
We hebben besloten om een city tour met de bus te doen. Dat lijkt ons voor Carmen beter dan lopen of fietsen. Nog beter zou natuurlijk een dag in bed zijn. “Ik ben toch niet acht uur naar Cuenca gereisd om in bed te gaan liggen en niets van de stad te zien” protesteert ze. Snap ik.
Er zijn twee tochten: één door het zuiden en één door het noorden. We besluiten eerst die door het zuiden te doen en vanmiddag misschien nog die door het noorden te pakken. Via internet hebben we een adres, waar we tickets kunnen kopen, maar daar aankomend krijgen we weer een ander adres door. We moeten bij het Parque Calderon zijn. Dat blijkt een klein vierkant park voor een prachtige grote kathedraal te zijn. Aangezien het park vierkant is, zijn er ook vier straten, die erlangs liggen en dus ook vier mogelijke straten, waar we moeten zoeken. We zien niets van een bord ofzo. Het is koud en begint te regenen. De paraplu zijn we vergeten mee te nemen. Carmen gaat onder een afdak staan en ik ga alle straten langs. Ik kom bij een soort vvv, maar de mevrouw is bezet en er zitten wachtenden. Ik ga ervan uit, dat hier het vertrekpunt van de bus moet zijn en haal Carmen op. Via een beveiliger krijgen we te weten, dat we bij een vrouw verderop met een zwart-rood vest moeten zijn. We kopen bij haar de tickets en een paar minuten later arriveert de dubbeldeks bus en we stappen in. We gaan bovenin zitten, want daar is het open en kun je het beste zien. Het is een leuke stad, knusser dan Quito. Het boeiendst vind ik de resten van een inca-nederzetting. Af en toe sta ik op om een foto te maken. Als ik na het maken van één van de foto’s me omdraai, scheert een laaghangend elektriciteitskabel rakelings over mij heen. Carmen kijkt ontzet, ze had me willen waarschuwen, maar kon gewoon niet op het Nederlandse woord “bukken” komen. De gids waarschuwt voor laaghangende kabels en boomtakken. Fijn!
We rijden een berg op. De bus heeft het er aardig moeilijk mee. Het is echt koud. Er staat een harde wind. Veel te koud voor Carmen. Ze moet van mij onder in de bus gaan zitten. We stoppen bij een kerkje en zullen hier een half uur doorbrengen. We krijgen candelasso te drinken en kunnen bij een atelier met keramieken voorwerpen kijken. Carmen blijft op het terras van een restaurant zitten, ik loop naar het atelier. Prachtige dingen zijn hier te koop. Allemaal handwerk, maar heel duur spul. Ik besluit om een onderzetter te kopen. Dan loop ik weer naar boven naar de bus, want het is tijd. Kwart over zouden we weer bij de bus zijn. Ik kom er 16 minuten over aan. Alleen geen Carmen in de bus. Ik zeg tegen de gids, dat mijn dochter er nog niet is, waarschijnlijk nog bij het restaurant zit. Of ik haar kan halen. Zij zegt, dat we dan de volgende bus moeten nemen. Okee, dat moet dan maar. Ik loop richting het restaurant en zie Carmen op het plein voor het kerkje staan. Ze ziet mij en ik zwaai haar: kom, kom, snel. Ik loop naar de bus en zwaai naar de chauffeur: wacht, wacht we zijn er! We stappen in en verder gaat de tocht. De gids vertelt allerlei dingen, ook in het Engels, maar ik moet echt goed luisteren om het verschil tussen Engels en Spaans te verstaan, zo slecht is haar uitspraak. Toch is het een leuke tocht en krijg je een goede indruk van de stad.
We stoppen weer bij de kathedraal, gaan lunchen en brengen dan een bezoek aan de prachtige, grote kathedraal.
