Een kort nachtje, maar ik voel me prima. We staan om negen uur op. Carmen vindt me vrij hyper en dat ben ik ook. We gaan eerst boodschappen doen. Er moeten wel eerst tig deuren en hekken geopend en weer gesloten worden, om in het piepkleine en smalle winkeltje in het huis ernaast boodschappen te doen. Veiligheid voor alles! “Ja, weet je mams, het is niet mijn huis. Als er ingebroken wordt word ik wel aansprakelijk gesteld!” Goed bezig, meis! Zoals gezegd gaan we in het huis ernaast wat dingetjes kopen. Carmen spreekt zo goed Spaans! Ze rebbelt een end weg tegen de verkoopster. Ik vind me maar een buitenbeentje. Na het eenvoudige ontbijt – spreek havermoutpapje – gaan we naar de wasserij een paar straten verderop. We lopen onze straat uit, maar ik word na twee stappen al door Carmen teruggevloten. “Langzaam mama. Zo ga je het niet volhouden.” Ze heeft gelijk. Ik moet nog aan de hoogte wennen en voel m’n benen heel snel.
De wasserij is ook weer zo’n piepklein zaakje. De twee plastic zakken met was worden aan een soort vleeshaak gehangen om te wegen. Dan gaat het lieve oude mevrouwtje met een ingewikkelde administratie aan de gang. Een bon wordt ingevuld en er wordt gerekend. Carmen moet twee formulieren ondertekenen. De vrouw vraagt naar het huisgenootje van Carmen. Ze moest helaas voor twee weken naar Nederland terug, omdat ze tijdens een wandeling in de bergen door een hond gebeten was. Risico op besmetting met hondsdolheid.
We krijgen nog een snoepje en verlaten het kleine winkeltje om weer richting huis te lopen. We komen langs een straat met allemaal winkels waar je mobieltjes kunt kopen. “Raar” zeg ik tegen Carmen. “Waarom zitten er allemaal van dezelfde winkeltjes in één straat?”. “Ja”, antwoordt ze “Dan gaat er één zo’n winkeltje openen en dat gaat dan goed lopen en denkt een ander: hé, die doet het goed. Dat ga ik ook doen. En hij opent een winkeltje ernaast. En zo heb je straten met allemaal hetzelfde soort winkels. Zo is het ook bijvoorbeeld met Softijswinkeltjes. “Fucking irritant” zegt Carmen. “Zou ik bijvoorbeeld wol willen kopen, moet ik eerst een stuk reizen, omdat die wolwinkels allemaal in één straat zitten”.
In de luxte mobieltjes-winkel kopen we een simkaart voor mij. Nu heb ik een Ecuadoriaans nummer en kan zij of Jessi of Alejandro mij altijd bellen en ik hun. En er zit 200 mb op en gratis whatsapp. Perfect om met het thuisfront contact te kunnen blijven houden. En dat voor maar 3 dollar voor 1 week.
Nu naar de kapper. Ik was er thuis de afgelopen tijd niet aan toe gekomen om naar de kapper te gaan. Het kappertje is maar een paar huizen van “onze” woning vandaan. De kapster is met een klant bezig. Carmen zegt, dat ik de puntjes bijgeknipt wil hebben. We moeten op een bank plaatsnemen. Daar zit al een andere vrouw te wachten. De vrouw vraagt ons gegeven ogenblik, of we allebei geknipt moeten worden. “Nee” zegt Carmen “Alleen mijn moeder”. Ik vraag me af, waarom ze dat vraagt. Zij was toch voor ons? De kapster is klaar met de klant. De andere vrouw staat op en wenkt me om met haar naar een aangrenzende ruimte te gaan. Ik snap er niks van.”Je moet je haar even laten wassen” zegt Carmen. Okee, die andere klant blijkt dus de “haarwaster” te zijn. Ze is aardig. Carmen kletst ondertussen met haar. Ze is Venezolaanse en is haar land ontvlucht vanwege de verschrikkelijke politieke situatie. Ik heb ondertussen ook de gelegenheid om een beetje in de ruimte om me heen te kijken. Het is er armoedig, De verf is afgebladderd van de muren en ook al het andere ziet er oud en kapot uit. Dat maakt hier allemaal niet uit. Het hoeft niet mooi te zijn, zolang het nog maar enigszins functioneert. Als ze klaar is met het wassen van mijn haar mag ik in de kappersstoel plaatsnemen. Het haar van de vorige klant ligt er nog. Waarom zou je dat wegvegen? Er komt zo toch weer haar bij. Allemaal onnodig werk! Het knippen gaat zó op z’n elfendertigste, dat ik er kriegel van word. Ik spreek mezelf streng toe. Ik moet stoppen met decadent Europees-zijn. “Go with the flow” zeg ik tegen mezelf. Dit wil ik als motto nemen voor de komende twee weken.
