Wir schleichen jetzt Richtung Köln…

Ik kom via de achterdeur het huis binnen. Vakantie! Heerlijk. Spulletjes pakken en op reis. Om 19.09 gaat onze trein van Emmerich naar Stuttgart. Carmen en ik gaan een lang weekend op bezoek bij Linda, mijn zusje.
In huis is het opvallend rustig. “Waar is iedereen?”. Geen antwoord. Ik merk dat ik lichtelijk geïrriteerd raak: Ik wil op tijd weg, waarom is ze nou niet thuis? Echt iets voor Carmen om weg te gaan, terwijl we toch op tijd wegmoeten om de trein te krijgen. Ik pak m’n mobiel om haar te bellen. Met dat ik wil bellen gaat de huistelefoon. Het is Carmen “Hoi Mamsie! Doe je even de poort open?”. Tegelijk met haar arriveren ook Danilo en Alicia, een vriendin van hem.
We lopen naar binnen. “Carmen, heb je alles ingepakt?” vraag ik met moederlijke strengheid, die me eigen is (niet dus!). Carmen is de schrik op haar gezicht af te lezen: “Maar ik dacht dat ik nog tijd had om de salade te maken”. We zouden een salade voor onderweg meenemen. “Heb je die nog niet klaar?”, vraag ik verwijtend. Zij, verontschuldigend: “Maar je zou pas om vijf uur thuis zijn, dus ik dacht dat ik nog 20 minuten had”. Dat klopt. Ik heb eerder van werk weg kunnen gaan, omdat ik een aantal presentaties naar eerder die dag kon verzetten. “Gaat dat in 20 min?” vraag ik. “Ja, tuurlijk!” geeft ze terug. Ik vraag door: “Ben je verder helemaal klaar?”. “Yep”, ze kijkt voldaan. Nou dat is dan een meevaller. Ik moet namelijk nog alles inpakken, maar ik wilde even een beetje stress veroorzaken. Dat moet je soms bij Zuidamerikaanse kinderen, want anders ben je zo maar een uur te laat. Gewoon tactiek, die ik inmiddels heb aan moeten leren, aangezien mijn kinderen de manana-mentaliteit niet af hebben kunnen leggen.
Carmen gaat aan de salade beginnen en ik ga m’n tas inpakken.

We rijden met Boodie, mijn auto, naar mijn ouders, drinken daar nog een kopje thee en worden dan door mijn vader naar het station in Emmerich gebracht.
In Duisburg moeten we overstappen. We hebben een uur overstaptijd, dus lopen een beetje het station op en af. Er komt een vrouw naar ons toe om om eten te vragen. We zeggen, dat we niets voor haar hebben. We lopen naar het perron om te kijken, of de trein er misschien al is. Maar die blijkt 25 minuten vertraging te hebben. Lekker dan! We zouden al na middernacht bij Linda aankomen. Wordt nu dus nog later. We besluiten om bij de McDonalds iets te gaan drinken. Carmen bestelt een cappuccino en ik een latte macchiato, maar tegen de tijd dat de dranken klaar zijn, moeten we ook al weer naar het perron. Vinden we. Want stel dat de trein toch eerder vertrekt! We nemen onze bekers en lopen weer door het station. We zien de vrouw weer lopen en Carmen geeft haar 2 euro. We lopen verder naar het perron en ik voel gewoon, dat Carmen ergens over nadenkt. “Denk je aan die vrouw?”. Ik ken haar al wat langer dan vandaag. “Ja” zegt ze “als ik iets te eten voor haar had kunnen kopen, had ik dat gedaan”. Maar alles zit dicht en we hebben ook niet meer genoeg tijd.

Op het perron moeten we nog even wachten. Dan komt de trein en stappen we in. We vinden een hele fijne plek met vier plaatsen en een tafel. Super! Hier gaan we ons wel vermaken. Aan de overkant zit een man achter een laptop. Hij is misschien zo’n beetje van mijn leeftijd, misschien iets jonger, lang haar, kalend op het midden, met een lange ketting met het peace-teken erop. Lijkt me wel een chille vent, maar hij kijkt niet op of om en blijft gekluisterd aan zijn laptop.
Jammer dat we die mondmaskers op moeten blijven houden. Per vandaag zijn alle corona-maatregelen in Nederland ervan af gegaan, behalve in het ov, daar moet je nog mondmaskers dragen. En we zijn nu natuurlijk in Duitsland en daar gelden alle maatregelen nog.

De treinchauffeur is jolig. Maar ja wat wil je? Het is carnaval en we naderen één van de bolwerken van het carnavalisme: Keulen. “Wir schleichen jetzt Richtung Köln” komt het door de intercom.
In Keulen stappen er twee jongedames in en gaan schuin achter ons zitten. Ze zijn verkleed en slepen een fles gin en een fles tonic met zich mee. Ze zetten een muziekje op. Carmen en ik gaan hier wel goed op, maar ik zie het gezicht van onze buurman vertrekken. Hij staat op: “Muss das jetzt sein?” – is dit nou echt nodig? “Oh Entschuldigung” giechelen de meiden. En quasi fluisterend naar elkaar: “Heb jij gehoord, wat-ie zei? Ik kon het niet goed verstaan” – “Volgens mij zei hij dat de muziek te hard was” – “Misschien moet we hem dan wat zachter zetten” – één van de meiden staat op en roept tegen onze buurman: “We zetten de muziek iets zachter, is dat oké?” De meneer bromt toestemmend, duidelijk not-amused. De jonge dames giechelen en zingen zachtjes mee. Ze hebben duidelijk al in de fles gin gekeken, niet al te diep, maar toch: een lichtelijke aangeschotenheid valt niet te ontkennen. “Wer möchte n’en Gin-tonic?” roepen ze door de wagon. Carmen ligt inmiddels in een deuk om de meiden. In tegenstelling tot onze buurman genieten we met volle teugen van de vrolijkheid en positieve energie van onze jonge medereizigsters. Carmen steekt haar hand op. “U?” vraagt de jongedame. “Ja”, Carmen knikt. De dames komen in de wiebelende trein onze kant op gebalanceerd met de flessen in de hand. Vlots!! Daar gaat een flinke scheut gin Carmens lege koffiebeker in en vlots een klein beetje tonic erbij. “Wilt u ook?” vragen ze mij. Helaas heb ik mijn latte nog niet op. “Oh”, zegt Carmen “We delen wel”. “Dan doe ik er nog iets bij in” komt het vrolijke antwoord en Vlots!!! Weer een reuzescheut gin en een klein scheutje tonic. We bedanken vriendelijk en proeven van het mengsel. Het is heerlijk. We zijn in ons sas. We hebben een grote beker lekkere cocktail! De meiden stappen bij het volgende station uit en zwaaien nog vrolijk naar ons vanaf het perron.

