Mijn laatste dag in Quito. We gaan met z’n drieën: Carmen, Chloe, het huisgenootje van Carmen, en ik met de trolley/bus naar het parque Metropolitano om daar Alejandro te ontmoeten. Het is eigenlijk een hele reis en het is al bij twaalven als we bij de ingang aankomen. Alejandro is er nog niet. Hij zou lopend komen, maar dan zal hij er voorlopig nog niet zijn, want het is een heel stuk lopen. We lopen eerst een straat in om in een winkeltje wat snacks en wat te drinken te kopen. Dan besluiten we om vast zelf al een stukje te lopen in het park, dat eigenlijk een groot bos is. Maar ik moet eerst heel nodig naar de wc. Dus we lopen eerst weer het straatje in om bij een restaurant naar de wc te gaan. Dan starten we onze wandeling. We nemen nauwgezet aanhoudingspunten in ons op, zodat we straks de weg terug vinden. Pfffff – dit gaat weer omhoog! Ik heb niet echt spierpijn in mijn benen, maar merk toch dat ze nog vermoeid zijn van de inspanning van gisteren. We zijn nog maar een stukje gelopen of Alejandro appt, dat hij er is. We lopen weer terug om hem te ontmoeten en zetten samen onze wandeling voort. In de verte zien we de bergketen. Alejandro wijst waar we gisteren gelopen hebben: “Kijk, daar is de elektriciteitsmast en daar zijn de boobies”. Ik kan het zien inderdaad, helemaal in de verte. Wauw wat hoog!!
We komen op een grote open vlakte en zoeken een plek op het gras. Chloe heeft een doek meegenomen en we gaan de chips opeten, ondertussen gezellig kletsend. Dan gaat Chloe spontaan wat yoga-oefeningen met ons doen. Ik heb nog nooit yoga gedaan, leek me altijd saai. Het is echt zwaar, veel zwaarder dan ik had verwacht en zeker wel heel erg goed, want je gebruikt alle spieren, maar het is alsnog niet mijn ding. Ik doe liever iets op muziek, liefst Zumba. We besluiten om het park uit te lopen en op zoek te gaan naar een shoarma-tent. Alejo weet er wel één. Ik ben gewend om shoarma in een shoarma-broodje te eten, je weet wel zo’n platte, die opengesneden wordt en gevuld, maar dit is een wrap gevuld met stukjes vlees en rauwkost. Het is wel lekker. Ik neem er een “Pilsener” een Ecuadoriaans biertje bij, Carmen een cola en Chloe en Alejo inca-cola, een typisch Zuidamerikaans drankje, dat in niets op cola lijkt. We nemen afscheid van Alejo. Ik voorgoed – naja, wel in de hoop, elkaar nog eens terug te zien – en nemen een taxi naar de artesania-markt. Daar ontmoeten we John, de vriend van Chloe en lopen over de markt. Ik ben op zoek naar een bepaalde sjaal, die ik in Baños gezien had, maar ik vind hem niet. Helaas. Ik koop nog wel een prachtige, warme en zachte omslagdoek, dan besluiten we naar huis te gaan. Het is omstreeks vijf uur. Carmen en ik nemen een taxi, Chloe en John gaan lopend. Thuis ga ik mijn koffers pakken, douchen en me voorbereiden op de terugreis. Het afscheid drukt al een aantal dagen op me en vooral vandaag. Nu het zo dichtbij komt vloeien wel de traantjes bij Carmen en bij mij. “Toen ik besloot om je te bezoeken, had ik er niet rekening mee gehouden, dat ik ook weer afscheid zou moeten nemen.” zeg ik verdrietig tegen Carmen. “Ik dacht alleen aan het weerzien en wat we allemaal zouden gaan doen.”. Ik haat het afscheid. Nu al voor de derde keer, dat ik zo ver van mijn kind weg moet. “Het is onmenselijk” zegt ik tegen haar. En zo voelt het ook. Alles in mij verzet zich ertegen. “Ik denk dat je wel in de koffer past”. Ik kijk haar taxerend aan. “Dan laat ik alle spullen wel hier”. Carmen lacht tussen de tranen door. Dan krijgt ze een appje van Jessy, met de mededeling dat ze er is. Ze heeft een auto geleend om mij naar het vliegveld te brengen. Zo lief! En super fijn. Om kwart over acht vertrekken we. Ik ga met Carmen op de achterbank zitten, zodat we nog wat kunnen knuffelen. Tijdens de rit hebben we het over een zaak van Jessy. Ze vindt haar werk helemaal leuk en vertelt er vol enthousiasme over. Na een klein uurtje arriveren we op het vliegveld. Het is een klein vliegveld, er is niet veel te doen. Ik had thuis al online ingecheckt. Nu check ik mijn bagage in. In Houston moet ik de bagage weer ophalen en opnieuw weer inchecken, gaat dus niet rechtstreeks naar Amsterdam. Tssss Amerika! Als ik mijn grote koffer kwijt ben, gaan we nog met z’n drietjes op een bankje zitten. Maar het afscheid opschuiven maakt het alleen maar moeilijker. We besluiten om maar in de zure appel te bijten en een laatste knuffel te geven. Die laatste knuffel worden er drie, weer vergezeld met een vloed aan tranen. Dan verman ik mezelf en ga de poort door, ik zwaai en weg ben ik. Ik ga door de pascontrole, handbagage check-in enzo, het wijst zich weer allemaal vanzelf. Ik loop maar gelijk naar de gate door. In het vliegtuig zit ik naast een vader met zijn zoontje. Ik had een plek aan het raam gereserveerd, maar die is dus door het jongetje ingepikt. Een steward komt de plekken controleren, want iets klopt er niet. De vader en zoon hebben tickets voor rij 24, maar dit is rij 25, dat verklaart het. De steward ziet wel dat ze verkeerd zitten, maar doet er niets aan, waarschijnlijk te ingewikkeld. Hij wijst iemand, die nu nog geen plaats heeft ergens een plek aan. De vader kijkt mij kopschuddend aan “United!” zegt hij. Dat is de vliegmaatschappij. Ik denk bij mezelf: nee, niet united, sufferd, jij zit zelf verkeerd. Maar ik laat het maar zo. Wat schiet je ermee op? Als het vliegtuig de startbaan oprolt en opstijgt begin ik weer te huilen. Niemand gelukkig, die het merkt door de herrie die het vliegtuig maakt. Een lange reis voor de boeg nu, via Houston en Washington naar Amsterdam. Ik ben om kwart over 8 op dinsdag avond uit Carmen’s appartement vertrokken en zal zo’n 30 uur later op donderdag ochtend in Doetinchem aankomen. Ik neem met mij mee een paar mooie souvenirs, onder andere voor in ons nieuwe huis en vooral een heleboel prachtige herinneringen en ervaringen. Hasta luego Ecuador, lieve vrienden en lieve, lieve Carmie, mooiste en liefste dochter van de hele wereld!!! Het blijft onmenselijk!
Ecuador 2017
Dag 14: Teleferico en panecillo
Vandaag heeft Carmen weer een afspraak in verband met haar visum. Alejandro is vandaag de hele dag vrij en wil met mij wel de Teleferico doen. Dat is een kabelbaan, die je 2,5 km de berg Pichincha opbrengt tot zo’n 4100 m boven de zeespiegel. Maar eerst ga ik om negen uur naar de wasserij om onze was op te halen. Ik ben er om 10 over negen, maar de deur zit nog dicht, terwijl de openingstijden toch duidelijk vermelden, dat het zaakje om negen uur open zou gaan. Ik besluit om tot uiterlijk half tien te wachten, want om 10 uur zou Alejandro bij mij zijn. Er komt nog een andere man bij staan. Ik kijk regelmatig op mijn mobiel. Als het twee voor half is, denk ik: nog twee minuten, dan ga ik. En ja hoor, daar komt het vrouwtje aan. Ze doet de deur open en laat ons binnen. Ik geef de vuile was af en neem de schone weer mee. Ze herkent mij: “Carmen?” “Si” antwoord ik. Ze vraagt – denk ik – hoe het met Carmen gaat. Ik probeer haar uit te leggen, dat Carmen thuis is omdat ze ziek is. Geen idee of ze me snapt. Met twee grote zakken schone was verlaat ik het winkeltje en loop weer richting huis.
Ik had met Alejandro om 10 uur afgesproken, maar hij is laat. Ik wacht, het is hier in Zuid-Amerika niet vreemd, dat mensen niet precies op tijd zijn, maar dat had ik jullie al verteld. Vind ik ook geen probleem. Ik heb de balkondeuren opengezet, want Alejo gooit meestal met steentjes en roept als hij er is, zegt
Carmen. Om ongeveer 11 uur hoor ik mijn naam roepen. Ja hoor, daar staat hij op straat. Ik loop naar beneden en maak het hek voor hem open. Hij ziet bleek “Wat is er? Ben je ziek?”. “Nee”, antwoordt hij. Hij is niet ziek, hij heeft een aanrijding gehad en is bijna beroofd. Acharme! Kom snel binnen. Hij vertelt het verhaal: Hij had een auto geleend om met mij naar de teleferico te rijden, maar iemand is hem achterop gereden. Toen besloot hij de trolley te nemen. Hij heeft een broek aan met broekzakken onder aan zijn pijpen. Als hij merkt, dat iemand zijn mobiel uit zijn zak probeert te stelen, slaat hij instinctief. Het mobiel klettert bij de dief uit de hand op de grond. “Is hij kapot?” vraag ik. Hij weet het niet, heeft nog niet gekeken. Gelukkig blijkt het mobiel nog te werken en ook verder geen beschadigingen te hebben. Wel balen van de auto. Gelukkig niet zijn schuld en hij is ongedeerd.
Nu moeten we met de bus naar de teleferico. Alejo twijfelt of we wel moeten gaan. Het is erg bewolkt. Je zult niet veel kunnen zien. “Let maar op. Als we boven zijn klaart het wel op!”, zeg ik optimistisch. 
