Bioparque los Ocarros

Om zes uur gaat de wekker. Ik heb heerlijk geslapen, wel met de airco aan, want het was bloedheet vannacht. Het regent. Donkere wolken hangen boven de bergen. Ik moet er niet aan denken, om met dit weer door een dierentuin te lopen. We zouden al vroeg in de ochtend gaan, omdat het na de middag veel te heet wordt. Ik kijk op mijn weerapp. Vanaf negen uur is het droog. Okee, daar gaan we dan maar van uit. Om kwart over acht zitten we aan het ontbijt, om negen uur zitten we in de lobby. De familie komt met twee taxi’s. Abu heeft de schone was meegenomen. Het is nog geen half uur rijden. De zware regenval heeft zijn sporen achtergelaten. We rijden door een tropisch landschap, komen over een brug, waar een sterke  stroming modder met zich meesleept. Via hobbelige wegen komen we bij onze bestemming aan. We betalen onze taxis en stappen uit. Het is al best warm. Tien voor negen geeft de klok aan, we hebben nog 10 minuten voordat het park opengaat, dus we snuffelen nog even in het souvenirswinkeltje aan de overkant. Dan kunnen we naar binnen. Het is een vrij oud park met allemaal inheemse dieren in oude metalen kooien, die groen zien van de aanslag. Het is interessant om te zien, welke beesten allemaal hier in het wild voorkomen. Symbool voor deze streek staat de “Ocarro”, het gordeldier, waarna dit park ook vernoemd is. Verder zijn er prachtige vogels, slangen, vissen, een beer en apen, die gedeeltelijk ook vrij rondlopen, of veeleer slingeren. Vet schattig! De meeste dieren zijn gered uit huizen, waar zij verwaarloosd werden of te klein gehuisvest waren. De exotische planten en bomen hebben wederom mijn aandacht. Ik hou van natuur, maar niet in kooien, al is het natuurlijk super, dat deze dieren gered zijn. 

Het is behoorlijk heet en we mochten geen drinken het park mee innemen, dus we gaan bij een kraampje flesjes water kopen en fruitsap met echte stukken fruit. Ik proef alleen, want ik krijg de hele dag door al genoeg suiker binnen. Niemand vindt het een probleem om met z’n allen van één lepel te eten of uit één rietje te drinken. In het speeltuintje, dat aan de overkant ligt, gaat Carmen met haar nichtje schommelen. Als we weer wat bijgekomen zijn,   vervolgen we  onze tocht door  het park. Dan komen we bij een vijver met waterfietsen. Het nichtje vraagt of zij mag. Maar niemand heeft zin. “Vraag maar aan Carmen!”. Met grote smekende oogjes hupt ze voor Carmen op en neer: “Carmen, tu quieres?” – “Carmen, wil jij?”. Tja.. wie kan dan nog  nee zeggen! Carmen in ieder geval niet! Wij gaan in het huisje aan de kant in de schaduw zitten en kijken toe, hoe Carmen zich in het zweet werkt. Op onze verdere wandeling door het park komen we ook een luiaard tegen: “Look! Mijn brother” roept Tía tot vermaak van iedereen. Tío zit er niet mee,  hij kan zich wel met het dier identificeren: “Oh yes, that’s my brother!” roept hij, enthousiast over de gelijkenis.We naderen weer de uitgang en gaan nog even naar het winkeltje aan de overkant om wat souvenirs te kopen, dan met de taxi weer terug. Zij naar hun huis, wij naar het hotel. Daar nuttigen we een salade als lunch en gaan heerlijk in het zwembad afkoelen. Ik ga douchen en weer kleren aandoen en in de schaduw op een ligstoel liggen dutten. Tía komt haar dochtertje brengen om met Carmen te zwemmen. Heerlijk vindt de kleine meid het! Leuk voor Carmen dat ze naast alle Nederlands/Duitse neefjes nu ook een nichtje heeft!

Ik ga nog even met Tía kletsen en dan neemt zij haar dochter weer mee naar huis.

Gelukkig is het eten in het hotel uitstekend en de menukaart uitgebreid, zo hoeven we niet het huis uit om te gaan eten. Het is heerlijk om in de aangename warmte van de avond, als de zon allang onder, is rustig te dineren en met z’n viertjes na te praten en plannen voor de komende dagen te maken.

Morgen zullen Cor, Danilo en ik gaan shoppen en zal Carmen naar haar familie gaan. In de ochtend zal ze proberen om met haar familie weer af te spreken. Carmen en ik spelen in bed nog even Pokemon Go. Ik leg een lure, gebruik een Lucky Egg en evolueer de ene Pokemon na de andere. Zo schiet ik in no time een aantal levels omhoog. Twee minuten voordat het Lucky egg  afloopt, vind ik het wel badjes. Ik ben zo moe! Ik leg m’n mobiel weg en val in slaap. Om twee uur word ik vaste prik wakker. Pfff, slapen wil niet meer. Ik kan het niet laten om op m’n mobiel te kijken. Altijd zo leuk om op m’n mobiel te kijken en de lieve reacties op mijn blogs te lezen. Ik app effe met mijn vader,  maar die zegt dat ik weer moet slapen.  Oké paps!  Ik leg m’n mobiel weg en dommel weer in. Wat ben ik toch een brave dochter! 😀

 

Het bezoek

Het is inmiddels vaste prik: we gaan rond 9.00 uur ontbijten. Dan gaan Cor en Danilo fitnessen in de kleine ruimte bij  het zwembad. Carmen en ik zitten in de schaduw. Daarna gaan zij met z’n drietjes zwemmen. Carmen is moe en gaat op de hotelkamer een beetje op bed liggen. Om half één laten we een taxi komen en rijden naar het huis van de familie.  Carmen stapt als eerste uit om haar tante te omhelzen. Dan volgen wij. De voordeur, die altijd open staat, voert naar een smalle ruimte, de huiskamer, waar twee banken tegenover elkaar staan, met een glazen tafeltje ertussen. Direct daarachter een tafel met drie stoelen en daarachter weer een eetkamertafel met stoelen. Daarachter weer de achterdeur, die naar een kleine betegelde tuin leidt. Naast de eetkamer ligt de keuken. Het is eigenlijk net zo’n “doorloophuis” als wij hebben, maar dan anders. Er zijn nog meer kamers, maar één wordt er verbouwd.Ze hebben één kater en drie poezen en een klein hondje. 

We worden uitgenodigd om op de banken plaats te nemen. We kletsen wat, terwijl de tafel gedekt wordt.  Één van de katten krijgt een stropdas om, want er zijn gasten en hij is een heer.

Dan worden we uitgenodigd om aan de eetkamertafel plaats te nemen. Er staat voor ieder een metalen bord met rijst, kip, groenten en de onvermijdelijke patacones, dat zijn gefrituurde koekjes van bakbananen, die krijg je overal bij, net als stukjes avocado. Ook krijgt iedereen een metalen beker met cola en ijsklontjes. Het is dus niet zoals bij ons, dat er pannen of schalen op tafel komen, waar iedereen iets uit kan scheppen. Het  smaakt heerlijk! Tío vraagt of wij sinasappels lusten, dan kan hij er wat voor ons plukken. We lopen langs een kleine open ruimte, waar onze was in een wasmachine ronddraait, het kleine, betegelde tuintje in. Er staat een sinasappelboom, een avocadoboom en een mangoboom. De bananenboombladeren van de buren hangen over het muurtje. In de tuin lopen ook twee schildpadden, met de welklinkende namen “tortuga 1” en “tortuga 2”, d.w.z. schildpad 1 en schildpad 2. Deze mensen hebben heerlijke humor! Het plukken van de sinasappels valt nog niet mee. Verschillende familieleden proberen met behulp van een zakje aan een lange steel een paar sinasappels van de boom te halen. Het neefje van 15 klimt op het dak om er beter bij te kunnen, maar blijkbaar doet hij het niet goed, want abu (oma) klimt via de ladder rap achter hem aan. Uiteindelijk krijgen we toch nog een plastic zak vol. We lopen het huis weer in en nemen plaats op de banken. Het gesprek loopt ondanks de taalbarrières goed. We weten elkaar met het beetje Spaans, dat wij kennen, het Engels dat zij kennen, Google translate en gebaren verstaanbar te maken. Het is gezellig. Tío heeft iets voor Cor: een cd, met typische muziek van hier. Abu komt met geschenken voor ons aan: voor Danilo een sjaal en voor Carmen en mij een sjaal met een muts. Ze heeft het zelf gebreid, en ze zijn erg mooi! Ik ben heel blij en voel me zeer vereerd met mijn kado. 

