt het knopje in en vervolgens wacht je tussen de 1 à 5 minuten tot de lamp gaat branden. Dus het is raadzaam om van te voren te bedenken, wanneer je naar de badkamer wilt en vast het knopje in te drukken. Ondertussen kun je wat andere dingen doen.
Na het douchen kruip ik heerlijk in bed. Het is pas negen uur, maar ik kan niet meer. Ik val dan ook als een blok in slaap. Als Carmen bij me in bed kruipt word ik even wakker, maar val ook weer zo in slaap. Om een uur of 1 word ik weer wakker met barstende hoofdpijn. Ik ga eruit, tast in het donker naar een tabletje en haal in de keuken een glas drinkwater. Terug in bed duurt het gelukkig niet lang totdat de hoofdpijn afzakt en val ik weer als een blok in slaap.

Dag 1 – De heenreis

PhotoGrid_1500402590174Het is best een heel gedoe voordat je eindelijk de lucht ingaat. Je bent uren bezig. Tussen opstaan om zes uur – het wordt eigenlijk kwart over zes – tot dat het vliegtuig de lucht ingaat, om 12.00 uur heb je er al haast een werkdag opzitten.
Cor brengt me naar Schiphol. Ik check eerst mezelf en de bagage in. Dan moet ik alleen verder en neem ik afscheid van hem. We zijn in de 34 jaar dat we samen zijn nog nooit zo ver en zo lang uit elkaar geweest. Het afscheid valt me dan ook vies tegen. “Je gaat naar Carmen toe” zegt hij. Klopt, dat is een hele troost.
Alles verloopt gladjes, al raak ik een pot pindakaas bij de douane kwijt. De beveiligster kijkt spijtig. Ik denk dat zij ook van pindakaas houdt.
De eerste vlucht duur bijna 10 uur en ik verveel me kapot. De filmpjes zijn niet echt leuk, ik lees en slaap af en toe. Naast mij zit een meisje van het type Carmen. Zij kijkt constant films en ligt dan hartstikke in een deuk. Vet schattig! Helaas snurkt ze ook heel hard, zodat ik maar muziek ga luisteren. Als het laatste uur aanbreekt moeten we een formulier voor de douane invullen. Ik vraag haar er iets over en ze helpt mij. “Blijf je in Boston of ga je door?”.  Ze spreekt uitzonderlijk goed Engels, maar ze blijkt Colombiaanse te zijn en nu naar huis te vliegen. Ik ga op het puntje van mijn stoel zitten en vertel haar, dat ik kinderen uit Colombia heb. Ik vraag waar ze woont. In Bogota! Nou het laatste uur in het vliegtuig vliegt voorbij. Ze vertelt dat ze economie en iets met financiën studeert en dat haar ouders beiden arts zijn. Ze reist met een vriend, hij is homoseksueel. We hebben het erover, dat dat in Nederland veel meer geaccepteerd is dan in Zuid-Amerika. Ze vindt het super dat Nederlanders zo liberaal en tolerant zijn. Ze wil weten hoe het komt, dat Nederlandse jongeren zo onafhankelijk zijn en we hebben het over opvoeding. Leuk, hoe geïnteresseerd ze is en het is dan ook een zeer geanimeerd gesprek. We vinden het jammer dat we afscheid moeten nemen. Dit was een hele leuke ontmoeting!

De vlucht van Houston naar Quito gaat ook goed, ik slaap veel, steeds kleine hazenslaapjes, maar de tijd gaat toch redelijk snel. Vijf uur is natuurlijk ook peanuts vergeleken met de eerste vlucht van 10 uur. Ik kan alleen niet meer zitten en zou zooooo graag liggen en me lekker uitstrekken. Dan komt uiteindelijk toch de landing steeds dichter bij en mijn ontmoeting met Carmen en Jessica en Alejandro, want ze halen me met z’n drietjes op. Als Carmen mij ziet rent ze me tegemoet en we omhelzen elkaar. Dan krijgen Alejandro en Jessica ook een hug en lopen we naar de auto. Alejandro rijdt. Hij wil mij de stad laten zien en we toeren nog 2 uur door Quito. Er rijden haast geen auto’s en Alejandro stopt bij alle interessante plekken om iets te laten zien en uit te leggen. Om half drie zijn we in het appartement. We liggen nog tot vier uur te kletsen en te lachen en besluiten dan, dat we toch maar eens moeten gaan slapen. Carmen grieperig en ik een lange reis achter de rug. Moet lukken!

Berlin ’17 – Dag 3: Auf Wiedersehen, Berlin!

PhotoGrid_1491765975963Vanochtend wat vroeger op en acht uur aan het ontbijt. Uitchecken – onze koffers mogen in de bagageruimte van het hotel – en weer op pad. We hebben om 10.00 een afspraak bij Club Global en om 13.00 bij Nova Alta. Bij beiden hebben we een stagiaire lopen. Bij het eerste stagebedrijf is de praktijkopleider een jonge Argentijn. Hij heeft een felblauwe bril op zonder glazen. Op zijn kantoor heeft hij een hele verzameling van bonte glasloze brilmonturen. Elke dag zet hij een ander montuur op. Om steeds gefocust te blijven zegt hij. Mario is super tevreden over onze stagiaire. Hij is één en al lof. En ook zij heeft het ontzettend naar haar zin gehad en heel veel geleerd. Ze is heel positief over haar buitenlandse stage en daar zijn wij natuurlijk heel blij om. Ze weet nu ook eindelijk wat ze hierna wil gaan doen. Zeer geslaagde stage dus. De intermediair is er ook bij. Vera werkt voor een bureau dat Nederlandse stagiaires hier in Berlijn en elders in het buitenland begeleidt.