Het is er niet druk. We hebben een gondel voor ons alleen. De kabelbaan brengt ons naar boven. Het is hier koud en waait heel hard. Ook is het nog bewolkt. We gaan eerst in het gebouw een kop koffie drinken. Er staat een automaat met vloeistof in verschillende kleuren, die je kopen kunt, als je last hebt van de hoogte. Want hier is de lucht ijl en heeft minder zuurstof. De gevolgen van de hoogte kunnen zijn: licht gevoel in je hoofd, hoofdpijn, duizeligheid, vermoeidheid en overgeven. We besluiten een stukje te gaan lopen. Als doel stellen we de elektriciteitsmast, die een stuk verder boven staat. Het is een steile wandeling en wordt steeds steiler naarmate we hoger komen. Telkens als we weer een helling hebben gehad, denk ik dat we er zijn, maar boven aangekomen rijst er weer een nieuwe berg op. Frustrerend! Mijn benen worden steeds zwaarder en de wandeling wordt steeds moeilijker. We komen langs een aantal paarden, die je kunt huren, maar ik wil niet. Ik wil zelf lopen. Maar oei wat is het zwaar. Een voordeel is wel, dat het niet meer waait en de hemel begint op te klaren. En hoe hoger we komen, hoe prachtiger het uitzicht wordt. Ook de vegetatie is verbazingwekkend. Gek als ik ben op planten en bloemen neem ik een foto van elke bloem die we tegenkomen. Deze bloemen heb ik nog nooit ergens eerder gezien! Ze bloeien alleen op deze hoogte. Zooo mooi!! We zien gegeven ogenblik ook een hele aparte vogel. Alejandro zegt, dat het zeer uitzonderlijk is, dat we die vogel zien. Als we bij de elektriciteitsmast zijn ben ik al tamelijk uitgeput. Maar je kunt nog verder. Tot helemaal bovenaan, maar dan moet je echt getraind zijn. Moeilijkheidsgraad 3, zegt Alejandro. Ik geloof het direct. Ik vind dit al vrij zwaar. En Alejandro stiefelt net zo makkelijk tegen de hellingen op. Het is vrij ru

stig. Alleen heel af en toe kom je mensen tegen. Alejandro vertelt over een vulkaanuitbarsting, toen hij een kind van vijf jaar was. In 1999. Hij weet het nog goed. Niemand mocht toen het huis verlaten, vanwege de as. Ik vind het super interessant. Daar hebben wij in Nederland nou nooit last van. Tegelijkertijd vind ik het toch wel een dingetje, dat mijn kind hier tussen al die actieve vulkanen woont, de komende maanden. Maar men schijnt hier tegenwoordig goed voorspellingen over te kunnen doen. Ik zet het idee van me af en concentreer me weer op onze wandeling.
Een eind verder op zijn nog twee heuvels. Alejandro noemt ze de “boobies”. Ik kijk hem aan: “Wel kleine boobies” zeg ik tegen hem. “Ik vind het eerder een kont”. Daar vindt hij ze nou weer te klein voor. Nou vooruit, we houden het wel bij de “boobies” en spreken af, dat we tot de tweede boobie proberen te klimmen. De hemel is intussen helemaal opengetrokken. De zon schijnt en we smeren ons in om ons tegen de sterke zonnestralen te beschermen. Ik heb af en toe contact met Carmen via whatsapp. Het gaat niet goed met haar visum. Ze heeft urenlang moeten wachten om te horen, dat ze ergens anders moet zijn. Het is echt om te wanhopen. Ze wordt van hot naar her gestuurd en is aan het einde van de dag nog geen stap verder gekomen. Ook zij is doodop van het lange wachten.
Wij gaan verder. Ondanks de zware klim hebben we fijne en interessante gesprekken over liefde, relaties, opvoeding, cultuurverschillen, enzovoort enzovoort. Ik loop te hijgen en te puffen, mijn benen worden steeds zwaarder, ik krijg echt last van zuurstofgebrek en we gaan regelmatig in het gras zitten of liggen om even uit te rusten. Alejandro heeft wat zoete crackertjes meegenomen. Ik merk, dat me de wandeling – als je het nog zo kunt noemen – veel energie kost. Maar – vreemd genoeg – herstel ik ook heel snel. Alejo zegt dat dat ook typisch is voor de hoogte. Als we bij de eerste boobie zijn ben ik de wanhoop nabij. Ik kán haast niet meer. Het laatste stuk gaat op pure wilskracht. Ik snap niet hoe Alejandro het zo makkelijk doet. Een groep Canadezen loopt ons voorbij. Dat is mijn eer te na “Fuck the Canadians” zeg ik tegen Alejandro. Hij moet lachen. “Ze hebben in Canada natuurlijk ook hoge bergen”, probeer ik mijn eigen vermoeidheid goed te praten. Ik ben anders altijd degene met zoveel energie en mijn leeftijd kan het natúúrlijk niet zijn. Zo jong zijn de Canadezen trouwens ook niet. “Ze zijn de hoogte natuurlijk gewend en waarschijnlijk geoefende bergbeklimmers.”, troost ik mezelf. Alejandro knikt, maar schijnt niet echt overtuigd. Als we op de tweede boobie aangekomen zijn ben ik aan het einde van mijn krachten. Mijn benen lijken wel van rubber en ik kan er nauwelijks nog kracht mee zetten. Boven aangekomen laat ik me plat voorover in het hoge gras vallen. Alejandro kijkt me verbaasd aan. “Ik kán niet meer” mompel ik in het gras. “Ik kan geen stap meer verzetten.” Alejo moet lachen. Ik til mijn hoofd op. Het is niet te geloven. De weg gaat nóg verder. Weer zo’n steile helling op. Ik laat mijn hoofd weer vallen. “Ja,” zegt Alejandro. “Dat heb ik je toch gezegd! Je kunt nog veel verder helemaal naar boven. Donderdag ga ik weer en dan ga ik tot helemaal daar, naar de grot.” Hij wijst de berg omhoog. Ik word er chagrijnig van. Dat zou ik ook graag willen! Maar behalve dat ik dat echt niet ga redden, is het inmiddels al drie uur. We hebben twee uur gelopen. En we moeten ook weer helemaal terug. Maar dat zal een makkie zijn, denk ik bij mezelf, al weet ik best, dat terug ook best zwaar in de benen zal worden. Maar altijd nog makkelijker dan omhoog denk ik. Ik maak boven nog wat foto’s, de Cotopaxi, de bekendste vulkaan is in de verte nu te zien. Op zijn top ligt sneeuw. We willen daar morgen naar toe. “Dat wordt een makkie vergeleken met dit” legt Alejo uit. Poeh! Gelukkig. Moet er niet aan denken om morgen nog zo’n klim te maken. We lopen terug, de berg weer af. Ik heb niet veel profiel onder mijn schoenen en Alejandro ook niet. Het zandpad is bezaaid met kleine steentjes en we glijden regelmatig uit. Meestal lukt het me om mezelf op te vangen en soms haakt Alejo mij onder, maar één keer val ik op m’n kont. Ik vang me met m’n handen op, die ik instinctief naar achteren uitstrek, maar nu heb ik pijn in mijn polsen. Aljeandro laat me zien hoe je het beste af kunt dalen, namelijk door als een paard in galop te gaan, wel langzaam en voorzichtig natuurlijk. We komen langs de Canadezen. Ze staan stil. We gaan langs, maar blijven dan staan, fakend om van het uitzicht te genieten, om ze weer langs te laten. “Ik wil niet vóór ze lopen” fluister ik Alejandro toe. “Ik heb echt geen zin om voor hun ogen op m’n bek te gaan.”
Haha. Alejandro lacht “Precies wat ik ook dacht” antwoordt hij. Als ze langs zijn lopen we ook weer verder. De afdaling is inderdaad wel makkelijker dan omhoog, maar mijn benen voelen nog steeds als rubber, waardoor ik niet echt goed controle over mijn benen heb. Maar we komen uiteindelijk toch heelhuids beneden aan en nemen de kabelbaan weer terug. We hebben weer een gondel voor ons alleen. Als de kabelbaan een beetje vreemd gaat doen, zet Alejandro grote, verschrikte ogen op. “Je hebt toch geen hoogtevrees?” zeg ik? “Je bent toch alleen pessimistisch?”. Hij knikt “Ja, ik heb ook geen hoogtevrees, ik wil alleen niet dood en dat is gewoon een hele logische gedachte.”. “Ach,” zeg ik “je kunt maar beter genieten van de rit voor je dood gaat…”. Maar alles gaat goed. Als we nog maar een meter of twee van de grond verwijderd zijn, deelt Alejandro mee, dat hij het nu niet meer zo erg zou vinden om af te storten. Ik moet lachen.
We stappen uit en moeten even moeite doen om de juiste bus te vinden. Dat heet, Alejandro moet moeite doen. Ik volg in alles als een gehoorzaam hondje. In de bus verzekeren we elkaar hoe trots we op elkaar en onszelf zijn, dat we dit gered hebben. Van de bushalte is het nog wat straten steil omhoog. Ik ben doodop, maar merk toch duidelijk, dat het hier veel makkelijker gaat, doordat ik minder zuurstofgebrek heb.
Als we thuis aankomen, ziet Carmen gelijk, dat ik helemaal kapot ben. Ik plof neer op een stoel. We moeten zien, dat we wat te eten krijgen. In de bus hadden we het er al over gehad, of we zelf zouden gaan koken of wéér iets halen, maar ik ben te moe om eerst boodschappen te doen en dan nog te gaan koken. Alejandro biedt aan om te gaan koken, maar ik beslis dat we wel ergens iets gaan eten of halen. De KFC is het dichtst bij, dus we gaan daar naar toe om wat te eten te halen en thuis op te eten. Als we met het eten weer thuis komen is Jessy inmiddels ook bij het appartement gearriveerd. Carmen deelt haar salade met haar en we maken plannen voor deze avond en morgen. Vanavond willen we namelijk nog naar de Panecillo, een berg midden in Quito waar een heel groot Maria-beeld staat. Morgen naar de Cotopaxi. Die is zo’n anderhalf uur rijden. We proberen een auto te huren voor twee dagen. Die kost 140 dollar. Pfff. Dat is best een hoop geld. Ik zal het alleen op moeten hoesten. Kan de kinderen niet laten betalen. Maar is het me dat waard? Ik moet er nu niet aan denken om morgen nog een berg te beklimmen en daarna nog ’s avonds aan een reis van bijna 30 uur te beginnen. Ik ben zooo moe!!! Wat is me de Cotopaxi waard? Het meest zorgen baart me de tijd. Vandaag zou een halve dag duren, maar we waren de hele dag kwijt. Een heerlijke, fijne dag, ik had niet anders gewild en Carmen was sowieso niet thuis geweest. Maar morgen…. dat is een ander verhaal, dan moet ik wel op tijd mijn vliegtuig halen. Wat als we pech onderweg krijgen? Of om één of andere reden oponthoud hebben? Kan ik dan nog wel van het uitstapje genieten? Ik spreek mijn twijfels uit. “Jij moet het zeggen, mam”, antwoordt Carmen. Ik beslis om de Cotopaxi niet door te laten gaan. “Ik vind het alleen jammer, dat ik nu niet op een vulkaan heb gelopen” zegt ik verdrietig. “Are you kidding!?” roept Alejo verontwaardigd uit. Hij lijkt echt wel een beetje boos. Oeps. “Waarop denk je dat wij de hele dag hebben rondgelopen?” vraagt hij, zijn handen in zijn zij zettend. “Uuuuh… een ….. vulkaan?” gok ik. “Ik heb je toch verteld van die uitbarsting in 1999!?”. Euh.. ja… was dat deze vulkaan dan? Ja, dat was deze vulkaan. De Pichincha is een actieve vulkaan. Ooooh, dan!!! Ik ben in mijn sas. Ik ben een hele dag op een vulkaan rondgelopen! Alejandro zoekt op mijn mini-laptop op google earth de Pichincha op. “Kijk, hier hebben we gelopen. Dit is de electriciteitsmast, dit zijn de boobies en hier een stuk verder op… zie je dat…. dat is de krater.”. Ik ben overtuigd. Haha, de Cotopaxi kan me gestolen blijven. Ik heb op een vulkaan gelopen! We beslissen om morgen in Quito te blijven, om in een park te gaan picknicken, Shaorma te eten, shisha te roken en een artesania-markt te bezoeken. Ik voel me opgelucht. Dat lijkt me een veel beter plan!
