Monserrate

Elke ochtend zet ik voor Carmen en mij een kopje thee. Deze keer is dat Coca-thee. Gisteren heb ik daar een pakje van gekocht. Ik zou deze thee graag mee naar huis nemen, maar dat is helaas verboden. En aangezien we over Amerika terugvliegen, riskeer ik dat maar niet. Hij smaakt best goed en (of maar?) ik word er niet high van!

Vandaag gaan we naar de  Monserrate, het is er gelukkig rustig. Gisteren stonden de mensen tot voor op het plein nog in de rij, nu kunnen we gelijk doorlopen naar de kassa. Een kabelbaan brengt ons naar de top van de berg, waar een mooi, wit kerkje staat. Hier heb je een prachtig uitzicht over Bogota, een stad van 9 miljoen inwonders, exclusief de  3 miljoen, die er elke dag nog komen werken. Het is foto-shooting-time! Daarna lopen we er een beetje rond. Er zijn kraampjes met souvenirtjes en eten. Carmen en ik kopen ieder een mooie omslagdoek. Het is inmiddels 1 uur geweest, dus onze magen melden zich. Eten wordt aan het straatje bereid op een grote barbeque. Een jongen klampt ons aan, we verstaan er niet veel van, maar hij wil klaarblijkelijk verkopen. We moeten een klein stukje vlees proeven. Het smaakt heerlijk. Hij wijst met zijn handen aan, wat hij allemaal op de barbeque heeft liggen: krielaardappeltjes, vlees, bakbanaan. Het ziet er heerlijk uit en we besluiten om twee porties te delen. De jongen nodigt ons uit om op houten stoeltjes aan een tafel plaats te nemen. Er staat nog een andere tafel, waar Amerikanen aan zitten te eten. Het gerecht wordt geserveerd met rijst en avocado. Het smaakt heerlijk! Een lust voor het oog is het, om die jongen bezig te zien, achter zijn keukentje. Als mensen langskomen, springt hij op ze af, onder een vloed van woorden, zijn eten aanprijzend en de voorbijgangers uitnodigend om bij hem te komen eten. Zo gaat dat hier overal. Kom je langs een winkeltje, komen de verkopers al op je af, met de standaard zin: “A la orden”. Je kunt nergens even rustig kijken, je wordt direct aangeklampt, de koopwaar wordt aangeprezen: hoe goed het materiaal is, dat het echt handwerk is, hoe mooi het is (muy linda), als je het aandoet, staat het je allemaal even “bonita”, enz. Topverkopers hier!

Met de kabelbaan gaan we weer terug naar de bewoonde wereld. Het roepen van een taxi is wel even een dingetje. Óf er is geen taxi beschikbaar, óf we kunnen niet gevonden worden. Wt… we staan bij de Monserrate notabene! Uiteindelijk houden we toch maar een taxi op straat aan en laten ons naar El Balay, de grote artesania-winkel brengen. Helaas blijkt die winkel niet meer zo groot te zijn. Ik ben tamelijk teleurgesteld. Na een poosje rondgesnuffeld te hebben gaan we nog even de binnenstad in om vervolgens weer met enige moeite een taxi te bemachtigen. Danilo wil heel graag Bogota bij night vanaf een berg zien, eigenlijk willen we dat allemaal wel. We hebben daar een adresje voor: La Calera, een uitzichtpunt  met een restaurant met de naam “La Paloma”. We hebben gegoogeld en kregen de indruk dat “La Calera” een plaatsje is, wat druk bezocht is. De chauffeur bevestigt, dat het een vrij toeristisch plekje is. Lijkt ons best leuk! Het is een hele tocht, want het is spitsuur, dus het is meer filerijden dan wat anders. Na – ik weet niet – minimaal een uur, rijden we eindelijk omhoog, de bergen in. Het  is inmiddels zeven uur geweest en allang donker. We komen langs een uitzichtpunt. Heee! Hier hebben we toen in 1997 ook gestaan!  Het is eigenlijk niet veel meer dan een inham. Daarnaast staat een restaurant: “La Paloma”. Het is een beetje in the middle of nowhere, maar boeie… er is een uitzichtpunt en er is een restaurant. De taxichauffeur stopt langs de kant van de weg en spreekt met twee mannen in uniform. Dan rijdt hij verder. Via google-translate komen we erachter, dat er verder bovenop nog een mooier uitzicht schijnt te zijn met goede restaurants. Okee, let’s try! De klim gaat verder en verder omhoog over een bochtige straat. Bogota laten we steeds verder achter ons. We vragen ons af, of er überhaupt nog wel een uitzichtpunt komt en of we straks hier wel een taxi krijgen om weer terug te komen. Ook de chauffeur heeft er niet veel vertrouwen in,  hij draait en brengt ons naar het uitzichtpunt terug. We lopen het restaurant binnen om te kijken of het wat is. Anders, zo besluiten we,  maken we hier alleen wat foto’s en gaan in Bogota ergens wat eten. Het restaurant blijkt prachtig te liggen. Één wand is helemaal van glas en geeft een schitterend uitzicht op nachtelijk Bogota. Het restaurant is groot, maar knus, met leuke, moderne muziek.Hier willen we eten! We betalen de taxichauffeur, nemen plaats aan één van de tafeltjes aan het raam en bestellen wat te eten. Dan lopen Danilo, Carmen en ik naar buiten om foto’s te maken met het verlichte Bogota als achtergrond. Het is berekoud, dus we blijven er niet onnodig lang. Binnen hebben we immers ook het prachtige uitzicht. Ook daar is het niet warm, we houden onze jassen/vesten aan. Omdat de temeratuur in Bogota altijd rond de 20 graden is, heeft men geen verwarming. Maar na zonsondergang, wat altijd 6 uur is, begint het echt koud te worden. Maar het is gezellig binnen en het eten smaakt heerlijk. We krijgen ook gepofte aardappels met een soort crème fraiche met weer dat kruid, “guascas”. In het Nederlands heet het kaal knopkruid, ben ik na wat googelen achter komen, nooit van gehoord, maar het ziet eruit als munt. Ik schraap het groene kruid zoveel mogelijk van mijn aardappel. Jammer, dat ik er zo misselijk van word, maar toen we 19 jaar geleden in Bogota waren ben ik een vrij lange periode ziek geweest. De kok van het pension waar we toen in verbleven, deed achterlijk veel van dat spul in het eten, dus als het etenstijd was, ging ik haast over mijn nek als ik het eten rook en vluchtte ik snel naar de MacDonalds. Ik ben dus gewoon een soort van getraumatiseerd, denk ik. 

