Dag 6: Otavalo en feesten in een chiva

PhotoGrid_1500850311452.jpgVandaag gaan we naar Otavalo. Vanaf Quito is dat het een reis van 2 uur, maar om bij het busstation te komen, neemt al ongeveer een uur in beslag. Het is half negen in de ochtend als we naar de trolley-halte lopen. Vroeg in de ochtend dus, maar de zon staat al zo hoog, als het bij ons ’s middags midden in de zomer nog niet het geval is. Dat is best een vreemde gewaarwording. Op het busstation zoeken we het loket, waar je tickets voor de bus naar Otavalo kunt kopen. Elke trip heeft een eigen loket en de mannen, die de kaartjes verkopen prijzen uit hun loket hun bestemming aan, alsof ze op een marktkraam staan. Lol. “Misschien zijn veel mensen nog analfabeet en kunnen niet lezen wat er boven het loket staat” opper ik. Dat lijkt ons een logische verklaring. (intussen even gegoogeld: “Ongeveer 14% van de volwassen bevolking is analfabeet, maar op het platteland en onder de indiaanse bevolking ligt dit percentage aanzienlijk hoger.”)
De bus naar Otavalo is luxe, de rit door het Andes-gebergte is prachtig. Ik geniet met volle teugen. Helaas krijgt Carmen verschrikkelijke pijn in haar oren, waarschijnlijk doordat we met vrij grote snelheid afdalen en ze nogal verkouden is. Het is erg vervelend, ze eet kauwgom, maar het zakt nauwelijks af. Als klap op de vuurpijl wordt ze ook nog eens door een beest in haar buik gestoken. We raken lichtelijk in paniek, want Carmen reageert soms nogal allergisch op insectenbeten. Ik neem een foto van het beest, een bij zo te zien en we houden de plek op de buik in de gaten. Gelukkig valt het allemaal mee, hij heeft niet doorgestoken.PhotoGrid_1500850481908.jpg
Na ongeveer anderhalf uur arriveren we in Otavalo. We lopen naar de binnenstad, waar een hele grote markt met groenten, fruit en artesanias is. We weten, dat je nooit de prijs moet betalen, die gevraagd wordt. Er staan ook geen prijzen op de producten. Ik wil graag een mooi wandkleed voor in ons nieuwe huis kopen, een sjaal en een rugzak. We zien een stand met leuke sjaals. We vragen naar de prijs. 9 dollar. We bieden 4 en komen uiteindelijk op 6 uit. Een derde eraf. Dat ging makkelijk. Te makkelijk. Waarschijnlijk hadden we nog wel meer af kunnen dingen. We kopen nog meer spulletjes en gaan steeds scherper handelen. Meestal als je je laagste prijs zegt en je loopt weg, doen ze het toch nog. Zo is een vrouw beetje pissed, omdat we voor een zilveren kettinkje niet meer dan 20 dollar willen geven. Als we zeggen “Dan laat maar” en weg willen lopen, geeft ze toch toe. Ik krijg het kettinkje van Carmen nog voor mijn verjaardag. Ik zie een prachtig wandkleed. Het moet 23 dollar kosten, we weten het naar 16 dollar te handelen. Inmiddels gaan onze magen wel rammelen. We gaan in een klein restaurantje iets eten. Stel je een snackbar voor, maar dan poverder en je krijgt er een hele maaltijd met een stuk kip, rijst een stuk avocado, een halve aardappel en heel piepklein beetje salade en een ondefinieerbaar sausje erop voor 2 dollar. “Ik hoop, dat je er niet ziek van wordt” zegt Carmen, dat hoop ik ook. Het smaakt in ieder geval lekker. We slenteren nog wat over de markt. Een man met een soort houten kruiwagen verkoopt cocosnoten. Carmen koopt er één. De man slaat de kop eraf en geeft ons twee rietjes. Hmmm heerlijk.
Ik heb nog steeds geen rugzak gekocht, wel een hele leuke gezien. Het is een stoffen rugzak met leer afgewerkt. We gaan naar één van de kraampjes waar ik er één heb gezien. Ze zijn al aan het inpakken en spreken ons niet eens meer aan. Blijkbaar hebben ze al genoeg verkocht. De rugzak moet 23 dollar kosten. We handelen. De verkoper gaat niet lager dan 15 dollar. Okee, dat is dus echt de bodem. We gaan bij een ander kraampje met dezelfde rugzakken kijken. Exact dezelfde rugzak, alleen andere kleur. Moet 25 kosten. Oef, nu moet ik van 25 naar 15 handelen, want ik wil niet met hangende pootjes naar die ander terug. Het wordt een hele onderhandeling. De verkoper wil niet lager dan 17. Ik koop hem uiteindelijk voor 16. Ik wil hem toch wel heel graag en als dit echt zijn scherpste prijs is, loop ik hem anders straks toch nog mis. Blij met onze spulletjes lopen we weer richting busstation. We zijn moe en dutten bijna de hele terugweg. We moeten drie keer overstappen. Van de bus weer in de trolley. In de overdekte trolleyhalte staat en dronken man tegen de glazen wand aangeleund en loert voortdurend naar Carmen. “Als hij me aanraakt, geef ik hem een pof op z’n neus” zegt ze. Anders ik wel. Er komen meer mensen. Een andere man, een vrouw met een kind. De dronken man spuugt op de grond. Wij negeren het maar de vrouw slaakt een kreet van afschuw en verontwaardiging. Ze trekt het kind met zich mee en loopt weg. Even later komt ze met een beveiliger terug. De vrouw slaat haar armen beschermend om haar kind heen. De beveiliger spreekt de dronkaard aan, wijst op de plek op de grond en vraagt hem waarschijnlijk om de halte te verlaten, maar de man wil niet. De bewaker pakt hem bij de arm, maar de man verzet zich en wordt door de ambtenaar met geweld meegesleept. De vrouw drukt zich met haar kind vol afgrijzen en met veel misbaar tegen de wand aan. Wat er verder gebeurt ontgaat ons, omdat de trolley stopt en we in moeten stappen. “Ik vind het wel zielig voor die man” zegt Carmen “hij deed niets”. Dat klopt. Blijkbaar wacht men hier niet tot er echt iets gebeurt.
Na een totale reistijd van ongeveer 3 uur zijn we weer thuis en gaan ons klaar maken voor het feest, dat om half negen begint.

