Monserrate

Elke ochtend zet ik voor Carmen en mij een kopje thee. Deze keer is dat Coca-thee. Gisteren heb ik daar een pakje van gekocht. Ik zou deze thee graag mee naar huis nemen, maar dat is helaas verboden. En aangezien we over Amerika terugvliegen, riskeer ik dat maar niet. Hij smaakt best goed en (of maar?) ik word er niet high van!

Vandaag gaan we naar de  Monserrate, het is er gelukkig rustig. Gisteren stonden de mensen tot voor op het plein nog in de rij, nu kunnen we gelijk doorlopen naar de kassa. Een kabelbaan brengt ons naar de top van de berg, waar een mooi, wit kerkje staat. Hier heb je een prachtig uitzicht over Bogota, een stad van 9 miljoen inwonders, exclusief de  3 miljoen, die er elke dag nog komen werken. Het is foto-shooting-time! Daarna lopen we er een beetje rond. Er zijn kraampjes met souvenirtjes en eten. Carmen en ik kopen ieder een mooie omslagdoek. Het is inmiddels 1 uur geweest, dus onze magen melden zich. Eten wordt aan het straatje bereid op een grote barbeque. Een jongen klampt ons aan, we verstaan er niet veel van, maar hij wil klaarblijkelijk verkopen. We moeten een klein stukje vlees proeven. Het smaakt heerlijk. Hij wijst met zijn handen aan, wat hij allemaal op de barbeque heeft liggen: krielaardappeltjes, vlees, bakbanaan. Het ziet er heerlijk uit en we besluiten om twee porties te delen. De jongen nodigt ons uit om op houten stoeltjes aan een tafel plaats te nemen. Er staat nog een andere tafel, waar Amerikanen aan zitten te eten. Het gerecht wordt geserveerd met rijst en avocado. Het smaakt heerlijk! Een lust voor het oog is het, om die jongen bezig te zien, achter zijn keukentje. Als mensen langskomen, springt hij op ze af, onder een vloed van woorden, zijn eten aanprijzend en de voorbijgangers uitnodigend om bij hem te komen eten. Zo gaat dat hier overal. Kom je langs een winkeltje, komen de verkopers al op je af, met de standaard zin: “A la orden”. Je kunt nergens even rustig kijken, je wordt direct aangeklampt, de koopwaar wordt aangeprezen: hoe goed het materiaal is, dat het echt handwerk is, hoe mooi het is (muy linda), als je het aandoet, staat het je allemaal even “bonita”, enz. Topverkopers hier!

