Who the … is [Ellis]?

PhotoGrid_1466719507280
Ik ben vanavond even langs Ellis geweest. Voor een handtekening. Ellis kende ik vanmorgen nog niet. Nu wel. Zullen jullie denken: Who the fuck is Ellis? Zal ik jullie vertellen.
Nietsvermoedend sta ik vanochtend met de auto voor een stoplicht te wachten en in ene keer gaat er een schok door de auto heen. Ken je dat? Lees verder

Geslaagd

PhotoGrid_1466089068935Als ze tussen half vier en vier uur NIET gebeld zou worden, zou ze geslaagd zijn.
Vandaag een normale werkdag. Nou ja, normaal.. Geen lessen, dus dingetjes regelen en toetsen nakijken. Schrijftoetsen. Van zes klassen. Word je niet echt vrolijk van. Maar goed. Er zijn ergere dingen. Zoals straks misschien te horen krijgen dat je dochter niet geslaagd is. Ik hoefde om half vier niet thuis te zijn, want ze ging naar haar vriendin toe. Okee. Prima.
Op school bleken er een aantal lotgenoten te zijn, die evenzeer als ik bibberend op de uitslag zaten te wachten.
Dan om half 1 al het eerste appje van een kennis. Haar zoon was geslaagd. Huh? Hoezo wist zij dat al? Okee, wauw, super! Carmen dan? Nee, van Carmen weten we nog niets. De lotgenoten verlieten peu à peu de teamkamer om naar huis te gaan, vóór die tijd nog effe een lekker taartje kopend. Hè bah en ik heb weer zo’n dochter van: “nee mama, je hoeft niet thuis te blijven hoor!”. Niet meer zo prima eigenlijk. De eerste appjes komen binnen van mensen wiens kinderen geslaagd zijn. Gatverdamme. Naja, super voor hun, maar het wachten wordt nu toch wel héél spannend. Het toetsen nakijken wil niet echt meer vlotten. Half drie. Appje van dochterlief: “Ben jij om half vier thuis?” Yeesss!!! “Ja, als jij dan ook thuis bent!”. “Ik ben thuis als jij thuis bent”. “Okee. Kom eraan”. Yippie! Snel spullen inpakken, die toetsen moeten dan maar tot het weekend wachten. Nog even langs de Albert Heijn. Voor het avondeten. Ik sta aan de kassa en heb net afgerekend, zegt de jongen achter mij  tegen de kassiere: “Krijgen geslaagden ook korting?”. Ik draai me naar hem om en zeg quasi-gefrustreerd: “Ik word helemaal niet goed van al die mensen die geslaagd zijn! En ik maar wachten en wachten…” De jongen kijkt me vanonder zijn pet aan “Voor Danilo?”… Huh? “Ken jij Danilo?”. “Ik ben Benjamin!” Goh! Had ik echt niet herkend! Klasgenootje van mijn zoon van de basisschool. Ik schud hem de hand. “Gefeliciteerd, Benjamin! Goed zeg!”. Hij was al om twee uur gebeld.
Nu maar snel naar huis. Daar zit ze te wachten samen met een vriendin. Voor de TV. Kijkend naar een film.De vriendin verdwijnt tegen drie uur. Ik ga maar gewoon eten voorbereiden. Wat moet je anders? Worteltjes schrapen, broccoli in roosjes snijden en wassen… Ik doe alsof ik chill ben, maar ik ben echt nerveus. Zij nog veel nerveuser. Dan -iets voor half vier: een yel. Van haar. “Ik ben geslaagd!” “Niet!” “Wel!” “Hoe dan?”. Ze had een appje van een klasgenote. Ik vertrouw het voor geen meter. Hoezo klasgenote? Wat is dat nou weer voor een onbetrouwbare informatiebron? Maar naar bleek, zou de mentor die klasgenote appen als hij iedereen had gebeld die niet geslaagd was. Dat was afgesproken. Het was dus echt! Ze was geslaagd! Daarna: feest en vreugde! Toasten met Tequila shotje en vreugdedansje op megaharde muziek. En dan: de vlag!!! De Colombiaanse vlag! En je schooltas. Snel! Pffff, Mama ik ben niet zo! Boeie! Ikke wel! De hele straat moet het weten en de rest ook. Ik leun uit het raam en plaats de vlag. Zal ik uit het raam schreeuwen: “Yeeeaaahhh!”? Nee, toch maar niet, er zijn grenzen, zelfs voor mij. “Kom, Carmen, naar buiten, foto’s maken voor het huis met de vlag”. “Pffff, Mama, moet dat echt? Ik zie er niet uit en …” Ja. Het moet. Voor Facebook. De hele wereld moet het weten: MIJN DOCHTER IS GESLAAGD!!!