Inmiddels is er blijkbaar van conducteur gewisseld. “So”, klinkt er een vrolijke vrouwenstem uit de intercom. “Die Jungs sind jetzt weg, jetzt sind die Mädels dran. Mal sehen, ob es jetzt besser geht!”
Nou, dat is te hopen, want we hebben al aardig wat vertraging opgelopen!
Tijdens de gehele reis worden de reizigers via de intercom niet met het gebruikelijke “Sehr geehrte Fahrgäste”, maar met het carnavalistische “Werte Menschen” aangesproken. Op de één of andere manier maakt dit de reis heel erg gezellig. De gin helpt natuurlijk ook wel mee…

In Stuttgart weet ik de weg wel naar de S-Bahn, want daar moeten we mee naar Böblingen, waar Linda en Tim ons op komen pikken. Ik dácht dat ik het wist, maar ze zijn aan het verbouwen, dus we moeten toch zoeken. En dan ben ik weer helemaal de chaoot, die ik nu eenmaal ben. Ik zoek me suf naar bordjes, terwijl Carmen de aanwijzingen op de grond ziet staan. We moeten helemaal buitenom lopen en dan een flinke trap naar beneden. Ik neem de roltrap, ik vind het wel gezond, maar Carmen – diehard die ze is – neemt de trap. Het is gezellig op het perron, al is het al ver na middernacht. Al die jonge lui! Ik hou van die gezelligheid, al zijn we natuurlijk ook wel op onze hoede. Ik denk dat ik in een vorig leven een nachtdier was, een uil of zo, al ben ik best wel bang in het donker.

In de S-Bahn zit er naast ons een zwaar opgemaakt, geblondeerd meisje, die stomdronken is. Met een klagelijk stemmetje praat ze in haar mobiel: het gaat zo slecht met haar, ze is misselijk en ze heeft “iets” nodig. Ze wil graag naar diegene, met wie ze praat. Ze gaat er éen halte voor onze eindbestemming uit.

Linda en Tim zijn er uiteraard al. We geven elkaar een hugg en rijden naar de woning van Linda en Tim. Natuurlijk bijpraten en gezellig wat drinken zonder op de klok te kijken. Carmen en ik legen samen nog een fles rode wijn. Om vier uur ploffen we moe in bed. We slapen in de woonkamer, Carmen op de bank, die verbreed kan worden, zodat een geriefelijk bed ontstaat, en ik op een luxe luchtbed.

Ochtendje afscheid

photogrid_1525853861319210144182.jpgVijf uur in de ochtend gaat de wekker. Ik ontwaak uit een soort coma. Heerlijk geslapen. Carmen staat op om de rest in te pakken, ik een kwartier later. De bagage blijkt te zwaar te zijn. Maar de flessen wijn moeten met alle geweld mee. “Ik lul me er wel uit” zegt ze nonchalant. Om zes uur vertrekken we richting Schiphol. Geen files, gelukkig! We zijn Arnhem voorbij als Carmen ontdekt, dat ze haar papieren visum vergeten is. Ze heeft alleen het visum in haar paspoort. “Is dat erg?” vragen we. “Neuh” zegt ze schouderophalend. “Denk het niet”. Pffff… nou ik hoop het maar. Ik maak me er maar niet druk om, als zij zich er niet druk om maakt. Uiteindelijk is zij de ervaren reiziger.
We parkeren op Schiphol en lopen de hal in. Ik voel de reiskoorts in me opkomen. Ik ben echt gek op reizen! En zeker per vliegtuig. Bij het inchecken van de bagage vlot het allemaal wat minder. Er staat een ellenlange rij, dus we zijn haar een hele tijd kwijt. Dan belt ze: er is probleem met de bagage, ze moet naar een servicedesk voor handmatige check in. Zal vast over het gewicht gaan, vermoed is. We wachten en wachten. Inmiddels hebben we gelukkig stoelen kunnen bemachtigen. Eindelijk komt ze terug. Er wordt verteld, dat het boarden al begonnen is. Nou, dat is snel… . Dus het is een heel snel afscheid. Aan één kant maar gelukkig! We krijgen niet de kans om te gaan janken. En daar loopt ze vrolijk weg. 12 uurtjes vliegen en aan het eind van de reis zal haar lief haar ophalen. De volgende ochtend zal ze dan doorreizen naar Colombia.
Wij gaan nog wat drinken en broodje eten en rijden dan met de auto terug naar huis. Ik heb nog whatsapp-contact met haar tot het vliegtuig opstijgt. Daarna is het stil. Ik zal moeten wachten tot ze geland is. Ondertussen app ik met haar vriendin die zenuwachtig op haar zit te wachten tot ze daar landt. Dat geeft me enorme troost en geruststelling. Ze is daar niet alleen, maar met mensen die van haar houden..

