In onze verkeringstijd gingen mijn man en ik regelmatig naar mijn oma en opa, de ouders van mijn vaders kant, die in hetzelfde stadje in Duitsland woonden als wij. Dat deden we op zaterdagochtend. Normaal, als we in Nederland waren, hadden we de gewoonte, om dan naar de kerk te gaan, maar omdat er niet echt een kerk dicht in de buurt was, vonden we het een leuke invulling van die ochtend om naar oma en opa te gaan.
Oma had dan altijd alles netjes gedekt voor de koffie en opa zat al klaar in één van de heerlijke chille fauteuils in de woonkamer in hun grote vrijstaande bungalow, sigaar in de aanslag en zin in een goed gesprek. Vaak hadden we het over verschillen tussen Nederland en Duitsland en ik herinner me nog, dat we het erover hadden, dat je sommige uitdrukkingen niet letterlijk vertalen kunt.
Grappig vond hij vooral de uitdrukking “im Eimer” wat gewoon “kapot” betekent. Dus als iemand zijn neus kapot heeft, omdat hij bijvoorbeeld gevallen is, dan kun je in het Duits gewoon zeggen: “meine Nase ist im Eimer”. Naar het Nederlands vertaald krijg je dan: “mijn neus is in de emmer”.
Je vraagt je af waar dat soort uitdrukkingen nu vandaan komen. Gelukkig kun je tegenwoordig alles googelen. “Eimer” heeft hierbij betrekking op “Abfalleimer”, “vuilnisemmer” dus, als de plek, waar alle kapotte dingen in belanden. . Maar dat maakt het er in het Nederlands nog steeds niet beter op. Gelukkig maar, want juist die kleine unieke dingetjes maken een taal (en zeker het Duits) zo leuk!
(https://de.wiktionary.org/wiki/im_Eimer_sein)