PhotoGrid_1491766128383Na dit bezoek hebben we even wat tijd. We lopen door de winkelstraat terug naar het tramstation en gaan wat winkeltjes in. Ik moet nog een kado voor mijn moeder hebben, die gisteren jarig was en ik wil nog een sleutelhanger-beertje voor Carmen kopen. We nemen de tram en moeten dan nog een stukje lopen. Inmiddels is het lunchtijd en we zijn bijna bij onze bestemming, dus we besluiten om eens naar een restaurantje uit te kijken. Plotseling wordt Martin geroepen: “Meneer!!”. Een blonde jonge man in T-shirt (brrr, wat een gek, ik heb een dikke winterjas aan!) stormt op ons af. Het is onze stagiair. Hij was aan het werk in de shop van het bedrijf, waar hij stage loopt en zag ons toevallig langslopen. En ook Vera komt er net aan. Verderop is een Italiaans restaurant, zegt de jongen. En we lopen er met z’n drieën naar toe, voor even afscheid nemend van onze stagiair. We eten pizza voor vijf euro. En moeten dan opschieten. We zijn nu aan de late kant.
Het kantoortje is echt piepklein, ik schat nog geen 15 vierkante meter. Toen wij vorig jaar bij dit bedrijf waren hadden ze een flink pand. Maar ze zijn nu weer op zoek naar een grotere ruimte, legt de Siciliaanse praktijkopleider Nicolo uit. Ook hij is erg te spreken over de stagiaire en andersom. Mijn neus begint steeds meer te kriebelen. Normaal gesproken ligt er een hond in deze ruimte, maar zijn mandje is nu leeg. Ik begin er wel een beetje last van te krijgen en ben blij, als we weer buiten staan.

Het weer houdt niet over, het is bewolkt en koud, maar gelukkig regent het niet. Prima wandelweer. We gaan een stuk met de tram richting hotel en lopen het laatste stuk. We hebben genoeg tijd. In het hotel drinken we nog wat in de lounge van het hotel. Ik neem een rode wijn. Het is vrijdag middag. Normaal zit ik nu met de collega’s ook aan de borrel in hotel Ruimzicht… .
We halen onze koffers op en drinken nog een latte macchiato bij Starbucks op het station. Dan zoeken we het perron op. De trein is op tijd. We hebben een coupé voor onszelf.
In Hannover moeten we overstappen. We delen nu het coupé met een Franse vrouw en haar zoontje, tot zij uitstappen. De laatste overstap in Duisburg. Het is inmiddels donker. Het perron is bijna leeg. Het valt op na twee dagen in het drukke Berlijn. Martin ziet muisjes op de rails lopen. Ze duiken weg geruime tijd voor er een trein aangedenderd komt.
Nog eventjes en we zijn weer thuis. We arriveren om kwart voor 11 op het station van Emmerich. Cor haalt ons op en we zetten Martin thuis af. Ik ben moe. Gelukkig is het morgen sabbat!