De mensen van het restaurant roepen een taxi voor ons. En we zijn verrassend snel weer thuis. Het is inmiddels al 10, uur dus we blijven niet meer zo lang op.

Morgen is helaas onze laatste dag hier in Bogota!

 

Nog meer artesanias

De wijn heeft zijn werk gedaan! Weliswaar werd ik om 3 uur wakker, zoals elke nacht, maar in tegenstelling tot de vorige nachten, viel ik weer in slaap en werd pas weer om zes uur wakker! Yippie!!!

We waren oorspronkelijk van plan geweest om vandaag naar Monserrate te  gaan. Dat is een berg, waar bovenop een kerkje staat. Je komt er met de kabelbaan of per trein. Maar het leek ons niet zo’n goed idee, aangezien er vandaag een religieuze feestdag is, Maria ten Hemelopneming. Dan zal het daar wel heel druk zijn. Gisteren stikte het er ook van de mensen, toen we er langs kwamen.

We besluiten om naar die winkel met souvenirs te gaan, El Balay. Ook vandaag mag er op veel straten niet gereden worden, dus de taxi-chauffeur moet vrij inventief zijn om op de plaats van bestemming te komen. Hij zet ons op de hoek van de straat af, omdat hij de straat, waar El Balay aan zit, niet  in mag. Een klein stukje lopen en we zijn er… voor een gesloten deur! Veel winkels, hadden we al gezien, zitten dicht vanwege de feestdag. Iets terug wel een winkel die open is. Daar brengen we een tijdje door en kopen een paar dingetjes: Cor twee t-shirts, Danilo iets voor z’n vriendin en nog wat kadootjes. Carmen’s blaas staat op springen. Ik zou liever in de Candelaria een café ingaan, maar dat is voor Carmen geen optie.  We  gaan een tent in en bestellen koffie en café con leche. Het is hier echt armoedig. Nee, dat klinkt verkeerd. Dit zijn hard werkende mensen, die net genoeg verdienen om te kunnen leven. En meer ook niet. Hier komen mensen tussen de middag eten. Zo ook een groepje schilders, die onder de verf zitten. De grote flatscreen tv staat in groot contrast tot de meer dan sobere inrichting. We zien iedereen die typische soep uit aardewerken kommen eten. Een heel menu, inclusief drinken en de alomgeliefde en door mij gehate soep, kost hier 3 euro. We drinken onze koffie uit bekers van styropor, rietjes dienen als lepel. De café con leche is eerder een leche con café, maar dan wel een heel klein beetje café en is niet te zuipen. 

Buiten gaan we de 1,3 miljoen pesos, die we vanmorgen gepint hebben, verdelen, zodat ik niet alles  bij me heb. We worden nauwkeurig in de gaten gehouden. De eigenaar van de tent komt naar buiten om te observeren waar we mee bezig zijn. We lopen verder en appen weer een taxi om  naar een winkel te gaan, waar we hopen, dat Danilo de pet kan vinden, die hij zo graag wil. De winkel blijkt weer een gangenstelsel van verschillende piepkleine winkeltjes met souvenirtjes te zijn. Super leuk! Hier gaan we ons wel vermaken! We kopen weer verschillende dingetjes, maar helaas vinden we Danilo’s  pet niet. We lopen het gangenstelsel weer uit en lopen langs de straat, langs nog meer winkels. Ook dit is een arme buurt. We  steken de straat over – gewoon random – en zoeken aan de overkant verder. Allemaal blink-blink winkeltjes. Het is ongelooflijk, hoe verschillend de wijken in Bogota zijn. Dit ademt zo’n andere sfeer dan bijvoorbeeld Unicentro. Ik schat dit een klasse 2, hooguit 3-buurt. Carmen moet  naar de wc. Ze vraagt bij één van de louche restaurantjes of ze naar de “banjo” mag. Geen probleem natuurlijk bij deze vriendelijke Colombianen. In het restaurantje, eigenlijk meer een snackbar, hangen heerlijke kippetjes aan het spit. Eigenlijk hebben we best wel honger. Als Carmen terug  komt, besluiten we om daar iets te eten. In Colombia worden klanten als koningen ontvangen, hebben we gemerkt. Ik weet niet, of het ermee te  maken heeft, dat we buitenlanders zijn, of dat we voor deze mensen tot de rijkere klasse horen.. het hoeft voor mij niet, dat nederige, ik vind het soms een beetje gênant. We bestellen kip met friet en gebakken banaan en die rare rijstkoekjes, die je hier overal bijkrijgt. We krijgen ook hier een grote schaal, waar we met z’n  allen met de vingers uit eten. Daarvoor krijgen we plastic handschoenen. Zulke handschoenen als bij het tankstation, je weet wel. We moeten beneden bij de kassa afreken en zijn in totaal nog geen 10 euro kwijt!

Een eindje verderop is weer zo’n gangentstelsel met kleine winkeltjes. Misschien vinden we hier de pet. De winkeltjes beginnen te sluiten. Ook hier heeft niemand de pet. We besluiten om weer naar de candelaria te lopen om daar bij de winkeltjes nog wat souvenirs te kopen. Op de grote straat zie je weer dezelfde artiesten als gisteren. Het is heerlijk weer. We zoeken weer de winkeltjes bij het museo del oro op. Ik koop een mooie poncho. Vind ik dan, Danilo zegt, dat ik afstand van hem moet houden, als ik hem in Nederland draag, Carmen boeit het niet. Schijt! Ik wil graag een poncho! Klaar. Ik koop hem gewoon. Vind hem mooi. De zoektocht naar de pet hebben we opgegeven. Hier hadden we gisteren ook al gezocht. Dan – geheel onverwacht – vindt Danilo dan toch nog  zijn pet!

In één van de winkeltjes zie ik coka-thee. Hier had Giovanni, onze gids van de fietstour over verteld. Hij schijnt tegen van alles te helpen en je wordt er niet high van. Haha. Die wil ik wel proberen. Ik koop een pakje. De verkoopster, een oudere vrouw, vraagt aan Danilo, of hij uit Colombia komt. Ze vindt het vreemd dat hij geen Spaans kan. We leggen uit, hoe het zit. Ooooh! Of Carmen dan Spaans kan? No, alleen een heel klein “poco”. Dat vindt ze niet kunnen! We leggen uit, dat Carmen voor het Spaans aan het leren is. Zij vindt de kinderen mooi en ze zegt dat wij goede ouders zijn. Haha, geen wonder, moeders trekt constant de portemonee, als de kinderen iets willen hebben. Wat zij niet weet, dat ik een groot bedrag pin, zodat de kinderen niet de transactiekosten hoeven te betalen. De uitgaven hou ik in mijn mobieltje bij.

