Lopen, lummelen en luieren

Het plan was: een wandeling in de natuur maken. Ik had een email gestuurd om de tocht met een gids te maken, maar geen antwoord gekregen. Jammer, vind ik, maar de rest vindt het wel prima zo.
We besluiten om in de ochtend een wandeling naar het centrale plein met de kerk te maken. Het is warm, zoals altijd, heel warm! Af en toe zijn er wolken, dan is het enigszins te doen, maar in  de zon ga je kapot! Cor loopt heel verstandig met een paraplu. Hij heeft het wel geleerd, nadat hij gisteren zo verbrand was. Vanochtend was hij nog steeds niet in orde en heeft iets ingenomen tegen de hoofdpijn.

We gaan nog even bij een souvenirswinkeltje langs en lopen dan door naar het plein. Daar gaan we een ijsje eten. Banana split voor 1,45 euro! We kijken nog even in de kerk. Hij is mooi licht. Dat trekt vooral Carmen en mij in de zuidelijke landen aan, dat de kerken daar van binnen veel lichter en vriendelijker ogen.In de voorhal van de kerk hangt een grote poster van Jezus en de paus. Het katholicisme is hier duidelijk van een ander slag dan in Nederland. We gaan op het plein zitten op een muurtje onder de megagrote boom die in het midden staat en kijken naar de mensen, die voorbijlopen en de duiven, die daar in grote aantallen zijn, opschrikken. Nemen we een taxi terug of gaan we lopen? Het is nog geen 2km, dus eigenlijk onzin om een taxi te nemen. We moeten nu wel een beetje tegen de heuvel op. We snappen niet, dat men Villavicencio vlak vindt. Ons  hotel heet: “Hotel del Llano”, hotel van de vlakte. Ze moeten maar eens naar Nederland komen, dan weten ze wat vlak is! 

Pffff, de terugweg valt best zwaar, het is zo heet en een fatsoenlijke stoep is er niet. Het lijkt wel, of ieder huis zijn eigen stoep heeft, bij het ene zijn het stenen, bij het ander palvuizen, bij nog een ander voornamelijk gaten. Door de verschillende soorten stoep krijg je ook hoogteverschil, waardoor je steeds trapje op – trapje af moet en vooral goed moet kijken waar je loopt. Eerst beginnen de handen te tintelen, dan beginnen ze pijn te doen, net als de voeten, maar uiteindelijk zijn we weer in ons hotel. We weten niet hoe snel we in onze zwemkleren moeten komen en het zwembad in. Heerlijk!

Wij zijn de enigen. Er drijft een grote bal in het water. We gaan ermee overgooien en “lummelen”. Dat houden we een hele poos vol. Het is leuk en het is heerlijk om het hele bad voor ons te hebben. De hemel is donker van de regenwolken, maar dat is prima. Kunnen we ook niet zo snel verbranden. We doen nog een wedstrijdje onder-water-zwemmen, althans Cor, Carmen en Danilo, dan beginnen de eerste regendruppels te vallen. We wachten niet af tot het weer gaat stortregenen, bovendien zijn we nu ook wel genoeg afgekoeld, maar gaan douchen en aankleden.
Tja, wat nu? Veel anders dan op de hotelkamer tv kijken zit er nu niet op.
De regen valt achteraf mee, maar als mijn lieverdjes eenmaal op bed tv liggen te kijken, zijn ze daar niet zo snel weer weg te krijgen. Het bijft trouwens niet lang droog, steeds weer begint het te regenen. Veel afkoelen doet het echter niet, het avondeten kunnen we zoals altijd onder het afdak tot ons nemen.Inmiddels hebben we de hele menukaart wel gehad, maar het blijft lekker. We zijn weer de enigen, die er eten. Na het eten gaan we de koffers inpakken en tv kijken.
Morgen is Carmen jarig. En is het onze laatste dag in Villavicencio. We willen haar verjaardag samen met de familie vieren.
Hoewel we vandaag niet veel hebben gedaan – of misschien wel daarom – was het een hele fijne dag!

