Carmen is nog steeds ziek. Ze moet nu toch echt naar een dokter. Ik heb nog een aantal dingen op mijn to-do-lijstje staan, waaronder “La mitad del mundo”, letterlijk vertaald “de helft van de wereld”, de evenaar oftewel de equator. Daar zou ik zooooo graag heen willen, lijkt me zo vet, om te kunnen zeggen: ik heb op de equator gestaan! Maar het is te vermoeiend voor Carmen. Gelukkig heeft Alejandro tijd om mij te begeleiden. Super fijn, want hij is een wandelende encyclopedie en super gezellig, want het is een ontzettend leuke jongen. Carmen legt me uit, hoe ik bij de busterminal moet komen, het is niet moeilijk, ik kan er met de trolley naar toe en Alejo pikt me daar dan op om samen verder met de bus te gaan naar “La mitad del mundo”. Het is maar 20 km, de busrit kost geen hout, maar je bent wel even onderweg. We kletsen gezellig onderweg en de tijd vliegt voorbij. We stappen uit en lopen naar een soort park met allemaal huisjes, een soort openluchtmuseum. Het is warm en zonnig weer, om ons heen overal de bergen, een prachtige omgeving. Het park is groot, onmogelijk om alles te doen, maar we lopen een paar hutjes in, reconstructies van hoe de indianen leefden en gedeeltelijk nog leven. In één van de hutjes zit een sjamaan bij een vuurtje. Naast hem is een klederdracht te bewonderen, een pak met twee maskers, aan de voorkant één en aan de achterkant één. Deze pakken werden door de indianen gedragen, ik denk bij rituele dansen ofzo. In een hoek op de grond een kleine omheining van stenen, waarin een aantal cavia’s rondloopt. Alejandro loopt het water al in de mond. Hij vindt ze heerlijk, zegt hij. “Jij bent gek, zeg ik. Die kun je niet eten.”. “Waarom niet?” vraagt hij. “Omdat het geen voedsel is” dien ik hem van repliek. Hij trekt zijn schouders op. “Tuurlijk wel! Ze zijn lekker”. Dan vertelt hij dat er met behulp van deze beestjes ook diagnoses gesteld worden. Men strijkt me een levende cavia over het lichaam van een ziek iemand. De cavia neemt de ziekte over en sterft tijdens de procedure. Dan wordt het diertje opengesneden en men kan zien wat de patiënt heeft, of het nou een tumor of wat dan ook voor ziekte is. Ik vind het maar wreed. De sjamaan spreekt ons aan. We kunnen hem vragen stellen als we willen. Ik wil weten, of sjamanen nog steeds bestaan en nog steeds praktiseren. Hij beaamt het. Ze zijn allemaal gekerstend, maar hebben wel zo hun eigen tradities behouden en hebben beide religies met elkaar verweven. Dan wil ik weten wat de kern, de basis van het sjamanisme is. Hij vertelt dat de basis erin bestaat, dat wij mensen één zijn met de natuur. De natuur weerspiegelt daarom ook ons mensen: het schijnen van de zon is het gelukkig zijn van de mens, regenen weerspiegelt het verdrietig zijn, de donder is een parallel tot het boos zijn, enzovoort. De oude man is sympathiek en neemt alle tijd om mijn vragen te beantwoorden. Ik geef hem twee dollar fooi en hij houdt het geld boven het vuur. Dat is om de negatieve energie te laten verdwijnen, legt hij uit.
We verlaten de hut en gaan verder, andere hutjes bekijken. We lopen door wat musea, maar die drukke plekken trekken me niet zo, zeg ik Alejandro. Wat ik dan wel weer interessant vind en wat hier en überhaupt in het katholicisme een ding is zijn de verschillende Maria-verschijningen. Je hebt verschillende Maagden (“Virgin”) in verschillende plaatsen. Ik dacht vroeger altijd, dat het om verschillende heilige maagden ging, maar heb nu geleerd, dat het steeds om een verschijning van Maria, de moeder van Jezus gaat. Ze verschijnt voor een enkeling, vaak met een boodschap of een opdracht, bijvoorbeeld het bouwen van een kerk. De verschijning krijgt dan de naam van de plaats van verschijnen. Bijvoorbeeld de “virgin del Carmen” is de Maria-verschijning op de berg Carmel. Hier in dit park is een hele gang met schilderijen van verschillende “maagden” en het bijbehorende verhaal. We lopen door de gang en praten over de verschillende schilderijen. Dan gaan we weer naar buiten.
In het midden van een plein staat een grote toren, We gaan met de lift naar boven en hebben een prachtig uitzicht. En het is zo’n mooi weer! Ik geniet weer met volle teugen. Onder ons zien we de gele lijn, die de evenaar weergeeft. “Maar”, zegt Alejandro. “Dit is niet de echte equator.” Oh? Ja de echte equator ligt een stukje verder op. “Gaan we daar nog wel naar toe?” vraag ik bezorgd. Het kan toch niet zijn, dat ik hier ben en dan nog niet op de echte evenaar kan staan?! “Ja, natuurlijk” stelt hij mij gerust. “We gaan ook nog naar de echte evenaar.”.
Wat is nou het verhaal van de twee lijnen, die beiden de evenaar moeten voorstellen? De ligging van de evenaar werd in de 18e eeuw bepaald door de fransman Charles de Condamine. Hij vergiste zich echter en bleek een paar honderd meter ernaast te zitten. Met GPS is de precieze locatie vandaag de dag dan ook accuraat te bepalen.
We maken een paar foto’s op de “nep-equator” en lopen dan naar de échte plek. Ik ben zo blij, dat Alejandro dit weet. We hebben best honger, maar besluiten om toch eerst bij de echte evenaar te kijken.