We lopen verder, weer andere winkeltjes af, met steeds meer plastic tassen, gevuld met souveniertjes en kadootjes.

Danilo wil het liefst in de buurt van het hotel eten, dus  we laten ons door een taxi naar Unicentro terugbrengen, drinken daar nog wat en gaan naar huis.

Carmen voelt zich niet goed,  dus als wij met z’n drieen gaan eten, blijft zij in het hotel en kruipt in bed. We lopen naar het dichtsbijzijnde restaurant, een vrij luxe mexicaan en genieten daar van heerlijk eten. Terug in het hotel kijken weer nog een film en kruipen dan in bed.

Museo del oro

Negen uur ontbijt. Carmen blijft in het hotel. Cor, Danilo en ik gaan op zoek naar de citibank, om te pinnen. Dan naar Unicentro. Danilo wil een Colombiaans voetbalshirt van Adidas kopen, maar de Adidas-winkel zit dicht. Op het pleintje voor de winkel is een cafétje, wij gaan er koffie/ijskoffie drinken. Om tien voor elf ziet Danilo, dat de lichten in de winkel aangaan. Om elf uur gaat de zaak open en kan Danilo toch nog zijn t-shirt kopen. We halen Carmen in het hotel op en gaan met de taxi naar het grootste goudmuseum van de wereld: het museo del oro. Op zondag is de entree gratis, normaal 80  cent. Het is een prachtig modern museum met een schitterende collectie van gouden voorwerpen van de verschillenden stammen van Colombia. Vooral de afdeling van de muisca’s interesseert ons natuurlijk. We eten in het restaurant een broodje en verlaten kort voor sluitingstijd het museum. Het is prachtig weer en het plein voor het museum gonst van de bedrijvigheid. Er zijn kraampjes met lekkernijen, mensen hebben hun handgemaakte spulletjes op kleden op de grond uitgestalt, jongens zijn aan het scaten, mensen zitten te chillen. We lopen een lange gang in, waar allemaal kleine winkeltjes met souvenirtjes, de zogenaamde artesanias, zijn. Mooie souvenirs, het is moeilijk om de knip dicht te houden, maar we willen ook nog naar “El Balay”, een hele grote winkel met artesanias. We kunnen hier altijd nog terugkomen. Toch kopen we hier een paar dingetjes. Ik zie iets heel  leuks voor mijn zusje. Die moet ik kopen. Ook spot ik een heel mooi shotglaasje. “Carmen, je moet  dat shotglaasje voor me kopen.” Dat is namelijk traditie bij ons. Carmen brengt  uit elke grotere stad, waar ze is geweest een shotglaasje voor mij mee. Waar we ook een tradite van hebben gemaakt: uit elke grotere stad een magneet meenemen. Die komt aan het kozijn in de keuken. We  vinden twee hele leuke magneetjes. Dan lopen we de gang weer uit en gaan nog op  het plein zitten, ik neem  een maiskolf, de anderen een ijsje en we kijken naar de scatende jongens, genieten van het zonnetje en genieten van het feit, dat we hier met elkaar in Bogota zijn. Soms is  het nog zo onwezenlijk. We hebben hier zo lang naar uitgekeken. We lopen over de drukke straten, waar vandaag geen auto’s mogen komen. Overal hoor je muziek van straatmuzikanten en zie je optredens van artiesten. Ook veel mensen met handgemaakte spullen. Ik zie iets heel leuks voor mijn vader en hoef niet lang  na te denken: die neem ik voor hem mee! Blij met mijn aankoop, loop ik achter de anderen aan richting de plaza de Bolivar. Het is half zes. Tijd om wat te gaan eten. Onze gids had ons een typisch Colombiaans restaurantje aanbevolen, dat gaan we maar eens opzoeken. Dankzij Google Maps vinden we “La puerta real”. Het is echt een heel klein curieus en pover restaurantje. We worden weer verwelkomd met een straal aan Spaanse woorden. Het restaurant is leeg. We krijgen de kaart en Carmen vraagt of iemand misschien Engels  kan. Er komt een jonge man met een hoed op. Hij kan goed Engels en legt ons de gerechten uit. Hij adviseert ons een bepaald gerecht. Hét typische gerecht van Colombia: Ajiaco.

Ik ken het van vroeger en vond het vreselijk. Het is soep met stukjes aardappels erin en een maiskolf en kippenpoot en rijst. Ik vond het vies, maar vind, dat ik het nog eens proberen moet naar zoveel jaar. Dus ik bestel de Ajiaco en Carmen ook. De jongens bestellen een Colombiaans gerecht met rundvlees.

Het eten wordt geserveerd. Nou, ik kan jullie zeggen: ik ben een makkelijke eter, maar ik heb zelden zoiets vies gegeten. Ik probeer mezelf ertoe te zetten om het op te eten, maar ik weet nu precies weer hoe het smaakte… niet dus! Er zit een bepaald inheems kruid in, wat ik verschrikkelijk vind. Danilo vindt zijn eten ook niet lekker. Wij ruilen. Hij vindt de rare soep wel lekker en Carmen vindt hem zelfs heerlijk. Ik vraag mij af: Hoe dan?! Dit móet genetisch zijn. Danilo houdt niet eens van soep en dit vindt ie lekker?!

We nemen maar geen toetje, misschien vinden we nog wel iemand, die die heerlijke wafels verkoopt, en verlaten het restaurant. We lopen een stukje de straat uit – geen wafel in de verste verte te bekennen –  en ik roep maar een taxi  op via de app. Hij moet er met 1-4 minuten zijn. Maar het duurt…

