Dag 10: Terug naar Quito

9 uur: We checken uit bij het hotel en laten een taxi roepen. Om tien over half tien pikt te taxi ons op. 10.00 uur vertrekt onze bus. Ik stress ‘em, maar Carmen verzekert mij dat we op tijd zullen zijn. Ze vraagt met haar liefste gezichtje en stemmetje aan de taxi-chauffeur, of hij ons wil helpen om op tijd te komen. “Dat werkt altijd mama”. En inderdaad, we zijn op tijd, nog maar net, maar toch..
Het is een minder comfortabele bus, dan op de heenweg, maar het kan er mee door. Ik ben eerst chagrijnig, omdat we aan de verkeerde kant van de bus zitten, want aan de andere, linke kant heb je het mooiste uitzicht. Bovendien heeft de buschauffeur vreselijke muziek opstaan en ik heb mijn oortjes in de trolley zitten, die zich in de bagageruimte bevindt, waar ik dus niet bij kan.PhotoGrid_1501631604833
Maar het landschap is prachtig en ze draaien gegeven ogenblik een leuke film met Engelse ondertiteling. De bus stopt afschuwelijk vaak. Pffff, dit kon nog wel eens een hele lange busrit worden. Daarna staat er een in het Spaans gesynchroniseerde film op zonder ondertiteling. Mijn aandacht verslapt en ik kijk naar buiten. Hoe anders is het hier dan bij ons. Allereerst natuurlijk het landschap. De prachtige bergen van de Andes geven een schitterende aanblik. De vegetatie verschilt ook heel erg: cactussen en agave-planten. Wij hebben ze in de huiskamer, hier is het gewoon onkruid. Maar wel mooi en groot onkruid. Af en toe liggen koeien en kalfjes in de berm, zonder afrastering, misschien maar een meter van de weg af. Een ezel staat aan de rand van de weg, plompverloren lijkt het wel. Random een paar schapen. Dan een paar huizen. Mensen zitten aan de kant van de weg een heel varken aan het spit te roosteren. Iets verderop liggen kippen op een soort barbecue. Dan weer een stuk land, een vrouw in klederdracht met een drietal schapen aan een touw achter zich aan. Een andere vrouw in klederdracht volgt hun. Iedereen hier in de kleinere dorpjes loopt in klederdracht: een wijde rok in een felle kleur, een witte bloes, een felgekleurde omslagdoek, een hoed en één of twee lange vlechten. Zowel jonge als oude vrouwen. Jonge moeders dragen hun kind ingewikkeld in een doek op de arm of op de rug. Als de bus stopt stapt er vaak een marskramer in om iets te verkopen: Fruit in een bekertje, snoep, chips of drinken. Sommigen hebben een heel verhaal. Zo stapt er een man in, met snoep in hartjesvorm. Hij heeft een heel uitleg, hoe belangrijk het is dat je je ouders of wie dan ook je liefde betoont en wat voor een uitgekiende gelegenheid dit nu is om het met zijn product te doen. Hij lult wel een kwartier met harde stem. Ik luister gefascineerd, hoewel ik zo goed als niets versta. Hij is nog redelijk jong, maar mist één voortand. Hij gaat uitdelen. Huh, wat nu? “Je mag het bekijken” zegt Carmen “en als je het wilt houden, dan komt hij zo het geld ophalen.” Nou, ik hoef het niet eens te bekijken, ik weet zo ook wel, dat ik het niet wil. Als hij alles heeft uitgedeeld, loopt hij weer naar voren om nog eens te vertellen hoe geweldig zijn product is. Dan loopt hij weer de mensen langs en prijst uitgebreid de goedheid van degenen, die het product kopen. Bij de volgende halte stapt hij uit. Dan stapt een andere jonge man in. Hij ziet er netjes en redelijk westers uit en heeft een grote leren tas bij zich. Hij heeft een heel verhaal over gezondheid en vitamines, weet ik veel wat en hij verkoopt zakjes met een soort poeder, waarvan je twee keer per dag een bepaalde hoeveelheid in moet nemen om gezond te blijven. Hij deelt het ook weer uit, maar ook hiervoor hebben we geen interesse. We wachten eigenlijk op iemand, die iets enigszins fatsoenlijks te eten verkoopt. Maar of de duvel ermee speelt… normaal komen er heel veel mensen iets te eten verkopen, nu niemand.PhotoGrid_1501362035261