Met de kabelbaan gaan we weer terug naar de bewoonde wereld. Het roepen van een taxi is wel even een dingetje. Óf er is geen taxi beschikbaar, óf we kunnen niet gevonden worden. Wt… we staan bij de Monserrate notabene! Uiteindelijk houden we toch maar een taxi op straat aan en laten ons naar El Balay, de grote artesania-winkel brengen. Helaas blijkt die winkel niet meer zo groot te zijn. Ik ben tamelijk teleurgesteld. Na een poosje rondgesnuffeld te hebben gaan we nog even de binnenstad in om vervolgens weer met enige moeite een taxi te bemachtigen. Danilo wil heel graag Bogota bij night vanaf een berg zien, eigenlijk willen we dat allemaal wel. We hebben daar een adresje voor: La Calera, een uitzichtpunt  met een restaurant met de naam “La Paloma”. We hebben gegoogeld en kregen de indruk dat “La Calera” een plaatsje is, wat druk bezocht is. De chauffeur bevestigt, dat het een vrij toeristisch plekje is. Lijkt ons best leuk! Het is een hele tocht, want het is spitsuur, dus het is meer filerijden dan wat anders. Na – ik weet niet – minimaal een uur, rijden we eindelijk omhoog, de bergen in. Het  is inmiddels zeven uur geweest en allang donker. We komen langs een uitzichtpunt. Heee! Hier hebben we toen in 1997 ook gestaan!  Het is eigenlijk niet veel meer dan een inham. Daarnaast staat een restaurant: “La Paloma”. Het is een beetje in the middle of nowhere, maar boeie… er is een uitzichtpunt en er is een restaurant. De taxichauffeur stopt langs de kant van de weg en spreekt met twee mannen in uniform. Dan rijdt hij verder. Via google-translate komen we erachter, dat er verder bovenop nog een mooier uitzicht schijnt te zijn met goede restaurants. Okee, let’s try! De klim gaat verder en verder omhoog over een bochtige straat. Bogota laten we steeds verder achter ons. We vragen ons af, of er überhaupt nog wel een uitzichtpunt komt en of we straks hier wel een taxi krijgen om weer terug te komen. Ook de chauffeur heeft er niet veel vertrouwen in,  hij draait en brengt ons naar het uitzichtpunt terug. We lopen het restaurant binnen om te kijken of het wat is. Anders, zo besluiten we,  maken we hier alleen wat foto’s en gaan in Bogota ergens wat eten. Het restaurant blijkt prachtig te liggen. Één wand is helemaal van glas en geeft een schitterend uitzicht op nachtelijk Bogota. Het restaurant is groot, maar knus, met leuke, moderne muziek.Hier willen we eten! We betalen de taxichauffeur, nemen plaats aan één van de tafeltjes aan het raam en bestellen wat te eten. Dan lopen Danilo, Carmen en ik naar buiten om foto’s te maken met het verlichte Bogota als achtergrond. Het is berekoud, dus we blijven er niet onnodig lang. Binnen hebben we immers ook het prachtige uitzicht. Ook daar is het niet warm, we houden onze jassen/vesten aan. Omdat de temeratuur in Bogota altijd rond de 20 graden is, heeft men geen verwarming. Maar na zonsondergang, wat altijd 6 uur is, begint het echt koud te worden. Maar het is gezellig binnen en het eten smaakt heerlijk. We krijgen ook gepofte aardappels met een soort crème fraiche met weer dat kruid, “guascas”. In het Nederlands heet het kaal knopkruid, ben ik na wat googelen achter komen, nooit van gehoord, maar het ziet eruit als munt. Ik schraap het groene kruid zoveel mogelijk van mijn aardappel. Jammer, dat ik er zo misselijk van word, maar toen we 19 jaar geleden in Bogota waren ben ik een vrij lange periode ziek geweest. De kok van het pension waar we toen in verbleven, deed achterlijk veel van dat spul in het eten, dus als het etenstijd was, ging ik haast over mijn nek als ik het eten rook en vluchtte ik snel naar de MacDonalds. Ik ben dus gewoon een soort van getraumatiseerd, denk ik. 

De mensen van het restaurant roepen een taxi voor ons. En we zijn verrassend snel weer thuis. Het is inmiddels al 10, uur dus we blijven niet meer zo lang op.

Morgen is helaas onze laatste dag hier in Bogota!

 

Bogota by bike

Om 13.00 uur zouden we in het centrum zijn, de Candelaria. De Candelaria is het oudste gedeelte van Bogota,  dat nog uit het Coloniale tijdperk stamt. Het huisje waar Mike zijn zaak zit, ziet er aftands uit van binnen. Er heerst bedrijvigheid. Er staat net een groep op starten. Van Mike, met wie ik email-contact heb gehad,  geen spoor. Een jonge man,  die z’n veters  zit te strikken zegt dat Mike er niet is. Hij is onze gids. We krijgen ieders een fiets en helm en stappen op. Het is ideaal weer en al crossend door de drukke straten verkennen wij Bogota. Slingerend tussen voetgangers en auto’s,  stoep op en stoep af, hobbelend over het slechte wegdek gaat onze tocht. Onderweg maken we verschillende stops bij bezienswaardigheden of interessante plekken. We krijgen weer een bult aan informatie over Bogota. Super interresant! Natuurlijk stoppen we ook even op de plaza de Simon Bolivar, de belangrijkste plek van Colombia. Hier heeft zich heel wat afgespeeld! 

Bijzonder is ook de fruitmarkt. Giovanni, onze gids, laat ons verschillende inheemse vruchten proeven. Dat gaat rap achter elkaar door. We hebben het ene stukje fruit nog niet op of  hij biedt ons het andere al weer aan.  Hmmm, super lekker! Heel bijzonder, deze markt met exotische vruchten,  groenten en ook planten met allerlei genezende krachten. Aan de overkant is de andere  fietsclub een nationale drinksport aan het uitproberen. We mogen even kijken en ook meedoen als we willen. We lopen een zaakje door en komen in een ruimte met platen van misschien 1 m2, schuin tegen de muur. Die platen zijn gevuld met klei en er bevindt zich een rondje met stenen in, met daarachter exlosief materiaal. De bedoeling is nu, dat je een kei van een bepaalde afstand gooit en probeert één van de stenen in de klei te raken. Als dat lukt volgt er een kleine ontploffing. Maar… dat moet je al drinkend doen. De groep Europeanen heeft ieders een biertje in de hand, ze gooien om beurt. Nou, veel plezier nog met fietsen straks, jongens! Cor gooit 1 keer en dan houden we het voor gezien.