En vanavond nog naar de Panecillo met de taxi voor een paar dollar. Helemaal goed!
We maken ons klaar om te gaan en laten ons in een taxi de berg genaamd Panecillo – “klein broodje” oprijden. De 45 meter hoge madonna stelt de vrouw uit openbaring/apocalyps voor, vertelt Alejandro. De draak ligt aan een ketting aan haar voeten. Ik ben wederom blij met Alejo’s kunde. Hij denkt, dat hij een goede gids zou zijn. Ik weet het wel zeker! En zeker met zijn goede Engels en zelfs een beetje Duits. Het standbeeld is niet oud, uit 1976 en van aluminium gemaakt. Het is indrukwekkend, zo badend in het kunstmatig licht. Ook indrukwekkend: Quito by night. Carmen en ik staren er gearmd naar. Mijn afscheid van nachtelijk Quito. Ik wil niet verdrietig zijn, maar elke minuut genieten, die mij hier nog rest.
Morgen nog een hele dag.. . We bestellen bij één van de kraampjes Canelazi. Alejandro vindt dat het net een Europeese kerstmarkt is. Grappig, ik had precies dezelfde gedachte. Alejo kent Europa, doordat hij een hele poos in Zwitserland is geweest. Daar heeft hij ook wat Duits leren spreken. De Canelazi zou dan de Glühwein zijn. En de zoete empanada en een soortgelijk ander zoet baksel, dat Jessy bestelt en ik ook mag proeven – hmmmm – heerlijk!!! – zouden wel “Krapfen” – oliebollen kunnen zijn. We gaan aan houten picknicktafels zitten en genieten van de drank en de snack. En aantal honden komen naast ons staan, met grote hongerige ogen wachtend op een stukje lekkers. Geen idee, waar die ineens vandaan komen. Je hoeft in ieder geval niet bang zijn voor honden hier. Ze zijn heel lief en laten je altijd met rust. Misschien zijn ze wel juist liever, omdat ze altijd los mogen lopen. Ik weet het niet. Ik ben er in ieder geval niet bang voor, al hou ik de tip van GGD in gedachten, om ze voor de zekerheid niet aan te halen.
We besluiten om weer naar huis te gaan. Maar waar zijn de taxi’s als je ze nodig hebt? We zoeken een poos, dan gaat Jessy bij een kraampje vragen, of ze een taxi willen bestellen. Voor 4 euro rijden we weer naar huis en nemen afscheid van elkaar.
Wat een heerlijke dag weer! Ik ben helemaal kapot en kan niet wachten om in bed te kruipen, maar ik kijk terug op een onvergetelijke dag, mede weer dankzij Alejandro, Jessy en Carmie!!
Dag 13: Watervallen en canopy
Na drie uur slaap gaat om acht uur de wekker. Ik kom heeel moeilijk uit de slaapmodus, maar we zouden om negen uur ontbijten, om om tien uur weer een toer met de chiva te doen. Ditmaal naar de watervallen. Om half negen sta ik met veel moeite op, spring nog een keer onder de douche en kleed me aan. Maar de meiden zijn nog niet zo ver. Om half tien lopen we dan het stadje in op zoek naar desayuno – ontbijt. In een eettentje nemen we een zogenaamd Amerikaans ontbijt, een broodje waar een soort kaas in zit, een schaaltje met roerei, een vruchtensap en heet water of hete melk. Ik neem heet water, maar ben mijn thee vergeten, nu moet ik er koffiepoeder indoen. Bah, veel te sterk.
Na het ontbijt lopen we weer naar het hotel terug om daar op de chiva te wachten. We gaan vandaag een tocht langs de watervallen maken. Ik heb op internet gelezen, dat dat nogal tegenviel, dus ik heb niet al te hoge verwachtingen. Deze keer zitten we helemaal vooraan. Ideaal om foto’s en filmpjes te maken. De rit gaat door overweldigend natuurschoon. Het zonnetje schijnt, we rijden weer met heerlijke reggaeton-muziek door het prachtige gebergte. Ik film en maak foto’s, maar je moet het zelf meegemaakt hebben: rijdend door het Andesgebergte in een open chiva met heerlijke muziek en zingende, vrolijke mensen. Als we door een tunnel gaan, vraagt de gids door de microfoon, of we ons vermaken en iedereen joelt zo hard, dat het in de tunnel weergalmt. De tunnel is onverlicht en de discolampen in de bus gaan aan. We komen langs kleine gehuchten, gewoon een paar armoedige huisjes langs de straat, langs ravijnen, rivieren en watervallen. Sommige watervallen, komen op de straat uit, zodat mensen de mensen aan de linkerkant naar rechts moeten leunen om niet nat te worden. De chauffeur gaat er extra dicht langs. We stoppen bij een plek met een overhangende rotsformatie met lianen, genaamd de Puertas del Cielo en bij een rots, die opvallend veel gelijkenis met het gezicht van Jezus heeft (zoals hij in ieder geval vaak wordt voorgesteld). Dan stoppen we bij een hogergelegen punt en gaan een gebouw binnen. Hier staat een grote tv. We gaan allemaal om die tv heenstaan en een señor steekt een verhaal af en laat filmpjes zien. “Oh”, zeg ik tegen Carmen. “Dit is gewoon reclame”. En inderdaad, er worden verschillende filmpjes geshowd over wat je hier kunt doen, namelijk via een kabel over het ravijn en de daarin voortstromende rivier glijden. “Canopy” genaamd. Dat kan op verschillende manieren, bijvoorbeeld ook op de kop. In één filmpje wordt zelfs een hond in het tuig gehijst en naar de andere kant van het ravijn bevorderd. Iedereen vindt het helemaal geweldig en leuk. Alleen Carmen en ik kijken elkaar ontzet aan. Hier scheiden zich de culturele wegen tussen ons en het overige publiek: “Waarom zou je dat doen?” fluister ik Carmen toe. We begrijpen elkaar. Arme hond. Toch lijkt hij het niet erg te vinden.
“Wil jij het doen, mama?” vraagt Carmen mij. Ik twijfel. Uiteindelijk beslis ik om het wel te doen. Eerst wil Carmen mee, dan weer niet. Ik ben al ingepakt, als Carmen besluit om tóch ook te gaan. “Weet je dat zeker, meis?”. Ze heeft zo’n hoogtevrees! Ik denk aan de tijd, dat ze nog een kleine purk van misschien twee jaar was. Mijn vader lag in het ziekenhuis op de zoveelste verdieping en we gingen hem bezoeken. Argeloos zetten we Carmen in de vensterbank neer. Het kind stond stijf van schrik en strekte beide armen en benen uit tegen het raam en zette grote ogen van angst op. Ze stond klaarblijkelijk doodsangsten uit bij het zien van deze hoogte. Okee, zeiden we tegen elkaar, dit kind heeft dus duidelijk hoogtevrees en haalden haar snel van de vensterbank. Nooit ben ik dat moment vergeten, omdat zo duidelijk uit het niets een hele duidelijke fobie bleek.
En nu deze actie! Aan een kabel over een ravijn! Zie je het voor je? Je hoeft niet eens diepgewortelde hoogtevrees te hebben om doodsangsten uit te staan! Waarom moet ze zich nou steeds dwingen, om over drempels heen te gaan?! En voor iemand met hoogtevrees is dit geen kleine drempel, maar like huge!!! Maar ze wil echt. Als ik haar in vol ornament zie staan, valt mijn oog op de helm op haar hoofd. Ook ik heb natuurlijk een helm, het hoort bij de uitrusting. Mijn blik valt haar op. “Wat kijk je?”. Quasi nadenkend antwoord ik: “Ik vraag met af welk nut die helm heeft. Denk je dat die ook maar ene zak helpt, als we afstorten?”. Uit Carmen’s gezichtsuitdrukking kan ik aflezen dat ze niet bepaald in haar sas is met mijn tactische opmerking. Oeps. Misschien had ik als liefhebbende moeder deze opmerking wel beter achterwege kunnen laten..
We klimmen de trap op en komen op een platform. Daar staan twee mannen te wachten om ons aan de haak te slaan, om het zo te zeggen. Haha. Aan de karabijnhaak dan, hè! “Superman?” vraagt hij ons. Ja, superman. Dat wil zeggen dat we op onze buik gaan en gaan vliegen als superman. “Mam, hou je wel mijn hand vast?”. Jazeker doe ik dat. We worden opgehangen en pakken elkaar aan de hand vast. “Mama vind t eng, kan ik nog naar beneden voel helemaal de adrenaline. Oh shit, wil niet meer.” Te laat! Daar gaan we!
Het is een best stuk en ik word emotioneel heen en weer geslingerd tussen bezorgdheid om Carmen en het heerlijke gevoel van over een ravijn te vliegen en je te voelen als een vogel. Carmen echter blijft de hele “vlucht” krijsen, met wijdopen ogen! Aan de andere kant aangekomen staat Carmen te trillen. Ze heeft doodsangsten uitgestaan! We worden uit onze superman-outfit gehaald en ik knuffel haar. Wat een kanjer! Ik ben trots op haar.