Berlin ’17: Dag 2 – Chakalaka en caipirinha

PhotoGrid_1491690345913We hoeven niet zo vroeg op. Op acht uur staat de wekker ingesteld, maar ik word geregeld wakker gedurende de nacht. Omdat ik gewend ben om met het raam op kiep te slapen, doe ik dat hier ook. Het is ook best warm in de kamer. Maarja, je zit wel zo’n beetje hartje Berlijn en mijn achterhoekse oortjes zijn het drukke verkeer niet gewend. Ik overweeg, wat beter is, de warmte of het lawaai, maar laat het maar zo en val uiteindelijk – met het rustiger worden van het verkeer – in slaap. Natuurlijk word ik ver voor acht uur wakker, doordat het ochtendverkeer weer op gang komt. Ergens heeft het ook wel wat. We hadden afgesproken om om negen uur te ontbijten. Ik heb tijd zat en doe rustig aan. Ik kan nog wat wordfeudjes leggen en ga vijf voor negen de gang op, waar ik Martin tegenkom.
Het ontbijt is super lekker. Hmmmm. Vers bruin brood, dat je zelf moet snijden en Laugenbrötchen. Misschien – waarschijnlijk – weet je niet wat dat is, maar je kent wel van die zoute sticks? Die hebben zo’n bruine buitenkant, nou, zo zijn deze broodjes ook. Als je in Duitsland bent en je krijgt de gelegenheid, moet je ze proberen. Echt lekker. We drinken nog een capuccino/latte maciatto, gaan nog effen op onze hotelkamer en gaan dan op pad voor onze eerste afspraak, naar de school in de Florastraße.
Google Maps is zo’n uitkomst! Ideaal. Hoe heb ik ooit in de jaren zeventig tot negentig kunnen overleven? Ik type het adres in en we zoeken de aangegeven tram op. We moeten een aantal haltes doorrijden, voor we over moeten stappen, dus ik ga gemakkelijk zitten en haal smarty weer te voorschijn om nog een wordfeudje te doen. Maar bij de volgende stap wordt via de intercom omgeroepen, dat dit de eindhalte is. Iedereen moet uitstappen. Huh? Martin en ik kijken elkaar verbaasd aan. Dat kan niet. We blijven zitten, prakkiserend over wat er verkeerd kan zijn gegaan. De tramchauffeur wordt ongeduldig. Hij maakt duidelijk, dat we er hier toch echt uitmoeten. Langzaam dringt tot ons door, dat we de verkeerde kant op zijn gegaan. Waar we weer de tram terug kunnen pakken, vragen we aan de chauffeur. Hij legt het ons uit. We volgen zijn instructies en na een stukje gelopen te zijn komen we weer bij ons hotel uit. Lol! In ieder geval weten we nu aan welke kant van de halte we op moeten stappen. Gelukkig hoeven we niet lang op de volgende tram te wachten, want die gaat om de paar minuten. En gelukkig hebben we ruim tijd ingepland; twee uur voor een reis van een half uur. Martin en ik houden er allebei van om ruim de tijd te nemen. Dat maakt, dat we in het geheel niet gestresst zijn en rustig afwachten tot de tram eindelijk onze halte heeft bereikt. Martin is met zijn iphone bezig: “Kijk, Manon. Vreemd. We verwijderen ons steeds verder van onze bestemming!” Ik kijk op zijn scherm. Klopt. Het stipje – spreek wij – gaat juist van het einddoel af. Tsss. Iphones. Waardeloos!!! Ik heb het altijd al gezegd. Was gewoon bij Samsung gebleven. Volgens mijn foon gaan we helemaal goed. Op de eindhalte aangekomen moeten we nog een kleine kilometer lopen, maar het is heerlijk weer en we zijn ruim op tijd. Dus who cares?
We herkennen allebei de omgeving niet, maar we komen nu natuurlijk van een andere kant. We vinden de Florstraße en tellen de huisnummers af, tot we voor nummer 13 staan. Een normaal woonhuis. Geen school. Foute boel. We kijken elkaar aan. What went wrong? Nou, ik realiseer me vrij snel wat er wrong ging. Ik suffige achterhoekse kip, dacht dat er maar 1 Florastraße in Berlijn is. Maar nee, er zijn er wel negen ofzo. In iedere geval meerdere. En degene die we moeten hebben is in Steglitz. En we zijn nu niet in Steglitz. Geen idee waar wel. Maar niet in Steglitz. Niet bij de school. Okee, niets aan te doen, dan maar terug naar de halte en zien dat wel zo snel mogelijk op onze bestemming komen. Google maps wordt opnieuw geraadpleegd, nu wel het juiste adres in Steglitz. Aankomsttijd: 12.02. Kak! We hebben om 12.00 uur een afspraak. Gaat em dus niet worden. Ik kijk Martin vertwijfeld aan. Hij haalt z’n schouders op. Niks aan te doen. Tja. Klopt. We lopen naar de halte terug en gaan met de tram 12 (!!!) haltes terug. Stappen uit. moeten nog 3 minuten lopen en zijn 10 minuten te laat op onze bestemming. Martin had Thorsten natuurlijk een appje gestuurd, dat we iets later zijn. Mevrouw O. moet lachen. Dit komt ook bij leerlingen vaak voor. Ze is het gewend en vindt het geen probleem. We hebben met haar en Thorsten een meeting. Het gesprek loopt goed, we komen tot goede afspraken omtrent een uitwisseling van zowel studenten als collega’s.
We nemen afscheid. Ik loop de gang op en ga nog naar de wc, voor ik de kamer van Sabine opzoek. Maar zij komt al aangestormt. “Pffff. Ik had een afspraak, die uitliep!”. Geen probleem, Sabine, we zouden net naar je toekomen. Ze laat haar kantoortje zien en ze begint met me te smoezen: of Thorsten al een afspraak voor vanavond met ons heeft gemaakt. Maar we weten allemaal, dat Thorsten heel moe is. Hij is druk geweest de afgelopen tijd. “Zullen wij dan samen gaan eten?” vraagt Sabine. “Ik weet zoiets leuks in Kreuzberg, waar ik opgegroeid ben. Heb je Martin al verteld?”. Dat heb ik niet, want ik wist niet of er nog andere plannen waren. Sabine stelt voor om dan samen met haar en haar man naar Kreuzberg te gaan. Daar is een markthal, waar op donderdag avond allemaal standjes zijn met gerechten uit allerlei landen. Klinkt superleuk en lekker in mijn oren. Martin vindt het ook goed. We spreken met elkaar af na onze afspraak van deze middag.
De afspraak bij GLS, German Language School. Hier heb ik vorig jaar ook gewoond. Leuk om weer terug te zijn. Stukje herkenning. De mevrouw, met wie we een afspraak hebben heeft een vreselijk moeilijke buitenlandse naam. Martim kan hem onthouden, ik niet. Ik laat hem wel het woord doen, besluit ik. We zijn te vroeg (haha) en worden gevraagd om even te wachten in de lounge. Ik doe ff wordfeud. Na – weet ik veel, 10 minuten ofzo – komt een knappe jonge vrouw op ons aflopen, geeft ons een hand “Ich bin Laura” stelt ze zich voor. Fieuw. Die achternaam kan ik gelukkig schrappen! Laura is een flotte, sympatieke, jonge vrouw. Ze nodigt ons uit in het restaurant (waar ik vorig jaar heerlijke zalm gegeten heb met de collega’s) en we drinken koffie/thee en bespreken de offerte voor een excellentie-programma voor een aantal van onze studenten. Laura heeft alles goed voorbereid en op papier gezet, dus onze bespreking verloopt voorspoedig en we staan ruim voor vijf uur weer buiten.
Ik app Sabine, dat we klaar zijn en nu naar ons afgesproken ontmoetingspunt vertrekken. Inmiddels verplaatsen wij ons vrij vlekkeloos per openbaar door het Berlijnse verkeersnetwerk. We komen feilloos op de bedoelde halte aan. Sabine loodst ons per app naar de wolwinkel “Fadeninsel”,  die van een vriendin van haar is. Sabine en haar man, Nico, zitten vast in de spits, dus we moeten even wachten, voor ze ons oppikken. We stappen in en met z’n vieren toeren we richting Markthalle Neun. Ook Nico is een fervente autochauffeur. Ongelooflijk dit! Ik geniet van zijn rijkunsten. We hebben geluk en vinden vrij snel een parkeerplaats, natuurlijk een probleem in Berlijn! Haha, maar niet voor ons vanavond.
Markthalle Neun… Hier is normaal een groente- en fruitmarkt. Maar op donderdag avond word deze grote markthal omgetoverd in een soort culinaire bazaar met eet- en drinkstandjes uit de verschillendste landen… Jamaica, Taiwan, Italië, Turkije… oh, ik let niet eens op de landen, maar kijk alleen naar al die lekkere gerechten.
We besluiten om eerst de hele hal rond te gaan om alles te bekijken en dan een beslissing te nemen over wat we gaan eten. Het is druk. We zullen wel niet aan een tafel kunnen gaan eten. We lopen overal langs. Zoveel lekkere gerechten!! Ik weet echt niet wat ik moet gaan kiezen. We zien een sta-tafel, waar maar twee mensen aanstaan. We sluiten aan. “Wij gaan eerst iets halen en dan gaan jullie” stelt Sabine aan de mannen voor. Slim besluit.
De mannen blijven aan de tafel staan en Sabine en ik gaan het eten van onze keuze halen. Sabine heeft haar oog op een Jamaicaanse maaltijd laten vallen: Chakalaka. Ik ken dat van Zumba, maar heb het nooit gegeten. haha. Ik besluit om het carnivore broertje te nemen: Chicken Piri piri. Het is een deegrolletje gevuld met pittige kip en groenten. En dat chakalak-gevalletje van Sabine is dus hetzelfde, maar dan de vegetarische variant. We betalen de acht euro en gaan met onze buit terug naar het sta-tafeltje. Terwijl wij van onze exotische maaltijd staan te genieten gaan de heren op voedseljacht. Hmmm echt lekker. Twee vrouwen en een jongetje komen bij ons aan tafel staan. Dat ziet er ook lekker uit wat zij hebben! Wat is dat? Leuk, zo ongedwongen met elkaar. Er heerst een gezellige sfeer en ik geniet. De mannen komen terug met geen-idee-wat. Het is allemaal even lekker.
De kleine maaltijd is op. Nu het toetje. Ik heb een kraampje met wafels met ijs gezien. Lijkt me wel wat. Sabine en ik gaan er weer op uit. Maar bij de bewuste stand aangekomen zie ik dat ze ook spaghetti ijs verkopen. De beslissing is snel gemaakt. Sabine kiest natuurlijk ook voor het lekkerste ijs van de hele wereld. “Klein oder groß?” wil de verkoopster weten. Duuhhhh!!!
“Wat hebben jullie dan?” vraagt Martin als we terug aan “onze” sta-tafel zijn. Hij wil het ook.
Nico haalt op Sabine’s advies een triple chocolatecake, die we met z’n drieën opeten. Slim van Sabine om haar man te adviseren een driedubbele cake te kopen!! Martin geniet van zijn 1e spaghetti-ijs van zijn leven.