 

Daar gaan we weer…

20180508_1957301416293205.jpgHet is weer zover! Mijn dochter heeft weer een reis gepland. Eigenlijk zou ze pas na Pinksteren gaan en het pinksterweekend – spreek: familiereünie op camping Jena – nog meemaken, maar ze bleek een langer visum te kunnen krijgen, dus de reis werd vooruit gelegd. Ik ben de hele tijd “zen” geweest maar nu – de avond vóór de vlucht – wordt het me te kwaad. Ik kom thuis van werk. Vóór die tijd nog de stad in om een kleine Jägermeister voor Carmen’s oom, Rodrigo, en een lekker geurtje van Rituals voor haar lief, te kopen. Ook nog even naar de Plus om wat voor het avondeten in te kopen. Het is warm, dus ik besluit om een lekkere salade met gebakken aardappels te maken. Ik kom met mijn fiets de tuin binnen en word gelijk met m’n neus op de harde feiten gedrukt: Aan de hangmat hangt haar rugzak en in de tuin hangt de was te drogen, die ze mee gaat nemen. Ik heb me al die dagen goed weten te houden, maar dit slaat nu wel op mijn gemoed: nu komt het wel héél dichtbij: morgen is het zover… En ik kan niet eens uitslapen. Vijf uur in de morgen opstaan en zes uur wegrijden om haar naar Schiphol te brengen. Prettige bijkomstigheid: ik ben vrij en kan mee om haar weg te brengen. Minder: ik moet daarna naar de kaakchirurg om een fistel te laten verwijderen.
Ik ben dus niet bepaald goedgehumeurd als ik het huis binnentreed. In mijn ogen ene chaos en twee kinderen hangend op de bank voor de tv… . Ik blijf “zen”… Ga opruimen, in ieder geval het ergste. Dan naar boven, even wat anders aan. Niet dat het jurkje niet lekker zit, maar het fietsen in de zon heeft me tamelijk doen opwarmen – spreek: ik zweet als een otter – op de badkamer is de douche wel erg verleidelijk, dus ik spoel me eerst lekker af. Ik hoor een auto aankomen – Cor – jahoor! Naja, boeie! Ik spreek mezelf vermanend toe: je bent een hardwerkende vrouw, het eten  hoef niet op tijd op tafel te zijn! Soms leef in in gedachten nog in de tijd, dat ik hele dagen thuis was en het huishouden als aan een snoertje liep… Niet dat er iemand in ons gezin daar geen begrip voor heeft. Iedereen gunt me mijn baan… Ik denk dat ik de enige ben die er moeite mee heeft en het idee heb, dat het huis elke dag tiptop moet zijn.. Ik kleed me weer aan en ga naar beneden.  Ik maak een lekkere salade en gebakken aardappels met paprika en ui en we gaan gezellig buiten zitten om met z’n vieren te eten. “Omdat het de laatste keer is, dat we voorlopig samen kunnen eten” zegt Carmen. Welja! Wrijf het er maar in.
Na het eten ga ik snel opruimen en dan de rest van de cadeautjes voor de familie in Colombia en Ecuador inpakken. Hoe graag zou ik meewillen om die cadeaus zelf te geven!
Carmen gaat ook haar spullen verder inpakken. Mijn cadeaus zijn best zwaar, maar ze houdt nog 2 kilo over! Gelukkig! “Mama, wat weegt een fles wijn?” Wijn is Zuid Amerika niet te betalen. “Nou, een fles van 0,75 zal 0,75 kilo wegen… toch???”. Ze besluit om twee flessen wijn in te pakken.
We knuffelen en ik laat mijn tranen de loop… “’t is niet alleen dat je weggaat… maar ik zou zoooo graag mee gaan!!! Ik mis al die lieve mensen” zeg ik haar onder tranen. “jaja mama” zegt zij.
Naarmate de avond vordert kan ik steeds minder goed mijn tranen inhouden, en ik drink wijn, teveel…. wat ook niet helpt tranenmatig…Ik voel me er niet schuldig om. Ik vind dat dat onder de gegeven omstandigheden geoorloofd is.
Ik zit achter mijn laptop. Af en toe knuffel ik mijn dochter. Wat hou ik veel van haar! Wat heerlijk om dat nu nog te kunnen. Knuffelen.
Het is tien voor twaalf. Best laat, als je bedenkt, dat we er morgen ochtend om vijf uur op moeten. Cor is al naar bed en de kinderen gaan ook. Komt tegenwoordig zelden voor, dat ik als laatste naar bed ga. Komt misschien, omdat ik niet wil dat morgen komt…
“Wil je bij mij slapen, mammie?” vraagt Carmen. Wil ik dat? Ja en nee. Ja, om nog te genieten om bij haar te zijn. Nee, omdat het alleen maar verdriet brengt. Oef… wat een dramaqueen kan ik toch ook soms zijn…

 

Latte met een scheutje

photogrid_1515513403252580999339.jpgLatte met een scheutje… dat is heel veel melk met schuim, een beetje koffie en wat mij betreft – en mijn schoonvader is het daar roerend mee eens – een scheutje Baileys, dat is een Ierse crèmelikeur. Het is bijna elke sabbat middag raak op het Kamilleveld bij ons thuis. Na de kerkdienst, die we heel lang nog regelmatig bezoeken – Carmen en ik in Doetinchem en pa om en om in Zutphen en Doetinchem – komt Pa mee naar ons huis. Ik ga dan gelijk aan de gang om een lekkere maaltijd te bereiden – althans, dat vind ik. Als kok heb je het voordeel dat je zelf beslist wat er gegeten wordt en dat is dan ook meestal, dat wat ik lekker vind, haha. Onder het eten vraagt Cor steevast: “Smaakt het pa?” Pa kijkt quasi boos van zijn eten op “Ach jong, vreet maar!”. En ze liggen weer in een deuk, zoals elke week. Ik schud mijn hoofd. Wat een mafkezen!  “Het is heerlijk, hoor Manon” zegt hij met een knipoog in mijn richting. Cor hoef ik niets te vragen, die vindt alles lekker.  Het gesprek gaat over de preek of de sabbatschool of iets anders, maar een geanimeerd gesprek is er altijd, meestal over geloofszaken. Na het toetje ga ik de keuken opruimen en gaan Pa en Cor – en indien van toepassing – de kinderen, in de woonkamer zitten. Als ik klaar ben, voeg ik me bij hen en we zetten ons gesprek voort. Ik ga in mijn hoekje op de grote bank zitten met mijn benen zijwaarts opgetrokken. Cor zit in de stoel en Pa op de tweezitsbank voor de schuifpui. We kletsen, kijken een youtube-filmpje of een natuurfilm, of ook niet. “Wilt u een latte, pa?” Hij trekt zijn wenkbrauwen in verrukking op en tuit zijn lippen