Uiteindelijk een bericht. Hij kan ons niet vinden. Of ik hem wil bellen. Ow, da’s niet handig, ik geloof dat bellen niet in mijn blox  zit. Ik sms hem het adres door, maar hij cancelled. Ik roep een andere taxi op. Wachttijd: 5-10 min. Ik ontdek – of eigenlijk Carmen – dat je de taxi kunt volgen via de app. Je ziet hem rijden. Hij komt onze kant op en stopt een klein eindje van ons vandaan. Ik krijg de melding “Your taxi has arrived”. Niet dus – geen taxi, of in ieder geval niet onze taxi, met dat nummer. Ook hij kan ons niet vinden. We kunnen zien waar hij is. Op  calle 14 c, wij zijn op 14 b. Snel lopen wij de kant op, waarvan wij hopen dat het 14c is. Carmen rennt vooruit. Ze zwaait: hier is-ie! Iemand houdt de deur voor ons open. Irritant. Dit maak je constant mee. Mensen dringen hun diensten aan je op en willen er geld voor. De Colombianen hebben er blijkbaar geen moeite mee. Cesar, onze chauffeur, geeft de man een paar munten. Ik vind het maar stom: waarom zou ik voor iets betalen, waar ik niet om heb gevraagd. Maar ik besef ook, dat mijn zienswijze niet persee de juiste is. Ik vind het eigenlijk heel lief, dat de mensen hier zo makkelijk een ander helpen, door het geven van geld of door het doen van een dienst. “Ik moet maar zien, dat ik wat kleingeld in mijn jaszak stop, voor als ik zo iemand  tegenkom” zeg ik tegen Carmen, die naast mij in de taxi zit. Dat vindt Carmen wel een goed idee. Cesar is lief, net zoals zoveel Colombianen, die wij hier leren kennen. Fijne mensen! Geen wonder dat wij zo lieve kinderen hebben. Cesar racet door de straten van Bogota. Hij zet ons bij Unicentro af en van daaruit lopen we naar het hotel. Ons idee, om nog ergens wat te gaan drinken, schuiven we aan de kant. Cor gaat nog even naar de winkel om wat te drinken en te snoepen te halen en dan gaan we op de hotelkamer nog een filmpje kijken. Ik leeg de halve fles dure wijn, die Cor voor mij meegebracht heeeft en plof dan moe en een beetje tipsy in bed. Hopelijk helpt me dit om eens fatsoenlijk te slapen!

Heel veel zang en hete vleugels

Het is sabbat. We hebben een Engelstalige kerk van de Zevendedags Adventisten op internet gevonden en willen er vandaag naar toe. Althans, Carmen en ik. De jongens blijven thuis. De dienst begint om half 10. De kerk is maar 10 km verder op, maar in Bogota is dat best een behoorlijke afstand, dus om half negen roepen we een taxi. Het is wel even zoeken, de taxichauffeur weet het ook niet goed en we komen in een woonwijk terecht. Hier kan het niet zijn. We kijken nog een keer. Er is een sda-kerk heel dichtbij. We rijden een grotere straat op. Geen buurt om nou blij van te worden. Midden in de straat wel een groot nieuw gebouw. Daar staat groot aan de muur: “Iglesia Adventista del Septimo Dia”. Bingo! Voor de deur staat een jonge dame in nette kleren. We gaan naar haar toe: “Iglesia?”. Zij vraagt: “Ingles?” Ja, inderdaad, graag de Engelse afdeling. Ze gaat ons voor naar binnen. We gaan een gang door en een deur, lopen door een parkeergarage .., okee, dit is weird, dan weer door een deur een gang, trap, ik kan het allemaal niet meer navertellen. We komen in een hele grote, kille en vrij donkere ruimte, een soort kantine. Er staan tafels met rode plastic stoelen en achterin de ruimte staat een aantal van die rode stoelen in een paar rijen opgesteld, met daartegenover vier stoelen en een keyboard, waar iemand achter zit. Op de rijen met stoelen zitten precies drie mensen en voor hun staat een jonge man, de sabbatschoolleider. Hij geeft ons een hand, we stellen ons  aan elkaar voor en hij stelt ons aan de anderen voor. Carmen gaat nog even naar de wc. Als ze terug komt, is de sabbatschool al begonnen. We zingen heeeeeel veel liederen, sommigen bekend, anderen onbekend. Na het gebed wordt er weer gezongen, collecte, niet veel anders dan wij het gewend zijn. Na een voorstelrondje begint de “les”. Het is best interessant, maar mede doordat de stemmen in de grote ruimte een beetje weerklinken en vooral de sabbatschoolleider, Roger, niet super goed Engels kan, is het soms een beetje moeilijk te verstaan. Ook de Ghanese broeder, die er iets later bijkomt, vind ik moeilijk te volgen. Het gaat over Jona (in de walvis). We constateren, dat het redelijk makkelijk is, om mensen te helpen, die je mag of waar je neutraal tegenover staat, maar dat het veel moeilijker is, om iemand te helpen, die je iets aangedaan heeft. De sabbatschool wordt afgesloten door weer heeeeel veel te zingen. Daarna de eredienst. Ook hier weer heel veel gezang, ik ben er nu wel klaar mee, ik hou niet zo van kerkelijke muziek. Roger doet ook de preek. In het Spaans. De organist vertaalt. Roger doet het best goed. Hij heeft het over Genesis, om precies te zijn de zondeval. Na het einde van de dienst worden we nog uitgenodigd voor een optreden van een koor. Carmen heeft er wel zin in, maar we vinden het ongezellig voor de jongens. Ik krijg nog het mobiele nummer van Roger, zodat ik hem kan appen, als we weer eens van plan zijn om te komen. Ze gaan namelijk verhuizen. Ik ga nog even naar de wc, die is een trap op.  Op die verdieping is de Spaanstalige dienst, die wel druk bezocht is, nog in volle gang. 

We lopen naar buiten en appen weer voor een taxi. Die is er met 1 minuut. Wat is dat toch geweldig, die App!

De middag brengen we chillend door op onze kamer,  onderbroken door een empanada-lunch om de hoek. Niemand heeft ’s avonds nog zin om te gaan eten. Maar de honger drijft ons er toch uit.

Er is ook een restaurant-app. Daar kun je zien, welk restaurant het dichtst in de buurt is. Er schijnt een Italiaan op 500 meter afstand te zijn. Helaas stuurt Google Maps ons via een omweg, maar we komen toch uiteindelijk bij een straat terecht, waar verschillende restaurantjes zitten.

