Vandaag gaan we naar Baños. Met z’n drietjes: Carmen, Jessy en ik. Heb er heel erg veel zin in. Baños – eigenlijk Baños de Agua Santa, vertaald “baden van het heilige water” is een klein touristisch stadje, dat bekend staat als de toegang tot het Amazone-gebied. Het ligt aan de voet van de zeer actieve vulkaan Tungurahua en vulkaanuitbarstingen en aardbevingen komen regelmatig voor. De mensen geloven heilig in de bescherming van hun beschermheilige en verlaten dan ook niet hun stadje, als een vulkaanuitbarsting dreigt. Het stadje wordt dan ook steeds weer op wonderlijke wijze gespaard. Ook hier is een Mariaverschijning geweest, deze wordt nu aanbeden als “Nuestra Señora del Rosario de Agua Santa” (Onze Vrouwe van de Rozenkrans van het Heilige Water).
We starten onze reis om ongeveer half 11, ik moet zeggen, dat ik hier vaak helemaal niet meer de tijd in de gaten houd. Eerst een half uur staand in de trolley en dan nog drie uur in de bus. We sjokken naar ons hotel. Carmen heeft geboekt. Ik heb niet op internet gekeken wat voor hotel het is. Het is goedkoop, dus zal wel pover zijn. Het is inderdaad bescheiden, maar wel schoon en netjes. Dat overal altijd dingen kapot, oud of klungelig en amateuristisch gemaakt zijn, ben ik inmiddels gewend. Zo zijn kitranden bijvoorbeeld wel een centimeter breed. Een hoek is bijvoorbeeld niet gevoegd. Of zoals nu een douche, gewoon een stang, die uit de muur komt met een plastic douchekop eropgedrukt, waar na een eeuwigheid wachten een klein straaltje warm water uitkomt. Het raam in het badkamertje komt van voor de zondvloed en is roestig, vies en afgebladderd. Aan de andere kant is een mysterieuze grijze ruimte, het raam is te hoog om te kunnen zien wat er zich precies achter bevindt. Nou, zoals gezegd is de kamer verder netjes en fris. Ik heb een balkon met een hang-schommelstoel en uitzicht op de bergen en een kleine waterval. We rusten even en lopen dan het stadje in om een hapje te eten. We strijken neer in een steakrestaurant. Op de achtergrond speelt een bandje van drie oudere mannen leuke Ecuadoriaanse muziek. Om negen uur gaan we met een chiva, weet je nog, zo’n oud busje, waar we in Quito vorige week een feestje hadden, de bergen in. We nemen plaats in de chiva. In deze zitten bankjes, er kunnen zo’n vijf mensen naast elkaar zitten. Wij zitten achterin. Chill! Dan kan ik mooi naar achteren wegkijken. De bus is versierd met gekleurde lichtsnoeren, die ook nog eens flikkeren. Het is een oude bus, met oude bankjes, maar met een supergrote, moderne speaker, die direct boven onze hoofden hangt.
Als de bus gaat rijden begint er keiharde muziek uit te komen. Heerlijk!!! Het gaat door de verlichte stad en dan de berg op. In het pikkedonker. Als ik achterom kijk, zie ik alleen maar zwart. Geen straatverlichting. Meerdere chiva’s rijden achter elkaar aan, maar wij zijn het slotlicht. Ik zie in ieder geval geen andere achter ons aankomen. De chiva crosst door de bergen, zijn weg vervolgend naar de top, hobbelend en bobbelend over de slechte straten en met gierende motor als het oude voertuig moeite heeft om de berg op te komen. Ondertussen keiharde Reggaeton. Super gaaf dit!
Boven op de berg krijgen we een beker canelazo, het tradtionele zoete alcoholhoudende drankje. We genieten van het prachtige uitzicht: het verlichte stadje tussen de bergen. Dan is er een kleine show door een cabaretier. Ik versta niet veel, maar ik zie wel dat hij het erg leuk doet. Dan terug naar de bus en met een bloedvaart en de wederom knetterende muziek de berg af. We worden vlak bij ons hotel afgezet en gaan even rusten om tegen half twaalf een discotheek op te zoeken.
We komen in een straat met allemaal disco’s en kiezen voor een tent genaamd “volcan”. Er zijn drie verdiepingen. We nemen caipirinha en klimmen naar de bovenste verdieping, daar dansen we de hele nacht door. Heerlijke Reggaeton en andere latijnsamerikaanse muziek. Maar ook “gringo-muziek”, spreek house e.d. Ik krijg een drankje, glas cola, van het huis. Een van de medewerkers komt het mij brengen, omdat ik zo goed op de muziek dans. Ik voel me gestreeld. “Pas wel op, mama. Ze kunnen er iets in hebben gedaan.” Daar heeft ze gelijk in. “Hou me goed in de gaten” antwoord ik en neem een slok, afwachtend of er iets gebeurd. Word ik een beetje draaierig, of vergis ik me? Ik laat de cola even staan en ga verder met de caipirinha, de tweede, die Jessy voor ons heeft gehaald. Dan staat de medewerker van het glas cola met een andere jonge man voor ons. Of we willen dansen. We bedanken vriendelijk. We dansen lekker met z’n drietjes tot in de vroege uurtjes. Om drie uur sluit de tent en lopen we naar huis. Nakletsen, douchen en nog effe op mobiel. Zo is het snel vijf uur, voordat ik ga slapen. Ik val dan ook als een blok in slaap.
Dag 11: Mitad del mundo – op de evenaar
Carmen is nog steeds ziek. Ze moet nu toch echt naar een dokter. Ik heb nog een aantal dingen op mijn to-do-lijstje staan, waaronder “La mitad del mundo”, letterlijk vertaald “de helft van de wereld”, de evenaar oftewel de equator. Daar zou ik zooooo graag heen willen, lijkt me zo vet, om te kunnen zeggen: ik heb op de equator gestaan! Maar het is te vermoeiend voor Carmen. Gelukkig heeft Alejandro tijd om mij te begeleiden. Super fijn, want hij is een wandelende encyclopedie en super gezellig, want het is een ontzettend leuke jongen. Carmen legt me uit, hoe ik bij de busterminal moet komen, het is niet moeilijk, ik kan er met de trolley naar toe en Alejo pikt me daar dan op om samen verder met de bus te gaan naar “La mitad del mundo”. Het is maar 20 km, de busrit kost geen hout, maar je bent wel even onderweg. We kletsen gezellig onderweg en de tijd vliegt voorbij. We stappen uit en lopen naar een soort park met allemaal huisjes, een soort openluchtmuseum. Het is warm en zonnig weer, om ons heen overal de bergen, een prachtige omgeving. Het park is groot, onmogelijk om alles te doen, maar we lopen een paar hutjes in, reconstructies van hoe de indianen leefden en gedeeltelijk nog leven. In één van de hutjes zit een sjamaan bij een vuurtje. Naast hem is een klederdracht te bewonderen, een pak met twee maskers, aan de voorkant één en aan de achterkant één. Deze pakken werden door de indianen gedragen, ik denk bij rituele dansen ofzo. In een hoek op de grond een kleine omheining van stenen, waarin een aantal cavia’s rondloopt. Alejandro loopt het water al in de mond. Hij vindt ze heerlijk, zegt hij. “Jij bent gek, zeg ik. Die kun je niet eten.”. “Waarom niet?” vraagt hij. “Omdat het geen voedsel is” dien ik hem van repliek. Hij trekt zijn schouders op. “Tuurlijk wel! Ze zijn lekker”. Dan vertelt hij dat er met behulp van deze beestjes ook diagnoses gesteld worden. Men strijkt me een levende cavia over het lichaam van een ziek iemand. De cavia neemt de ziekte over en sterft tijdens de procedure. Dan wordt het diertje opengesneden en men kan zien wat de patiënt heeft, of het nou een tumor of wat dan ook voor ziekte is. Ik vind het maar wreed. De sjamaan spreekt ons aan. We kunnen hem vragen stellen als we willen. Ik wil weten, of sjamanen nog steeds bestaan en nog steeds praktiseren. Hij beaamt het. Ze zijn allemaal gekerstend, maar hebben wel zo hun eigen tradities behouden en hebben beide religies met elkaar verweven. Dan wil ik weten wat de kern, de basis van het sjamanisme is. Hij vertelt dat de basis erin bestaat, dat wij mensen één zijn met de natuur. De natuur weerspiegelt daarom ook ons mensen: het schijnen van de zon is het gelukkig zijn van de mens, regenen weerspiegelt het verdrietig zijn, de donder is een parallel tot het boos zijn, enzovoort. De oude man is sympathiek en neemt alle tijd om mijn vragen te beantwoorden. Ik geef hem twee dollar fooi en hij houdt het geld boven het vuur. Dat is om de negatieve energie te laten verdwijnen, legt hij uit.
We verlaten de hut en gaan verder, andere hutjes bekijken. We lopen door wat musea, maar die drukke plekken trekken me niet zo, zeg ik Alejandro. Wat ik dan wel weer interessant vind en wat hier en überhaupt in het katholicisme een ding is zijn de verschillende Maria-verschijningen. Je hebt verschillende Maagden (“Virgin”) in verschillende plaatsen. Ik dacht vroeger altijd, dat het om verschillende heilige maagden ging, maar heb nu geleerd, dat het steeds om een verschijning van Maria, de moeder van Jezus gaat. Ze verschijnt voor een enkeling, vaak met een boodschap of een opdracht, bijvoorbeeld het bouwen van een kerk. De verschijning krijgt dan de naam van de plaats van verschijnen. Bijvoorbeeld de “virgin del Carmen” is de Maria-verschijning op de berg Carmel. Hier in dit park is een hele gang met schilderijen van verschillende “maagden” en het bijbehorende verhaal. We lopen door de gang en praten over de verschillende schilderijen. Dan gaan we weer naar buiten.