Ik heb geen idee hoe laat het is als we weer richting hotel rijden. Niet zo heel laat, hoor. Nico en Sabine brengen ons terug. Door de straten van Berlijn. We komen langs het Brandenburger Tor. Het is maar een flits. Maar – ik heb het gezien: “Waaaauuuww!!! Das Brandenburger Tor!!!”. Ik ben lyrisch, elke keer als ik het zie. Zo mooi, zo betekenisvol. Het ultieme monument voor mij! Ik kan niet vergeten, hoe ik er dertig jaar geleden door het hekwerk van een afstand naar stond te kijken. Teken van verdeeldheid. Toen.
“Ik rij er wel even naar toe” zegt Nico – had ik al verteld dat Nico Nederlander is? Ja, leuk hè? Sabine is gewoon met een Nederlander getrouwd. Nico rijdt een ronde om bij het Brandenburger Tor te stoppen, waar ik foto’s kan nemen, inclusief een selfie van Sabine en mij. Ik ben blij!

Nico en Sabine zetten ons uiteindelijk bij het hotel af. Knuffel, afscheid. We zullen elkaar terugzien en zeker appen!
In het hotel terug, hebben Martin en ik nog geen zin om naar bed te gaan, we gaan nog wat drinken in de mooie lounge. Mmmm, wat zullen we eens nemen. Mijn ogen gaan de kaart af, op zoek naar dat ene drankje…. hebbes! Caipirinha! Yes! Nice!! Martin wil ook proberen. Ik bestel. Boeie die 8 euro. We zijn in Berlijn, heerlijke avond gehad. Goeie afsluiting. Martin lurkt aan het drankje. “Oeeee!”. Ohoh, wat nu? Niet lekker? “Dit wordt een nieuwe verslaving” grijnst hij. Haha, Wel lekker dus. Hij is inderdaad goed! We genieten van onze cocktail, zeggen elkaar welterusten en vertrekken naar onze hotelkamers.

 

 

Berlin ’17: Dag 1 – The big M

PhotoGrid_1491681989038We zijn ruim op tijd op het station in Emmerich. Wachtend op Gleis eins verschijnt er op het bord de aankondiging dat de trein uit Düsseldorf een half uur later binnen zal komen. Op Gleis eins. Onze trein staat nergens aangekondigd, dus we gaan er maar vanuit dat die laatkomer onze trein is die weer teruggaat, al moeten wij niet naar Düsseldorf maar naar Duisburg. De trein arriveert, nog steeds geen aankondiging, dus mijn collega, Martin, met wie ik deze reis onderneem, vraagt andere reizigers. Het is inderdaad onze trein.  Martin en ik gaan voor drie dagen naar Berlijn om op stagebezoek te gaan en nieuwe afspraken met een bevriende school omtrent een verdere samenwerking te maken. Daarnaast een afspraak bij GLS (German language school) om over en excellentieprogramma voor een aantal leerlingen te spreken.
In Duisburg stappen we over op de trein richting Berlijn. We reizen eerste klas voor bijna dezelfde prijs als tweede klas. Het was een of andere aanbieding. Super chill. We genieten van de luxe zitplaatsen. Ze komen eten en drinken brengen als je dat wilt. En ze komen met snoep langs.  Ik heb geen idee hoeveel uren we precies in die trein zitten want al kletsend vliegt de tijd om.  Tegen kwart over vier arriveren we op het centraal station. Het vinden van het hotel is wel even een dingetje.  Het hotel ligt 295 meter van het station af en we hadden van te voren wel op de kaart gekeken, maar nu, buiten het station.. geen idee welke kant op. Ik wist wel dat Martin geen navigatiewonder is, maar hij blijkt bijna net zo rampzalig te zijn als ik. In de trein had hij nog geconstateerd: “je moet het hotel haast vanuit het station kunnen zien, een groot wit gebouw”. Ja, maar we zijn omgeven door witte gebouwen. Tegen beter weten in beginnen we op ons gevoel een richting op te lopen, ondertussen kijkend op de kaart. Maar… als je geen gevoel voor richting hebt, is het niet slim om op je gevoel af te gaan. Toch? We zien een groot wit gebouw met een grote “M” erop. Het kan niet missen, dat moet het zijn!  Ons hotel heet immers “one M”. Maar helaas! Die M staat ergens anders voor en de straatnaam en het huisnummer kloppen ook niet.  Pfff. Ik zet wel navigatie aan. We worden naar de achterkant van het station geleid en daar, aan de overkant, staat het hotel dan echt!

Wauw!! Huge en echt nice! De jonge man met tunnels in zijn oorlellen aan de receptie is superaardig en zijn vrouwelijke collega ook. We krijgen ieders een kamer op de 9e verdieping van het luxe design hotel, dat voor ons gevoel toch wel 4 sterrren waard is. De kamer is klein, maar heel netjes. Fijn! Ik fris me even op. Onze Berlijnse collega Thorsten zou ons om zeven uur oppikken om samen met nog een aantal andere collega’s te gaan eten, maar tien voor zeven klopt Martin op mijn deur. Thorsten is er al! Nou, gelukkig ben ik bijna klaar, nog ff naar de wc, schoenen en jas aan. Martin is alvast voorgelopen en ik haast erachter aan. Thorsten staat in een zijstraat te wachten. Hartelijke begroeting, knuffels. In de auto praten we bij. Ogen rollen om de vrouwen, die altijd te laat zijn met hun getut. Hoezo?! Hallo!! Thorsten was gewoon te vroeg!!! Ik zeg maar niks. Tsss mannen, laat maar!
Hoe het met “Manonchen” gaat, wil Thorsten weten. Met Manonchen gaat het goed. Ze geniet van het racen door de straten van Berlijn en is nog niet helemaal geland. Ben ik echt weer in Berlijn? Ik sta weer versteld van de drivingskills van onze Berlijnse automobilist. Ongelooflijk! Wat kunnen Berlijnen rijden!  Berlijnen .. klinkt raar… Berlijnaren? Berlijnsen? Hoe noem je die mensen überhaupt? In het Duits is het een woord, Berliner… Google vertalen zegt: “Donut of Berlijnse bol” hahaha!!! Nou, ik bedoel in ieder geval de mensen uit Berlijn.