photogrid_1515261831444266068625.jpg

“Oeh! Daar zeg ik geen ‘nee’ tegen!” Ik loop de keuken in en maak een latte macchiatto. “Met of zonder scheutje, pa?” roep ik. “Oooh, mét graag!”. Zijn stem gaat een octaaf hoger.  Ik maak een latte voor hem en voor mij en we gaan weer gezellig verder met ons gesprek, tot hij het tijd vindt om te gaan. Want Fien zal inmiddels ook wel weer terug zijn van shoppen… en hij wil ons ook niet langer “lastig vallen”.
Zo gaan de sabbat middagen al een aantal jaren. Vroeger deden we ook vaak een wandeling. In de Slangenburg, om Stroombroek heen, op de Posbank of gewoon in de wijk. Maar hij kan niet meer zo lang wandelen, dus tegenwoordig blijven we gewoon knus binnen of in de zomer lekker in de tuin.
Kamilleveld is inmiddels verleden tijd. We wonen nu aan het Hof van Florence. Nog  niet lang hoor. We zijn in November verhuisd. Met de koop van het nieuwe huis werd pa ziek. De dag na de sleuteloverdracht, was hij nog wél bij ons. Het was een sabbat en we gingen het huis bekijken. Pa was dus de eerste, die het nieuwe huis te zien kreeg. Op de één of andere manier was het belangrijk voor mij, dat hij het nieuwe huis ook nog zou zien, als we erin woonden – ik weet niet waarom. Een aantal weken was hij te ziek om te komen, maar op sabbat 9 december was hij zo goed te pas, dat Cor hem en Fien kon ophalen om samen een gezellig middagje door te brengen in het nieuwe huis. We hebben heerlijk gegourmet en het was weer als vanouds, maar nu in een nieuw huis. Toen ik de foto maakte en deze op Facebook plaatste deed ik dit bewust met het gevoel, dat het wel eens ons laatste samenzijn op deze manier kon zijn. Dat heeft zich bewaarheid… . De laatste gezamenlijke sabbat in een ellenlange reeks van sabbatten, beginnend in 1983 in Cor en mijn verkeringstijd. Toen nog bij ma en pa thuis op de Braamkamp, altijd met lekker eten, een goed gesprek en een heerlijke wandeling. Weekenden op de camping…. Zoveel herinneringen, ik zou er boeken mee kunnen vullen.
Lekker cliché misschien, maar ik zeg het toch: Mijn schoonvader zal altijd een heel bijzonder plekje in mijn hart hebben. We hadden een bijzondere relatie, schoondochter – schoonvader ten eerste, hoewel hij altijd zei, over Monique en mij: jullie zijn niet mijn schoondochters, maar mijn dochters. En zo voelde het ook. Monique en ik pakten hem wel eens hard aan, haha. Dat was voor ons makkelijker dan voor onze mannen. Hij zei wel eens tegen mij: “Ik zou nooit met je getrouwd kunnen zijn!” . “Nou”, antwoordde ik hem dan “Ik ook niet met u”. En dat was totaal niet om elkaar te kwetsen, maar het was een waarheid als een koe en dat wisten we van elkaar. En aangezien we niet met elkaar getrouwd waren, ging het prima tussen ons! Pa maakte geen verschil tussen ons vieren, zijn twee zonen en dochters, we waren hem even dierbaar, ieder op zijn eigen manier – evenzo zijn kleinkinderen. Er was voor hem geen verschil.
Naast schoonvader en schoondochter waren pa en ik ook geloofsgenoten. Zeker in dat laatste opzicht is pa van enorme invloed geweest op mijn persoonlijke ontwikkeling.
Iemand zei eens tegen mij: soms gaan mensen een kort stukje mee op je levenspad en soms een heel lang stuk. Nou Pa ging een héél lang stuk mee op mijn levenspad. Dikke 34 jaar. Aan die gezamenlijke wandeling is nu een eind gekomen.. maar is dat wel echt zo? Ik geloof niet aan eindes, alleen aan nieuwe begins, beginnen ….. waarom loopt dit niet in het Nederlands…. Ik doe het dan maar in het Engels: I don’t believe in endings, just in new beginnings….. Alles in de natuur is een kringloop en zo geloof ik dan ook dat het einde niets meer is dan een overgaan in een nieuw begin, voor pa… maar ook voor ons.

Het echte aftellen is begonnen..

carmen-vluchtJa, want nu zijn het niet maanden, weken of zelfs dagen… het zijn nog maar uurtjes. Twaalf om ongeveer precies te zijn. Helemaal precies is het natuurlijk nooit te zeggen. Zij landt – als de vlucht op schema is – om 16.45. Dan nog half uurtje à driekwartier en dan hoop ik haar, mijn wereldreizende dochter, na vierenhalve maand weer in mijn armen te mogen sluiten. Er is nog wel één dingetje: ik moet tot half drie werken, dus het wordt krapjes aan. Eventueel moet zij dan ffies wachten – niets aan te doen!

Haar vlucht vertrekt vanavond om 20.05 vanuit Rio de Janeiro. Dat is 23.05 onze tijd. Reken maar, dat ik dan nog op ben en wacht tot die vlucht vertrokken is! Tussenlanding in Sao Paulo goed een uur later en om twee  uur weer verder.  Ben ik zekerteweten ook nog wakker. Maar dan kunnen we slapen, want dan vliegt ze door tot 13.00 uur. En dan nog 1 overstap in Casablanca. Oké, betekent dus, dat ik – hopelijk – om twee uur vannacht kan slapen. Morgen om half zeven op en om half acht  in het Amphion aanwezig voor het nieuwjaarsontbijt – Yippieeee!

Daarna 3 lesjes draaien en dan hup – de auto in en richting Schiphol met een flink pak zakdoekjes!

Mensen – ik heb er zo’n zin in!

