Ik ben al om twee uur wakker, terwijl we pas half vier zouden opstaan. Ik kan niet meer slapen, dommel wat. Om half vier staan we op, maken ons klaar en checken uit. Er staat al een shuttle, we kunnen gelijk mee, dat loopt super! Het hotel ligt dichtbij het vliegveld, de hele (nou ja, hele?!) nacht kon je de vliegtuigen horen opstijgen, dus we zijn met vijf minuten bij het vliegveld. We sluiten aan bij de rij voor Delta Airlines. Onze passen worden gecontroleerd, ik zeg dat we nog niet ingecheckt zijn omdat dat online niet kon. We horen, dat we dat bij de bagage de incheck kunnen doen. Danilo’s paspoort moet extra gecontroleerd worden. Je hoort ook niet waarom hè! Da’s zo stom! Ik vermoed omdat hij in Colombia geboren is. Het duurt even maar het is oké. We mogen verder. Weer een check: De medewerker constateert dat Danilo Colombiaans is. “Yes” antwoord ik. “AdopcÍon”. “AdopcÍon” herhaalt hij droog. “Si” bevestig ik. We mogen naar het volgende onderdeel. Bagage checkin. Gaat prima. En we krijgen inderdaad een boarding pass. Yippie! What’s next? Handbagage check. Alles op de band leggen, ook riem.en vestje. Ik loop langs de scanner. Piiiieeeep. Wat nu? Ik controleer stiekem de zakken van m’n broek. Niks. De handbagage gaat er nog eens door. Niks. Ik moet terug door de scanner. Piiiieeeep. En weer erdoorheen. Piiiieeeep. Ik word gefouilleerd. De medewerkster tast onder m’n armen en voelt de beugel van m’n BH. Ik mag door. Danilo’s handbagage moet open en wordt doorzocht. Doeg shampoo! Doeg deo! Daarna moeten we weer onze passen laten zien en dan zijn we er helemaal klaar voor. We kunnen naar de vertrekhal naar gate 34. We halen nog even een kopje koffie en iets te eten (voor de laatste keer Juan Valdez) en kunnen dan ook boarden, maar Danilo wordt er wederom uitgepikt.
Wat nu weer? Hij moet aan de kant wachten. Wij worden uitgenodigd om in het vliegtuig plaats te nemen. Nou echt niet! Ik blijf hier wachten. Stel dat hij niet meemag! Ik laat echt niet twéé kinderen hier achter, eentje wil ik toch minimaal meenemen! Onzinnige zorgen natuurlijk, maar ik ga toch niet zonder hem het vliegtuig in. Achter een scherm wordt zijn handbagage wederom helemaal gecheckt en moet hij zijn jasje en schoenen uitdoen. Als ik stiekem kijk is hij zijn veters weer aan het strikken. We komen als laatste aan boord en zitten nauwelijks of het standaard riedeltje gaat van start: gordels vastmaken, aankondigingen etc. De vlucht verloopt goed, we kijken filmpjes en zijn er eerder dan verwacht.
In Atlanta hebben we ruim tweeënhalf uur, maar er staat een lange rij bij het inreizen dus daar verliezen we veel tijd. Zelfde gedoetje weer met pascontroles en inchecken handbagage. Om naar de gate te komen moeten we met de trein. Cor en Danilo zijn al ingestapt, ik wil volgen maar de deuren gaan voor m’n neus dicht. Ik reageer in een opwelling: In de hoop dat er een sensor is, waardoor de deur weer helemaal opent, slinger ik m’n tas ertussen. Ik riskeer het maar niet om mezelf ertussen te gooien. Maar goed ook, want de deur sluit en m’n tas zit klem. Hij is voor het merendeel al binnen, dus ik probeer hem naar binnen te duwen en Cor trekt, maar daar gaat de trein al met m’n man en kind en m’n tas geklemd tussen de deur. Verdorie! Dat heb ik weer! Waarom kan bij ons nooit iets normaal lopen! Even sta ik een beetje beteutert te kijken. Er rest me niets dan geduldig op de volgende trein te wachten. Dat duurt gelukkig niet lang en ik moet de volgende stop er al uit. Daar staan ze te wachten! Fieuw.Oké, verder. Op naar de gate. We hebben honger maar geen dollars en geen tijd. Bij de gate staat al een rij te wachten om aan boord te gaan. Wij hebben nog steeds geen boarding pass, maar dat is gelukkig geen probleem, dat wordt gefixt. Ik ben blij als we eindelijk in het vliegtuig zitten, netjes op één rij naast elkaar. En geloof het of niet, maar Danilo mocht zomaar door!!! Zo, nu gaat het richting huis! Ja, dacht je! Na een poosje getaxied te hebben komt de mededeling, dat er een klein technisch probleem is en we terug keren naar de gate. We mogen rondlopen, er wordt water rondgedeelt. Er schijnt een lekkage te zijn. Via whatsapp even contact met het thuisfront. Mijn vader volgt de vlucht en had al gezien, dat er vertraging was. Om half vijf zou het volgens zijn info verder gaan. Uiteindelijk wordt het vijf uur, voordat het vliegtuig de lucht ingaat, met bijna twee uur vertraging. Verwachte aankomst 7.00 uur lokale tijd, dat is een vlucht van bijna 8 uur. Is te doen, lijkt mij. We krijgen eerst warm eten, daar waren we wel aan toe! We hebben berehonger. De volgende maaltijd zal ontbijt zijn. We kijken eerst filmpjes. Ik kijk “De reünie”, een aanrader btw, dan proberen we wat te slapen. Danilo zakt vrij snel weg, ik probeer verschillende standjes uit (hihi), ten slotte val ik toch half zittend, half hangend in slaap, maar het zet geen zoden aan de dijk. En – ik zal het maar toegeven – ik heb ook weer een mentale breakdown aangezichts de steeds groter wordende afstand tussen ons toestel en Zuid-Amerika, spreek tussen Carmen, mijn dochter, vriendin en soulmate, en mij (TÍa: “jullie communiceren met de ogen”, yep, that’s us!). Wij noemen het janken, Aristoteles noemt het “katharsis” en het is goed en gezond plus het lucht op, dus ik geef er even aan toe.