Thuis eten we iets en rusten een beetje uit om vervolgens ’s middags naar de fruit- en groentehal te aan. We nemen de tram. Die kost 25 dollarcent per rit, ongeacht hoe ver je gaat. Quito is een langgerekte smalle stad (70 km lang en 4 km breed) met aan één kant een bergketen van de Andes. De bergketen fungeert als orientatiepunt: Als de bergen rechts liggen ga je in zuidelijke richting; moet je naar het noorden, dan moeten de bergen links van je liggen.
We lopen door de grote markthal met allerlei standjes met groente en fruit. Er zijn ook heel veel standjes waar allerlei exotisch eten gekookt en verkocht wordt. De lucht is gevuld met de verschillendste etensgeuren. We kopen wat groente en fruit. Carmen wil een ratatouille met verschillende groeten maken. We hebben zin in een gezonde hap. Daarna nog naar de supermarkt voor vlees en wat andere dingetjes. De wijn is hier duur. Ik koop de goedkoopste van 4 dollar.
Als we weer thuis zijn drinken we nog een kopje cocathee en beginnen met eten koken. Gezellig samen kokkerellen in de keuken met een glaasje wijn. Helaas is de wijn niet te pruimen. Lijkt wel ranja. Volgende keer maar toch een wat duurdere kopen.
We gaan aan de eetkamertafel eten van borden met kerstmotief. Geen idee, waarom ze die borden pakt er zijn stapels andere borden. Raar kind.
Ik ben compleet afgeknoedeld en kan dan ook niet veel meer eten.
Dan de afwas. Omdat er alleen koud water is in de keuken (ook in de badkamer trouwens, behalve gelukkig wel een warme douche, wat hier niet vanzelfsprekend is) zet ik eerst een pan water op. Er is ook geen vloeibaar afwasmiddel of afwasborstel en ook geen afwasbak en de afvoer in de gootsteen kan ook niet dicht. Dus het behoeft wat creativiteit om de afwas schoon te krijgen. Afgedroogd wordt ook niet. We zetten het spul gewoon te drogen. Best chill eigenlijk. Waarom heb ik überhaupt thuis een vaatwasser? Dit gaat prima!
Na de afwas spring ik onder de douche. Ook die heeft een gebruiksaanwijzing: kraan heel zachtjes opendraaien, totdat hij een heel raar geluid maakt, dan even wachten. Er komt een klein straaltje warm water uit en dan kun je iets doordraaien om koud water bij te mengen. Het licht in de badkamer is ook een dingetje: je schakelt het knopje in en vervolgens wacht je tussen de 1 à 5 minuten tot de lamp gaat branden. Dus het is raadzaam om van te voren te bedenken, wanneer je naar de badkamer wilt en vast het knopje in te drukken. Ondertussen kun je wat andere dingen doen.
Na het douchen kruip ik heerlijk in bed. Het is pas negen uur, maar ik kan niet meer. Ik val dan ook als een blok in slaap. Als Carmen bij me in bed kruipt word ik even wakker, maar val ook weer zo in slaap. Om een uur of 1 word ik weer wakker met barstende hoofdpijn. Ik ga eruit, tast in het donker naar een tabletje en haal in de keuken een glas drinkwater. Terug in bed duurt het gelukkig niet lang totdat de hoofdpijn afzakt en val ik weer als een blok in slaap.
Wat een uitgebreid bericht weer. Prachtig en “alle Achtung” dat je dat na zo’n drukke dag doet. Wel super leuk om dit allemaal te lezen!
LikeLike