We stoppen bij een Zwabisch restaurant. Weten jullie wat dat is, Zwabisch? Zwaben – “Schwaben”  is een streek in Duitsland. Daar woont mijn zus. Het ligt in het Zuiden van Duitsland. Niet in het Oosten. Berlijn ligt dus NIET!! in Schwaben. Waarom ik helemaal naar Berlijn reis, om in een Zwabisch restaurant te gaan eten, mag Joost weten, maar het schijnt een goed restaurant te zijn. De collega’s zijn er al. Sabine ken ik al. De twee andere collega’s zijn nieuwe gezichten voor mij. Sabine staat direct op. “Ich will neben dir sitzen!”. Haha, vaste prik!!! We geven elkaar een innige knuffel. We hadden ons beiden op dit weerzien verheugd en kletsen de hele avond. Het eten kan me niet bekoren. Ik had biefstuk besteld met gebakken aardappels, maar er zit een raar en vies smaakje aan. Tot ik ontdek, dat er spekjes inzitten. Jammer dat dit niet even op de menukaart vermeld stond. Maar – never mind – het is gezellig en dat is de hoofdzaak. Sabine fluistert mij in, dat ze voor morgen avond een leuk idee heeft, maar we weten beiden niet, of er al “officiële” plannen zijn voor morgen avond en aangezien we elkaar morgen toch zullen zien op school, wachten we het maar gewoon af. We nemen afscheid en ze drukt me op het hart om morgen bij haar op school langs te komen, als we op school zijn. Ze is zorgdecaan. Ik beloof het. Thorsten brengt ons naar het hotel terug en Martin en ik trekken ons op onze hotelkamers terug om niet te laat naar bed te gaan.

Geloof, schepping, evolutie en karma

20150805_135937

Vraag je je wel eens af, hoe het leven op aarde is ontstaan? Hoe het komt dat jij bestaat? Dit was gegeven ogenblik in mijn leven een belangrijke vraag voor mij, toen ik een dikke dertig jaar geleden als atheïst met het geloof in aanraking kwam.
Dus ik ging denken: Ik besta. Ik heb een bewustzijn. Ik ben ik. En niet de ander. Hoe kan dat? Hoe kan zo’n bewustzijn evolutietheoretisch zijn ontstaan? Waaróm zou zo’n bewustzijn evolutietheoretisch zijn ontstaan? Daar is toch geen enkele reden voor? Wat zou het doel daarvan dan moeten zijn?
En ik dacht verder: Als mijn vader mijn moeder niet had ontmoet, was ik niet geweest. Toch? Was het feest gewoon niet doorgegaan. Ik was nooit geboren! Als mijn ouders beiden niet toevallig op die avond naar diezelfde bijeenkomst waren geweest, als mijn moeder niet toevallig in de rij voor mijn vader was gaan zitten… Als mijn vader niet tegen het tasje van mijn moeder had aangeschopt…. Als de dokter “toevallig” niet had geconstateerd dat mijn moeder onvruchtbaar was, zodat ze geen voorbehoedsmiddel namen… Die bewuste dag, dat bewuste moment… Maar er is veel, veel meer. Als mijn ouders niet op dat moment met elkaar waren geweest, toen ik verwekt werd, als niet net dat ene zaadcelletje uit de 100 à 200 miljoen zaadcellen op dat ene eitje was gestoten… Toeval op toeval op toeval op toeval….???? En ik doe maar een piepkleine greep uit alle toevallen, die ertoe geleid hebben, dat mijn ouders elkaar ontmoetten. Je kunt tot in het oneindige doorgaan. Maar mijn ouders hadden ook nooit bestaan (wat toch ook wel een voorwaarde voor mijn existentie is), als mijn grootouders op dat moment elkaar toevallig (???) niet hadden ontmoet en hun ouders… en diens ouders…. tientallen generaties… duizenden jaren terug, als al die mensen niet net op dat ene moment elkaar hadden ontmoet, op net dat ene moment met elkaar seks hadden gehad, op dat ene moment dat ene zaadcelletje uit 100 à 200 miljoen zaadcellen dat ene eicelletje had ontmoet….. Ik was gewoon NIET geweest!. Om gek van te worden, hoeveel toevallen er geweest moeten zijn om mij tot stand te laten komen! Biljoenen? Triljoenen? Bestaat er überhaupt wel een getal om dit uit te drukken???!!!! Krankzinnig en onmogelijk!20150805_135929

Nee, ik móest zijn. Iemand heeft mij tot leven geroepen. Ik kan er geen andere verklaring voor bedenken. Er moet iets of iemand zijn die dat geleid heeft. Misschien is het wel zo dat op het moment dat een kind verwekt wordt, dat God daar dan een persoonlijkheid in plaatst of zo. Ik weet niet. Het moet wel. toch? Maar dat er een macht is die daar op enigerlei wijze de hand in heeft. Dat is de kern van mijn geloof en het enige dat voor mij vaststaat. Nee niet het enige, want behalve dat, geloof ik dat die kracht, die mij tot leven heeft gewekt, liefde is. En dat is een overtuiging die in mij leeft, die ik dan weer moeilijker kan bewijzen. En misschien komt dat omdat ik in liefde ben opgevoed, door liefdevolle ouders, dat is natuurlijk vrij subjectief. Je mag voor jezelf invullen of je het hiermee eens bent. Ik heb wel geleerd, in de loop van mijn leven, dat liefde het hoogste goed is. Dat liefde alles kan overwinnen en dat liefde sterker is dan wat dan ook in de wereld. Ik geloof dus in een hogere macht en ik geloof in liefde. En als ik die twee met elkaar verbind, dan kom ik tot de conclusie, dat er een macht is die mij tot leven gewekt heeft (“geschapen”) heeft en die liefde is. Dat is een fijn geloof. Ik ben daar blij mee.