En dat is niet zomaar een feest! Het is een feest in een bus, een chiva.
We moeten haasten om op tijd te zijn. We halen wat te drinken in het winkeltje naast onze woning en stiefelen dan richting het aangegeven adres. Het gaat tegen de helling op en Carmen heeft aardig de tred erin. Ik ben al kapot als ik aankom. Carmen appt dat we er zijn en het meisje, dat ons had uitgenodigd doet de deur open. We lopen naar boven en betreden een appartement, waar muziek is en een hele club met jongelui. Carmen en ik worden door iedereen welkom geheten met een korte omhelzing en een kus op de wang. Er lopen een paar blonde lange jonge mannen. Ik ben verbaasd. Er zijn sowieso veel buitenlanders. Carmen kent maar twee mensen: Juanito en Ale. We praten een hele poos met Juanito en een vriendin van hem. Super aardige mensen. Ik krijg gelijk een mixdrankje met wodka in mijn hand gedrukt. Kort daarna Cola-rum. Oef! Ik ga even een beker water pakken. Terwijl ik mijn beker vul, hoor ik twee jongens Duits praten achter mij. Ik spreek ze in het Duits aan en klets een poosje met ze. Er schijnt hier een hele club met Duitsers te zijn. lol! Het appartement blijkt van een Duits meisje te zijn en zij geeft dit feestje omdat ze jarig is. Daar kom ik ook pas in de loop van de avond achter, trouwens.
Om een uur of tien moeten we allemaal naar beneden. De chiva is er! Een oude traditionele bus, die helemaal leeg gemaakt is. Alleen aan weerszijden zijn er smalle houten banken, die echter niet gebruikt worden om te zitten. De chauffeur zit onzichtbaar achter een grote plaat verscholen en in een hoek achter de chauffeur staat de dj. De chiva is versierd met ballonnen. We betalen ieder vijf dollar en stappen in. Iedereen krijgt een fluitje in de hand gedrukt. De dj speelt keiharde Latijnamerikaanse muziek en de bus gaat rijden. PhotoGrid_1500850580670.jpgWe rijden door nachtelijk Quito al dansend op heerlijke muziek. Dat is wel wennen en in het begin hou ik me dan ook aan het touw, dat onder het plafond gespannen is, of aan een van de stangen vast. In de loop van de rit durf ik los te laten. Als de bus stopt is het zaak, om je zo snel mogelijk weer vast te pakken. Af en toe drukt de dj iemand een plastic fles met warme “Candelasso” in de hand, een zoet, sterk drankje, dat dan onder de dansende jongelui verdeeld wordt. Iedereen krijgt een klein plastic bekertje. Maar je kunt je wel voorstellen, dat dat drankje regelmatig over de rand van de beker zwiept, zeker als je bedenkt dat de straten van Quito vol gaten en hobbels zit. Naast de moeilijkheid om dansend in de hobbelende bus verticaal te blijven, dient zich nu het probleem van een glibberige vloer aan. Maar geloof het of niet, ik ga niet één keer onderuit. De bus is open, er is alleen een soort van traliewerk aan beide zijden, achter is hij helemaal open. Dat is heerlijk, omdat er zodoende frisse lucht binnenkomt. Toch krijg ik het al snel zo warm, dat ik mijn jasje uit doe. Tijdens het dansen kun je genieten van het prachtige Quito met zijn verlichte kerken en prachtige gebouwen.
Ik ben blij dat ik al wekenlang op Spotify “Baila Reggaeton” luister. Ik ken alle liedjes en kan in ieder geval het refrein meezingen. Ik doe kalm aan met de candelasso.
Het is ontzettend gezellig en iedereen, zonder uitzondering danst. Er is een jongen, met wie ik al eerder op de avond gesproken heb. Hij doet heel vreemd, ik snap niet goed wat er met hem is. Hij blijft steeds dicht in de buurt bij Carmen en mij, is niet onaardig, maar heel raar. Hij kijkt een beetje loederig uit zijn ogen en heeft een vreemd trekje met zijn schouder.
Gegeven ogenblik stopt de bus en iedereen moet eruit. De “reina”, de koningin van de avond, het Duitse meisje, dat jarig is, kiest vier stellen uit, die moeten dansen. Dan wordt het beste stel gekozen en zij krijgen een prijs. Carmen danst met Juanito. Ze dansen zo geweldig goed samen! Maar twee meisjes gaan er met de prijs vandoor. Ik raak aan de praat met een hele aardige Ecuadoriaanse jongeman, Daniel.
We dansen op het plein en doen gegeven ogenblik de “Macarena”, ook dat is onderdeel van het feest. Dan gaat de rit verder. We komen door de drukke binnenstad. De bus moet even stoppen voor een stoplicht of door een file, ik weet het niet. Er zijn veel mensen in de straat en ze juichen ons toe. Een aantal jonge mensen probeert de bus in te klimmen. We helpen ze naar binnen en ze dansen met ons mee. Na twee uur, het is inmiddels twaalf uur, stopt de bus. Het feest is afgelopen, maar we gaan nog naar een dancing. Carmen en ik gaan in een kroeg naar de wc, Juanito wacht op ons en samen zoeken we de anderen op. We komen een paar van “onze” club tegen. Van een Poolse jongen is het mobiel gestolen. Uit één van zijn voorste broekzakken! Hij staat er ontredderd en ontgoocheld bij. Balen!
We gaan naar de club waar de anderen al binnen zijn. Je moet je id laten zien. Carmen en ik hebben een kopie van ons paspoort mee. Dat is niet voldoende. De kopie zou op z’n minst in kleur moeten zijn, maar het lukt Ale om ons naar binnen te kletsen. Carmen bestelt een Cola en ik een water en we gaan op het balkon staan. Ik ruik wiet. Mijn blik wordt naar een stel jongeren getrokken. De rare jongen staat er met een aantal anderen te roken. Aaaah! Dat verklaart één en ander.