We zetten onze fietstocht voort. Bijzonder leuk ook om over de grote straten in het centrum te fietsen, waar overdag geen auto’s mogen rijden.  Om de paar meter zie je straatmuzikanten, artiesten, bandjes. De straten zijn gevuld met muziek. We stoppen bij een parkje en luisteren naar de verhalen van Giovanni. Dan bij een paar kraampjes aan de weg nog wat typisch Colombiaanse snacks proeven. Ik heb iets heel raars gekozen… Een bol, gevuld met rijst, met daarin weer een heel ei en stukjes aardappel. Ik vind het niet echt lekker. En pffff….. ik ontplof haast! De kinderen eten een empanada.

Onze laatste stop is de koffiefabriek, maar eerst nog graffiti bewonderen, waar heel Bogota mee bezaaid is. Vóór 2013 was graffiti verboden in Bogota. Er stond hoge straf of. Één artiest had zelfs 3 jaar gevangenisstraf gekregen een eentje was er zelfs voor doodgeschoten! Toen Justin Bieber hier een optreden had, liet hij, zoals in veel steden, een graffiti achter, begeleidt door dezelfde politieagent, die de graffiti-artiest had doodgeschoten. Er werd niets tegen gedaan en de mensen gingen staken vanwege deze onrechtvaardigheid. Toen werd het spuiten van graffiti legaal verklaard en nu kun je nergens in Bogota meer gaan of staan zonder graffiti te zien. Veel mensen huren kunstenaars in om hun huizen met graffiti te bespuiten, zodat ze van lelijke tags gevrijwaard blijven, want het is een ongeschreven wet, dat de graffiti van een kunstenaar gerespecteerd wordt. Veel graffiti-tekeningen hebben betekenissen in de vorm van maatschappelijke aanklachten.

We zetten onze fietstocht voort en komen door een buurt met het sociaal-economische cijfer 2. In Bogota zijn de wijken genummerd volgens de economische status van zijn bewoners. 1 is de laagste status, 7 de hoogste. De wijk waar we doorheen fietsen is dus één van de armsten. De huizen zijn verwaarloosd en armoedig. Overal ligt troep en afval. Dan heeft Cor voor de derde keer een zachte band. We stoppen bij een fietsenmaker om de band op te pompen. 

Bij de koffiefabriek drinken we nog koffie en latte machiatto, de lekkerste, die ik ooit heb gehad. Echt waar!

We fietsen terug naar de Candelaria, naar ons startpunt. Daar ontmoeten we uiteindelijk toch nog Mike en nemen afscheid van Giovanni, nadat wij van beide heren nog tips hebben gekregen voor goede restaurantjes en leuke plekken om naar toe te gaan. Giovanni laat ons ook op een kaart zien,  in welke gedeelten van Bogota wij niet moeten komen, omdat het daar te gevaarlijk is. We nemen afscheid van Giovanni en Mike en lopen nog een stukje door de straten op zoek naar een leuk pleintje, dat Giovanni ons had beschreven en waar ook een goed  restaurant is. Het is daar inderdaad erg leuk, maar we zitten nog te vol om wat te kunnen eten. Ik ga eens mijn taxi-app “easy taxi” uitproberen.  Na 3 mislukte pogingen – melding: er is geen taxi in de buurt – huh? het stikt hier van de taxi’s – probeer ik de app “tapsi”. Je wordt namelijk geadviseerd om niet zomaar een taxi aan te houden. Dat kan soms niet helemaal safe zijn. Ik kan met hem chatten, hij zegt dat het even kan duren, het is druk. Het nummer van de taxi is op de app te zien en bij elke taxi kijken wij of hij het is. Nope – weer niet. Uiteindelijk is hij er en kan de rit beginnen. De tocht gaat omhoog een stuk door de bergen heen, zodat we een prachtig uitzicht hebben op het nachtelijke Bogota. Jefer, de chauffeur,  kan best een beetje Engels en hij leert ons wat Spaanse woorden en geeft ons wat tips voor ons verdere verblijf. Het Goudmuseum en de Monserrate zijn beiden een must, dat hebben we inmiddels wel begrepen. Het is beregezellig in de taxi en Jefer heeft een goede muzieksmaak, dus de tijd vliegt om en we zijn zo weer  “thuis”. Jefer zet ons bij Unicentro af,  want de kids hebben nu toch wel zin om nog even naar MacDonalds te gaan. Van daaruit is  het maar een paar minutjes lopen naar het hotel.

We zijn het met z’n allen eens: dit was weer een zeer geslaagde dag!