Museo del oro

Negen uur ontbijt. Carmen blijft in het hotel. Cor, Danilo en ik gaan op zoek naar de citibank, om te pinnen. Dan naar Unicentro. Danilo wil een Colombiaans voetbalshirt van Adidas kopen, maar de Adidas-winkel zit dicht. Op het pleintje voor de winkel is een cafétje, wij gaan er koffie/ijskoffie drinken. Om tien voor elf ziet Danilo, dat de lichten in de winkel aangaan. Om elf uur gaat de zaak open en kan Danilo toch nog zijn t-shirt kopen. We halen Carmen in het hotel op en gaan met de taxi naar het grootste goudmuseum van de wereld: het museo del oro. Op zondag is de entree gratis, normaal 80  cent. Het is een prachtig modern museum met een schitterende collectie van gouden voorwerpen van de verschillenden stammen van Colombia. Vooral de afdeling van de muisca’s interesseert ons natuurlijk. We eten in het restaurant een broodje en verlaten kort voor sluitingstijd het museum. Het is prachtig weer en het plein voor het museum gonst van de bedrijvigheid. Er zijn kraampjes met lekkernijen, mensen hebben hun handgemaakte spulletjes op kleden op de grond uitgestalt, jongens zijn aan het scaten, mensen zitten te chillen. We lopen een lange gang in, waar allemaal kleine winkeltjes met souvenirtjes, de zogenaamde artesanias, zijn. Mooie souvenirs, het is moeilijk om de knip dicht te houden, maar we willen ook nog naar “El Balay”, een hele grote winkel met artesanias. We kunnen hier altijd nog terugkomen. Toch kopen we hier een paar dingetjes. Ik zie iets heel  leuks voor mijn zusje. Die moet ik kopen. Ook spot ik een heel mooi shotglaasje. “Carmen, je moet  dat shotglaasje voor me kopen.” Dat is namelijk traditie bij ons. Carmen brengt  uit elke grotere stad, waar ze is geweest een shotglaasje voor mij mee. Waar we ook een tradite van hebben gemaakt: uit elke grotere stad een magneet meenemen. Die komt aan het kozijn in de keuken. We  vinden twee hele leuke magneetjes. Dan lopen we de gang weer uit en gaan nog op  het plein zitten, ik neem  een maiskolf, de anderen een ijsje en we kijken naar de scatende jongens, genieten van het zonnetje en genieten van het feit, dat we hier met elkaar in Bogota zijn. Soms is  het nog zo onwezenlijk. We hebben hier zo lang naar uitgekeken. We lopen over de drukke straten, waar vandaag geen auto’s mogen komen. Overal hoor je muziek van straatmuzikanten en zie je optredens van artiesten. Ook veel mensen met handgemaakte spullen. Ik zie iets heel leuks voor mijn vader en hoef niet lang  na te denken: die neem ik voor hem mee! Blij met mijn aankoop, loop ik achter de anderen aan richting de plaza de Bolivar. Het is half zes. Tijd om wat te gaan eten. Onze gids had ons een typisch Colombiaans restaurantje aanbevolen, dat gaan we maar eens opzoeken. Dankzij Google Maps vinden we “La puerta real”. Het is echt een heel klein curieus en pover restaurantje. We worden weer verwelkomd met een straal aan Spaanse woorden. Het restaurant is leeg. We krijgen de kaart en Carmen vraagt of iemand misschien Engels  kan. Er komt een jonge man met een hoed op. Hij kan goed Engels en legt ons de gerechten uit. Hij adviseert ons een bepaald gerecht. Hét typische gerecht van Colombia: Ajiaco.

Ik ken het van vroeger en vond het vreselijk. Het is soep met stukjes aardappels erin en een maiskolf en kippenpoot en rijst. Ik vond het vies, maar vind, dat ik het nog eens proberen moet naar zoveel jaar. Dus ik bestel de Ajiaco en Carmen ook. De jongens bestellen een Colombiaans gerecht met rundvlees.