Carmen en ik vinden het eigenlijk wel mooi geweest zo. Juanito en Daniel zetten ons op de taxi en we laten ons naar huis rijden. Lekker douchen en naar bed. Wat een geweldige dag weer en wat een leuke nieuwe ervaring. Ik heb nog nooit een gaver feest meegemaakt!

 

 

 

Dag 5: Chillen en bijkomen

PhotoGrid_1500690521940.jpgIk sta vroeg op en ga de badkamer doen. Dan iets eten en achter mijn laptop. Als de dames wakker zijn haal ik broodjes voor ze in het kleine winkeltje hiernaast. We ontbijten samen en Jessy vertelt over haar werk als advocate. Carmen vertaalt. Dan moet Jessy naar werk en gaan Carmen en ik nog een beetje chillen. Carmen heeft slecht geslapen, dus ze duikt nog een uurtje het bed in en om een uur of drie gaan we shoppen. Ik koop twee shirtjes, we kijken nog een beetje rond, dan ben ik er wel klaar mee. We nemen weer de trolley richting huis en gaan bij de KFC iets eten. Heb ik zo’n zin in! Daarna een heerlijk softijsje op de vuist en we lopen weer richting huis.
Muziekje op de bluetooth speaker aan en samen de foto’s bekijken, die we tot nu toe gemaakt hebben. We hebben wierook gekocht, omdat het soms in huis een beetje onaangenaam naar riool ruikt. Ik prik een gat in een halve uitgedroogde limoen en steek het stokje er schuin in, een plank eronder en klaar is onze wierookhouder. Carmen loopt even de hele woning rond met de wierook, ze lijkt wel zo’n katholieke priester, maar er hangt nu wel een heerlijke geur in huis. Tenslotte gaan we  nog twee potjes éénendertigen. We gooien al onze 1-dollarcenten bij elkaar en delen ze, zodat ieder een stapel met munten heeft. Het eerste potje wint Carmen, het tweede potje win ik. Dan zijn we ook moe en kruipen in bed. Morgen willen we vroeg op, want we gaan naar de artesania-markt in Otavala, dus we willen niet al te laat slapen. Maar op straat is mega-herrie. Mensen zijn aan het feesten en roepen, we komen maar niet in slaap. We besluiten om in de kamer van het huisgenootje, dat er tijdelijk niet is, te gaan slapen. Die kamer ligt aan de binnenhof. Zo, zeg, dat scheelt. Hier is het heerlijk rustig. Ik val dan ook vrij snel in slaap.

 

 

