Geloof, schepping, evolutie en karma

20150805_135937

Vraag je je wel eens af, hoe het leven op aarde is ontstaan? Hoe het komt dat jij bestaat? Dit was gegeven ogenblik in mijn leven een belangrijke vraag voor mij, toen ik een dikke dertig jaar geleden als atheïst met het geloof in aanraking kwam.
Dus ik ging denken: Ik besta. Ik heb een bewustzijn. Ik ben ik. En niet de ander. Hoe kan dat? Hoe kan zo’n bewustzijn evolutietheoretisch zijn ontstaan? Waaróm zou zo’n bewustzijn evolutietheoretisch zijn ontstaan? Daar is toch geen enkele reden voor? Wat zou het doel daarvan dan moeten zijn?
En ik dacht verder: Als mijn vader mijn moeder niet had ontmoet, was ik niet geweest. Toch? Was het feest gewoon niet doorgegaan. Ik was nooit geboren! Als mijn ouders beiden niet toevallig op die avond naar diezelfde bijeenkomst waren geweest, als mijn moeder niet toevallig in de rij voor mijn vader was gaan zitten… Als mijn vader niet tegen het tasje van mijn moeder had aangeschopt…. Als de dokter “toevallig” niet had geconstateerd dat mijn moeder onvruchtbaar was, zodat ze geen voorbehoedsmiddel namen… Die bewuste dag, dat bewuste moment… Maar er is veel, veel meer. Als mijn ouders niet op dat moment met elkaar waren geweest, toen ik verwekt werd, als niet net dat ene zaadcelletje uit de 100 à 200 miljoen zaadcellen op dat ene eitje was gestoten… Toeval op toeval op toeval op toeval….???? En ik doe maar een piepkleine greep uit alle toevallen, die ertoe geleid hebben, dat mijn ouders elkaar ontmoetten. Je kunt tot in het oneindige doorgaan. Maar mijn ouders hadden ook nooit bestaan (wat toch ook wel een voorwaarde voor mijn existentie is), als mijn grootouders op dat moment elkaar toevallig (???) niet hadden ontmoet en hun ouders… en diens ouders…. tientallen generaties… duizenden jaren terug, als al die mensen niet net op dat ene moment elkaar hadden ontmoet, op net dat ene moment met elkaar seks hadden gehad, op dat ene moment dat ene zaadcelletje uit 100 à 200 miljoen zaadcellen dat ene eicelletje had ontmoet….. Ik was gewoon NIET geweest!. Om gek van te worden, hoeveel toevallen er geweest moeten zijn om mij tot stand te laten komen! Biljoenen? Triljoenen? Bestaat er überhaupt wel een getal om dit uit te drukken???!!!! Krankzinnig en onmogelijk!20150805_135929

Nee, ik móest zijn. Iemand heeft mij tot leven geroepen. Ik kan er geen andere verklaring voor bedenken. Er moet iets of iemand zijn die dat geleid heeft. Misschien is het wel zo dat op het moment dat een kind verwekt wordt, dat God daar dan een persoonlijkheid in plaatst of zo. Ik weet niet. Het moet wel. toch? Maar dat er een macht is die daar op enigerlei wijze de hand in heeft. Dat is de kern van mijn geloof en het enige dat voor mij vaststaat. Nee niet het enige, want behalve dat, geloof ik dat die kracht, die mij tot leven heeft gewekt, liefde is. En dat is een overtuiging die in mij leeft, die ik dan weer moeilijker kan bewijzen. En misschien komt dat omdat ik in liefde ben opgevoed, door liefdevolle ouders, dat is natuurlijk vrij subjectief. Je mag voor jezelf invullen of je het hiermee eens bent. Ik heb wel geleerd, in de loop van mijn leven, dat liefde het hoogste goed is. Dat liefde alles kan overwinnen en dat liefde sterker is dan wat dan ook in de wereld. Ik geloof dus in een hogere macht en ik geloof in liefde. En als ik die twee met elkaar verbind, dan kom ik tot de conclusie, dat er een macht is die mij tot leven gewekt heeft (“geschapen”) heeft en die liefde is. Dat is een fijn geloof. Ik ben daar blij mee.