In het midden van een plein staat een grote toren, We gaan met de lift naar boven en hebben een prachtig uitzicht. En het is zo’n mooi weer! Ik geniet weer met volle teugen. Onder ons zien we de gele lijn, die de evenaar weergeeft. “Maar”, zegt Alejandro. “Dit is niet de echte equator.” Oh? Ja de echte equator ligt een stukje verder op. “Gaan we daar nog wel naar toe?” vraag ik bezorgd. Het kan toch niet zijn, dat ik hier ben en dan nog niet op de echte evenaar kan staan?! “Ja, natuurlijk” stelt hij mij gerust. “We gaan ook nog naar de echte evenaar.”.
Wat is nou het verhaal van de twee lijnen, die beiden de evenaar moeten voorstellen? De ligging van de evenaar werd in de 18e eeuw bepaald door de fransman Charles de Condamine. Hij vergiste zich echter en bleek een paar honderd meter ernaast te zitten. Met GPS is de precieze locatie vandaag de dag dan ook accuraat te bepalen.
We maken een paar foto’s op de “nep-equator” en lopen dan naar de échte plek. Ik ben zo blij, dat Alejandro dit weet. We hebben best honger, maar besluiten om toch eerst bij de echte evenaar te kijken.
We volgen en avontuurlijk pad, met aan weerszijden mega-grote agaves en cactussen en komen in een prachtig klein park met mooie inheemse planten en struiken. De intree is 4 dollar, de helft van het “nep-park”. Lol! Ik vind het hier veel leuker! We krijgen, samen met een aantal Amerikanen, een rondleiding door een zeer kundige en sympathieke jonge vrouw, die ook nog eens uitstekend Engels spreekt. We krijgen een rondleiding langs verschillende plekken. Ze vertelt ons over de “shrinking heads”, een gebruik bij bepaalde stammen om de hoofden van hun vijanden te koken, nadat de botten eruit gehaald zijn en dan te vullen met stenen. Er blijft dan een heel klein hoofdje over. Ik leg dit nu heel globaal uit, maar eigenlijk is het een hele ingewikkelde procedure, die maar door weinigen beheerst wordt. “Wordt” ja, want het wordt nog steeds met dieren gedaan. Sinds 1950 is het op mensen verboden. We staan met onze mond open: 1950! Dat is nog maar zo kort geleden! Er is ook een echte “shrinking head” van een jonge van 13. Hij zou de opvolger zijn van het stamhoofd. Ook sjamanen kregen na hun dood zo’n behandeling. Men geloofde namelijk, dat zo hun wijsheid niet ontsnappen en door anderen afgepakt kon worden. In geval van de vijanden was het doel, dat de geest van de gedode persoon zich niet kon wreken.
Luguber hè? We zien nog een kolibrie, maar net als ik mijn mobiel te voorschijn heb gehaald, vliegt hij weg. Ik wil erachter aan, maar Alejandro zegt, dat ze moeilijk vast te leggen zijn. Jammer. Dan volg ik maar weer de groep. Alejandro wacht telkens netjes op mij, als ik niet snel genoeg de groep volg, omdat ik weer foto’s moet maken. Vet lief.
Einde en hoogtepunt van de rondleiding is natuurlijk de echte evenaar en we kunnen een paar experimenten doen, zoals een ei op een spijker balanceren. De gids laat zien, dat op de evenaar er geen draaiende kolk is, als je water door een afvoer laat weglopen en dat je minder kracht hebt. Ook mogen we met de ogen dicht op de streep lopen, die precies de evenaar weergeeft. Ik zweer het je, je dreigt al bijna om te vallen, nog voordat je de eerste stap hebt gezet.
Ik vind het allemaal super interessant, maar onze magen beginnen nu toch echt te rammelen. We willen pizza. Ietsje verderop, aan de andere kant van de straat is een pizzeria. We bestellen twee “entradas”, voorgerechtjes, te weten, patat en chickenwings en ieders een pizza. Van de entradas eten we samen. We blijken beiden van pittig eten te houden. Alejandro vraagt iets om het eten scherper te maken en we krijgen een bus gedroogde chilli. De chickenwings en de patatjes doen we door de mayonaise of ketchup en dippen dan in de chili. Hmmm heerlijk. De pizza wordt bestrooid met extra chili. Lekker – rico! We zijn het erover eens dat we heerlijk gegeten hebben, maar nu toch echt wel voldoende hebben gehad. Het is later geworden dan we hadden gepland. Het wordt nu krap voor Alejandro’s balletlessen. We spreken af dat ik met hem mee ga naar huis als hij ballet moet laten schieten. Hij redt het net niet, dus ik ga met hem mee naar huis om een kop koffie te drinken. We komen bij een groot huis met drie verdiepingen. De 2e verdieping is van hem en zijn familie: ouders en twee broers. We lopen een trap op en betreden de ruime woning. Een grote woonkamer met open haard, een ruime eetkamer, en een keuken met een klein tafeltje met twee stoeltjes. Er is een gang, die naar slaapkamers gaat. Tenminste dat denk ik. Alejandro stelt me aan zijn familie voor: zijn moeder en een oom een broertje en neefje. Vader en tante zijn aan het werk. Iedereen begroet mij met een omhelzing en een kus op de wang, zoals het hier de gewoonte is. Erg hartelijke mensen. Vooral zijn moeder is een schat van een mens. Ze is heel erg verheugd me te leren kennen. Nou ik ook! Een leuke, spontane, nog jonge vrouw. We drinken koffie. Oom doet karaoke, daarna moeder en dan ook Alejandro. Ik ga bij hem in de eetkamer zitten en applaudisseer als hij klaar is. Heerlijk die ongedwongen gezelligheid. Men gaat aan tafel en Alejo en ik nemen afscheid. Hij moet naar zijn Engelsklas en ik naar huis. We lopen door de voortuin en hij plukt een kleine mandarijn en ik peuzel hem op. Heerlijk zoet zo direct van de boom. Ze hebben ook een limoenboom vol met vruchten. We lopen verder richting het busstation, vanaf hier kun je de cotopaxi, de vulcaan, zien, maar het is nu bewolkt. Ik wil hem nog heel graag bezoeken, maar het is er nog steeds niet van gekomen en je hebt er een hele dag voor nodig. Hopelijk lukt het nog.
We nemen dezelfde trolley, Alejandro neemt de tweede halte, ik moet nog negen verder.
Zo kom ik weer terug na een geweldige fijne, gezellige en interessante dag. Muchas gracias, Alejandro!!!
Dag 10: Terug naar Quito
9 uur: We checken uit bij het hotel en laten een taxi roepen. Om tien over half tien pikt te taxi ons op. 10.00 uur vertrekt onze bus. Ik stress ‘em, maar Carmen verzekert mij dat we op tijd zullen zijn. Ze vraagt met haar liefste gezichtje en stemmetje aan de taxi-chauffeur, of hij ons wil helpen om op tijd te komen. “Dat werkt altijd mama”. En inderdaad, we zijn op tijd, nog maar net, maar toch..
Het is een minder comfortabele bus, dan op de heenweg, maar het kan er mee door. Ik ben eerst chagrijnig, omdat we aan de verkeerde kant van de bus zitten, want aan de andere, linke kant heb je het mooiste uitzicht. Bovendien heeft de buschauffeur vreselijke muziek opstaan en ik heb mijn oortjes in de trolley zitten, die zich in de bagageruimte bevindt, waar ik dus niet bij kan.
