Dag 13: Watervallen en canopy

PhotoGrid_1501702456194[1]Na drie uur slaap gaat om acht uur de wekker. Ik kom heeel moeilijk uit de slaapmodus, maar we zouden om negen uur ontbijten, om om tien uur weer een toer met de chiva te doen. Ditmaal naar de watervallen. Om half negen sta ik met veel moeite op, spring nog een keer onder de douche en kleed me aan. Maar de meiden zijn nog niet zo ver. Om half tien lopen we dan het stadje in op zoek naar desayuno – ontbijt. In een eettentje nemen we een zogenaamd Amerikaans ontbijt, een broodje waar een soort kaas in zit, een schaaltje met roerei, een vruchtensap en heet water of hete melk. Ik neem heet water, maar ben mijn thee vergeten, nu moet ik er koffiepoeder indoen. Bah, veel te sterk.
Na het ontbijt lopen we weer naar het hotel terug om daar op de chiva te wachten. We gaan vandaag een tocht langs de watervallen maken. Ik heb op internet gelezen, dat dat nogal tegenviel, dus ik heb niet al te hoge verwachtingen. Deze keer zitten we helemaal vooraan. Ideaal om foto’s en filmpjes te maken. De rit gaat door overweldigend natuurschoon. Het zonnetje schijnt, we rijden weer met heerlijke reggaeton-muziek door het prachtige gebergte. Ik film en maak foto’s, maar je moet het zelf meegemaakt hebben: rijdend door het Andesgebergte in een open chiva met heerlijke muziek en zingende, vrolijke mensen. Als we door een tunnel gaan, vraagt de gids door de microfoon, of we ons vermaken en iedereen joelt zo hard, dat het in de tunnel weergalmt. De tunnel is onverlicht en de discolampen in de bus gaan aan. We komen langs kleine gehuchten, gewoon een paar armoedige huisjes langs de straat, langs ravijnen, rivieren en watervallen. Sommige watervallen, komen op de straat uit, zodat mensen de mensen aan de linkerkant naar rechts moeten leunen om niet nat te worden. De chauffeur gaat er extra dicht langs. We stoppen bij een plek met een overhangende rotsformatie met lianen, genaamd de Puertas del Cielo en bij een rots, die opvallend veel gelijkenis met het gezicht van Jezus heeft (zoals hij in ieder geval vaak wordt voorgesteld). Dan stoppen we bij een hogergelegen punt en gaan een gebouw binnen. Hier staat een grote tv. We gaan allemaal om die tv heenstaan en een señor steekt een verhaal af en laat filmpjes zien. “Oh”, zeg ik tegen Carmen. “Dit is gewoon reclame”. En inderdaad, er worden verschillende filmpjes geshowd over wat je hier kunt doen, namelijk via een kabel over het ravijn en de daarin voortstromende rivier glijden. “Canopy” genaamd. Dat kan op verschillende manieren, bijvoorbeeld ook op de kop. In één filmpje wordt zelfs een hond in het tuig gehijst en naar de andere kant van het ravijn bevorderd. Iedereen vindt het helemaal geweldig en leuk. Alleen Carmen en ik kijken elkaar ontzet aan. Hier scheiden zich de culturele wegen tussen ons en het overige publiek: “Waarom zou je dat doen?” fluister ik Carmen toe. We begrijpen elkaar. Arme hond. Toch lijkt hij het niet erg te vinden.
“Wil jij het doen, mama?” vraagt Carmen mij. Ik twijfel. Uiteindelijk beslis ik om het wel te doen. Eerst wil Carmen mee, dan weer niet. Ik ben al ingepakt, als Carmen besluit om tóch ook te gaan. “Weet je dat zeker, meis?”. Ze heeft zo’n hoogtevrees! Ik denk aan de tijd, dat ze nog een kleine purk van misschien twee jaar was. Mijn vader lag in het ziekenhuis op de zoveelste verdieping en we gingen hem bezoeken. Argeloos zetten we Carmen in de vensterbank neer. Het kind stond stijf van schrik en strekte beide armen en benen uit tegen het raam en zette grote ogen van angst op. Ze stond klaarblijkelijk doodsangsten uit bij het zien van deze hoogte. Okee, zeiden we tegen elkaar, dit kind heeft dus duidelijk hoogtevrees en haalden haar snel van de vensterbank. Nooit ben ik dat moment vergeten, omdat zo duidelijk uit het niets een hele duidelijke fobie bleek.
En nu deze actie! Aan een kabel over een ravijn! Zie je het voor je? Je hoeft niet eens diepgewortelde hoogtevrees te hebben om doodsangsten uit te staan! Waarom moet ze zich nou steeds dwingen, om over drempels heen te gaan?! En voor iemand met hoogtevrees is dit geen kleine drempel, maar like huge!!! Maar ze wil echt. Als ik haar in vol ornament zie staan, valt mijn oog op de helm op haar hoofd. Ook ik heb natuurlijk een helm, het hoort bij de uitrusting. Mijn blik valt haar op. “Wat kijk je?”. Quasi nadenkend antwoord ik: “Ik vraag met af welk nut die helm heeft. Denk je dat die ook maar ene zak helpt, als we afstorten?”. Uit Carmen’s gezichtsuitdrukking kan ik aflezen dat ze niet bepaald in haar sas is met mijn tactische opmerking. Oeps. Misschien had ik als liefhebbende moeder deze opmerking wel beter achterwege kunnen laten..
We klimmen de trap op en komen op een platform. Daar staan twee mannen te wachten om ons aan de haak te slaan, om het zo te zeggen. Haha. Aan de karabijnhaak dan, hè! “Superman?” vraagt hij ons. Ja, superman. Dat wil zeggen dat we op onze buik gaan en gaan vliegen als superman. “Mam, hou je wel mijn hand vast?”. Jazeker doe ik dat. We worden opgehangen en pakken elkaar aan de hand vast. “Mama vind t eng, kan ik nog naar beneden voel helemaal de adrenaline. Oh shit, wil niet meer.” Te laat! Daar gaan we!

