Het is weer zover! Mijn dochter heeft weer een reis gepland. Eigenlijk zou ze pas na Pinksteren gaan en het pinksterweekend – spreek: familiereünie op camping Jena – nog meemaken, maar ze bleek een langer visum te kunnen krijgen, dus de reis werd vooruit gelegd. Ik ben de hele tijd “zen” geweest maar nu – de avond vóór de vlucht – wordt het me te kwaad. Ik kom thuis van werk. Vóór die tijd nog de stad in om een kleine Jägermeister voor Carmen’s oom, Rodrigo, en een lekker geurtje van Rituals voor haar lief, te kopen. Ook nog even naar de Plus om wat voor het avondeten in te kopen. Het is warm, dus ik besluit om een lekkere salade met gebakken aardappels te maken. Ik kom met mijn fiets de tuin binnen en word gelijk met m’n neus op de harde feiten gedrukt: Aan de hangmat hangt haar rugzak en in de tuin hangt de was te drogen, die ze mee gaat nemen. Ik heb me al die dagen goed weten te houden, maar dit slaat nu wel op mijn gemoed: nu komt het wel héél dichtbij: morgen is het zover… En ik kan niet eens uitslapen. Vijf uur in de morgen opstaan en zes uur wegrijden om haar naar Schiphol te brengen. Prettige bijkomstigheid: ik ben vrij en kan mee om haar weg te brengen. Minder: ik moet daarna naar de kaakchirurg om een fistel te laten verwijderen.
Ik ben dus niet bepaald goedgehumeurd als ik het huis binnentreed. In mijn ogen ene chaos en twee kinderen hangend op de bank voor de tv… . Ik blijf “zen”… Ga opruimen, in ieder geval het ergste. Dan naar boven, even wat anders aan. Niet dat het jurkje niet lekker zit, maar het fietsen in de zon heeft me tamelijk doen opwarmen – spreek: ik zweet als een otter – op de badkamer is de douche wel erg verleidelijk, dus ik spoel me eerst lekker af. Ik hoor een auto aankomen – Cor – jahoor! Naja, boeie! Ik spreek mezelf vermanend toe: je bent een hardwerkende vrouw, het eten hoef niet op tijd op tafel te zijn! Soms leef in in gedachten nog in de tijd, dat ik hele dagen thuis was en het huishouden als aan een snoertje liep… Niet dat er iemand in ons gezin daar geen begrip voor heeft. Iedereen gunt me mijn baan… Ik denk dat ik de enige ben die er moeite mee heeft en het idee heb, dat het huis elke dag tiptop moet zijn.. Ik kleed me weer aan en ga naar beneden. Ik maak een lekkere salade en gebakken aardappels met paprika en ui en we gaan gezellig buiten zitten om met z’n vieren te eten. “Omdat het de laatste keer is, dat we voorlopig samen kunnen eten” zegt Carmen. Welja! Wrijf het er maar in.
Na het eten ga ik snel opruimen en dan de rest van de cadeautjes voor de familie in Colombia en Ecuador inpakken. Hoe graag zou ik meewillen om die cadeaus zelf te geven!
Carmen gaat ook haar spullen verder inpakken. Mijn cadeaus zijn best zwaar, maar ze houdt nog 2 kilo over! Gelukkig! “Mama, wat weegt een fles wijn?” Wijn is Zuid Amerika niet te betalen. “Nou, een fles van 0,75 zal 0,75 kilo wegen… toch???”. Ze besluit om twee flessen wijn in te pakken.
We knuffelen en ik laat mijn tranen de loop… “’t is niet alleen dat je weggaat… maar ik zou zoooo graag mee gaan!!! Ik mis al die lieve mensen” zeg ik haar onder tranen. “jaja mama” zegt zij.
Naarmate de avond vordert kan ik steeds minder goed mijn tranen inhouden, en ik drink wijn, teveel…. wat ook niet helpt tranenmatig…Ik voel me er niet schuldig om. Ik vind dat dat onder de gegeven omstandigheden geoorloofd is.
Ik zit achter mijn laptop. Af en toe knuffel ik mijn dochter. Wat hou ik veel van haar! Wat heerlijk om dat nu nog te kunnen. Knuffelen.
Het is tien voor twaalf. Best laat, als je bedenkt, dat we er morgen ochtend om vijf uur op moeten. Cor is al naar bed en de kinderen gaan ook. Komt tegenwoordig zelden voor, dat ik als laatste naar bed ga. Komt misschien, omdat ik niet wil dat morgen komt…
“Wil je bij mij slapen, mammie?” vraagt Carmen. Wil ik dat? Ja en nee. Ja, om nog te genieten om bij haar te zijn. Nee, omdat het alleen maar verdriet brengt. Oef… wat een dramaqueen kan ik toch ook soms zijn…
Vind-ik-leuk Aan het laden...