14 juli is in Frankrijk een nationale feestdag met defilé bij de Arc de Triomph. Ik had het wel willen zien int echie, maar het leek Carmen toch best riskant, want als de IS een aanslag zou plegen, zou dit een uitstekende gelegeheid zijn, temeer, omdat de president er ook zou zijn, zo overtuigde ze mij. Dus we besloten om de parade in het hotel vanuit ons bed te bekijken. Carmen vond het geweldig, maar het is me nog niet duidelijk of dat kwam door het gebeuren op de tv of omdat ze dan steeds dieper haar bedje in kon kruipen om vervolgens gewoon dornroosje te spelen, terwijl ik verveeld op de klok bleef kijken. Om twaalf uur moesten we uitchecken, dus ik maakte haar om half twaalf wakker. We hadden alles al ingepakt, dus waren zó uitgecheckt en mochten onze koffers in de bagageruimte laten. Chill! Met lijn 13 naar de Montparnasse. In de metro was het ongewoon rustig. Logisch! Iedereen natuurlijk vrij. Ook bij de Montparnasse toren waren nauwelijks mensen. Geen rij voor de kassa. Super! De mensen voor ons hadden al tickets. Zij mochten via een andere route. “Wij hebben geen kaartje, wij moeten nog kopen”, zei ik tegen de meneer bij de ingang. “Nee,”, antwoorde hij met een stalen gezicht “dat kan niet.”. Ik keek beteuterd. Hij grinnikte: “Just kidding” troostte hij. “Where’re you from?” “Holland” gaven wij tot antwoord. Dan, natuurlijk, de standaard volgende vraag: “Amsterdam?” “No..”, nog voor we verdere uitleg konden geven, oppperde hij: “Rotterdam!”. We schudden van nee. Hij keek teleurgesteld. “We live on the other side of the country” legde Carmen uit. Hij keek alsof dat niet meetelde. Blijkbaar denkt men in het buitenland, dat alle Nederlanders in Amsterdam of Rotterdam wonen. Hij wenste ons een goed verblijf en we stapten de lift in, die ons in een razendsnel tempo naar de 56e verdieping bracht. Al naar enkele seconden voelden we de druk op onze oren. Toen we de top van 200 meter bereikt hadden en de lift uitstapten maakte mijn hart een klein gelukssprongetje bij het adembenemende uitzicht over Parijs. Carmens hart sprong ook op en ook háár adem stokte, maar dat was meer uit hoogtevrees dan uit enthousiasme.
Terwijl ik me naar het raam, dat helemaal rondom de toren liep, haastte, moest Carmen al haar moed bijeen rapen om me te volgen. We liepen helemaal rond. Dat vergde van Carmen toch enige zelfoverwinning. Maar – die hard als ze is – dwong ze zich er zelf toch toe. “Carmen, zullen we eens kijken, waar we gisteren gegeten hebben?” Ik richtte mijn blik stijl naar beneden. “Ga alsjebliéf weg, mam! Weet je hoe eng dít al voor mij is?” Okee, blijkbaar was dit toch wel iets te veel gevraagd. Terwijl we in het restaurant daar een kop chocolademelk dronken, probeerde ze met een wit gezichtje weer bij te komen.
Toen was het met de rust voorbij, want de onvermijdelijke Chinezen rukten weer op. Nog even helemaal boven op het terras gekeken en daarna weer naar beneden. Nog even op de Champs Elysee uitgestapt om daar een stuk te lopen. Er reden daarn nu geen auto’s i.v.m. de feestdag en het was er prachtig versierd. We liepen nu op de plek, die we zostraks nog vanuit ons bed hadden bekeken. Gaaf om midden op die mega grote straat te lopen met vrij uitzicht op de Arc de Triomph aan de éne kant en het reuzerad aan de andere kant van de straat. Nog wat souvenirtjes gekocht en, terug naar het hotel om onze koffers op te halen en richting station te vertrekken. Bij de overstap van de metro op de RER-trein, twijfelden we even welke trein we moesten hebben, maar dankzij de hulp van een aardige monsieur, die vroeg waar wij heen wilden en ons het juiste perron wees, haalden we nog nét de trein. Bij het station in een snackbar nog wat gegeten (snackend snakten we naar normaal eten!).en dan in de razendsnelle Thalys weer richting huis. De trein vertrok om half zes en we kwamen om tien over half negen in Amsterdam aan. Om 20.59 zou de trein naar Arnhem vanaf spoor 5 vertrekken, maar we moesten eerst nog plassen en een treinkaartje kopen, dus toen de Thalys arriveerde, sprongen we als één van de eersten uit de trein, sjeesden met onze trollys naar de ticketautomaat en daarna naar de wc, wat een nogal onhandige onderneming is, want je moet het voor elkaar zien te krijgen om met die trolly door dat draaiding te komen. Je moet hem namelijk precies in een goede hoek houden om hem eronder door te krijgen. Zul je denken: waarom gingen jullie niet om en om? Nou, daar was dus geen tijd voor. Dus trolly ging gezellig mee op de plee. Vervolgens weer onder dat draaiding door om snel met de roltrap naar spoor 5 te spurten. Het was natuurlijk zaak om met de koffers zo veel mogelijk de trappen te vermijden en roltrappen te pakken. Boven aangekomen, was het perron uitgestorven. Op het bord stond, dat de trein pas 21.29 zou vertrekken. Verdorie! Hoe kan dan nou? Over de luidspreker hoorden we een stem zeggen, dat de trein naar Nijmegen via blablabla en Arnhem vanaf spoor 7 zou vertrekken. Wij snel weer met onze koffers roltrap af, snel andere roltrap weer op om nét op tijd in de trein naar Arnhem neer te ploffen. Pfffff!
Genietend van de Nederlandse en zelfs Achterhoekse stemmen en de vertrouwde omgeving naderden we het thuishonk.
Twee jongens hadden hun station gemist, deelde de conductrice via de intercom mee. Zij mochten even de microfoon kapen om “hit the road jack” te zingen. Wij moesten lachen, zoiets kan ook alleen in Nederland!
Aangezien wij het weekend en maandag bezoek hadden en vandaag allerhand klussen gedaan moesten worden kwam ik nu pas, na een koude tuindouche, in de gelegenheid je laatste “Parijsverslag” te lezen. Zoals steeds, weer super leuk gesgreven. Bedankt voor het literrair meemaken van het bezoek in Parijs.
LikeGeliked door 1 persoon