Dag 4: City tour en secret garden

We hoeven niet vroeg op en liggen een hele poos nog in bed te kletsen. We hebben geen haast. We hebben een afspraak met Alejandro. Hij gaat met ons vandaag een city-tour doen en zou contact met ons opnemen, als hij zover was. Maar voorlopig zal dat nog niet zijn.
Het is heerlijk weer. We besluiten om naar een mooi park te gaan en nemen een taxi. Het is niet ver van “onze” woning, maar het gaat langs zulke steile wegen! Het lijkt wel alsof de auto loodrecht staat en achterover dreigt te kiepen! Carmen moet lachen. “In het begin vond ik het doodeng”. Ik snap het.PhotoGrid_1500660757967
Boven aangekomen kijk ik mijn ogen uit. Wat een schitterend uitzicht!!! Ik voel mijn longen, ben wat benauwd, dat heb ik af en toe, nu wat erger. Komt door de hoogte. Carmen is nog best verkouden en moet erg hoesten. We wandelen een beetje, gaan af en toe op een bankje zitten of op het gras liggen en kletsen wat. Al snel merk ik dat ik de zon uit moet, al heb ik me met factor 50 ingesmeerd. De zon schijnt bijna loodrecht naar beneden, we bevinden ons immer slechts 20 km van de evenaar op een hoogte van rond de 3000 meter op een onbewolkte zomerdag. Ik zeg tegen Carmen dat ik in de schaduw wil. “Ik wil niet rood worden en een Gringa in’t kwadraat worden” leg ik haar uit. We wachten tot het grote oranje “Quito”-standbeeld vrij is om er weer foto’s te kunnen maken. Net als we met onze fotosessie willen beginnen, appt Alejandro dat hij klaar is. PhotoGrid_1500661112936We maken een paar foto’s en rijden dan met een taxi weer naar beneden, de stad in. Daar ontmoeten we Alejandro. We lopen samen naar de grote Basiliek om de torens te beklimmen en boven van het prachtige uitzicht te genieten. Na een aantal stenen trappen, die goed te belopen zijn, gaan we via een houten hangbrug door het middenschip van de grote kerk naar de andere kant om daar de toren in te gaan. Het laatste stuk is geen stenen trap meer, maar bestaat uit een viertal smalle, steile,  maar wel hoge stalen trappen. Gelukkig zit er een soort ijzeren net achter, zodat je als je ertussen slipt niet de de dood vindt. Zou je je echter naar achteren laten vallen, ben je er alsnog geweest. Carmen wil ook naar boven, ondanks haar hoogtevrees. Ik vind het maar niks, maar ze wil persé: “Mijn verstand weet, dat er geen gevaar is” zegt ze moedig. Ik zeg niks terug. Mijn verstand zegt mij, dat er wel degelijk gevaar is. Maar de moeite loont: Het uitzicht is prachtig,  we kunnen ook het park zien waar we zostraks nog waren.PhotoGrid_1500662250244 We klimmen de smalle trapjes weer af en gaan via de hangbrug weer terug naar de andere kant, om één van de twee andere torens te beklimmen. Gelukkig wel via een stenen trap. “Dit uitzicht is veel mooier” zucht Alejandro, balend van de moeite die we ons moesten getroosten om in de andere, kleinere toren te komen. “Ja”, zeg ik, maar vanaf de andere toren had je een prachtig uitzicht op de twee grote torens. Hij knikt. Dat is ook weer waar.
Na deze inspannende en avontuurlijke bezichtiging besluiten we een hapje te gaan eten.
Alejandro weet een uitstekend restaurant. Het is een chique ding met Hollandse prijzen. Je moet in een ouderwetse lift naar boven. Een liftboy ontgrendelt de liftdeur en laat ons naar binnen. Hij vergrendelt de deur weer en de lift gaat omhoog. “Ik heb nog nooit in zo’n lift gezeten. Alleen in films gezien.” vertelt Carmen. Geldt voor mij ook.
We mPhotoGrid_1500662677406oeten weer wat trappen op (oef!) en komen op een schitterend dakterras met weer een prachtig uitzicht over Quito. We nemen plaats. Alejandro en ik eten biefstuk met pepersaus en salade, Carmen neemt lamsvlees. Het is heerlijk! We eten gezellig, kletsen geanimeerd en ik geniet van het uitzicht en het idee, dat ik toch echt in Ecuador op een dakterras met mijn dochter zit te eten. Na de lunch gaan we nog andere kerken bezichtigen en Alejandro geeft uitleg over de geschiedenis, over beelden, schilderijen en achtergronden. Super interessant! Carmen moet helaas gegeven ogenblik weg. Ze was een afspraak met de huurbaas vergeten om haar huur te betalen. Ze verlaat ons en Alejandro en ik lopen verder. Er is een straat met wel zeven kerken. Wat een pracht en praal.  “Je zult wel denken: wat een rijkdom in zo’n pover land.” Ja, die gedachte was inderdaad bij mij opgekomen. Maar dit