Maar het landschap is prachtig en ze draaien gegeven ogenblik een leuke film met Engelse ondertiteling. De bus stopt afschuwelijk vaak. Pffff, dit kon nog wel eens een hele lange busrit worden. Daarna staat er een in het Spaans gesynchroniseerde film op zonder ondertiteling. Mijn aandacht verslapt en ik kijk naar buiten. Hoe anders is het hier dan bij ons. Allereerst natuurlijk het landschap. De prachtige bergen van de Andes geven een schitterende aanblik. De vegetatie verschilt ook heel erg: cactussen en agave-planten. Wij hebben ze in de huiskamer, hier is het gewoon onkruid. Maar wel mooi en groot onkruid. Af en toe liggen koeien en kalfjes in de berm, zonder afrastering, misschien maar een meter van de weg af. Een ezel staat aan de rand van de weg, plompverloren lijkt het wel. Random een paar schapen. Dan een paar huizen. Mensen zitten aan de kant van de weg een heel varken aan het spit te roosteren. Iets verderop liggen kippen op een soort barbecue. Dan weer een stuk land, een vrouw in klederdracht met een drietal schapen aan een touw achter zich aan. Een andere vrouw in klederdracht volgt hun. Iedereen hier in de kleinere dorpjes loopt in klederdracht: een wijde rok in een felle kleur, een witte bloes, een felgekleurde omslagdoek, een hoed en één of twee lange vlechten. Zowel jonge als oude vrouwen. Jonge moeders dragen hun kind ingewikkeld in een doek op de arm of op de rug. Als de bus stopt stapt er vaak een marskramer in om iets te verkopen: Fruit in een bekertje, snoep, chips of drinken. Sommigen hebben een heel verhaal. Zo stapt er een man in, met snoep in hartjesvorm. Hij heeft een heel uitleg, hoe belangrijk het is dat je je ouders of wie dan ook je liefde betoont en wat voor een uitgekiende gelegenheid dit nu is om het met zijn product te doen. Hij lult wel een kwartier met harde stem. Ik luister gefascineerd, hoewel ik zo goed als niets versta. Hij is nog redelijk jong, maar mist één voortand. Hij gaat uitdelen. Huh, wat nu? “Je mag het bekijken” zegt Carmen “en als je het wilt houden, dan komt hij zo het geld ophalen.” Nou, ik hoef het niet eens te bekijken, ik weet zo ook wel, dat ik het niet wil. Als hij alles heeft uitgedeeld, loopt hij weer naar voren om nog eens te vertellen hoe geweldig zijn product is. Dan loopt hij weer de mensen langs en prijst uitgebreid de goedheid van degenen, die het product kopen. Bij de volgende halte stapt hij uit. Dan stapt een andere jonge man in. Hij ziet er netjes en redelijk westers uit en heeft een grote leren tas bij zich. Hij heeft een heel verhaal over gezondheid en vitamines, weet ik veel wat en hij verkoopt zakjes met een soort poeder, waarvan je twee keer per dag een bepaalde hoeveelheid in moet nemen om gezond te blijven. Hij deelt het ook weer uit, maar ook hiervoor hebben we geen interesse. We wachten eigenlijk op iemand, die iets enigszins fatsoenlijks te eten verkoopt. Maar of de duvel ermee speelt… normaal komen er heel veel mensen iets te eten verkopen, nu niemand.
Na zo’n vijf uur moet ik naar de wc. Ik loop naar achteren in de bus, maar de wc is op slot. Ik loop terug naar mijn plek en Carmen vraagt aan de conducteur of ik naar de wc kan. Over vijf minuten stoppen we, dan kan ik daar gaan, zegt hij. We stoppen, maar rijden ook zo weer verder. Dan weer een hele korte stop. En een derde stop. Ik durf niet uit te stappen, omdat ik niet weet, of dit weer een hele korte stop is. Maar het duurt langer. Ik zie nu ook “Santa” boven een poort staan. Dat is de naam van de busvaartmaatschappij. Maar nu is het al te laat, de bus is weer in beweging. Na een poos vraagt Carmen weer aan de man. Hij zegt dat ik zonet had moeten uitstappen. Ja dude, had dan wat gezegd! Maar hij zegt dat hij de sleutel voor de wc in de bus halen zal. Kwartier later komt hij met de sleutel aanzetten. Ik moet hem volgen. Ik mag alleen plassen! Hij zegt het drie keer. Als hij de deur opent, weer: alleen plassen! Si si, antwoord ik. Op de wc snap ik waarom hij het zo nadrukkelijk zegt, er zit geen gat in de wc, maar een afvoer als in een gootsteen. Nummertje 2 zou hier niet doorheen gaan. Afin, ik doe mijn ding en na mij nog een aantal andere mensen, Carmen incluis. Zo, dat lucht op. Nu neem ik na 5 uur voor het eerst een klein slokje water. Niet te veel, want naar de wc gaan blijkt toch wel een dingetje…
We hebben eigenlijk geen idee, hoe lang de tocht zal duren, we houden het maar op 10 uur. Dan zijn we nu zo’n beetje op de helft. Carmen is af en toe aan het dutten, mij lukt dat niet. De meeste tijd blijf ik uit het raam kijken. Gefascineerd over hoe de mensen hier leven. Zo’n wereld van verschil met alle luxe, die wij gewend zijn. Ik voel me aardig decadent, tegelijk beseffend, dat ik het echt echt heel moeilijk zou vinden om als deze mensen te leven. We komen langs dorpjes, waar ik me afvraag, waar deze mensen van leven, zo ver af van alles. Auto’s zijn ook niet te bekennen. Je ziet af en toe mensen in het veld bezig en sommigen hebben dieren. Bij sommige huizen vraag ik me af of er wel mensen leven, dan weer huizen, waar heel klaarblijkelijk niemand leeft, spookhuizen, zonder ramen of deuren. Dan weer oude vervallen huisjes, waar de was op het platte dak hang te drogen, povere hutjes, waar mensen voor zitten, soms eten bereidend. Een keer een huisje, waar een aantal vrouwen en kinderen de was staan te doen in grote vierkante stenen kuipen. Ik denk aan ons huis, de wasmachine, droger, vaatwasser, stofzuiger… Als ik straks thuis ben, zal dat allemaal snel weer heel gewoon zijn, maar dat is het op dit moment alleszins. Zo mijmerend gaat er een hele andere wereld aan mijn ogen voorbij.
Ondertussen weet ik niet meer hoe te zitten. Mijn nek doet pijn, mijn rug doet pijn, mijn kont doet pijn. En we moeten nog drie uur. Het wordt een hele lange zware rit. Stom, je hoeft alleen te zitten en toch raak je dodelijk vermoeid. Op mobiel lukt niet, lezen lukt niet, het hobbelt te veel.
Na tien lange uren rijden we eindelijk de terminal van Quito in. Het is inmiddels donker. We stappen op de bus en dan op de trolley over. Het duurt nog wel bijna een uur voor we bij onze halte uitstappen. We besluiten om op de weg naar huis iets te eten bij de KFC. Daarna door naar huis. Als we thuiskomen, blijkt het huisgenootje uit Nederland weer terug te zijn. We merken het, aan het hek voor de huisdeur, dat niet dicht zit. Maar ze ligt al in bed. Wij drinken nog een kopje thee, pakken de spullen uit, douchen en kruipen in bed. Heerlijk om gestrekt te kunnen liggen!!!
Dag 9: City tour door Cuenca

We hebben besloten om een city tour met de bus te doen. Dat lijkt ons voor Carmen beter dan lopen of fietsen. Nog beter zou natuurlijk een dag in bed zijn. “Ik ben toch niet acht uur naar Cuenca gereisd om in bed te gaan liggen en niets van de stad te zien” protesteert ze. Snap ik.
Er zijn twee tochten: één door het zuiden en één door het noorden. We besluiten eerst die door het zuiden te doen en vanmiddag misschien nog die door het noorden te pakken. Via internet hebben we een adres, waar we tickets kunnen kopen, maar daar aankomend krijgen we weer een ander adres door. We moeten bij het Parque Calderon zijn. Dat blijkt een klein vierkant park voor een prachtige grote kathedraal te zijn. Aangezien het park vierkant is, zijn er ook vier straten, die erlangs liggen en dus ook vier mogelijke straten, waar we moeten zoeken. We zien niets van een bord ofzo. Het is koud en begint te regenen. De paraplu zijn we vergeten mee te nemen. Carmen gaat onder een afdak staan en ik ga alle straten langs. Ik kom bij een soort vvv, maar de mevrouw is bezet en er zitten wachtenden. Ik ga ervan uit, dat hier het vertrekpunt van de bus moet zijn en haal Carmen op. Via een beveiliger krijgen we te weten, dat we bij een vrouw verderop met een zwart-rood vest moeten zijn. We kopen bij haar de tickets en een paar minuten later arriveert de dubbeldeks bus en we stappen in. We gaan bovenin zitten, want daar is het open en kun je het beste zien. Het is een leuke stad, knusser dan Quito. Het boeiendst vind ik de resten van een inca-nederzetting. Af en toe sta ik op om een foto te maken. Als ik na het maken van één van de foto’s me omdraai, scheert een laaghangend elektriciteitskabel rakelings over mij heen. Carmen kijkt ontzet, ze had me willen waarschuwen, maar kon gewoon niet op het Nederlandse woord “bukken” komen. De gids waarschuwt voor laaghangende kabels en boomtakken. Fijn!
We rijden een berg op. De bus heeft het er aardig moeilijk mee. Het is echt koud. Er staat een harde wind. Veel te koud voor Carmen. Ze moet van mij onder in de bus gaan zitten. We stoppen bij een kerkje en zullen hier een half uur doorbrengen. We krijgen candelasso te drinken en kunnen bij een atelier met keramieken voorwerpen kijken. Carmen blijft op het terras van een restaurant zitten, ik loop naar het atelier. Prachtige dingen zijn hier te koop. Allemaal handwerk, maar heel duur spul. Ik besluit om een onderzetter te kopen. Dan loop ik weer naar boven naar de bus, want het is tijd. Kwart over zouden we weer bij de bus zijn. Ik kom er 16 minuten over aan. Alleen geen Carmen in de bus. Ik zeg tegen de gids, dat mijn dochter er nog niet is, waarschijnlijk nog bij het restaurant zit. Of ik haar kan halen. Zij zegt, dat we dan de volgende bus moeten nemen. Okee, dat moet dan maar. Ik loop richting het restaurant en zie Carmen op het plein voor het kerkje staan. Ze ziet mij en ik zwaai haar: kom, kom, snel. Ik loop naar de bus en zwaai naar de chauffeur: wacht, wacht we zijn er! We stappen in en verder gaat de tocht. De gids vertelt allerlei dingen, ook in het Engels, maar ik moet echt goed luisteren om het verschil tussen Engels en Spaans te verstaan, zo slecht is haar uitspraak. Toch is het een leuke tocht en krijg je een goede indruk van de stad.
