Vandaag gaan we naar Otavalo. Vanaf Quito is dat het een reis van 2 uur, maar om bij het busstation te komen, neemt al ongeveer een uur in beslag. Het is half negen in de ochtend als we naar de trolley-halte lopen. Vroeg in de ochtend dus, maar de zon staat al zo hoog, als het bij ons ’s middags midden in de zomer nog niet het geval is. Dat is best een vreemde gewaarwording. Op het busstation zoeken we het loket, waar je tickets voor de bus naar Otavalo kunt kopen. Elke trip heeft een eigen loket en de mannen, die de kaartjes verkopen prijzen uit hun loket hun bestemming aan, alsof ze op een marktkraam staan. Lol. “Misschien zijn veel mensen nog analfabeet en kunnen niet lezen wat er boven het loket staat” opper ik. Dat lijkt ons een logische verklaring. (intussen even gegoogeld: “Ongeveer 14% van de volwassen bevolking is analfabeet, maar op het platteland en onder de indiaanse bevolking ligt dit percentage aanzienlijk hoger.”)
De bus naar Otavalo is luxe, de rit door het Andes-gebergte is prachtig. Ik geniet met volle teugen. Helaas krijgt Carmen verschrikkelijke pijn in haar oren, waarschijnlijk doordat we met vrij grote snelheid afdalen en ze nogal verkouden is. Het is erg vervelend, ze eet kauwgom, maar het zakt nauwelijks af. Als klap op de vuurpijl wordt ze ook nog eens door een beest in haar buik gestoken. We raken lichtelijk in paniek, want Carmen reageert soms nogal allergisch op insectenbeten. Ik neem een foto van het beest, een bij zo te zien en we houden de plek op de buik in de gaten. Gelukkig valt het allemaal mee, hij heeft niet doorgestoken.
Na ongeveer anderhalf uur arriveren we in Otavalo. We lopen naar de binnenstad, waar een hele grote markt met groenten, fruit en artesanias is. We weten, dat je nooit de prijs moet betalen, die gevraagd wordt. Er staan ook geen prijzen op de producten. Ik wil graag een mooi wandkleed voor in ons nieuwe huis kopen, een sjaal en een rugzak. We zien een stand met leuke sjaals. We vragen naar de prijs. 9 dollar. We bieden 4 en komen uiteindelijk op 6 uit. Een derde eraf. Dat ging makkelijk. Te makkelijk. Waarschijnlijk hadden we nog wel meer af kunnen dingen. We kopen nog meer spulletjes en gaan steeds scherper handelen. Meestal als je je laagste prijs zegt en je loopt weg, doen ze het toch nog. Zo is een vrouw beetje pissed, omdat we voor een zilveren kettinkje niet meer dan 20 dollar willen geven. Als we zeggen “Dan laat maar” en weg willen lopen, geeft ze toch toe. Ik krijg het kettinkje van Carmen nog voor mijn verjaardag. Ik zie een prachtig wandkleed. Het moet 23 dollar kosten, we weten het naar 16 dollar te handelen. Inmiddels gaan onze magen wel rammelen. We gaan in een klein restaurantje iets eten. Stel je een snackbar voor, maar dan poverder en je krijgt er een hele maaltijd met een stuk kip, rijst een stuk avocado, een halve aardappel en heel piepklein beetje salade en een ondefinieerbaar sausje erop voor 2 dollar. “Ik hoop, dat je er niet ziek van wordt” zegt Carmen, dat hoop ik ook. Het smaakt in ieder geval lekker. We slenteren nog wat over de markt. Een man met een soort houten kruiwagen verkoopt cocosnoten. Carmen koopt er één. De man slaat de kop eraf en geeft ons twee rietjes. Hmmm heerlijk.