De Italiaan vinden we niet maar wel een Amerikaanse tent “Buffalo Wings”. De kids zien het wel zitten, Cor en ik trouwens ook. Hot chicken wings: altijd goed. We kunnen uit 5 verschillende soorten pikantheid kiezen. Carmen neemt 1, Cor 3 en Danilo en ik 4. De ober komt een schaaltje met het sausje en een wortel brengen om te laten proeven, hoe scherp het is. Ach, dat lijkt ons best te doen, maar pas als hij weg is, begint het echt te branden. Verdorie, wat is dat scherp! Maar nu is het te laat. Te gênant om achter de ober aan te gaan. We knijpen hem wel een beetje. Het eten wordt geserveerd met stengels wortels en bleekselderij en frietjes. Ik hou van scherp, maar dit is wel heel heet! Terwijl we eten begint de wedstrijd Colombia-Brazilie. Colombia staat al vrij snel achter tot grote verontwaardiging van alle Colombianen, inclusief onze  kids. De tranen biggelen me over de wangen, niet vanwege dat doelpunt van Brazilie, maar door die verrekte wings, maar dapper bijt ik door. Danilo heeft het er ook moeilijk mee en staat er gul een paar aan Cor af en laat Carmen ook 1 proeven. Bij de rest van de wings poetst hij de saus er met een servetje stiekem af. Cor en de kinderen nemen nog een toetje en ik een tequila sunrise. Heerlijk!. Dan lopen we door de inmiddels donkere straten naar het hotel terug om daar de wedstrijd af te kijken. Carmen en Danilo rennen dollend achter elkaar aan. Cor en ik genieten ervan om ze zo in hun geboorteland te zien rennen. Het is leuk om te zien hoe goed ze hier passen. Ook voor ons is dit allemaal een hele bijzondere ervaring.

Bogota by bike

Om 13.00 uur zouden we in het centrum zijn, de Candelaria. De Candelaria is het oudste gedeelte van Bogota,  dat nog uit het Coloniale tijdperk stamt. Het huisje waar Mike zijn zaak zit, ziet er aftands uit van binnen. Er heerst bedrijvigheid. Er staat net een groep op starten. Van Mike, met wie ik email-contact heb gehad,  geen spoor. Een jonge man,  die z’n veters  zit te strikken zegt dat Mike er niet is. Hij is onze gids. We krijgen ieders een fiets en helm en stappen op. Het is ideaal weer en al crossend door de drukke straten verkennen wij Bogota. Slingerend tussen voetgangers en auto’s,  stoep op en stoep af, hobbelend over het slechte wegdek gaat onze tocht. Onderweg maken we verschillende stops bij bezienswaardigheden of interessante plekken. We krijgen weer een bult aan informatie over Bogota. Super interresant! Natuurlijk stoppen we ook even op de plaza de Simon Bolivar, de belangrijkste plek van Colombia. Hier heeft zich heel wat afgespeeld! 

Bijzonder is ook de fruitmarkt. Giovanni, onze gids, laat ons verschillende inheemse vruchten proeven. Dat gaat rap achter elkaar door. We hebben het ene stukje fruit nog niet op of  hij biedt ons het andere al weer aan.  Hmmm, super lekker! Heel bijzonder, deze markt met exotische vruchten,  groenten en ook planten met allerlei genezende krachten. Aan de overkant is de andere  fietsclub een nationale drinksport aan het uitproberen. We mogen even kijken en ook meedoen als we willen. We lopen een zaakje door en komen in een ruimte met platen van misschien 1 m2, schuin tegen de muur. Die platen zijn gevuld met klei en er bevindt zich een rondje met stenen in, met daarachter exlosief materiaal. De bedoeling is nu, dat je een kei van een bepaalde afstand gooit en probeert één van de stenen in de klei te raken. Als dat lukt volgt er een kleine ontploffing. Maar… dat moet je al drinkend doen. De groep Europeanen heeft ieders een biertje in de hand, ze gooien om beurt. Nou, veel plezier nog met fietsen straks, jongens! Cor gooit 1 keer en dan houden we het voor gezien.

We zetten onze fietstocht voort. Bijzonder leuk ook om over de grote straten in het centrum te fietsen, waar overdag geen auto’s mogen rijden.  Om de paar meter zie je straatmuzikanten, artiesten, bandjes. De straten zijn gevuld met muziek. We stoppen bij een parkje en luisteren naar de verhalen van Giovanni. Dan bij een paar kraampjes aan de weg nog wat typisch Colombiaanse snacks proeven. Ik heb iets heel raars gekozen… Een bol, gevuld met rijst, met daarin weer een heel ei en stukjes aardappel. Ik vind het niet echt lekker. En pffff….. ik ontplof haast! De kinderen eten een empanada.

Onze laatste stop is de koffiefabriek, maar eerst nog graffiti bewonderen, waar heel Bogota mee bezaaid is. Vóór 2013 was graffiti verboden in Bogota. Er stond hoge straf of. Één artiest had zelfs 3 jaar gevangenisstraf gekregen een eentje was er zelfs voor doodgeschoten! Toen Justin Bieber hier een optreden had, liet hij, zoals in veel steden, een graffiti achter, begeleidt door dezelfde politieagent, die de graffiti-artiest had doodgeschoten. Er werd niets tegen gedaan en de mensen gingen staken vanwege deze onrechtvaardigheid. Toen werd het spuiten van graffiti legaal verklaard en nu kun je nergens in Bogota meer gaan of staan zonder graffiti te zien. Veel mensen huren kunstenaars in om hun huizen met graffiti te bespuiten, zodat ze van lelijke tags gevrijwaard blijven, want het is een ongeschreven wet, dat de graffiti van een kunstenaar gerespecteerd wordt. Veel graffiti-tekeningen hebben betekenissen in de vorm van maatschappelijke aanklachten.

We zetten onze fietstocht voort en komen door een buurt met het sociaal-economische cijfer 2. In Bogota zijn de wijken genummerd volgens de economische status van zijn bewoners. 1 is de laagste status, 7 de hoogste. De wijk waar we doorheen fietsen is dus één van de armsten. De huizen zijn verwaarloosd en armoedig. Overal ligt troep en afval. Dan heeft Cor voor de derde keer een zachte band. We stoppen bij een fietsenmaker om de band op te pompen. 

Bij de koffiefabriek drinken we nog koffie en latte machiatto, de lekkerste, die ik ooit heb gehad. Echt waar!