We stoppen weer bij de kathedraal, gaan lunchen en brengen dan een bezoek aan de prachtige, grote kathedraal.
Dan lopen we naar ons hotel. We hebben besloten, dat ik vanmiddag alleen de andere tocht zal maken en Carmen zal gaan rusten. Ook hebben we besloten, dat we morgen ochtend naar Quito vertrekken, zodat we ’s avonds weer lekker in bed kunnen slapen. We moeten dus tickets hebben voor morgen. Carmen kruipt in bed en ik loop naar de terminal om de buskaartjes te kopen. Daarna neem ik een taxi naar het Parque Calderon om de vrouw van de buskaartjes te zoeken voor de citytrip door het noorden. Tien over half vier zou die gaan. Ik zie de vrouw nergens. Dan spot ik zo’n mobiel kraampje met snoep, waar een groot plakkaat voor staat. Ik loop er naar toe. Bingo. Hier verkopen ze de tickets. In het kraampje zitten op een rij twee oude mannetjes en een oud vrouwtje. Of ik een kaartje voor de citytrip wil kopen. Laat ik dat nou inderdaad net graag willen! Maar ik moet wel de bus voor het noorden hebben. Ik krijg het kaartje. Hoe laat vertrekt hij? Half vier, zegt het vrouwtje. En hoe laat is het nu? Ik kijk op mijn mobiel. Half vier! Het vrouwtje wijst naar een bus, die aan komt rijden. Die moet ik dus hebben. De bus rijdt ons voorbij om een stuk verderop te stoppen. Het oude vrouwtje rent achter de bus aan. Ze beduidt mij om te volgen. Ik loop achter haar aan. Met haar korte beentjes rent ze alsof haar leven ervan afhangt. Ik kan af en toe gewoon lopen en haar toch bijhouden. Het moet een komisch gezicht zijn: het kleine, oude Ecuadoriaanse vrouwtje en de grote gringa die achter elkaar aanrennen over het plein voor de grote kathedraal. Maar we redden het. Ik bedank haar en stap in. Ik geef mijn kaartje af in de bus. De gids vraagt, welke tocht ik wil maken. Ik wil de tocht door het noorden maken, want die andere heb ik vanmorgen al gedaan. Of ik op het uitzichtpunt ben geweest. Ja, dat ben ik. Dan zit ik dus in de verkeerde bus. Ik moet de andere hebben. Die komt over 10 minuten.
Okee. Ik stap de bus weer uit en wacht op de volgende. Daar klim ik weer bovenin. De route is gedeeltelijk hetzelfde, maar buigt dan naar een andere kant af. We stoppen bij het hoedenmuseum. Hier blijven we een uur. Oef, best lang lijkt mij. We krijgen een rondleiding door het museum en het verhaal van de geschiedenis van de panama-hoed. Dan lopen we door de fabriek, waar de hoeden gemaakt worden en komen uiteindelijk in een winkel, waar ze de prachtigste hoeden verkopen. Ondanks dat er een paar echt mooie exemplaren bij zijn, ben ik toch niet van plan om er één te kopen. Hoe moet ik die mee naar Nederland krijgen? Een aantal mensen past wat hoeden. Ik kom aan de praat met een Ecuadoriaanse, die nu in Californië leeft en bij haar moeder op bezoek is.
Na een uur vertrekken we weer. We rijden nog een stuk door de stad, dan stoppen we weer voor de grote kathedraal. De hele tocht heeft langer geduurd dan ik dacht en het begint al te schemeren. Ik loop richting hotel, maar wil nog water en chips kopen. Anders kun je dat op elke hoek van de straat kopen, nu niets te vinden. Ik loop door tot een groot plein en vind daar eindelijk een winkel waar ik slaag. Als ik weer bijna bij het hotel ben, kom ik toch nog langs een kraampje waar ik de heerlijke “verdes” kan kopen.
Ik “jaag” Carmen uit bed om wat te gaan eten. We besluiten om dichtbij te dineren en vinden inderdaad een restaurant, waar we een traditionele maaltijd nuttigen. Het smaakt goed. Terug in het hotel douchen, en heerlijk in bed filmpje kijken. Maar ik houd het niet lang vol en sukkel steeds weg. Ik besluit de film een andere keer te kijken en aan mijn vermoeidheid toe te geven.
Dag 8: Aankomst in Cuenca
De plaatsen in de bus zijn iets minder chill, dan we dachten. Je ligt niet echt fijn, want je ligt in een knik en de stoelen zijn nogal glad, want van kunstleer, dus van een echt goede nachtrust kan geen sprake zijn. We slapen wel vrij veel, maar worden ook heel vaak wakker. Ik begin echt pijn in mijn rug te krijgen en mijn voeten voelen dood aan. Het is ook beginnen te regenen. Ongeveer een uur nadat het licht geworden is arriveren we in Cuenca. Fijn, om uit te kunnen stappen en de benen te strekken. We zijn veel te vroeg om in het hotel in te checken, het is pas 7 uur in de ochtend, dus we besluiten om hier op de terminal te ontbijten. Er is een grote overkapping met naast elkaar op een rij meerdere eettentjes. Ze verkopen allemaal zo’n beetje hetzelfde en proberen klanten naar zich toe te lokken door met de rechter hand met hele korte, snelle bewegingen op en neer te zwaaien en “tss tss” te doen, terwijl ze met hun linker hand over het menu op het bord gaan, alsof ze een mooie dame van top tot teen presenteren. We kiezen een willekeurige tent en gaan op het terrasje ervoor zitten. We gaan uiteraard voor “desayuno continental”, een Europees ontbtijt: koffie, broodje met een soort kaas, een bordje roerei en een “jugo”, een vruchtensap. Carmen kiest naranjasap, dat is sinasappelsap en ik de boomtomatensap. Carmen proeft van het drankje. “Er zit water in. Zou je die wel drinken, mam?”. Ik waag het er maar op. Het ontbijt smaakt goed. Ik drink voor het eerst in mijn leven koffie bij het ontbijt en vraag daarom ook veel melk. We krijgen een beker heet water. Huh? Krijgen we nu thee? Maar Carmen pakt één van de potjes op tafel, waar blijkbaar oploskoffie inzit en doet een schep van het poeder in de mok met heet water. We krijgen ieders ook een beker met warme melk erbij. Het ontbijt smaakt me uitstekend. Als ik om me heen kijk, zie ik anderen soep eten en warme gerechten, brrrrr.
Als we ons ontbijt ophebben lopen we langzaam richting hotel. Volgens Google 15 minuten te voet, maar we lopen heel langzaam, want we zijn vroeg zat en we hebben het gevoel, dat niet al onze botten nog niet weer op de juiste plaats zitten na deze lange busrit. Bovendien gaat het met de trolleykoffer ook niet zo snel over de hobbelige stoep met gaten en we moeten stoep op stoep af. Soms houdt de stoep gewoon op en loop je langs de muur van een gebouw over de tweebaanse straat, waar auto’s en vrachtwagens met een bloedvaart langsrazen. We komen door de binnenstad, het ziet er gezellig uit, hoewel alles nog dicht is. Ook een artesania-markt en een markthal. Daar willen we straks nog wel even gaan kijken. We checken in in het hotel. We kunnen pas om 12 uur op onze kamers, maar we mogen onze bagage daarlaten en van alles gebruik maken. We gaan in de lobby op een rondzitbank zitten en pakken een kopje thee. Het hotel ziet er mooi uit. Het is z’n 4 sterren dubbel en dwars waard, zo te zien. We blijven een poosje kletsen en nemen nog een kopje thee en nog een kopje thee en dan lopen we de binnenstad in. We slenteren over de artesania-markt. Hier hebben ze toch nog wel weer andere dingen dan in Quito en Otavalo. Jammer, dat ik niet zo heel veel plek in mijn bagage heb, anders had ik heeeeeel veel dingetjes gekocht. Het ruikt heerlijk naar allerlei kruiden. Dat komt bij een overdekte plek vandaan, waar een aantal oude vrouwtjes zit met grote bossen verse kruiden. Moeders met kindjes op hun schoot zitten ernaast. Blijkbaar een soort patiënten. De oude vrouwtjes slaan met de bossen kruiden op de kindjes, af en toe spugen ze een drankje op een kindje om vervolgens weer verder te slaan. Het gaat er tamelijk hardhandig aan toe, de kinderen krijgen beste meppen en sommigen beginnen te huilen. De moeders blijven er vrij stoïcijns onder. Ik zeg tegen Carmen, dat de vrouwtjes wel een soort sjamanen lijken, die boze geesten uitdrijven. Via Jessy komen we te weten, dat er zo inderdaad slechte energie uit de kinderen gehaald wordt. Aardige lastpakken, vermoedelijk. Ik weet nog wel wat leerlingen, die dit heeeel goed zou doen, haha.
We wandelen verder en bezoeken de grote markthal op het plein. Hier verkopen ze prachtig uitgestald fruit en groente. Op de benedenverdieping worden grote stukken vlees en hele kippen verkocht. We kopen bij een fruitstand een paar grenadines en gaan buiten op een bankje zitten om ze leeg te slurpen.