Na zo’n vijf uur moet ik naar de wc. Ik loop naar achteren in de bus, maar de wc is op slot. Ik loop terug naar mijn plek en Carmen vraagt aan de conducteur of ik naar de wc kan. Over vijf minuten stoppen we, dan kan ik daar gaan, zegt hij. We stoppen, maar rijden ook zo weer verder. Dan weer een hele korte stop. En een derde stop. Ik durf niet uit te stappen, omdat ik niet weet, of dit weer een hele korte stop is. Maar het duurt langer. Ik zie nu ook “Santa” boven een poort staan. Dat is de naam van de busvaartmaatschappij. Maar nu is het al te laat, de bus is weer in beweging. Na een poos vraagt Carmen weer aan de man. Hij zegt dat ik zonet had moeten uitstappen. Ja dude, had dan wat gezegd! Maar hij zegt dat hij de sleutel voor de wc in de bus halen zal. Kwartier later komt hij met de sleutel aanzetten. Ik moet hem volgen. Ik mag alleen plassen! Hij zegt het drie keer. Als hij de deur opent, weer: alleen plassen! Si si, antwoord ik. Op de wc snap ik waarom hij het zo nadrukkelijk zegt, er zit geen gat in de wc, maar een afvoer als in een gootsteen. Nummertje 2 zou hier niet doorheen gaan. Afin, ik doe mijn ding en na mij nog een aantal andere mensen, Carmen incluis. Zo, dat lucht op. Nu neem ik na 5 uur voor het eerst een klein slokje water. Niet te veel, want naar de wc gaan blijkt toch wel een dingetje…
We hebben eigenlijk geen idee, hoe lang de tocht zal duren, we houden het maar op 10 uur. Dan zijn we nu zo’n beetje op de helft. Carmen is af en toe aan het dutten, mij lukt dat niet. De meeste tijd blijf ik uit het raam kijken. Gefascineerd over hoe de mensen hier leven. Zo’n wereld van verschil met alle luxe, die wij gewend zijn. Ik voel me aardig decadent, tegelijk beseffend, dat ik het echt echt heel moeilijk zou vinden om als deze mensen te leven. We komen langs dorpjes, waar ik me afvraag, waar deze mensen van leven, zo ver af van alles. Auto’s zijn ook niet te bekennen. Je ziet af en toe mensen in het veld bezig en sommigen hebben dieren. Bij sommige huizen vraag ik me af of er wel mensen leven, dan weer huizen, waar heel klaarblijkelijk niemand leeft, spookhuizen, zonder ramen of deuren. Dan weer oude vervallen huisjes, waar de was op het platte dak hang te drogen, povere hutjes, waar mensen voor zitten, soms eten bereidend. Een keer een huisje, waar een aantal vrouwen en kinderen de was staan te doen in grote vierkante stenen kuipen. Ik denk aan ons huis, de wasmachine, droger, vaatwasser, stofzuiger… Als ik straks thuis ben, zal dat allemaal snel weer heel gewoon zijn, maar dat is het op dit moment alleszins. Zo mijmerend gaat er een hele andere wereld aan mijn ogen voorbij.
Ondertussen weet ik niet meer hoe te zitten. Mijn nek doet pijn, mijn rug doet pijn, mijn kont doet pijn. En we moeten nog drie uur. Het wordt een hele lange zware rit. Stom, je hoeft alleen te zitten en toch raak je dodelijk vermoeid. Op mobiel lukt niet, lezen lukt niet, het hobbelt te veel.
Na tien lange uren rijden we eindelijk de terminal van Quito in. Het is inmiddels donker. We stappen op de bus en dan op de trolley over. Het duurt nog wel bijna een uur voor we bij onze halte uitstappen. We besluiten om op de weg naar huis iets te eten bij de KFC. Daarna door naar huis. Als we thuiskomen, blijkt het huisgenootje uit Nederland weer terug te zijn. We merken het, aan het hek voor de huisdeur, dat niet dicht zit. Maar ze ligt al in bed. Wij drinken nog een kopje thee, pakken de spullen uit, douchen en kruipen in bed. Heerlijk om gestrekt te kunnen liggen!!!

Plaats een reactie