Chillen

Nog voor het ontbijt sta ik bij de receptie met Google-translate in de aanslag. Ik wil de receptionist vragen om naar dat paarden-gedoe te bellen, om te vragen, of we vandaag aan een rit deel kunnen nemen. Ja, dat kan, de hele dag. Ik krijg van verschillende tochten de prijsopgave en het advies om een lange broek en rubberen schoenen, bijvoorbeeld, crocs aan te doen. Je steekt namelijk een rivier over en komt tot je heupen in het water te zitten. Dat is nogal een probleem, want met zoiets hadden we geen rekening gehouden. En om nu 4 paar goeie schoenen te verklooien.. .

We zien van het paardrijden af. We zijn allemaal trouwens best moe, van elke dag dingen ondernemen, altijd met handen en voeten te moeten praten, altijd een taxi te moeten nemen om ergens naar toe te komen..

En we zitten in een hotel met een prachtig zwembad en terras en hebben nog niet één dag bij de pool gechilled. Eigenlijk wil iedereen graag hier blijven en nog van elkaar genieten, zolang het nog kan. Want het aftellen is begonnen… Overmorgen moeten Cor, Danilo en ik vertrekken en van Carmen afscheid nemen.

Dat begint me steeds meer op het hart te drukken en ik begin steeds meer tegen het afscheid op te zien. Overmorgen, op haar 19e verjaardag zullen we weer naar Bogota vertrekken om vroeg in de ochtend van de volgende dag naar Nederlands te vertrekken.

Ik ga nog even het e.e.a. regelen voor de terugreis en dan met de anderen zwemmen en chillen. Nadat we tussen de middag een hapje hebben gegeten, begint het te regenen. De kinderen vertrekken naar de kamer, ik ga met Cor aan een tafel onder een grote parasol zitten. Maar het gaat zo vreselijk gieten, dat we ook daar niet lang droog zitten en ook het hotel invluchten. Daar blijven we op de kamers tv kijken tot het tijd is voor het avondeten. Cor voelt zich ziek. Hij is zo rood als een kreeft, terwijl hij niet eens in de zon gezeten heeft. Waarschijnlijk tijdens het zwemmen gebeurd. Wij zijn weer de enige gasten in het restaurant. Het is warm en het regent niet meer.

’s avonds in bed komen de traantjes: ik zie vreselijk tegen het afscheid op en tegen het feit, dat ik Carmen zo lang moet missen. Vier maanden. Ze zal nog een week hierblijven en dan naar Amerika vertrekken, om vervolgens nog naar Ecuador, Peru en Brasilië te gaan. Ik ben wel blij, dat ze die week hier bij haar familie mag logeren en niet alleen in het hotel hoef te zitten. Nu maar eerst de oogjes dicht, morgen ziet de wereld er weer anders uit!

Bioparque los Ocarros

Om zes uur gaat de wekker. Ik heb heerlijk geslapen, wel met de airco aan, want het was bloedheet vannacht. Het regent. Donkere wolken hangen boven de bergen. Ik moet er niet aan denken, om met dit weer door een dierentuin te lopen. We zouden al vroeg in de ochtend gaan, omdat het na de middag veel te heet wordt. Ik kijk op mijn weerapp. Vanaf negen uur is het droog. Okee, daar gaan we dan maar van uit. Om kwart over acht zitten we aan het ontbijt, om negen uur zitten we in de lobby. De familie komt met twee taxi’s. Abu heeft de schone was meegenomen. Het is nog geen half uur rijden. De zware regenval heeft zijn sporen achtergelaten. We rijden door een tropisch landschap, komen over een brug, waar een sterke  stroming modder met zich meesleept. Via hobbelige wegen komen we bij onze bestemming aan. We betalen onze taxis en stappen uit. Het is al best warm. Tien voor negen geeft de klok aan, we hebben nog 10 minuten voordat het park opengaat, dus we snuffelen nog even in het souvenirswinkeltje aan de overkant. Dan kunnen we naar binnen. Het is een vrij oud park met allemaal inheemse dieren in oude metalen kooien, die groen zien van de aanslag. Het is interessant om te zien, welke beesten allemaal hier in het wild voorkomen. Symbool voor deze streek staat de “Ocarro”, het gordeldier, waarna dit park ook vernoemd is. Verder zijn er prachtige vogels, slangen, vissen, een beer en apen, die gedeeltelijk ook vrij rondlopen, of veeleer slingeren. Vet schattig! De meeste dieren zijn gered uit huizen, waar zij verwaarloosd werden of te klein gehuisvest waren. De exotische planten en bomen hebben wederom mijn aandacht. Ik hou van natuur, maar niet in kooien, al is het natuurlijk super, dat deze dieren gered zijn. 