We staan even in het zonnetje te wachten, tot we door onze chiva worden opgepikt. Jessy, die alles film- en fototechnisch heeft vastgelegd zit ook al in de chiva. En verder gaat de rit. De volgende stop is bij een waterval. Het is een stukje lopen, een wandeling van 20 minuten. Jessy heeft hakken aan en Carmen wil bij haar blijven, lijkt me ook beter voor haar, dus ik ga alleen met de groep. Onze gids doet zijn best om de club een beetje bij elkaar te houden, maar het is nogal druk. Ik besluit om een paar mensen uit mijn groep te onthouden en in hun buurt te blijven: drie jongens, waarvan er één een zwart-rood beblokte bloes draagt, net zo één als Danilo ook heeft, dat is makkelijk te onthouden en natuurlijk de gids. De wandeling is prachtig, echt al een beetje amazone-gebied. Dan komen we bij een hele lange houten hangbrug, die over een ravijn voert. Er mogen niet meer dan 50 mensen op, niet dat ook maar iemand zich daar iets van aantrekt. Het is erg wiebbelig lopen over de brug van houten planken. Maar ook erg leuk. Aan de overkant gaat het pad verder en komen we bij een prachtige waterval. Je kunt er heel dicht bij komen, eigenlijk sta je er direct naast. Met donderend geweld komt de brede stroom met water naar beneden om onderaan als rivier verder door het ravijn te stromen. De naam van deze waterval is: “El Pailon del Diablo” – de ketel van de duivel. En een duivelse ketel vol kolkend water lijkt het inderdaad wel. Ik wil natuurlijk weer helemaal naar beneden lopen en foto’s maken, maar verlies daardoor de rest van de groep. Maakt niet uit, er is maar één weg, dus ik kom ze vanzelf weer tegen. Ik ga de hangbrug weer over en aan de andere kant vind ik de drie jongens weer. Ik probeer ze onopvallend te volgen, maar ze moeten inmiddels toch denken: wat een raar gringa-mens. haha. Never mind. Als ik maar niet verdwaal. Onderweg prachtige vegetatie, die ik met mijn super samsung-s7-edge-carmera vastleg. Ik arriveer weer bij de dames. De maagjes rammelen, ik wil nu eindelijk eens zo’n gebakken banaan, die ze op elke hoek van de straat staan te roosteren en hier dus ook. Jessy en Carmen nemen een maiskolf en we klimmen weer in de chiva, die ons crossend door de bergen met vrolijkheid, harde muziek en in de zonneschijn bij het laatst punt van onze tour brengt: met een kabelbaan van de ene berg naar de andere. Voor mij vandaag de derde keer dat ik een ravijn oversteek. De oude bus rijdt weer richting Baños weer bij ons hotel brengt.![PhotoGrid_1501702615932[1]](https://manonswiersblog.com/wp-content/uploads/2017/08/photogrid_15017026159321.jpg?w=409&h=409)
Daarmee is ons bezoek aan Baños helaas ook we. de gids drukt mij een pastic fles gevuld met canelazi en twee plastic shotbekertjes in de hand. We drinken en geven door. Dan brengt de chiva ons weer bij het hotel. Daarmee is ons bezoek aan Baños helaas ook weer teneinde gekomen. We halen onze koffers, betalen de rekening en lopen naar de terminal. We zijn driekwartier te vroeg en ik loop nog in mijn eentje wat winkeltjes af, terwijl de chica’s, spreek Carmen en Jessy, op onze bus zitten te wachten. Als ik terugkom, kunnen we instappen. De meiden zitten naast elkaar en vóór mij, ik kom naast een jonge man te zitten. We komen al snel aan de praat. Hij heet Luiz, is 32 jaar, woont in Banjo en werkt in Quito. Hij is ongetrouwd en woont bij zijn ouders. Dat is hier heel gewoon. We kletsen wel een uur of anderhalf. Maar eigenlijk ben ik heel moe en wil even de oogjes dicht doen. De twee dames voor mij zijn al naar dromenland verdwenen. Ik sukkel ook in slaap. Na drie uur komen we weer in Quito aan en nemen de bus naar huis. Van de trolleyhalte is maar een klein stukje lopen. Dicht bij het appartement is de KFC. We gaan er iets eten, dan naar huis. Ik realiseer me nu, dat het appartementje toch eigenlijk wel heel erg luxe en mooi is, nu ik wat meer te weten gekomen ben over de behuizingen in Ecuador. Fijn om weer thuis te zijn.
We waren eigenlijk van plan geweest om samen met Alejandro vanavond nog naar de Panacillo te gaan. Dat is een berg, die zich midden in de stad bevindt en waar een enorm grote madonna staat te prijken, maar we krijgen Alejandro niet te pakken en eigenlijk ook best wel heel erg vermoeid. We besluiten om er morgen naar toe te gaan en gaan nu ons bedje opzoeken.
Dag 12: Naar Banos – chiva en disco
Vandaag gaan we naar Baños. Met z’n drietjes: Carmen, Jessy en ik. Heb er heel erg veel zin in. Baños – eigenlijk Baños de Agua Santa, vertaald “baden van het heilige water” is een klein touristisch stadje, dat bekend staat als de toegang tot het Amazone-gebied. Het ligt aan de voet van de zeer actieve vulkaan Tungurahua en vulkaanuitbarstingen en aardbevingen komen regelmatig voor. De mensen geloven heilig in de bescherming van hun beschermheilige en verlaten dan ook niet hun stadje, als een vulkaanuitbarsting dreigt. Het stadje wordt dan ook steeds weer op wonderlijke wijze gespaard. Ook hier is een Mariaverschijning geweest, deze wordt nu aanbeden als “Nuestra Señora del Rosario de Agua Santa” (Onze Vrouwe van de Rozenkrans van het Heilige Water).
We starten onze reis om ongeveer half 11, ik moet zeggen, dat ik hier vaak helemaal niet meer de tijd in de gaten houd. Eerst een half uur staand in de trolley en dan nog drie uur in de bus. We sjokken naar ons hotel. Carmen heeft geboekt. Ik heb niet op internet gekeken wat voor hotel het is. Het is goedkoop, dus zal wel pover zijn. Het is inderdaad bescheiden, maar wel schoon en netjes. Dat overal altijd dingen kapot, oud of klungelig en amateuristisch gemaakt zijn, ben ik inmiddels gewend. Zo zijn kitranden bijvoorbeeld wel een centimeter breed. Een hoek is bijvoorbeeld niet gevoegd. Of zoals nu een douche, gewoon een stang, die uit de muur komt met een plastic douchekop eropgedrukt, waar na een eeuwigheid wachten een klein straaltje warm water uitkomt. Het raam in het badkamertje komt van voor de zondvloed en is roestig, vies en afgebladderd. Aan de andere kant is een mysterieuze grijze ruimte, het raam is te hoog om te kunnen zien wat er zich precies achter bevindt. Nou, zoals gezegd is de kamer verder netjes en fris. Ik heb een balkon met een hang-schommelstoel en uitzicht op de bergen en een kleine waterval. We rusten even en lopen dan het stadje in om een hapje te eten. We strijken neer in een steakrestaurant. Op de achtergrond speelt een bandje van drie oudere mannen leuke Ecuadoriaanse muziek. Om negen uur gaan we met een chiva, weet je nog, zo’n oud busje, waar we in Quito vorige week een feestje hadden, de bergen in. We nemen plaats in de chiva. In deze zitten bankjes, er kunnen zo’n vijf mensen naast elkaar zitten. Wij zitten achterin. Chill! Dan kan ik mooi naar achteren wegkijken. De bus is versierd met gekleurde lichtsnoeren, die ook nog eens flikkeren. Het is een oude bus, met oude bankjes, maar met een supergrote, moderne speaker, die direct boven onze hoofden hangt.
Als de bus gaat rijden begint er keiharde muziek uit te komen. Heerlijk!!! Het gaat door de verlichte stad en dan de berg op. In het pikkedonker. Als ik achterom kijk, zie ik alleen maar zwart. Geen straatverlichting. Meerdere chiva’s rijden achter elkaar aan, maar wij zijn het slotlicht. Ik zie in ieder geval geen andere achter ons aankomen. De chiva crosst door de bergen, zijn weg vervolgend naar de top, hobbelend en bobbelend over de slechte straten en met gierende motor als het oude voertuig moeite heeft om de berg op te komen. Ondertussen keiharde Reggaeton. Super gaaf dit!
Boven op de berg krijgen we een beker canelazo, het tradtionele zoete alcoholhoudende drankje. We genieten van het prachtige uitzicht: het verlichte stadje tussen de bergen. Dan is er een kleine show door een cabaretier. Ik versta niet veel, maar ik zie wel dat hij het erg leuk doet. Dan terug naar de bus en met een bloedvaart en de wederom knetterende muziek de berg af. We worden vlak bij ons hotel afgezet en gaan even rusten om tegen half twaalf een discotheek op te zoeken.
We komen in een straat met allemaal disco’s en kiezen voor een tent genaamd “volcan”. Er zijn drie verdiepingen. We nemen caipirinha en klimmen naar de bovenste verdieping, daar dansen we de hele nacht door. Heerlijke Reggaeton en andere latijnsamerikaanse muziek. Maar ook “gringo-muziek”, spreek house e.d. Ik krijg een drankje, glas cola, van het huis. Een van de medewerkers komt het mij brengen, omdat ik zo goed op de muziek dans. Ik voel me gestreeld. “Pas wel op, mama. Ze kunnen er iets in hebben gedaan.” Daar heeft ze gelijk in. “Hou me goed in de gaten” antwoord ik en neem een slok, afwachtend of er iets gebeurd. Word ik een beetje draaierig, of vergis ik me? Ik laat de cola even staan en ga verder met de caipirinha, de tweede, die Jessy voor ons heeft gehaald. Dan staat de medewerker van het glas cola met een andere jonge man voor ons. Of we willen dansen. We bedanken vriendelijk. We dansen lekker met z’n drietjes tot in de vroege uurtjes. Om drie uur sluit de tent en lopen we naar huis. Nakletsen, douchen en nog effe op mobiel. Zo is het snel vijf uur, voordat ik ga slapen. Ik val dan ook als een blok in slaap.