Dan lopen we naar ons hotel. We hebben besloten, dat ik vanmiddag alleen de andere tocht zal maken en Carmen zal gaan rusten. Ook hebben we besloten, dat we morgen ochtend naar Quito vertrekken, zodat we ’s avonds weer lekker in bed kunnen slapen. We moeten dus tickets hebben voor morgen. Carmen kruipt in bed en ik loop naar de terminal om de buskaartjes te kopen. Daarna neem ik een taxi naar het Parque Calderon om de vrouw van de buskaartjes te zoeken voor de citytrip door het noorden. Tien over half vier zou die gaan. Ik zie de vrouw nergens. Dan spot ik zo’n mobiel kraampje met snoep, waar een groot plakkaat voor staat. Ik loop er naar toe. Bingo. Hier verkopen ze de tickets. In het kraampje zitten op een rij twee oude mannetjes en een oud vrouwtje. Of ik een kaartje voor de citytrip wil kopen. Laat ik dat nou inderdaad net graag willen! Maar ik moet wel de bus voor het noorden hebben. Ik krijg het kaartje. Hoe laat vertrekt hij? Half vier, zegt het vrouwtje. En hoe laat is het nu? Ik kijk op mijn mobiel. Half vier! Het vrouwtje wijst naar een bus, die aan komt rijden. Die moet ik dus hebben. De bus rijdt ons voorbij om een stuk verderop te stoppen. Het oude vrouwtje rent achter de bus aan. Ze beduidt mij om te volgen. Ik loop achter haar aan. Met haar korte beentjes rent ze alsof haar leven ervan afhangt. Ik kan af en toe gewoon lopen en haar toch bijhouden. Het moet een komisch gezicht zijn: het kleine, oude Ecuadoriaanse vrouwtje en de grote gringa die achter elkaar aanrennen over het plein voor de grote kathedraal. Maar we redden het. Ik bedank haar en stap in. Ik geef mijn kaartje af in de bus. De gids vraagt, welke tocht ik wil maken. Ik wil de tocht door het noorden maken, want die andere heb ik vanmorgen al gedaan. Of ik op het uitzichtpunt ben geweest. Ja, dat ben ik. Dan zit ik dus in de verkeerde bus. Ik moet de andere hebben. Die komt over 10 minuten.
Okee. Ik stap de bus weer uit en wacht op de volgende. Daar klim ik weer bovenin. De route is gedeeltelijk hetzelfde, maar buigt dan naar een andere kant af. We stoppen bij het hoedenmuseum. Hier blijven we een uur. Oef, best lang lijkt mij. We krijgen een rondleiding door het museum en het verhaal van de geschiedenis van de panama-hoed. Dan lopen we door de fabriek, waar de hoeden gemaakt worden en komen uiteindelijk in een winkel, waar ze de prachtigste hoeden verkopen. Ondanks dat er een paar echt mooie exemplaren bij zijn, ben ik toch niet van plan om er één te kopen. Hoe moet ik die mee naar Nederland krijgen? Een aantal mensen past wat hoeden. Ik kom aan de praat met een Ecuadoriaanse, die nu in Californië leeft en bij haar moeder op bezoek is.
Na een uur vertrekken we weer. We rijden nog een stuk door de stad, dan stoppen we weer voor de grote kathedraal. De hele tocht heeft langer geduurd dan ik dacht en het begint al te schemeren. Ik loop richting hotel, maar wil nog water en chips kopen. Anders kun je dat op elke hoek van de straat kopen, nu niets te vinden. Ik loop door tot een groot plein en vind daar eindelijk een winkel waar ik slaag. Als ik weer bijna bij het hotel ben, kom ik toch nog langs een kraampje waar ik de heerlijke “verdes” kan kopen.
Ik “jaag” Carmen uit bed om wat te gaan eten. We besluiten om dichtbij te dineren en vinden inderdaad een restaurant, waar we een traditionele maaltijd nuttigen. Het smaakt goed. Terug in het hotel douchen, en heerlijk in bed filmpje kijken. Maar ik houd het niet lang vol en sukkel steeds weg. Ik besluit de film een andere keer te kijken en aan mijn vermoeidheid toe te geven.
We zitten bij Leone en Paul aan de bbq na ons werk. Ik heb mooi de tijd, om jou verhaal te lezen. Verheugen we ons altijd op, super leuk om zo te ervaren wat jullie allemaal doen en meemaken. Bedankt weer, groetjes en beterschap voor Carmen.
LikeGeliked door 1 persoon