Terugreis

Ik ben al om twee uur wakker, terwijl we pas half vier zouden opstaan.  Ik kan niet meer slapen, dommel wat. Om half vier staan we op, maken ons klaar en checken uit. Er staat al een shuttle, we kunnen gelijk mee, dat loopt super! Het hotel ligt dichtbij het vliegveld, de hele (nou ja, hele?!) nacht kon je de vliegtuigen horen opstijgen, dus we zijn met vijf minuten bij het vliegveld. We sluiten aan bij de rij voor Delta Airlines. Onze passen worden gecontroleerd,  ik zeg dat we nog niet ingecheckt zijn omdat dat online niet kon. We horen, dat we dat bij de bagage de incheck kunnen doen. Danilo’s paspoort moet extra gecontroleerd worden.  Je hoort ook niet waarom hè! Da’s zo stom! Ik vermoed omdat hij in Colombia geboren is. Het duurt even maar het is oké. We mogen verder. Weer een check: De medewerker constateert dat Danilo Colombiaans is.  “Yes” antwoord ik. “AdopcÍon”. “AdopcÍon” herhaalt hij droog. “Si” bevestig ik. We mogen naar het volgende onderdeel. Bagage checkin.  Gaat prima. En we krijgen inderdaad een boarding pass. Yippie! What’s next?  Handbagage check. Alles op de band leggen, ook riem.en vestje. Ik loop langs de scanner. Piiiieeeep. Wat nu?  Ik controleer stiekem de zakken van m’n broek. Niks.  De handbagage gaat er nog eens door. Niks. Ik moet terug door de scanner. Piiiieeeep. En weer erdoorheen. Piiiieeeep.  Ik word gefouilleerd. De medewerkster  tast onder m’n armen en voelt de beugel van m’n BH. Ik mag door. Danilo’s handbagage moet open en wordt doorzocht. Doeg shampoo!  Doeg deo! Daarna moeten we weer onze passen laten zien en dan zijn we er helemaal klaar voor. We kunnen naar de vertrekhal naar gate 34. We halen nog even een kopje koffie en iets te eten (voor de laatste keer Juan Valdez) en kunnen dan ook boarden, maar Danilo wordt er wederom uitgepikt.
PhotoGrid_1472324532011 Wat nu weer?  Hij moet aan de kant wachten. Wij worden uitgenodigd om in het vliegtuig plaats te nemen. Nou echt niet!  Ik blijf hier wachten. Stel dat hij niet meemag! Ik laat echt niet twéé kinderen hier achter, eentje wil ik toch minimaal meenemen! Onzinnige zorgen natuurlijk, maar ik ga toch niet zonder hem het vliegtuig in. Achter een scherm wordt zijn handbagage wederom helemaal gecheckt en moet hij zijn jasje en schoenen uitdoen. Als ik stiekem kijk is hij zijn veters weer aan het strikken. We komen als laatste aan boord en zitten nauwelijks of het standaard riedeltje gaat van start: gordels vastmaken, aankondigingen etc. De vlucht verloopt goed, we kijken filmpjes en zijn er eerder dan verwacht.

In Atlanta hebben we ruim tweeënhalf uur, maar er staat een lange rij bij het inreizen dus daar verliezen we veel tijd.  Zelfde gedoetje weer met pascontroles en inchecken handbagage.  Om naar de gate te komen moeten we met de trein. Cor en Danilo zijn al ingestapt, ik wil volgen maar de deuren gaan voor m’n neus dicht. Ik reageer in een opwelling: In de hoop dat er een sensor is, waardoor de deur weer helemaal opent, slinger ik m’n tas ertussen. Ik riskeer het maar niet om mezelf ertussen te gooien. Maar goed ook, want de deur sluit en m’n tas zit klem. Hij is voor het merendeel al binnen, dus ik probeer hem naar binnen te duwen en Cor trekt,  maar daar gaat de trein al met m’n man en kind en m’n tas geklemd tussen de deur.  Verdorie! Dat heb ik weer!  Waarom kan bij ons nooit iets normaal lopen! Even sta ik een beetje beteutert te kijken. Er rest me niets dan geduldig op de volgende trein te wachten. Dat duurt gelukkig niet lang en ik moet de volgende stop er al uit. Daar staan ze te wachten! Fieuw.Oké, verder. Op naar de gate. We hebben honger maar geen dollars en geen tijd.  Bij de gate staat al een rij te wachten om aan boord te gaan. Wij hebben nog steeds geen boarding pass, maar dat is gelukkig geen probleem, dat wordt gefixt. Ik ben blij als we eindelijk in het vliegtuig zitten, netjes op één rij naast elkaar. En geloof het of niet, maar Danilo mocht zomaar door!!!  Zo,  nu gaat het richting huis!  Ja, dacht je! Na een poosje getaxied te hebben komt de mededeling, dat er een klein technisch probleem is en we terug keren naar de gate. We mogen rondlopen, er wordt water rondgedeelt. Er schijnt een lekkage te zijn. Via whatsapp even contact met het thuisfront. Mijn vader volgt de vlucht en had al gezien, dat er vertraging was. Om half vijf zou het volgens zijn info verder gaan. Uiteindelijk wordt het vijf uur, voordat het vliegtuig de lucht ingaat, met bijna twee uur vertraging. Verwachte aankomst 7.00 uur lokale tijd, dat is een vlucht van bijna 8 uur. Is te doen, lijkt mij. We krijgen eerst warm eten, daar waren we wel aan toe! We hebben berehonger. De volgende maaltijd zal ontbijt zijn. We kijken eerst filmpjes. Ik kijk “De reünie”, een aanrader btw, dan proberen we wat te slapen. Danilo zakt vrij snel weg, ik probeer verschillende standjes uit (hihi), ten slotte val ik toch half zittend, half hangend in slaap, maar het zet geen zoden aan de dijk. En – ik zal het maar toegeven – ik heb ook weer een mentale breakdown aangezichts de steeds groter wordende afstand tussen ons toestel en Zuid-Amerika, spreek tussen Carmen, mijn dochter, vriendin en soulmate, en mij (TÍa: “jullie communiceren met de ogen”, yep, that’s us!). Wij noemen het janken, Aristoteles noemt het “katharsis” en het is goed en gezond plus het lucht op, dus ik geef er even aan toe.
PhotoGrid_1472324653610Ik slaap nauwelijks op deze reis, dus kijk maar weer tv, ook Cor slaapt niet veel en Danilo is ook naar een kleine anderhalve uur weer wakker. Anderhalf uur voor de landing krijgen we ontbijt en daarna gaat het vlot. Tijdens de daling krijgt Danilo vreselijke pijn aan zijn oren en word ik misselijk en ga met rot voelen. Ik ben blij als we eindelijk het toestel uitzijn en weg van die vieze kerosine-lucht, die me nog misselijker maakt. In Schiphol komt onze bagage als eerste eruit en zijn we zo buiten. Wat is het heerlijk, dat alles bekend is. Hoeveel zekerder voel je je in je eigen land. Dat alles duidelijk te begrijpen is, je iedereen verstaat en weet, hoe dingen werken! We bellen de shuttle van het automotel en moeten een tijdje wachten, voordat we opgepikt worden. Dan in onze eigen auto terug naar huis! Navi doet vreemd, maar uiteindelijk gaan we toch richting Utrecht, zoals het hoort. Ik zit achterin en probeer te slapen, maar dat lukt niet. Ik ben misselijk en voel me ziek van vermoeidheid en van de landing.Willen de jongens ook nog langs de MacDonalds om te ontbijten! Nou, ik hoef niet! Na bij de Mac in Duiven gepauzeert te hebben, zetten we onze rit richting thuis voort.
Daar zet ik gelijk een wasmaschine aan, sabbat of geen sabbat! De kleren stinken zo van dat laatste hotel! Wasmaschines mogen wel werken op sabbat toch? Haha! Ik spring onder de douche en ga in Carmen’s hangmat liggen met een kussen en een paar zachte dekens. Ik geniet van de tuin, die er weer toppie uitziet, dankzij mijn ouders, app nog even met Carmen en dommel dan heerlijk in slaap.

