
Ik ben vanavond even langs Ellis geweest. Voor een handtekening. Ellis kende ik vanmorgen nog niet. Nu wel. Zullen jullie denken: Who the fuck is Ellis? Zal ik jullie vertellen.
Nietsvermoedend sta ik vanochtend met de auto voor een stoplicht te wachten en in ene keer gaat er een schok door de auto heen. Ken je dat? Je denkt een fractie van een seconde: huh? Wat is dat dan? En de rest van de seconde heb je om je te realiseren, dat er zojuist een auto achter op jouw auto is gebotst. Dat gebeurde ons vanmorgen dus. “Ons” dat zijn mijn twee collega’s Duits en ik. Wij waren op weg naar het Berufskolleg in Geldern, om met twee collega’s daar de jaarplanning voor het komende schooljaar door te nemen. We hebben namelijk een hele leuke samenwerking met die school en doen een aantal projecten samen, zoals bijvoorbeeld taaldorp. Maar we waren net de grens over (die natuurlijk niet meer bestaat – maar ik blijf altijd nog “de grens over” gaan) en reden in Emmerich net vóór de brug – je weet wel, de Duitse Golden Gate – en toen… boem! gebeurde het. Ik kan jullie zeggen: ik baalde als een stekker! maar goed, niets aan te doen. Auto aan de kant gereden en de schade bekeken. Uit de auto achter ons stapte een leuke jonge, beduusde vrouw. Ik was eigenlijk niet minder beduusd (en natuurlijk ook leuk en jong :D) en mijn collega zeer dankbaar, dat zij cordaat het initiatief nam en het schadeformulier ging invullen. Helaas had ik niet alle benodigde dingen, spreek polis, bij me, zodat ik dus vanavond nog een keer naar Ellis moest.
Mijn andere, wijze collega legde ons tijdens de verdere reis uit, dat het hele incident alles te maken had met het weer. Het was namelijk bloedjeheet. En dan gebeuren dat soort dingen, wist hij uit ervaring te vertellen. En ik kan het me ook wel voorstellen. Je hersens zijn als het ware verlamd door de hitte. En dat verklaart natuurlijk ook, waarom ik een paar km later als een gek te laat op de rem trapte voor een rood stoplicht, zodat de dopper uit de fleshouder vloog en mijn wijze collega haast tegen de voorruit geplakt zat. Wat er op de achterbank met mijn andere collega gebeurde is mij in de consternatie ontgaan.
Ik was in ieder geval wel blij dat we uiteindelijk – weliswaar iets te laat- maar toch heelhuids bij de Duitse school arriveerden.
We hebben daar een planning gemaakt met onze twee vrouwelijke collega’s uit Geldern, onder het genot van een kopje koffie uit lelijke plastic bekertjes, waarna we een rondleiding kregen door de nieuwbouw, waar ze binnenkort naartoe gaan verhuizen. Een prachtige school wordt dat! Hij is bijna af, vloer en plafond en zo zitten er al in en ook de stopcontacten en zelfs de schoolborden. Dus je kon een goede indruk krijgen hoe prachtig het gaat worden. Maar mensen wat was het warm! Niet normaal. Het kwik liep naar de 34 graden, dus ik had het gegeven moment ook echt gehad! En ik had van die dikke boots aan, omdat we “festes Schuhwerk” moesten dragen. Dat was Vorschrift! Scheißvorschrift! Ik dreef bijna uit mijn schoenen. Wat was ik blij, dat ik bij de auto mijn warme schoenen voor lichte zomerschoentjes kon verruilen! Toen de rondleiding klaar was, zijn we bij de Chinees gaan eten. Tussen de middag, hè! In Duitsland kun je dan gewoon een buffetje eten voor 6,95! Maar, jongens, ik heb nog nooit zo’n rare Chinees gezien! We liepen een modern complex binnen, waar een tandartsenpraktijk inzat en – naar het leek – nog kantoren of weet ik veel. We liepen een trap op en gingen door zo’n standaard saaie moderne deur en kwamen… in klein China terecht! Of naja, eigenlijk gewoon zo’n clichéachtig Chinees restaurantje met van die lampionnen en tierelantijntjes. We hadden gehoopt op airco – maar nee – dat was ons niet gegund. We hadden het nog steeds bloedheet en het zalmkleurige servetje, dat op tafel lag was al snel aan flarden, omdat ik als een gek mijn gezicht ermee begon af te vegen, zodat de pluizen op mijn gezicht achterbleven. Ik zal ook eeuwig spijt hebben, dat ik geen foto heb gemaakt van het verrrukte gezicht van collega I, toen zij haar ijskoude Apfelschorle geserveerd kreeg. We proostten op de goede samenwerking van het afgelopen jaar en daarna: lekker opscheppen maar!
Dan weer door de bloedhitte terug naar de auto en richting Doetinchem tuffen. ’t was druk op de weg, maar in de auto gelukkig wel airco en geen rare incidenten meer. Toen ons schoolgebouw in zicht kwam kwam van de achterbank de treffende opmerking: “zo! weer terug bij het moederschip!” Ha! Zo is het maar net!