20150809_134457Ik heb ook een idee over het ontstaan van de mensheid, uitgaande van die hogere macht, die scheppende kracht heeft. De evolutie zegt, dat er een oerknal heeft plaats gevonden, maar kan niet verklaren, voor zover ik weet, hoe die oerknal precies is ontstaan, want je zit altijd met het probleem dat er uit het niets iets moet ontstaan. Maar dat kan niet. Dus dat die macht, waar ik in geloof, er altijd al is geweest, is aannemelijker dan dat het universum ontstaan is uit het niets. Het moet zo zijn dat wij met ons begrensde menselijke brein het ontstaan van het universum niet kunnen begrijpen. We leven in een bepaalde dimensie en kunnen alleen binnen die dimensie denken, terwijl er buiten ons meerdere dimensies zijn. Net zoals een vlieg in zijn dimensie leeft en totaal geen weet heeft van de dimensie waarin de mens leeft. Een vliegenbrein laat dat gewoon niet toe. Wij zijn dus begrensd in ons begrip, gevangen in onze eigen dimensie. Wij kunnen niet begrijpen, dat de almacht er altijd al is geweest. Wij begrijpen “eeuwigheid” niet. Maar dat wil nog niet zeggen, dat die niet bestaat. We weten uit onderzoek in het universum, dat eeuwigheid en oneindigheid bestaat, al kennen wij die niet in onze wereld

Na de oerknal ontstonden er uit organisch materiaal organismen. In organisch materiaal zit – in tegenstelling tot anorganisch materiaal – leven. Waar komt dat leven vandaan? Dat kan alleen van de Almacht komen. Is dat de “ruach” (God’s adem, die hij de mensen inblaast), waar in het Oude Testament over gesproken wordt? Ik hou het voor zeer waarschijnlijk. God’s levensadem. Volgens de “wetenschap” ontstond het leven in het water. Ook volgens de bijbel begint het eerste leven in het water. Organismen evolueren in hogere organismen. Ik ga hier even niet dieper op in. Ik ben hier ook geen expert in. Maar de vissen evolueerden over amfibieën in reptielen in landdieren. Aan het “einde” van de evolutie vinden we de mens. Ook in het scheppingsverhaal in de bijbel staat de mens aan het einde van de ontstaansketting. De zesde dag. Schepping van de mens. Wat onderscheidt de mens van het dier? Mensen hebben een moreel bewustzijn, zij weten het verschil tussen goed en kwaad. Dieren niet. Als een dier een ander dier doodt, dan spreek je niet over een slecht of kwaad dier. Het is de natuur, het is instinct. Maar de mens weet, kent het verschil tussen goed en kwaad, dat onderscheidt hem van het dier. (zie Harold Kushner: Hoe goed moet een  mens zijn? En Marianna Frederiksson: Het boek Eva). Dit is volledig in overeenstemming met het scheppingsverhaal in Genesis: Adam en Eva aten van de boom van kennis van goed en kwaad: hun ogen werden geopend, ze zagen dat ze naakt waren. Dit is een metafoor voor hoe een wezen (de mens)  van het dierrijk overging in het mensdom: de mens werd geboren op het moment dat hij een moreel bewustzijn ontwikkelde: de kennis van goed en kwaad, het onderscheid kunnen maken tussen wat goed en slecht is. De mens is geboren!  Ook al wordt dit ontwaken van een moreel bewustzijn in Genesis beschreven als iets slechts, iets dat door de “Satan” bewerkstelligd is, ben ik ervan overtuigt, dat het iets is, wat van begin af aan God’s bedoeling was. Anders waren we immers dieren gebleven. Degene die het scheppingsverhaal heeft geschreven, moet geïnspireerd zijn geweest door God, hoe heeft hij anders de evolutie en het overgaan van het dierenrijk in het mensdom kunnen weergeven? Maar, zoals we dat overal in de Bijbel tegenkomen, beschrijft hij het geheel natuurlijk vanuit het Godsbeeld van zijn tijd. Zo zie ik de verhalen van de bijbel: geïnspireerd door God, maar geschreven door mensen in hun tijd, met hun achtergrond, cultuur en godsbeeld.20150805_142136