Dat is voor ons het sein om onze kado’s te overhandigen. Voor Abu en Tía hebben we iets van rituals en voor iedereen Nederlandse souvenirtjes. De typisch Nederlandse motiefjes zegt ze niets, ik leg uit, dat de molen, het boertje en boerinnetje en de klompjes typisch Nederlands zijn. We vertellen dat de boeren in Nederland op klompen lopen. Op houten schoenen?! Hoe dan!? Er wordt gegoogled. Ze vinden het grappig. Dat snap ik.  Best maf eigenlijk ook wel. We vertellen, dat wij er als kinderen zelf op liepen. “You walked on this?!” Ze kunnen zich niet voorstellen dat dat fijn loopt.

De Nederlandse hopjes vallen vooral bij Tío goed in de smaak. Hij krijgt ook drie grote repen Milka-chocolade en maakt de anderen duidelijk, dat hij deze níet gaat delen. Er wordt veel gelachen. Het is gezellig.

Abu stalt haar kadootjes trots op het lage kastje bij het raam.

Wij moeten ook wat dingetjes proeven. Zo ook een speciaal drankje van hier: Llanero. Het  is een soort anijslikeur. Hij smaakt echt lekker. We hebben het over de verschillen in onze landen. Vooral, de absurd lange afstanden, die zij voor hun werk af moeten leggen (Tío doet er 20 uur over om bij zijn werk te komen!) vervuld ons met verbazing. Wij vertellen, dat we er met de fiets 15 minuten over doen. Dat wij binnen een paar uur in Frankrijk en Belgie kunnen zijn, fascineert hem. “Wow” roept Tío. “You want to adopt me? Carmen you get another brother!”. Hij kan zich wel klein opvouwen en mee in de  koffer. Haha!

Zo langzaamaan beginnen we moe te worden, vooral Carmen en Tía krijgen de oogjes heel klein. Tía heeft immers net een reis van 12 uur achter de rug. We kunnen het moeilijk inschatten, hoe laat men hier normaal  weggaat en Carmen weet niet meer precies of we nou ook nog voor het avondeten uitgenodigd waren. Ze gaat naast Tío zitten en vraagt het gewoon. Nee, dat is morgen avond, als we naar het uitzichtpunt gaan. Het eerlijke antwoord laat me zien, dat we echt familie zijn. Tía roept een taxi voor ons en we laten ons weer naar het hotel terugrijden.

In het hotel eten we een salade in het restaurant aan de swimming pool om daarna op onze kamers nog na te kletsen en tv te kijken. ’s nachts is het bloedheet. We slapen met de airco aan.

Het was een leuke en gezellige dag! Morgen gaan we met z’n allen naar de dierentuin. Gezellie!

Familiedag

Ik heb heerlijk geslapen vannacht. Voor het eerst sinds we in Colombia zijn. Moe van het gedoe en de reis, denk ik. Carmen gaat vanochtend naar haar familie, Cor en ik gaan een beetje de omgeving verkennen en op zoek naar een supermarkt om water te kopen. Danilo blijft in het hotel. Het is om 10.00 al bloedheet. We komen langs allemaal louche en armetierige winkeltjes en zaakjes, die niet echt uitnodigend zijn om naar binnen te gaan. De winkeltjes hebben geen voorkant met deur, maar de gehele voorzijde is open. Als de zaak gesloten is, komt er gewoon een hek voor. We lopen een stuk de straat in, komen bij  een rotonde en steken over. We hebben op Google Maps gezien dat er nog een rotonde  en een pleintje komt. Tot daar willen we lopen, als we dan nog geen supermarkt gevonden hebben, lopen we weer terug. De zon knalt recht naar beneden. We zitten hier immers op de evenaar. Het pleintje blijkt het centrum te zijn, met een mooie kerk in het midden. Er is een voetgangerszone met allemaal winkels, voornamelijk kleding-, schoenen en sieradenwinkels. Ook hier kun je nergens naar binnenlopen of er komt gelijk iemand op je af. In een schoenenwinkel zie ik leuke teenslippers. Ik drijf bijna uit mijn zomerschoentjes, die me in eerste instantie ideaal voor hier leken. Nu snak ik ernaar om ze uit te doen. Ik heb ook nog een lange broek aan, hè, ik wilde immers niet onderdoen voor de lokale bevolking, die gewoon in lange broek, bloesjes met lange mouw en laarsjes rondlopen. Ik vraag mij af: hoe dan? Als ik al niet opviel als toerist, wat ik natuurlijk sowieso al deed, door die gringo van een man van mij, die met zijn blonde kop Amerikaans loopt te zijn, dan zou ik nu toch echt door de mand vallen, door al het zweet, dat me langs het voorhoofd naar beneden loopt. Sexy as ever!

Ze zoeken naar mijn maat. Daarvoor loopt een verkoopster de winkel uit, naar waar waarschijnlijk ergens het magazijn is. Een andere verkoopster sleept nog andere schoenen aan. Hallo! Zie ik eruit alsof ik van zilveren schoentjes met een roos erop houd? Kijk naar mijn outfit! Daar komt de juiste maat aan. Het lusje, waar m’n grote teen doorheen moet, is iets te krap, die wordt opgerekt. Dan past-ie. Ik vind ze mooi en laat ze gelijk aan. Zo, in ieder geval een beetje lucht voor mijn voeten. We lopen nog een beetje door de winkelstraten, maar het is allemaal een beetje kits, een beetje erg kits eigenlijk. Ik loop nog één kledingzaak in, maar er stormen gelijk vier, vijf verkoopsters op me. Nou, nee, dank u. Ik maak rechtsomkeert  en bots bijna tegen Cor aan, die geduldig achter mij aansjokt. We vertrekken weer richting hotel. We menen de weg terug wel te weten. Niet dus. Na een hele klim tegen de helling op, constateren we, dat we weer eens verdwaald zijn. “Zullen we dan maar weer een taxi nemen?”. We zijn allebei kapot, ik heb hoofdpijn en zweet me een ongeluk, dus de beslissing is niet moeilijk. In het hotel gaat de broek uit, ik ga op de plavuizen voor de airco zitten. Als ik weer enigszins bijgekomen ben stap ik onder de douche en neem daarna met het laatste restje water van gisteren een paracetamol in.

Er is een appje van Carmen: de dansvoorstelling van haar nichtje is  vandaag niet,  maar of we zin hebben om met de familie naar een winkelcentrum te gaan. Whaaaa!!! Weer winkelen! Maar wel super gezellig om iets samen te doen, lijkt me.

Danilo, Cor en ik hebben een lekkere lunch bij de swimming pool van het hotel, wel onder een afdak, natuurlijk.

Tegen 13.00 gaan we in de lobby zitten wachten. Ze komen met de taxi. We begroeten elkaar met een knuffel en dan wordt er een tweede taxi bijgeroepen en sjeezen we achter elkaar aan door Villavicencio. Het winkelcentrum is heel nieuw, eigenlijk pas net af en zo mooi  en luxe, als ik het in Nederland nog nooit gezien heb! Carmen’s oom is project manager en heeft drie zaken in het winkelcentrum gebouwd. Om het winkelcentrum is een prachtig park aangelegd met vijver en watervalletjes, waar we gaan wandelen en foto’s maken. Dan lopen we het winkelcentrum door, ondertussen gezellig kwebbelend. Tío doet zijn best om Engels te praten. Hij leert ons Spaanse woordjes en wij hem Nederlandse woordjes. Hij ligt zelf in een deuk, als hij de voor hem onmogelijke klanken probeert uit te spreken. Zijn keel kan dat niet, maakt hij duidelijk. Hij is trouwens een jonge man met een geweldig gevoel voor humeur, we hebben direct een klik en het is zooo gezellig met elkaar. Ik geniet en ben gelukkig en niet alleen ik, vermoed ik! Carmen’s oma is een pittige dame, waarin Carmen veel van zichzelf herkent, ik ook trouwens! Het meisje is een scheetje. Zo leuk om de twee nichtjes naast elkaar te zien lopen. Hetzelfde postuur, dezelfde springerige, voor Colombiaanse begrippen lichte haren en hetzelfde loopje! We bezoeken nog twee andere winkelcentra op loopafstand.
Bij Juan Valdez (inmiddels een favoriet van ons, een soort starbucks) gaan we koffie drinken. Het nichtje kiest exact dezelfde taart, als Carmen laatst in Bogota ook deed. Lol! We schuiven stoelen bij een tafeltje en genieten van elkaars gezelschap. Het is geen moment stil. Tío laat ons de muziek van deze streek horen. Ricardo, onze gids naar Gutavita, had ons al verteld, dat dat typische macho-muziek is. Het blijkt te kloppen, te zien aan het clipje, waar beelden van stiergevechten en cowboy’s te zien is. Ik hou er niet van. Tío wil weten wat typisch Nederlandse muziek is. We laten hem Frans Duijts horen. Hij vindt het mooie muziek, het lijkt een beetje op country, zegt hij. Hij vindt het raar dat wij er niet van houden, althans de kinderen en ik niet. Wat is dan nog meer Nederlandse muziek, die wij wel leuk vinden? Danilo laat hem Nederlandse rap horen. Dat vindt ie maar niks, hij aapt het na met de typische, bijbehorende handbewegingen. Van dance houdt hij wel.