Dag 11: Mitad del mundo – op de evenaar
Carmen is nog steeds ziek. Ze moet nu toch echt naar een dokter. Ik heb nog een aantal dingen op mijn to-do-lijstje staan, waaronder “La mitad del mundo”, letterlijk vertaald “de helft van de wereld”, de evenaar oftewel de equator. Daar zou ik zooooo graag heen willen, lijkt me zo vet, om te kunnen zeggen: ik heb op de equator gestaan! Maar het is te vermoeiend voor Carmen. Gelukkig heeft Alejandro tijd om mij te begeleiden. Super fijn, want hij is een wandelende encyclopedie en super gezellig, want het is een ontzettend leuke jongen. Carmen legt me uit, hoe ik bij de busterminal moet komen, het is niet moeilijk, ik kan er met de trolley naar toe en Alejo pikt me daar dan op om samen verder met de bus te gaan naar “La mitad del mundo”. Het is maar 20 km, de busrit kost geen hout, maar je bent wel even onderweg. We kletsen gezellig onderweg en de tijd vliegt voorbij. We stappen uit en lopen naar een soort park met allemaal huisjes, een soort openluchtmuseum. Het is warm en zonnig weer, om ons heen overal de bergen, een prachtige omgeving. Het park is groot, onmogelijk om alles te doen, maar we lopen een paar hutjes in, reconstructies van hoe de indianen leefden en gedeeltelijk nog leven. In één van de hutjes zit een sjamaan bij een vuurtje. Naast hem is een klederdracht te bewonderen, een pak met twee maskers, aan de voorkant één en aan de achterkant één. Deze pakken werden door de indianen gedragen, ik denk bij rituele dansen ofzo. In een hoek op de grond een kleine omheining van stenen, waarin een aantal cavia’s rondloopt. Alejandro loopt het water al in de mond. Hij vindt ze heerlijk, zegt hij. “Jij bent gek, zeg ik. Die kun je niet eten.”. “Waarom niet?” vraagt hij. “Omdat het geen voedsel is” dien ik hem van repliek. Hij trekt zijn schouders op. “Tuurlijk wel! Ze zijn lekker”. Dan vertelt hij dat er met behulp van deze beestjes ook diagnoses gesteld worden. Men strijkt me een levende cavia over het lichaam van een ziek iemand. De cavia neemt de ziekte over en sterft tijdens de procedure. Dan wordt het diertje opengesneden en men kan zien wat de patiënt heeft, of het nou een tumor of wat dan ook voor ziekte is. Ik vind het maar wreed. De sjamaan spreekt ons aan. We kunnen hem vragen stellen als we willen. Ik wil weten, of sjamanen nog steeds bestaan en nog steeds praktiseren. Hij beaamt het. Ze zijn allemaal gekerstend, maar hebben wel zo hun eigen tradities behouden en hebben beide religies met elkaar verweven. Dan wil ik weten wat de kern, de basis van het sjamanisme is. Hij vertelt dat de basis erin bestaat, dat wij mensen één zijn met de natuur. De natuur weerspiegelt daarom ook ons mensen: het schijnen van de zon is het gelukkig zijn van de mens, regenen weerspiegelt het verdrietig zijn, de donder is een parallel tot het boos zijn, enzovoort. De oude man is sympathiek en neemt alle tijd om mijn vragen te beantwoorden. Ik geef hem twee dollar fooi en hij houdt het geld boven het vuur. Dat is om de negatieve energie te laten verdwijnen, legt hij uit.
We verlaten de hut en gaan verder, andere hutjes bekijken. We lopen door wat musea, maar die drukke plekken trekken me niet zo, zeg ik Alejandro. Wat ik dan wel weer interessant vind en wat hier en überhaupt in het katholicisme een ding is zijn de verschillende Maria-verschijningen. Je hebt verschillende Maagden (“Virgin”) in verschillende plaatsen. Ik dacht vroeger altijd, dat het om verschillende heilige maagden ging, maar heb nu geleerd, dat het steeds om een verschijning van Maria, de moeder van Jezus gaat. Ze verschijnt voor een enkeling, vaak met een boodschap of een opdracht, bijvoorbeeld het bouwen van een kerk. De verschijning krijgt dan de naam van de plaats van verschijnen. Bijvoorbeeld de “virgin del Carmen” is de Maria-verschijning op de berg Carmel. Hier in dit park is een hele gang met schilderijen van verschillende “maagden” en het bijbehorende verhaal. We lopen door de gang en praten over de verschillende schilderijen. Dan gaan we weer naar buiten.
In het midden van een plein staat een grote toren, We gaan met de lift naar boven en hebben een prachtig uitzicht. En het is zo’n mooi weer! Ik geniet weer met volle teugen. Onder ons zien we de gele lijn, die de evenaar weergeeft. “Maar”, zegt Alejandro. “Dit is niet de echte equator.” Oh? Ja de echte equator ligt een stukje verder op. “Gaan we daar nog wel naar toe?” vraag ik bezorgd. Het kan toch niet zijn, dat ik hier ben en dan nog niet op de echte evenaar kan staan?! “Ja, natuurlijk” stelt hij mij gerust. “We gaan ook nog naar de echte evenaar.”.
Wat is nou het verhaal van de twee lijnen, die beiden de evenaar moeten voorstellen? De ligging van de evenaar werd in de 18e eeuw bepaald door de fransman Charles de Condamine. Hij vergiste zich echter en bleek een paar honderd meter ernaast te zitten. Met GPS is de precieze locatie vandaag de dag dan ook accuraat te bepalen.
We maken een paar foto’s op de “nep-equator” en lopen dan naar de échte plek. Ik ben zo blij, dat Alejandro dit weet. We hebben best honger, maar besluiten om toch eerst bij de echte evenaar te kijken.
We volgen en avontuurlijk pad, met aan weerszijden mega-grote agaves en cactussen en komen in een prachtig klein park met mooie inheemse planten en struiken. De intree is 4 dollar, de helft van het “nep-park”. Lol! Ik vind het hier veel leuker! We krijgen, samen met een aantal Amerikanen, een rondleiding door een zeer kundige en sympathieke jonge vrouw, die ook nog eens uitstekend Engels spreekt. We krijgen een rondleiding langs verschillende plekken. Ze vertelt ons over de “shrinking heads”, een gebruik bij bepaalde stammen om de hoofden van hun vijanden te koken, nadat de botten eruit gehaald zijn en dan te vullen met stenen. Er blijft dan een heel klein hoofdje over. Ik leg dit nu heel globaal uit, maar eigenlijk is het een hele ingewikkelde procedure, die maar door weinigen beheerst wordt. “Wordt” ja, want het wordt nog steeds met dieren gedaan. Sinds 1950 is het op mensen verboden. We staan met onze mond open: 1950! Dat is nog maar zo kort geleden! Er is ook een echte “shrinking head” van een jonge van 13. Hij zou de opvolger zijn van het stamhoofd. Ook sjamanen kregen na hun dood zo’n behandeling. Men geloofde namelijk, dat zo hun wijsheid niet ontsnappen en door anderen afgepakt kon worden. In geval van de vijanden was het doel, dat de geest van de gedode persoon zich niet kon wreken.
Luguber hè? We zien nog een kolibrie, maar net als ik mijn mobiel te voorschijn heb gehaald, vliegt hij weg. Ik wil erachter aan, maar Alejandro zegt, dat ze moeilijk vast te leggen zijn. Jammer. Dan volg ik maar weer de groep. Alejandro wacht telkens netjes op mij, als ik niet snel genoeg de groep volg, omdat ik weer foto’s moet maken. Vet lief.
Einde en hoogtepunt van de rondleiding is natuurlijk de echte evenaar en we kunnen een paar experimenten doen, zoals een ei op een spijker balanceren. De gids laat zien, dat op de evenaar er geen draaiende kolk is, als je water door een afvoer laat weglopen en dat je minder kracht hebt. Ook mogen we met de ogen dicht op de streep lopen, die precies de evenaar weergeeft. Ik zweer het je, je dreigt al bijna om te vallen, nog voordat je de eerste stap hebt gezet.
Ik vind het allemaal super interessant, maar onze magen beginnen nu toch echt te rammelen. We willen pizza. Ietsje verderop, aan de andere kant van de straat is een pizzeria. We bestellen twee “entradas”, voorgerechtjes, te weten, patat en chickenwings en ieders een pizza. Van de entradas eten we samen. We blijken beiden van pittig eten te houden. Alejandro vraagt iets om het eten scherper te maken en we krijgen een bus gedroogde chilli. De chickenwings en de patatjes doen we door de mayonaise of ketchup en dippen dan in de chili. Hmmm heerlijk. De pizza wordt bestrooid met extra chili. Lekker – rico! We zijn het erover eens dat we heerlijk gegeten hebben, maar nu toch echt wel voldoende hebben gehad. Het is later geworden dan we hadden gepland. Het wordt nu krap voor Alejandro’s balletlessen. We spreken af dat ik met hem mee ga naar huis als hij ballet moet laten schieten. Hij redt het net niet, dus ik ga met hem mee naar huis om een kop koffie te drinken. We komen bij een groot huis met drie verdiepingen. De 2e verdieping is van hem en zijn familie: ouders en twee broers. We lopen een trap op en betreden de ruime woning. Een grote woonkamer met open haard, een ruime eetkamer, en een keuken met een klein tafeltje met twee stoeltjes. Er is een gang, die naar slaapkamers gaat. Tenminste dat denk ik. Alejandro stelt me aan zijn familie voor: zijn moeder en een oom een broertje en neefje. Vader en tante zijn aan het werk. Iedereen begroet mij met een omhelzing en een kus op de wang, zoals het hier de gewoonte is. Erg hartelijke mensen. Vooral zijn moeder is een schat van een mens. Ze is heel erg verheugd me te leren kennen. Nou ik ook! Een leuke, spontane, nog jonge vrouw. We drinken koffie. Oom doet karaoke, daarna moeder en dan ook Alejandro. Ik ga bij hem in de eetkamer zitten en applaudisseer als hij klaar is. Heerlijk die ongedwongen gezelligheid. Men gaat aan tafel en Alejo en ik nemen afscheid. Hij moet naar zijn Engelsklas en ik naar huis. We lopen door de voortuin en hij plukt een kleine mandarijn en ik peuzel hem op. Heerlijk zoet zo direct van de boom. Ze hebben ook een limoenboom vol met vruchten. We lopen verder richting het busstation, vanaf hier kun je de cotopaxi, de vulcaan, zien, maar het is nu bewolkt. Ik wil hem nog heel graag bezoeken, maar het is er nog steeds niet van gekomen en je hebt er een hele dag voor nodig. Hopelijk lukt het nog.
We nemen dezelfde trolley, Alejandro neemt de tweede halte, ik moet nog negen verder.
Zo kom ik weer terug na een geweldige fijne, gezellige en interessante dag. Muchas gracias, Alejandro!!!
Dag 10: Terug naar Quito
9 uur: We checken uit bij het hotel en laten een taxi roepen. Om tien over half tien pikt te taxi ons op. 10.00 uur vertrekt onze bus. Ik stress ‘em, maar Carmen verzekert mij dat we op tijd zullen zijn. Ze vraagt met haar liefste gezichtje en stemmetje aan de taxi-chauffeur, of hij ons wil helpen om op tijd te komen. “Dat werkt altijd mama”. En inderdaad, we zijn op tijd, nog maar net, maar toch..
Het is een minder comfortabele bus, dan op de heenweg, maar het kan er mee door. Ik ben eerst chagrijnig, omdat we aan de verkeerde kant van de bus zitten, want aan de andere, linke kant heb je het mooiste uitzicht. Bovendien heeft de buschauffeur vreselijke muziek opstaan en ik heb mijn oortjes in de trolley zitten, die zich in de bagageruimte bevindt, waar ik dus niet bij kan.