 

 

Afscheid

Vandaag is onze laatste dag en moeten we afscheid nemen van Villavicencio en Carmen. We zijn van plan om de bus van 15.00 uur te nemen naar Bogota.

Het is 25 augustus, Carmen wordt vandaag 19. Heel bijzonder om dit hier te vieren in haar geboorteland en ook nog samen met haar biologische familie!
Na het ontbijt pakken we de laatste spulletjes in. Ik probeer online in te checken, maar dat lukt niet. Ik krijg de melding, dat we op het vliegveld in moeten checken. Dat vind ik ietwat verontrustend, maar ik schuif het van me af. Cor en Carmen gaan op stap om een taart te kopen. Tía had ons een adres geadviseerd, maar dat is best ver. We  hebben op onze wandeling gisteren een winkeltje gezien met heerlijke taarten, maar 5 minuten lopen van ons hotel. Terwijl ik de laatste dingetjes inpak zoeken zij een lekkere taart uit. Carmen gaat niet voor een lichtgevend exemplaar, maar houdt het bij sobere kleurtjes. Hij ziet er heerlijk uit. 
We checken uit, ik betaal met pin, alle etentjes in het hotel moeten nog afgerekend worden. Dat gaat niet  zo soepel; de receptioniste vergist zich, ze vergeet het bedrag, dat wij bij aankomst moesten betalen, eraf te trekken. Ze probeert de transactie te annuleren,  maar dat lukt natuurlijk niet. Ze gaat informeren en mag uiteindelijk het bedrag cash uitbetalen. Het is inmiddels door al dat gedoe na half twaalf en we zouden om elf uur bij de familie zijn. 
Met twee taxi’s rijden we ernaar toe, want de kleine gele autootjes hebben geen kofferbak, dus de bagage moet op de zitting van de bijrijder.Carmen en Cor gaan in de ene taxi, Danilo en ik in de andere. Er zijn wegwerkzaamheden, dus we staan wel 10 minuten stil. Dan verrijdt de chauffeur zich ook nog! 

Tegen de tijd dat we bij het huis zijn, is het al na twaalven. Oma staat al in  de keuken de lunch klaar te maken, want het nichtje moet zo naar school. Maakt niet uit, dan eten we de taart wel als toetje. 


Het eten is weer uitstekend. Één ding is zeker: Carmen gaat hier niet hongerlijden. Na het eten gaat Tía op zoek naar kaarsjes. Ik ben het helemaal met haar eens: kaarsjes horen erbij. Ze vindt twee kaarsen en steekt ze in de taart. Ze worden aangestoken, we zingen “Happy birthday” en Carmen moet de kaarsjes uitblazen. En dan smullen maar! De taart smaakt  heerlijk! We zijn er wel blij om, want Carmen is puur op het uiterlijk afgegaan.  We drinken er Cola bij en kletsen nog wat. Dan roept Tía een taxi voor ons. 
Nu komt  het gevreesde moment: het afscheid. Ik begin vóór de omhelzing al te janken – ik zal maar niet in detail treden – het is een tamelijk emotionele toestand, zoals jullie misschien wel voor kunnen stellen. We stappen in. Ik maak nog een laatste foto van Carmen, ik weet dat deze mensen lief voor haar zullen zijn, en we rijden weg, richting terminal. 
Daar gaat alles heel snel. Ik koop een ticket en we kunnen de bus van kwart voor twee nog halen, die vertrekt namelijk met een kwartier vertraging. 
De busreis is prachtig. Nu maak ik de busrit toch nog bij daglicht mee! Ik heb geen oog voor Jackie Chan en consorten, die op het tv-scherm vreselijke herrie zitten te maken, maar geniet volop van de rit door het Andes-gebergte. De tocht voert voor een heel groot gedeelte langs een rivier en we komen langs tal van watervalletjes. De rit is zo voorbij, al duurt die drieënhalf uur. Als we om half zes bij de terminal van Bogota arriveren, begint het al donker te worden. We gaan daar nog even naar de wc en proberen via de Taxi-app een taxi te krijgen, maar dat wil niet helemaal lukken, vooral ook omdat we een grote taxi nodig hebben met al onze bagage. 


Uiteindelijk houden we een wat grotere taxi aan en komen tegen zeven uur in het hotel aan. Het is erg druk op de weg, zoals altijd in Bogota.
Het hotel overtreft al onze verwachtingen, zo luxe! Nadat we ons geinstalleerd hebben, gaan we in het hotel nog dineren, dan lekker op bed hangen en tv kijken. Zo dadelijk vroeg gaan slapen, want om half vier moeten we morgenochtend al op, om onze reis richting thuis voort te zetten..