We fietsen terug naar de Candelaria, naar ons startpunt. Daar ontmoeten we uiteindelijk toch nog Mike en nemen afscheid van Giovanni, nadat wij van beide heren nog tips hebben gekregen voor goede restaurantjes en leuke plekken om naar toe te gaan. Giovanni laat ons ook op een kaart zien,  in welke gedeelten van Bogota wij niet moeten komen, omdat het daar te gevaarlijk is. We nemen afscheid van Giovanni en Mike en lopen nog een stukje door de straten op zoek naar een leuk pleintje, dat Giovanni ons had beschreven en waar ook een goed  restaurant is. Het is daar inderdaad erg leuk, maar we zitten nog te vol om wat te kunnen eten. Ik ga eens mijn taxi-app “easy taxi” uitproberen.  Na 3 mislukte pogingen – melding: er is geen taxi in de buurt – huh? het stikt hier van de taxi’s – probeer ik de app “tapsi”. Je wordt namelijk geadviseerd om niet zomaar een taxi aan te houden. Dat kan soms niet helemaal safe zijn. Ik kan met hem chatten, hij zegt dat het even kan duren, het is druk. Het nummer van de taxi is op de app te zien en bij elke taxi kijken wij of hij het is. Nope – weer niet. Uiteindelijk is hij er en kan de rit beginnen. De tocht gaat omhoog een stuk door de bergen heen, zodat we een prachtig uitzicht hebben op het nachtelijke Bogota. Jefer, de chauffeur,  kan best een beetje Engels en hij leert ons wat Spaanse woorden en geeft ons wat tips voor ons verdere verblijf. Het Goudmuseum en de Monserrate zijn beiden een must, dat hebben we inmiddels wel begrepen. Het is beregezellig in de taxi en Jefer heeft een goede muzieksmaak, dus de tijd vliegt om en we zijn zo weer  “thuis”. Jefer zet ons bij Unicentro af,  want de kids hebben nu toch wel zin om nog even naar MacDonalds te gaan. Van daaruit is  het maar een paar minutjes lopen naar het hotel.

We zijn het met z’n allen eens: dit was weer een zeer geslaagde dag!

 

Guatavita en Zipaquira: Een reis in de geschiedenis van Bogota


Om acht uur staat de taxi voor het hotel om ons mee te nemen op een private tour naar la laguna de Guatavita en de cathedral de sal in Zipaquira.
Private tour betekent alleen ons gezin, een tweetalige gids met de naam Ricardo en een chauffeur. In een luxe personenbusje rijden wij Bogota uit richting Noorden. We genieten volop van de ongeveer anderhalf uur durende rit, nemen het landschap in ons op en luisteren naar de boeiende uitleg van Ricardo over de sociaal-economische situatie en de geschiedenis van Bogota en Colombia en nog veel meer.
Hij vertelt vooral over de oorspronkelijke bewoners van deze streek, de muisca, die door de Spanjaarden gekerstend en onderdrukt werden. Het meer van Guatavita was voor  deze stam een heilige plek. In het meer, dat men zag als de buik van moeder aarde werden kostbare gouden voorwerpen gegooid als offer. Hieruit ontstond de legende van El Dorado, de stad van goud, waar de Spanjaarden naar op zoek waren. Dit verhaal, zo legt Ricardo uit, is een Europeese mythe. Het ging nooit om een stad, maar om dit meer.
Af en toe valt er een stilte en nemen we het landschap in ons op.
In één van deze stiltes vertelt Carmen, dat ze met haar moeder heeft geappt en dat deze had gevraagd, wat ze vandaag ging doen. Zij moest namelijk naar unicentro om daar wat documenten op te halen. Carmen had gezegd, dat we vandaag de hele dag weg  zouden zijn. Ik was met stomheid  geslagen. Zou  er dan toch nog een ontmoeting komen? Wat jammer, dat we vandaag weg  zijn. Carmen is er vrij nuchter onder. Gambia heeft haar gedachtengang veranderd: een ontmoeting zou ontzettend leuk en fijn zijn, maar ze heeft het niet meer nodig voor het vinden van haar eigen identiteit.
We rijden door het stadje Guatavita en komen op het startpunt van de tour aan. Ricardo regelt voor ons de kaartjes. Er gaat een gids met ons mee en Ricardo zal voor ons vertalen. Er is verder niemand, behalve twee jonge dames uit de VS. Zij vragen of zij met ons mee mogen, want ze spreken niet goed genoeg Spaans. Wij vinden het prima. We lopen over  een pad en komen bij een plek waar een ronde hut met een strodak staat.

We gaan naar binnen en  gaan om de vuurplaats zitten. Hier maakte het opperhoofd van de muisca’s zich gereed voor de ceremonie. Een hele club met bloeidmooie dames danste om hem  heen om hem te verleiden. Maar hij moest stand houden, anders werd hem de …. afgeknipt. We keken geschrokken. Wauw! De gids voer voort: “Ik weet niet wat jullie denken, maar ik bedoel zijn paardestaart, de mannen hadden namelijk lang haar.” Fieuw! Maar toch was dit ook heel  erg, want als je haar afgeknipt werd, was men machteloos en onteerd en werd uit de gemeenschap verstoten.Het was leuk en interessant om naar de verhalen te luisteren.We liepen verder en beklommen via een smal pad de berg.
photogrid_1471017174025.jpgHet pad voert omhoog langs prachtige planten en bloemen, die wij als kamerplanten in huis hebben.Het wordt steeds kouder en kouder en begint ook nog eens te regenen. We zijn definitief te koud gekleed! Boven aangekomen hebben we een prachtig uitzicht op het meer van Guatavita, het El Dorado.

We lopen weer naar beneden en worden door  onze chauffeur opgepikt.

Er wordt besloten, om eerst een traditionele maaltijd in het plaatsje Zipaquira te  nuttigen en dan de zoutphotogrid_1470967541607.jpgkathedraal te bezichtigen. We zijn in de auto weer wat opgewarmd, maar het knusse  restaurantje is van voren helemaal open,  dus echt warm is  het hier ook niet.Het eten is  heerlijk! Een mangosap, waar vooral Danilo helemaal weg van is en vooraf zoute bananenchips met een roze dipsausje. Dan een overheerlijke salade en als hoofdgerecht een grote schaal met stukjes kip- en rundvlees met daarover heen patatjes en gefrituurde pannenkoekjes van geplette bakbananen  met een salsa van paprika, tomaat en ui. We eten met z’n vieren uit de schaal en er mag met de handen gegeten worden.

photogrid_1470968531303.jpgHet volgende punt van onze tour is een bezoek aan de zoutkathedraal, het nummer één wonder van Colombia. Het is er rustig. Colombia kent nauwelijks toerisme. De zoutkathedraal is eigenlijk een zoutmijn, die al door de muisca’s geëxploiteerd werd. Later is er in de grote uitgeholde ruimtes een kathedraal gemaakt. Prachtig en indrukwekkend! We kijken nog een 3D filmpje over het ontstaan van de kathedraal en een lichtshow. Daarna verlaten we  het ondergrondse om door een laat middagzonnetje verwelkomd te worden. Het plaatsje Zipaquira met daarachter het Andes-gebergte geeft een prachtig  decor voor de zoveelste familiefoto.
Nog even het plaatsje in om op het prachtige typisch Colombiaanse plein een traditioneel toetje te eten: een oblea, twee grote ronde wafels met karamel ertussen. 