Ik slaap nauwelijks op deze reis, dus kijk maar weer tv, ook Cor slaapt niet veel en Danilo is ook naar een kleine anderhalve uur weer wakker. Anderhalf uur voor de landing krijgen we ontbijt en daarna gaat het vlot. Tijdens de daling krijgt Danilo vreselijke pijn aan zijn oren en word ik misselijk en ga met rot voelen. Ik ben blij als we eindelijk het toestel uitzijn en weg van die vieze kerosine-lucht, die me nog misselijker maakt. In Schiphol komt onze bagage als eerste eruit en zijn we zo buiten. Wat is het heerlijk, dat alles bekend is. Hoeveel zekerder voel je je in je eigen land. Dat alles duidelijk te begrijpen is, je iedereen verstaat en weet, hoe dingen werken! We bellen de shuttle van het automotel en moeten een tijdje wachten, voordat we opgepikt worden. Dan in onze eigen auto terug naar huis! Navi doet vreemd, maar uiteindelijk gaan we toch richting Utrecht, zoals het hoort. Ik zit achterin en probeer te slapen, maar dat lukt niet. Ik ben misselijk en voel me ziek van vermoeidheid en van de landing.Willen de jongens ook nog langs de MacDonalds om te ontbijten! Nou, ik hoef niet! Na bij de Mac in Duiven gepauzeert te hebben, zetten we onze rit richting thuis voort.
Daar zet ik gelijk een wasmaschine aan, sabbat of geen sabbat! De kleren stinken zo van dat laatste hotel! Wasmaschines mogen wel werken op sabbat toch? Haha! Ik spring onder de douche en ga in Carmen’s hangmat liggen met een kussen en een paar zachte dekens. Ik geniet van de tuin, die er weer toppie uitziet, dankzij mijn ouders, app nog even met Carmen en dommel dan heerlijk in slaap.




















Ik app 
Aan het ontbijt zijn we inmiddels een beetje gewend. Er is haast geen keuze, ik eet elke ochtend melk met havermout en een toastbrood met roerei met een kopje thee. Ik heb me erop ingesteld. ..
Om vijf uur gaan Cor en ik een stukje wandelen. We willen wel eens zien of we de pensions, waar we toen hebben gezeten, terug kunnen vinden. Met Carmen’s adoptie hebben we in Hotel Paris gezeten, dat dichterbij ligt en met Danilo in Casa Nueva. Ik weet de weg nog wel, tussen de huizen door langs een smal voetpad. Af en toe moet je een grote straat oversteken. We komen in de straat, waarvan we denken dat Hotel Paris staat. Maar we herkennen niets, allemaal grote nieuwe flats. We twijfelen ook over de straat, we weten het niet precies. Alles is zo veranderd. We lopen verder langs een pad. Cor herkent het: “Daar komt straks een parkje met het electriciteitshuisje, waar we geschuild hebben, toen er geschoten werd.” We komen bij een speeltuintje en inderdaad: daar staat het huisje. Alle huizen eromheen zijn veranderd, maar het huis waar destijds de inval was staat er nog. Vreemd, in mijn herinnering stond het huisje veel verder van straat. We vinden ook het bruggetje, dat over het riool voert.
Hierlangs gingen we naar de kapper en als je dan verder liep, kwam je bij Casa Nueva. We vinden de kapper. Wat is dat huis prachtig geworden. Het was toen al de beste kapper van Bogota, er kwam de high society en beroemdheden. Nu duidelijk nog steeds. Dure auto’s op de parkeerplaats, Porsche’s en zo. We lopen verder. De kleine eenvoudige winkeltjes van toen hebben plaatsgemaakt voor mondaine, elegante zaken. We zijn totaal verrast. We herkennen niets meer terug. Het souvenirswinkeltje, waar we vaak naar toe gingen, is verdwenen en daarmee hebben we geen aanknopingspunt meer, wanneer we naar links af moeten om bij Casa Nueva te komen. We lopen langs de grote straat en kijken bij elke zijstraat aan de rechter kant, of we iets bekends zien. Cor meent in één van de straten een groep bomen te herkennen.
We lopen de straat in en zien gegeven ogenblik links een klein pad. “Hier liepen we altijd in”. Ik kan me maar heel vaag herinneren. We gaan nog een keer links. Hier zou het wel eens geweest kunnen zijn. We weten het niet zeker, maar we menen het buurhuis en het huis tegenover te herkennen. Het was vroeger wit en inderdaad onder de gele verf, die hier en daar afbladert, is nog wat wit te zien.