In de roos .. het vervolg op Kalkar

Ik heb leuke collega’s. Echt! Ze zijn maf, maar ik mag ze. Zoals vandaag ook weer. We zouden ’s middags een trainingsmiddag hebben. Het vervolg en tegelijkertijd de afsluiting van Kalkar. Nou, dat klinkt mischien een beetje cryptisch, maar het zit als volgt. Ons team is dit schooljaar uit verschillende teams samengevoegd en nu zitten we dus met een groot team van meer dan 30 personen. Dat is best veel. En dat merk je. Bij vergaderingen bijvoorbeeld en besprekingen. ’t is toch anders dan overleg met een heel klein clubje. En daarom kregen wij een training “teamontwikkeling”. Nou, dat was een heel verhaal, de details bespaar ik jullie. Op school een keer een trainingsmiddag gehad en dan een keer in Kalkar, met in aansluitingPhotoGrid_1466282316384
een etentje en een overnachting. Dat was geweldig leuk! En dan vandaag dus de afsluiting slash afronding van het hele verhaal. In de Dru in Ulft. We kregen verschillende opdrachten te doen. Bijvoorbeeld: Bouw met een paar mensen een toren van satéstokjes, rietjes, wol, plakband en marshmallows. Boven op een statafel. Zonder te praten. Iedereen deed zijn best om de hoogste toren te bouwen. Mijn groepje was ervan overtuigd, dat wij zouden winnen, want onze toren was zoooooo hoog. Af en toe keken we om ons heen. Nee, de andere torens waren nog lang niet zo hoog. Snel verder nog meer satéstokjes in marshmallows prikken en intapen met plakband en weet ik wat niet allemaal. Alleen bleven die stumperds van teamgenoten van mij dat ding vasthouden en ik had natuurlijk allang met mijn kennersblik gezien, dat dat geval nooit zelf zou kunnen blijven staan. Maar ik kon niks zeggen, want dat mocht dus niet… En de rest ging maar vrolijk verder de hoogte in.. Toen we bijna moesten stoppen, kwam collega A op het fabuleuze idee om het creatieve onding met de wol aan de tafel vast te binden. Ik zag in de ogen van de rest, dat zij er vast van overtuigd waren dat het zou blijven staan. Toen was het echt stop. De andere groepjes hadden inderdaad minder hoge torens, maar… die stonden wel. Collega A (een andere, vrouwelijke collega A) probeerde nog heel onopvallend het gevaarte overeind te houden, maar het mocht niet baten. Het ding zeeg neer en wij waren de loosers. Tja, shit happens.20160618_225104-1
Een leuke opdracht was ook de oefening met de roos van Leary, die levensgroot op de grond geplakt was. Collega D was het proefkonijn. De trainster blafte hem toe: “Doe je pet af!” gevolgd door de vraag “Hoe zou je reageren, als ik dat tegen je zei?”. Opstandigheid flikkerde in D’s ogen: “Ik zou het niet doen!” protesteerde hij. “Okee, dan ga je in dat vakje staan!”. Het vakje in het rode gedeelte, waar o.a. “opstandig” in stond. Zo. Zo reageert een leerling dus ook. En nu? Hoe krijg je D – respectievelijk de leerling – nou uit de rode zone in de groene zone met als resultaat, dat hij die pet afzet. Nou, daar was toch wel enig denkwerk voor nodig van de kant van het docententeam (lol). Uiteindelijk kwam collega M met het geniale idee, om D (de leerling) te complimenteren met zijn mooie pet en hem vriendelijk te verzoeken de pet af te zetten!
Schot in de roos! Van Leary!
Nou, in die trant ging die middag nog verder met ook nog een opdracht om een casus van een conflict te bedenken en die dan – ook weer in kleine groepjes – na te spelen. In mijn groepje ging dat prima, want collega A (weer een andere collega A, ik heb veel collega’s met de A) had nog wel een dingetje met collega O. En, ach, waarom naspelen, als het in het echie kan! Dus dat conflict werd effe in real life uitgedragen en – ik moet toegeven – met enig vakmanschap want er vielen gelukkig geen klappen!