Tío vertelt, dat zij maar een kleine familie zijn: Hij, zijn moeder, zijn zus en haar twee kinderen. 5 personen. Maar nu, zegt hij, is onze familie 9 personen! Wij zijn altijd welkom in zijn huis en in zijn hart. Hoe lief is dit!

We hebben onze koffie op. Ze nodigen ons uit om nog mee te gaan, maar Carmen is zo moe van de hele dag Spaans proberen te verstaan en te spreken, dat we beleefd bedanken. We gaan nog samen naar de supermarkt om drinken en chips te kopen. Tío loopt voorop en weet alles te vinden. Bij het bier een heel gesprek over wat het lekkerste bier is. Cor neemt een flesje Grolsch voor hem mee, dat moet hij proberen. Dan wijst hij nog op een typisch regionaal drankje. Dat wil ik zeker nog een keer proberen, maar voor nu hebben we al zoveel boodschappen om het hotel in te smokkelen!
Tío houdt een taxi voor ons aan en we racen weer richting hotel.

Het is rond zes uur. We doen onze zwemkleding aan en nemen een duik in het zwembad, dat we bijna voor ons alleen hebben. Er zwemmen sowieso maar heel af en toe mensen in. We zwemmen tot het donker is. Om half acht gaan we bij de swimming pool eten. Ik neem er een heerlijke jugo con leche (vruchtensap met melk, net een milkshake) bij. Zo verkeerd maar zo yammie!!! Het eten is sowieso heerlijk, het is nog lekker warm. We genieten.

Zo laten we een hele fijne, heerlijke dag uitklinken. Morgen zijn we voor de lunch uitgenodigd  bij de familie! Ook Carmen’s tante zal  er dan zijn. Zij komt vannacht van haar werk terug, een reis van 12 uur.

Ik verheug me er al op om haar te onmoeten!

Een lange reis en een bijzondere ontmoeting


Als ik wakker word, heb ik een berichtje van Carmen’s tia: door de zware regenval van vannacht zijn er stukken rots van de berg op de weg naar Villavicencio terecht gekomen. Daarom is de weg nu afgesloten. Tia zegt, dat we beter ’s middags de bus kunnen nemen. Na het ontbijt zeggen we de taxi af, die ons naar de terminal van de bus zou brengen. Om 13.00 moeten we uiterlijk uitchecken. We besluiten, om dat te doen en dan maar gewoon te gaan. Als het half één is pakken we de rest van onze spullen in en begeven ons met onze bagage naar de lobby.
Ik app Carmen’s oom (“tio”) om hem te laten weten wat ons plan is, maar hij vindt het beter om nog te wachten. Hij belt Carmen en voor de eerste keer spreekt ze met hem. We volgen zijn advies op en nemen plaats in de lobby, maar we zitten nog maar net, of tia stuurt ons een bericht, dat de weg vrij is. Volgens tio zijn er tegenstrijdige berichten, maar we besluiten toch om te gaan. Het zijn maar 13 km naar de terminal, maar we doen er een heel uur over! Carmen valt tegen mijn schouder in slaap en ook ik dommel af en toe weg. Het regent weer. De terminal blijkt een groot station te zijn met allemaal loketten van verschillende vervoersmaatschappijen. We gaan in de rij van  “Flota La Macarena” staan. De rij is lang. Voor ons staan een paar jongens. Ik vraag of ze Engels kunnen, dan kan ik om bevestiging vragen, of we hier wel juist staan. Helaas kunnen ze dat niet. Er komt totaal geen beweging in de rij, we blijven maar op dezelfde plek staan. Er zitten wel mensen achter het loket, maar er worden geen tickets verkocht. Pfff, duurt lang. Één van de jongens vóór ons laat mij het beeldscherm van zijn telefoon zien. Daar staat in het Engels, met behulp van Google translate vertaald, of zij ons met iets behulpzaam kunnen zijn. Wat aardig van ze! Ik typ in het Engels de vraag, of we hier goed staan om naar Villavicencio te gaan. Zij bevestigen dit. Okee, mooi, we staan dus goed. Ik vraag wat er aan de hand is. Zij zeggen, dat de weg nog steeds afgesloten is. Hij heeft het over 4 uur. Hij zal toch niet bedoelen, dat we nog 4 uur moeten wachten?! We wachten nu al een behoorlijke poos. Carmen volgt het voorbeeld van een aantal mensen en gaat op de stenen grond zitten. Ik aarzel ook niet lang, pak een tasje met een nekkussen en ga erop zitten en Danilo volgt mij ook binnen de kortste keren. Pffff… duurt lang! Ik pak mijn haakwerk en wil net gaan haken, als er ineens beweging in de rij komt. Iedereen springt op en kijkt vol verwachting naar het loket. Eindelijk!! Nu gaat het gebeuren. We hebben onze bagage bijeengeraapt en staan weer in de rij. En wachten… Niks, nada gebeurt er. Na weer een poos gewacht te hebben, gaan we maar weer zitten. Ik haal mijn haakwerk weer te voorschijn. Dat vinden de mensen om ons heen interessant. Carmen pakt het boek: “Wat God zei” en leest een paar interessante passages voor. Zo proberen we een beetje de tijd te doden. We wachten nu al bijna 4 uur! De kinderen gaan bij de subway een broodje halen. Dan komt er weer beweging in de rij. Ik spring op en Cor en ik proberen met alle bagage aan te sluiten. Daar zijn de kinderen weer. Er komt langzaam, heel langzaam beweging in. Schuifelend komen we steeds iets dichter bij het loket.  Maar er is ook  een soort van paniekerigheid. Mensen dringen zich langs de zijkant richting het loket.  Ze hebben tickets in de hand.  We snappen er helemaal niets van.  Wat is er nou allemaal gaande?  Er zijn twee rijen, Carmen gaat in de rechter staan, want die is korter, doordat een aantal mensen in de linker rij,  waar ik sta, voordringt met hun probleempje – wat dat dan ook is. Cor en Danilo staan een eindje verderop met de koffers en tassen te wachten. Ik ga bij Carmen staan. Zouden die mensen hun ticket terug willen geven, omdat de bus niet meer gaat? We horen mensen “Villavincencio” en “mañana” zeggen.  De schrik slaat ons om het hart.  Wat als dat zo is?  Wat als er pas morgen weer een bus gaat? De radertje in mijn hersens draaien op  volle toeren:  Hier blijven wachten?  Een hotel in de buurt zoeken? Naar ons hotel terug?  We stressen hem. Dan zijn we eindelijk aan de beurt. “Villavicencio” probeer ik in mijn beste Spaans. “Quatro personas. Hoy?!”. De man aan het loket vraagt naar mijn naam en geeft de tickets. Maar nu. .. het uur van de waarheid.. “a que hora?”. De man begrijpt ons. Wat fijn dat deze mensen zo goed Spaans verstaan! Hihi. Hij schrijft iets op een briefje: “6.35 pm”. Ons hart maakt een sprongetje van geluk. We hebben ons ticket. Dat ik spontaan omgedoopt ben in “Manuol Diaz” mag de pret niet drukken!
Het is bijna zes uur, dus we hebben nog goed een half uur. Yippie!!!  Onze reis naar Villavicencio gaat zo eindelijk echt beginnen!
Cor en ik gaan naar de Subway. Hij neemt een broodje, ik een salade, dan begeven we ons naar de uitgang die naar de bussen voert. Onze bus is er nog niet, dus we gaan even zitten, eten en wachten. Als de bus komt is het al donker geworden. Het is een luxe touring bus. De bagage wordt ingeladen en we nemen plaats. Tegen kwart voor zeven, na een dikke 5 uur wachten, gaan we eindelijk echt op weg!  Het licht wordt gedimt, op de vijf schermen wordt een actiefilm met veel pief paf poef vertoond. Ik kijk naar buiten. Ik had deze tocht zó graag overdag gemaakt, om van het landschap te kunnen genieten. Toch is dit ook prachtig. Tegen de donkere avondhemel steekt het nog donkerdere gebergte van de Andes af. Af en toe gewaagt een groepje lichten van een stadje of dorp. De airco wordt hoger gedraaid. Ik ben blij dat ik m’n warme poncho bij met heb. De reis vlot goed,  af toe dommelen we lekker weg. We zijn best moe. Na een dikke drie uur naderen we onze eindbestemming. Dan krijgt Carmen via whatsapp bericht, dat haar oma (“Abuela”)  en haar nichtje meegekomen zijn om ons op te halen. Als we de terminal van Villavicencio binnenrijden, spot Carmen haar familie en zwaait hen enthousiast toe. De bus stopt en Carmen weet niet hoe snel ze de bus uit moet stappen. Cor, Danilo en ik rapen onze spullen  bij elkaar en volgen haar. Als ik de bus uitstap zie ik Carmen en haar oma in een innige omhelzing. Hoe mooi is dit! Terwijl zij haar oom  knuffelt en daarna haar nichtje van acht, dochter van Tia, krijg ik een dikke en lange knuffel  van abu. Zo bijzonder! Ook Tio en ik omhelzen elkaar. Het is een ontzettend hartelijke begroeting. Ze helpen allemaal met het slepen  van onze bagage. Het kleine meisje heeft één van de zware rugzakken op haar rug genomen en draagt nog twee lichtere tassen. Wat lijkt ze veel op Carmen! Cor verlost haar van de zware rugzak en Carmen neemt de andere tassen van haar over. Wat is het hier nog heerlijk warm!
We verdelen ons en de bagage over twee kleine gele taxis. Abu, Carmen en ik zitten in de ene,  het nichtje, tio, Danilo en Cor in de andere taxi. In het hotel regelt tio alles voor ons. We krijgen onze kamersleutels en nemen afscheid. We worden  voor morgen uitgenodigd om bij hun thuis te komen en ’s middags naar een dansuitvoering van het nichtje te komen kijken. Wat een super leuke  en fijne mensen! Ik verheug me al op morgen. Maar we besluiten, dat Carmen morgen ochtend alleen gaat en wij ons later aansluiten.Onze kamers liggen op de vijfde verdieping. Als we de lift uitstappen en we over het balkon naar onze kamers lopen onbloot zich  een prachtig uitzicht van een tropische tuin met een mooi zwembad aan onze ogen. In de verte het Andesgebergte. Zo mooi! We hadden verwacht dat het  hier plat zou zijn. 

