Ik heb leuke collega’s. Echt! Ze zijn maf, maar ik mag ze. Zoals vandaag ook weer. We zouden ’s middags een trainingsmiddag hebben. Het vervolg en tegelijkertijd de afsluiting van Kalkar. Nou, dat klinkt mischien een beetje cryptisch, maar het zit als volgt. Ons team is dit schooljaar uit verschillende teams samengevoegd en nu zitten we dus met een groot team van meer dan 30 personen. Dat is best veel. En dat merk je. Bij vergaderingen bijvoorbeeld en besprekingen. ’t is toch anders dan overleg met een heel klein clubje. En daarom kregen wij een training “teamontwikkeling”. Nou, dat was een heel verhaal, de details bespaar ik jullie. Op school een keer een trainingsmiddag gehad en dan een keer in Kalkar, met in aansluiting
een etentje en een overnachting. Dat was geweldig leuk! En dan vandaag dus de afsluiting slash afronding van het hele verhaal. In de Dru in Ulft. We kregen verschillende opdrachten te doen. Bijvoorbeeld: Bouw met een paar mensen een toren van satéstokjes, rietjes, wol, plakband en marshmallows. Boven op een statafel. Zonder te praten. Iedereen deed zijn best om de hoogste toren te bouwen. Mijn groepje was ervan overtuigd, dat wij zouden winnen, want onze toren was zoooooo hoog. Af en toe keken we om ons heen. Nee, de andere torens waren nog lang niet zo hoog. Snel verder nog meer satéstokjes in marshmallows prikken en intapen met plakband en weet ik wat niet allemaal. Alleen bleven die stumperds van teamgenoten van mij dat ding vasthouden en ik had natuurlijk allang met mijn kennersblik gezien, dat dat geval nooit zelf zou kunnen blijven staan. Maar ik kon niks zeggen, want dat mocht dus niet… En de rest ging maar vrolijk verder de hoogte in.. Toen we bijna moesten stoppen, kwam collega A op het fabuleuze idee om het creatieve onding met de wol aan de tafel vast te binden. Ik zag in de ogen van de rest, dat zij er vast van overtuigd waren dat het zou blijven staan. Toen was het echt stop. De andere groepjes hadden inderdaad minder hoge torens, maar… die stonden wel. Collega A (een andere, vrouwelijke collega A) probeerde nog heel onopvallend het gevaarte overeind te houden, maar het mocht niet baten. Het ding zeeg neer en wij waren de loosers. Tja, shit happens.
Een leuke opdracht was ook de oefening met de roos van Leary, die levensgroot op de grond geplakt was. Collega D was het proefkonijn. De trainster blafte hem toe: “Doe je pet af!” gevolgd door de vraag “Hoe zou je reageren, als ik dat tegen je zei?”. Opstandigheid flikkerde in D’s ogen: “Ik zou het niet doen!” protesteerde hij. “Okee, dan ga je in dat vakje staan!”. Het vakje in het rode gedeelte, waar o.a. “opstandig” in stond. Zo. Zo reageert een leerling dus ook. En nu? Hoe krijg je D – respectievelijk de leerling – nou uit de rode zone in de groene zone met als resultaat, dat hij die pet afzet. Nou, daar was toch wel enig denkwerk voor nodig van de kant van het docententeam (lol). Uiteindelijk kwam collega M met het geniale idee, om D (de leerling) te complimenteren met zijn mooie pet en hem vriendelijk te verzoeken de pet af te zetten!
Schot in de roos! Van Leary!
Nou, in die trant ging die middag nog verder met ook nog een opdracht om een casus van een conflict te bedenken en die dan – ook weer in kleine groepjes – na te spelen. In mijn groepje ging dat prima, want collega A (weer een andere collega A, ik heb veel collega’s met de A) had nog wel een dingetje met collega O. En, ach, waarom naspelen, als het in het echie kan! Dus dat conflict werd effe in real life uitgedragen en – ik moet toegeven – met enig vakmanschap want er vielen gelukkig geen klappen!
Na deze inspirerende en leerzame trainingsmiddag gingen we nog met een aantal collega’s heerlijk eten in het restaurant in de Dru. En als klap op de vuurpijl werden nog een aantal gênante situaties van de nacht in Kalkar nagespeeld. Ja, ik geef toe, ik was er onderdeel – of eigenlijk hoofdbestanddeel – van en het zal me de rest van mijn carriere waarschijnlijk blijven achtervolgen. Maar het hele spektakel bevestigde wel weer eens mijn stelling dat goede docenten entertainers zijn!!! En… waarmee we weer bij het begin van mijn verhaal zijn: Ik heb leuke collega’s, maar ze zijn maf!!!