Na deze inspirerende en leerzame trainingsmiddag gingen we nog met een aantal collega’s heerlijk eten in het restaurant in de Dru. En als klap op de vuurpijl werden nog een aantal gênante situaties van de nacht in Kalkar nagespeeld. Ja, ik geef toe, ik was er onderdeel – of eigenlijk hoofdbestanddeel – van en het zal me de rest van mijn carriere waarschijnlijk blijven achtervolgen. Maar het hele spektakel bevestigde wel  weer eens mijn stelling dat goede docenten entertainers zijn!!! En… waarmee we weer bij het begin van mijn verhaal zijn: Ik heb leuke collega’s, maar ze zijn maf!!!

Over het egoïsme van de kinderwens en het aantrekken van Gods leefregels

2016-06-03 20.40.31 (2)Kennen jullie het verhaal van Hanna?
Ik zal het jullie vertellen, het is een oud verhaal:

Elkana heeft twee vrouwen, tegenwoordig vinden we dat niet meer kunnen, maar goed, vroeger was dat nou eenmaal blijkbaar zo in bepaalde culturen. De twee vrouwen heten Hanna en Peninna. Peninna heeft kinderen, maar Hanna niet.
Elk jaar maakt Elkana met zijn twee vrouwen en zijn kinderen een reis. Ze gaan dan naar de tempel in Silo, geen idee waar dat is en dat doet er nu even ook niet toe. Ze gaan er in ieder geval naar toe om te  bidden en – zoals ze toen deden – een dier te offeren.

Het is duidelijk, dat Elkana meer van Hanna houdt dan van Peninna.  Je kunt je wel voorstellen war er gebeurt: Peninna wordt stinkend jaloers: constant treitert ze Hanna met haar kinderloosheid.
Hanna raakt daardoor helemaal overstuur  en kan geen hap meer door haar keel krijgen.
Als dat weer eens gebeurt, wil Elkana van Hanna weten, wat er aan de hand is. Hij probeert haar te troosten: “Je hebt mij toch? Ik ben toch veel meer waard dan tien kinderen?”
Maar het helpt niet. Na het eten gaat Hanna naar de tempel en al huilend gaat ze bidden en belooft God, dat, als ze een zoon mag krijgen ze hem af zal staan om in de tempel te werken.

Eli, de priester, ziet haar bidden en spreekt haar aan. Hanna vertelt hem van haar verdriet en Eli verzekert haar, dat God haar wens zal verhoren. Hannah fleurt daar weer helemaal van op.

En ja hoor! Hannah raakt in verwachting  en krijgt een zoon. Ze noemt hem Samuel.
Het volgende jaar gaan ze weer naar Silo, maar Hanna vindt het kind nog te klein om af te staan, pas als hij van de borst af is, wil ze hem weggeven.
Elkana vindt dat prima.

Dus Hanna geeft Samuel de borst totdat het niet meer nodig is. Dan brengen ze Samuel naar de tempel.
Hanna ziet haar zoon vanaf dan nog maar 1 keer per jaar. En elk jaar neemt ze een manteltje voor hem mee.

(Dit verhaal kun je vinden in 1 Samuel 1: 23-28, 1 Samuel 2: 18-19)

blog02Het egoïsme van de kinderwens
Ik kan er niets aan doen, maar ik vind Hanna’s wens om een kind te mogen krijgen heel egoïstisch: ze wil een kind, omdat ze gepest wordt, om evenveel “waard” te zijn als haar rivale. Mooi motief is me dat!
Het lijkt haar niet eens in eerste instantie om het moeder-zijn te gaan, maar meer om haar rivale de mond te kunnen snoeren.
Is het niet super egoïstisch van Hannah om een kind te willen, omdat ze geplaagd wordt met haar kinderloosheid?
Het lijkt eerder een soort wedstrijdje.
En moet je nagaan:  Hannah wordt vaak als de ultieme moeder neergezet en ik vraag me af: is dat wel zo? Uiteindelijk wilde ze alleen een kind om ook trots te kunnen zijn en niet meer gepest te worden en blijkbaar wilde ze het kind zelf niet eens, want ze staat het daarna ook net zo makkelijk weer af. Het gaat haar er puur om te kunnen zeggen, dat ze ook een zoon heeft.

