Vijf uur in de ochtend gaat de wekker. Ik ontwaak uit een soort coma. Heerlijk geslapen. Carmen staat op om de rest in te pakken, ik een kwartier later. De bagage blijkt te zwaar te zijn. Maar de flessen wijn moeten met alle geweld mee. “Ik lul me er wel uit” zegt ze nonchalant. Om zes uur vertrekken we richting Schiphol. Geen files, gelukkig! We zijn Arnhem voorbij als Carmen ontdekt, dat ze haar papieren visum vergeten is. Ze heeft alleen het visum in haar paspoort. “Is dat erg?” vragen we. “Neuh” zegt ze schouderophalend. “Denk het niet”. Pffff… nou ik hoop het maar. Ik maak me er maar niet druk om, als zij zich er niet druk om maakt. Uiteindelijk is zij de ervaren reiziger.
We parkeren op Schiphol en lopen de hal in. Ik voel de reiskoorts in me opkomen. Ik ben echt gek op reizen! En zeker per vliegtuig. Bij het inchecken van de bagage vlot het allemaal wat minder. Er staat een ellenlange rij, dus we zijn haar een hele tijd kwijt. Dan belt ze: er is probleem met de bagage, ze moet naar een servicedesk voor handmatige check in. Zal vast over het gewicht gaan, vermoed is. We wachten en wachten. Inmiddels hebben we gelukkig stoelen kunnen bemachtigen. Eindelijk komt ze terug. Er wordt verteld, dat het boarden al begonnen is. Nou, dat is snel… . Dus het is een heel snel afscheid. Aan één kant maar gelukkig! We krijgen niet de kans om te gaan janken. En daar loopt ze vrolijk weg. 12 uurtjes vliegen en aan het eind van de reis zal haar lief haar ophalen. De volgende ochtend zal ze dan doorreizen naar Colombia.
Wij gaan nog wat drinken en broodje eten en rijden dan met de auto terug naar huis. Ik heb nog whatsapp-contact met haar tot het vliegtuig opstijgt. Daarna is het stil. Ik zal moeten wachten tot ze geland is. Ondertussen app ik met haar vriendin die zenuwachtig op haar zit te wachten tot ze daar landt. Dat geeft me enorme troost en geruststelling. Ze is daar niet alleen, maar met mensen die van haar houden..