Het eten wordt geserveerd. Nou, ik kan jullie zeggen: ik ben een makkelijke eter, maar ik heb zelden zoiets vies gegeten. Ik probeer mezelf ertoe te zetten om het op te eten, maar ik weet nu precies weer hoe het smaakte… niet dus! Er zit een bepaald inheems kruid in, wat ik verschrikkelijk vind. Danilo vindt zijn eten ook niet lekker. Wij ruilen. Hij vindt de rare soep wel lekker en Carmen vindt hem zelfs heerlijk. Ik vraag mij af: Hoe dan?! Dit móet genetisch zijn. Danilo houdt niet eens van soep en dit vindt ie lekker?!

We nemen maar geen toetje, misschien vinden we nog wel iemand, die die heerlijke wafels verkoopt, en verlaten het restaurant. We lopen een stukje de straat uit – geen wafel in de verste verte te bekennen –  en ik roep maar een taxi  op via de app. Hij moet er met 1-4 minuten zijn. Maar het duurt…

Uiteindelijk een bericht. Hij kan ons niet vinden. Of ik hem wil bellen. Ow, da’s niet handig, ik geloof dat bellen niet in mijn blox  zit. Ik sms hem het adres door, maar hij cancelled. Ik roep een andere taxi op. Wachttijd: 5-10 min. Ik ontdek – of eigenlijk Carmen – dat je de taxi kunt volgen via de app. Je ziet hem rijden. Hij komt onze kant op en stopt een klein eindje van ons vandaan. Ik krijg de melding “Your taxi has arrived”. Niet dus – geen taxi, of in ieder geval niet onze taxi, met dat nummer. Ook hij kan ons niet vinden. We kunnen zien waar hij is. Op  calle 14 c, wij zijn op 14 b. Snel lopen wij de kant op, waarvan wij hopen dat het 14c is. Carmen rennt vooruit. Ze zwaait: hier is-ie! Iemand houdt de deur voor ons open. Irritant. Dit maak je constant mee. Mensen dringen hun diensten aan je op en willen er geld voor. De Colombianen hebben er blijkbaar geen moeite mee. Cesar, onze chauffeur, geeft de man een paar munten. Ik vind het maar stom: waarom zou ik voor iets betalen, waar ik niet om heb gevraagd. Maar ik besef ook, dat mijn zienswijze niet persee de juiste is. Ik vind het eigenlijk heel lief, dat de mensen hier zo makkelijk een ander helpen, door het geven van geld of door het doen van een dienst. “Ik moet maar zien, dat ik wat kleingeld in mijn jaszak stop, voor als ik zo iemand  tegenkom” zeg ik tegen Carmen, die naast mij in de taxi zit. Dat vindt Carmen wel een goed idee. Cesar is lief, net zoals zoveel Colombianen, die wij hier leren kennen. Fijne mensen! Geen wonder dat wij zo lieve kinderen hebben. Cesar racet door de straten van Bogota. Hij zet ons bij Unicentro af en van daaruit lopen we naar het hotel. Ons idee, om nog ergens wat te gaan drinken, schuiven we aan de kant. Cor gaat nog even naar de winkel om wat te drinken en te snoepen te halen en dan gaan we op de hotelkamer nog een filmpje kijken. Ik leeg de halve fles dure wijn, die Cor voor mij meegebracht heeeft en plof dan moe en een beetje tipsy in bed. Hopelijk helpt me dit om eens fatsoenlijk te slapen!

2 reacties op ‘Museo del oro

  1. Arnold's avatar

    Weer een interessante dag. Wat fijn, dat jullie zo’n leuke vakantie hebben. We hebben weer met plezier het verslag gelezen. En een kadootje voor mij gevonden! Dat is ook al een kunst. 😉.

    Like

Geef een reactie op Arnold Reactie annuleren