feit was me niePhotoGrid_1500663750209t onbekend en kom je in meer landen tegen. Alejandro slaat een kruis als we langs het altaar lopen en laat me dan een heiligenbeeld zien met daaronder een kleine kast met twee deurtjes. Hierin wordt de hostie bewaard. “Mensen zeggen, dat wij beelden aanbidden, maar eigenlijk aanbidden wij wat er in die kastjes zit en dat, wat het representeert.” Interessant, dat was nieuw voor mij!
Inmiddels is het tijd voor Alejandro om naar zijn engelsklas te gaan. Hij geeft namelijk in de avonduren Engelse les aan volwassenen. Het is nog een best stuk lopen en Alejandro is gegeven ogenblik tijdelijk de weg een beetje kwijt. We zitten al op de grote weg de “Guayaquil”. Nu nog de zijstraat “Oriente” vinden. Intussen is Alejandro definitief te laat voor zijn les. “No problem”, zegt hij. Zijn studenten zijn gewend dat hij drie kwartier te laat is. Vooral de dagen, dat hij naar ballet gaat. Lol!
We vinden de zijstraat en buigen links af. We komen lang de kapperszaak en de Venezolaanse en ik zwaaien weer naar elkaar. Dat is inmiddels vaste prik. Waar mijn dochter is, wil ze weten.  Oh die  is “a la casa” antwoord ik in perfect Spaans. Ik kijk Alejandro triomfantelijk aan. “I know people in Quito”, zeg ik tegen hem. “Ja ja, antwoordt hij. “Ik zag wel op facebook dat je naar de kapper bent geweest”. Ik werp hem een quasi vernietigende blik toe en gniffel in mezelf.
Thuis nemen we afscheid van Alejandro en bedanken hem voor de heerlijke dag.
We zijn KAPOT met hoofdletters. Carmen gaat haar lievelingsserie kijken, ik ga een uurtje slapen. Om acht uur willen we naar de “Secret garden”,  een cocktail bar.
Het is niet ver lopen, maar het is al donker. Ik moet van Carmen mijn mobiel en pinpas achter mijn bh stoppen. “Spulletjes verdelen, mams. Als er iets gebeurt ben je niet alles in ene keer kwijt.”
We lopen de cocktail bar binnen en klimmen een aantal trappen op tot we helemaal bovenin op het dakterras terecht komen. Op het terras zitten bijna uitsluitend “extranjeros”, buitenlanders. “Ik heb in Quito nog nooit zoveel gringo’s bij elkaar gezien!” zeg ik tegen Carmen.
We passeren de bar. Aan de linker kant staan tafels op een rij met plastic krukjes. Achterin nog een tafel met krukjes. Aan de rechter kant is een groot dubbel net gespannen, schuin naar beneden aflopend. Er liggen een paar jonge mensen in met biertjes in hun hand. Hoe chill is dit! Ik ben gefascineerd door het uitzicht. Wauw! Quito by night. De kerken zijn verlicht. Ik zie de basiliek met de drie torens, waarvan we er twee vandaag beklommen hebben. Ik zie het grote glazen gebouw op de berg aan de overkant, waar het park zich bevindt, waar we vanmorgen geweest zijn. PhotoGrid_1500663195256
“Waar wil je zitten mams? Of wil je in het net liggen?” Tuurlijk wil mams in het net liggen. We klimmen met onze cocktails het net in en gaan naast elkaar naar de sterrenhemel en het verlichte Quito liggen kijken, onderwijl nippend aan onze cocktails. Nou ja, Carmen nipt. Ik drink. En ik geniet! Ik gluur door de gazen van het net naar beneden. Je kunt door doorzichtige plastic platen tot helemaal beneden in het restaurant kijken. “Kijk, Carmen, daar helemaal beneden loopt iemand!”. Carmen kijkt voor zich uit. “Nou, als je het niet erg vindt, kijk ik niet, mams. Ik vind het al heel wat dat ik hier lig.” Oh ja, de hoogtevrees! Het wordt een beetje koud. Ik wikkel mijn omslagdoek om mijn benen en blote voeten. Carmen heeft sokken aan en probeert zich met haar sjaal een beetje warm te houden. Maar gegeven ogenblik wordt het toch te koud. We klimmen uit het net. Het is best hoog en je moet van de rand afspringen om weer op de grond te komen. We nemen nog een Caipirinha – hij is heerlijk – en gaan aan een tafeltje zitten. Jessie kan helaas niet meer komen, omdat er met haar werk iets tussengekomen is.
We zijn best moe en de cocktails hakken er wel in, dus we lopen weer richting huis. Iets later arriveert ook Jessie. Carmen staat onder de douche en als Jessie appt moet ik de deuren openmaken om haar binnen te laten. Wat een geklooi in het donker met al die deuren en sloten! Het grote hangslot dat aan de buitenkant van het stalen hek beneden hangt wil niet meewerken. Ik moet mijn handen door de tralies steken en de vijf verschillende sleutels uitproberen. Het slot werkt ook niet mee, want het glipt telkens uit mijn hand. Een moeilijke missie in het donker, maar uiteindelijk lukt het. Ik laat Jessie binnen en ga naar boven om te douchen en het bed in te kruipen. De meiden blijven nog even kletsen.
Wat een geweldige, heerlijke dag heb ik gehad!! Doodmoe zink ik zachtjes in een diepe slaap.