De kamers vallen tegen, ze  zijn oud, het ruikt een beetje muf en een aantal dingen zou nodig gerepareerd moeten worden. Maar we zijn moe. Na gedouchet te hebben, kruipen we in bed. Morgen zien we wel verder!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Op zoek naar vroeger

photogrid_1471537421696.jpgAan het ontbijt zijn we inmiddels een beetje gewend. Er is haast geen keuze, ik eet elke ochtend melk met havermout en een toastbrood met roerei met een kopje thee. Ik heb me erop ingesteld. ..

Vandaag staat er niets op het programma, omdat Carmen vrij wil zijn voor een eventuele ontmoeting met haar moeder. Ik heb al vroeg in de ochtend contact met haar tante en oom i.v.m. onze reis naar Villavicencio. Haar oom wil met de bus wel hierkomen om met ons weer terug te reizen naar Villavicencio. Vet lief,  maar dat zou voor hem 6 uur reizen zijn en dat willen we niet. Met hulp van tante en oom zoek ik de beste manier op om bij hun te komen.

Carmen is moe  en kruipt weer in bed. Danilo, Cor en ik lopen naar “Hacienda Santa Barbara”, een shopping center hier in de buurt, dat voor de Kalverstraat niet onderdoet. Niet mijn ding. We drinken er een kopje koffie, ik bestel een Latte Machiatto, maar heb nog nooit  zo’n kleine en sterke latte gehad! Tussen de middag een hamburger en weer naar het hotel.

’s middags hangen we wat in het hotel rond.

photogrid_1471538274917.jpgOm vijf uur gaan Cor en ik een stukje wandelen. We willen wel eens zien of we de pensions, waar we toen hebben gezeten, terug kunnen vinden. Met Carmen’s adoptie hebben we in Hotel Paris gezeten, dat dichterbij ligt en met Danilo in Casa Nueva. Ik weet de weg nog  wel, tussen de huizen door langs een smal voetpad. Af en toe moet je een grote straat oversteken. We komen in de straat, waarvan we denken dat Hotel Paris staat. Maar we herkennen niets, allemaal grote nieuwe flats. We twijfelen ook over de straat, we weten het niet precies. Alles is zo veranderd. We lopen verder langs een pad. Cor herkent het: “Daar komt straks een parkje met het electriciteitshuisje, waar we geschuild hebben, toen er geschoten werd.” We komen bij een speeltuintje en inderdaad: daar staat het huisje. Alle huizen eromheen zijn veranderd, maar het huis waar destijds de inval was staat er nog. Vreemd, in  mijn herinnering stond het huisje veel verder van straat. We vinden ook het bruggetje, dat over het riool voert. photogrid_1471537306492.jpgHierlangs gingen we naar de kapper en als je dan verder liep, kwam je bij Casa Nueva. We vinden de kapper. Wat is dat huis prachtig geworden. Het was toen al de beste kapper van Bogota, er kwam de high society en beroemdheden. Nu duidelijk nog steeds. Dure auto’s op de parkeerplaats, Porsche’s en zo. We lopen verder. De kleine eenvoudige winkeltjes van toen hebben plaatsgemaakt voor mondaine, elegante zaken. We zijn totaal verrast. We herkennen niets meer terug. Het souvenirswinkeltje, waar we vaak naar toe gingen, is verdwenen en daarmee hebben we geen aanknopingspunt meer, wanneer we naar links af moeten om bij Casa  Nueva te komen. We lopen langs de grote straat en kijken bij elke zijstraat aan de rechter kant, of we iets bekends zien. Cor meent in één van de straten een groep  bomen te herkennen.

photogrid_1471538791286.jpgWe lopen de straat in en zien gegeven ogenblik links een klein pad. “Hier liepen we altijd in”. Ik kan me maar heel vaag herinneren. We gaan nog een keer links. Hier zou het wel eens geweest kunnen zijn. We weten het niet zeker, maar we menen het buurhuis en het huis tegenover te herkennen. Het was vroeger wit en inderdaad onder de gele verf, die hier en daar afbladert,  is nog wat wit te zien.Ik heb  een foto van vroeger. De stoep is oud en lijkt precies op de stoep op de foto. Ook de straat, die naar links gaat herinneren wij ons. We zijn ervan overtuigd: Hier heeft Casa Nueva gestaan. Er staat  nu een groot modern gebouw met appartementen. We lopen dezelfde weg weer terug. Langs de kapper, over het bruggetje, langs het electriciteitsgebouwtje en proberen erachter te komen, waar hotel Paris nou precies was. We denken de straat terug te hebben gevonden, maar ook hier staan allemaal nieuwe gebouwen.

Ergens hier moet de bougainville gestaan hebben, die ik op een foto heb. Ik haal de oude foto tevoorschijn en bestudeer weer de stoep. Hij is exact hetzelfde. Een graatpatroon in de oprit van het huis, waar de bougainville voorstond, een lantaarnpaal met zwart-oranje strepen. We weten het nu zeker: dit is de straat waar we tweeënhalve maand gewoond hebben. Er wordt nu een nieuw apartementencomplex gebouwd. Ze zijn er net mee bezig. Ik herken nu iets verderop nog twee oude huisjes aan de overkant, die er toen ook stonden, een muur met deuren erin. We lopen weer richting ons huidige hotel, blij, dat we de plekken van de pensions van vroeger gevonden hebben, maar ook een beetje verdrietig, dat ze er niet meer zijn.

We lopen langs de grote weg richting Unicentro, denken we. Maar als we een grote brug voor ons zien opdoemen, schrikken we ons een hoedje: Hier klopt geen ene snars van! We zijn verdwaald. Ik wil google maps opstarten, maar mijn mobiel is leeg. Cor heeft geen wereldbundel. Een vriendelijke voorbijganger vraagt, of hij ons kan helpen. We vragen of hij weet, hoe we naar unicentro komen. Hij legt het ons uit. Het lijkt ons een hele lange weg. De man zegt, dat we misschien beter een taxi kunnen nemen. Maar zonder mijn mobiel kan ik ook geen taxi appen. We lopen een eind in de aangewezen richting, lopen over de brug en lopen steeds verder van de drukte weg. Dit zint ons helemaal niet.  Als er een taxi stopt en iemand uitstapt, stappen wij snel in. De taxi brengt ons voor nog geen 2 euro naar het hotel terug. Fieuw! De kinderen liggen in een deuk over onze klunzigheid. Ik ga plat op de rug op de grond liggen met mijn voeten omhoog. Mijn enkel doet pijn en het bed is bezet door de kinderen.