Maar het landschap is prachtig en ze draaien gegeven ogenblik een leuke film met Engelse ondertiteling. De bus stopt afschuwelijk vaak. Pffff, dit kon nog wel eens een hele lange busrit worden. Daarna staat er een in het Spaans gesynchroniseerde film op zonder ondertiteling. Mijn aandacht verslapt en ik kijk naar buiten. Hoe anders is het hier dan bij ons. Allereerst natuurlijk het landschap. De prachtige bergen van de Andes geven een schitterende aanblik. De vegetatie verschilt ook heel erg: cactussen en agave-planten. Wij hebben ze in de huiskamer, hier is het gewoon onkruid. Maar wel mooi en groot onkruid. Af en toe liggen koeien en kalfjes in de berm, zonder afrastering, misschien maar een meter van de weg af. Een ezel staat aan de rand van de weg, plompverloren lijkt het wel. Random een paar schapen. Dan een paar huizen. Mensen zitten aan de kant van de weg een heel varken aan het spit te roosteren. Iets verderop liggen kippen op een soort barbecue. Dan weer een stuk land, een vrouw in klederdracht met een drietal schapen aan een touw achter zich aan. Een andere vrouw in klederdracht volgt hun. Iedereen hier in de kleinere dorpjes loopt in klederdracht: een wijde rok in een felle kleur, een witte bloes, een felgekleurde omslagdoek, een hoed en één of twee lange vlechten. Zowel jonge als oude vrouwen. Jonge moeders dragen hun kind ingewikkeld in een doek op de arm of op de rug. Als de bus stopt stapt er vaak een marskramer in om iets te verkopen: Fruit in een bekertje, snoep, chips of drinken. Sommigen hebben een heel verhaal. Zo stapt er een man in, met snoep in hartjesvorm. Hij heeft een heel uitleg, hoe belangrijk het is dat je je ouders of wie dan ook je liefde betoont en wat voor een uitgekiende gelegenheid dit nu is om het met zijn product te doen. Hij lult wel een kwartier met harde stem. Ik luister gefascineerd, hoewel ik zo goed als niets versta. Hij is nog redelijk jong, maar mist één voortand. Hij gaat uitdelen. Huh, wat nu? “Je mag het bekijken” zegt Carmen “en als je het wilt houden, dan komt hij zo het geld ophalen.” Nou, ik hoef het niet eens te bekijken, ik weet zo ook wel, dat ik het niet wil. Als hij alles heeft uitgedeeld, loopt hij weer naar voren om nog eens te vertellen hoe geweldig zijn product is. Dan loopt hij weer de mensen langs en prijst uitgebreid de goedheid van degenen, die het product kopen. Bij de volgende halte stapt hij uit. Dan stapt een andere jonge man in. Hij ziet er netjes en redelijk westers uit en heeft een grote leren tas bij zich. Hij heeft een heel verhaal over gezondheid en vitamines, weet ik veel wat en hij verkoopt zakjes met een soort poeder, waarvan je twee keer per dag een bepaalde hoeveelheid in moet nemen om gezond te blijven. Hij deelt het ook weer uit, maar ook hiervoor hebben we geen interesse. We wachten eigenlijk op iemand, die iets enigszins fatsoenlijks te eten verkoopt. Maar of de duvel ermee speelt… normaal komen er heel veel mensen iets te eten verkopen, nu niemand.
Na zo’n vijf uur moet ik naar de wc. Ik loop naar achteren in de bus, maar de wc is op slot. Ik loop terug naar mijn plek en Carmen vraagt aan de conducteur of ik naar de wc kan. Over vijf minuten stoppen we, dan kan ik daar gaan, zegt hij. We stoppen, maar rijden ook zo weer verder. Dan weer een hele korte stop. En een derde stop. Ik durf niet uit te stappen, omdat ik niet weet, of dit weer een hele korte stop is. Maar het duurt langer. Ik zie nu ook “Santa” boven een poort staan. Dat is de naam van de busvaartmaatschappij. Maar nu is het al te laat, de bus is weer in beweging. Na een poos vraagt Carmen weer aan de man. Hij zegt dat ik zonet had moeten uitstappen. Ja dude, had dan wat gezegd! Maar hij zegt dat hij de sleutel voor de wc in de bus halen zal. Kwartier later komt hij met de sleutel aanzetten. Ik moet hem volgen. Ik mag alleen plassen! Hij zegt het drie keer. Als hij de deur opent, weer: alleen plassen! Si si, antwoord ik. Op de wc snap ik waarom hij het zo nadrukkelijk zegt, er zit geen gat in de wc, maar een afvoer als in een gootsteen. Nummertje 2 zou hier niet doorheen gaan. Afin, ik doe mijn ding en na mij nog een aantal andere mensen, Carmen incluis. Zo, dat lucht op. Nu neem ik na 5 uur voor het eerst een klein slokje water. Niet te veel, want naar de wc gaan blijkt toch wel een dingetje…
We hebben eigenlijk geen idee, hoe lang de tocht zal duren, we houden het maar op 10 uur. Dan zijn we nu zo’n beetje op de helft. Carmen is af en toe aan het dutten, mij lukt dat niet. De meeste tijd blijf ik uit het raam kijken. Gefascineerd over hoe de mensen hier leven. Zo’n wereld van verschil met alle luxe, die wij gewend zijn. Ik voel me aardig decadent, tegelijk beseffend, dat ik het echt echt heel moeilijk zou vinden om als deze mensen te leven. We komen langs dorpjes, waar ik me afvraag, waar deze mensen van leven, zo ver af van alles. Auto’s zijn ook niet te bekennen. Je ziet af en toe mensen in het veld bezig en sommigen hebben dieren. Bij sommige huizen vraag ik me af of er wel mensen leven, dan weer huizen, waar heel klaarblijkelijk niemand leeft, spookhuizen, zonder ramen of deuren. Dan weer oude vervallen huisjes, waar de was op het platte dak hang te drogen, povere hutjes, waar mensen voor zitten, soms eten bereidend. Een keer een huisje, waar een aantal vrouwen en kinderen de was staan te doen in grote vierkante stenen kuipen. Ik denk aan ons huis, de wasmachine, droger, vaatwasser, stofzuiger… Als ik straks thuis ben, zal dat allemaal snel weer heel gewoon zijn, maar dat is het op dit moment alleszins. Zo mijmerend gaat er een hele andere wereld aan mijn ogen voorbij.
Ondertussen weet ik niet meer hoe te zitten. Mijn nek doet pijn, mijn rug doet pijn, mijn kont doet pijn. En we moeten nog drie uur. Het wordt een hele lange zware rit. Stom, je hoeft alleen te zitten en toch raak je dodelijk vermoeid. Op mobiel lukt niet, lezen lukt niet, het hobbelt te veel.
Na tien lange uren rijden we eindelijk de terminal van Quito in. Het is inmiddels donker. We stappen op de bus en dan op de trolley over. Het duurt nog wel bijna een uur voor we bij onze halte uitstappen. We besluiten om op de weg naar huis iets te eten bij de KFC. Daarna door naar huis. Als we thuiskomen, blijkt het huisgenootje uit Nederland weer terug te zijn. We merken het, aan het hek voor de huisdeur, dat niet dicht zit. Maar ze ligt al in bed. Wij drinken nog een kopje thee, pakken de spullen uit, douchen en kruipen in bed. Heerlijk om gestrekt te kunnen liggen!!!
Dag 9: City tour door Cuenca

We hebben besloten om een city tour met de bus te doen. Dat lijkt ons voor Carmen beter dan lopen of fietsen. Nog beter zou natuurlijk een dag in bed zijn. “Ik ben toch niet acht uur naar Cuenca gereisd om in bed te gaan liggen en niets van de stad te zien” protesteert ze. Snap ik.
Er zijn twee tochten: één door het zuiden en één door het noorden. We besluiten eerst die door het zuiden te doen en vanmiddag misschien nog die door het noorden te pakken. Via internet hebben we een adres, waar we tickets kunnen kopen, maar daar aankomend krijgen we weer een ander adres door. We moeten bij het Parque Calderon zijn. Dat blijkt een klein vierkant park voor een prachtige grote kathedraal te zijn. Aangezien het park vierkant is, zijn er ook vier straten, die erlangs liggen en dus ook vier mogelijke straten, waar we moeten zoeken. We zien niets van een bord ofzo. Het is koud en begint te regenen. De paraplu zijn we vergeten mee te nemen. Carmen gaat onder een afdak staan en ik ga alle straten langs. Ik kom bij een soort vvv, maar de mevrouw is bezet en er zitten wachtenden. Ik ga ervan uit, dat hier het vertrekpunt van de bus moet zijn en haal Carmen op. Via een beveiliger krijgen we te weten, dat we bij een vrouw verderop met een zwart-rood vest moeten zijn. We kopen bij haar de tickets en een paar minuten later arriveert de dubbeldeks bus en we stappen in. We gaan bovenin zitten, want daar is het open en kun je het beste zien. Het is een leuke stad, knusser dan Quito. Het boeiendst vind ik de resten van een inca-nederzetting. Af en toe sta ik op om een foto te maken. Als ik na het maken van één van de foto’s me omdraai, scheert een laaghangend elektriciteitskabel rakelings over mij heen. Carmen kijkt ontzet, ze had me willen waarschuwen, maar kon gewoon niet op het Nederlandse woord “bukken” komen. De gids waarschuwt voor laaghangende kabels en boomtakken. Fijn!
We rijden een berg op. De bus heeft het er aardig moeilijk mee. Het is echt koud. Er staat een harde wind. Veel te koud voor Carmen. Ze moet van mij onder in de bus gaan zitten. We stoppen bij een kerkje en zullen hier een half uur doorbrengen. We krijgen candelasso te drinken en kunnen bij een atelier met keramieken voorwerpen kijken. Carmen blijft op het terras van een restaurant zitten, ik loop naar het atelier. Prachtige dingen zijn hier te koop. Allemaal handwerk, maar heel duur spul. Ik besluit om een onderzetter te kopen. Dan loop ik weer naar boven naar de bus, want het is tijd. Kwart over zouden we weer bij de bus zijn. Ik kom er 16 minuten over aan. Alleen geen Carmen in de bus. Ik zeg tegen de gids, dat mijn dochter er nog niet is, waarschijnlijk nog bij het restaurant zit. Of ik haar kan halen. Zij zegt, dat we dan de volgende bus moeten nemen. Okee, dat moet dan maar. Ik loop richting het restaurant en zie Carmen op het plein voor het kerkje staan. Ze ziet mij en ik zwaai haar: kom, kom, snel. Ik loop naar de bus en zwaai naar de chauffeur: wacht, wacht we zijn er! We stappen in en verder gaat de tocht. De gids vertelt allerlei dingen, ook in het Engels, maar ik moet echt goed luisteren om het verschil tussen Engels en Spaans te verstaan, zo slecht is haar uitspraak. Toch is het een leuke tocht en krijg je een goede indruk van de stad.
We stoppen weer bij de kathedraal, gaan lunchen en brengen dan een bezoek aan de prachtige, grote kathedraal.