We volgen en avontuurlijk pad, met aan weerszijden mega-grote agaves en cactussen en komen in een prachtig klein park met mooie inheemse planten en struiken. De intree is 4 dollar, de helft van het “nep-park”. Lol! Ik vind het hier veel leuker! We krijgen, samen met een aantal Amerikanen, een rondleiding door een zeer kundige en sympathieke jonge vrouw, die ook nog eens uitstekend Engels spreekt. We krijgen een rondleiding langs verschillende plekken. Ze vertelt ons over de “shrinking heads”, een gebruik bij bepaalde stammen om de hoofden van hun vijanden te koken, nadat de botten eruit gehaald zijn en dan te vullen met stenen. Er blijft dan een heel klein hoofdje over. Ik leg dit nu heel globaal uit, maar eigenlijk is het een hele ingewikkelde procedure, die maar door weinigen beheerst wordt. “Wordt” ja, want het wordt nog steeds met dieren gedaan. Sinds 1950 is het op mensen verboden. We staan met onze mond open: 1950! Dat is nog maar zo kort geleden! Er is ook een echte “shrinking head” van een jonge van 13. Hij zou de opvolger zijn van het stamhoofd. Ook sjamanen kregen na hun dood zo’n behandeling. Men geloofde namelijk, dat zo hun wijsheid niet ontsnappen en door anderen afgepakt kon worden. In geval van de vijanden was het doel, dat de geest van de gedode persoon zich niet kon wreken.
Luguber hè? We zien nog een kolibrie, maar net als ik mijn mobiel te voorschijn heb gehaald, vliegt hij weg. Ik wil erachter aan, maar Alejandro zegt, dat ze moeilijk vast te leggen zijn. Jammer. Dan volg ik maar weer de groep. Alejandro wacht telkens netjes op mij, als ik niet snel genoeg de groep volg, omdat ik weer foto’s moet maken. Vet lief.
Einde en hoogtepunt van de rondleiding is natuurlijk de echte evenaar en we kunnen een paar experimenten doen, zoals een ei op een spijker balanceren. De gids laat zien, dat op de evenaar er geen draaiende kolk is, als je water door een afvoer laat weglopen en dat je minder kracht hebt. Ook mogen we met de ogen dicht op de streep lopen, die precies de evenaar weergeeft. Ik zweer het je, je dreigt al bijna om te vallen, nog voordat je de eerste stap hebt gezet.
Ik vind het allemaal super interessant, maar onze magen beginnen nu toch echt te rammelen. We willen pizza. Ietsje verderop, aan de andere kant van de straat is een pizzeria. We bestellen twee “entradas”, voorgerechtjes, te weten, patat en chickenwings en ieders een pizza. Van de entradas eten we samen. We blijken beiden van pittig eten te houden. Alejandro vraagt iets om het eten scherper te maken en we krijgen een bus gedroogde chilli. De chickenwings en de patatjes doen we door de mayonaise of ketchup en dippen dan in de chili. Hmmm heerlijk. De pizza wordt bestrooid met extra chili. Lekker – rico! We zijn het erover eens dat we heerlijk gegeten hebben, maar nu toch echt wel voldoende hebben gehad. Het is later geworden dan we hadden gepland. Het wordt nu krap voor Alejandro’s balletlessen. We spreken af dat ik met hem mee ga naar huis als hij ballet moet laten schieten. Hij redt het net niet, dus ik ga met hem mee naar huis om een kop koffie te drinken. We komen bij een groot huis met drie verdiepingen. De 2e verdieping is van hem en zijn familie: ouders en twee broers. We lopen een trap op en betreden de ruime woning. Een grote woonkamer met open haard, een ruime eetkamer, en een keuken met een klein tafeltje met twee stoeltjes. Er is een gang, die naar slaapkamers gaat. Tenminste dat denk ik. Alejandro stelt me aan zijn familie voor: zijn moeder en een oom een broertje en neefje. Vader en tante zijn aan het werk. Iedereen begroet mij met een omhelzing en een kus op de wang, zoals het hier de gewoonte is. Erg hartelijke mensen. Vooral zijn moeder is een schat van een mens. Ze is heel erg verheugd me te leren kennen. Nou ik ook! Een leuke, spontane, nog jonge vrouw. We drinken koffie. Oom doet karaoke, daarna moeder en dan ook Alejandro. Ik ga bij hem in de eetkamer zitten en applaudisseer als hij klaar is. Heerlijk die ongedwongen gezelligheid. Men gaat aan tafel en Alejo en ik nemen afscheid. Hij moet naar zijn Engelsklas en ik naar huis. We lopen door de voortuin en hij plukt een kleine mandarijn en ik peuzel hem op. Heerlijk zoet zo direct van de boom. Ze hebben ook een limoenboom vol met vruchten. We lopen verder richting het busstation, vanaf hier kun je de cotopaxi, de vulcaan, zien, maar het is nu bewolkt. Ik wil hem nog heel graag bezoeken, maar het is er nog steeds niet van gekomen en je hebt er een hele dag voor nodig. Hopelijk lukt het nog.
We nemen dezelfde trolley, Alejandro neemt de tweede halte, ik moet nog negen verder.
Zo kom ik weer terug na een geweldige fijne, gezellige en interessante dag. Muchas gracias, Alejandro!!!
Je maakt in die betrekkelijk korte tijd dat je daar bent wel heel veel mee. En de natuur is daar idd prachtig. Maar wat een domper, dat Carmen nog steeds ziek is. Ze moet nu toch echt naar een dokter. Ik vind dit toch wel super sneu voor jullie tweetjes. Hopelijk wordt het snel wat beter met haar. En jij natuurlijk weer bedankt voor het prachtige verslag. 😘😘🌹🌹
LikeGeliked door 1 persoon