Toch moet ik nog een stukje lopen voor het avondeten. Carmen heeft gelukkig wel zin om naar de Mexicaan te gaan en Cor en Danilo vinden het ook prima. Nou, ik vind het helemaal goed, het is het dichtstbijzijnde restaurant.

We eten er heerlijk en uitgebreid voor in totaal 50,00 euro, dat lukt je bij Gringo’s niet.

Weer terug in het hotel pakken we onze koffers. We hebben voor 11.00 uur een taxi besteld, die ons naar de terminal van de Flota la Macarena brengen zal, het vertrekpunt voor onze reis naar Villavicencio. Waar ik stiekem nog op had gehoopt, is niet gebeurd. Er heeft geen ontmoeting tussen Carmen en haar moeder plaatsgevonden. Maar morgen hopen we kennis te kunnen maken met haar oom en overmorgen misschien met haar tante.  Ik kruip in bed. Cor en de kids kijken nog tv. Buiten gaat het vreselijk tekeer.  Het onweert en regent als een gek. Hopelijk is het morgen droog. .

Monserrate

Elke ochtend zet ik voor Carmen en mij een kopje thee. Deze keer is dat Coca-thee. Gisteren heb ik daar een pakje van gekocht. Ik zou deze thee graag mee naar huis nemen, maar dat is helaas verboden. En aangezien we over Amerika terugvliegen, riskeer ik dat maar niet. Hij smaakt best goed en (of maar?) ik word er niet high van!

Vandaag gaan we naar de  Monserrate, het is er gelukkig rustig. Gisteren stonden de mensen tot voor op het plein nog in de rij, nu kunnen we gelijk doorlopen naar de kassa. Een kabelbaan brengt ons naar de top van de berg, waar een mooi, wit kerkje staat. Hier heb je een prachtig uitzicht over Bogota, een stad van 9 miljoen inwonders, exclusief de  3 miljoen, die er elke dag nog komen werken. Het is foto-shooting-time! Daarna lopen we er een beetje rond. Er zijn kraampjes met souvenirtjes en eten. Carmen en ik kopen ieder een mooie omslagdoek. Het is inmiddels 1 uur geweest, dus onze magen melden zich. Eten wordt aan het straatje bereid op een grote barbeque. Een jongen klampt ons aan, we verstaan er niet veel van, maar hij wil klaarblijkelijk verkopen. We moeten een klein stukje vlees proeven. Het smaakt heerlijk. Hij wijst met zijn handen aan, wat hij allemaal op de barbeque heeft liggen: krielaardappeltjes, vlees, bakbanaan. Het ziet er heerlijk uit en we besluiten om twee porties te delen. De jongen nodigt ons uit om op houten stoeltjes aan een tafel plaats te nemen. Er staat nog een andere tafel, waar Amerikanen aan zitten te eten. Het gerecht wordt geserveerd met rijst en avocado. Het smaakt heerlijk! Een lust voor het oog is het, om die jongen bezig te zien, achter zijn keukentje. Als mensen langskomen, springt hij op ze af, onder een vloed van woorden, zijn eten aanprijzend en de voorbijgangers uitnodigend om bij hem te komen eten. Zo gaat dat hier overal. Kom je langs een winkeltje, komen de verkopers al op je af, met de standaard zin: “A la orden”. Je kunt nergens even rustig kijken, je wordt direct aangeklampt, de koopwaar wordt aangeprezen: hoe goed het materiaal is, dat het echt handwerk is, hoe mooi het is (muy linda), als je het aandoet, staat het je allemaal even “bonita”, enz. Topverkopers hier!

Met de kabelbaan gaan we weer terug naar de bewoonde wereld. Het roepen van een taxi is wel even een dingetje. Óf er is geen taxi beschikbaar, óf we kunnen niet gevonden worden. Wt… we staan bij de Monserrate notabene! Uiteindelijk houden we toch maar een taxi op straat aan en laten ons naar El Balay, de grote artesania-winkel brengen. Helaas blijkt die winkel niet meer zo groot te zijn. Ik ben tamelijk teleurgesteld. Na een poosje rondgesnuffeld te hebben gaan we nog even de binnenstad in om vervolgens weer met enige moeite een taxi te bemachtigen. Danilo wil heel graag Bogota bij night vanaf een berg zien, eigenlijk willen we dat allemaal wel. We hebben daar een adresje voor: La Calera, een uitzichtpunt  met een restaurant met de naam “La Paloma”. We hebben gegoogeld en kregen de indruk dat “La Calera” een plaatsje is, wat druk bezocht is. De chauffeur bevestigt, dat het een vrij toeristisch plekje is. Lijkt ons best leuk! Het is een hele tocht, want het is spitsuur, dus het is meer filerijden dan wat anders. Na – ik weet niet – minimaal een uur, rijden we eindelijk omhoog, de bergen in. Het  is inmiddels zeven uur geweest en allang donker. We komen langs een uitzichtpunt. Heee! Hier hebben we toen in 1997 ook gestaan!  Het is eigenlijk niet veel meer dan een inham. Daarnaast staat een restaurant: “La Paloma”. Het is een beetje in the middle of nowhere, maar boeie… er is een uitzichtpunt en er is een restaurant. De taxichauffeur stopt langs de kant van de weg en spreekt met twee mannen in uniform. Dan rijdt hij verder. Via google-translate komen we erachter, dat er verder bovenop nog een mooier uitzicht schijnt te zijn met goede restaurants. Okee, let’s try! De klim gaat verder en verder omhoog over een bochtige straat. Bogota laten we steeds verder achter ons. We vragen ons af, of er überhaupt nog wel een uitzichtpunt komt en of we straks hier wel een taxi krijgen om weer terug te komen. Ook de chauffeur heeft er niet veel vertrouwen in,  hij draait en brengt ons naar het uitzichtpunt terug. We lopen het restaurant binnen om te kijken of het wat is. Anders, zo besluiten we,  maken we hier alleen wat foto’s en gaan in Bogota ergens wat eten. Het restaurant blijkt prachtig te liggen. Één wand is helemaal van glas en geeft een schitterend uitzicht op nachtelijk Bogota. Het restaurant is groot, maar knus, met leuke, moderne muziek.Hier willen we eten! We betalen de taxichauffeur, nemen plaats aan één van de tafeltjes aan het raam en bestellen wat te eten. Dan lopen Danilo, Carmen en ik naar buiten om foto’s te maken met het verlichte Bogota als achtergrond. Het is berekoud, dus we blijven er niet onnodig lang. Binnen hebben we immers ook het prachtige uitzicht. Ook daar is het niet warm, we houden onze jassen/vesten aan. Omdat de temeratuur in Bogota altijd rond de 20 graden is, heeft men geen verwarming. Maar na zonsondergang, wat altijd 6 uur is, begint het echt koud te worden. Maar het is gezellig binnen en het eten smaakt heerlijk. We krijgen ook gepofte aardappels met een soort crème fraiche met weer dat kruid, “guascas”. In het Nederlands heet het kaal knopkruid, ben ik na wat googelen achter komen, nooit van gehoord, maar het ziet eruit als munt. Ik schraap het groene kruid zoveel mogelijk van mijn aardappel. Jammer, dat ik er zo misselijk van word, maar toen we 19 jaar geleden in Bogota waren ben ik een vrij lange periode ziek geweest. De kok van het pension waar we toen in verbleven, deed achterlijk veel van dat spul in het eten, dus als het etenstijd was, ging ik haast over mijn nek als ik het eten rook en vluchtte ik snel naar de MacDonalds. Ik ben dus gewoon een soort van getraumatiseerd, denk ik. 

De mensen van het restaurant roepen een taxi voor ons. En we zijn verrassend snel weer thuis. Het is inmiddels al 10, uur dus we blijven niet meer zo lang op.

Morgen is helaas onze laatste dag hier in Bogota!

 

Nog meer artesanias

De wijn heeft zijn werk gedaan! Weliswaar werd ik om 3 uur wakker, zoals elke nacht, maar in tegenstelling tot de vorige nachten, viel ik weer in slaap en werd pas weer om zes uur wakker! Yippie!!!

We waren oorspronkelijk van plan geweest om vandaag naar Monserrate te  gaan. Dat is een berg, waar bovenop een kerkje staat. Je komt er met de kabelbaan of per trein. Maar het leek ons niet zo’n goed idee, aangezien er vandaag een religieuze feestdag is, Maria ten Hemelopneming. Dan zal het daar wel heel druk zijn. Gisteren stikte het er ook van de mensen, toen we er langs kwamen.