Dan lopen we naar ons hotel. We hebben besloten, dat ik vanmiddag alleen de andere tocht zal maken en Carmen zal gaan rusten. Ook hebben we besloten, dat we morgen ochtend naar Quito vertrekken, zodat we ’s avonds weer lekker in bed kunnen slapen. We moeten dus tickets hebben voor morgen. Carmen kruipt in bed en ik loop naar de terminal om de buskaartjes te kopen. Daarna neem ik een taxi naar het Parque Calderon om de vrouw van de buskaartjes te zoeken voor de citytrip door het noorden. Tien over half vier zou die gaan. Ik zie de vrouw nergens. Dan spot ik zo’n mobiel kraampje met snoep, waar een groot plakkaat voor staat. Ik loop er naar toe. Bingo. Hier verkopen ze de tickets. In het kraampje zitten op een rij twee oude mannetjes en een oud vrouwtje. Of ik een kaartje voor de citytrip wil kopen. Laat ik dat nou inderdaad net graag willen! Maar ik moet wel de bus voor het noorden hebben. Ik krijg het kaartje. Hoe laat vertrekt hij? Half vier, zegt het vrouwtje. En hoe laat is het nu? Ik kijk op mijn mobiel. Half vier! Het vrouwtje wijst naar een bus, die aan komt rijden. Die moet ik dus hebben. De bus rijdt ons voorbij om een stuk verderop te stoppen. Het oude vrouwtje rent achter de bus aan. Ze beduidt mij om te volgen. Ik loop achter haar aan. Met haar korte beentjes rent ze alsof haar leven ervan afhangt. Ik kan af en toe gewoon lopen en haar toch bijhouden. Het moet een komisch gezicht zijn: het kleine, oude Ecuadoriaanse vrouwtje en de grote gringa die achter elkaar aanrennen over het plein voor de grote kathedraal. Maar we redden het. Ik bedank haar en stap in. Ik geef mijn kaartje af in de bus. De gids vraagt, welke tocht ik wil maken. Ik wil de tocht door het noorden maken, want die andere heb ik vanmorgen al gedaan. Of ik op het uitzichtpunt ben geweest. Ja, dat ben ik. Dan zit ik dus in de verkeerde bus. Ik moet de andere hebben. Die komt over 10 minuten.
Okee. Ik stap de bus weer uit en wacht op de volgende. Daar klim ik weer bovenin. De route is gedeeltelijk hetzelfde, maar buigt dan naar een andere kant af. We stoppen bij het hoedenmuseum. Hier blijven we een uur. Oef, best lang lijkt mij. We krijgen een rondleiding door het museum en het verhaal van de geschiedenis van de panama-hoed. Dan lopen we door de fabriek, waar de hoeden gemaakt worden en komen uiteindelijk in een winkel, waar ze de prachtigste hoeden verkopen. Ondanks dat er een paar echt mooie exemplaren bij zijn, ben ik toch niet van plan om er één te kopen. Hoe moet ik die mee naar Nederland krijgen? Een aantal mensen past wat hoeden. Ik kom aan de praat met een Ecuadoriaanse, die nu in Californië leeft en bij haar moeder op bezoek is.
Na een uur vertrekken we weer. We rijden nog een stuk door de stad, dan stoppen we weer voor de grote kathedraal. De hele tocht heeft langer geduurd dan ik dacht en het begint al te schemeren. Ik loop richting hotel, maar wil nog water en chips kopen. Anders kun je dat op elke hoek van de straat kopen, nu niets te vinden. Ik loop door tot een groot plein en vind daar eindelijk een winkel waar ik slaag. Als ik weer bijna bij het hotel ben, kom ik toch nog langs een kraampje waar ik de heerlijke “verdes” kan kopen.
Ik “jaag” Carmen uit bed om wat te gaan eten. We besluiten om dichtbij te dineren en vinden inderdaad een restaurant, waar we een traditionele maaltijd nuttigen. Het smaakt goed. Terug in het hotel douchen, en heerlijk in bed filmpje kijken. Maar ik houd het niet lang vol en sukkel steeds weg. Ik besluit de film een andere keer te kijken en aan mijn vermoeidheid toe te geven.
Dag 8: Aankomst in Cuenca
De plaatsen in de bus zijn iets minder chill, dan we dachten. Je ligt niet echt fijn, want je ligt in een knik en de stoelen zijn nogal glad, want van kunstleer, dus van een echt goede nachtrust kan geen sprake zijn. We slapen wel vrij veel, maar worden ook heel vaak wakker. Ik begin echt pijn in mijn rug te krijgen en mijn voeten voelen dood aan. Het is ook beginnen te regenen. Ongeveer een uur nadat het licht geworden is arriveren we in Cuenca. Fijn, om uit te kunnen stappen en de benen te strekken. We zijn veel te vroeg om in het hotel in te checken, het is pas 7 uur in de ochtend, dus we besluiten om hier op de terminal te ontbijten. Er is een grote overkapping met naast elkaar op een rij meerdere eettentjes. Ze verkopen allemaal zo’n beetje hetzelfde en proberen klanten naar zich toe te lokken door met de rechter hand met hele korte, snelle bewegingen op en neer te zwaaien en “tss tss” te doen, terwijl ze met hun linker hand over het menu op het bord gaan, alsof ze een mooie dame van top tot teen presenteren. We kiezen een willekeurige tent en gaan op het terrasje ervoor zitten. We gaan uiteraard voor “desayuno continental”, een Europees ontbtijt: koffie, broodje met een soort kaas, een bordje roerei en een “jugo”, een vruchtensap. Carmen kiest naranjasap, dat is sinasappelsap en ik de boomtomatensap. Carmen proeft van het drankje. “Er zit water in. Zou je die wel drinken, mam?”. Ik waag het er maar op. Het ontbijt smaakt goed. Ik drink voor het eerst in mijn leven koffie bij het ontbijt en vraag daarom ook veel melk. We krijgen een beker heet water. Huh? Krijgen we nu thee? Maar Carmen pakt één van de potjes op tafel, waar blijkbaar oploskoffie inzit en doet een schep van het poeder in de mok met heet water. We krijgen ieders ook een beker met warme melk erbij. Het ontbijt smaakt me uitstekend. Als ik om me heen kijk, zie ik anderen soep eten en warme gerechten, brrrrr.
Als we ons ontbijt ophebben lopen we langzaam richting hotel. Volgens Google 15 minuten te voet, maar we lopen heel langzaam, want we zijn vroeg zat en we hebben het gevoel, dat niet al onze botten nog niet weer op de juiste plaats zitten na deze lange busrit. Bovendien gaat het met de trolleykoffer ook niet zo snel over de hobbelige stoep met gaten en we moeten stoep op stoep af. Soms houdt de stoep gewoon op en loop je langs de muur van een gebouw over de tweebaanse straat, waar auto’s en vrachtwagens met een bloedvaart langsrazen. We komen door de binnenstad, het ziet er gezellig uit, hoewel alles nog dicht is. Ook een artesania-markt en een markthal. Daar willen we straks nog wel even gaan kijken. We checken in in het hotel. We kunnen pas om 12 uur op onze kamers, maar we mogen onze bagage daarlaten en van alles gebruik maken. We gaan in de lobby op een rondzitbank zitten en pakken een kopje thee. Het hotel ziet er mooi uit. Het is z’n 4 sterren dubbel en dwars waard, zo te zien. We blijven een poosje kletsen en nemen nog een kopje thee en nog een kopje thee en dan lopen we de binnenstad in. We slenteren over de artesania-markt. Hier hebben ze toch nog wel weer andere dingen dan in Quito en Otavalo. Jammer, dat ik niet zo heel veel plek in mijn bagage heb, anders had ik heeeeeel veel dingetjes gekocht. Het ruikt heerlijk naar allerlei kruiden. Dat komt bij een overdekte plek vandaan, waar een aantal oude vrouwtjes zit met grote bossen verse kruiden. Moeders met kindjes op hun schoot zitten ernaast. Blijkbaar een soort patiënten. De oude vrouwtjes slaan met de bossen kruiden op de kindjes, af en toe spugen ze een drankje op een kindje om vervolgens weer verder te slaan. Het gaat er tamelijk hardhandig aan toe, de kinderen krijgen beste meppen en sommigen beginnen te huilen. De moeders blijven er vrij stoïcijns onder. Ik zeg tegen Carmen, dat de vrouwtjes wel een soort sjamanen lijken, die boze geesten uitdrijven. Via Jessy komen we te weten, dat er zo inderdaad slechte energie uit de kinderen gehaald wordt. Aardige lastpakken, vermoedelijk. Ik weet nog wel wat leerlingen, die dit heeeel goed zou doen, haha.
We wandelen verder en bezoeken de grote markthal op het plein. Hier verkopen ze prachtig uitgestald fruit en groente. Op de benedenverdieping worden grote stukken vlees en hele kippen verkocht. We kopen bij een fruitstand een paar grenadines en gaan buiten op een bankje zitten om ze leeg te slurpen.
Dan gaan we in een eettentje lunchen. Carmen laat met een typisch inheems gerecht proeven: “huma”, het lijkt een beetje op griesmeel, maar dan van mais, ingewikkeld in maisbladeren. Ik vind het lekker. Daarbij eten we patatjes en een stukje kip.
Dan lopen we weer richting hotel, het is bijna twaalf uur. We gaan weer in de lobby zitten en als het kwart over twaalf is, vraag Carmen bij de receptie, of onze kamer al klaar is. De receptionist vertelt, dat we eigenlijk pas om twee uur mogen, maar er is bijna een kamer klaar. Booking.com had trouwens twaalf uur gezegd. Na even wachten kunnen we inderdaad onze kamer betrekken. De slaapkamer is niet echt vier sterretjes, maar opzich oké. Er staan twee bedden in: een éénpersoonsbed en een klein tweepersoonsbed. De badkamer is niet meer dan twee sterretjes: ouderwets en klein en de douche heeft een douchegordijn. Beetje jammer dit!
We gaan douchen en kruipen even in bed. Carmen is nog steeds niet in orde. Zij heeft echt even haar rust nodig. Ik ben ook wel moe. Ik doe mijn mobiel op de oplader, anderhalf uur tot hij weer helemaal opgeladen is. Carmen wil nog even haar serie afkijken. “Carmi ga lekker slapen, meis”. “Ja, mams, tien minuutjes, dan is het afgelopen.”. Ik dut in. Als ik een hele poos later wakker word, knippert het rode lampje niet meer. Zo, zeg! anderhalf uur geslapen! Ik ben klaar om weer wat te ondernemen. Tot mijn verbazing en ongenoegen ligt Carmen nog steeds haar serie te kijken. “Lig jij nou nog je serie te kijken?!” roep ik boos. Ik ben echt kwaad. Verdorie! Ik wil iets gaan doen. In plaats van dat ze uitrust, gaat ze films kijken. Ze kijkt beteuterd. “Maar…. het is pas 20 minuten later!”. Ik kijk op mijn mobiel. Shit! verkeerd gekeken. Het is inderdaad pas 20 minuten verder. Toch baal ik. Ik ben nu weer vol energie en wil wat gaan doen. Maar zij moet nu nog beginnen met slapen. Later vertelt ze mij, dat ze zich betrapt voelde, omdat ze gelogen had over die 10 minuten, terwijl ze wist dat de serie nog 20 minuten duurde. Ik pak mijn laptop en Carmen gaat slapen. Ik zit wel de rest van de middag te balen. Twijfel, of ik er alleen op uit zal gaan, maar besluit om toch op de kamer te blijven.