Maar zo nadenkend over de motieven van Hanna, vroeg ik me af – en dat heb ik wel eens eerder gedaan, want ook ik had die kinderwens – wat dan normaalgesproken motieven zijn voor het moederschap.

thinking-smileyWaarom willen wij kinderen?
Waar komt überhaupt de wens vandaan om kinderen te willen? Als je zelf kinderen hebt, denk er eens over na waarom je ze wilde, als je ze al wilde? Is het niet een soort instinct in de mens om te willen zorgen? Om een gezinnetje te kunnen zijn, om moeder of vader te kunnen zijn? Of om later niet in je ouderdom zonder kinderen te blijven, die – hoop je dan – af en toe naar je omkijken? En was dat niet vroeger vooral ook een reden om kinderen te “nemen”? Zodat er op je oude dag voor je gezorgd wordt?

Misschien ben ik wel een beetje erg nuchter, maar ik ben daarin nogal eerlijk tegen mezelf. Als ik bij mezelf naga, waarom ik nou zo graag kinderen wilde, dan kan ik dat niet eens goed beantwoorden. Ik weet alleen maar dat het een gevoel was, dat ik het gewoon heel graag wilde. Sommige mensen zeggen wel eens: wat goed van jullie dat jullie hebben geadopteerd! Alsof je een nog nobeler mens bent als je adopteert, want dan help je toch een kind uit een arm land om hier een mooie toekomst op te bouwen, maar – eerlijk – ik had  geen nobele drijfveren ofzo. Ik wilde nou eenmaal zo graag een kind. Dan maar van een ander.
En ik denk dat dat bij de meesten wel zo is.

Wat is er dan nobel aan om een moeder te willen worden? Per definitie is er dus ook niets bijzonders aan, het gaat er eerder om wat je er daarna mee doet, hoe je je moederschap invult. En hierin kunnen we zeker wat van Hannah leren.

blog 01Het fenomeen ouderschap
Op het moment dat dat kind er is (misschien en waarschijnlijk al, als het in je groeit, maar daar kan ik niet over meepraten), verandert er iets heel wezenlijks. Als je een kind krijgt verandert je leven van het ene ogenblik op het andere, want je draagt die verantwoordelijkheid en het kind gaat de eerste plaats in je leven innemen. Je moet er rekening mee houden, je leven erop inrichten, je moet zelf een flinke stap achteruit zetten. Van egoïsme geen sprake meer!

Zo ook bij Hanna. Dat ze het kind niet gelijk na de geboorte weggeeft, maar het eerst nog bij zich houdt zou aanleiding kunnen zijn om te denken, dat ze het niet af wil staan, dat ze zit te rekken. Maar dat is niet zo, want voor haar maakt dat het afscheid juist alleen maar moeilijker. Voor een baby echter is het zo belangrijk om zich langzaam los te kunnen maken van die ander, met wie je zolang één bent geweest. Om te kunnen wennen aan het idee dat je een eigen individu bent.

Hannah moest haar kind loslaten. Maar moet dat niet elke ouder? Vanaf dat het kind op de wereld is begint het proces van zich losmaken van de ouders en voor de ouders het proces om het kind te laten gaan. Stukje bij beetje. Kruipend, lopend, fietsend, auto rijdend… Met vaak een crisis in de puberteit en een spits als ze het huis uitgaan. Maar als het goed is, blijft er altijd een band. Ik heb ook wel eens horen zeggen, dat de band dan juist hechter wordt.

Het manteltje en zijn betekenismantel
Voor Hannah begint dit loslaten veel eerder dan voor de meeste moeders. Ze staat haar kind af voor de dienst in Gods heiligdom als Samuel nog heel klein is, maar ze blijft haar moederrol vervullen. Eén keer per jaar ziet ze haar zoon, mag ze hem opzoeken in het heiligdom. Hoe het contact precies verloopt weten we niet, het enige wat we te weten krijgen is, dat zij elk jaar een manteltje voor hem maakt.
Ik vroeg mij af waarom dit manteltje zo specifiek genoemd wordt. Het moet een hele speciale betekenis hebben!

Stel je voor je bent Hanna!