Maar even terug op dat in leven roepen van mij. En dat geldt voor jou, de lezer. natuurlijk precies zo. Waarom heeft God jou, mij, in leven geroepen? Ik weet het niet precies – dat is iets waar ik nog over na moet denken – maar omdat hij liefde is wil hij, dat jij gelukkig bent en omdat hij van alle mensen houdt – want hij is liefde – wil hij ook dat alle mensen gelukkig zijn. Dus gelukkig zijn betekent anderen gelukkig maken. Geniaal toch? Er is geen hoger geluk, dan om een ander gelukkig te maken. Maar om een gelukkig mens te zijn moet ik rust hebben in mezelf, een “heel” mens zijn. Een “waar” mens. God heeft hier een voorbeeld voor gegeven in mensen zoals Jezus. Om zo’n “heel” of “waar” mens te worden, moet je een ontwikkeling doormaken, dat wil zeggen steeds meer God’s liefde kunnen ervaren en doorgeven.  Een persoonlijke ontwikkeling doormaken. Iedereen heeft zo zijn zwakheden, waar hij mee aan de slag moet. Mensen die in reïncarnatie geloven, noemen het karma. Ook een interessante zienswijze. Zou het mogelijk zijn, dat je meerdere levens krijgt om jezelf te vervolkomen…?
Ik ben blij dat ik de dogmatiek heb verlaten en vrij ben om alles te gaan onderzoeken.. Een spannende zoektocht!

Over het egoïsme van de kinderwens en het aantrekken van Gods leefregels

2016-06-03 20.40.31 (2)Kennen jullie het verhaal van Hanna?
Ik zal het jullie vertellen, het is een oud verhaal:

Elkana heeft twee vrouwen, tegenwoordig vinden we dat niet meer kunnen, maar goed, vroeger was dat nou eenmaal blijkbaar zo in bepaalde culturen. De twee vrouwen heten Hanna en Peninna. Peninna heeft kinderen, maar Hanna niet.
Elk jaar maakt Elkana met zijn twee vrouwen en zijn kinderen een reis. Ze gaan dan naar de tempel in Silo, geen idee waar dat is en dat doet er nu even ook niet toe. Ze gaan er in ieder geval naar toe om te  bidden en – zoals ze toen deden – een dier te offeren.

Het is duidelijk, dat Elkana meer van Hanna houdt dan van Peninna.  Je kunt je wel voorstellen war er gebeurt: Peninna wordt stinkend jaloers: constant treitert ze Hanna met haar kinderloosheid.
Hanna raakt daardoor helemaal overstuur  en kan geen hap meer door haar keel krijgen.
Als dat weer eens gebeurt, wil Elkana van Hanna weten, wat er aan de hand is. Hij probeert haar te troosten: “Je hebt mij toch? Ik ben toch veel meer waard dan tien kinderen?”
Maar het helpt niet. Na het eten gaat Hanna naar de tempel en al huilend gaat ze bidden en belooft God, dat, als ze een zoon mag krijgen ze hem af zal staan om in de tempel te werken.

Eli, de priester, ziet haar bidden en spreekt haar aan. Hanna vertelt hem van haar verdriet en Eli verzekert haar, dat God haar wens zal verhoren. Hannah fleurt daar weer helemaal van op.

En ja hoor! Hannah raakt in verwachting  en krijgt een zoon. Ze noemt hem Samuel.
Het volgende jaar gaan ze weer naar Silo, maar Hanna vindt het kind nog te klein om af te staan, pas als hij van de borst af is, wil ze hem weggeven.
Elkana vindt dat prima.

Dus Hanna geeft Samuel de borst totdat het niet meer nodig is. Dan brengen ze Samuel naar de tempel.
Hanna ziet haar zoon vanaf dan nog maar 1 keer per jaar. En elk jaar neemt ze een manteltje voor hem mee.

(Dit verhaal kun je vinden in 1 Samuel 1: 23-28, 1 Samuel 2: 18-19)

blog02Het egoïsme van de kinderwens
Ik kan er niets aan doen, maar ik vind Hanna’s wens om een kind te mogen krijgen heel egoïstisch: ze wil een kind, omdat ze gepest wordt, om evenveel “waard” te zijn als haar rivale. Mooi motief is me dat!
Het lijkt haar niet eens in eerste instantie om het moeder-zijn te gaan, maar meer om haar rivale de mond te kunnen snoeren.
Is het niet super egoïstisch van Hannah om een kind te willen, omdat ze geplaagd wordt met haar kinderloosheid?
Het lijkt eerder een soort wedstrijdje.
En moet je nagaan:  Hannah wordt vaak als de ultieme moeder neergezet en ik vraag me af: is dat wel zo? Uiteindelijk wilde ze alleen een kind om ook trots te kunnen zijn en niet meer gepest te worden en blijkbaar wilde ze het kind zelf niet eens, want ze staat het daarna ook net zo makkelijk weer af. Het gaat haar er puur om te kunnen zeggen, dat ze ook een zoon heeft.