Ik zoek op internet naar een leuk restaurant, wat een beetje in de buurt ligt. De nr. 1 volgens trip advisor is “Tiesto”, een restaurant dat nog geen 700 m bij ons vandaan ligt en Ecuadoriaans eten serveert. Lijkt me perfect. Als Carmen zo’n drie uur later wakker is, stel ik het haar voor en ze stemt toe. We lopen er naar toe. Het regent niet maar het is best fris. Veel kouder dan in Quito. Het restaurant ziet er super gezellig en zeer netjes uit. We hebben niet gereserveerd, maar krijgen toch een tafel. Een ober brengt een mand met stokbrood en zet tien verschillende dipsausjes op de rand van onze tafel. Dat ziet er gezellig en lekker uit! Twee Engels sprekende dames naast ons adviseren ons om een menu voor twee personen te nemen. Je krijgt dan vier verschillende soorten vlees geserveerd met verschillende garnituren, plus een glas rode en witte wijn. Dat lijkt ons wel wat. We proeven alle dipsausjes door. Ze zijn heerlijk. Dan wordt het eerste stukje vlees geserveerd, kipfilet met een heerlijke champignonsaus. Daarna volgen nog een heerlijk mals biefstukje en een stuk schapenvlees. Er wordt rijst, salade en andere inheemse garnituren bij geserveerd. Pfff, ik zit inmiddels vol en we verwachten, dat nu het toetje komt, maar nee, er komt nog een ronde vlees. Ik kan echt niet meer. Ik vind het heel erg, maar ik kan er maar een klein stukje van eten. Ook van het toetje eet ik niet veel, terwijl het super lekker is en het bord is zo prachtig versierd! Ik denk eerst, dat het bord een bloemendecor heeft, maar de bloemen zijn er gewoon heel kunstzinnig en knap met verschillende kleuren saus opgetekend. Prachtig! We rekenen af en lopen weer naar ons hotel. Dat was een fijne avond! Heerlijk getafeld en fijne gesprekken gehad.
Maar nu wel doodop en lekker in bed.
Dag 7: Reisvoorbereidingen
Ik heb deze blog maar de titel “reisvoorbereidingen” gegeven, bij gebrek aan beter. Ja, wij gaan op reis en ja we bereiden ons voor, maar het grootste gedeelte is gewoon lui gelummel. De reisvoorbereidingen beperken zich tot het boeken van een hotel in het historisch centrum van Cuenca. Een mooi ogend hotel met het cijfer 8,2. Wat zou het, twee nachtjes luxe is wel lekker en mams betaalt. De prijs valt trouwens erg mee. 95 dollar voor 2 nachten voor 2 personen is niet duur toch? We gaan even kijken wat we daar willen gaan doen en we zoeken uit hoe we er eigenlijk moeten komen. Hoe, wanneer en van waar een bus vertrekt. We willen alvast kaartjes kopen. Carmen voelt zich helemaal niet goed, maar we moeten toch maar op pad, ze moet nog naar het ministerie van huppeldepup voor haar visum, dat nog steeds niet geregeld is, omdat de website het nog steeds niet doet. En dus vast die buskaartjes kopen voor vanavond. We gaan eerst voor de buskaartjes. Het is even zoeken waar het agentschap zit, maar eindelijk vinden we de juiste bestemming en kopen twee tickets voor 29 dollar inclusief de kosten voor de shuttle die ons naar de terminal brengen zal. Duuuussss de planning is als volgt: met de taxi naar het agentschap, van daar om kwart over tien met de shuttle naar de terminal en dan met de bus naar Cuenca. Ongeveer 470 km, reistijd 8 uur. We vertrekken om 23.00 uur en slapen dan in de bus.
Eerst nog naar het ministerie, alwaar blijkt, dat in het paspoort het cijfer nul voor de letter O aangezien is, dus daarom werkte de site niet. Weer naar huis. Carmen gaat bezig met haar paperassen: Op de website het juiste paspoortnummer ingevuld, even naar de computerwinkel aan de overkant om uit te printen en afspraak gemaakt. De afspraak is voor volgende week maandag. Dat is één dag, nadat haar huidige visum verlopen is. ahum.
Dan eten koken, omelet met groenten. Jessy komt nog even chillen en dan gaan we de koffer pakken, douchen en omkleden. We nemen mijn kleine handbagage trolley koffer mee en ieders een tas handbagage. Moet genoeg zijn voor twee overnachtingen.
De taxi brengt ons in een razend tempo naar het agentschap van de reisvereniging, ik weet niet eens goed, hoe ik het noemen moet. We zijn er om tien uur, dus kwartier te vroeg. De shuttle arriveert om tien voor half elf, er gaan nog twee andere mannen mee. Dan een rit van bijna een half uur naar de busterminal. We arriveren daar dus om tien voor elf, krapjes aan, maar we moeten echt nog eerst naar de wc. Pffff, nou wordt het haasten. Als we door het poortje willen, moeten we eerst weer naar het loket om kaartjes te kopen om door het hekje te kopen. De precieze functie van deze mysterieuze kaartjes ontgaat ons, maar wat moet dat moet. Nu mogen we door. Volgens Carmen moeten we naar rechts. Voor de zekerheid vraagt ze nog een keer. “Nee, lieverd, die bus staat links” zegt de beveiliger. Dus we gaan de linker kant op. Blijkt de bus tóch rechts te staan. Nee, dit gaat lekker zo! Als een gek lopen we over het busterrein, zoekend naar onze bus. Eindelijk spotten we de bussen van onze maatschappij, geven onze trolley bij onze bus af en vragen of we nog snel iets mogen kopen. “Tuurlijk kan dat, geen probleem” is het antwoord. We kopen nog even wat lekkers bij één van de mobiele kraampjes en gaan op onze plekken zitten. Het is een prachtige bus met chille plaatsen. Er is een steun voor je benen en je kunt vrij ver naar achteren met je leuning. Zo kun je tamelijk horizontaal liggen. We installeren ons en gaan onze chippies eten, die we net gekocht hebben, Carmen aardappelchips en ik bananenchips. Het zijn eigenlijk geen bananenchips, maar chips, gemaakt van “verdes”, wat voor mij gewoon groene bananen zijn, maar dat mag ik dus niet zeggen van onze Ecuadoraanse vrienden. Voor hun schijnt het een compleet andere vrucht te zijn. In ieder geval vind ik ze heerlijk en we smikkelen en smullen dan ook, terwijl de bus begint te rijden.
Dan trekken we de beensteunen omhoog en zetten de rugleuning omlaag, zodat we lekker liggen. Om middernacht gaan de lampen uit en gaat iedereen (proberen te) slapen.
Dag 7: Picknick in het park
We hebben vandaag met Jessy een afspraak om samen in het park met het prachtige uitzicht te gaan picknicken. Ze zou om 10.00 uur komen, maar rasechte Ecuadoraanse dat ze is, arriveert ze om half twaalf. Vind ik geen probleem, want ik heb een hele kluif aan de blog, zoals jullie gisteren wel gemerkt hebben. Carmen heeft een heerlijke guacamole gemaakt met tomaat, ui, limoen en een beetje zout. Ik ben blij, dat ik nu een lekker recept heb! Het geheim is echter, dat je de pit in de spread laat liggen, zo wordt ie niet zo snel bruin. Geldt ook, als je een halve avocado wilt bewaren: gewoon de pit erin laten!
Ik neem mijn knäckebrood mee en we kopen nog wat dingetjes in een winkeltje. Dan nemen we een taxi en laten we ons bij het park afzetten. We gaan op een plek op het gras zitten met prachtig uitzicht op Quito. Er staat heel veel wind en er zijn heel veel gezinnen aan het vliegeren. Het is sowieso heel erg druk. Veel mensen zijn hier met honden. Die mogen gewoon loslopen. In de stad trouwens ook. Je ziet haast geen honden aan een lijn. Carmen en ik halen ze niet aan, we zijn niet ingeënt tegen rabiës en ook al zijn over het algemeen alle honden we ingeënt, je weet maar nooit. We pakken onze spulletjes eten en gaan heerlijk smikkelen. We kletsen wat, liggen te zonnen of gewoon naar de mensen te kijken. Met die zon en die wind en mijn witte huid moet ik wel een beetje oppassen, de getinte dames naast mij hebben natuurlijk nergens last van. Ik ga op de rug liggen en leg mijn dunne vestje over mijn gezicht.
Het begint steeds harder te waaien en ook behoorlijk af te koelen. Ik nodig de meiden uit om vanavond samen een hapje te gaan eten en daarna nog een drankje te doen – bij voorkeur caipirinha. We nemen weer een taxi richting huis.
We frissen ons thuis even op en kleden ons om, dan lopen we de grote straat, de “Guayaqil” uit. Jessy weet een leuke straat met goede restaurantjes. Heerlijk om met lokals op stap te gaan. Zo kom je op de leukste plekken. We komen inderdaad in een heel pittoresk straatje, la Ronda, de bekendste straat van Quito. Hier wil ik bij daglicht nog wel eens naar toe. We kiezen een restaurant met dakterras en nuttigen er een traditionele maaltijd. Carmen en ik nemen schapenvlees en Jessy een soep met grote stukken kip met bot erin en kloeten aardappel. In mijn ogen geen aantrekkelijke maaltijd, om het nog maar mild uit te drukken. Ons gerecht is hetzelfde als van gisteren, maar nu in plaats van kip, met schaap. Dus geserveerd met rijst, avocado, klein beetje rauwkost en een halve aardappel. Het smaakt uitstekend. Mijn ogen vallen op een wandbord, waar verschillende cocktails opstaan. Ook caipirinha. Ik ben behoorlijk aan het inkakken, dus ideaal om in dit gezellige restaurant nog een drankje te doen en niet meer iets anders te hoeven zoeken. Ze hebben de grote gaskachel bij ons neergezet en het is nu aangenaam warm. Helaas is er niemand meer, die een cocktail mixen kan, dus dát feestje gaat niet door. Okee, dan een koffie, Carmen en ik bestellen een cappuccino, maar blijkbaar is er ook geen melk meer, we kunnen alleen zwarte koffie krijgen. Dan maar niets, want anders liggen Carmen en ik straks als twee stuiterballen in bed. De chica’s drinken thuis nog een kop thee en ik neem nog een glaasje van de vieze wijn, die nog steeds niet op is. Dan kruip ik vroeg in bed.
Morgen avond vertrekken we met de bus naar Cuenca, waar we drie dagen en twee nachten willen blijven. Daar verheug ik me al erg op!