Ik heb nog steeds geen rugzak gekocht, wel een hele leuke gezien. Het is een stoffen rugzak met leer afgewerkt. We gaan naar één van de kraampjes waar ik er één heb gezien. Ze zijn al aan het inpakken en spreken ons niet eens meer aan. Blijkbaar hebben ze al genoeg verkocht. De rugzak moet 23 dollar kosten. We handelen. De verkoper gaat niet lager dan 15 dollar. Okee, dat is dus echt de bodem. We gaan bij een ander kraampje met dezelfde rugzakken kijken. Exact dezelfde rugzak, alleen andere kleur. Moet 25 kosten. Oef, nu moet ik van 25 naar 15 handelen, want ik wil niet met hangende pootjes naar die ander terug. Het wordt een hele onderhandeling. De verkoper wil niet lager dan 17. Ik koop hem uiteindelijk voor 16. Ik wil hem toch wel heel graag en als dit echt zijn scherpste prijs is, loop ik hem anders straks toch nog mis. Blij met onze spulletjes lopen we weer richting busstation. We zijn moe en dutten bijna de hele terugweg. We moeten drie keer overstappen. Van de bus weer in de trolley. In de overdekte trolleyhalte staat en dronken man tegen de glazen wand aangeleund en loert voortdurend naar Carmen. “Als hij me aanraakt, geef ik hem een pof op z’n neus” zegt ze. Anders ik wel. Er komen meer mensen. Een andere man, een vrouw met een kind. De dronken man spuugt op de grond. Wij negeren het maar de vrouw slaakt een kreet van afschuw en verontwaardiging. Ze trekt het kind met zich mee en loopt weg. Even later komt ze met een beveiliger terug. De vrouw slaat haar armen beschermend om haar kind heen. De beveiliger spreekt de dronkaard aan, wijst op de plek op de grond en vraagt hem waarschijnlijk om de halte te verlaten, maar de man wil niet. De bewaker pakt hem bij de arm, maar de man verzet zich en wordt door de ambtenaar met geweld meegesleept. De vrouw drukt zich met haar kind vol afgrijzen en met veel misbaar tegen de wand aan. Wat er verder gebeurt ontgaat ons, omdat de trolley stopt en we in moeten stappen. “Ik vind het wel zielig voor die man” zegt Carmen “hij deed niets”. Dat klopt. Blijkbaar wacht men hier niet tot er echt iets gebeurt.
Na een totale reistijd van ongeveer 3 uur zijn we weer thuis en gaan ons klaar maken voor het feest, dat om half negen begint.
En dat is niet zomaar een feest! Het is een feest in een bus, een chiva.
We moeten haasten om op tijd te zijn. We halen wat te drinken in het winkeltje naast onze woning en stiefelen dan richting het aangegeven adres. Het gaat tegen de helling op en Carmen heeft aardig de tred erin. Ik ben al kapot als ik aankom. Carmen appt dat we er zijn en het meisje, dat ons had uitgenodigd doet de deur open. We lopen naar boven en betreden een appartement, waar muziek is en een hele club met jongelui. Carmen en ik worden door iedereen welkom geheten met een korte omhelzing en een kus op de wang. Er lopen een paar blonde lange jonge mannen. Ik ben verbaasd. Er zijn sowieso veel buitenlanders. Carmen kent maar twee mensen: Juanito en Ale. We praten een hele poos met Juanito en een vriendin van hem. Super aardige mensen. Ik krijg gelijk een mixdrankje met wodka in mijn hand gedrukt. Kort daarna Cola-rum. Oef! Ik ga even een beker water pakken. Terwijl ik mijn beker vul, hoor ik twee jongens Duits praten achter mij. Ik spreek ze in het Duits aan en klets een poosje met ze. Er schijnt hier een hele club met Duitsers te zijn. lol! Het appartement blijkt van een Duits meisje te zijn en zij geeft dit feestje omdat ze jarig is. Daar kom ik ook pas in de loop van de avond achter, trouwens.
Om een uur of tien moeten we allemaal naar beneden. De chiva is er! Een oude traditionele bus, die helemaal leeg gemaakt is. Alleen aan weerszijden zijn er smalle houten banken, die echter niet gebruikt worden om te zitten. De chauffeur zit onzichtbaar achter een grote plaat verscholen en in een hoek achter de chauffeur staat de dj. De chiva is versierd met ballonnen. We betalen ieder vijf dollar en stappen in. Iedereen krijgt een fluitje in de hand gedrukt. De dj speelt keiharde Latijnamerikaanse muziek en de bus gaat rijden.