Maar zo nadenkend over de motieven van Hanna, vroeg ik me af – en dat heb ik wel eens eerder gedaan, want ook ik had die kinderwens – wat dan normaalgesproken motieven zijn voor het moederschap.

thinking-smileyWaarom willen wij kinderen?
Waar komt überhaupt de wens vandaan om kinderen te willen? Als je zelf kinderen hebt, denk er eens over na waarom je ze wilde, als je ze al wilde? Is het niet een soort instinct in de mens om te willen zorgen? Om een gezinnetje te kunnen zijn, om moeder of vader te kunnen zijn? Of om later niet in je ouderdom zonder kinderen te blijven, die – hoop je dan – af en toe naar je omkijken? En was dat niet vroeger vooral ook een reden om kinderen te “nemen”? Zodat er op je oude dag voor je gezorgd wordt?

Misschien ben ik wel een beetje erg nuchter, maar ik ben daarin nogal eerlijk tegen mezelf. Als ik bij mezelf naga, waarom ik nou zo graag kinderen wilde, dan kan ik dat niet eens goed beantwoorden. Ik weet alleen maar dat het een gevoel was, dat ik het gewoon heel graag wilde. Sommige mensen zeggen wel eens: wat goed van jullie dat jullie hebben geadopteerd! Alsof je een nog nobeler mens bent als je adopteert, want dan help je toch een kind uit een arm land om hier een mooie toekomst op te bouwen, maar – eerlijk – ik had  geen nobele drijfveren ofzo. Ik wilde nou eenmaal zo graag een kind. Dan maar van een ander.
En ik denk dat dat bij de meesten wel zo is.

Wat is er dan nobel aan om een moeder te willen worden? Per definitie is er dus ook niets bijzonders aan, het gaat er eerder om wat je er daarna mee doet, hoe je je moederschap invult. En hierin kunnen we zeker wat van Hannah leren.

blog 01Het fenomeen ouderschap
Op het moment dat dat kind er is (misschien en waarschijnlijk al, als het in je groeit, maar daar kan ik niet over meepraten), verandert er iets heel wezenlijks. Als je een kind krijgt verandert je leven van het ene ogenblik op het andere, want je draagt die verantwoordelijkheid en het kind gaat de eerste plaats in je leven innemen. Je moet er rekening mee houden, je leven erop inrichten, je moet zelf een flinke stap achteruit zetten. Van egoïsme geen sprake meer!

Zo ook bij Hanna. Dat ze het kind niet gelijk na de geboorte weggeeft, maar het eerst nog bij zich houdt zou aanleiding kunnen zijn om te denken, dat ze het niet af wil staan, dat ze zit te rekken. Maar dat is niet zo, want voor haar maakt dat het afscheid juist alleen maar moeilijker. Voor een baby echter is het zo belangrijk om zich langzaam los te kunnen maken van die ander, met wie je zolang één bent geweest. Om te kunnen wennen aan het idee dat je een eigen individu bent.

Hannah moest haar kind loslaten. Maar moet dat niet elke ouder? Vanaf dat het kind op de wereld is begint het proces van zich losmaken van de ouders en voor de ouders het proces om het kind te laten gaan. Stukje bij beetje. Kruipend, lopend, fietsend, auto rijdend… Met vaak een crisis in de puberteit en een spits als ze het huis uitgaan. Maar als het goed is, blijft er altijd een band. Ik heb ook wel eens horen zeggen, dat de band dan juist hechter wordt.

Het manteltje en zijn betekenismantel
Voor Hannah begint dit loslaten veel eerder dan voor de meeste moeders. Ze staat haar kind af voor de dienst in Gods heiligdom als Samuel nog heel klein is, maar ze blijft haar moederrol vervullen. Eén keer per jaar ziet ze haar zoon, mag ze hem opzoeken in het heiligdom. Hoe het contact precies verloopt weten we niet, het enige wat we te weten krijgen is, dat zij elk jaar een manteltje voor hem maakt.
Ik vroeg mij af waarom dit manteltje zo specifiek genoemd wordt. Het moet een hele speciale betekenis hebben!