Dan gaan we in een eettentje lunchen. Carmen laat met een typisch inheems gerecht proeven: “huma”, het lijkt een beetje op griesmeel, maar dan van mais, ingewikkeld in maisbladeren. Ik vind het lekker. Daarbij eten we patatjes en een stukje kip.
Dan lopen we weer richting hotel, het is bijna twaalf uur. We gaan weer in de lobby zitten en als het kwart over twaalf is, vraag Carmen bij de receptie, of onze kamer al klaar is. De receptionist vertelt, dat we eigenlijk pas om twee uur mogen, maar er is bijna een kamer klaar. Booking.com had trouwens twaalf uur gezegd. Na even wachten kunnen we inderdaad onze kamer betrekken. De slaapkamer is niet echt vier sterretjes, maar opzich oké. Er staan twee bedden in: een éénpersoonsbed en een klein tweepersoonsbed. De badkamer is niet meer dan twee sterretjes: ouderwets en klein en de douche heeft een douchegordijn. Beetje jammer dit!
We gaan douchen en kruipen even in bed. Carmen is nog steeds niet in orde. Zij heeft echt even haar rust nodig. Ik ben ook wel moe. Ik doe mijn mobiel op de oplader, anderhalf uur tot hij weer helemaal opgeladen is. Carmen wil nog even haar serie afkijken. “Carmi ga lekker slapen, meis”. “Ja, mams, tien minuutjes, dan is het afgelopen.”. Ik dut in. Als ik een hele poos later wakker word, knippert het rode lampje niet meer. Zo, zeg! anderhalf uur geslapen! Ik ben klaar om weer wat te ondernemen. Tot mijn verbazing en ongenoegen ligt Carmen nog steeds haar serie te kijken. “Lig jij nou nog je serie te kijken?!” roep ik boos. Ik ben echt kwaad. Verdorie! Ik wil iets gaan doen. In plaats van dat ze uitrust, gaat ze films kijken. Ze kijkt beteuterd. “Maar…. het is pas 20 minuten later!”. Ik kijk op mijn mobiel. Shit! verkeerd gekeken. Het is inderdaad pas 20 minuten verder. Toch baal ik. Ik ben nu weer vol energie en wil wat gaan doen. Maar zij moet nu nog beginnen met slapen. Later vertelt ze mij, dat ze zich betrapt voelde, omdat ze gelogen had over die 10 minuten, terwijl ze wist dat de serie nog 20 minuten duurde. Ik pak mijn laptop en Carmen gaat slapen. Ik zit wel de rest van de middag te balen. Twijfel, of ik er alleen op uit zal gaan, maar besluit om toch op de kamer te blijven.
Ik zoek op internet naar een leuk restaurant, wat een beetje in de buurt ligt. De nr. 1 volgens trip advisor is “Tiesto”, een restaurant dat nog geen 700 m bij ons vandaan ligt en Ecuadoriaans eten serveert. Lijkt me perfect. Als Carmen zo’n drie uur later wakker is, stel ik het haar voor en ze stemt toe. We lopen er naar toe. Het regent niet maar het is best fris. Veel kouder dan in Quito. Het restaurant ziet er super gezellig en zeer netjes uit. We hebben niet gereserveerd, maar krijgen toch een tafel. Een ober brengt een mand met stokbrood en zet tien verschillende dipsausjes op de rand van onze tafel. Dat ziet er gezellig en lekker uit! Twee Engels sprekende dames naast ons adviseren ons om een menu voor twee personen te nemen. Je krijgt dan vier verschillende soorten vlees geserveerd met verschillende garnituren, plus een glas rode en witte wijn. Dat lijkt ons wel wat. We proeven alle dipsausjes door. Ze zijn heerlijk. Dan wordt het eerste stukje vlees geserveerd, kipfilet met een heerlijke champignonsaus. Daarna volgen nog een heerlijk mals biefstukje en een stuk schapenvlees. Er wordt rijst, salade en andere inheemse garnituren bij geserveerd. Pfff, ik zit inmiddels vol en we verwachten, dat nu het toetje komt, maar nee, er komt nog een ronde vlees. Ik kan echt niet meer. Ik vind het heel erg, maar ik kan er maar een klein stukje van eten. Ook van het toetje eet ik niet veel, terwijl het super lekker is en het bord is zo prachtig versierd! Ik denk eerst, dat het bord een bloemendecor heeft, maar de bloemen zijn er gewoon heel kunstzinnig en knap met verschillende kleuren saus opgetekend. Prachtig! We rekenen af en lopen weer naar ons hotel. Dat was een fijne avond! Heerlijk getafeld en fijne gesprekken gehad.
Maar nu wel doodop en lekker in bed.
Dag 7: Reisvoorbereidingen
Ik heb deze blog maar de titel “reisvoorbereidingen” gegeven, bij gebrek aan beter. Ja, wij gaan op reis en ja we bereiden ons voor, maar het grootste gedeelte is gewoon lui gelummel. De reisvoorbereidingen beperken zich tot het boeken van een hotel in het historisch centrum van Cuenca. Een mooi ogend hotel met het cijfer 8,2. Wat zou het, twee nachtjes luxe is wel lekker en mams betaalt. De prijs valt trouwens erg mee. 95 dollar voor 2 nachten voor 2 personen is niet duur toch? We gaan even kijken wat we daar willen gaan doen en we zoeken uit hoe we er eigenlijk moeten komen. Hoe, wanneer en van waar een bus vertrekt. We willen alvast kaartjes kopen. Carmen voelt zich helemaal niet goed, maar we moeten toch maar op pad, ze moet nog naar het ministerie van huppeldepup voor haar visum, dat nog steeds niet geregeld is, omdat de website het nog steeds niet doet. En dus vast die buskaartjes kopen voor vanavond. We gaan eerst voor de buskaartjes. Het is even zoeken waar het agentschap zit, maar eindelijk vinden we de juiste bestemming en kopen twee tickets voor 29 dollar inclusief de kosten voor de shuttle die ons naar de terminal brengen zal. Duuuussss de planning is als volgt: met de taxi naar het agentschap, van daar om kwart over tien met de shuttle naar de terminal en dan met de bus naar Cuenca. Ongeveer 470 km, reistijd 8 uur. We vertrekken om 23.00 uur en slapen dan in de bus.
Eerst nog naar het ministerie, alwaar blijkt, dat in het paspoort het cijfer nul voor de letter O aangezien is, dus daarom werkte de site niet. Weer naar huis. Carmen gaat bezig met haar paperassen: Op de website het juiste paspoortnummer ingevuld, even naar de computerwinkel aan de overkant om uit te printen en afspraak gemaakt. De afspraak is voor volgende week maandag. Dat is één dag, nadat haar huidige visum verlopen is. ahum.
Dan eten koken, omelet met groenten. Jessy komt nog even chillen en dan gaan we de koffer pakken, douchen en omkleden. We nemen mijn kleine handbagage trolley koffer mee en ieders een tas handbagage. Moet genoeg zijn voor twee overnachtingen.
De taxi brengt ons in een razend tempo naar het agentschap van de reisvereniging, ik weet niet eens goed, hoe ik het noemen moet. We zijn er om tien uur, dus kwartier te vroeg. De shuttle arriveert om tien voor half elf, er gaan nog twee andere mannen mee. Dan een rit van bijna een half uur naar de busterminal. We arriveren daar dus om tien voor elf, krapjes aan, maar we moeten echt nog eerst naar de wc. Pffff, nou wordt het haasten. Als we door het poortje willen, moeten we eerst weer naar het loket om kaartjes te kopen om door het hekje te kopen. De precieze functie van deze mysterieuze kaartjes ontgaat ons, maar wat moet dat moet. Nu mogen we door. Volgens Carmen moeten we naar rechts. Voor de zekerheid vraagt ze nog een keer. “Nee, lieverd, die bus staat links” zegt de beveiliger. Dus we gaan de linker kant op. Blijkt de bus tóch rechts te staan. Nee, dit gaat lekker zo! Als een gek lopen we over het busterrein, zoekend naar onze bus. Eindelijk spotten we de bussen van onze maatschappij, geven onze trolley bij onze bus af en vragen of we nog snel iets mogen kopen. “Tuurlijk kan dat, geen probleem” is het antwoord. We kopen nog even wat lekkers bij één van de mobiele kraampjes en gaan op onze plekken zitten. Het is een prachtige bus met chille plaatsen. Er is een steun voor je benen en je kunt vrij ver naar achteren met je leuning. Zo kun je tamelijk horizontaal liggen. We installeren ons en gaan onze chippies eten, die we net gekocht hebben, Carmen aardappelchips en ik bananenchips. Het zijn eigenlijk geen bananenchips, maar chips, gemaakt van “verdes”, wat voor mij gewoon groene bananen zijn, maar dat mag ik dus niet zeggen van onze Ecuadoraanse vrienden. Voor hun schijnt het een compleet andere vrucht te zijn. In ieder geval vind ik ze heerlijk en we smikkelen en smullen dan ook, terwijl de bus begint te rijden.
Dan trekken we de beensteunen omhoog en zetten de rugleuning omlaag, zodat we lekker liggen. Om middernacht gaan de lampen uit en gaat iedereen (proberen te) slapen.