Tenslotte rijden we weer terug naar Bogota. Het is weer megadruk op straat, maar de tocht blijft interessant met de verhalen van Ricardo. We worden netjes bij ons hotel afgezet en nemen afscheid van onze aardige en competente gids.
Nadat we gedouchet zijn, lukt het ons nog nauwelijks om de oogjes open te houden en we ploffen doodmoe in bed. Carmen heeft weer even contact met haar moeder. Helaas is deze tot dinsdag weg, op een trip of zoiets. Ik ben teleurgesteld. Dan zou alleen nog maar woensdag overblijven, want donderdag vertrekken we  naar Villavicencio. Commentaar van Carmen: “It is what it is!”
We zullen zien – één ding is zeker: Het was een heerlijke en superleuke dag! 

 

No hablamos Espanol 

Dat met de nachtrust ging hem dus niet worden. Na twee uur slaap was ik om 1 uur klaar om op te staan. Geheel volgens de Europeese tijd. Ik was totaal niet moe en kon met geen mogelijkheid meer in slaap vallen. Gelukkig hadden Cor en de kinderen wel goed geslapen.

Het ontbijt was slecht,  in ieder geval volgens Nederlandse begrippen.
Carmen moest nog het e.e.a. voor haar verdere reis regelen en Cor, Danilo en ik gingen weer op zoek naar een supermarkt. Die vonden we heel dicht bij het hotel. We smokkelden stokbrood, kaas en drinken mee onze hotelkamer in om het daar te veroberen. ’s middags nog een wandeling in de buurt gemaakt, want Carmen had nog helemaal niets van Bogota gezien.
Toen we zo gearmd over de straat liepen, vertelde Carmen mij dat  ze zich hier nou niet echt Colombiaans voelde. “Nee?” vroeg ik “Waarom dan niet?”. “Nou, kijk. Ik zie mezelf nooit lopen ofzo, dus ik merk niet eens, dat ik donkerder ben dan de meesten. Alleen als ik in de spiegel kijk. Dan denk ik: oh ja!”.
Daar zit wat in! Wat ik mij realiseerde was, dat ik in Nederland altijd met een getinte dochter op  straat loop, terwijl zij hier met haar blanke moeder loopt. 

We gingen in unicentro op zoek naar een pinautomaat van de citibank, want daar kun je het hoogste bedrag  pinnen en betaal je verhoudingsgewijs dus de laagste transactiekosten. We gingen naar de informatiebalie en stelden de standaard vraag: “Do you speak English?”. We kregen de standaard blik (Whaaaaa help!!!)   en het standaard antwoord: “No”. We probeerden het meisje met handen en voeten uit te leggen wat we bedoelden. Ze gaf in het Spaans antwoord. We keken haar hulpeloos aan. Er kwam weer een watervloed aan Spaanse woorden. We verstonden er geen snars van. Haar collega was met een andere klant klaar en werd naar  voren geschoven. Zo! Zij was er van af! Helaas kon deze ook geen Engels, dus dat schoot ook niet echt op. We zijn er niet uitgekomen en hebben uiteindelijk maar bij een  andere bankautomaat gepind. Daarna nog koffie/latte/ijskoffie gedronken en op de hotelkamer zitten chillen. Zoals jullie op de foto kunnen zien, krijgen we af en toe bezoek van een pokemon. Sterker nog! Het hotel is een pokestop en we kunnen dus liggend in bed  om de vijf minuten pokeballs pakken. Hoe gaaf is dat!!!
’s avonds in het hotel gegeten om vervolgens vroeg op bed te gaan.
Morgen moeten we vroeg op voor een hopelijk hele leuke trip.

Check check dubbelcheck 

Half zeven vanochtend: eindelijk is het zover! We rijden van huis om aan onze reis naar Colombia te beginnen. Ik heb slecht, heel slecht en weinig geslapen. Carmen was die avond daarvoor vertrokken en daar heb ik een paar uurtjes door wakker gelegen omdat het even leek, of ze het vliegtuig niet zou halen. Ik stresste hem als een gek!

Dan om 1 uur weer op de flightradar kijken… ja hoor! Ze was in de lucht. Daar ging ze! Toch duurde het nog even voordat ik slaap kon vatten en na luttele twee uurtjes slaap moesten we al weer op. Om kwart over zeven zou ze landen. Om acht uur hadden we een afspraak bij de parkeergarage in de buurt van schiphol. Volgens mijn berekeningen zou ze met uitchecken en al maar eventjes op ons hoeven te wachten. Maar we waren nog maar drie straten verder of daar kwam het appje al: we zijn geland! Uiteindelijk ontmoetten we haar rond negen uur in de vertrekhal van Schiphol, Geert, directeur van Adra, had haar nog even gezelschap gehouden. Lief! We hadden een zee van tijd, dus in alle rust wat gegeten en gedronken op een bankje en dan de bagage inchecken. Ik keek mijn ogen uit! Wat is dat allemaal veranderd zeg, vergeleken met vroeger! Gewicht en afmetingen waren okee, dus we konden verder naar de incheck van de handbagage. Ik had me goed geinformeerd over wat allemaal wel en niet mag, had twee schaartjes gemeten, want die mogen niet langer dan 6 cm zijn en ook met vloeistoffen rekening gehouden. Ik had er echter niet aan gedacht, dat de jongens ook hun handbagage hadden ingepakt…