Eén keer paar zie je je geliefde zoon. Zou je niet het hele jaar daar mee bezig zijn? Je bent een moeder, dus je wilt zorgen, maar het enige wat je kunt doen is dat ene kledingstuk voor hem maken. Hoeveel tijd, energie en liefde zou je daar wel niet in steken! Het is het enige wat je voor hem kunt doen! Het manteltje moet zó mooi zijn en vooral ook fijn zitten! En je strijkt de bezigheid over het hele jaar uit, al toelevend naar dat moment dat je  hem weer in je armen sluiten kunt.

Maar er doet zich een heel groot probleem voor:

HOE KUN JE OOIT WETEN HOE GROOT HET MANTELTJE MOET ZIJN???

Want: Hoeveel zou hij in dat jaar gegroeid zijn? Geen idee! Skype e.d. bestond niet in die tijd.

En het is toch echt wel belangrijk dat het comfortabel zit, want je wilt toch dat hij het draagt en zich er goed in voelt. Het mag dus echt niet te klein zijn. Maar te groot is ook vervelend, als het zo om je lichaam heen slobbert en de mouwen een halve meter te lang zijn. Het moet zó gemaakt zijn, dat het lekker zit, maar dat hij er ook nog in kan groeien.

Het manteltje: zinnebeeld van moederlijke liefde en bezorgdheid
We zien hier wat voorbeeldig ouderschap inhoudt: het manteltje kunnen we als zinnebeeld zien voor de warmte en geborgenheid,  die je als ouder geeft, maar wel passend, het moet warm zijn, op het kind aangepast, maar tegelijkertijd ook groot genoeg, zodat het kind kan groeien. En daarmee bedoel ik in dit geval niet lichamelijk groeien, maar in geestelijk opzicht.

Het manteltje, als het kader dat je je kinderen meegeeft, de waarden en normen, waarbinnen jij zou willen zien dat zij zich bewegen, zonder dat het hun ontwikkeling belemmert. De ouder als liefdevolle begeleider en hulp om het kind zijn eigen identiteit te laten vinden. En dat is een hele opgave!


Het aantrekken van Gods leefregels
Hierin zie ik ook hoe God met ons omgaat: Als een liefdevolle ouder, die ons een kader geeft, waarbinnen Hij graag wil dat wij ons bewegen, omdat Hij weet, dat het dan goed met ons gaat, dat we ons dan goed en gelukkig voelen en waarbinnen we ook de vrijheid hebben om mens te zijn en onze eigen wegen te gaan. De mantel als Gods liefde en geborgenheid, waarin wij ons mogen hullen, maar die niet benauwend of 2016-06-04 19.09.33beknellend is, maar de ruimte geeft om onze eigen persoonlijke groei te mogen doormaken.

In principe heeft God na de “zondeval” de navelstreng doorgeknipt en ons losgelaten. De mens ging kruipend, lopend, fietsend, auto rijdend verder. We werden vrij om onze eigen weg te kiezen, maar hij gaf ons een mantel mee : de 10 geboden, de leefregels, die wij aan mogen trekken. Zij zijn het kader waarbinnen wij ons mogen bewegen en die Jezus samenvatte in die ene zin: ‘Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand en heb uw naaste lief als uzelf.’
Als ik zie hoe ik in de loop van de tijd anders met die leefregels ben gaan leven en als ik zie hoeveel vrijheid er is in hoe je ze naleeft en hoe je ze interpreteert, dan zie ik daarin ook heel veel ruimte. Niet beknellend dus, maar wel een duidelijk kader gevend, waarbinnen God wil dat je je veilig voelt, waarbinnen iedereen in  de maatschappij zich veilig kan voelen. Want als iedereen die mantel zou aantrekken, die leefregels zou houden, zouden we Gods koninkrijk op aarde met elkaar kunnen realiseren.

Die vrijheid, die God ons geeft, zo zouden wij ook met onze medemens om moeten gaan, dat we ze op Gods liefde wijzen, maar ze niet allerlei door mensen bedachte regels en dogma’s opleggen, waardoor ze zich benauwd gaan voelen. Dat doet God toch ook niet? Waarom zouden wij het dan doen?

En als we van God getuigen, moet dat altijd op een positieve manier zijn, met liefde en met de ruimte en vrijheid voor iedereen om een eigen weg daarin te ontdekken en te volgen!