20150809_134457Ik heb ook een idee over het ontstaan van de mensheid, uitgaande van die hogere macht, die scheppende kracht heeft. De evolutie zegt, dat er een oerknal heeft plaats gevonden, maar kan niet verklaren, voor zover ik weet, hoe die oerknal precies is ontstaan, want je zit altijd met het probleem dat er uit het niets iets moet ontstaan. Maar dat kan niet. Dus dat die macht, waar ik in geloof, er altijd al is geweest, is aannemelijker dan dat het universum ontstaan is uit het niets. Het moet zo zijn dat wij met ons begrensde menselijke brein het ontstaan van het universum niet kunnen begrijpen. We leven in een bepaalde dimensie en kunnen alleen binnen die dimensie denken, terwijl er buiten ons meerdere dimensies zijn. Net zoals een vlieg in zijn dimensie leeft en totaal geen weet heeft van de dimensie waarin de mens leeft. Een vliegenbrein laat dat gewoon niet toe. Wij zijn dus begrensd in ons begrip, gevangen in onze eigen dimensie. Wij kunnen niet begrijpen, dat de almacht er altijd al is geweest. Wij begrijpen “eeuwigheid” niet. Maar dat wil nog niet zeggen, dat die niet bestaat. We weten uit onderzoek in het universum, dat eeuwigheid en oneindigheid bestaat, al kennen wij die niet in onze wereld

Na de oerknal ontstonden er uit organisch materiaal organismen. In organisch materiaal zit – in tegenstelling tot anorganisch materiaal – leven. Waar komt dat leven vandaan? Dat kan alleen van de Almacht komen. Is dat de “ruach” (God’s adem, die hij de mensen inblaast), waar in het Oude Testament over gesproken wordt? Ik hou het voor zeer waarschijnlijk. God’s levensadem. Volgens de “wetenschap” ontstond het leven in het water. Ook volgens de bijbel begint het eerste leven in het water. Organismen evolueren in hogere organismen. Ik ga hier even niet dieper op in. Ik ben hier ook geen expert in. Maar de vissen evolueerden over amfibieën in reptielen in landdieren. Aan het “einde” van de evolutie vinden we de mens. Ook in het scheppingsverhaal in de bijbel staat de mens aan het einde van de ontstaansketting. De zesde dag. Schepping van de mens. Wat onderscheidt de mens van het dier? Mensen hebben een moreel bewustzijn, zij weten het verschil tussen goed en kwaad. Dieren niet. Als een dier een ander dier doodt, dan spreek je niet over een slecht of kwaad dier. Het is de natuur, het is instinct. Maar de mens weet, kent het verschil tussen goed en kwaad, dat onderscheidt hem van het dier. (zie Harold Kushner: Hoe goed moet een  mens zijn? En Marianna Frederiksson: Het boek Eva). Dit is volledig in overeenstemming met het scheppingsverhaal in Genesis: Adam en Eva aten van de boom van kennis van goed en kwaad: hun ogen werden geopend, ze zagen dat ze naakt waren. Dit is een metafoor voor hoe een wezen (de mens)  van het dierrijk overging in het mensdom: de mens werd geboren op het moment dat hij een moreel bewustzijn ontwikkelde: de kennis van goed en kwaad, het onderscheid kunnen maken tussen wat goed en slecht is. De mens is geboren!  Ook al wordt dit ontwaken van een moreel bewustzijn in Genesis beschreven als iets slechts, iets dat door de “Satan” bewerkstelligd is, ben ik ervan overtuigt, dat het iets is, wat van begin af aan God’s bedoeling was. Anders waren we immers dieren gebleven. Degene die het scheppingsverhaal heeft geschreven, moet geïnspireerd zijn geweest door God, hoe heeft hij anders de evolutie en het overgaan van het dierenrijk in het mensdom kunnen weergeven? Maar, zoals we dat overal in de Bijbel tegenkomen, beschrijft hij het geheel natuurlijk vanuit het Godsbeeld van zijn tijd. Zo zie ik de verhalen van de bijbel: geïnspireerd door God, maar geschreven door mensen in hun tijd, met hun achtergrond, cultuur en godsbeeld.20150805_142136

Maar even terug op dat in leven roepen van mij. En dat geldt voor jou, de lezer. natuurlijk precies zo. Waarom heeft God jou, mij, in leven geroepen? Ik weet het niet precies – dat is iets waar ik nog over na moet denken – maar omdat hij liefde is wil hij, dat jij gelukkig bent en omdat hij van alle mensen houdt – want hij is liefde – wil hij ook dat alle mensen gelukkig zijn. Dus gelukkig zijn betekent anderen gelukkig maken. Geniaal toch? Er is geen hoger geluk, dan om een ander gelukkig te maken. Maar om een gelukkig mens te zijn moet ik rust hebben in mezelf, een “heel” mens zijn. Een “waar” mens. God heeft hier een voorbeeld voor gegeven in mensen zoals Jezus. Om zo’n “heel” of “waar” mens te worden, moet je een ontwikkeling doormaken, dat wil zeggen steeds meer God’s liefde kunnen ervaren en doorgeven.  Een persoonlijke ontwikkeling doormaken. Iedereen heeft zo zijn zwakheden, waar hij mee aan de slag moet. Mensen die in reïncarnatie geloven, noemen het karma. Ook een interessante zienswijze. Zou het mogelijk zijn, dat je meerdere levens krijgt om jezelf te vervolkomen…?
Ik ben blij dat ik de dogmatiek heb verlaten en vrij ben om alles te gaan onderzoeken.. Een spannende zoektocht!

Het echte aftellen is begonnen..

carmen-vluchtJa, want nu zijn het niet maanden, weken of zelfs dagen… het zijn nog maar uurtjes. Twaalf om ongeveer precies te zijn. Helemaal precies is het natuurlijk nooit te zeggen. Zij landt – als de vlucht op schema is – om 16.45. Dan nog half uurtje à driekwartier en dan hoop ik haar, mijn wereldreizende dochter, na vierenhalve maand weer in mijn armen te mogen sluiten. Er is nog wel één dingetje: ik moet tot half drie werken, dus het wordt krapjes aan. Eventueel moet zij dan ffies wachten – niets aan te doen!

Haar vlucht vertrekt vanavond om 20.05 vanuit Rio de Janeiro. Dat is 23.05 onze tijd. Reken maar, dat ik dan nog op ben en wacht tot die vlucht vertrokken is! Tussenlanding in Sao Paulo goed een uur later en om twee  uur weer verder.  Ben ik zekerteweten ook nog wakker. Maar dan kunnen we slapen, want dan vliegt ze door tot 13.00 uur. En dan nog 1 overstap in Casablanca. Oké, betekent dus, dat ik – hopelijk – om twee uur vannacht kan slapen. Morgen om half zeven op en om half acht  in het Amphion aanwezig voor het nieuwjaarsontbijt – Yippieeee!