Het is behoorlijk heet en we mochten geen drinken het park mee innemen, dus we gaan bij een kraampje flesjes water kopen en fruitsap met echte stukken fruit. Ik proef alleen, want ik krijg de hele dag door al genoeg suiker binnen. Niemand vindt het een probleem om met z’n allen van één lepel te eten of uit één rietje te drinken. In het speeltuintje, dat aan de overkant ligt, gaat Carmen met haar nichtje schommelen. Als we weer wat bijgekomen zijn,   vervolgen we  onze tocht door  het park. Dan komen we bij een vijver met waterfietsen. Het nichtje vraagt of zij mag. Maar niemand heeft zin. “Vraag maar aan Carmen!”. Met grote smekende oogjes hupt ze voor Carmen op en neer: “Carmen, tu quieres?” – “Carmen, wil jij?”. Tja.. wie kan dan nog  nee zeggen! Carmen in ieder geval niet! Wij gaan in het huisje aan de kant in de schaduw zitten en kijken toe, hoe Carmen zich in het zweet werkt. Op onze verdere wandeling door het park komen we ook een luiaard tegen: “Look! Mijn brother” roept Tía tot vermaak van iedereen. Tío zit er niet mee,  hij kan zich wel met het dier identificeren: “Oh yes, that’s my brother!” roept hij, enthousiast over de gelijkenis.We naderen weer de uitgang en gaan nog even naar het winkeltje aan de overkant om wat souvenirs te kopen, dan met de taxi weer terug. Zij naar hun huis, wij naar het hotel. Daar nuttigen we een salade als lunch en gaan heerlijk in het zwembad afkoelen. Ik ga douchen en weer kleren aandoen en in de schaduw op een ligstoel liggen dutten. Tía komt haar dochtertje brengen om met Carmen te zwemmen. Heerlijk vindt de kleine meid het! Leuk voor Carmen dat ze naast alle Nederlands/Duitse neefjes nu ook een nichtje heeft!

Ik ga nog even met Tía kletsen en dan neemt zij haar dochter weer mee naar huis.

Gelukkig is het eten in het hotel uitstekend en de menukaart uitgebreid, zo hoeven we niet het huis uit om te gaan eten. Het is heerlijk om in de aangename warmte van de avond, als de zon allang onder, is rustig te dineren en met z’n viertjes na te praten en plannen voor de komende dagen te maken.

Morgen zullen Cor, Danilo en ik gaan shoppen en zal Carmen naar haar familie gaan. In de ochtend zal ze proberen om met haar familie weer af te spreken. Carmen en ik spelen in bed nog even Pokemon Go. Ik leg een lure, gebruik een Lucky Egg en evolueer de ene Pokemon na de andere. Zo schiet ik in no time een aantal levels omhoog. Twee minuten voordat het Lucky egg  afloopt, vind ik het wel badjes. Ik ben zo moe! Ik leg m’n mobiel weg en val in slaap. Om twee uur word ik vaste prik wakker. Pfff, slapen wil niet meer. Ik kan het niet laten om op m’n mobiel te kijken. Altijd zo leuk om op m’n mobiel te kijken en de lieve reacties op mijn blogs te lezen. Ik app effe met mijn vader,  maar die zegt dat ik weer moet slapen.  Oké paps!  Ik leg m’n mobiel weg en dommel weer in. Wat ben ik toch een brave dochter! 😀

 