We besluiten om naar die winkel met souvenirs te gaan, El Balay. Ook vandaag mag er op veel straten niet gereden worden, dus de taxi-chauffeur moet vrij inventief zijn om op de plaats van bestemming te komen. Hij zet ons op de hoek van de straat af, omdat hij de straat, waar El Balay aan zit, niet  in mag. Een klein stukje lopen en we zijn er… voor een gesloten deur! Veel winkels, hadden we al gezien, zitten dicht vanwege de feestdag. Iets terug wel een winkel die open is. Daar brengen we een tijdje door en kopen een paar dingetjes: Cor twee t-shirts, Danilo iets voor z’n vriendin en nog wat kadootjes. Carmen’s blaas staat op springen. Ik zou liever in de Candelaria een café ingaan, maar dat is voor Carmen geen optie.  We  gaan een tent in en bestellen koffie en café con leche. Het is hier echt armoedig. Nee, dat klinkt verkeerd. Dit zijn hard werkende mensen, die net genoeg verdienen om te kunnen leven. En meer ook niet. Hier komen mensen tussen de middag eten. Zo ook een groepje schilders, die onder de verf zitten. De grote flatscreen tv staat in groot contrast tot de meer dan sobere inrichting. We zien iedereen die typische soep uit aardewerken kommen eten. Een heel menu, inclusief drinken en de alomgeliefde en door mij gehate soep, kost hier 3 euro. We drinken onze koffie uit bekers van styropor, rietjes dienen als lepel. De café con leche is eerder een leche con café, maar dan wel een heel klein beetje café en is niet te zuipen. 

Buiten gaan we de 1,3 miljoen pesos, die we vanmorgen gepint hebben, verdelen, zodat ik niet alles  bij me heb. We worden nauwkeurig in de gaten gehouden. De eigenaar van de tent komt naar buiten om te observeren waar we mee bezig zijn. We lopen verder en appen weer een taxi om  naar een winkel te gaan, waar we hopen, dat Danilo de pet kan vinden, die hij zo graag wil. De winkel blijkt weer een gangenstelsel van verschillende piepkleine winkeltjes met souvenirtjes te zijn. Super leuk! Hier gaan we ons wel vermaken! We kopen weer verschillende dingetjes, maar helaas vinden we Danilo’s  pet niet. We lopen het gangenstelsel weer uit en lopen langs de straat, langs nog meer winkels. Ook dit is een arme buurt. We  steken de straat over – gewoon random – en zoeken aan de overkant verder. Allemaal blink-blink winkeltjes. Het is ongelooflijk, hoe verschillend de wijken in Bogota zijn. Dit ademt zo’n andere sfeer dan bijvoorbeeld Unicentro. Ik schat dit een klasse 2, hooguit 3-buurt. Carmen moet  naar de wc. Ze vraagt bij één van de louche restaurantjes of ze naar de “banjo” mag. Geen probleem natuurlijk bij deze vriendelijke Colombianen. In het restaurantje, eigenlijk meer een snackbar, hangen heerlijke kippetjes aan het spit. Eigenlijk hebben we best wel honger. Als Carmen terug  komt, besluiten we om daar iets te eten. In Colombia worden klanten als koningen ontvangen, hebben we gemerkt. Ik weet niet, of het ermee te  maken heeft, dat we buitenlanders zijn, of dat we voor deze mensen tot de rijkere klasse horen.. het hoeft voor mij niet, dat nederige, ik vind het soms een beetje gênant. We bestellen kip met friet en gebakken banaan en die rare rijstkoekjes, die je hier overal bijkrijgt. We krijgen ook hier een grote schaal, waar we met z’n  allen met de vingers uit eten. Daarvoor krijgen we plastic handschoenen. Zulke handschoenen als bij het tankstation, je weet wel. We moeten beneden bij de kassa afreken en zijn in totaal nog geen 10 euro kwijt!

Een eindje verderop is weer zo’n gangentstelsel met kleine winkeltjes. Misschien vinden we hier de pet. De winkeltjes beginnen te sluiten. Ook hier heeft niemand de pet. We besluiten om weer naar de candelaria te lopen om daar bij de winkeltjes nog wat souvenirs te kopen. Op de grote straat zie je weer dezelfde artiesten als gisteren. Het is heerlijk weer. We zoeken weer de winkeltjes bij het museo del oro op. Ik koop een mooie poncho. Vind ik dan, Danilo zegt, dat ik afstand van hem moet houden, als ik hem in Nederland draag, Carmen boeit het niet. Schijt! Ik wil graag een poncho! Klaar. Ik koop hem gewoon. Vind hem mooi. De zoektocht naar de pet hebben we opgegeven. Hier hadden we gisteren ook al gezocht. Dan – geheel onverwacht – vindt Danilo dan toch nog  zijn pet!

In één van de winkeltjes zie ik coka-thee. Hier had Giovanni, onze gids van de fietstour over verteld. Hij schijnt tegen van alles te helpen en je wordt er niet high van. Haha. Die wil ik wel proberen. Ik koop een pakje. De verkoopster, een oudere vrouw, vraagt aan Danilo, of hij uit Colombia komt. Ze vindt het vreemd dat hij geen Spaans kan. We leggen uit, hoe het zit. Ooooh! Of Carmen dan Spaans kan? No, alleen een heel klein “poco”. Dat vindt ze niet kunnen! We leggen uit, dat Carmen voor het Spaans aan het leren is. Zij vindt de kinderen mooi en ze zegt dat wij goede ouders zijn. Haha, geen wonder, moeders trekt constant de portemonee, als de kinderen iets willen hebben. Wat zij niet weet, dat ik een groot bedrag pin, zodat de kinderen niet de transactiekosten hoeven te betalen. De uitgaven hou ik in mijn mobieltje bij.

We lopen verder, weer andere winkeltjes af, met steeds meer plastic tassen, gevuld met souveniertjes en kadootjes.

Danilo wil het liefst in de buurt van het hotel eten, dus  we laten ons door een taxi naar Unicentro terugbrengen, drinken daar nog wat en gaan naar huis.

Carmen voelt zich niet goed,  dus als wij met z’n drieen gaan eten, blijft zij in het hotel en kruipt in bed. We lopen naar het dichtsbijzijnde restaurant, een vrij luxe mexicaan en genieten daar van heerlijk eten. Terug in het hotel kijken weer nog een film en kruipen dan in bed.

Museo del oro

Negen uur ontbijt. Carmen blijft in het hotel. Cor, Danilo en ik gaan op zoek naar de citibank, om te pinnen. Dan naar Unicentro. Danilo wil een Colombiaans voetbalshirt van Adidas kopen, maar de Adidas-winkel zit dicht. Op het pleintje voor de winkel is een cafétje, wij gaan er koffie/ijskoffie drinken. Om tien voor elf ziet Danilo, dat de lichten in de winkel aangaan. Om elf uur gaat de zaak open en kan Danilo toch nog zijn t-shirt kopen. We halen Carmen in het hotel op en gaan met de taxi naar het grootste goudmuseum van de wereld: het museo del oro. Op zondag is de entree gratis, normaal 80  cent. Het is een prachtig modern museum met een schitterende collectie van gouden voorwerpen van de verschillenden stammen van Colombia. Vooral de afdeling van de muisca’s interesseert ons natuurlijk. We eten in het restaurant een broodje en verlaten kort voor sluitingstijd het museum. Het is prachtig weer en het plein voor het museum gonst van de bedrijvigheid. Er zijn kraampjes met lekkernijen, mensen hebben hun handgemaakte spulletjes op kleden op de grond uitgestalt, jongens zijn aan het scaten, mensen zitten te chillen. We lopen een lange gang in, waar allemaal kleine winkeltjes met souvenirtjes, de zogenaamde artesanias, zijn. Mooie souvenirs, het is moeilijk om de knip dicht te houden, maar we willen ook nog naar “El Balay”, een hele grote winkel met artesanias. We kunnen hier altijd nog terugkomen. Toch kopen we hier een paar dingetjes. Ik zie iets heel  leuks voor mijn zusje. Die moet ik kopen. Ook spot ik een heel mooi shotglaasje. “Carmen, je moet  dat shotglaasje voor me kopen.” Dat is namelijk traditie bij ons. Carmen brengt  uit elke grotere stad, waar ze is geweest een shotglaasje voor mij mee. Waar we ook een tradite van hebben gemaakt: uit elke grotere stad een magneet meenemen. Die komt aan het kozijn in de keuken. We  vinden twee hele leuke magneetjes. Dan lopen we de gang weer uit en gaan nog op  het plein zitten, ik neem  een maiskolf, de anderen een ijsje en we kijken naar de scatende jongens, genieten van het zonnetje en genieten van het feit, dat we hier met elkaar in Bogota zijn. Soms is  het nog zo onwezenlijk. We hebben hier zo lang naar uitgekeken. We lopen over de drukke straten, waar vandaag geen auto’s mogen komen. Overal hoor je muziek van straatmuzikanten en zie je optredens van artiesten. Ook veel mensen met handgemaakte spullen. Ik zie iets heel leuks voor mijn vader en hoef niet lang  na te denken: die neem ik voor hem mee! Blij met mijn aankoop, loop ik achter de anderen aan richting de plaza de Bolivar. Het is half zes. Tijd om wat te gaan eten. Onze gids had ons een typisch Colombiaans restaurantje aanbevolen, dat gaan we maar eens opzoeken. Dankzij Google Maps vinden we “La puerta real”. Het is echt een heel klein curieus en pover restaurantje. We worden weer verwelkomd met een straal aan Spaanse woorden. Het restaurant is leeg. We krijgen de kaart en Carmen vraagt of iemand misschien Engels  kan. Er komt een jonge man met een hoed op. Hij kan goed Engels en legt ons de gerechten uit. Hij adviseert ons een bepaald gerecht. Hét typische gerecht van Colombia: Ajiaco.