 

Dag 3: Troubles met de papeles

PhotoGrid_1500513454724Half zeven word ik wakker. De hoofdpijn is verdwenen. Ik probeer nog wat te slapen, maar het lukt niet echt. Dan maar opstaan. Ik laat Carmen lekker verder slapen. Ze voelt zich niet goed, is heel erg verkouden. Het licht in de badkamer heeft het nu helemaal begeven. Ik steek een paar waxinelichtjes aan en ga onder de douche. Het water is heel even warm, dan blijft de douche koud. Brrr. Ik ga er weer snel onder vandaan, poets mijn tanden, doe mijn lenzen in en ga in de keuken de vaat opruimen en het fornuis schoonmaken. Daarna achter de laptop, tot Carmen opstaat. Oei, die is helemaal niet fit! We ontbijten en gaan dan op pad. Ze moet naar de immigratiedienst of zoiets voor haar visum, zodat ze nog drie maanden langer blijven kan. Ze is er al eerder geweest. Bij de tramhalte kijk ze op de route.  “Los Flores, daar moeten we uitstappen” zegt ze. Ze is er al een keer met Jessica geweest. Voor de zekerheid vraagt ze het nog aan een personeelslid van de tram. Die geeft een andere halte. Ze vraagt nog een ander iemand, ook hij geeft die andere halte aan. Okee, dan gaan we daar. We stappen bij de bewuste halte uit en we gaan op zoek. Ze herkent niets en vraagt mensen op straat. Het is een vreselijk gezoek en we zijn inmiddels al te laat voor de afspraak. Eindelijk vinden we het. We gaan naar binnen en Carmen gaat naar het loket. Maar we zijn verkeerd. We krijgen een ander adres. Blijkbaar moeten we toch bij halte “Los Flores” zijn. Dus wij weer naar de tramhalte. Het is een vrij lange rit. We staan tussen twee wagons in en tegenover ons staat een klein jongetje van een jaar of vier met zijn iets oudere zusje. De kinderen kijken ons geïntrigeerd aan. Ik lach naar het jongetje. Het is een iets donkerdere versie van Danilo. Zo schattig! Het jongetje lacht terug en ook het meisje. Als ook Carmen naar de kinderen lacht begint het jongetje tegen haar te praten. Of het Engels is, wat wij praten? “Nee” zegt Carmen, “hollandais”. Daar hebben ze blijkbaar nog nooit van gehoord. Of we dan geen Spaans kunnen. “Jawel” zegt Carmen “Ik kan wel een beetje Spaans, maar mijn moeder niet.” De bruine ogen worden groot van verbazing. “Zeg tegen hem, dat ik pas twee dagen hier ben.” fluister ik Carmen beschaamd toe. Dat doet ze. Wat voor taal wij dan spreken, wil de kleine bijdehand weten. “Nou ja, hollandais”. Hij snapt het niet. Hoeveel talen Carmen spreekt vraagt hij. “Vier” zegt Carmen. “Nederlands, Duits, Engels en Spaans”. En de moeder? Ook vier “Nederland, Duits, Engels en Frans, maar geen Spaans.” Hij vindt het maar allemaal vreselijk interessant. Hij kruipt achter de stang, waar Carmen tegenaan leunt. Dan wordt hij en zijn zus door zijn vader geroepen en snel lopen ze naar hem toe. “Oei” zegt Carmen, “ik heb niet op de haltes gelet”. Gelukkig zijn we er nog niet voorbij en moeten we de volgende eruit.
Carmen herkent het hier. We gaan weer lopen, vragen onderweg nog een keer aan een man, die er loopt. Hij legt het uit en we gaan weer verder. Volgens Carmen moeten we de eerste weg rechts, ik had begrepen, dat we bij een soort splitsing af moeten. Ik blijk gelijk te hebben. Ha! “Told you!” roep ik triomfantelijk. Blij dat ik een beetje Spaans kon verstaan. Bij het ministerie legt Carmen uit dat ze alle papieren heeft, alleen online iets niet kon invullen, omdat de site niet werkte. Men weet van het probleem. Ze moet even in het internet café nog een keer proberen. Het internet café ligt ernaast. Het is een winkeltje met artesanias (souvernirtjes) en drie computer. Maar de site werkt nog steeds niet. Dus weer terug naar het ministerie. De meneer aan het loket geeft haar een adres van een vestiging waar ze naar toe moet om het probleem uit te leggen. Neeee!!!! Dat is het adres waar we al geweest zijn. We zijn er eigenlijk helemaal klaar mee. Vooral Carmen, die zich helemaal niet goed voelt en het liefst naar huis wil en in bed kruipen. “Maar Carmen, laten we dat nog doen, anders moet je weer een andere keer terug.”
We besluiten om even in het grote park aan de overkant uit te rusten, we zouden daar sowieso vandaag nog gaan wandelen, alleen heeft het gedoe met de papieren alle tijd opgeslokt. Bij een kraampje kopen we iets te eten: Een bakje met bonen, gebakken maiskorrels, uit, tomaat en gebakken banaan. Apart, maar wel te eten. En gezond. Daarna gaan we ieders op een bankje liggen om uit te rusten.  Het is niet meer zonnig, maar wel heel aangenaam weer. PhotoGrid_1500513060852.jpg
Als we weer een beetje bijgekomen zijn, doen we een fotoshoot en zoeken daarna weer de tramhalte op. Probleem is wel, dat we niet weten, welke richting we opmoeten. We zien door de bomen de bergen niet. We lopen dezelfde weg terug en spotten gegeven ogenblik de bergen weer en vinden onze weg naar de tramhalte.
Als we uitstappen twijfelen we even, welke kant we op moeten, maar we volgen Carmen’s intuïtie en die schijnt te kloppen. We komen langs een koffiezaak en besluiten om op de terugweg daar een kop koffie te gaan drinken. Aan het loket willen ze Carmen weer afwimpelen, maar ze blijft beslist. De site werkt niet en straks zeggen ze dat ze het visum eerder aan had moeten vragen, terwijl het toch niet haar schuld is. De man zegt, dat ze thuis moet blijven proberen en als hij het niet blijft doen de 26e of 27e terug moet komen. Pffff… wat een toestand. En wij denken, dat Nederland bureaucratisch is!
We gaan een kopje koffie drinken en nemen er een muffin en een brownie bij en gaan dan weer naar huis. We zijn er helemaal klaar mee!
Maar we moeten ook nog de was ophalen bij de wasserij. Het zaakje ligt wat verder de helling op. Oef, de beentjes zijn nou wel moe geworden. De was moet nog opgevouwen worden. We helpen. Met z’n drieën vouwen we de was op en Carmen kletst met het vrouwtje. Of ik haar mamita ben, wil ze weten. Carmen beaamt het. We lijken op elkaar zegt het vrouwtje, alleen moeder is wat witter. Ja knikken we. “Ik heb even geen zin om het uit te leggen. Ben te moe” zegt Carmen zachtjes. Snap ik. Dus we laten het zo. Met twee grote plastic zakken met schone was slenteren we weer richting huis. Als we langs de kapper komen zwaaien de Venezolaanse en ik weer naar elkaar.
Thuis gaan we lekker chillen en uitrusten en dan gezellig vanavond naar de ladiesnight. Leuk, ik heb er zin in. We overleggen, wat we aan zullen doen.
Helaas is Marion, de vriendin van Carmen, met wie we samen zouden gaan, ziek. Balen! Met z’n tweeën is niet zo leuk. “Misschien moet het wel zo zijn, meis” zeg ik tegen Carmen. “Voor jou is het wel beter om thuis te blijven. Misschien voel je je dan de rest van de week wat fitter. En dan gaan we volgende week wel naar de ladiesnight.”
We warmen het restje eten van gisteren op en chillen. Carmen kijkt series, ik werk aan m’n blog. Fijn zo. Carmen heeft contact met Alejandro. Hij wil morgen ochtend wel met ons een city-tour doen en onze gids zijn. Vet!