Lopen, lummelen en luieren

Het plan was: een wandeling in de natuur maken. Ik had een email gestuurd om de tocht met een gids te maken, maar geen antwoord gekregen. Jammer, vind ik, maar de rest vindt het wel prima zo.
We besluiten om in de ochtend een wandeling naar het centrale plein met de kerk te maken. Het is warm, zoals altijd, heel warm! Af en toe zijn er wolken, dan is het enigszins te doen, maar in  de zon ga je kapot! Cor loopt heel verstandig met een paraplu. Hij heeft het wel geleerd, nadat hij gisteren zo verbrand was. Vanochtend was hij nog steeds niet in orde en heeft iets ingenomen tegen de hoofdpijn.

We gaan nog even bij een souvenirswinkeltje langs en lopen dan door naar het plein. Daar gaan we een ijsje eten. Banana split voor 1,45 euro! We kijken nog even in de kerk. Hij is mooi licht. Dat trekt vooral Carmen en mij in de zuidelijke landen aan, dat de kerken daar van binnen veel lichter en vriendelijker ogen.In de voorhal van de kerk hangt een grote poster van Jezus en de paus. Het katholicisme is hier duidelijk van een ander slag dan in Nederland. We gaan op het plein zitten op een muurtje onder de megagrote boom die in het midden staat en kijken naar de mensen, die voorbijlopen en de duiven, die daar in grote aantallen zijn, opschrikken. Nemen we een taxi terug of gaan we lopen? Het is nog geen 2km, dus eigenlijk onzin om een taxi te nemen. We moeten nu wel een beetje tegen de heuvel op. We snappen niet, dat men Villavicencio vlak vindt. Ons  hotel heet: “Hotel del Llano”, hotel van de vlakte. Ze moeten maar eens naar Nederland komen, dan weten ze wat vlak is! 

Pffff, de terugweg valt best zwaar, het is zo heet en een fatsoenlijke stoep is er niet. Het lijkt wel, of ieder huis zijn eigen stoep heeft, bij het ene zijn het stenen, bij het ander palvuizen, bij nog een ander voornamelijk gaten. Door de verschillende soorten stoep krijg je ook hoogteverschil, waardoor je steeds trapje op – trapje af moet en vooral goed moet kijken waar je loopt. Eerst beginnen de handen te tintelen, dan beginnen ze pijn te doen, net als de voeten, maar uiteindelijk zijn we weer in ons hotel. We weten niet hoe snel we in onze zwemkleren moeten komen en het zwembad in. Heerlijk!

Wij zijn de enigen. Er drijft een grote bal in het water. We gaan ermee overgooien en “lummelen”. Dat houden we een hele poos vol. Het is leuk en het is heerlijk om het hele bad voor ons te hebben. De hemel is donker van de regenwolken, maar dat is prima. Kunnen we ook niet zo snel verbranden. We doen nog een wedstrijdje onder-water-zwemmen, althans Cor, Carmen en Danilo, dan beginnen de eerste regendruppels te vallen. We wachten niet af tot het weer gaat stortregenen, bovendien zijn we nu ook wel genoeg afgekoeld, maar gaan douchen en aankleden.
Tja, wat nu? Veel anders dan op de hotelkamer tv kijken zit er nu niet op.
De regen valt achteraf mee, maar als mijn lieverdjes eenmaal op bed tv liggen te kijken, zijn ze daar niet zo snel weer weg te krijgen. Het bijft trouwens niet lang droog, steeds weer begint het te regenen. Veel afkoelen doet het echter niet, het avondeten kunnen we zoals altijd onder het afdak tot ons nemen.Inmiddels hebben we de hele menukaart wel gehad, maar het blijft lekker. We zijn weer de enigen, die er eten. Na het eten gaan we de koffers inpakken en tv kijken.
Morgen is Carmen jarig. En is het onze laatste dag in Villavicencio. We willen haar verjaardag samen met de familie vieren.
Hoewel we vandaag niet veel hebben gedaan – of misschien wel daarom – was het een hele fijne dag!

Chillen

Nog voor het ontbijt sta ik bij de receptie met Google-translate in de aanslag. Ik wil de receptionist vragen om naar dat paarden-gedoe te bellen, om te vragen, of we vandaag aan een rit deel kunnen nemen. Ja, dat kan, de hele dag. Ik krijg van verschillende tochten de prijsopgave en het advies om een lange broek en rubberen schoenen, bijvoorbeeld, crocs aan te doen. Je steekt namelijk een rivier over en komt tot je heupen in het water te zitten. Dat is nogal een probleem, want met zoiets hadden we geen rekening gehouden. En om nu 4 paar goeie schoenen te verklooien.. .

We zien van het paardrijden af. We zijn allemaal trouwens best moe, van elke dag dingen ondernemen, altijd met handen en voeten te moeten praten, altijd een taxi te moeten nemen om ergens naar toe te komen..

En we zitten in een hotel met een prachtig zwembad en terras en hebben nog niet één dag bij de pool gechilled. Eigenlijk wil iedereen graag hier blijven en nog van elkaar genieten, zolang het nog kan. Want het aftellen is begonnen… Overmorgen moeten Cor, Danilo en ik vertrekken en van Carmen afscheid nemen.

Dat begint me steeds meer op het hart te drukken en ik begin steeds meer tegen het afscheid op te zien. Overmorgen, op haar 19e verjaardag zullen we weer naar Bogota vertrekken om vroeg in de ochtend van de volgende dag naar Nederlands te vertrekken.

Ik ga nog even het e.e.a. regelen voor de terugreis en dan met de anderen zwemmen en chillen. Nadat we tussen de middag een hapje hebben gegeten, begint het te regenen. De kinderen vertrekken naar de kamer, ik ga met Cor aan een tafel onder een grote parasol zitten. Maar het gaat zo vreselijk gieten, dat we ook daar niet lang droog zitten en ook het hotel invluchten. Daar blijven we op de kamers tv kijken tot het tijd is voor het avondeten. Cor voelt zich ziek. Hij is zo rood als een kreeft, terwijl hij niet eens in de zon gezeten heeft. Waarschijnlijk tijdens het zwemmen gebeurd. Wij zijn weer de enige gasten in het restaurant. Het is warm en het regent niet meer.