Maar goed, we komen bij de incheck van de handbagage. Je moet  alle spullen in bakken op de band leggen, alle vloeistoffen eruit. De jongen die hielp was erg aardig, en netjes deden we het nodige. Daarna ging je een glazen hok in en moest je je armen optillen. De man die daar assisteerde gaf op snauwende toon commando’s en zijn vrouwelijke collega die daarna ging fouilleren was al helemaal een bitch in het kwadraat. Ik ergerde me er dood aan. Ik was aan de beurt, moest op de voetjes gaan staan met de armen in de lucht. Dat deed ik braaf. Maar er gebeurde nada. De kinderen moesten lachen: “Mama, nu nog niet!”. Oeps, okee. Ik wacht wel op het commando… Daar kwam de generaal al aan: “schoenen uit! jasje uit” snauwde hij mij toe. Ik keek verontwaardigd om mij heen. Waarom dat nou weer? Die vrouw voor mij had haar jasje ook nog aan en niemand, helemaal niemand had zijn schoenen uit moeten doen. Mijn aarzeling maakte hem ongeduldig. “schoenen uit en jasje uit!” snauwde hij nog snauweriger. De haren gingen me recht overeind staan. Ik droop weer af naar de lopende band om mijn schoenen en jasje aan de aardige jongeman te overhandigen. Ondertussen ging Carmen de cabine in om afgesnaauwd te worden. Ze stak haar ergernis niet onder stoelen of banken.Toen ging  weer het hokje in. Ik was al tamelijk opgefokt en op mijn sokken voelde ik me nu helemaal vernederd. Ik dacht: stik, ik ga het zeggen ook. Dus toen ik bij de bitch kwam en zij ook tegen mij begon te snauwen vroeg ik haar: “Moet dat zo onvriendelijk? Ik ben gewoon iemand die op vakantie gaat, hoor, geen boef ofzo”. Ze zette haar professionele handtastelijkheden voort: ” Het gaat om de veiligheid mevrouw!”. Ja, duh! dat snap ik, maar… “Ja, dat snap ik, maar moet dat dan zo onvriendelijk?”. Ze hield heel even in: “Ben ik onvriendelijk?”. “Ja, je bent heel onvriendelijk en hard.”  Ze was klaar met mij en zei daar niets meer op. Ik hoop, dat ze er iets mee doet. In ieder geval had ik mijn hart gelucht!

Daar kwam de handbagage weer aan. Die moest open en gecontroleerd. Waarom dat nou weer? Bij Cor zat een verboden schaartje in, die was hij dus kwijt en bij Danilo haargel, waar geen inhoud op het potje aangegeven stond, die was hij dus ook kwijt. En parfum! Van Calvin Klein! Gekregen van zijn vriendin! Ik kneep hem. De veiligheidsambtenaar bestuudeerde het flesje. “Deze mag mee”. Fieuw!!!

Na nog een check, waarbij we voor een scherm moesten gaan staan en ons paspoort scannen, waren we eindelijk door alle controles heen!
Nu nog wat flesjes water vullen en even naar de Starbucks en toen was het ook al tijd om te boarden. Wauw, dat vliegtuig! Als je 16 jaar lang niet op een intercontinentele vlucht bent geweest, weet je niet wat je meemaakt! Iedere stoel zijn eigen schermpje, waar je filmpjes kunt bekijken en muziek kunt beluisteren, waar je alle actuele vluchtgegevens kunt bekijken en de vlucht live kunt volgen. We hebben ons dan ook best vermaakt en ik wil niet zeggen, dat de tijd voorbijvloog, maar het viel toch reuze mee, die 10 uur. Grappig is, dat je bijna met de tijd meereist. De stand van de zon veranderd nauwelijks en het word dus niet donkerder. Terwijl het in Nederland al nacht was, toen we landden, was het in Bogota pas vier uur ’s middags.
Het uitchecken en bagage oppikken ging vlot. Daarna even pinnen en op zoek naar een taxi. Nou, daar hoef je niet naar op zoek! Je staat nog niet buiten of de taxichauffeurs komen op je afgevlogen. “Taxi?” – “Si”. Hoppa, daar gingen onze koffers al de taxi in. Een dame in  een uniform kwam aangestiefelt. Ze moest ons paspoort hebben, zei ze. Ho! Ho! Effe wachten. Dit is vreemd en ik wil eerst weten wat de prijs is. 65.000 pesos wilde de taxichauffeur voor de rit hebben, 25 dollar. De taxi was een prachtig personenbusje, dat wel, maar toch veel te duur. Volgens de taxi-app moest ik voor 10.000 pesos (ca. 3 euro) naar het hotel kunnen komen. “You don’t want?” – no, inderdaad, we don’t want. Hup koffers er weer uit. Dan moesten we een gele taxi hebben. Okee, die waren er ook genoeg. Geen twee stappen gezet. Weer drie mannen op ons af. “Taxi?”. Ja, we hebben een taxi nodig maar willen eerst weten hoe duur. Hij moet er 30.000 voor hebben. Nog teveel, maar goed, we zijn nu ook wel klaar met reizen en willen naar het hotel. Hij kijkt naar onze bagage, wij kijken naar zijn autootje. Nope – gaat niet lukken. Gerebbel onder elkaar in het Spaans – geen hout van te verstaan en in werkelijk no time staat er een grotere taxi klaar. 40.000 moet hij hebben. Okee dan maar. De koffers passen er maar net in en daar gaan we. Het is druk, heel druk, in de straten van Bogota. Oh ja, we herinneren ons weer. Crossen door de straten, alles door elkaar heen – taxi’s, auto’s, bussen, motors, fietsers – maakt allemaal niet uit. Rechts voor links – wat is dat? En waarom zou je strepen op straat hebben als het ook zonder kan? Je hebt toch een claxon? 56 minuten waren we onderweg en het was donker geworden toen we arriveerden. De koffers waren er haast al eerder uit dan wij, door twee mannen van het hotel die – zosnel ze de taxi spotten – toesnelden om de koffers en handbagage naar binnen te slepen. Verdorie, wat kunnen die Colombiaanen snel zijn!

Het hotel is netjes maar niet super luxe, naar ons idee niet de 4 sterren die ze pretenderen, maar het is super schoon en dat is toch heel belangrijk.

Carmen was helemaal op. Ze heeft binnen het etmaal drie continenten gehad. 6 uur vliegen van Gambia naar Nederland, 6 uur op Schiphol en 10 uur vliegen naar Colombia en dat na zilke enerverende en vermoeiende twee weken in Gambia. In de taxi viel ze al steeds in slaap. Door haar vermoeidheid totaal niet in staat om te genieten van de aankomst in Bogota, Danilo daarentegen destemeer. Hij lijkt alles in zich op te zuigen.

In het hotel sprong Carmen direct onder de douche en dook in bed. Cor, Danilo en ik liepen nog even naar het winkelcentrum om  daar wat water te kopen. De supermarkt is er niet meer. We liepen het centrum af, maar kwamen nergens meer een supermarkt tegen. Wel leuke winkeltjes. Cor en ik herkenden veel. We zijn hier toen heel vaak geweest. We hadden honger en besloten om te testen of de hamurger’s bij MacDonalds hier nog steeds lekkerder zijn dan in Nederland. En ja… ze kunnen de proef doorstaan! Het vlees is definitief beter. Terug in het hotel zochten we snel onze bedjes op voor hopelijk een goede nachtrust.