Dag 7: Picknick in het park
We hebben vandaag met Jessy een afspraak om samen in het park met het prachtige uitzicht te gaan picknicken. Ze zou om 10.00 uur komen, maar rasechte Ecuadoraanse dat ze is, arriveert ze om half twaalf. Vind ik geen probleem, want ik heb een hele kluif aan de blog, zoals jullie gisteren wel gemerkt hebben. Carmen heeft een heerlijke guacamole gemaakt met tomaat, ui, limoen en een beetje zout. Ik ben blij, dat ik nu een lekker recept heb! Het geheim is echter, dat je de pit in de spread laat liggen, zo wordt ie niet zo snel bruin. Geldt ook, als je een halve avocado wilt bewaren: gewoon de pit erin laten!
Ik neem mijn knäckebrood mee en we kopen nog wat dingetjes in een winkeltje. Dan nemen we een taxi en laten we ons bij het park afzetten. We gaan op een plek op het gras zitten met prachtig uitzicht op Quito. Er staat heel veel wind en er zijn heel veel gezinnen aan het vliegeren. Het is sowieso heel erg druk. Veel mensen zijn hier met honden. Die mogen gewoon loslopen. In de stad trouwens ook. Je ziet haast geen honden aan een lijn. Carmen en ik halen ze niet aan, we zijn niet ingeënt tegen rabiës en ook al zijn over het algemeen alle honden we ingeënt, je weet maar nooit. We pakken onze spulletjes eten en gaan heerlijk smikkelen. We kletsen wat, liggen te zonnen of gewoon naar de mensen te kijken. Met die zon en die wind en mijn witte huid moet ik wel een beetje oppassen, de getinte dames naast mij hebben natuurlijk nergens last van. Ik ga op de rug liggen en leg mijn dunne vestje over mijn gezicht.
Het begint steeds harder te waaien en ook behoorlijk af te koelen. Ik nodig de meiden uit om vanavond samen een hapje te gaan eten en daarna nog een drankje te doen – bij voorkeur caipirinha. We nemen weer een taxi richting huis.
We frissen ons thuis even op en kleden ons om, dan lopen we de grote straat, de “Guayaqil” uit. Jessy weet een leuke straat met goede restaurantjes. Heerlijk om met lokals op stap te gaan. Zo kom je op de leukste plekken. We komen inderdaad in een heel pittoresk straatje, la Ronda, de bekendste straat van Quito. Hier wil ik bij daglicht nog wel eens naar toe. We kiezen een restaurant met dakterras en nuttigen er een traditionele maaltijd. Carmen en ik nemen schapenvlees en Jessy een soep met grote stukken kip met bot erin en kloeten aardappel. In mijn ogen geen aantrekkelijke maaltijd, om het nog maar mild uit te drukken. Ons gerecht is hetzelfde als van gisteren, maar nu in plaats van kip, met schaap. Dus geserveerd met rijst, avocado, klein beetje rauwkost en een halve aardappel. Het smaakt uitstekend. Mijn ogen vallen op een wandbord, waar verschillende cocktails opstaan. Ook caipirinha. Ik ben behoorlijk aan het inkakken, dus ideaal om in dit gezellige restaurant nog een drankje te doen en niet meer iets anders te hoeven zoeken. Ze hebben de grote gaskachel bij ons neergezet en het is nu aangenaam warm. Helaas is er niemand meer, die een cocktail mixen kan, dus dát feestje gaat niet door. Okee, dan een koffie, Carmen en ik bestellen een cappuccino, maar blijkbaar is er ook geen melk meer, we kunnen alleen zwarte koffie krijgen. Dan maar niets, want anders liggen Carmen en ik straks als twee stuiterballen in bed. De chica’s drinken thuis nog een kop thee en ik neem nog een glaasje van de vieze wijn, die nog steeds niet op is. Dan kruip ik vroeg in bed.
Morgen avond vertrekken we met de bus naar Cuenca, waar we drie dagen en twee nachten willen blijven. Daar verheug ik me al erg op!
Dag 6: Otavalo en feesten in een chiva
Vandaag gaan we naar Otavalo. Vanaf Quito is dat het een reis van 2 uur, maar om bij het busstation te komen, neemt al ongeveer een uur in beslag. Het is half negen in de ochtend als we naar de trolley-halte lopen. Vroeg in de ochtend dus, maar de zon staat al zo hoog, als het bij ons ’s middags midden in de zomer nog niet het geval is. Dat is best een vreemde gewaarwording. Op het busstation zoeken we het loket, waar je tickets voor de bus naar Otavalo kunt kopen. Elke trip heeft een eigen loket en de mannen, die de kaartjes verkopen prijzen uit hun loket hun bestemming aan, alsof ze op een marktkraam staan. Lol. “Misschien zijn veel mensen nog analfabeet en kunnen niet lezen wat er boven het loket staat” opper ik. Dat lijkt ons een logische verklaring. (intussen even gegoogeld: “Ongeveer 14% van de volwassen bevolking is analfabeet, maar op het platteland en onder de indiaanse bevolking ligt dit percentage aanzienlijk hoger.”)
De bus naar Otavalo is luxe, de rit door het Andes-gebergte is prachtig. Ik geniet met volle teugen. Helaas krijgt Carmen verschrikkelijke pijn in haar oren, waarschijnlijk doordat we met vrij grote snelheid afdalen en ze nogal verkouden is. Het is erg vervelend, ze eet kauwgom, maar het zakt nauwelijks af. Als klap op de vuurpijl wordt ze ook nog eens door een beest in haar buik gestoken. We raken lichtelijk in paniek, want Carmen reageert soms nogal allergisch op insectenbeten. Ik neem een foto van het beest, een bij zo te zien en we houden de plek op de buik in de gaten. Gelukkig valt het allemaal mee, hij heeft niet doorgestoken.
Na ongeveer anderhalf uur arriveren we in Otavalo. We lopen naar de binnenstad, waar een hele grote markt met groenten, fruit en artesanias is. We weten, dat je nooit de prijs moet betalen, die gevraagd wordt. Er staan ook geen prijzen op de producten. Ik wil graag een mooi wandkleed voor in ons nieuwe huis kopen, een sjaal en een rugzak. We zien een stand met leuke sjaals. We vragen naar de prijs. 9 dollar. We bieden 4 en komen uiteindelijk op 6 uit. Een derde eraf. Dat ging makkelijk. Te makkelijk. Waarschijnlijk hadden we nog wel meer af kunnen dingen. We kopen nog meer spulletjes en gaan steeds scherper handelen. Meestal als je je laagste prijs zegt en je loopt weg, doen ze het toch nog. Zo is een vrouw beetje pissed, omdat we voor een zilveren kettinkje niet meer dan 20 dollar willen geven. Als we zeggen “Dan laat maar” en weg willen lopen, geeft ze toch toe. Ik krijg het kettinkje van Carmen nog voor mijn verjaardag. Ik zie een prachtig wandkleed. Het moet 23 dollar kosten, we weten het naar 16 dollar te handelen. Inmiddels gaan onze magen wel rammelen. We gaan in een klein restaurantje iets eten. Stel je een snackbar voor, maar dan poverder en je krijgt er een hele maaltijd met een stuk kip, rijst een stuk avocado, een halve aardappel en heel piepklein beetje salade en een ondefinieerbaar sausje erop voor 2 dollar. “Ik hoop, dat je er niet ziek van wordt” zegt Carmen, dat hoop ik ook. Het smaakt in ieder geval lekker. We slenteren nog wat over de markt. Een man met een soort houten kruiwagen verkoopt cocosnoten. Carmen koopt er één. De man slaat de kop eraf en geeft ons twee rietjes. Hmmm heerlijk.
Ik heb nog steeds geen rugzak gekocht, wel een hele leuke gezien. Het is een stoffen rugzak met leer afgewerkt. We gaan naar één van de kraampjes waar ik er één heb gezien. Ze zijn al aan het inpakken en spreken ons niet eens meer aan. Blijkbaar hebben ze al genoeg verkocht. De rugzak moet 23 dollar kosten. We handelen. De verkoper gaat niet lager dan 15 dollar. Okee, dat is dus echt de bodem. We gaan bij een ander kraampje met dezelfde rugzakken kijken. Exact dezelfde rugzak, alleen andere kleur. Moet 25 kosten. Oef, nu moet ik van 25 naar 15 handelen, want ik wil niet met hangende pootjes naar die ander terug. Het wordt een hele onderhandeling. De verkoper wil niet lager dan 17. Ik koop hem uiteindelijk voor 16. Ik wil hem toch wel heel graag en als dit echt zijn scherpste prijs is, loop ik hem anders straks toch nog mis. Blij met onze spulletjes lopen we weer richting busstation. We zijn moe en dutten bijna de hele terugweg. We moeten drie keer overstappen. Van de bus weer in de trolley. In de overdekte trolleyhalte staat en dronken man tegen de glazen wand aangeleund en loert voortdurend naar Carmen. “Als hij me aanraakt, geef ik hem een pof op z’n neus” zegt ze. Anders ik wel. Er komen meer mensen. Een andere man, een vrouw met een kind. De dronken man spuugt op de grond. Wij negeren het maar de vrouw slaakt een kreet van afschuw en verontwaardiging. Ze trekt het kind met zich mee en loopt weg. Even later komt ze met een beveiliger terug. De vrouw slaat haar armen beschermend om haar kind heen. De beveiliger spreekt de dronkaard aan, wijst op de plek op de grond en vraagt hem waarschijnlijk om de halte te verlaten, maar de man wil niet. De bewaker pakt hem bij de arm, maar de man verzet zich en wordt door de ambtenaar met geweld meegesleept. De vrouw drukt zich met haar kind vol afgrijzen en met veel misbaar tegen de wand aan. Wat er verder gebeurt ontgaat ons, omdat de trolley stopt en we in moeten stappen. “Ik vind het wel zielig voor die man” zegt Carmen “hij deed niets”. Dat klopt. Blijkbaar wacht men hier niet tot er echt iets gebeurt.