Familiedag

Ik heb heerlijk geslapen vannacht. Voor het eerst sinds we in Colombia zijn. Moe van het gedoe en de reis, denk ik. Carmen gaat vanochtend naar haar familie, Cor en ik gaan een beetje de omgeving verkennen en op zoek naar een supermarkt om water te kopen. Danilo blijft in het hotel. Het is om 10.00 al bloedheet. We komen langs allemaal louche en armetierige winkeltjes en zaakjes, die niet echt uitnodigend zijn om naar binnen te gaan. De winkeltjes hebben geen voorkant met deur, maar de gehele voorzijde is open. Als de zaak gesloten is, komt er gewoon een hek voor. We lopen een stuk de straat in, komen bij  een rotonde en steken over. We hebben op Google Maps gezien dat er nog een rotonde  en een pleintje komt. Tot daar willen we lopen, als we dan nog geen supermarkt gevonden hebben, lopen we weer terug. De zon knalt recht naar beneden. We zitten hier immers op de evenaar. Het pleintje blijkt het centrum te zijn, met een mooie kerk in het midden. Er is een voetgangerszone met allemaal winkels, voornamelijk kleding-, schoenen en sieradenwinkels. Ook hier kun je nergens naar binnenlopen of er komt gelijk iemand op je af. In een schoenenwinkel zie ik leuke teenslippers. Ik drijf bijna uit mijn zomerschoentjes, die me in eerste instantie ideaal voor hier leken. Nu snak ik ernaar om ze uit te doen. Ik heb ook nog een lange broek aan, hè, ik wilde immers niet onderdoen voor de lokale bevolking, die gewoon in lange broek, bloesjes met lange mouw en laarsjes rondlopen. Ik vraag mij af: hoe dan? Als ik al niet opviel als toerist, wat ik natuurlijk sowieso al deed, door die gringo van een man van mij, die met zijn blonde kop Amerikaans loopt te zijn, dan zou ik nu toch echt door de mand vallen, door al het zweet, dat me langs het voorhoofd naar beneden loopt. Sexy as ever!

Ze zoeken naar mijn maat. Daarvoor loopt een verkoopster de winkel uit, naar waar waarschijnlijk ergens het magazijn is. Een andere verkoopster sleept nog andere schoenen aan. Hallo! Zie ik eruit alsof ik van zilveren schoentjes met een roos erop houd? Kijk naar mijn outfit! Daar komt de juiste maat aan. Het lusje, waar m’n grote teen doorheen moet, is iets te krap, die wordt opgerekt. Dan past-ie. Ik vind ze mooi en laat ze gelijk aan. Zo, in ieder geval een beetje lucht voor mijn voeten. We lopen nog een beetje door de winkelstraten, maar het is allemaal een beetje kits, een beetje erg kits eigenlijk. Ik loop nog één kledingzaak in, maar er stormen gelijk vier, vijf verkoopsters op me. Nou, nee, dank u. Ik maak rechtsomkeert  en bots bijna tegen Cor aan, die geduldig achter mij aansjokt. We vertrekken weer richting hotel. We menen de weg terug wel te weten. Niet dus. Na een hele klim tegen de helling op, constateren we, dat we weer eens verdwaald zijn. “Zullen we dan maar weer een taxi nemen?”. We zijn allebei kapot, ik heb hoofdpijn en zweet me een ongeluk, dus de beslissing is niet moeilijk. In het hotel gaat de broek uit, ik ga op de plavuizen voor de airco zitten. Als ik weer enigszins bijgekomen ben stap ik onder de douche en neem daarna met het laatste restje water van gisteren een paracetamol in.

Er is een appje van Carmen: de dansvoorstelling van haar nichtje is  vandaag niet,  maar of we zin hebben om met de familie naar een winkelcentrum te gaan. Whaaaa!!! Weer winkelen! Maar wel super gezellig om iets samen te doen, lijkt me.

Danilo, Cor en ik hebben een lekkere lunch bij de swimming pool van het hotel, wel onder een afdak, natuurlijk.