Het is een best stuk en ik word emotioneel heen en weer geslingerd tussen bezorgdheid om Carmen en het heerlijke gevoel van over een ravijn te vliegen en je te voelen als een vogel. Carmen echter blijft de hele “vlucht” krijsen, met wijdopen ogen!  Aan de andere kant aangekomen staat Carmen te trillen. Ze heeft doodsangsten uitgestaan! We worden uit onze superman-outfit gehaald en ik knuffel haar. Wat een kanjer! Ik ben trots op haar.
We staan even in het zonnetje te wachten, tot we door onze chiva worden opgepikt. Jessy, die alles film- en fototechnisch heeft vastgelegd zit ook al in de chiva. En verder gaat de rit. De volgende stop is bij een waterval. Het is een stukje lopen, een wandeling van 20 minuten. Jessy heeft hakken aan en Carmen wil bij haar blijven, lijkt me ook beter voor haar, dus ik ga alleen met de groep. Onze gids doet zijn best om de club een beetje bij elkaar te houden, maar het is nogal druk. Ik besluit om een paar mensen uit mijn groep te onthouden en in hun buurt te blijven: drie jongens, waarvan er één een zwart-rood beblokte bloes draagt, net zo één als Danilo ook heeft, dat is makkelijk te onthouden en natuurlijk de gids. De wandeling is prachtig, echt al een beetje amazone-gebied. Dan komen we bij een hele lange houten hangbrug, die over een ravijn voert. Er mogen niet meer dan 50 mensen op, niet dat ook maar iemand zich daar iets van aantrekt. Het is erg wiebbelig lopen over de brug van houten planken. Maar ook erg leuk. Aan de overkant gaat het pad verder en komen we bij een prachtige waterval. Je kunt er heel dicht bij komen, eigenlijk sta je er direct naast. Met donderend geweld komt de brede stroom met water naar beneden om onderaan als rivier verder door het ravijn te stromen. De naam van deze waterval is: “El Pailon del Diablo” – de ketel van de duivel. En een duivelse ketel vol kolkend water lijkt het inderdaad wel. Ik wil natuurlijk weer helemaal naar beneden lopen en foto’s maken, maar verlies daardoor de rest van de groep. Maakt niet uit, er is maar één weg, dus ik kom ze vanzelf weer tegen. Ik ga de hangbrug weer over en aan de andere kant vind ik de drie jongens weer. Ik probeer ze onopvallend te volgen, maar ze moeten inmiddels toch denken: wat een raar gringa-mens. haha. Never mind. Als ik maar niet verdwaal. Onderweg prachtige vegetatie, die ik met mijn super samsung-s7-edge-carmera vastleg. Ik arriveer weer bij de dames. De maagjes rammelen, ik wil nu eindelijk eens zo’n gebakken banaan, die ze op elke hoek van de straat staan te roosteren en hier dus ook. Jessy en Carmen nemen een maiskolf en we klimmen weer in de chiva, die ons crossend door de bergen met vrolijkheid, harde muziek en in de zonneschijn bij het laatst punt van onze tour brengt: met een kabelbaan van de ene berg naar de andere. Voor mij vandaag de derde keer dat ik een ravijn oversteek. De oude bus rijdt weer richting Baños weer bij ons hotel brengt.PhotoGrid_1501702615932[1]
Daarmee is ons bezoek aan Baños helaas ook we. de gids drukt mij een pastic fles gevuld met canelazi en twee plastic shotbekertjes in de hand. We drinken en geven door. Dan brengt de chiva ons weer bij het hotel. Daarmee is ons bezoek aan Baños helaas ook weer teneinde gekomen. We halen onze koffers, betalen de rekening en lopen naar de terminal. We zijn driekwartier te vroeg en ik loop nog in mijn eentje wat winkeltjes af, terwijl de chica’s, spreek Carmen en Jessy, op onze bus zitten te wachten. Als ik terugkom, kunnen we instappen. De meiden zitten naast elkaar en vóór mij, ik kom naast een jonge man te zitten. We komen al snel aan de praat. Hij heet Luiz, is 32 jaar, woont in Banjo en werkt in Quito. Hij is ongetrouwd en woont bij zijn ouders. Dat is hier heel gewoon. We kletsen wel een uur of anderhalf. Maar eigenlijk ben ik heel moe en wil even de oogjes dicht doen. De twee dames voor mij zijn al naar dromenland verdwenen. Ik sukkel ook in slaap. Na drie uur komen we weer in Quito aan en nemen de bus naar huis. Van de trolleyhalte is maar een klein stukje lopen. Dicht bij het appartement is de KFC. We gaan er iets eten, dan naar huis. Ik realiseer me nu, dat het appartementje toch eigenlijk wel heel erg luxe en mooi is, nu ik wat meer te weten gekomen ben over de behuizingen in Ecuador. Fijn om weer thuis te zijn.
We waren eigenlijk van plan geweest om samen met Alejandro vanavond nog naar de Panacillo te gaan. Dat is een berg, die zich midden in de stad bevindt en waar een enorm grote madonna staat te prijken, maar we krijgen Alejandro niet te pakken en eigenlijk ook best wel heel erg vermoeid. We besluiten om er morgen naar toe te gaan en gaan nu ons bedje opzoeken.

2 reacties op ‘Dag 13: Watervallen en canopy

Geef een reactie op manonswiers Reactie annuleren