Daarna 3 lesjes draaien en dan hup – de auto in en richting Schiphol met een flink pak zakdoekjes!

Mensen – ik heb er zo’n zin in!

Terugreis

Ik ben al om twee uur wakker, terwijl we pas half vier zouden opstaan.  Ik kan niet meer slapen, dommel wat. Om half vier staan we op, maken ons klaar en checken uit. Er staat al een shuttle, we kunnen gelijk mee, dat loopt super! Het hotel ligt dichtbij het vliegveld, de hele (nou ja, hele?!) nacht kon je de vliegtuigen horen opstijgen, dus we zijn met vijf minuten bij het vliegveld. We sluiten aan bij de rij voor Delta Airlines. Onze passen worden gecontroleerd,  ik zeg dat we nog niet ingecheckt zijn omdat dat online niet kon. We horen, dat we dat bij de bagage de incheck kunnen doen. Danilo’s paspoort moet extra gecontroleerd worden.  Je hoort ook niet waarom hè! Da’s zo stom! Ik vermoed omdat hij in Colombia geboren is. Het duurt even maar het is oké. We mogen verder. Weer een check: De medewerker constateert dat Danilo Colombiaans is.  “Yes” antwoord ik. “AdopcÍon”. “AdopcÍon” herhaalt hij droog. “Si” bevestig ik. We mogen naar het volgende onderdeel. Bagage checkin.  Gaat prima. En we krijgen inderdaad een boarding pass. Yippie! What’s next?  Handbagage check. Alles op de band leggen, ook riem.en vestje. Ik loop langs de scanner. Piiiieeeep. Wat nu?  Ik controleer stiekem de zakken van m’n broek. Niks.  De handbagage gaat er nog eens door. Niks. Ik moet terug door de scanner. Piiiieeeep. En weer erdoorheen. Piiiieeeep.  Ik word gefouilleerd. De medewerkster  tast onder m’n armen en voelt de beugel van m’n BH. Ik mag door. Danilo’s handbagage moet open en wordt doorzocht. Doeg shampoo!  Doeg deo! Daarna moeten we weer onze passen laten zien en dan zijn we er helemaal klaar voor. We kunnen naar de vertrekhal naar gate 34. We halen nog even een kopje koffie en iets te eten (voor de laatste keer Juan Valdez) en kunnen dan ook boarden, maar Danilo wordt er wederom uitgepikt.
PhotoGrid_1472324532011 Wat nu weer?  Hij moet aan de kant wachten. Wij worden uitgenodigd om in het vliegtuig plaats te nemen. Nou echt niet!  Ik blijf hier wachten. Stel dat hij niet meemag! Ik laat echt niet twéé kinderen hier achter, eentje wil ik toch minimaal meenemen! Onzinnige zorgen natuurlijk, maar ik ga toch niet zonder hem het vliegtuig in. Achter een scherm wordt zijn handbagage wederom helemaal gecheckt en moet hij zijn jasje en schoenen uitdoen. Als ik stiekem kijk is hij zijn veters weer aan het strikken. We komen als laatste aan boord en zitten nauwelijks of het standaard riedeltje gaat van start: gordels vastmaken, aankondigingen etc. De vlucht verloopt goed, we kijken filmpjes en zijn er eerder dan verwacht.

In Atlanta hebben we ruim tweeënhalf uur, maar er staat een lange rij bij het inreizen dus daar verliezen we veel tijd.  Zelfde gedoetje weer met pascontroles en inchecken handbagage.  Om naar de gate te komen moeten we met de trein. Cor en Danilo zijn al ingestapt, ik wil volgen maar de deuren gaan voor m’n neus dicht. Ik reageer in een opwelling: In de hoop dat er een sensor is, waardoor de deur weer helemaal opent, slinger ik m’n tas ertussen. Ik riskeer het maar niet om mezelf ertussen te gooien. Maar goed ook, want de deur sluit en m’n tas zit klem. Hij is voor het merendeel al binnen, dus ik probeer hem naar binnen te duwen en Cor trekt,  maar daar gaat de trein al met m’n man en kind en m’n tas geklemd tussen de deur.  Verdorie! Dat heb ik weer!  Waarom kan bij ons nooit iets normaal lopen! Even sta ik een beetje beteutert te kijken. Er rest me niets dan geduldig op de volgende trein te wachten. Dat duurt gelukkig niet lang en ik moet de volgende stop er al uit. Daar staan ze te wachten! Fieuw.Oké, verder. Op naar de gate. We hebben honger maar geen dollars en geen tijd.  Bij de gate staat al een rij te wachten om aan boord te gaan. Wij hebben nog steeds geen boarding pass, maar dat is gelukkig geen probleem, dat wordt gefixt. Ik ben blij als we eindelijk in het vliegtuig zitten, netjes op één rij naast elkaar. En geloof het of niet, maar Danilo mocht zomaar door!!!  Zo,  nu gaat het richting huis!  Ja, dacht je! Na een poosje getaxied te hebben komt de mededeling, dat er een klein technisch probleem is en we terug keren naar de gate. We mogen rondlopen, er wordt water rondgedeelt. Er schijnt een lekkage te zijn. Via whatsapp even contact met het thuisfront. Mijn vader volgt de vlucht en had al gezien, dat er vertraging was. Om half vijf zou het volgens zijn info verder gaan. Uiteindelijk wordt het vijf uur, voordat het vliegtuig de lucht ingaat, met bijna twee uur vertraging. Verwachte aankomst 7.00 uur lokale tijd, dat is een vlucht van bijna 8 uur. Is te doen, lijkt mij. We krijgen eerst warm eten, daar waren we wel aan toe! We hebben berehonger. De volgende maaltijd zal ontbijt zijn. We kijken eerst filmpjes. Ik kijk “De reünie”, een aanrader btw, dan proberen we wat te slapen. Danilo zakt vrij snel weg, ik probeer verschillende standjes uit (hihi), ten slotte val ik toch half zittend, half hangend in slaap, maar het zet geen zoden aan de dijk. En – ik zal het maar toegeven – ik heb ook weer een mentale breakdown aangezichts de steeds groter wordende afstand tussen ons toestel en Zuid-Amerika, spreek tussen Carmen, mijn dochter, vriendin en soulmate, en mij (TÍa: “jullie communiceren met de ogen”, yep, that’s us!). Wij noemen het janken, Aristoteles noemt het “katharsis” en het is goed en gezond plus het lucht op, dus ik geef er even aan toe.
PhotoGrid_1472324653610Ik slaap nauwelijks op deze reis, dus kijk maar weer tv, ook Cor slaapt niet veel en Danilo is ook naar een kleine anderhalve uur weer wakker. Anderhalf uur voor de landing krijgen we ontbijt en daarna gaat het vlot. Tijdens de daling krijgt Danilo vreselijke pijn aan zijn oren en word ik misselijk en ga met rot voelen. Ik ben blij als we eindelijk het toestel uitzijn en weg van die vieze kerosine-lucht, die me nog misselijker maakt. In Schiphol komt onze bagage als eerste eruit en zijn we zo buiten. Wat is het heerlijk, dat alles bekend is. Hoeveel zekerder voel je je in je eigen land. Dat alles duidelijk te begrijpen is, je iedereen verstaat en weet, hoe dingen werken! We bellen de shuttle van het automotel en moeten een tijdje wachten, voordat we opgepikt worden. Dan in onze eigen auto terug naar huis! Navi doet vreemd, maar uiteindelijk gaan we toch richting Utrecht, zoals het hoort. Ik zit achterin en probeer te slapen, maar dat lukt niet. Ik ben misselijk en voel me ziek van vermoeidheid en van de landing.Willen de jongens ook nog langs de MacDonalds om te ontbijten! Nou, ik hoef niet! Na bij de Mac in Duiven gepauzeert te hebben, zetten we onze rit richting thuis voort.
Daar zet ik gelijk een wasmaschine aan, sabbat of geen sabbat! De kleren stinken zo van dat laatste hotel! Wasmaschines mogen wel werken op sabbat toch? Haha! Ik spring onder de douche en ga in Carmen’s hangmat liggen met een kussen en een paar zachte dekens. Ik geniet van de tuin, die er weer toppie uitziet, dankzij mijn ouders, app nog even met Carmen en dommel dan heerlijk in slaap.