Ik ken het van vroeger en vond het vreselijk. Het is soep met stukjes aardappels erin en een maiskolf en kippenpoot en rijst. Ik vond het vies, maar vind, dat ik het nog eens proberen moet naar zoveel jaar. Dus ik bestel de Ajiaco en Carmen ook. De jongens bestellen een Colombiaans gerecht met rundvlees.

Het eten wordt geserveerd. Nou, ik kan jullie zeggen: ik ben een makkelijke eter, maar ik heb zelden zoiets vies gegeten. Ik probeer mezelf ertoe te zetten om het op te eten, maar ik weet nu precies weer hoe het smaakte… niet dus! Er zit een bepaald inheems kruid in, wat ik verschrikkelijk vind. Danilo vindt zijn eten ook niet lekker. Wij ruilen. Hij vindt de rare soep wel lekker en Carmen vindt hem zelfs heerlijk. Ik vraag mij af: Hoe dan?! Dit móet genetisch zijn. Danilo houdt niet eens van soep en dit vindt ie lekker?!

We nemen maar geen toetje, misschien vinden we nog wel iemand, die die heerlijke wafels verkoopt, en verlaten het restaurant. We lopen een stukje de straat uit – geen wafel in de verste verte te bekennen –  en ik roep maar een taxi  op via de app. Hij moet er met 1-4 minuten zijn. Maar het duurt…

Uiteindelijk een bericht. Hij kan ons niet vinden. Of ik hem wil bellen. Ow, da’s niet handig, ik geloof dat bellen niet in mijn blox  zit. Ik sms hem het adres door, maar hij cancelled. Ik roep een andere taxi op. Wachttijd: 5-10 min. Ik ontdek – of eigenlijk Carmen – dat je de taxi kunt volgen via de app. Je ziet hem rijden. Hij komt onze kant op en stopt een klein eindje van ons vandaan. Ik krijg de melding “Your taxi has arrived”. Niet dus – geen taxi, of in ieder geval niet onze taxi, met dat nummer. Ook hij kan ons niet vinden. We kunnen zien waar hij is. Op  calle 14 c, wij zijn op 14 b. Snel lopen wij de kant op, waarvan wij hopen dat het 14c is. Carmen rennt vooruit. Ze zwaait: hier is-ie! Iemand houdt de deur voor ons open. Irritant. Dit maak je constant mee. Mensen dringen hun diensten aan je op en willen er geld voor. De Colombianen hebben er blijkbaar geen moeite mee. Cesar, onze chauffeur, geeft de man een paar munten. Ik vind het maar stom: waarom zou ik voor iets betalen, waar ik niet om heb gevraagd. Maar ik besef ook, dat mijn zienswijze niet persee de juiste is. Ik vind het eigenlijk heel lief, dat de mensen hier zo makkelijk een ander helpen, door het geven van geld of door het doen van een dienst. “Ik moet maar zien, dat ik wat kleingeld in mijn jaszak stop, voor als ik zo iemand  tegenkom” zeg ik tegen Carmen, die naast mij in de taxi zit. Dat vindt Carmen wel een goed idee. Cesar is lief, net zoals zoveel Colombianen, die wij hier leren kennen. Fijne mensen! Geen wonder dat wij zo lieve kinderen hebben. Cesar racet door de straten van Bogota. Hij zet ons bij Unicentro af en van daaruit lopen we naar het hotel. Ons idee, om nog ergens wat te gaan drinken, schuiven we aan de kant. Cor gaat nog even naar de winkel om wat te drinken en te snoepen te halen en dan gaan we op de hotelkamer nog een filmpje kijken. Ik leeg de halve fles dure wijn, die Cor voor mij meegebracht heeeft en plof dan moe en een beetje tipsy in bed. Hopelijk helpt me dit om eens fatsoenlijk te slapen!

Heel veel zang en hete vleugels

Het is sabbat. We hebben een Engelstalige kerk van de Zevendedags Adventisten op internet gevonden en willen er vandaag naar toe. Althans, Carmen en ik. De jongens blijven thuis. De dienst begint om half 10. De kerk is maar 10 km verder op, maar in Bogota is dat best een behoorlijke afstand, dus om half negen roepen we een taxi. Het is wel even zoeken, de taxichauffeur weet het ook niet goed en we komen in een woonwijk terecht. Hier kan het niet zijn. We kijken nog een keer. Er is een sda-kerk heel dichtbij. We rijden een grotere straat op. Geen buurt om nou blij van te worden. Midden in de straat wel een groot nieuw gebouw. Daar staat groot aan de muur: “Iglesia Adventista del Septimo Dia”. Bingo! Voor de deur staat een jonge dame in nette kleren. We gaan naar haar toe: “Iglesia?”. Zij vraagt: “Ingles?” Ja, inderdaad, graag de Engelse afdeling. Ze gaat ons voor naar binnen. We gaan een gang door en een deur, lopen door een parkeergarage .., okee, dit is weird, dan weer door een deur een gang, trap, ik kan het allemaal niet meer navertellen. We komen in een hele grote, kille en vrij donkere ruimte, een soort kantine. Er staan tafels met rode plastic stoelen en achterin de ruimte staat een aantal van die rode stoelen in een paar rijen opgesteld, met daartegenover vier stoelen en een keyboard, waar iemand achter zit. Op de rijen met stoelen zitten precies drie mensen en voor hun staat een jonge man, de sabbatschoolleider. Hij geeft ons een hand, we stellen ons  aan elkaar voor en hij stelt ons aan de anderen voor. Carmen gaat nog even naar de wc. Als ze terug komt, is de sabbatschool al begonnen. We zingen heeeeeel veel liederen, sommigen bekend, anderen onbekend. Na het gebed wordt er weer gezongen, collecte, niet veel anders dan wij het gewend zijn. Na een voorstelrondje begint de “les”. Het is best interessant, maar mede doordat de stemmen in de grote ruimte een beetje weerklinken en vooral de sabbatschoolleider, Roger, niet super goed Engels kan, is het soms een beetje moeilijk te verstaan. Ook de Ghanese broeder, die er iets later bijkomt, vind ik moeilijk te volgen. Het gaat over Jona (in de walvis). We constateren, dat het redelijk makkelijk is, om mensen te helpen, die je mag of waar je neutraal tegenover staat, maar dat het veel moeilijker is, om iemand te helpen, die je iets aangedaan heeft. De sabbatschool wordt afgesloten door weer heeeeel veel te zingen. Daarna de eredienst. Ook hier weer heel veel gezang, ik ben er nu wel klaar mee, ik hou niet zo van kerkelijke muziek. Roger doet ook de preek. In het Spaans. De organist vertaalt. Roger doet het best goed. Hij heeft het over Genesis, om precies te zijn de zondeval. Na het einde van de dienst worden we nog uitgenodigd voor een optreden van een koor. Carmen heeft er wel zin in, maar we vinden het ongezellig voor de jongens. Ik krijg nog het mobiele nummer van Roger, zodat ik hem kan appen, als we weer eens van plan zijn om te komen. Ze gaan namelijk verhuizen. Ik ga nog even naar de wc, die is een trap op.  Op die verdieping is de Spaanstalige dienst, die wel druk bezocht is, nog in volle gang. 

We lopen naar buiten en appen weer voor een taxi. Die is er met 1 minuut. Wat is dat toch geweldig, die App!

De middag brengen we chillend door op onze kamer,  onderbroken door een empanada-lunch om de hoek. Niemand heeft ’s avonds nog zin om te gaan eten. Maar de honger drijft ons er toch uit.