 

Dag 2: Op pad in Quito

PhotoGrid_1500505145722.jpgEen kort nachtje, maar ik voel me prima. We staan om negen uur op. Carmen vindt me vrij hyper en dat ben ik ook. We gaan eerst boodschappen doen. Er moeten wel eerst tig deuren en hekken geopend en weer gesloten worden, om in het piepkleine en smalle winkeltje in het huis ernaast boodschappen te doen. Veiligheid voor alles! “Ja, weet je mams, het is niet mijn huis. Als er ingebroken wordt word ik wel aansprakelijk gesteld!” Goed bezig, meis!  Zoals gezegd gaan we in het huis ernaast wat dingetjes kopen. Carmen spreekt zo goed Spaans! Ze rebbelt een end weg tegen de verkoopster. Ik vind me maar een buitenbeentje. Na het eenvoudige ontbijt – spreek havermoutpapje – gaan we naar de wasserij een paar straten verderop. We lopen onze straat uit, maar ik word na twee stappen al door Carmen teruggevloten. “Langzaam mama. Zo ga je het niet volhouden.” Ze heeft gelijk. Ik moet nog aan de hoogte wennen en voel m’n benen heel snel.
De wasserij is ook weer zo’n piepklein zaakje. De twee plastic zakken met was worden aan een soort vleeshaak gehangen om te wegen. Dan gaat het lieve oude mevrouwtje met een ingewikkelde administratie aan de gang. Een bon wordt ingevuld en er wordt gerekend. Carmen moet twee formulieren ondertekenen. De vrouw vraagt naar het huisgenootje van Carmen. Ze moest helaas voor twee weken naar Nederland terug, omdat ze tijdens een wandeling in de bergen door een hond gebeten was. Risico op besmetting met hondsdolheid.
We krijgen nog een snoepje en verlaten het kleine winkeltje om weer richting huis te lopen. We komen langs een straat met allemaal winkels waar je mobieltjes kunt kopen. “Raar” zeg ik tegen Carmen. “Waarom zitten er allemaal van dezelfde winkeltjes in één straat?”. “Ja”,  antwoordt ze “Dan gaat er één zo’n winkeltje openen en dat gaat dan goed lopen en denkt een ander: hé, die doet het goed. Dat ga ik ook doen. En hij opent een winkeltje ernaast. En zo heb je straten met allemaal hetzelfde soort winkels. Zo is het ook bijvoorbeeld met Softijswinkeltjes. “Fucking irritant” zegt Carmen. “Zou ik bijvoorbeeld wol willen kopen, moet ik eerst een stuk reizen, omdat die wolwinkels allemaal in één straat zitten”.
In de luxte mobieltjes-winkel kopen we een simkaart voor mij. Nu heb ik een Ecuadoriaans nummer en kan zij of Jessi of Alejandro mij altijd bellen en ik hun. En er zit 200 mb op en gratis whatsapp. Perfect om met het thuisfront contact te kunnen blijven houden. En dat voor maar 3 dollar voor 1 week.
Nu naar de kapper. Ik was er thuis de afgelopen tijd niet aan toe gekomen om naar de kapper te gaan. Het kappertje is maar een paar huizen van “onze” woning vandaan. De kapster is met een klant bezig. Carmen zegt, dat ik de puntjes bijgeknipt wil hebben. We moeten op een bank plaatsnemen. Daar zit al een andere vrouw te wachten. De vrouw vraagt ons gegeven ogenblik, of we allebei geknipt moeten worden. “Nee” zegt Carmen “Alleen mijn moeder”. Ik vraag me af, waarom ze dat vraagt. Zij was toch voor ons? De kapster is klaar met de klant. De andere vrouw staat op en wenkt me om met haar naar een aangrenzende ruimte te gaan. Ik snap er niks van.”Je moet je haar even laten wassen” zegt Carmen. Okee, die andere klant blijkt dus de “haarwaster” te zijn. Ze is aardig. Carmen kletst ondertussen met haar. Ze is Venezolaanse en is haar land ontvlucht vanwege de verschrikkelijke politieke situatie. Ik heb ondertussen ook de gelegenheid om een beetje in de ruimte om me heen te kijken. Het is er armoedig, De verf is afgebladderd van de muren en ook al het andere ziet er oud en kapot uit. Dat maakt hier allemaal niet uit. Het hoeft niet mooi te zijn, zolang het nog maar enigszins functioneert. Als ze klaar is met het wassen van mijn haar mag ik in de kappersstoel plaatsnemen. Het haar van de vorige klant ligt er nog. Waarom zou je dat wegvegen? Er komt zo toch weer haar bij. Allemaal onnodig werk! Het knippen gaat zó op z’n elfendertigste, dat ik er kriegel van word. Ik spreek mezelf streng toe. Ik moet stoppen met decadent Europees-zijn. “Go with the flow” zeg ik tegen mezelf. Dit wil ik als motto nemen voor de komende twee weken.
Thuis eten we iets en rusten een beetje uit om vervolgens ’s middags naar de fruit- en groentehal te aan. We nemen de tram. Die kost 25 dollarcent per rit, ongeacht hoe ver je gaat. Quito is een langgerekte smalle stad (70 km lang en 4 km breed) met aan één kant een bergketen van de Andes. De bergketen fungeert als orientatiepunt: Als de bergen rechts liggen ga je in zuidelijke richting; moet je naar het noorden, dan moeten de bergen links van je liggen.PhotoGrid_1500505732497.jpg
We lopen door de grote markthal met allerlei standjes met groente en fruit. Er zijn ook heel veel standjes waar allerlei exotisch eten gekookt en verkocht wordt. De lucht is gevuld met de verschillendste etensgeuren. We kopen wat groente en fruit. Carmen wil een ratatouille met verschillende groeten maken. We hebben zin in een gezonde hap. Daarna nog naar de supermarkt voor vlees en wat andere dingetjes. De wijn is hier duur. Ik koop de goedkoopste van 4 dollar.
Als we weer thuis zijn drinken we nog een kopje cocathee en beginnen met eten koken. Gezellig samen kokkerellen in de keuken met een glaasje wijn. Helaas is de wijn niet te pruimen. Lijkt wel ranja. Volgende keer maar toch een wat duurdere kopen.
We gaan aan de eetkamertafel eten van borden met kerstmotief. Geen idee, waarom ze die borden pakt er zijn stapels andere borden. Raar kind.
Ik ben compleet afgeknoedeld en kan dan ook niet veel meer eten.
Dan de afwas. Omdat er alleen koud water is in de keuken (ook in de badkamer trouwens, behalve gelukkig wel een warme douche, wat hier niet vanzelfsprekend is) zet ik eerst een pan water op. Er is ook geen vloeibaar afwasmiddel of afwasborstel en ook geen afwasbak en de afvoer in de gootsteen kan ook niet dicht. Dus het behoeft wat creativiteit om de afwas schoon te krijgen. Afgedroogd wordt ook niet. We zetten het spul gewoon te drogen. Best chill eigenlijk. Waarom heb ik überhaupt thuis een vaatwasser? Dit gaat prima!
Na de afwas spring ik onder de douche. Ook die heeft een gebruiksaanwijzing: kraan heel zachtjes opendraaien, totdat hij een heel raar geluid maakt, dan even wachten. Er komt een klein straaltje warm water uit en dan kun je iets doordraaien om koud water bij te mengen. Het licht in de badkamer is ook een dingetje: je schakelt het knopje in en vervolgens wacht je tussen de 1 à 5 minuten tot de lamp gaat branden. Dus het is raadzaam om van te voren te bedenken, wanneer je naar de badkamer wilt en vast het knopje in te drukken. Ondertussen kun je wat andere dingen doen.
Na het douchen kruip ik heerlijk in bed. Het is pas negen uur, maar ik kan niet meer. Ik val dan ook als een blok in slaap. Als Carmen bij me in bed kruipt word ik even wakker, maar val ook weer zo in slaap. Om een uur of 1 word ik weer wakker met barstende hoofdpijn. Ik ga eruit, tast in het donker naar een tabletje en haal in de keuken een glas drinkwater. Terug in bed duurt het gelukkig niet lang totdat de hoofdpijn afzakt en val ik weer als een blok in slaap.