Na een totale reistijd van ongeveer 3 uur zijn we weer thuis en gaan ons klaar maken voor het feest, dat om half negen begint.
En dat is niet zomaar een feest! Het is een feest in een bus, een chiva.
We moeten haasten om op tijd te zijn. We halen wat te drinken in het winkeltje naast onze woning en stiefelen dan richting het aangegeven adres. Het gaat tegen de helling op en Carmen heeft aardig de tred erin. Ik ben al kapot als ik aankom. Carmen appt dat we er zijn en het meisje, dat ons had uitgenodigd doet de deur open. We lopen naar boven en betreden een appartement, waar muziek is en een hele club met jongelui. Carmen en ik worden door iedereen welkom geheten met een korte omhelzing en een kus op de wang. Er lopen een paar blonde lange jonge mannen. Ik ben verbaasd. Er zijn sowieso veel buitenlanders. Carmen kent maar twee mensen: Juanito en Ale. We praten een hele poos met Juanito en een vriendin van hem. Super aardige mensen. Ik krijg gelijk een mixdrankje met wodka in mijn hand gedrukt. Kort daarna Cola-rum. Oef! Ik ga even een beker water pakken. Terwijl ik mijn beker vul, hoor ik twee jongens Duits praten achter mij. Ik spreek ze in het Duits aan en klets een poosje met ze. Er schijnt hier een hele club met Duitsers te zijn. lol! Het appartement blijkt van een Duits meisje te zijn en zij geeft dit feestje omdat ze jarig is. Daar kom ik ook pas in de loop van de avond achter, trouwens.
Om een uur of tien moeten we allemaal naar beneden. De chiva is er! Een oude traditionele bus, die helemaal leeg gemaakt is. Alleen aan weerszijden zijn er smalle houten banken, die echter niet gebruikt worden om te zitten. De chauffeur zit onzichtbaar achter een grote plaat verscholen en in een hoek achter de chauffeur staat de dj. De chiva is versierd met ballonnen. We betalen ieder vijf dollar en stappen in. Iedereen krijgt een fluitje in de hand gedrukt. De dj speelt keiharde Latijnamerikaanse muziek en de bus gaat rijden.
We rijden door nachtelijk Quito al dansend op heerlijke muziek. Dat is wel wennen en in het begin hou ik me dan ook aan het touw, dat onder het plafond gespannen is, of aan een van de stangen vast. In de loop van de rit durf ik los te laten. Als de bus stopt is het zaak, om je zo snel mogelijk weer vast te pakken. Af en toe drukt de dj iemand een plastic fles met warme “Candelasso” in de hand, een zoet, sterk drankje, dat dan onder de dansende jongelui verdeeld wordt. Iedereen krijgt een klein plastic bekertje. Maar je kunt je wel voorstellen, dat dat drankje regelmatig over de rand van de beker zwiept, zeker als je bedenkt dat de straten van Quito vol gaten en hobbels zit. Naast de moeilijkheid om dansend in de hobbelende bus verticaal te blijven, dient zich nu het probleem van een glibberige vloer aan. Maar geloof het of niet, ik ga niet één keer onderuit. De bus is open, er is alleen een soort van traliewerk aan beide zijden, achter is hij helemaal open. Dat is heerlijk, omdat er zodoende frisse lucht binnenkomt. Toch krijg ik het al snel zo warm, dat ik mijn jasje uit doe. Tijdens het dansen kun je genieten van het prachtige Quito met zijn verlichte kerken en prachtige gebouwen.
Ik ben blij dat ik al wekenlang op Spotify “Baila Reggaeton” luister. Ik ken alle liedjes en kan in ieder geval het refrein meezingen. Ik doe kalm aan met de candelasso.
Het is ontzettend gezellig en iedereen, zonder uitzondering danst. Er is een jongen, met wie ik al eerder op de avond gesproken heb. Hij doet heel vreemd, ik snap niet goed wat er met hem is. Hij blijft steeds dicht in de buurt bij Carmen en mij, is niet onaardig, maar heel raar. Hij kijkt een beetje loederig uit zijn ogen en heeft een vreemd trekje met zijn schouder.
Gegeven ogenblik stopt de bus en iedereen moet eruit. De “reina”, de koningin van de avond, het Duitse meisje, dat jarig is, kiest vier stellen uit, die moeten dansen. Dan wordt het beste stel gekozen en zij krijgen een prijs. Carmen danst met Juanito. Ze dansen zo geweldig goed samen! Maar twee meisjes gaan er met de prijs vandoor. Ik raak aan de praat met een hele aardige Ecuadoriaanse jongeman, Daniel.
We dansen op het plein en doen gegeven ogenblik de “Macarena”, ook dat is onderdeel van het feest. Dan gaat de rit verder. We komen door de drukke binnenstad. De bus moet even stoppen voor een stoplicht of door een file, ik weet het niet. Er zijn veel mensen in de straat en ze juichen ons toe. Een aantal jonge mensen probeert de bus in te klimmen. We helpen ze naar binnen en ze dansen met ons mee. Na twee uur, het is inmiddels twaalf uur, stopt de bus. Het feest is afgelopen, maar we gaan nog naar een dancing. Carmen en ik gaan in een kroeg naar de wc, Juanito wacht op ons en samen zoeken we de anderen op. We komen een paar van “onze” club tegen. Van een Poolse jongen is het mobiel gestolen. Uit één van zijn voorste broekzakken! Hij staat er ontredderd en ontgoocheld bij. Balen!
We gaan naar de club waar de anderen al binnen zijn. Je moet je id laten zien. Carmen en ik hebben een kopie van ons paspoort mee. Dat is niet voldoende. De kopie zou op z’n minst in kleur moeten zijn, maar het lukt Ale om ons naar binnen te kletsen. Carmen bestelt een Cola en ik een water en we gaan op het balkon staan. Ik ruik wiet. Mijn blik wordt naar een stel jongeren getrokken. De rare jongen staat er met een aantal anderen te roken. Aaaah! Dat verklaart één en ander.
Carmen en ik vinden het eigenlijk wel mooi geweest zo. Juanito en Daniel zetten ons op de taxi en we laten ons naar huis rijden. Lekker douchen en naar bed. Wat een geweldige dag weer en wat een leuke nieuwe ervaring. Ik heb nog nooit een gaver feest meegemaakt!
Dag 5: Chillen en bijkomen
Ik sta vroeg op en ga de badkamer doen. Dan iets eten en achter mijn laptop. Als de dames wakker zijn haal ik broodjes voor ze in het kleine winkeltje hiernaast. We ontbijten samen en Jessy vertelt over haar werk als advocate. Carmen vertaalt. Dan moet Jessy naar werk en gaan Carmen en ik nog een beetje chillen. Carmen heeft slecht geslapen, dus ze duikt nog een uurtje het bed in en om een uur of drie gaan we shoppen. Ik koop twee shirtjes, we kijken nog een beetje rond, dan ben ik er wel klaar mee. We nemen weer de trolley richting huis en gaan bij de KFC iets eten. Heb ik zo’n zin in! Daarna een heerlijk softijsje op de vuist en we lopen weer richting huis.
Muziekje op de bluetooth speaker aan en samen de foto’s bekijken, die we tot nu toe gemaakt hebben. We hebben wierook gekocht, omdat het soms in huis een beetje onaangenaam naar riool ruikt. Ik prik een gat in een halve uitgedroogde limoen en steek het stokje er schuin in, een plank eronder en klaar is onze wierookhouder. Carmen loopt even de hele woning rond met de wierook, ze lijkt wel zo’n katholieke priester, maar er hangt nu wel een heerlijke geur in huis. Tenslotte gaan we nog twee potjes éénendertigen. We gooien al onze 1-dollarcenten bij elkaar en delen ze, zodat ieder een stapel met munten heeft. Het eerste potje wint Carmen, het tweede potje win ik. Dan zijn we ook moe en kruipen in bed. Morgen willen we vroeg op, want we gaan naar de artesania-markt in Otavala, dus we willen niet al te laat slapen. Maar op straat is mega-herrie. Mensen zijn aan het feesten en roepen, we komen maar niet in slaap. We besluiten om in de kamer van het huisgenootje, dat er tijdelijk niet is, te gaan slapen. Die kamer ligt aan de binnenhof. Zo, zeg, dat scheelt. Hier is het heerlijk rustig. Ik val dan ook vrij snel in slaap.
Dag 4: City tour en secret garden
We hoeven niet vroeg op en liggen een hele poos nog in bed te kletsen. We hebben geen haast. We hebben een afspraak met Alejandro. Hij gaat met ons vandaag een city-tour doen en zou contact met ons opnemen, als hij zover was. Maar voorlopig zal dat nog niet zijn.
Het is heerlijk weer. We besluiten om naar een mooi park te gaan en nemen een taxi. Het is niet ver van “onze” woning, maar het gaat langs zulke steile wegen! Het lijkt wel alsof de auto loodrecht staat en achterover dreigt te kiepen! Carmen moet lachen. “In het begin vond ik het doodeng”. Ik snap het.