’s avonds in bed komen de traantjes: ik zie vreselijk tegen het afscheid op en tegen het feit, dat ik Carmen zo lang moet missen. Vier maanden. Ze zal nog een week hierblijven en dan naar Amerika vertrekken, om vervolgens nog naar Ecuador, Peru en Brasilië te gaan. Ik ben wel blij, dat ze die week hier bij haar familie mag logeren en niet alleen in het hotel hoef te zitten. Nu maar eerst de oogjes dicht, morgen ziet de wereld er weer anders uit!

Shoppen in Villavicencio


Het is bijna zes uur in de avond. Ik zit aan één van de tafeltjes bij de swimming pool. Vanuit het restaurant hiernaast, dat aan de voorkant helemaal open is, klinkt latijns-amerikaanse muziek. Links naast mij zit een grote groep Colombianen te chillen. Regelmatig worden er drankjes bij  hun gebracht. Rechts naast mij zit een stelletje. Het is bewolkt, maar de temperatuur is  heerlijk.  Tropische vogeltjes vliegen langs mij heen en weer en tjilpen de zon gedag. Het begint donker te worden. 

Cor en Danilo zitten op de kamer TV te kijken, Carmen is nog bij haar Abu.

Het was een fijne, rustige dag.

We zijn vanmorgen wat langer blijven liggen. Ontbijten kan tot tien uur, maar toen we om half tien bij het restaurant kwamen, was alles leeg.  Geen buffet, alleen een stelletje dat nog eenzaam zat te eten. We gingen aan een tafel zitten. Een serveerster kwam de bestelling opnemen. Dat ging zoals gewoonlijk moeizaam, met het kleine beetje Spaans dat wij kunnen en de totale afwezigheid van enige Engels-kennis van haar kant. Daar kwam nog bij, dat er geen menukaart was voor het ontbijt. Ze vroeg of we “caldo” wilden. Wij vroegen of het brood is: “pan?”. “Si”  antwoordde zij. Altijd goed. We wilden dus pan met roerei, zonder ham en ja, we wilden wel fruta (fruit). Na een poosje kwam ze aan met soep. Okee, dat bleek dus “caldo” te zijn!? De soep was zout, er zaten grote stukken aardappels in en een groot stuk vet vlees. Als klap op de vuurpijl het inheemse kruid. Ik probeerde wat te eten, maar gaf na een paar happen op.

Het is niet eens goed voor mij, waarom zou ik mij ertoe dwingen? Ik at een klein zoet broodje met roerei en vroeg om een kom met melk en heet water voor in mijn thermosbeker. Ik kreeg warme melk, maar never mind, warme havermoutpap is ook prima. We namen ons voor om morgen toch wat eerder op te staan, zodat we bij het buffet zelf kunnen kiezen.

Cor, Danilo en ik vertrokken richting winkelcentrum en lieten Carmen in het hotel achter. Zij zou proberen om later op de dag nog naar abu te gaan.

In het winkelcentrum kochten we wat leuke dingetjes: Danilo een jeansjasje en overhemd, ik een tas en een portemonee. Ook hier, in de chiquere winkels komt er steevast een verkoper of verkoopster op je af. Weliswaar wat minder opdringerig, dan in de   winkeltjes in het centrum, maar we blijven het moeilijk vinden om eraan te wennen. Als je duidelijk maakt, dat je alleen wilt kijken lopen ze óf achter je aan, óf voor je uit, verschillende dingen met een uitnodigende handbeweging tonend: “Dit zijn oorbellen, hier heb ik kettingen en hier hangen de armbanden”, alsof ik dat zelf niet kan zien. Of ze komen met een item aanlopen, dat zij waarschijnlijk helemaal geweldig vinden. Hoezo zou ik van de duizend-en-één dingen in deze winkel uitgerekend dit stuk mooi vinden? Zij wederom vinden het maar vreemd, dat we geen Spaans spreken.

Zo liepen we bijvoorbeeld een kledingzaak in. Een verkoopster kwam naar ons toe. de vloed aan Spaanse woorden beantwoordde  ik zoals altijd met: “No hablo Español”. Ze keek eerst mij, dan Cor aan. Okee, geen probleem, die zien er buitenlands uit. Ze wendde zich tot Danilo, hij kreeg een heel verhaal in het Spaans over zich heen. “Uh, no hablo Espańol”. Ze keek hem verbijsterd aan: “No?” – “No!”. Ze lag in een deuk, liep naar haar mannelijke collega bij de kassa en zei iets tegen hem. Ze vonden het beiden super raar! Ze kwam weer terug keek nog een keer naar Danilo en moest weer lachen. Ze snapte er niets van. Dit is maar één voorbeeld; het is ons ook al vaker met Carmen gebeurt: Dat wij geen Spaans kunnen à la, maar die Colombiaanse jonge mensen? Echt vreemd! Wij zijn hier sowieso vrij exotische vogels. In de supermarkt, in de rij bij de kassa, kon een klein meisje haar ogen maar niet van ons afhouden, vooral niet van Cor, vast ook door de vreemde klanken, die we uitstoten. We zijn hier nog geen Europeanen tegengekomen. Ook geen mensen, die Engels kunnen, zelfs in het  zogenaamde 4-sterren hotel niet. Het is haast een wonder dat Carmen’s oom en tante een beetje Engels kunnen en wel super fijn.

We sloegen weer wat boodschappen in, voornamelijk water en bier en mijn onmisbare haver en stapten in een taxi, die ons via een veel kortere route dan de taxi van de  heenweg naar het hotel bracht. En dat was nog wel een taxi van het hotel! Smiecht! Ik was nu maar de helft kwijt..

En nu zit ik dus hier, te werken aan mijn blog.

Carmen is nog bij Abu, maar zal met het avondeten om 19.30 weer terug zijn. Ook vanavond zullen we weer in het hotel eten, dan nog even chillen op de kamers en onze bedjes inkruipen.

Morgen willen we eventueel gaan paardrijden.