Tegen 13.00 gaan we in de lobby zitten wachten. Ze komen met de taxi. We begroeten elkaar met een knuffel en dan wordt er een tweede taxi bijgeroepen en sjeezen we achter elkaar aan door Villavicencio. Het winkelcentrum is heel nieuw, eigenlijk pas net af en zo mooi  en luxe, als ik het in Nederland nog nooit gezien heb! Carmen’s oom is project manager en heeft drie zaken in het winkelcentrum gebouwd. Om het winkelcentrum is een prachtig park aangelegd met vijver en watervalletjes, waar we gaan wandelen en foto’s maken. Dan lopen we het winkelcentrum door, ondertussen gezellig kwebbelend. Tío doet zijn best om Engels te praten. Hij leert ons Spaanse woordjes en wij hem Nederlandse woordjes. Hij ligt zelf in een deuk, als hij de voor hem onmogelijke klanken probeert uit te spreken. Zijn keel kan dat niet, maakt hij duidelijk. Hij is trouwens een jonge man met een geweldig gevoel voor humeur, we hebben direct een klik en het is zooo gezellig met elkaar. Ik geniet en ben gelukkig en niet alleen ik, vermoed ik! Carmen’s oma is een pittige dame, waarin Carmen veel van zichzelf herkent, ik ook trouwens! Het meisje is een scheetje. Zo leuk om de twee nichtjes naast elkaar te zien lopen. Hetzelfde postuur, dezelfde springerige, voor Colombiaanse begrippen lichte haren en hetzelfde loopje! We bezoeken nog twee andere winkelcentra op loopafstand.
Bij Juan Valdez (inmiddels een favoriet van ons, een soort starbucks) gaan we koffie drinken. Het nichtje kiest exact dezelfde taart, als Carmen laatst in Bogota ook deed. Lol! We schuiven stoelen bij een tafeltje en genieten van elkaars gezelschap. Het is geen moment stil. Tío laat ons de muziek van deze streek horen. Ricardo, onze gids naar Gutavita, had ons al verteld, dat dat typische macho-muziek is. Het blijkt te kloppen, te zien aan het clipje, waar beelden van stiergevechten en cowboy’s te zien is. Ik hou er niet van. Tío wil weten wat typisch Nederlandse muziek is. We laten hem Frans Duijts horen. Hij vindt het mooie muziek, het lijkt een beetje op country, zegt hij. Hij vindt het raar dat wij er niet van houden, althans de kinderen en ik niet. Wat is dan nog meer Nederlandse muziek, die wij wel leuk vinden? Danilo laat hem Nederlandse rap horen. Dat vindt ie maar niks, hij aapt het na met de typische, bijbehorende handbewegingen. Van dance houdt hij wel.

Tío vertelt, dat zij maar een kleine familie zijn: Hij, zijn moeder, zijn zus en haar twee kinderen. 5 personen. Maar nu, zegt hij, is onze familie 9 personen! Wij zijn altijd welkom in zijn huis en in zijn hart. Hoe lief is dit!

We hebben onze koffie op. Ze nodigen ons uit om nog mee te gaan, maar Carmen is zo moe van de hele dag Spaans proberen te verstaan en te spreken, dat we beleefd bedanken. We gaan nog samen naar de supermarkt om drinken en chips te kopen. Tío loopt voorop en weet alles te vinden. Bij het bier een heel gesprek over wat het lekkerste bier is. Cor neemt een flesje Grolsch voor hem mee, dat moet hij proberen. Dan wijst hij nog op een typisch regionaal drankje. Dat wil ik zeker nog een keer proberen, maar voor nu hebben we al zoveel boodschappen om het hotel in te smokkelen!
Tío houdt een taxi voor ons aan en we racen weer richting hotel.

Het is rond zes uur. We doen onze zwemkleding aan en nemen een duik in het zwembad, dat we bijna voor ons alleen hebben. Er zwemmen sowieso maar heel af en toe mensen in. We zwemmen tot het donker is. Om half acht gaan we bij de swimming pool eten. Ik neem er een heerlijke jugo con leche (vruchtensap met melk, net een milkshake) bij. Zo verkeerd maar zo yammie!!! Het eten is sowieso heerlijk, het is nog lekker warm. We genieten.

Zo laten we een hele fijne, heerlijke dag uitklinken. Morgen zijn we voor de lunch uitgenodigd  bij de familie! Ook Carmen’s tante zal  er dan zijn. Zij komt vannacht van haar werk terug, een reis van 12 uur.

Ik verheug me er al op om haar te onmoeten!