We rijden door nachtelijk Quito al dansend op heerlijke muziek. Dat is wel wennen en in het begin hou ik me dan ook aan het touw, dat onder het plafond gespannen is, of aan een van de stangen vast. In de loop van de rit durf ik los te laten. Als de bus stopt is het zaak, om je zo snel mogelijk weer vast te pakken. Af en toe drukt de dj iemand een plastic fles met warme “Candelasso” in de hand, een zoet, sterk drankje, dat dan onder de dansende jongelui verdeeld wordt. Iedereen krijgt een klein plastic bekertje. Maar je kunt je wel voorstellen, dat dat drankje regelmatig over de rand van de beker zwiept, zeker als je bedenkt dat de straten van Quito vol gaten en hobbels zit. Naast de moeilijkheid om dansend in de hobbelende bus verticaal te blijven, dient zich nu het probleem van een glibberige vloer aan. Maar geloof het of niet, ik ga niet één keer onderuit. De bus is open, er is alleen een soort van traliewerk aan beide zijden, achter is hij helemaal open. Dat is heerlijk, omdat er zodoende frisse lucht binnenkomt. Toch krijg ik het al snel zo warm, dat ik mijn jasje uit doe. Tijdens het dansen kun je genieten van het prachtige Quito met zijn verlichte kerken en prachtige gebouwen.
Ik ben blij dat ik al wekenlang op Spotify “Baila Reggaeton” luister. Ik ken alle liedjes en kan in ieder geval het refrein meezingen. Ik doe kalm aan met de candelasso.
Het is ontzettend gezellig en iedereen, zonder uitzondering danst. Er is een jongen, met wie ik al eerder op de avond gesproken heb. Hij doet heel vreemd, ik snap niet goed wat er met hem is. Hij blijft steeds dicht in de buurt bij Carmen en mij, is niet onaardig, maar heel raar. Hij kijkt een beetje loederig uit zijn ogen en heeft een vreemd trekje met zijn schouder.
Gegeven ogenblik stopt de bus en iedereen moet eruit. De “reina”, de koningin van de avond, het Duitse meisje, dat jarig is, kiest vier stellen uit, die moeten dansen. Dan wordt het beste stel gekozen en zij krijgen een prijs. Carmen danst met Juanito. Ze dansen zo geweldig goed samen! Maar twee meisjes gaan er met de prijs vandoor. Ik raak aan de praat met een hele aardige Ecuadoriaanse jongeman, Daniel.
We dansen op het plein en doen gegeven ogenblik de “Macarena”, ook dat is onderdeel van het feest. Dan gaat de rit verder. We komen door de drukke binnenstad. De bus moet even stoppen voor een stoplicht of door een file, ik weet het niet. Er zijn veel mensen in de straat en ze juichen ons toe. Een aantal jonge mensen probeert de bus in te klimmen. We helpen ze naar binnen en ze dansen met ons mee. Na twee uur, het is inmiddels twaalf uur, stopt de bus. Het feest is afgelopen, maar we gaan nog naar een dancing. Carmen en ik gaan in een kroeg naar de wc, Juanito wacht op ons en samen zoeken we de anderen op. We komen een paar van “onze” club tegen. Van een Poolse jongen is het mobiel gestolen. Uit één van zijn voorste broekzakken! Hij staat er ontredderd en ontgoocheld bij. Balen!
We gaan naar de club waar de anderen al binnen zijn. Je moet je id laten zien. Carmen en ik hebben een kopie van ons paspoort mee. Dat is niet voldoende. De kopie zou op z’n minst in kleur moeten zijn, maar het lukt Ale om ons naar binnen te kletsen. Carmen bestelt een Cola en ik een water en we gaan op het balkon staan. Ik ruik wiet. Mijn blik wordt naar een stel jongeren getrokken. De rare jongen staat er met een aantal anderen te roken. Aaaah! Dat verklaart één en ander.
Carmen en ik vinden het eigenlijk wel mooi geweest zo. Juanito en Daniel zetten ons op de taxi en we laten ons naar huis rijden. Lekker douchen en naar bed. Wat een geweldige dag weer en wat een leuke nieuwe ervaring. Ik heb nog nooit een gaver feest meegemaakt!