Er is ook een restaurant-app. Daar kun je zien, welk restaurant het dichtst in de buurt is. Er schijnt een Italiaan op 500 meter afstand te zijn. Helaas stuurt Google Maps ons via een omweg, maar we komen toch uiteindelijk bij een straat terecht, waar verschillende restaurantjes zitten.

De Italiaan vinden we niet maar wel een Amerikaanse tent “Buffalo Wings”. De kids zien het wel zitten, Cor en ik trouwens ook. Hot chicken wings: altijd goed. We kunnen uit 5 verschillende soorten pikantheid kiezen. Carmen neemt 1, Cor 3 en Danilo en ik 4. De ober komt een schaaltje met het sausje en een wortel brengen om te laten proeven, hoe scherp het is. Ach, dat lijkt ons best te doen, maar pas als hij weg is, begint het echt te branden. Verdorie, wat is dat scherp! Maar nu is het te laat. Te gênant om achter de ober aan te gaan. We knijpen hem wel een beetje. Het eten wordt geserveerd met stengels wortels en bleekselderij en frietjes. Ik hou van scherp, maar dit is wel heel heet! Terwijl we eten begint de wedstrijd Colombia-Brazilie. Colombia staat al vrij snel achter tot grote verontwaardiging van alle Colombianen, inclusief onze  kids. De tranen biggelen me over de wangen, niet vanwege dat doelpunt van Brazilie, maar door die verrekte wings, maar dapper bijt ik door. Danilo heeft het er ook moeilijk mee en staat er gul een paar aan Cor af en laat Carmen ook 1 proeven. Bij de rest van de wings poetst hij de saus er met een servetje stiekem af. Cor en de kinderen nemen nog een toetje en ik een tequila sunrise. Heerlijk!. Dan lopen we door de inmiddels donkere straten naar het hotel terug om daar de wedstrijd af te kijken. Carmen en Danilo rennen dollend achter elkaar aan. Cor en ik genieten ervan om ze zo in hun geboorteland te zien rennen. Het is leuk om te zien hoe goed ze hier passen. Ook voor ons is dit allemaal een hele bijzondere ervaring.

Bogota by bike

Om 13.00 uur zouden we in het centrum zijn, de Candelaria. De Candelaria is het oudste gedeelte van Bogota,  dat nog uit het Coloniale tijdperk stamt. Het huisje waar Mike zijn zaak zit, ziet er aftands uit van binnen. Er heerst bedrijvigheid. Er staat net een groep op starten. Van Mike, met wie ik email-contact heb gehad,  geen spoor. Een jonge man,  die z’n veters  zit te strikken zegt dat Mike er niet is. Hij is onze gids. We krijgen ieders een fiets en helm en stappen op. Het is ideaal weer en al crossend door de drukke straten verkennen wij Bogota. Slingerend tussen voetgangers en auto’s,  stoep op en stoep af, hobbelend over het slechte wegdek gaat onze tocht. Onderweg maken we verschillende stops bij bezienswaardigheden of interessante plekken. We krijgen weer een bult aan informatie over Bogota. Super interresant! Natuurlijk stoppen we ook even op de plaza de Simon Bolivar, de belangrijkste plek van Colombia. Hier heeft zich heel wat afgespeeld! 

Bijzonder is ook de fruitmarkt. Giovanni, onze gids, laat ons verschillende inheemse vruchten proeven. Dat gaat rap achter elkaar door. We hebben het ene stukje fruit nog niet op of  hij biedt ons het andere al weer aan.  Hmmm, super lekker! Heel bijzonder, deze markt met exotische vruchten,  groenten en ook planten met allerlei genezende krachten. Aan de overkant is de andere  fietsclub een nationale drinksport aan het uitproberen. We mogen even kijken en ook meedoen als we willen. We lopen een zaakje door en komen in een ruimte met platen van misschien 1 m2, schuin tegen de muur. Die platen zijn gevuld met klei en er bevindt zich een rondje met stenen in, met daarachter exlosief materiaal. De bedoeling is nu, dat je een kei van een bepaalde afstand gooit en probeert één van de stenen in de klei te raken. Als dat lukt volgt er een kleine ontploffing. Maar… dat moet je al drinkend doen. De groep Europeanen heeft ieders een biertje in de hand, ze gooien om beurt. Nou, veel plezier nog met fietsen straks, jongens! Cor gooit 1 keer en dan houden we het voor gezien.

We zetten onze fietstocht voort. Bijzonder leuk ook om over de grote straten in het centrum te fietsen, waar overdag geen auto’s mogen rijden.  Om de paar meter zie je straatmuzikanten, artiesten, bandjes. De straten zijn gevuld met muziek. We stoppen bij een parkje en luisteren naar de verhalen van Giovanni. Dan bij een paar kraampjes aan de weg nog wat typisch Colombiaanse snacks proeven. Ik heb iets heel raars gekozen… Een bol, gevuld met rijst, met daarin weer een heel ei en stukjes aardappel. Ik vind het niet echt lekker. En pffff….. ik ontplof haast! De kinderen eten een empanada.

Onze laatste stop is de koffiefabriek, maar eerst nog graffiti bewonderen, waar heel Bogota mee bezaaid is. Vóór 2013 was graffiti verboden in Bogota. Er stond hoge straf of. Één artiest had zelfs 3 jaar gevangenisstraf gekregen een eentje was er zelfs voor doodgeschoten! Toen Justin Bieber hier een optreden had, liet hij, zoals in veel steden, een graffiti achter, begeleidt door dezelfde politieagent, die de graffiti-artiest had doodgeschoten. Er werd niets tegen gedaan en de mensen gingen staken vanwege deze onrechtvaardigheid. Toen werd het spuiten van graffiti legaal verklaard en nu kun je nergens in Bogota meer gaan of staan zonder graffiti te zien. Veel mensen huren kunstenaars in om hun huizen met graffiti te bespuiten, zodat ze van lelijke tags gevrijwaard blijven, want het is een ongeschreven wet, dat de graffiti van een kunstenaar gerespecteerd wordt. Veel graffiti-tekeningen hebben betekenissen in de vorm van maatschappelijke aanklachten.

We zetten onze fietstocht voort en komen door een buurt met het sociaal-economische cijfer 2. In Bogota zijn de wijken genummerd volgens de economische status van zijn bewoners. 1 is de laagste status, 7 de hoogste. De wijk waar we doorheen fietsen is dus één van de armsten. De huizen zijn verwaarloosd en armoedig. Overal ligt troep en afval. Dan heeft Cor voor de derde keer een zachte band. We stoppen bij een fietsenmaker om de band op te pompen. 

Bij de koffiefabriek drinken we nog koffie en latte machiatto, de lekkerste, die ik ooit heb gehad. Echt waar!

We fietsen terug naar de Candelaria, naar ons startpunt. Daar ontmoeten we uiteindelijk toch nog Mike en nemen afscheid van Giovanni, nadat wij van beide heren nog tips hebben gekregen voor goede restaurantjes en leuke plekken om naar toe te gaan. Giovanni laat ons ook op een kaart zien,  in welke gedeelten van Bogota wij niet moeten komen, omdat het daar te gevaarlijk is. We nemen afscheid van Giovanni en Mike en lopen nog een stukje door de straten op zoek naar een leuk pleintje, dat Giovanni ons had beschreven en waar ook een goed  restaurant is. Het is daar inderdaad erg leuk, maar we zitten nog te vol om wat te kunnen eten. Ik ga eens mijn taxi-app “easy taxi” uitproberen.  Na 3 mislukte pogingen – melding: er is geen taxi in de buurt – huh? het stikt hier van de taxi’s – probeer ik de app “tapsi”. Je wordt namelijk geadviseerd om niet zomaar een taxi aan te houden. Dat kan soms niet helemaal safe zijn. Ik kan met hem chatten, hij zegt dat het even kan duren, het is druk. Het nummer van de taxi is op de app te zien en bij elke taxi kijken wij of hij het is. Nope – weer niet. Uiteindelijk is hij er en kan de rit beginnen. De tocht gaat omhoog een stuk door de bergen heen, zodat we een prachtig uitzicht hebben op het nachtelijke Bogota. Jefer, de chauffeur,  kan best een beetje Engels en hij leert ons wat Spaanse woorden en geeft ons wat tips voor ons verdere verblijf. Het Goudmuseum en de Monserrate zijn beiden een must, dat hebben we inmiddels wel begrepen. Het is beregezellig in de taxi en Jefer heeft een goede muzieksmaak, dus de tijd vliegt om en we zijn zo weer  “thuis”. Jefer zet ons bij Unicentro af,  want de kids hebben nu toch wel zin om nog even naar MacDonalds te gaan. Van daaruit is  het maar een paar minutjes lopen naar het hotel.

We zijn het met z’n allen eens: dit was weer een zeer geslaagde dag!