Dag 1 – De heenreis

PhotoGrid_1500402590174Het is best een heel gedoe voordat je eindelijk de lucht ingaat. Je bent uren bezig. Tussen opstaan om zes uur – het wordt eigenlijk kwart over zes – tot dat het vliegtuig de lucht ingaat, om 12.00 uur heb je er al haast een werkdag opzitten.
Cor brengt me naar Schiphol. Ik check eerst mezelf en de bagage in. Dan moet ik alleen verder en neem ik afscheid van hem. We zijn in de 34 jaar dat we samen zijn nog nooit zo ver en zo lang uit elkaar geweest. Het afscheid valt me dan ook vies tegen. “Je gaat naar Carmen toe” zegt hij. Klopt, dat is een hele troost.
Alles verloopt gladjes, al raak ik een pot pindakaas bij de douane kwijt. De beveiligster kijkt spijtig. Ik denk dat zij ook van pindakaas houdt.
De eerste vlucht duur bijna 10 uur en ik verveel me kapot. De filmpjes zijn niet echt leuk, ik lees en slaap af en toe. Naast mij zit een meisje van het type Carmen. Zij kijkt constant films en ligt dan hartstikke in een deuk. Vet schattig! Helaas snurkt ze ook heel hard, zodat ik maar muziek ga luisteren. Als het laatste uur aanbreekt moeten we een formulier voor de douane invullen. Ik vraag haar er iets over en ze helpt mij. “Blijf je in Boston of ga je door?”.  Ze spreekt uitzonderlijk goed Engels, maar ze blijkt Colombiaanse te zijn en nu naar huis te vliegen. Ik ga op het puntje van mijn stoel zitten en vertel haar, dat ik kinderen uit Colombia heb. Ik vraag waar ze woont. In Bogota! Nou het laatste uur in het vliegtuig vliegt voorbij. Ze vertelt dat ze economie en iets met financiën studeert en dat haar ouders beiden arts zijn. Ze reist met een vriend, hij is homoseksueel. We hebben het erover, dat dat in Nederland veel meer geaccepteerd is dan in Zuid-Amerika. Ze vindt het super dat Nederlanders zo liberaal en tolerant zijn. Ze wil weten hoe het komt, dat Nederlandse jongeren zo onafhankelijk zijn en we hebben het over opvoeding. Leuk, hoe geïnteresseerd ze is en het is dan ook een zeer geanimeerd gesprek. We vinden het jammer dat we afscheid moeten nemen. Dit was een hele leuke ontmoeting!

De vlucht van Houston naar Quito gaat ook goed, ik slaap veel, steeds kleine hazenslaapjes, maar de tijd gaat toch redelijk snel. Vijf uur is natuurlijk ook peanuts vergeleken met de eerste vlucht van 10 uur. Ik kan alleen niet meer zitten en zou zooooo graag liggen en me lekker uitstrekken. Dan komt uiteindelijk toch de landing steeds dichter bij en mijn ontmoeting met Carmen en Jessica en Alejandro, want ze halen me met z’n drietjes op. Als Carmen mij ziet rent ze me tegemoet en we omhelzen elkaar. Dan krijgen Alejandro en Jessica ook een hug en lopen we naar de auto. Alejandro rijdt. Hij wil mij de stad laten zien en we toeren nog 2 uur door Quito. Er rijden haast geen auto’s en Alejandro stopt bij alle interessante plekken om iets te laten zien en uit te leggen. Om half drie zijn we in het appartement. We liggen nog tot vier uur te kletsen en te lachen en besluiten dan, dat we toch maar eens moeten gaan slapen. Carmen grieperig en ik een lange reis achter de rug. Moet lukken!