Ik sta vroeg op en ga de badkamer doen. Dan iets eten en achter mijn laptop. Als de dames wakker zijn haal ik broodjes voor ze in het kleine winkeltje hiernaast. We 
We maken een paar foto’s en rijden dan met een taxi weer naar beneden, de stad in. Daar ontmoeten we Alejandro. We lopen samen naar de grote Basiliek om de torens te beklimmen en boven van het prachtige uitzicht te genieten. Na een aantal stenen trappen, die goed te belopen zijn, gaan we via een houten hangbrug door het middenschip van de grote kerk naar de andere kant om daar de toren in te gaan. Het laatste stuk is geen stenen trap meer, maar bestaat uit een viertal smalle, steile, maar wel hoge stalen trappen. Gelukkig zit er een soort ijzeren net achter, zodat je als je ertussen slipt niet de de dood vindt. Zou je je echter naar achteren laten vallen, ben je er alsnog geweest. Carmen wil ook naar boven, ondanks haar hoogtevrees. Ik vind het maar niks, maar ze wil persé: “Mijn verstand weet, dat er geen gevaar is” zegt ze moedig. Ik zeg niks terug. Mijn verstand zegt mij, dat er wel degelijk gevaar is. Maar de moeite loont: Het uitzicht is prachtig, we kunnen ook het park zien waar we zostraks nog waren.
We klimmen de smalle trapjes weer af en gaan via de hangbrug weer terug naar de andere kant, om één van de twee andere torens te beklimmen. Gelukkig wel via een stenen trap. “Dit uitzicht is veel mooier” zucht Alejandro, balend van de moeite die we ons moesten getroosten om in de andere, kleinere toren te komen. “Ja”, zeg ik, maar vanaf de andere toren had je een prachtig uitzicht op de twee grote torens. Hij knikt. Dat is ook weer waar.
oeten weer wat trappen op (oef!) en komen op een schitterend dakterras met weer een prachtig uitzicht over Quito. We nemen plaats. Alejandro en ik eten biefstuk met pepersaus en salade, Carmen neemt lamsvlees. Het is heerlijk! We eten gezellig, kletsen geanimeerd en ik geniet van het uitzicht en het idee, dat ik toch echt in Ecuador op een dakterras met mijn dochter zit te eten. Na de lunch gaan we nog andere kerken bezichtigen en Alejandro geeft uitleg over de geschiedenis, over beelden, schilderijen en achtergronden. Super interessant! Carmen moet helaas gegeven ogenblik weg. Ze was een afspraak met de huurbaas vergeten om haar huur te betalen. Ze verlaat ons en Alejandro en ik lopen verder. Er is een straat met wel zeven kerken. Wat een pracht en praal. “Je zult wel denken: wat een rijkdom in zo’n pover land.” Ja, die gedachte was inderdaad bij mij opgekomen. Maar dit
t onbekend en kom je in meer landen tegen. Alejandro slaat een kruis als we langs het altaar lopen en laat me dan een heiligenbeeld zien met daaronder een kleine kast met twee deurtjes. Hierin wordt de hostie bewaard. “Mensen zeggen, dat wij beelden aanbidden, maar eigenlijk aanbidden wij wat er in die kastjes zit en dat, wat het representeert.” Interessant, dat was nieuw voor mij!