Stel je voor je bent Hanna!

Eén keer paar zie je je geliefde zoon. Zou je niet het hele jaar daar mee bezig zijn? Je bent een moeder, dus je wilt zorgen, maar het enige wat je kunt doen is dat ene kledingstuk voor hem maken. Hoeveel tijd, energie en liefde zou je daar wel niet in steken! Het is het enige wat je voor hem kunt doen! Het manteltje moet zó mooi zijn en vooral ook fijn zitten! En je strijkt de bezigheid over het hele jaar uit, al toelevend naar dat moment dat je  hem weer in je armen sluiten kunt.

Maar er doet zich een heel groot probleem voor:

HOE KUN JE OOIT WETEN HOE GROOT HET MANTELTJE MOET ZIJN???

Want: Hoeveel zou hij in dat jaar gegroeid zijn? Geen idee! Skype e.d. bestond niet in die tijd.

En het is toch echt wel belangrijk dat het comfortabel zit, want je wilt toch dat hij het draagt en zich er goed in voelt. Het mag dus echt niet te klein zijn. Maar te groot is ook vervelend, als het zo om je lichaam heen slobbert en de mouwen een halve meter te lang zijn. Het moet zó gemaakt zijn, dat het lekker zit, maar dat hij er ook nog in kan groeien.

Het manteltje: zinnebeeld van moederlijke liefde en bezorgdheid
We zien hier wat voorbeeldig ouderschap inhoudt: het manteltje kunnen we als zinnebeeld zien voor de warmte en geborgenheid,  die je als ouder geeft, maar wel passend, het moet warm zijn, op het kind aangepast, maar tegelijkertijd ook groot genoeg, zodat het kind kan groeien. En daarmee bedoel ik in dit geval niet lichamelijk groeien, maar in geestelijk opzicht.

Het manteltje, als het kader dat je je kinderen meegeeft, de waarden en normen, waarbinnen jij zou willen zien dat zij zich bewegen, zonder dat het hun ontwikkeling belemmert. De ouder als liefdevolle begeleider en hulp om het kind zijn eigen identiteit te laten vinden. En dat is een hele opgave!


Het aantrekken van Gods leefregels
Hierin zie ik ook hoe God met ons omgaat: Als een liefdevolle ouder, die ons een kader geeft, waarbinnen Hij graag wil dat wij ons bewegen, omdat Hij weet, dat het dan goed met ons gaat, dat we ons dan goed en gelukkig voelen en waarbinnen we ook de vrijheid hebben om mens te zijn en onze eigen wegen te gaan. De mantel als Gods liefde en geborgenheid, waarin wij ons mogen hullen, maar die niet benauwend of 2016-06-04 19.09.33beknellend is, maar de ruimte geeft om onze eigen persoonlijke groei te mogen doormaken.

In principe heeft God na de “zondeval” de navelstreng doorgeknipt en ons losgelaten. De mens ging kruipend, lopend, fietsend, auto rijdend verder. We werden vrij om onze eigen weg te kiezen, maar hij gaf ons een mantel mee : de 10 geboden, de leefregels, die wij aan mogen trekken. Zij zijn het kader waarbinnen wij ons mogen bewegen en die Jezus samenvatte in die ene zin: ‘Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand en heb uw naaste lief als uzelf.’
Als ik zie hoe ik in de loop van de tijd anders met die leefregels ben gaan leven en als ik zie hoeveel vrijheid er is in hoe je ze naleeft en hoe je ze interpreteert, dan zie ik daarin ook heel veel ruimte. Niet beknellend dus, maar wel een duidelijk kader gevend, waarbinnen God wil dat je je veilig voelt, waarbinnen iedereen in  de maatschappij zich veilig kan voelen. Want als iedereen die mantel zou aantrekken, die leefregels zou houden, zouden we Gods koninkrijk op aarde met elkaar kunnen realiseren.

Die vrijheid, die God ons geeft, zo zouden wij ook met onze medemens om moeten gaan, dat we ze op Gods liefde wijzen, maar ze niet allerlei door mensen bedachte regels en dogma’s opleggen, waardoor ze zich benauwd gaan voelen. Dat doet God toch ook niet? Waarom zouden wij het dan doen?

En als we van God getuigen, moet dat altijd op een positieve manier zijn, met liefde en met de ruimte en vrijheid voor iedereen om een eigen weg daarin te ontdekken en te volgen!