 

 

Afscheid

Vandaag is onze laatste dag en moeten we afscheid nemen van Villavicencio en Carmen. We zijn van plan om de bus van 15.00 uur te nemen naar Bogota.

Het is 25 augustus, Carmen wordt vandaag 19. Heel bijzonder om dit hier te vieren in haar geboorteland en ook nog samen met haar biologische familie!
Na het ontbijt pakken we de laatste spulletjes in. Ik probeer online in te checken, maar dat lukt niet. Ik krijg de melding, dat we op het vliegveld in moeten checken. Dat vind ik ietwat verontrustend, maar ik schuif het van me af. Cor en Carmen gaan op stap om een taart te kopen. Tía had ons een adres geadviseerd, maar dat is best ver. We  hebben op onze wandeling gisteren een winkeltje gezien met heerlijke taarten, maar 5 minuten lopen van ons hotel. Terwijl ik de laatste dingetjes inpak zoeken zij een lekkere taart uit. Carmen gaat niet voor een lichtgevend exemplaar, maar houdt het bij sobere kleurtjes. Hij ziet er heerlijk uit. 
We checken uit, ik betaal met pin, alle etentjes in het hotel moeten nog afgerekend worden. Dat gaat niet  zo soepel; de receptioniste vergist zich, ze vergeet het bedrag, dat wij bij aankomst moesten betalen, eraf te trekken. Ze probeert de transactie te annuleren,  maar dat lukt natuurlijk niet. Ze gaat informeren en mag uiteindelijk het bedrag cash uitbetalen. Het is inmiddels door al dat gedoe na half twaalf en we zouden om elf uur bij de familie zijn. 
Met twee taxi’s rijden we ernaar toe, want de kleine gele autootjes hebben geen kofferbak, dus de bagage moet op de zitting van de bijrijder.Carmen en Cor gaan in de ene taxi, Danilo en ik in de andere. Er zijn wegwerkzaamheden, dus we staan wel 10 minuten stil. Dan verrijdt de chauffeur zich ook nog! 

Tegen de tijd dat we bij het huis zijn, is het al na twaalven. Oma staat al in  de keuken de lunch klaar te maken, want het nichtje moet zo naar school. Maakt niet uit, dan eten we de taart wel als toetje. 


Het eten is weer uitstekend. Één ding is zeker: Carmen gaat hier niet hongerlijden. Na het eten gaat Tía op zoek naar kaarsjes. Ik ben het helemaal met haar eens: kaarsjes horen erbij. Ze vindt twee kaarsen en steekt ze in de taart. Ze worden aangestoken, we zingen “Happy birthday” en Carmen moet de kaarsjes uitblazen. En dan smullen maar! De taart smaakt  heerlijk! We zijn er wel blij om, want Carmen is puur op het uiterlijk afgegaan.  We drinken er Cola bij en kletsen nog wat. Dan roept Tía een taxi voor ons. 
Nu komt  het gevreesde moment: het afscheid. Ik begin vóór de omhelzing al te janken – ik zal maar niet in detail treden – het is een tamelijk emotionele toestand, zoals jullie misschien wel voor kunnen stellen. We stappen in. Ik maak nog een laatste foto van Carmen, ik weet dat deze mensen lief voor haar zullen zijn, en we rijden weg, richting terminal. 
Daar gaat alles heel snel. Ik koop een ticket en we kunnen de bus van kwart voor twee nog halen, die vertrekt namelijk met een kwartier vertraging. 
De busreis is prachtig. Nu maak ik de busrit toch nog bij daglicht mee! Ik heb geen oog voor Jackie Chan en consorten, die op het tv-scherm vreselijke herrie zitten te maken, maar geniet volop van de rit door het Andes-gebergte. De tocht voert voor een heel groot gedeelte langs een rivier en we komen langs tal van watervalletjes. De rit is zo voorbij, al duurt die drieënhalf uur. Als we om half zes bij de terminal van Bogota arriveren, begint het al donker te worden. We gaan daar nog even naar de wc en proberen via de Taxi-app een taxi te krijgen, maar dat wil niet helemaal lukken, vooral ook omdat we een grote taxi nodig hebben met al onze bagage. 


Uiteindelijk houden we een wat grotere taxi aan en komen tegen zeven uur in het hotel aan. Het is erg druk op de weg, zoals altijd in Bogota.
Het hotel overtreft al onze verwachtingen, zo luxe! Nadat we ons geinstalleerd hebben, gaan we in het hotel nog dineren, dan lekker op bed hangen en tv kijken. Zo dadelijk vroeg gaan slapen, want om half vier moeten we morgenochtend al op, om onze reis richting thuis voort te zetten..