Half zeven word ik wakker. De hoofdpijn is verdwenen. Ik probeer nog wat te slapen, maar het lukt niet echt. Dan maar opstaan. Ik laat Carmen lekker verder slapen. Ze voelt zich niet goed, is heel erg verkouden. Het licht in de badkamer heeft het nu helemaal begeven. Ik steek een paar waxinelichtjes aan en ga onder de douche. Het water is heel even warm, dan blijft de douche koud. Brrr. Ik ga er weer snel onder vandaan, poets mijn tanden, doe mijn lenzen in en ga in de keuken de vaat opruimen en het fornuis schoonmaken. Daarna achter de laptop, tot Carmen opstaat. Oei, die is helemaal niet fit! We ontbijten en gaan dan op pad. Ze moet naar de immigratiedienst of zoiets voor haar visum, zodat ze nog drie maanden langer blijven kan. Ze is er al eerder geweest. Bij de tramhalte kijk ze op de route. “Los Flores, daar moeten we uitstappen” zegt ze. Ze is er al een keer met Jessica geweest. Voor de zekerheid vraagt ze het nog aan een personeelslid van de tram. Die geeft een andere halte. Ze vraagt nog een ander iemand, ook hij geeft die andere halte aan. Okee, dan gaan we daar. We stappen bij de bewuste halte uit en we gaan op zoek. Ze herkent niets en vraagt mensen op straat. Het is een vreselijk gezoek en we zijn inmiddels al te laat voor de afspraak. Eindelijk vinden we het. We gaan naar binnen en Carmen gaat naar het loket. Maar we zijn verkeerd. We krijgen een ander adres. Blijkbaar moeten we toch bij halte “Los Flores” zijn. Dus wij weer naar de tramhalte. Het is een vrij lange rit. We staan tussen twee wagons in en tegenover ons staat een klein jongetje van een jaar of vier met zijn iets oudere zusje. De kinderen kijken ons geïntrigeerd aan. Ik lach naar het jongetje. Het is een iets donkerdere versie van Danilo. Zo schattig! Het jongetje lacht terug en ook het meisje. Als ook Carmen naar de kinderen lacht begint het jongetje tegen haar te praten. Of het Engels is, wat wij praten? “Nee” zegt Carmen, “hollandais”. Daar hebben ze blijkbaar nog nooit van gehoord. Of we dan geen Spaans kunnen. “Jawel” zegt Carmen “Ik kan wel een beetje Spaans, maar mijn moeder niet.” De bruine ogen worden groot van verbazing. “Zeg tegen hem, dat ik pas twee dagen hier ben.” fluister ik Carmen beschaamd toe. Dat doet ze. Wat voor taal wij dan spreken, wil de kleine bijdehand weten. “Nou ja, hollandais”. Hij snapt het niet. Hoeveel talen Carmen spreekt vraagt hij. “Vier” zegt Carmen. “Nederlands, Duits, Engels en Spaans”. En de moeder? Ook vier “Nederland, Duits, Engels en Frans, maar geen Spaans.” Hij vindt het maar allemaal vreselijk interessant. Hij kruipt achter de stang, waar Carmen tegenaan leunt. Dan wordt hij en zijn zus door zijn vader geroepen en snel lopen ze naar hem toe. “Oei” zegt Carmen, “ik heb niet op de haltes gelet”. Gelukkig zijn we er nog niet voorbij en moeten we de volgende eruit.
Een kort nachtje, maar ik voel me prima. We staan om negen uur op. Carmen vindt me vrij hyper en dat ben ik ook. We gaan eerst boodschappen doen. Er moeten wel eerst tig deuren en hekken geopend en weer gesloten worden, om in het piepkleine en smalle winkeltje in het huis ernaast boodschappen te doen. Veiligheid voor alles! “Ja, weet je mams, het is niet mijn huis. Als er ingebroken wordt word ik wel aansprakelijk gesteld!” Goed bezig, meis! Zoals gezegd gaan we in het huis ernaast wat dingetjes kopen. Carmen spreekt zo goed Spaans! Ze rebbelt een end weg tegen de verkoopster. Ik vind me maar een buitenbeentje. Na het eenvoudige ontbijt – spreek havermoutpapje – gaan we naar de wasserij een paar straten verderop. We lopen onze straat uit, maar ik word na twee stappen al door Carmen teruggevloten. “Langzaam mama. Zo ga je het niet volhouden.” Ze heeft gelijk. Ik moet nog aan de hoogte wennen en voel m’n benen heel snel.
Het is best een heel gedoe voordat je eindelijk de lucht ingaat. Je bent uren bezig. Tussen opstaan om zes uur – het wordt eigenlijk kwart over zes – tot dat het vliegtuig de lucht ingaat, om 12.00 uur heb je er al haast een werkdag opzitten.