Boven aangekomen kijk ik mijn ogen uit. Wat een schitterend uitzicht!!! Ik voel mijn longen, ben wat benauwd, dat heb ik af en toe, nu wat erger. Komt door de hoogte. Carmen is nog best verkouden en moet erg hoesten. We wandelen een beetje, gaan af en toe op een bankje zitten of op het gras liggen en kletsen wat. Al snel merk ik dat ik de zon uit moet, al heb ik me met factor 50 ingesmeerd. De zon schijnt bijna loodrecht naar beneden, we bevinden ons immer slechts 20 km van de evenaar op een hoogte van rond de 3000 meter op een onbewolkte zomerdag. Ik zeg tegen Carmen dat ik in de schaduw wil. “Ik wil niet rood worden en een Gringa in’t kwadraat worden” leg ik haar uit. We wachten tot het grote oranje “Quito”-standbeeld vrij is om er weer foto’s te kunnen maken. Net als we met onze fotosessie willen beginnen, appt Alejandro dat hij klaar is.
We maken een paar foto’s en rijden dan met een taxi weer naar beneden, de stad in. Daar ontmoeten we Alejandro. We lopen samen naar de grote Basiliek om de torens te beklimmen en boven van het prachtige uitzicht te genieten. Na een aantal stenen trappen, die goed te belopen zijn, gaan we via een houten hangbrug door het middenschip van de grote kerk naar de andere kant om daar de toren in te gaan. Het laatste stuk is geen stenen trap meer, maar bestaat uit een viertal smalle, steile, maar wel hoge stalen trappen. Gelukkig zit er een soort ijzeren net achter, zodat je als je ertussen slipt niet de de dood vindt. Zou je je echter naar achteren laten vallen, ben je er alsnog geweest. Carmen wil ook naar boven, ondanks haar hoogtevrees. Ik vind het maar niks, maar ze wil persé: “Mijn verstand weet, dat er geen gevaar is” zegt ze moedig. Ik zeg niks terug. Mijn verstand zegt mij, dat er wel degelijk gevaar is. Maar de moeite loont: Het uitzicht is prachtig, we kunnen ook het park zien waar we zostraks nog waren.
We klimmen de smalle trapjes weer af en gaan via de hangbrug weer terug naar de andere kant, om één van de twee andere torens te beklimmen. Gelukkig wel via een stenen trap. “Dit uitzicht is veel mooier” zucht Alejandro, balend van de moeite die we ons moesten getroosten om in de andere, kleinere toren te komen. “Ja”, zeg ik, maar vanaf de andere toren had je een prachtig uitzicht op de twee grote torens. Hij knikt. Dat is ook weer waar.
Na deze inspannende en avontuurlijke bezichtiging besluiten we een hapje te gaan eten.
Alejandro weet een uitstekend restaurant. Het is een chique ding met Hollandse prijzen. Je moet in een ouderwetse lift naar boven. Een liftboy ontgrendelt de liftdeur en laat ons naar binnen. Hij vergrendelt de deur weer en de lift gaat omhoog. “Ik heb nog nooit in zo’n lift gezeten. Alleen in films gezien.” vertelt Carmen. Geldt voor mij ook.
We m
oeten weer wat trappen op (oef!) en komen op een schitterend dakterras met weer een prachtig uitzicht over Quito. We nemen plaats. Alejandro en ik eten biefstuk met pepersaus en salade, Carmen neemt lamsvlees. Het is heerlijk! We eten gezellig, kletsen geanimeerd en ik geniet van het uitzicht en het idee, dat ik toch echt in Ecuador op een dakterras met mijn dochter zit te eten. Na de lunch gaan we nog andere kerken bezichtigen en Alejandro geeft uitleg over de geschiedenis, over beelden, schilderijen en achtergronden. Super interessant! Carmen moet helaas gegeven ogenblik weg. Ze was een afspraak met de huurbaas vergeten om haar huur te betalen. Ze verlaat ons en Alejandro en ik lopen verder. Er is een straat met wel zeven kerken. Wat een pracht en praal. “Je zult wel denken: wat een rijkdom in zo’n pover land.” Ja, die gedachte was inderdaad bij mij opgekomen. Maar dit
feit was me nie
t onbekend en kom je in meer landen tegen. Alejandro slaat een kruis als we langs het altaar lopen en laat me dan een heiligenbeeld zien met daaronder een kleine kast met twee deurtjes. Hierin wordt de hostie bewaard. “Mensen zeggen, dat wij beelden aanbidden, maar eigenlijk aanbidden wij wat er in die kastjes zit en dat, wat het representeert.” Interessant, dat was nieuw voor mij!
Inmiddels is het tijd voor Alejandro om naar zijn engelsklas te gaan. Hij geeft namelijk in de avonduren Engelse les aan volwassenen. Het is nog een best stuk lopen en Alejandro is gegeven ogenblik tijdelijk de weg een beetje kwijt. We zitten al op de grote weg de “Guayaquil”. Nu nog de zijstraat “Oriente” vinden. Intussen is Alejandro definitief te laat voor zijn les. “No problem”, zegt hij. Zijn studenten zijn gewend dat hij drie kwartier te laat is. Vooral de dagen, dat hij naar ballet gaat. Lol!
We vinden de zijstraat en buigen links af. We komen lang de kapperszaak en de Venezolaanse en ik zwaaien weer naar elkaar. Dat is inmiddels vaste prik. Waar mijn dochter is, wil ze weten. Oh die is “a la casa” antwoord ik in perfect Spaans. Ik kijk Alejandro triomfantelijk aan. “I know people in Quito”, zeg ik tegen hem. “Ja ja, antwoordt hij. “Ik zag wel op facebook dat je naar de kapper bent geweest”. Ik werp hem een quasi vernietigende blik toe en gniffel in mezelf.
Thuis nemen we afscheid van Alejandro en bedanken hem voor de heerlijke dag.
We zijn KAPOT met hoofdletters. Carmen gaat haar lievelingsserie kijken, ik ga een uurtje slapen. Om acht uur willen we naar de “Secret garden”, een cocktail bar.
Het is niet ver lopen, maar het is al donker. Ik moet van Carmen mijn mobiel en pinpas achter mijn bh stoppen. “Spulletjes verdelen, mams. Als er iets gebeurt ben je niet alles in ene keer kwijt.”
We lopen de cocktail bar binnen en klimmen een aantal trappen op tot we helemaal bovenin op het dakterras terecht komen. Op het terras zitten bijna uitsluitend “extranjeros”, buitenlanders. “Ik heb in Quito nog nooit zoveel gringo’s bij elkaar gezien!” zeg ik tegen Carmen.
We passeren de bar. Aan de linker kant staan tafels op een rij met plastic krukjes. Achterin nog een tafel met krukjes. Aan de rechter kant is een groot dubbel net gespannen, schuin naar beneden aflopend. Er liggen een paar jonge mensen in met biertjes in hun hand. Hoe chill is dit! Ik ben gefascineerd door het uitzicht. Wauw! Quito by night. De kerken zijn verlicht. Ik zie de basiliek met de drie torens, waarvan we er twee vandaag beklommen hebben. Ik zie het grote glazen gebouw op de berg aan de overkant, waar het park zich bevindt, waar we vanmorgen geweest zijn. 
“Waar wil je zitten mams? Of wil je in het net liggen?” Tuurlijk wil mams in het net liggen. We klimmen met onze cocktails het net in en gaan naast elkaar naar de sterrenhemel en het verlichte Quito liggen kijken, onderwijl nippend aan onze cocktails. Nou ja, Carmen nipt. Ik drink. En ik geniet! Ik gluur door de gazen van het net naar beneden. Je kunt door doorzichtige plastic platen tot helemaal beneden in het restaurant kijken. “Kijk, Carmen, daar helemaal beneden loopt iemand!”. Carmen kijkt voor zich uit. “Nou, als je het niet erg vindt, kijk ik niet, mams. Ik vind het al heel wat dat ik hier lig.” Oh ja, de hoogtevrees! Het wordt een beetje koud. Ik wikkel mijn omslagdoek om mijn benen en blote voeten. Carmen heeft sokken aan en probeert zich met haar sjaal een beetje warm te houden. Maar gegeven ogenblik wordt het toch te koud. We klimmen uit het net. Het is best hoog en je moet van de rand afspringen om weer op de grond te komen. We nemen nog een Caipirinha – hij is heerlijk – en gaan aan een tafeltje zitten. Jessie kan helaas niet meer komen, omdat er met haar werk iets tussengekomen is.
We zijn best moe en de cocktails hakken er wel in, dus we lopen weer richting huis. Iets later arriveert ook Jessie. Carmen staat onder de douche en als Jessie appt moet ik de deuren openmaken om haar binnen te laten. Wat een geklooi in het donker met al die deuren en sloten! Het grote hangslot dat aan de buitenkant van het stalen hek beneden hangt wil niet meewerken. Ik moet mijn handen door de tralies steken en de vijf verschillende sleutels uitproberen. Het slot werkt ook niet mee, want het glipt telkens uit mijn hand. Een moeilijke missie in het donker, maar uiteindelijk lukt het. Ik laat Jessie binnen en ga naar boven om te douchen en het bed in te kruipen. De meiden blijven nog even kletsen.
Wat een geweldige, heerlijke dag heb ik gehad!! Doodmoe zink ik zachtjes in een diepe slaap.